Schoolmeester Leegkerk keek onder hemd van domineeszoon

De kosterij van Leegkerk, gezien vanuit het zuidoosten.

In de zomer van 1641 benoemden Gedeputeerde Staten van Stad & Lande een nieuwe koster-schoolmeester in Leegkerk. Het betrof Berend Jans uit Westeremden en het provinciebestuur koos hem niet zelf uit, want Berend kreeg de betrekking “op voorstel van den pastoor & gemiente”. De ingezetenen van Leegkerk, met hun predikant ds. Abel van Bolhuis voorop, moeten dus blij zijn geweest met Berends komst.

Ruim een jaar later bleken de verhoudingen danig verstoord. In de classis Westerkwartier, die via de predikanten en kerkeraden toezag op de schoolmeesters en hun onderwijs, moest Berend Jans op het matje komen. Tegen de schoolmeester van Leegkerk waren, denkelijk door zijn kruiwagen, de predikant aldaar, vijf “swaere clachten” ingediend. Ziehier het lijstje met meesters zonden:

  1. dat hij ten huise van Harmen Hebrants in t’ bier gelach end’ bij droncken lieden psalmen D[avi]ds gesongen hadde, end’ tot ofstant vermaent, geseit hadde ick hebbe de brui van de papen.
  2. dat hij sijn pastoor met vuile reden, met liegen t’ heeten, end’ uitdagen qualick beiegent hadde.
  3. dat eenige jonge maegden t’ schoele gaende in sijn bijwesen die venten de broecken hadden ofgestreecken end’ hij des pastoors vent Alle het hemd hadde opgelicht.
  4. dat hij op sondagh onder predicatie sonder noot in een ander mans lant hadde gaen hoijen, end’ sijn eegen op voermiddach hadde doen anmenden.
  5. Een ander enormiteit begaen om reden niet exprimeert.

Vermoedelijk hoorden de eerste twee klachten bij elkaar. In een herberg of bij een nabertering werd flink wat bier gedronken, mensen waren dronken geraakt en de schoolmeester, die op zondag tevens in de kerk optrad als voorzanger, was uitgebarsten in psalmgezang. Iemand, waarschijnlijk de predikant, vermaande hem om dat niet te doen: heilige gezangen bij een slemppartij, dat gaf immers geen pas. De schoolmeester reageerde verbolgen, noemde ds. Van Bolhuis met zoveel woorden een leugenaar en daagde hem uit, iets wat je voor die tijd letterlijk moet nemen: Kom jij maar eens mee naar buiten, dan vechten we het daar wel uit.

In de classis bevestigde meester dat hij bij de slemppartij was geweest en er psalmen was gaan zingen. Maar hij zou niet hebben gezegd dat hij genoeg had van “de papen” (bijv. dominee). Om het smaden, schelden en uitdagen van de predikant draaide hij eerst heen, zonder dat hij het ronduit durfde ontkennen. Op beide punten lagen er getuigeverklaringen die de aanklacht ondersteunden.

Dat er enige schoolmeisjes over de broeken van de jongens hadden gestreken, was niet in zijn bijzijn gebeurd, aldus de onderwijzer. Hij negeerde de aantijging dat hijzelf onder het hemd van het domineeszoontje had gekeken. Was het verhaal over de broekenstrijkerij aan hem verklikt of opgebiecht en probeerde hij de jongen te kleineren door quasi te inspecteren of er nog enig effect bespeurbaar was?

Dat Berend Jans zonder enige noodzaak (zoals naderend onweer) iemand op zondagochtend hielp bij het hooien, gaf hij grif toe, evenals het zondaagse vervoer van hooi naar de kosterij en de onnoemelijke en daarmee nogal raadselachtige “enormiteit”.

De classis, die de klachten, getuigeverklaringen en meesters bekentenissen “rijpelick” overwoog, was unaniem van oordeel dat mr. Berend Jansen wegens zijn “schandelijke, ergerlijcke end’ onlijdelicke comportamenten” eigenlijk ontslag op staande voet verdiende. Een dergelijk figuur hoorde niet langer de “so eerlicke kercken-dienst end’ schoeldienst t’ bedienen”. Het was dan ook alleen “om sijn swacke huisfrouwe end’ armlicke kinderen” dat Berend de komende koude winter nog met zijn schoolwerk door mocht gaan. Hij werd echter tot nader orde geschorst als voorlezer en voorzanger in de kerk. Ook werd hij geschorst als lidmaat; hij mocht dus voorlopig niet meer aan het heilig avondmaal deelnemen. De deputaten van de classis zouden bovendien bij de provinciale rentmeester Verrucius beslag laten leggen op “sijn toekomende wintertractement”, tenzij ds. Van Bolhuis van Leegkerk getuigenis kon geven van “merkelijke beteringe van zijn fouten en van een recht godtsalich levent”. Ging Berend “tegen de last van sijn beroepinge” nogmaals in de fout, dan ontsloeg men hem zonder pardon uit al zijn functies.

