Het raadsel van Randa – een Tolstojaan die alles weggaf?

Vanwege Nieuwjaar bekeek ik nog eens het kaartje dat mijn overgrootvader Geert Perton aan zijn vroegere patroon en leermeester Fokke Randa stuurde en waarbij hij deze een “kolossale zak met duiten” toewenste. Daarbij kwam ook weer het verhaal  van mijn oud-tante Jurriena tevoorschijn, dat haar ouders (mijn overgrootouders) geld van Randa hadden geërfd, waarmee ze hun huis aan de Klinkerweg in Finsterwolde zouden hebben betaald. Nog steeds was me niet duidelijk hoe die mythe in de wereld kwam.

In de hoop daarover wat meer aan de weet te komen, besloot ik eens te kijken naar de overlijdensakte uit 1920 van Randa. Tot mijn verbazing bleek die getekend door mijn overgrootvader Geert Perton en diens zoon, mijn grootvader Harm Perton. De laatste was blijkbaar met de Pinksterdagen even over uit Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen, waar hij destijds als kommies gestationeerd was. De derde ondertekenaar van de akte bleek Harm Tuin junior, de zoon van mijn overgrootvaders zwager en buurman, de anarchist Harm Boukje. Tuin junior tekende als ambtenaar op het gemeentehuis van Finsterwolde, waar hij in 1924 gemeentesecretaris en na de oorlog burgemeester en regeringscommissaris werd. Als hoofd van het burgerlijk armbestuur  was hij in de crisisjaren al niet bepaald geliefd bij de comnunisten, en als regeringscommissaris werd dat er natuurlijk niet beter op; toch keek hij er later in Slochteren, waar zijn loopbaan als burgemeester  afsloot, met een forse dosis mildheid op terug.

Meestal werden overlijdens bij de gemeentesecretarie aangegeven door buren (als er nog geen leedaanzeggers of uitvaartondernemers waren). Maar mijn overgrootvader woonde aan de Klinkerweg en wijlen Fokko Randa enkele honderden meters verderop aan de Hoofdweg nz. in Finsterwolde, zodat er in dit geval geen sprake van een naberschapsrelatie of -plicht kon zijn. Leedaanzeggers waren Geert en Harm Perton evenmin. Maar waarom deden zij dan die aangifte? Had Randa zijn vroegere schoenmakersgezel Geert Perton misschien benoemd tot executeur-testamentair, was de vraag die bij me bovenkwam.

Sowieso was er geen testament van Randa, zo leerde een snelle blik in het Centraal Testamentenregister (CTR).  Maar destijds kon je ook zonder notariële tussenkomst nog een executeur of uitvoerder van je informele laatste wil aanstellen. Echter, verder vond ik in het archief van notaris Koning ook geen bewijs voor de bemoeienis van zo iemand met Randa’s nalatenschap, bijvoorbeeld in de vorm van een proces verbaal van een boeldag. Bovendien ontbrak in het archief van de Arrondissementsrechtbank Winschoten een verzoekschrift, waarmee zoiets ordentelijk geregeld kon zijn.

Over dit geval pratend met oud-notaris Wortelboer, een ‘stamgast’ in de studiezaal van de Groninger Archieven, ried die me aan om te kijken of er een successiememorie was, een stuk waarmee de fiscus kon vaststellen of en hoeveel de erfgenamen van Randa aan successiebelasting verschuldigd waren over diens nalatenschap. Er bleek inderdaad zo’n memorie te zijn. In ’t stuk, gedateerd 23 september 1920, dus vier maanden na het overlijden van Randa opgesteld door notaris Koning, staat dat Randa inderdaad ab intestato (zonder formeel testament) overleden was, zodat Randa’s broer Jan Derks Randa, oud-schoenmaker te Nieuweschans, en Randa’s oomzegger Lubbert Marten Schmidt, schilder in hetzelfde dorp, als naaste familieleden diens wettige erfgenamen waren.  Veel had Randa ze niet nagelaten, namelijk alleen zijn kleren en andere “lijfstoebehoren”, geschat op een verkoopwaarde van 50 gulden.  En omdat de begrafeniskosten  ook 50 gulden bedroegen, en er verder geen baten bekend waren, bleef er helemaal niets, noppes, nada voor de familie over.

Omdat dit de ontvanger van de successiebelasting bevreemdde en hij enig wantrouwen opvatte,  moest de klerk van notaris Koning zich een week later andermaal aan een brief zetten. Nu kreeg de heer ontvanger bericht dat Fokko Randa in het verleden wel degelijk onroerend goed had bezeten,  een huis namelijk dat hij in 1917 voor 1000 gulden had verkocht aan de arbeider Klaas Mellema. Bij die koop had Randa ook een deel van zijn inboedel aan Mellema van de hand gedaan voor 150 gulden –

“Andere roerende lichamelijke goederen (= inboedel) schonk hij weg aan Geert Perton, schoenmaker te Finsterwolde, omstreeks denzelfden tijd waarvan echter de waarde wel beneden  ƒ 1000,-  zal zijn gebleven. Tot aan zijn dood heeft hij (= Randa) successievelijk alles wat hij had weggeschonken, zoodat er bij zijn overlijden alleen zijn kleeren en lijfstoebehooren over waren gebleven.”

Toen Randa tegen de tachtig liep en zijn einde voelde naderen, had hij dus eerst zijn huis verkocht, met een deel van de huisraad erbij. Een ander deel van de huisraad  – wellicht het schoenmakersgereedschap? – ging naar Geert Perton. Omdat Randa ook van de opbrengst van zijn huis het nodige wegschonk, bleef er niets over voor zijn familie en de staat.

Bezien we nog even  weer het fotoportret van Randa. Zo’n enorm lange baard als hij droeg, typeerde destijds vooral de Tolstojanen of christen-anarchisten. Deze leefden in navolging van Tolstoy zo sober mogelijk, hechtten dus totaal niet aan aards bezit en gaven dit het liefst weg aan mensen die het meer nodig hadden dan zij. Het ontbreekt me helaas aan een positief bewijs, maar de baard en het gedrag van Randa in de laatste jaren van zijn leven doen hier sterk aan denken. Bovendien krijgt het kaartje van mijn overgrootvader aan Randa er een sterk ironische lading door: wie een Tolstojaan  een kolossale zak met duiten toewenst, terwijl die Tolstojaan een deel van zijn bezit aan jou weggeeft, is uiteindelijk degene die het meest baat heeft bij dat geld.

Wat buiten zicht van de fiscus bleef, waren de drie graven op het kerkhof van Finsterwolde, die Randa in 1917 of iets later aan Geert Perton overdroeg. Op zich vormden die ook vastgoed met een bepaalde waarde, en ze hadden dus eigenlijk in de successiememorie kunnen staan. Randa zal een vierde en vijfde graf zonder monument mogelijk voor zichzelf hebben gereserveerd, maar naast hem en zijn vrouw kwamen Geert Perton (1949) en zijn vrouw Antje Tuin (1929) te liggen.

Met dank aan Jan-Paul Wortelboer voor de tip en Albert Beuse voor het tevoorschijn brengen van Randa’s successiememorie.


3 reacties on “Het raadsel van Randa – een Tolstojaan die alles weggaf?”

  1. Attie. schreef:

    Mooi, zo’n verhaal uit vroegere jaren lees ik graag.

  2. Jan-Paul schreef:

    Ik mis een fotootje van de man met lange baard.
    JP


Mijn gedachten hierbij zijn:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.