Van een knoopmaker en zijn kostvrouw

Dit verhaal moet zich hebben afgespeeld in Grijpskerk. Daar trouwde naderhand namelijk een Albertus Bolt, terwijl er jaren nadien ook een Jantje Haaikes overleed.

Deze Albartus was nog een jong vrijgezel toen hij zich in 1806 bij de ouwe vrijster Jantje in de kost besteedde voor 3 gulden en 5 stuivers in de week. Dat kwam neer op 169 gulden per jaar, iets meer dan het minimale kostgeld voor iemand die de gangbare burgermanspot op tafel begeerde.

Misschien smaakte Albartus het eten niet zo, misschien had hij een andere reden, maar hij gaf Jantje op een zomerdag te kennen dat hij naar een ander kosthuis vertrok, waarbij hij de gewone opzegtermijn van een week in acht nam en het kostgeld van die week alvast aan Jantje betaalde. Jantje echter, bleek het er niet mee eens dat haar kostganger vertrok. Ze weigerde zijn knoopmakersgereedschap aan hem af te geven,

sluitende de deur der kamer toe waarin deeze gereedschappen gelegd waaren.

Albartus stapte daarop naar de rechter, de drost van het Westerkwartier:

Daar nu de rem[on]st[rant] een man is die van week tot week met dit zijn bedrijf de kost moet verdienen, en door deezen eijgenheerige en onwettige handelwijze daarin belet wordt, weet hij geen beteren weg te zoeken dan zig klaaglijk bij deezen E.E. Gerichte te vervoegen…

Jantje hield zijn werktuigen “onwettig in arrest”, zo betoogde hij, en hij verzocht de drost om haar te bevelen de spullen “kost- en schadeloos” aan hem terug te geven.

De drost schreef een hoorzitting uit om ook de andere kant van het verhaal te horen. Die zitting liep minder gunstig af voor Jantje. De drost gaf haar inderdaad opdracht om Albartus “terstond” zijn spullen terug te geven. Bovendien werd ze veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten, tenzij ze binnen twee maal 24 uur kon aantonen dat Albartus

zig zoude hebben verbonden om langer dan van week tot week bij haar in de kost te verblijven.

Ik denk niet dat ze over zo’n contract beschikte, anders had ze het stuk of de getuigen ervan wel meteen meegenomen naar het rechthuis. Verder is er ook niets over de zaak te vinden. Ik heb zo’n idee dat Jantje eieren voor haar geld koos.

Bron: Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 726, rekest 18 juli 1806.


4 reacties on “Van een knoopmaker en zijn kostvrouw”

  1. lottifuehrscheim schreef:

    En hoe snel trad het gerecht hier op? Waren dat dagen of weken?

    Zat die Drost thuis te hobbyen en was hij blij met een verzetje en ging meteen kijken hoe dat allemaal zat, of had hij een wekelijks spreekuur, of, zoals tegenwoordig een rechter, een al maanden vooruit volgeboekte agenda?

    • groninganus schreef:

      Rekest, apostille, hoorzitting en uitspraak werden in één akte geboekt, wat waarschijnlijk wil zeggen dat hier sprake was van snelrecht: een uitspraak binnen een week na indiening van het rekest.

  2. Wieneke schreef:

    Ik wilde hetzelfde vragen, want ik maakte me al zorgen over die arme ziel. Gelukkig duurde het dus niet lang. Ik had hem geadviseerd de hospita eventjes aan de tafelpoot vast te binden, gauw die spullen te pakken en buiten te zetten en daarna de dame weer los te maken. Een stuk eenvoudiger. 😉


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.