Berend Jans kreeg dus niet zijn congé, zoals Bottema meent, de classis liet hem slechts bungelen. En hielp dat? Ja, het zag ernaar uit van wel. Op 12 oktober, een maand na de schorsing van Berend als voorlezer, voorzanger en lidmaat, vertelde ds. Van Bolhuis in de classis dat zijn schoolmeester “sick niet verslimmerde in sijn comportement”. De predikant vroeg daarom of de meester zijn kerkelijke taken weer mocht oppakken. De classis besloot dat aan ds. Van Bolhuis en zijn kerkeraad over te laten – dominee moest daarin handelen “tot godes ehre ende stichtinge siner gemeente”.

Inderdaad kreeg Berend zijn functies weldra terug. In november rapporteerde ds. Van Bolhuis, dat hij de schoolmeester had voorgehouden zich voortaan netjes te gedragen, zodat er geen klachten meer over hem zouden zijn. Waarop de schoolmeester beloofd had “door godes genaede” zijn leven te beteren. Omdat er verder ook niets meer op hem aan te merken viel, zou de meester tegen Kerstmis ook wel weer aan het avondmaal mogen deelnemen.

Of er later nooit geen klachten meer waren, weet ik niet, zover ben ik nog niet gekomen in het classisprothocol. Berend Jans stierf in elk geval in 1666 als koster en schoolmeester van Leegkerk.

Bronnen:

  • Jaap Bottema, Naar school in de Ommelanden (Bedum 1999) 42, 104, 173.
  • RHC Groninger Archieven, Toegang 1 (archief Staten van Stad en Lamnde) inv.nr. 126 (Akten- of resolutieboek GS) 12 juli 1641.
  • RHC Groninger Archieven, Toegang 180 (archief classis Westerkwartier) inv.nr. 3 (handelingen) 5 september 1642, 12 oktober 1642, 21 november 1642.

De kosterij van Leegkerk, gezien vanaf het westen.

Advertenties

5 reacties on “Schoolmeester Leegkerk keek onder hemd van domineeszoon”

  1. Wieneke schreef:

    Ja, ze waren vroeger niet zo lief tegen zondaars als nu. 😉

  2. jan van bolhuis schreef:

    Ter aanvulling:Allert is niet de zoon van de dominee, maar zal zijn knecht zijn geweest. Het woord “vent” voor knecht komt meer voor. Ds Abel van Bolhuis x Reintje Sijgers had de volgende kinderen: Lambert, Joannes, Leo, Hillegien/Helena, Anna, Sijger en Ettien

    • groninganus schreef:

      Dag Jan,
      Weet je het heel zeker? Wat is de bron voor deze namen? Want er is geen doopboek bewaard van de gemeente Leeg- en Hoogkerk uit die dagen en bij latere stukken is het natuurlijk maar de vraag of ze alle kinderen (ook die overleden zijn) wel noemen.

      • jan van bolhuis schreef:

        Wat betreft Lambert en Leo:
        GrA RA, SA 12, 13, Stipendia 1655, 1656, 1658 1659, 1660, 1661, 1662, 1663, 1664, 1665, 1666 GrA RA 1/2407 SA. (anno 1663), fol. 484vo, kopje `Studenten stijpendia’
        Hieruit blijkt dat Lambert en Leo, broers zijn ingeschreven als student.
        Lambert is, conform de vernoemingsregels keurig vernoemd naar de opa van vaderszijde.
        GrA RA RA III E 57, 13.5.1673
        Advocaat Leo wordt aangesproken voor schulden die Lambert bij zijn overlijden heeft nagelaten. Hij ontkent erfgenaam van zijn broer te zijn.
        GrA RA RA III hh 2, 3.6.1673
        Advocaat (Leo) Bolhuis voormond over de kinderen van Jannes à Bolhuis
        GrA RA RA 731/7429, oud V x 11 fol 199v, 17.3.1670
        HC van Leo en Swaantien Stickers. Aanwezig Anna van Bolhuis x ds Hommerikhuizen als zuster en zwager, Helena vB en Abraham Boudron idem, Sijger en Ettien van Bolhuis, broer en zuster,

        Hiermee zijn de broer en zuster relaties bewezen. Een Allert komt er niet in voor.
        Nu de relatie met Abel Lamberts van Bolhuis x Reintje Sijgers.

        GrA RA III E 50 Nedergericht 20.8.1667
        Jan Bolhuis wordt aangesproken als erfgenaam van zijn moeder.
        GrA RA III x 48 fol 332, 28.10.1667
        Johannes van Bolhuis, Leo à Bolhuis en Abraham Boudron, erfgenamen van hun oom de hopman Geert Sigers
        GrA RA III ij, 7.8.1670
        Erfgenamen van Geert Sigers zijn (o.m.) ds Johannes Hommerck¬hui¬sen noie uxa, Abel Wijpkens idem, de kinderen van wijlen Joannes van Bolhuis, Hilletien van Bolhuis wed Boudron en de kinderen van wijlen Leo van Bolhuis.

        Ja, ik ben er dus zeker van.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s