Hersensurrogaat

Bij het doen van boodschappen herinnerde ik me opeens weer het gevalletje van afgelopen maandagochtend, ook in de supermarkt.

Het was er bepaald niet druk, er stond maar één enkele andere fiets in de rijwielstanders tegen de gevel. Wel was er binnen een heel regiment vakkenvullers bij de schappen aan het werk. Goed, ik pak mijn dingen en omzeil de vakkenvullers, door steeds een andere gang te nemen dan die waarin zij aan het werk zijn. Bij de kassa gekomen zie ik de eigenaar van de andere fiets, een man van in de zestig, afrekenen.

Ik leg mijn spullen op de band en de kassajuffrouw piept ze af. Als het mijn beurt is om te betalen, zie ik dat mijn voorganger nog steeds bij de eindband staat en heel secuur zijn kassabonnetje nakijkt. Zijn boodschappen raakt hij niet aan en liggen nog steeds maximaal uitgespreid over de eindband. Als ik op de gewone plek, rechts van de kassa, het kassabonnetje in ontvangst zou nemen, zou ik in zijn cirkel komen. Dus ik grap tegen de kassajuffrouw dat dat nog wel een jaar gaat duren en gebaar tegen haar dat ik die kassabon graag links van de kassa ontvang.

Goed, ze legt het bonnetje daar glimlachend  neer en ik pak het eveneens glimlachend op om het in mijn jaszak te stoppen. Mijn spullen liggen intussen voortdurend op de eindband vlak naast die van de man. Ik moet om hem heen, maar kan dat niet in de vrij krap bemeten ruimte tussen de eindband en het neerhangende anticorona gordijn van doorzichtig plastic,  tenminste niet als ik niet in zijn anderhalvemetercirkel wil komen. Dus ik wacht en kijk het nog even aan.

Achter me ontstaat op dat moment een kleine file. De man voor me echter, doet of hij niets in de gaten heeft en kijkt bedragje voor bedragje op het bonnetje na, tergend langzaam, met zijn vinger langs de bedragen. Zijn spullen liggen intussen nog steeds maximaal uitgespreid op die eindband, naast die van mij.

Eindelijk verlies ik mijn geduld en ga er zo wijd mogelijk om hem heen, waarbij ik mopper dat het coronatijd is, dat er mensen op hem staan te wachten en dat hij best wel wat meer haast mag maken. Op dat moment gaat hij net bezig met het uitvouwen van een uiterst zorgvuldig opgevouwen tweedehands plastic tas voor het eindelijk maar dan toch opbergen van zijn boodschappen. “Sorry”, zegt hij, “ik kan niet sneller”. Dat is baarlijke nonsens, want hij had dat bonnetje ook wel op een andere plek in de winkel of thuis kunnen narekenen, en hoefde dat niet perse bij de kassa te doen waar anderen met smart op hem staan te wachten. Het gemier bij een kassa om een eventueel teveel betaald dubbeltje vind ik überhaupt al niet zo sympathiek als anderen daarop moeten wachten. Maar ik slik mijn antwoord in en prop mijn boodschappen als de wiedeweerga in mijn tas om van hem af te zijn.

Sommige mensen, zo is mijn conclusie als ik mijn fiets van het slot afhaal, hebben na een dikke maand ‘intelligent lockdown’ nog steeds niet door wat er rondwaart in de wereld waarin we nu leven. Zich aanpassen – ho maar.

Vooruit, ik zal me van mijn beste kant laten zien. Zultkoppen zal ik ze heus niet meer noemen, maar er zit wel hersensurrogaat op de plek waar bij normale mensen een brein zit.


9 reacties on “Hersensurrogaat”

  1. Harmien Torenbeek schreef:

    Jammer dat je je hier zo aan ergerde. Maar t.z.t. word je ook ‘een man van in de zestig’, dus een senior. En zo nu en dan een beetje geduld oefenen maakt het leven minder moeilijk.

