Sappemeerster Elfringen en Olderwetsche Zeeuwen

dsc08368

Twee maal bleef de Veendammer Albert Gerrits in gebreke. Drie weken na Sint Jacob 1787 zou hij Jan Derks, een koopman van buiten de streek, “50 zakken zoomer zeeuwse aardappelen en 50 zakken elfring aardappelen” leveren. De eerste soort was blijkbaar wat beter dan de andere, want de Zeeuwen deden ruim 16 stuiver de zak, terwijl de Elfrings 2 stuivers minder kostten.

Wat later beloofde Albert Gerrits bovendien Jan Derks voor Slochtermarkt 1000 zakken “elfring aardappelen” te fourneren voor 8 stuivers per zak, met nog 8 dukaten op de koop toe. Omdat Jan beide keren de beloofde piepers niet ontving, sprak hij Albert erop aan voor het Oldambtster gerecht. Het ene zaakje eindigde met een schikking, het andere komt daarna evenmin ter sprake, zodat ook dat zal zijn bijgelegd.

Deze rechtszaakjes zijn interessant om de tijdsaanduidingen en – vooral – de beide aardappelrassen. Slochtermarkt (de eerste woensdag van oktober) was kennelijk een algemeen bekende verwijzing. Over Sint Jacob heb ik het hier wel vaker gehad. De laatste melding die ik zag, was van 1745, maar ook in tweede helft van de achttiende eeuw kende men de heiligendag blijkbaar nog.

Van de beide aardappelrassen had ik nog nooit gehoord en ik dacht even dat het ging om de oudste melding van aardappelrassen überhaupt, maar daarin bleek ik me te vergissen. Bieleman citeert in zijn magnifieke proefschrift namelijk een vooraanstaand Eeldenaar die circa 1773 melding maakte van tien soorten aardappels, waaronder Zeeuwse Rode en Elferingen.

Volgens die Eeldenaar was de aardappel in zijn omgeving inmiddels een “algemene spijs” bij rijk en arm geworden. Bij de gegoeden stond er zelfs aardappeltaart op het menu. De armen aten al helemaal geen andere kost meer dan piepers. Daar in Noord-Drenthe was de opmars van de knol in 25 jaar voltooid, want de allereerste melding van aardappelteelt hier kwam in 1748 uit Zuidlaren. In de naburige veenkoloniën begon men er een jaar of wat eerder mee. Of het daar net als op het zand de grotere boeren waren, die ermee pionierden, is vooralsnog onbekend, maar ligt voor de hand.

Volgens de sociograaf Keuning bestond er voor 1773 al veenkoloniale uitvoer van consumptieaardappelen naar Hamburg. Het ging onder meer om Sappemeerster Elfringen en Olderwetsche Zeeuwen. Blaupot ten Cate noemt dezelfde soorten voor 1800, toen er zo’n 200.000 zakken vanuit de veenkoloniën naar Hamburg werden verscheept.

Dominee Rutgers van Kolham meldt dat de Elfringen daar omstreeks 1790 als beste aardappelras algemeen werden verbouwd. Rond 1850 kwam de variëteit nog steeds “legio” voor in die omgeving.

Zijn ambtgenoot Uilkens van Wehe en Zuurdijk, die zijn tuindershandboek (1855) nog veel meer soorten noemt, schaart de Zeeuwen en Elfringen bij de vroege aardappels en heeft een alternatieve naam voor de laatsten:

“Elfringen, ook Muizen genaamd, groeijen uitmuntend op zand en duingronden. Zij schieten hare wortelen uit de vele putten die deze aardappels hebben, doch door den bovengrond en minder benedenwaarts, waarop men dezelve op grooteren afstand poot dan de kruipers; zij hebben veel loof en eene witte bloem. De knol is langwerpig en fijn van meel, doch het zware of dikke einde van den knol is beter van smaak als het dunne puntige, zijnde deze punt ook meer witachtig, spekkig of glazig, dan het dikke einde, wanneer men den aardappel gekookt heeft.”

