Hoe een snikkevaarder zijn trekschuit kwijtraakte

Trekschuit op een prent van Reinier Vinkeles. Collectie Rijksmuseum.

Trekschuit op een prent van Reinier Vinkeles. Collectie Rijksmuseum.

Je had in Stad en Lande provinciale trekvaarten, zoals het Damsterdiep, het Boterdiep en het Hoendiep. En je had er stedelijke trekvaarten, zoals het Winschoterdiep en het Muntendammerdiep. Zowel de provincie als de stad zorgde voor de eigen kanalen. Dit gold ook voor de flankerende trekpaden, waarover de paarden liepen die de trekschuiten voorttrokken. En terwijl de provincie toezicht hield op de provinciale trekschippers (en hun snikkejongens), deed de stad dat voor de stedelijke.

In de stedelijke prothocollen kwam ik echter niet zo’n mooi zaakje tegen als vandaag in een sententieboek van Gedeputeerde Staten. Dronken trekschippers waren er natuurlijk ook wel op de vaarten van de stad, maar dit provinciale gevalletje is toch extra speciaal en buitencategorie.

Het ging om Albert Jans. Hij bevoer als huurder van trekschuit numero 5 het Hoendiep van de stad naar Strobos, in dit geval vice versa. Op maandag 3 november 1760 vertrok hij nog volgens dienstregeling om 8 uur ’s morgens uit Stroobos, maar was zo dronken,

“dat de schuite in plaats van des middaags te 12 uur, dien naedemiddag tegens vier uir eerst bij de stad is aangekomen…”

(En dan klagen wij nog over de NS.) Blijkbaar was Albert zijn snikkejongen net zo dronken, want die kon het trekpaard op zeker moment niet langer berijden. Daarom had de schipper diens plaats op het paard ingenomen, wat bepaald niet verstandig was, want

“hij op het peerd sittende bij het tweede verlaat soo sterk heeft aangerukt, dat de schuit soo ver op de sijd sloeg dat het water tot het luik is ingeslagen, wanneer de lijn door een der passagiers tot voorkominge van verdere ongelukken zijnde losgemaakt, de schuit op het land is geraakt, alwaar anderhalf uur heeft moeten zitten, zijnde intusschen Albert Jans met het peerd en de lijn tot digt aan de stadt voortgereden sonder te weten dat de schuite miste.”

Met andere woorden: onze snikkevaarder had zijn paard eerst zoveel haast laten maken dat de trekschuit zwaar slagzij maakte en bijna kapseisde, zodat het water de toegang naar het passagiersruim al binnenkwam. Vervolgens had een van de passagiers pijlsnel de lijn losgegooid. Maar de schipper merkte hier niets van. Hij reed doodgemoedereerd door tot hij bijna in de stad was.

Gedeputeerde Staten vonden deze omgang met hun openbaar vervoer minder amusant. Een week later lieten ze Albert Jans ophalen en naar het provinciale cachot overbrengen. Daar mocht hij acht dagen op water en brood nadenken over zijn zonden.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1 (Staten van Stad en Lande) inv.nr. 1352 (sententieboek GS) 10 november 1760.

Advertenties

4 reacties on “Hoe een snikkevaarder zijn trekschuit kwijtraakte”

  1. John de Groot schreef:

    Wel een logistiek puzzeltje. Je vraagt je af hoe dat verder verlopen is met de snik nadat die stil was komen te liggen. Uiteindelijk is men op de plaats van bestemming aangekomen, maar hoe. Is er op een of andere wijze een vervangend trekpaard gekomen of is de snik door de reizigers zelf met mankracht verder getrokken.

  2. Harmien schreef:

    Dat plaatje toont een vrij deftig gezelschap op de trekschuit.
    Mogelijk tonen enige locale Hooge Pieten de ligging van het land aan Koning Lodewijk Napoleon ?
    En dus later dan het verhaal.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s