Zwanendriften (1814)

Het onlangs verschenen genealogisch jaarboek Gruoninga bevat een lijst van zwanendriften. Het is een cumulatieve lijst die is aangelegd in 1814, waarna de mutaties en aanvullingen tot 1837 zijn bijgeschreven. Op de lijst staan ruim 400 namen, vooral van jonkers, dikke boeren, en hogere burgers, die van de provincie het recht op zwanendrift hadden gekocht. Zo iemand, een ‘zwanendrifter’ geheten, mocht een bepaald aantal knobbelzwanen houden in zijn omgeving, waaraan hij deze vogels bond door ze te laten leewieken (hun vleugels iets in te korten). Oorspronkelijk was het recht van zwanendrift een jachtrecht, behorend tot de heerlijke rechten die men na de Bataafse Revolutie van 1798 afgeschaft had, maar die in 1814, na een partiële restauratie, weer hersteld waren als gewoon eigendomsrecht. Zwanenvlees gold van oudsher als herenkost, maar afgezien van het vlees hield men zwanen waarschijnlijk ook om hun dons en pennen.

Omdat me iets opviel aan de lijst, heb ik de plaatsen waar die zwanendriften gevestigd waren in 1814, dus toen de oorspronkelijke lijst met vergunningen opgemaakt werd, in kaart gebracht. Deze plaatsen bevonden zich vooral in Hunsingo en Fivelingo en in het kleigedeelte van het Westerkwartier, met andere woorden: het aloude jonkersgebied. Het zuidelijk Westerkwartier, het Oldambt, de Veenkoloniën en Westerwolde zijn niet of nauwelijks vertegenwoordigd. In de Oost-Groninger contreien bestonden voor 1795 ook geen heerlijke rechten meer. Aan de ene kant zal er dus continuïteit met de toestanden van voor de Bataafse Revolutie zijn geweest; aan de andere kant vormden de hogere zand- en hoogveengebieden ook niet zo’n biotoop voor zwanen: of er was te weinig breed, open water, of dat water werd te druk bevaren.

Bron: J.P.A. Wortelboer, ‘Zwanendriften in de provincie Groningen (1814-1837’, Gruoninga 2012, 177-186.

Advertenties

3 reacties on “Zwanendriften (1814)”

  1. Misschien dat de ecologie ook een rol speelt.

    Voor het Oldambt speelt denk ik verder dat de nieuwe stand van herenboeren, vaak nog half piëtistisch, het not done vond om heerlijke rechten te claimen. Ook op grafstenen vind je daar nergens oude titels, in tegenstelling tot bij de herenboeren van de Ommelanden. Hoogstens “voornaam landgebruiker”. Ik verwacht dus dat het 18e-eeuwse kaartje voor Oost-Groningen toch iets dichter bezet is met zwanendriften. En misschien kwamen er in de Ommelanden onder het Ancien Régime juist wel meer bij in de 18e eeuw.

  2. Jos schreef:

    Zwanenvlees, mits juist klaargemaakt, is delicatesse; de heren doudestieds hadden smaak.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.