Een jaar nadien memoreert T. Borgesius, landeigenaar en burgemeester van Oude Pekela,  dat de fijne consumptie-aardappels van de zandige klei of zavel, ook in Groningerland, geheel verdwenen zijn door de aardappelziekte die vanaf 1845 heerste:

“zoodat het, bij het eventuee ophouden der ziekte, zelfs zeer moeilijk zal vallen, om de muisjes, Zeeuwschen en Elfringen-soorten in voldoende hoeveelheid ter uitplanting te verkrijgen.”

Ook Molema maakt later in zijn Groninger woordenboek melding van de Elfringen, volgens hem elders ook wel ‘Elfen’ genoemd. Bij het lemma terzake voert hij een hele reeks aardappelrassen of -variëteiten van voor 1845 op, waaronder de ‘zomerzijsen’ ‘zömerzeeusen’, ‘zeelanders’ of ‘zeilanders’. Met de Elfringen behoorden deze tot de puikste soorten.

De Elfringen en de Zomerzeeuwsen, beide namen staan ook op de Oranje Lijst van de Oerakker, een stichting voor het behoud en gebruik van oude groentegewassen onder auspiciën van de Wageningse universiteit. Bij beide rassen staat evenwel aangetekend dat ze niet meer in de handel zijn, en dat er zelfs geen genetisch materiaal van bewaard gebleven is. Wat ooit doorging voor een beste aardappelsoort, lijkt nu dus van de aardbodem verdwenen.

Bronnen:

  • RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 59 (civiele processen) notities d.d. 28 augustus, 16 oktober en 20 november 1787.
  • Jan Bieleman, Boeren op het Drentse zand (1987) 536-538 en achterin bij de noten 537-543, noot 97.
  • H. Molema, Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19de eeuw (Groningen 1887) 100, lemma elfringen.
  • S.J. Rutgers, Beschrijving van Kolham (Groningen 1849) 80-81.
  • S. Blaupot ten Cate, Voorlezing over de opkomst van de veenkoloniën Hoogezand en Sappemeer (Hoogezand-Sappemeer 1854) 41.
  • T. F. Uilkens, Groot Warmoeziershandboek deel I (Arnhem 1855) 12.
  • T. Borgesius, ‘Verhandeling over de teelt van aardappelen op veenondergronden of zogenaamde dallanden’, Tijdschrift ter bevordering van Nijverheid 1856, 277.
  • J. Kok, Het landbouwbedrijf in de Veenkoloniën (Deventer 1919) 62-67.
  • H.J. Keuning, De Groninger veenkoloniën; een sociaal-geografische studie (Amsterdam 1933) 122-125.
Advertenties

3 reacties on “Sappemeerster Elfringen en Olderwetsche Zeeuwen”

  1. aargh schreef:

    Van elfringen had ik inderdaad nooit gehoord, maar muizen koop ik af en toe bij de aardappelenman op de markt. Zou de naam elfringen van een persoon komen? Die naam ken ik wel, en waar komt die dan weer vandaan.

    • groninganus schreef:

      Dat is een goeie vraag. In de 17e en 18e eeuw was er een familie Elfring in de stad, die in 1738 voor het eerst ook in Sappemeer opduikt. Maar Elf(e)ring(en) schijnt ook een Duitse plaats geweest te zijn.

  2. Reina schreef:

    Ben het met aargh eens, elfring? nooit van gehoord, maar de naam muizen deed al een belletje rinkelen en de beschrijving lijkt helemaal te slaan op Andijker muisjes, tot aan het puntige uiteinde toe dat er minder smakelijk uitziet toe, Wie was die vooraanstaande Eeldenaar, heb je daar een naam bij? Een aardappelras dat ook niet meer verkocht wordt, maar het op de Eelder grond ook goed deed, was de Libertas, door ons gewoon Liebertha genoemd, als een meisjesnaam, niet als vrijheid ik weet niet eens meer hoe hij smaakte en kookte, maar ik blief er wenst naor hollen, zoals wij dat zeiden. Reina


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s