Demografische effecten van een polderaanleg

Sprekend over het Oldambtster Oostwold, zegt de Tegenwoordige Staat van Stad & Lande uit 1794:

“Het lag voorheen op den uithoek des Dollards en was daarom, evenal Finsterwold, eene wykplaats voor de garneelvisschers, Maar zedert de indykingen van den noorder inham, vooral zedert de laatste van 1769, is het een treffelyk dorp geworden…”

Met andere woorden: Oostwold was voor de indijkingen een armoedig vissersplaatsje, maar kreeg vooral na de totstandkoming van de Oostwolderpolder (1769) een heel ander, vooral welvarender aanzien.

Die polder vermeerderde het aantal boerderijen en het areaal akkerland en zorgde daarmee voor een groeiende werkgelegenheid. Op een doorsnee-Oldambtster boerderij werkten destijds zo’n drie of vier inwonende knechten en meiden, en zeker in het drukke zomerhalfjaar kwamen daar nog ettelijke dagloners bij. Je zou dus kunnen veronderstellen dat de ruimtelijke en economische ontwikkelingen zouden doorwerken in de aantallen huwelijken en gedoopte kinderen in de plaatselijke hervormde gemeente, die bijna de gehele plaatselijke bevolking herbergde. De aantallen huwelijken en dopen zouden moeten groeien. Maar was dat ook zo?

Eerst maar de huwelijken. De volgende grafiek geeft hun aantallen per vijf jaar weer over de periode 1730-1809:

De aanleg van de polder had wat betreft de in Oostwold geregistreerde huwelijken een enorme boom ten gevolge. In de 40 jaar voor 1770 was het gemiddelde 14 huwelijken per vijf jaar, daarna werd dat gemiddelde 43 huwelijken voor eenzelfde tijdsbestek, een verdrievoudiging. Voor 1770 was er bovendien sprake van een dalende trend, zeker als je de tweede helft van de jaren 1760 buiten beschouwing laat. Na 1770 was de trend stijgend.

Dan de aantallen gedoopte kinderen over dezelfde periode:

De dalende trend van voor 1770 bij de huwelijken, zien we in verhevigde mate terug bij de aantallen dopen. Mogelijk was er vergrijzing en trokken er al jongere vissersgezinnen weg naar plaatsen waar eerst niet brede kwelders moesten worden overgestoken om garnalen en bot te kunnen vangen. In de tweede helft van de jaren 1760 neemt het aantal dopen plots weer wat toe. Het lijkt een voorschot op wat komen ging – vestigden zich voor de inpoldering al daarop anticiperende gezinnen? In elk geval was in de 40 jaar voor 1770 het gemiddelde 43 dopen per vijf jaar, daarna werd dat 80 dopen voor eenzelfde tijdsbestek, een verdubbeling. De inpoldering zorgde dus onmiskenbaar voor een groter kindertal. al ging de groei niet zo snel als bij de huwelijken.

Oostwold kreeg inderdaad een heel ander aanzien, demografisch gesproken.


4 reacties on “Demografische effecten van een polderaanleg”

  1. Rob Alberts schreef:

    Vandaag hebben mijn leerlingen hun examen Aardrijkskunde gemaakt.

    Over jouw blog was een mooie vraag te bedenken.

    Mooie blogpost

    Zonnige groet,

    • H.Torenbeek schreef:

      Rob, welke klas, en is dit ergens on-line te vinden? Ben geinteresseerd in wat en hoe Nederlandse kinderen heden ten dage leren…


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.