De anarchistische scheurmakers van de Aktiegroep Aktivering

In oktober 1973 nam de Afdelingsraad van Geschiedenis een motie aan, om de RUG Domela Nieuwenhuis-universiteit te noemen, naar de socialistische voorman die eind negentiende eeuw in anarchistisch vaarwater belandde. Volgens de historici  konden veel studenten studeren dankzij “de geestelijke bevrijding” die Domela hun grootouders en ouders had gebracht. De historici stuurden hun voorstel naar de Universiteitsraad, en zo kwam het ook terecht bij de UK, die op haar ludieke achterpagina peilde hoe het viel. Terwijl collegevoorzitter Ter  Borch meer zag in een Troelstra-universiteit, kwam er vanuit de UK-redactieraad Fré Meisuniversiteit als optie. En zo sneuvelde dadelijk het idee, tot verdriet van de historici, die zich niet serieus genomen voelden, en de UK “een compleet gemis aan journalistieke feeling” verweten.

Op dat moment bestond de Afdelingsraad bij Geschiedenis twee jaar. Sowieso zaten er zes studenten in, zes docenten en iemand van het ondersteunende personeel. Maar naast de dertien gekwalificeerde zetels waren er ook vijf vrije. De raadsleden die deze vrije zetels innamen, werden gekozen door de instituutsbevolking als geheel. Op die manier had bij de verkiezingen van begin oktober 1973 een linkse studentenpartij, de Aktiegroep Aktivering, tien van de achttien zetels gekregen. Het voorstel om de RUG naar Domela te vernoemen, was afkomstig van deze AA.

De AA stamde uit het najaar van 1969 en bestond aanvankelijk uit geradicaliseerde jongerejaars die zich afzetten tegen “de ouwe hap” op het Instituut voor Geschiedenis. Eigenlijk beoogde de AA de totale democratisering van het Instituut. Volgens haar moest een Algemene Vergadering van de gehele instituutsbevolking het hoogste orgaan zijn. Ook moest daarin het principe van ‘one man, one vote’ gelden. Maar hoewel het bestuursreglement van 1971 was goedgekeurd door zo’n volksvergadering, die bij zware kwesties op papier ook nog een rol hield, kwam er in de praktijk van dat radicale uitgangspunt weinig terecht en schikten de AA-ers zich in de wat minder ideale toestand.

Zolang de AA een minderheid in de Afdelingsraad vormde, bereikte ze weinig. De docenten in de raad konden de AA-ers met gemak aan en de onderlinge sfeer bleef goed. Maar met de verkiezingsoverwinning van de AA in oktober 1973 raakten de verhoudingen gepolariseerd. Keer op keer maakten de docentenfractie in de raad gebruik van haar vetorecht, en tegelijkertijd ontstond er een competentiestrijd tussen de Afdelingsraad en de  Docentenraad, die formeel over de uitvoering van het studieprogramma en de beoordeling van studieresultaten ging, maar steeds meer uitspraken in beleidskwesties deed.

Die polarisatie culmineerde bij AA-acties tegen de studentenstop. Het hoogtepunt daarvan was een 24-uursbezetting, in februari 1974. Hoogleraren kregen te horen dat ze niet welkom waren op het instituut, als ze zich niet solidair verklaarden. Terwijl de een zich geshockeerd toonde, waren anderen woedend. Ook het feit dat de bezetting gepaard ging met “muziek en pils, vrouwen en gedempt licht” en een “onaangename hoeveelheid lawaai”, ’s nachts, zette kwaad bloed. En de stemming werd er niet beter op, toen de AA een maas in de wet ontdekte en in het najaar zeventien uitgelote studenten colleges liet volgen. Een deel van de docenten weigerde de tentamens van deze extraneï na te kijken en haalde pas bakzeil toen het RUG-bestuur met garanties kwam. Uiteindelijk liep deze zaak zo met een sisser af, en stroomden zeven extraneï  door naar het normale tweedejaarsprogramma.

In dat studiejaar 1974/1975 stond ook een van bovenaf gedecreteerde bestuurshervorming op de agenda. Toen de docenten in mei ’75 het AA-voorstel om de toekomstige raden en -commissies paritair te maken, met een zoveelste veto troffen, was de maat vol. De AA stapte uit alle bestuurlijke organen. Ruim een jaar duurde de boycot. Omdat zowel de studenten – vanwege de democratie – als de docenten – vanwege de autonomie – een subfaculteit wilden, tekenden ze de vrede weer. De subfaculteit kwam er overigens niet. Wel kreeg geschiedenis eind 1977 een studierichtingsraad, waarin 11 docenten en 9 studenten kwamen te zitten, en de AA dus de meerderheid verloor.

