Dementerende Hoogkerker verzoekt zelf om curatele

In 1870 was de gemiddelde levensverwachting in Nederland en België ongeveer 40 jaar. Op dat moment werden er al ontsmettingsmiddelen (met name chloorkalk) toegepast en bestond er ook al tientallen jaren (een nagenoeg algemene) inenting tegen de kinderpokken. Ruim een halve eeuw eerder, in de periode 1800-1815, moet de levensverwachting dus nog een stuk lager hebben gelegen, zeg 30 jaar.

Een klein onderzoekje onder de 45 overledenen van Hoogkerk tussen september 1811 en eind 1813 laat zien dat die verwachting waarschijnlijk nog lager was. De gemiddelde leeftijd van overlijden bleek hier destijds 23,7 jaar.

Twee op de vijf Hoogkerkers stierven als klein kind, onder de vijf jaar. Nog eens één op de vijf deed dat tussen zijn vijfde en twintigste. De meeste mensen – drie op de vijf – werden dus niet eens volwassen. Als je twintig werd, had je de meeste van je leeftijdgenoten al overleefd.

Daarna braken er wat minder hachelijke levensjaren aan. Een relatief geringe sterfte bestond er namelijk bij mensen ‘in de kracht van hun leven’, zeg tussen hun twintigste en vijftigste. Maar – slechts een kwart van de Hoogkerker overledenen haalde de vijftig. Geen wonder dus dat Elke Karsten, een weduwe op de Holm onder Tolbert, met haar 67 jaar in 1807 een “hoog bejaarde vrouw” genoemd werd.

Hoewel mensen, als ze hun kinderjaren en jeugd overleefden, dus een tijdlang minder bevattelijk waren voor ziekte en dood, overleden er toch nog relatief veel meer ouders van kleine kinderen dan vandaag de dag. Vandaar de uitgebreide arrangementen om (half)wezen te beschermen als een overlevende ouder hertrouwde, of als beide ouders overleden waren. Ik schat dat ongeveer de helft van alle rekesten in het Groningerland van voor 1811 te maken heeft met de voogdij over zulke kinderen.

Een ander effect van het vroegtijdige doodgaan, bijvoorbeeld aan kinder- of infectieziekten, was dat bepaalde ziekten waar wij tegenwoordig veel mee te maken hebben, toen veel minder voorkwamen. Maar ook al waren deze ziekten relatief zeldzaam, ze waren vaak wel bekend.

Zo had de hoogbejaarde Hoogkerker Harm Hindriks in 1804 vast wel een idee wat hem te wachten stond. Aan de drost van het Westerkwartier vertelde hij, dat hij gemerkt had,

dat door ouderdom, als hebbende reeds 84 jaren bereikt, niet alleen zijne lichaams- maar ook zijne zielsvermogens zeer verswakken, zodanig dat remonstrant somtijds niet weet wat hij voor een paar uuren en veel min den vorigen dag gezegt of gedaan heeft, en daardoor in gevaar geraakt van in het bestuur zijner zaken verkeerde stappen te begaan…

Met andere woorden – Harm was aan het dementeren, maar was zich daar terdege van bewust. Daarom wilde hij, na overleg met zijn kinderen, dat er door het gerecht curatoren over hem zouden worden aangesteld, aan wie hij “de administratie zijner goederen” kon overlaten. Het verzoekschrift tekende hij met een kruisje in aanwezigheid van twee getuigen.

Binnen vier dagen was de zaak beklonken. In een hoorzitting bevestigden Harms zoon Hindrik Harms en drie schoonzonen dat

Het noodzakelijk en tevens aller kinderen begeerte was , dat de oude man, door lichaamszwakheden en hogen ouderdom niet meer in staat zijnde zijne zaken te beheren, onder curatele werde gesteld.

Wat Harm ten overvloede nog eens beaamde, terwijl hij eraan toevoegde

Dat hij nog onlangs op het punt geweest was, van een zeer nadelig contract over zijn plaats te perfecteren.

Overigens hadden de kinderen wel al hun moederlijjk erfdeel van hem uitgekeerd gekregen, zo zeiden ze desgevraagd (dus tegen die verkoop of verpachting van zijn plaats hadden ze althans formeel geen bezwaar kunnen maken).

De familie leverde zelf geen bewindvoerders – eendrachtig droeg ze Jannes Rotgers en Pieter Jans Leutscher, “zijnde beide naburen der remonstrant”, als curatoren voor. Deze buurmannen hadden een paar dagen eerder ook al Harms inleidende verzoekschrift getekend. Zij zouden zo spoedig mogelijk worden beëdigd.

Bronnen: RHC Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 611: criminalia, 3 juni 1807 (Elske Karsten); inv.nr. 724: rekesten 27 en 31 mei 1804; inv.nr. 766: commissieboek, 30 mei 1804.

Advertenties

4 reacties on “Dementerende Hoogkerker verzoekt zelf om curatele”

  1. Wieneke schreef:

    Wat goed van Harm om alles zo keurig van te voren te regelen.

    • groninganus schreef:

      Ik vermoed dat de afgesprongen vastgoedtransactie de boel in een stroomversnelling heeft gebracht. Zoiets is ook gebeurd bij mij in de familie: een oud-tante met nog niet ver gevorderde dementie, verkocht vlak voor haar dood opeens haar appartement voor een appel en een ei aan een vage kennis. Met doktersverklaringen over haar toestand heeft de familie deze onbezonnen verkoop gerechtelijk ongedaan weten te maken.

  2. Harmien Torenbeek schreef:

    Ik vraag me af of er in die tijd ( en nu) geen morele plicht was voor volwassen kinderen om waar enigzins mogelijk, voor de ouders te zorgen. Deze kinderen hadden wel lekker al hun erfdeel.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.