Scharenslijper vraagt octrooi

Op den requeste van Claas Cool  van Meppel, vertonende dat de vreemde schareslijpers hem het meeste werk onttrokken, en hij als een Lantschap ingeseten preferentie behoorde te genieten boven die lantlopers, versogte daarom met een octroij van messen en scheren in de Beiler en Diever dingspillen alleen met uitsluiting van andere te slijpen, begunstigt te mogen worden.

Hebben Heeren Ridderschap en Eigenerfden in dit verzoek gedifficulteert.

Claas Cool (Meppel ca. 1730-1810) vroeg in 1784 dus om een alleenrecht op het slijpen van scharen en messen in het grootste deel van Zuidwest-Drenthe, wat de Drentse heren kortweg van de hand wezen. Zoals gebruikelijk leverden ze er geen motivering bij, zodat je geneigd bent te denken dat ze de vrije scharenslijpersmarkt wilden beschermen, maar wellicht kenden ze Claas zijn situatie ook wat beter. Want wie mocht denken dat Claas door de concurrenten van elders bijna aan de latten hing, heeft het mis. De Meppeler was best in goede doen, getuige de boedelinventaris die opgemaakt werd bij zijn hertrouwen in augustus 1792.

Hij bleek toen een kleine 5000 gulden te hebben geërfd van zijn eigen familie, al stond daar weer 6000 gulden aan schulden tegenover. In elk geval bewoonde hij een eigen huis met hof en bezat hij ook nog een schuur met een hof en zelfs nog een graf in de kerk van Meppel. Echte armoedzaaiers kregen een laatste rustplaats op het kerkhof buiten, en zeker niet binnen een kerk. Niet iedereen sliep ook in een ledikant met behangsel, of beschikte over een porseleinkast – onder andere met chocoladekoppen – en een boekenkast met delen in kwarto, octavo en duodecimo. In zijn huis bevond zich bovendien een winkel met kisten, terwijl hij verder een “kraam na de sluijs” had, waarin onder andere een “keekjes pan” te vinden was. Mogelijk hadden ook de kwartelkooi en de eierzak met zijn nering te maken. In zijn schuur treffen we de “slijperij met sijn toebehoor” aan en verder een overdekte en een boerenwagen, met het bijbehorende wagen- en sjeesgerei. Kortom, de Meppeler had het heel wat beter voor elkaar dan zijn ambulante vakgenoten. De ene scharenslijper was de andere niet en de heren vonden dat ze de rijkere niet hoefden beschermen ten koste van de consument.

Bronnen: Drents Archief, Toegang 1 (OSA) inv.nr, 6.16: resoluties Landdag (Staten) van Drenthe, die van 23 maart 1784 (folio 130); en Toegang 102 (Schultengerechten) inv.nr. 151.17: momberprotocol Meppel, folio 252-377.



Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.