Intussen had de bestuurscrisis veel tijd opgeleverd voor studie-inhoudelijke activiteiten. Eerder was de AA al een drijvende kracht achter de invoering van theoretische geschiedenis, en dat werd ze ook bij het in zwang raken van sociale en vrouwengeschiedenis. Juist die inhoudelijke gerichtheid slokte veel energie op, wat ook ten koste ging van het bestuurlijke werk. Doordat AA-ers in de raden het contact met hun achterban verloren en naar hun gevoel maar weinig bereikten, raakte de club in 1978 in een identiteitscrisis. Weliswaar hief ze zichzelf nog niet op, maar dat was een kwestie van tijd. De nieuwe professionele beheerder van het instituut maakte een eind aan allerlei studentenprivileges – zoals de onbeperkte toegang tot de stencilmachine waarop talloze pamfletten waren gedrukt – en in 1981 gooide de AA er definitief het bijltje bij neer, na een conflict over een nieuw studieprogramma.

Binnen het geheel van de studentenbeweging nam de AA een bijzondere plaats in. Veel AA-ers waren wel lid van de jongere Groninger Studentenbond (GSb) die aan de RUG de hoofdstroom van die beweging vormde, maar hadden er tegelijkertijd stevige kritiek op. De gerichtheid van de GSb op materiële belangenhartiging kon niet door hun beugel en ook hadden ze weinig op met het democratisch-centralisme, het marxistisch-leninistische organisatieprincipe waarbij een minderheid zich maar moest voegen naar de meerderheid. Van de CPN, die de GSb aan de leiband had, wilden de meeste AA-ers weinig weten. Meermalen leidden de verschillen tot “heftige heisa”, ook in de UK, en menigmaal scholden GSb-bonzen AA-ers uit voor “scheurmakers”, die de boel zaten te “verzieken”.

Als ze terugkijken, zijn oud-AA-ers vooral trots die onafhankelijke positie. “Bij ons leefde meer het anarchistische gedachtengoed”, zegt Paul van Tongeren, nu hoofd voorlichting bij Oxfam-Novib. “Die GSb was een heel vervelend gemanipuleerd zootje.” “Bij de GSb zaten de dogmatische hardliners”, aldus Frank van Vree, nu hoogleraar journalistiek in Amsterdam. “Bij de AA daarentegen, bestond ruimte voor een grote variatie van opvattingen, en ging het veel meer over inhoudelijke zaken. Ook zat er bij ons meer een spel-element in en bleven wij meer on speaking terms met de staf. En dat voorkwam dat er ongelukken gebeurden. Bij andere instituten werd de staf afgezeken, en gingen mensen totaal overspannen weg. Het zegt toch wel iets, dat dat bij geschiedenis nooit is gebeurd.”

NB: Dit stuk is eind juni 2006 in iets andere vorm gepubliceerd in het Seventies-nummer van de UK, maar hier alsnog geplaatst, omdat het UK-archief nog steeds aan de openbaarheid onttrokken is.
(5 mei 2015)


40 jaar geschiedenisstudie aan de RuG

Lustrumfilm uit 1976 van het GHD Ubbo Emmius, de studievereniging van het RuG-Instituut voor Geschiedenis, over haar bestaansjaren vanaf 1936, met sprekend in beeld onder andere:

– Edzo Waterbolk, in ’76 hoogleraar nieuwe geschiedenis
– P.J. van Winter, destijds emeritus-hoogleraar
– Marten Buist, docent nieuwste geschiedenis
– Anneke Mulder-Bakker, docent middeleeuwse geschiedenis
– Henk van Os, oud-student
– A.G. Jongkees, hoogleraar middeleeuwen
– Homme Wedman, docent nieuwste geschiedenis
– Bruno Naarden, docent contemporaine geschiedenis
– Jan Pieter Janzen, oud-student
– Ernst Kossmann, hoogleraar nieuwste geschiedenis
– Gé Prince, docent sociaaleconomische geschiedenis
– Jan Scheffers, oud-student
– Siert van Randen, oud-student
– De heer Akkerman, kantinebaas
– Met tussendoor beelden van de studenten Niek Nelissen en Ruud Koole (interviewers), Girbe Buist, Klaas van Berkel en Emil Henssen (toehoorders bij lezing over Couperus) en helemaal aan het eind onder meer Peter Romijn en Peter Stuart (als voetballers in de achtertuin van Heresingel 13).

