Een kind van het strand

Bij een novemberstorm in 1803 werd er een schip op de kust bij Oldehove geblazen. Het hol was nog wel dicht en de schipper en zijn vrouw bleven voorlopig aan boord, want de vrouw was hoogzwanger. Ze beviel ook op die opmerkelijke plek, maar naderhand weigerde de predikant van Oldehove haar kind te dopen. Daarom stapte de vrouw, toen de gangbare kraamtijd zo’n beetje voorbij was, naar het gerecht. Op 11 januari 1804 legde ze haar probleem voor aan de drost van het Westerkwartier:

Door Geertje Teunis, vrouw van Willem Schouten zijnde voorgedragen, dat zijlieden met hun schip door harde wind en vloed op strand geraakt zijnde nabij Oldehove, zij Geertje Teunis aldaar in dien tijd voor ruim vijf weken in de kraam was bevallen van een kind, zijnde een dogter, dewelke de predikant der plaats do. Muntinghe zwarigheid maakte te dopen.
Is dezelve geauthoriseerd, gelijk geschiedt bij dezen, om aan het kind in dit singulier geval den Heiligen doop toe te dienen, zonder dat immer uit dien hoofde ten nadeele der diaconie van Oldehove eenige consequentie zal kunnen worden getrokken.

De predikant was dus bang geweest dat de schipper en diens vrouw tot armoe zouden vervallen, waarbij hun kind, als het in Oldehove gedoopt was, tot last van de Oldehoofster armenkas zou komen. Maar het gerecht, oftewel de drost, gaf hem in dit buitengewone geval een vrijwaring. De predikant kon er staat op maken dat zoiets niet zou gebeuren.

Niets stond de doop van Grietje, de dochter van Willem Schouten en zijn vrouw Geertje Teunis meer in de weg. Op zondag 15 januari 1804 vond die plaats. De predikant noteerde in het doopboek, dat de ouders uit Giethoorn in Overijssel kwamen en dat hun kind door hem gedoopt was “op bijsondere authorisatie van den Drost van het Westerquartier”. Ook staat er bij de doopinschrijving een verwijzing naar het kerkboek. Bedoeld is in dit geval het kerkeraadsprotocol van de gemeente. Daarin schreef ds. Muntinghe bovenstaande verklaring van de drost in extenso over, waarbij hij de laatste bijzin, die met de vrijwaring, nog even extra duidelijk onderstreepte.

Bronnen: RHC Groninger Archieven:

  • Toegang 735, archief Jurisdictie Westerkwartier, inv.nr. 729: publicaties en notificaties door de drost, die van11 januari 1804.
  • Doopboek Oldehove, akte 15 januari 1804.
  • Toegang 279, archief hervormde gemeente Oldehove, inv.nr. 1, notitie 15 januari 1804.
Advertenties

5 reacties on “Een kind van het strand”

  1. Simon schreef:

    Wat een nare, berekenende predikant!

  2. aargh schreef:

    En ik vond het altijd zo mooi dat de kerk behoeftigen hielp. Maar dat gold dus alleen voor ‘eigen’ volk.

  3. Jan van Bolhuis schreef:

    Beide reacties van Simon en aargh gaan er vanuit dat diakoniën onbeperkt geld hadden en dus iedereen konden ondersteunen. De praktijk, vooral (maar niet alleen) in de stad was anders. In tijden van schaarste (misoogst, Franse tijd, etc) kwamen de diakoniën geld tekort en moest bezuinigd worden, wat vaak betekende: minder ondersteuning.
    Mensen kregen ook vaak pas een “vestigingsvergunning” wanneer ze een akte van idemniteit konden overleggen: een verklaring dat de diakonie in de plaats van herkomst de kosten voor zijn rekening nam ingeval de nieuw ingekomene tot armoede zou vervallen.
    Ook niet commerciële instellingen moeten voorzichtig met geld omgaan, anders duurt het niet lang.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.