‘Een ongescheiden praam of bolschip’

In het oudste repertorium van notaris Koning van Finsterwolde, trof ik een verwijzing aan naar een akte van 3 maart 1869, waarbij Freerk Harms Boog aan Elzo Heikes Perton een halve praam verkocht voor 50 gulden.

Zowel de koper als de verkoper was in Finsterwolde woonachtig. Elzo, een dagloner van middelbare leeftijd, was mijn betovergrootvader. Freerk, evenzo dagloner, en al bejaard, was sinds 1857 Elzo’s schoonvader. Vandaar dat ik deze op zich misschien onbeduidend lijkende akte maar eens opzocht, ook omdat zulke transacties tussen arbeiders niet zo heel vaak voorkwamen.

In de akte staat het overgedragen goed wat ruimer omschreven als

“De ongescheiden helft in eene opene praam of zoogenaamd bolschip, groot negen tonnen in den jare achttienhonderd zeven en vijftig nieuw gebouwd te Winschoterzijl en in de Nederlanden te huis behoorende.”

Erg groot was de schuit dus niet en dan ook nog mandelig. Wie de andere helft bezat, staat er niet bij, maar mogelijk was die al van Elzo – 1857 was namelijk ook het jaar dat hij met Geeske, de dochter van Freerk trouwde. Als de gissing juist is, dan namen Elzo en zijn schoonvader voor gezamenlijke rekening werkzaamheden aan, bijvoorbeeld het vervoer van grond, kwelderhooi, steen en hout. Nu had Finsterwolde niet zoveel wateren waarop je met zo’n praam uit de voeten kon, eigenlijk ging het alleen om het Beersterzijldiep, het Bellingwolderzijldiep, de Buiten-Tjamme en de Dollardgeulen. De actieradius van de schuit zal dan voornamelijk aan de oostkant van Finsterwoilde hebben gelegen, waar Ganzendijk, Finsterwolderhamrik, Hongerige Wolf, Kostverloren, Beersterhogen en Ulsda de bereikbaarste nederzettingen waren. In de akte staat dat Freerk niet kon tekenen, “wegens zwakheid van het gezicht”. Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom hij van zijn aandeel in de schuit afwilde: hij kon het werk niet meer naar behoren doen.

Elzo betaalde de 50 gulden koopsom meteen bij de notaris aan zijn schoonvader. Een som van 50 gulden was in 1869 heel wat voor een arbeider, misschien wel een een vijfde à een kwart van wat hij in een jaar kon verdienen. Veel arbeiders zaten na de winter ook in de schulden. Dat een arbeider over zo’n praam beschikte, kwam niet zo vaak voor. Ik maak eruit op dat Elzo tot de bovenlaag van de arbeiders behoorde. Hij had tenminste nog wat kapitaal.

Advertenties

6 reacties on “‘Een ongescheiden praam of bolschip’”

  1. Reina schreef:

    In Leegkerk kwam ik bij een boedelscheiding ook een mandelig bootje tegen en deze “in de maan” eigenaren waren voor hun tijd “redelijk dikke” boeren.Volgens mijn herinnering hadden ze ook een rolblok, voorganger van de dorsmachine, sneller dan dorsvlegels resultaat, als mandelig eigendom.Het zal een kwestie van jaren sparen wat je kon zijn geweest om een vijfde jaarloon over te houden van een arbeidersloon. (Of er was sprake van een erfenisje) Reina

    • groninganus schreef:

      Of een tweedehands uit het Oldambt of de Veenkoloniën, waar die dorsblokken er in de 18e eeuw in kwamen. Je moest er ook wel de ruimte voor hebben en een goeie vlakke dorsvloer.

      • Reina schreef:

        ja, groninganus, goed vlak achter de (waren die er toen al?) inri-j deeldeuren was meestal wel een stuk grond dat vlak te maken was na de oogst en een verstandige boer gooide de aren op een soort groot dekzeil, dan kwam er geen grond tussen het “koren”. Overigens, ik heb destijds lang gezocht naar een rolblok in Ter Laan, staat volgens mij onder een andere noemer .En als je geen paard ter beschikking had, dan zette de boer er vaak twee knechten voor, in het “zeel”. Reina

        • Geen wonder, een rolblok is iets anders, namelijk een landrol: een houten rol om de kluiten te pletten, het land vlak te maken en het gezaaide koren aan te drukken.
          Het dorsblok is mogelijk een chinese uitvinding. De oudste vermelding die ik heb gezien, was uit Finsterwolde in 1711. Dat was een tijd van schaarste aan personeel (demografische dip en hoge lonen). De verspreiding was snel: 1729 Veenda, 1733 Bierum, 1739 Garsthuizen.
          Het apparaat was eigenlijk alleen bekend in Groningen en Oost-Friesland, maar verspreidde zich rond 1800 ook in Oldenburg, Sleeswijk-Holstein en (ik meen) Mecklenburg. In het Butjadingen (Oldenburg) zijn er rond 1848 ook stakingen geweest tegen de invoering van dit apparaat. De volkskundige Gerard Rooijakkers schreef er ooit een artikel over: ‘Ongemeen vernuftig een naarstig. De Republiek der Verenigde Nederlanden als innovatiecentrum van materiële cultuur uit het Verre Oosten’, in: Volkskundig bulletin 15 (1989), 1-33

  2. lottifuehrscheim schreef:

    Mijn over-overgrootvader wordt in de paar bronnen die ik over hem ken respectievelijk een dagloner, een praamschipper en aardappelhandelaar genoemd. In Sappemeer, bij het Achterdiep en Jagerswijk. Wellicht een soortgelijk bestaan als deze Elzo.

  3. Attie schreef:

    Leuk zoiets van vroeger tegen te komen.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.