Onderwerpen die ter sprake komen: het ontstaan van de vereniging GHD Ubbo Emmius, prof. Gosses, de mobilisatie, prof. Van Winter, de houding die studenten in de oorlog tegenover de loyaliteitsverklaring aannamen, de wederopbouw, de sobere excursies naar Oost-Friesland en Bourgondië, de manier waarop Van Winter tentamens afnam, de integratie van een dagopleiding MO geschiedenis, werkcolleges in plaats van hoorcolleges, democratisering, het instituut als “schilderachtige bouwval”, de verhuizing ervan naar de Heresingel in 1968, herprogrammering van het curriculum en de komst van sociaaleconomische, contemporaine en theoretische geschiedenis als vakken, de Aktiegroep Aktivering (AA) en de polarisatie (conflictmodel x harmoniemodel), het AA-voorstel om de RuG te hernoemen tot Domela Nieuwenhuisuniversiteit.


Een bibliotheek waar nog werd gerookt

Geplaatst op 14 juli 2008  a

Het Instituut voor Geschiedenis aan de Heresingel, mei 1975. De Aktiegroep Aktivering (AA) heeft de achterban bijeengeroepen in de bibliotheek. Er wordt gestemd over het voorstel om uit alle bestuurlijke raden en commissies te stappen. Een grote meerderheid is voor.

In die bibliotheek stonden de meest recene aanwinsten op de schoorsteenmantel. Linksachter had je een kamertje met naslagwerken. In de kast rechtsachteraan op de foto staat de gedegen pocketserie Fischer Weltgeschichte, waarvan ik ook nog vier deeltjes bezit. Die kreeg je aangeraden. Ik denk niet dat docenten dat nu nog doen, Duitse literatuur aanraden.

Achter de glazen scheidingswand met deur zie je de serre. Daar stond de IBM-typemachine met roterende letterbolletjes, één voor letters rechtop en de ander voor scheve. Op dat hypermoderne apparaat typte de Groniek-redactie de kopij in stroken uit, om die vervolgens met tussenkopjes en illustraties op modelpagina’s te plakken. Zowel in de serre, als in de bibliotheek was roken toegestaan. Er stonden nog asbakken op de tafels.

Van de aanwezigen herken ik een paar mede-eerstejaars, zoals Hans Meijer, Peter Stuart, en Saskia Rust. Meer tegen de achterwand en de deur naar de serre staan de big shots van de AA, de ouderejaars die op dat moment de raden bemannen: Michiel Baud, Wouter Hugenholtz, Paul van Tongeren, Jack Hofman, Klaas van Berkel en Frank van Vree. Ook zij steken merendeels een hand omhoog.

Tegen die achterwand stond ook altijd de projector op de filmavonden van de GHD Ubbo Emmius, de studievereniging. Andrei Rublev van Tarkovsky heb ik hier gezien. Bovendien organiseerde die studieclub hier geregeld lezingen. Daarvan herinner ik me vooral de voordrachten van Norman Cohn en Peter Burke, historici waar we als Groniek-redactie ook de nodige aandacht aan hebben besteed.

In 1981 verhuisde het Instituut voor Geschiedenis naar een schoolgebouw aan de Grote Rozenstraat. In het Zwitserse chalet op heresingel 13 kwamen de polemologen. Ik was dus in 27 jaar niet in dit gewezen onderkomenvoor de historici  geweest. Maar naar aanleiding van het logje over het te koop staan van het pand, kreeg ik een uitnodiging van de nieuwe eigenaar om rond te komen kijken. Samen met een oud-studiegenoot ben ik er vanmiddag geweest.

Er bleek veel veranderd. Zo was de vroegere bibliotheek in twee ruimtes verdeeld:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En ontbraken op de monumentale schoorsteenmantel uiteraard de nieuwe aanwinsten:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Maar het parket leek nog hetzelfde en de serre was nog net zo aangenaam licht als toen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Tim, bedankt!


Kroegen die ik gekend heb

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vanmiddag bij antiquariaat Isis het eerste ‘Groninger Kroegenboek’ van Dineke de Zwaan op de kop getikt, een uitgave van stichting Xeno uit 1981. Het werkje kostte me 6 euro. Een koopje, want het wordt nauwelijks aangeboden, en waar dat wel het geval is moet het 15 euro opbrengen.

In totaal noemt De Zwaan 197 kroegen in haar boek. Daarvan blijk ik er 49 te hebben bezocht, dus een kwart. Gelukkig niet allemaal evenveel. Hier volgt de lijst. Achter elke kroegnaam staat tussen haakjes het geschatte aantal keren dat ik er geweest ben. Verder geef ik de citaten van De Zwaan die herkenning bij me oproepen, en persoonlijke herinneringen.

