Grondkraak in Termunterzijl

Zou ik nog bijna vergeten dat de familie van mijn moeder ook deels uit het Oldambt komt en dus eveneens in die Winschoter Courant voor zou kunnen komen. En ja hoor, het is bingo in het nummer van 2 november 1884:

De Jan Vondeling (1833-1921) waarvan hier sprake is, was mijn betovergrootvader. Met een andere arbeider, Meindert Mossel uit Woldendorp, had hij een stuk grond bij het Termunterzijldiep gekraakt om er een woonkeet neer te zetten voor zijn gezin. Blijkbaar was het niet gelukt om gewoon een woning te huren. Het waterschapsbestuur liet deze “daad van willekeur” niet over zijn kant gaan en sprak hem voor de rechter aan. Die bonjourde de familie van het waterschapsperceel af.

Ook hier weer wat losse eindjes: de rechtszaak natuurlijk, en de notulen van het waterschapsbestuur, maar ik denk dat de familie ook wel eens kan voorkomen in archivalia van de armenzorg.


6 reacties on “Grondkraak in Termunterzijl”

  1. Attie schreef:

    Top, wist je dit niet van die keet? dan is het extra leuk.

  2. Dat zijn leuke dingen voor de zoekende mens.

  3. Klassiek geval van grond kraken. Het was een oud gewoonterecht dat men je ’s morgens niet van publieke grond kon verjagen als er rook uit de dakopening kwam. Niet alleen in Nederland trouwens. Zo verging het de familie Rijploeg op Kolhol rond 1840, volgens de memoires van een van de nakomelingen. Die bouwde in één nacht een hut van kleiplaggen (A. Rijploeg-Sietsema, Grepen uit het leven van het arbeidersvolk op het Groninger Hogeland (1840-1940), Groningen 1985)

    Het ging om het zogenoemde ‘jus primo occupandi’, verwant met het strandvondersrecht en gerechtvaardigd met de Mare librum theorie van Hugo de Groot. In Wales heette het Tŷ unnos (zie wikipedia).

    Vooral in Drenthe was het heel lang gebruikelijk. Nog in 1998 werd hierover in de Tweede Kamer nostalgisch gedebatteerd:

    “De heer Rensema (VVD): Mijnheer de voorzitter! Het huisrecht is altijd heel belangrijk geweest. Nog in het begin van deze eeuw kwam het wel voor dat in het Drents-Groningse veengebied op een zondag door mensen die wilden trouwen of moesten trouwen een plaggenhut gebouwd werd op het land van de veenbaas met behulp van de buren, familie en vrienden. Dat moest op die ene dag gebeuren. De volgende ochtend, op maandagmorgen, verscheen de veenbaas in het veld en dan moest er rook komen uit de plaggenhut. Dan was het een woning geworden die onschendbaar was. Zo heeft ook dit huisrecht temidden van een onvoorstelbare armoede een functie gehad. Ik denk dus dat er toen al sprake was van toepassing van het grondwetsartikel, aangevuld met plaatselijk gewoonterecht.”

    Maar in dit geval werd het lapje zijlvestengrond bij de sluis kennelijk niet als publieke grond beschouwd of misschien had de rechter wel een andere reden af te wijken van het gewoonterecht.

    • groninganus schreef:

      Moi Otto,

      Hartelijk dank voor je aanvulling!
      Ik ken dat gewoonterecht inderdaad uit Drenthe, waar nogal eens markegrond werd gekraakt. Maar in hoeverre dat voor de rechter standhield?

      Nog meer ken ik het uit de veengebieden van Zuidoost Friesland, waar heidenederzettingen als Zwaagwesteinde, Houtigehage en Boelenslaan op deze manier gesticht zijn. Moet dat nog maar eens opzoekern in mijn kandidaatsscriptie uit ’78, die over de aanhang van Domela onder baggelaars en turfmakers in die streek ging. Meen dat Spahr van der Hoek hierover geschreven heeft – die was vooral ook op zoek naar de vermeende zigeuneroorsprong van de bewoners.


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.