“Hai mout daomee maor eens bloud zain, anders vil we hom dei bliksem”

In zijn nummer van 1 januari 1873 nam het dierenbeschermingsblad Androcles een ingezonden brief over uit de Groninger Courant van twee maand eerder. Deze brief deed verslag van een reisje per barge (ijzeren trekschuit) van Uithuizen naar Groningen en de scheepsjagers kwamen er qua behandeling van hun paard niet al te best af:

“Vrijdag, 31 October, circa 3 uur vertrok de barge van Uithuizen, om langs Kantens, Middelstum, enz. naar Groningen te gaan. Daar zulks de eenige publieke gelegenheid was, zal men zich niet verwonderen , dat het reispersoneel niet schaarsch kon zijn, ’t welk werd overgelaten aan het al of niet kunnen en willen van één paard. Ik spreek hier van kunnen en willen, omdat het paard, waarmede het publiek vrijdag was gezegend, noch met de eene, noch met de andere eigenschap scheen begiftigd te zijn. Op elk, die het geraamte aanzag, maakte het den indruk, dat het reeds dood was, maar nog uit gewoonte voortliep, welk gevoelen bevestigd werd, toen het tusschen Uithuizen en Kantens zijne gewoonte van loopen vaarwel zeggende, omviel, zoodat het in eene sloot te recht kwam.

Uitgeput van vermoeienis en ellende scheen het nu de eeuwige rust te zijn ingegaan, daar het onbeweeglijk als een doode lag; doch toen men nog een flauw leveusteeken bespeurde, werd het gedoemd om op te staan en ons naar Groningen te trekken, en moest het dus weer, hoe dan ook, uit de sloot worden gehaald, hetwelk na een paar uren gelukte en waarbij men in de gelegenheid was om te zien, dat een paard niet zoo heel spoedig wordt doodgemarteld.

Dat door dit incident (’t is en blijft een wonder, dat het ’s morgens ook niet heeft plaats gehad, daar het uitgeteerde dier dien dag reeds de reis van Groningen naar Uithuizen had gemaakt) veel reizigers teleurgesteld en verdrietig werden , zal ik niet bespreken. Doch wel stip ik hier met verontwaardiging aan, de zoo onkiesche praatjes van de schippers bij het roer, zooals: “Hai mout daomee maor eens bloud zain, anders vil we om dei bl…..” en dergelijke aardigheden, of liever schandelijkheden meer. En laat staan nog die woorden; maar achter Middelstum werd de daad daaraan toegevoegd en de onmenschelijke methode van “bloud zain” toegepast. Want nadat wij eerst nog wat stil lagen , ging eindelijk iemand van de schuit, gewapend met een ….haak, op het beest af en liep er nu achter, het arme dier gedurig prikkende en stekende, zoodat er dan “bloud genog” was.

Tusschen Onderdendam en Bedum stonden een paar korenschippers ons hun paard af, hetgeen overal was geweigerd; ik houd het er voor, omdat het voor één paard niet doenlijk is een schuit te trekken, waarin ongeveer 40 personen zitten, zoodat wij nog (!) voor tien uur te Groningen aankwamen.”

Advertenties

2 reacties on ““Hai mout daomee maor eens bloud zain, anders vil we hom dei bliksem””

  1. Simon schreef:

    Het valt me zwaar tegen dat de passagiers van de schuit niet heftiger reageerden dan
    “teleurgesteld en verdrietig”. Dierenmishandeling werd toen kennelijk geaccepteerd.

  2. Wieneke schreef:

    Walgelijke mensen zijn van alle tijden. 😦


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s