Reizigers beroofd van leeftocht

Natuurlijk mochten Meindert Harms en Erenst Hindriks controleren op de aangifte en betaling van een belasting, namelijk de bieraccijns. Dat jaar pachtten beide Noordbroeksters immers de inning van die impost in het Oldambt. Ook hun metgezel Rudolph Keun had wel degelijk een fiscale opsporingsbevoegdheid, want hij was chercher in Meeden, zodat hij toezag op de aangifte aldaar van het gemaal, een belasting die men moest betalen voor graan dat naar de molen ging. Maar de bevoegdheden van dit trio strekten zich niet uit tot andere belastingen, en dat was nou net, wat ze wel deden voorkomen. Op 24 oktober 1727 patrouilleerden ze in de heidevelden tussen Pekela en Meeden, een berucht smokkelgebied, hielden er een paar, waarschijnlijk Duitse voetreizigers aan en gingen daarbij hun boekjes ver te buiten. Zoals in het vonnis van Meindert staat, maakte elk van de drie zich eraan schuldig,

“onder praetext van op het frauderen der gemeene middelen inquisitie te doen, hem heeft onderstaan met sijne meede complicen twee vreemdelingen over het veen van de Pekell A na de Meeden passerende, te beroven van twee schinken, 2 stoeten en eenige nieuwe jaarskoeken, niet tegenstaande geen pagtenaer van de wage was, nogh van deselve gelast, en de hammen ònder het gewigte den impost van de wage subject…”

De quasi-belastingcontroleurs hielpen de reizigers dus van hun leeftocht af: hammen, brood en koeken. Aardig is dat we deze mondkost kunnen vergelijken met het voedsel dat een Westfaalse hannekemaaier anno 1767, maar dan in het voorjaar, bij zich had. Ook hij nam brood en koek mee, maar koos voor worst in plaats van ham. Opmerkelijk aan het geval in 1727 is trouwens, dat er eind oktober al nieuwjaarskoeken in omloop waren: in de verkrijgbaarheid lang voor de datum, zijn onze pepernoten blijkbaar niet uniek.

Voor hammen van boven een bepaald gewicht moest er waagaccijns betaald worden, maar daar hadden de drie speurneuzen uit Noordbroek en Meeden niets mee uit te staan, en dus ook geen opsporingsbevoegdheid voor. Bovendien haalden de hammen van beide vreemdelingen niet eens het vereiste gewicht waarvoor waagaccijns betaald moest worden.

Desalniettemin namen de de drie ´controleurs´ zowel de schinken als de stoet in beslag, om ze naderhand onder elkaar te verdelen. En dat terwijl ze donders goed wisten,

“dat de goederen over sluikerijen angehaalt niet tot particulieren gebruik mogten emplojeren maar in sequester (= verzekerde bewaring, HP) brengen”.

Waarschijnlijk doordat de reizigers hun beklag deden, kwam het weldra uit. Het trio ‘controleurs’ belandde in het Geweldige Hof, zeg maar het huis van bewaring in Groningen. Gedeputeerde Staten, die recht spraken in belastingzaken, keurden het machtsmisbruik sterk af, ze vonden dit eigenlijk

“een seer zware misdaat, d[i]e anderen ten exempel, op het swaarste behoorde te worden gestraft”.

Desalniettemin streken de Heren Gedeputeerden met hun hand over het hart, en veroordeelden elk van de drie knevelaars tot een boete van 50 gulden, die meteen moest worden voldaan. Gebeurde dat niet, dan ging de schuldenaar voor acht dagen op water en brood in het “stockhuis”. Uiteraard moest het trio ook nog de beroofde vreemdelingen hun schade vergoeden en de rechtskosten betalen.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1 (archief Staten van Stad & Lande) inv.nr. 1351 (sententies in fiscale- en militaire zaken), bepaaldelijk die van 6 januari 1728.

Advertisements

One Comment on “Reizigers beroofd van leeftocht”

  1. Reina zegt:

    Geen hannekemaaiers meer in oktober, erder lappiespoepen en zo (poepen komt trouwens van een plat Noord-Duits woord voor papen, roomsen, gebezigd door de talrijker Luthersen in Noord-Duitsland en in Noord-bederland geintroduceerd NF Poapen, Poopen, Drenthe en Groningen verbasterd tot poepen, omdat Duitsers ook houten gesneden poppen Duits Puppen of poeppen Nederland binnen brachten) gewoon twee reizigers die vergeten hadden invoerrechten te betalen en de hammen waren toch al te klein daarvoor.Kleine hammen en dan verkopen over de grens, de nood moet hoog zijn geweest aan de andere kant van de grup. Zij hadden minder te vrezen van de overheid dan de drie Grunnegers, ze deden dus aangifte. Net als in onze tijd kwamen de heren deugnieten, die voor eigen gewin belastingbeambte speelden en eetwaar in beslag namen, er genadig af.
    Overigens, de nieuwjaarskoek zal een soort van zoet brood zijn geweest, lang houdbaar door gebruiik te maken van krenten en rozijnen en anijs (krenten van krentenboompjes zijn ook eetbaar) en misschien honing van eigen korven, zeg maar een soort krenten/suikerbrood van een taaistaai-achtig deeg van meest roggemeel. Je zat er met je pepernoten niet ver naast, ik vraag me trouwens af of het waar was voor een jaarmarkt, Zuidlaarder- en Winsumerbaistemaarkt waren al geweest, maar er waren vast nog wel meer jaarmarkten in die omgeving waar je met wat klein uitgevallen hammen meer kans maakte op verkoop dan op die grote jaarmarkten.
    Overigens, de paaseitjes liggen al twee weken in de schappen van de supers, dus begin ik al weer aan het kopen van Sint chodoladeletters te denken, je wilt er toch op tijd bij zijn, niet waar? Geintje! Reina


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s