Groninger ‘hannekemaaiers’ (1811)

Ik heb hier wel eens beschreven hoe er rond 1900 jaarlijks honderden landarbeiders uit het Oldambt naar Friesland trokken, om daar in juni en juli als ‘hannekemaaiers’ mee te helpen met de hooioogst. Zeker is wel dat het er eerder lang niet zoveel waren, maar vandaag vond ik in het archief van de opeenvolgende ministeries van Binnenlandse Zaken uit de Bataafs/Franse periode cijfers die een meer precieze indruk geven hoe het daar in 1811 mee was gesteld. Deze heb ik voor Groningerland samengebracht in dit staatje:

Gemeenten WesterkwartierAantalMaandenWaarheen
Zuidhorn4jun-augFriesland
Grootegast20jun-augFriesland
Leek20jun-julFriesland
Marum13jun-julFriesland
Oldekerk4jun-julFriesland
Gemeenten Wold-Oldambt   
Noordbroek10jun-julFriesland
Zuidbroek30jun-augFriesland
Beerta10jun-augFriesland
Midwolda10jun-julFriesland
Scheemda10jun-augFriesland
Winschoten20jul-augZuiderzee
Bellingwolde15jun-augFriesland
Oude Pekela20jul-augFriesland
Nwe Pekela30jun-augFriesland + Zuiderzee
Nieuweschans2mei-junFriesland

Deze trekarbeid bleef toen qua herkomst beperkt tot het zuidelijke deel van het Westerkwartier en het klei-gedeelte van het Oldambt met de Pekela erbij. In totaal ging het om ruim 220 arbeiders. De trek begon in juni, als er weinig werk in de akkerbouw was en de campagne in de venen afliep, maar kon tot in augustus duren, waarschijnlijk vooral als de graanoogst thuis wat langer op zich liet wachten.

Friesland blijkt niet de enige bestemming te zijn geweest, want er waren ook arbeiders die naar het Departement van de Zuiderzeee trokken, dus Noord-Holland. Deze wat meer reisbeluste arbeiders kwamen met name uit Winschoten en de Pekela. Per gemeente ging het hooguit om enkele tientallen personen, dus enkele ploegen volk. Zuidbroek (met Muntendam) en Nieuwe Pekela waren de belangrijkste leveranciers. Vergeleken bij de Drentse veenkolonies Smilde (150 trekarbeiders) en Hoogeveen (50) viel het nogal mee, wat zich vanuit Groningerland westwaarts begaf.

Naschrift: De Dokkumer Sneuper deed op Twitter deze suggestie: Supersneuperzeesluis op Twitter: “@Gelkinghe Die Pekelders die verder reisden hadden wellicht meer scheepsvervoer ter beschikking?” / Twitter

Daar zit wel wat in.


5 reacties on “Groninger ‘hannekemaaiers’ (1811)”

  1. Marian Hanemaaijer schreef:

    Erg leuk om te lezen! De grap is dat mijn zus in Zuidbroek heeft gewoond, getrouwd met een Pekelder (Wiegman) en mijn vaders zus, Ien Hanemaaijer (92) nu nog in Zuidhorn woont, mijn oudste broer ook in Veendam heeft gewoond, nu terug in Stad, een zus in Haren, en oudste zus in Gasselternijveen woont. Jongste broer woont in .Zwolle, zijn zonen in Stad! Mijn moeder woont nog in het ouderlijk huis in Paterswolde, ze wordt overmorgen 92, wij kinderen zijn om beurten elke dag bij haar. De Hanemaaijers zijn goed geworteld in het Noorden!

    • Harmiena Torenbeek schreef:

      Zou mooi zijn om al de woonplaatsen van de broers en zussen op een kaart aan te geven met Potjewol als middelpunt . Lief dat jullie je moeder zo beurtelings bezoeken. Lang zal ze leven ! van een oud-Potjewoller.

  2. Mooi compact en duidelijk verhaal.

  3. millerbdp schreef:

    Mijn stamvader, Kurd Friedrics Poppe, kwam in 1809, 27 jaar oud, als hannekemaaier vanuit zijn geboorteplaats Schlangen (Lipscherland, Dld) naar Nieuwe Pekela. Hij werkte er als boerenarbeider, maar ging aan het einde van het werkseizoen niet terug naar Schlangen.
    Blijkbaar had hij iemand ontmoet, die hem stimuleerde in Nieuwe Pekela te blijven.
    Twee jaar later, 14 september 1811, trad hij in het huwelijk met de 21 jarige Grietje Hindriks Bartels. In de huwelijksacte wordt vermeld:

    “bij gebreke van een doopzedul van den bruidegom gelezen zijnde eene acte van bekendheid van de bruidegom door zeven naburen benevens den Vrederegter van dit Canton getekend”

    In deze ‘akte van bekendheid’ is het volgende te lezen:

    “in de onmoogelijkheid zijnde, weegens zijne geringe omstandigheid ende verafgeleegenheid, van de plaats zijner geboorte zijne doopacte te kunnen bekoomen, en van de Maire alhier in plaats van dezelve, volgens Artikel 70-71 en 72 van ’t wetboek Napolion, gevraagd zijnde een ackte van bekendheid, hebben wij ondergetekende ingezetenen hem dezelve niet kunnen weigeren, maar verklaaren dat gemelde Coert Frideriks bij ons welbekent is zeder den jaar 1809 alhier verkeerd heeft en zich altijd eerlijk en braaf gehouden en gedragen heeft.”

    Onder de trouwakte schrijft Kurd Friedrics zijn naam in de Duitse Fraktur.

    Op 17 februari 1822 doet Kurd Friedrics Poppe aangifte van de geboorte van een tweeling, namelijk Jaapkien en Hindrik.
    Als eerste getuige treedt op “Jan Hindriks van Slangen, oud zestig jaren, landbouwer van beroep, wonende in de Nieuwe Pekel A”.
    Zeer waarschijnlijk is dit een 20 jaar oudere broer van Kurd Friedrics, die hier ongetwijfeld beter boerde dan in het verarmde en door hoge belastingen geteisterde Lipscherland.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.