  2. Jetskefotografie schreef:

    Wellicht dat deze man het altijd zo gedaan en zal dat tot aan zijn dood blijven doen. Niet gehinderd door corona, oorlog, bommelding, overval… Ik schat in dat deze man valt in de categorie ASS. 😉

  3. Han Borg schreef:

    Iets dergelijks overkwam mij gisteren bij de Jumbo in Bedum. Het was dat ik toevallig door Bedum reed, en nog bedacht dat ik mijn anti-coronavruchten moest aanvullen (sinaasappels) en ook een flesje ravigottesaus voor de lekkerbekjes ontbrak nog in mijn 1p huishouden. Enfin: de boodschappen waren snel gedaan, maar toen kwam het op afrekenen aan. Vóór mij bij kassa 1 een mevrouw met overduidelijk haast, dáárvoor een meneer die met zijn pinpas stond te worstelen.
    De pincode deed het niet, en hij begon omstandig in zijn gsm te koekeloeren wat dan wél de juiste code was. Dat duurde vijf korten en vijf langen, en eindelijk, eindelijk kwam hij tot een afrekenactie. Excuses naar de klanten achter hem bleven uit.
    Daarna gingen de boodschappen van mevrouw langs de scanner, maar halverwege dit proces was er assistentie gewenst bij de servicekassa, naast kassa 1. De caissière wurmde zich achter haar collega van kassa 2 langs (op 23 cm), liep langs de meneer met de foute pincode (op 45cm) en stond toen pal naast haar collega aan de servicekassa.

    Weer enkele minuten tikten weg, en de mevrouw voor mij was heel hard bezig om haar inmiddels gloeiend hete kolen te blussen….haar ogen spoten vuur. Ik bleef nog kalm (wat niet echt in mijn karakter zit), en uiteindelijk kon ook mevrouw voor me afrekenen.
    Mijn boodschappen hadden de scanner nog niet bereikt of de collega achter de servicekassa vroeg opnieuw om assistentie. En weer wurmde de caissière zich achter etc. etc. waarop ik het even niet meer kon laten, en zei dat ik nu toch echt ook graag wilde afrekenen. “Mijn collega gaat vóór hoor, meneer”.
    Enfin: bij deze Jumbo kom ik dus gewoon niet weer. In Bedum is niet de klant, maar de collega koning. Geduld is een schone zaak, maar als dit zó op de proef gesteld wordt, dan raakt dat bij mij ook wel eens op…

    • groninganus schreef:

      Volgens mij ben jij veel lankmoediger dan ik, Han. Voor mij ben je het geduld zelve. 🙂

    • Harmiena Torenbeek schreef:

      Wat ik doe in zo’n omstandigheid, ik wacht geduldig tot het mijn beurt is en zeg dan liefelijk tegen de cassiere: ” Juffouw, ik koop dit toch maar liever niet. Goeiedag”, en laat alles gewoon liggen.

  4. lottifuehrscheim schreef:

    Bij de Aldi aan het Hoornse Diep gaat het in het meestal wel aardig goed, maar terwijl ik mijn boodschappen opraapte van de kassa, kwam een oude dame die iets in haar bonnetje ontdekt had discreet fluisterend vlak naast mij heel dicht met haar hoofd bij het kassameisje. Geen enkele kwade bedoeling, maar de boodschap was bij haar niet echt aangekomen – of helemaal vergeten.

  5. In algemene zin is het al irritant; treuzelende pinners en/of inpakkers en/of bonnetjesnakijkers, en in de bovengeschetste omstandigheden al helemaal. Ik neem altijd een klapkrat mee. Dan vraag ik de caissière een paar seconden te wachten tot ik alles op de band heb gelegd en niet gelijk te beginnen met scannen. Sommigen kijken dan wat verbaasd, waarop ik toelicht dat dat aan de andere kant van de band veel meer tijdwinst oplevert, omdat ik dan met dezelfde snelheid waarmee zij/hij scant en de spullen doorschuift, ik ze in mijn kratje stapel en als zij/hij dan uitgescand is, ben ik al ingepakt. Vervolgens afrekenen, krat oppakken en wegwezen.

    Als iedereen dat zou doen, wat zou dat aan files schelen bij de kassa’s, t.o.v. de meerderheid die nu ná het afrekenen nog hun spullen omstandig en omslachtig in tassen staan te proppen, terwijl de volgende klant zijn best doet om zijn ongeduld te verbergen en zijn spullen tegen die van de inpakker aanbotsen en -butsen.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.