Arme, maar nijvere schoenlapper krijgt gratis woning

schoenmaker-uit-welk-beroep-kiest-gij-ca-1862

“Op den ingediende requeste van Jacob Klasens en cons[or]t[en], diaconen des carspels Nieuwolda, hoe dat dezelve wel genegen waren met beraat en goedkeuring der overige kerkeraad door handtekening hieronder blijkbaar, an eenen Pieter Hindricks schoenlapper alhier met zijn zwaar gaande huisvrouw en twie kleyne kinderen toe te staan, an zeker armhuisje alhier een kamer en agterhuisje te laten timmeren en afschieten met het gebruik der halve tuin, en hem daarin zonder beswaringe van gront of huis voor zijne en zijns vrouws leven te laten wonen, zijnde en blijvende hetzelve diaconiegoet, alleen het vrieje gebruik desselfs an hen voor hun leven.

En zijn hiertoe bewogen door het goede getuignisse en gedrag dezes mans, zijn diepe armoede, zijn swaklijk lighaam, zijn swaar gaande vrouw en kleyne kinderen, en dus grote nootsake om vrie te wonen, zijn ijverlust en neerstigheijd om met zijn eijgen handen werkende zijn broot te gewinnen, de liefdadigheijd van andere om hem te geven alles wat deeze timmering moet kosten en ingevalle deeze kosting meerder mogte kosten dan het gegevende beloopt, dat genoemde Pieter Hindriks ’s jaarlijks na vijf ten hondert daarvoor tot rente zal betalen zonder aflossinge van het capitaal, blijvende de diaconie dus hierin niet alleen kosteloos, maar zullen ook eijndelijk het profijt desselfs genieten…”

Met andere woorden: de diaconie en de kerkeraad van Nieuwolda wilden de arme en ziekelijke schoenlapper Pieter Hindriks, wiens vrouw zwanger ging van hun derde kind, toestemming geven tot de aanbouw van een eenkamerwoninkje met achterhuis (schuur) aan een al bestaand armhuisje, waarbij Pieter en zijn vrouw dan de halve tuin zouden mogen gebruiken en dat hun leven lang voor niets. Dat de diaconie dit wilde doen kwam, afgezien van ’s mans armoe etc., vooral door zijn vlijt. Anderen gaven de schoenlapper het geld om zijn huis te kunnen laten bouwen, en mochten de bouwkosten hoger uitvallen dan door deze liefdadigheid binnenkwam, dan leende de diaconie Pieter de rest tegen 5 % rente, waarbij hij en zijn vrouw niets van de hoofdsom hoefden af te lossen. Uiteindelijk zou het huisje overigens wel aan de diaconie toekomen.

Voor dit plan vroeg de diaconie van Nieuwolda in 1737 om toestemming aan de drost, die deze grif gaf. Pieter genoot veel krediet onder de mensen!

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (rechtsarchief Oldambt) inv.nr. 6118 (rekesten met apostilles), het verzoekschrift d.d. 12 april 1737.

Advertenties


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s