De eerste junkie van Sodom

De kwakzalver of de Europese dodendans. Ingekleurde prent (1814). Collectie British Museum.

De kwakzalver of de Europese dodendans. Ingekleurde prent (1814). Collectie British Museum.

We zijn geneigd om verslaving aan opiaten te associëren met de jaren 60, of, als we wat verder terugkijken, met artsen en zeelui of met excentrieke schrijvers als Slauerhoff en Bilderdijk. Dat het een veel ouder verschijnsel is, dat ook een eenvoudige huisvrouw kon overkomen, blijkt uit een verzoekschrift, in 1752 ingediend bij de Oldambtster drost. Ene Geert Jans vertelde de regionale magistraat in dat stuk hoe zijn

“ehevrouw Swaantie Jans zig an het gebruik van filonium zodanig heeft overgegeven dat ze ter obtenue van hetselve zig niet ontsied, om de mobilia tot suppl[ian]ts hemden en zijne kinderen lyfstoebehoren incluis te verkopen, en zulks wel voor minder dan de halvscheid van de waarde der goederen, zoodat de suppl[ian]t daardoor notoir in de uiterste armoede moet vervallen, temeer daar zijne vrouw door het geobtinueel gebruik van opgemeld filonium ten eenemaal buiten staat is gesteld om de huishoudinge waar te nemen en suppl[ian]ts onnosele kinderen behoorlijke handreikinge te doen… ”

Met andere woorden: Swaantje, de vrouw van Geert Jans, was dusdanig verslaafd aan ‘filonium’ dat ze er zelfs huisraad en kleding van haar man en kinderen voor versjacherde, en dat voor minder dan de helft van de waarde. Geert vreesde voor hun totale ruïnering, temeer daar Swaantje door het middel ook haar huishouding en jonge kinderen verwaarloosde.

Dat middel filonium of philonium waaraan ze zich overgaf, was in de Late Middeleeuwen al bekend. Volgens een compendium van medisch vocabulaire in die tijd werd het samengesteld uit opium, zaden van bilzekruid en goudenregen en allerhande in- en uitheemse kruiderij, terwijl honing en arabische gom als smaak- en bindmiddel fungeerden. De consument moest het voor gebruik mengen met wijn of anijswater en het vond hoofdzakelijk toepassing bij longkwalen, maar ook wel bij een simpele verkoudheid. “Beneemt het hoesten terstont”, aldus de Nieuwe veldmedicine, een handboekje voor legerchirurgijns uit 1693. Het Huishoudelyk woordboek van Chomel (1743) noemt filonium bij het lemma “Verdoofmiddelen, narcotica of slaapmiddelen”, terwijl het Nieuw en volkomen woordenboek uit 1777 het schaart onder de opiata of “middelen onder welken de opium geteld wordt”. Tot zover het voornaamste bestanddeel. Erg veel moeite kostte het niet om aan philonium te komen, want je kon het destijds gewoon kopen bij de barbier om de hoek, die het dan vast in een minder fraaie pot zal hebben bewaard dan de apotheker dat deed.

Geert Jans voegde een getuigenverklaring bij zijn verzoekschrift om zijn relaas te staven. “Met uiterste verlegenheid teffens schaamte angedaan” vroeg hij de drost om een maatregel, liefst het “prodiga” verklaren van zijn vrouw. Dat betekende dat ze officieel tot een verkwistster en doorbrengster bestempeld werd, zodat ze onder curatèle gesteld kon worden.

De drost willigde dit verzoek in. Van de prodiga-verklaring zou een akte in de daarvoor gebruikelijke vorm worden opgesteld,

“om ter plaatse van haar woninge gepubliceeerd en angeslagen te worden tot een jeder narigt.”

Daarmee stond Swaantje er in haar woonomgeving als een paria op, want mensen die hun eigen en andermans goed erdoor jasten werden met de nek aangekeken. Iemand die daarna nog spullen van haar durfde kopen kon worden beschouwd als een heler. Iemand die haar daarna nog geld leende, had het geheel aan zichzelf te wijten als hij dat geld niet terugkreeg.

Uiteraard heb ik geprobeerd om Geert en Swaan via Alle Groningers wat beter in beeld te krijgen. Hij bleek uit Oostwold te komen en zij uit Winschoten, toen ze in 1740 in Winschoten trouwden. Daar in Winschoten werden ook hun kinderen geboren:

  • 1742: Sijben
  • 1743: Jan
  • 1750: Geesien
  • 1753: Geesien

Uit het feit dat beide laatste kinderen dezelfde naam kregen, mag je aannemen dat het voorlaatste overleed. Mogelijk drukte Swaantje het verdriet daarover weg met philonium?

Hoe het ook zij, aan het rekest danken we de eerst bekende drugsverslaafde van Winschoten, en waarschijnlijk ook de eerste cold turkey.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (rechtsarchief Oldambt) inv.nr. 6119 (samengevatte rekesten met de kantbeschikkingen), die van 4 mei 1752.

Advertenties

4 reacties on “De eerste junkie van Sodom”

  1. Griemmank schreef:

    Triest, zeg. Tegenwoordig staat er een batterij hulpverleners voor een verslaafde klaar, maar toen werden mensen gewoon uitgekotst. Niemand verdiepte zich in het hoe en waarom.

  2. Simon schreef:

    Interessant verhaal! Ik had nog nooit van Philonium gehoord. Bijzonder toch dat opiumhoudende middelen redelijk gemakkelijk verkrijgbaar waren in vroegere tijden!

  3. boomkruiper schreef:

    Ach hoe triest voor Geert Jans, zijn kinderen maar ook Swaantje


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s