De Tapperij (1)
Grote Markt
“Kelderbar in de oude bruin-caféstijl met donker hout en allerlei hoekjes.” Volgens mij echt een kroeg waar mensen na hun werk kwamen. Ik ben er één keer geweest, toen ik op de vlucht was voor een tiep dat me met een fietsenketting achterna zat. Ik werd er vrij goed opgevangen en kon via de achteruitgang wegkomen, om bij de politie aangifte te doen.

De Blauwe Engel (3)
Grote Markt
“Bezocht door ogenschijnlijk beter gesitueerden.”
Ben er een paar keer geweest, maar de corpsballensfeer stond me enorm tegen.

De drie Gezusters (40)
Grote Markt
“Het klassieke café waar “mensen van alle leeftijden en beroepen” binnen komen stappen.” Je kunt op je gemak iedereen bekijken. Ook is het niet onplezierig zitten aan de leestafel. Maar het zal hier zelden familiair worden.”
Typisch een café waar je overdag afsprak met relatief onbekenden.

Der Witz (2)
Grote Markt
De Zwaan moppert in haar boekje op de hoge prijzen. Hier heb ik voor het eerst van Jever gehoord.

Bommen Berend (1)
Oude Ebbingestraat/Kwinkenplein
“Veel winkelende stadjers, ouders met kinderen en zakenmensen.”
Volgens mij vooral oudere mensen.

Club Privé (1)
Grote Markt
“Het publiek bestaat uit dertigers die de indruk maken te moe te zijn om nog enig actief gedrag te vertonen”, aldus De Zwaan: “Misschien ben ik hier nog te jong voor”.
Ik herinner me inderdaad verlopen dertigers en veertigers.

Vlaamse Reus (40)
Poelestraat
De Zwaan: “Bruin café met oude kachel, groot schilderij en bankjes langs de muur”. “Vroeger was het een van de eerste bruine café’s van Groningen waar hippe studenten, kunstenaars en gekken elkaar vonden. Nu zal het een van de laatste zijn.”
Het café kende ik al uit mijn middelbare schooltijd, toen we met de Nederlandse Jeugdbond ter Besturing van de Geschiedenis, afdeling Meppel, eens een uitje naar Groningen hadden en iemand ons meenam naar de Vlaamse Reus. Hier dronk ik in mijn eerste jaar, na een tentamen, voor het eerst overdag een pilsje en ging na dat pilsje stuiterend over straat. Heb er ook een keer ’s avonds, bij een afspraak met vrienden, een enorme vechtpartij meegemaakt, waarbij de stoelen door de lucht vlogen. Er hingen fantastische, groteske schilderijen van Olga Wiese.

De Opera (40)
Poelestraat
Deed met de witmakersmode mee. Was in 1981 net grondige veranderd van een bruin in een wit café.
Ik zat hier ca. 1977 een keer met Nico toen de hele tent langzamerhand leegliep. Dat kwam door een stel jongens achterin, dat vervelend deed. Blijkbaar nam ik ze iets teveel op , want toen ook zij de tent uitliepen kreeg ik een elleboogstoot tegen mijn gezicht van de een, een stomp in mijn zij van nummer twee en een knietje van de derde. Naderhand vernam ik dat dit clubje zich ‘The Boys’ noemde. Verschillende van die gasten zag je ook steeds in de entourage van Herman Brood, ze waren een soort zelfbenoemde bodyguards van hem.

The Jolly Joker (3)
Poelestraat
“Op de disco-verlichte dansvloer krijgen heel wat typistes the saturday night fever.” “Bars op twee niveaus, zodat ook van bovenaf het dansende publiek getaxeerd kan worden.”
Hier kwam ik wel met B. en L. Hansje Brokken was hier portier.

Brasserie (50)
Poelestraat
“Helder licht eetcafé”, met voor een straat- en achter een tuinterras. “Bij de bar is het helaas nogal eens lang wachten.”

Stadtlander (5)
Peperstraat
Donkere lambrizering, leestafel, bekende stadjers als Kees van der Hoef.

Pakhuis (50)
Peperstraat
“Studentencafé met live-optredens bands.” “Als je de trap oploopt kan je over de ballustrade leunend het binnenkomende publiek begluren.”
Je kon er ook eten, redelijk goedkoop. Hier heb ik de meeste Groninger Springtij-bandjes gezien. Brood, Phoney, Plant, White Honey. Die speelden meest op woensdagavond, als de kroegen een uur langer open waren. Dat kwam door de successen van Ajax in de Europacup, heb ik me wel eens laten vertellen. In elk geval werd de woensdagavond door bepaalde types ook wel ‘Arbeidersneukavond’ genoemd.

De Spieghel (5)
Peperstraat
Bestond in 1981 pas drie jaar. Er kwam inderdaad een wat ouder publiek op dit jazz-café af.

De Kar (20)
Peperstraat
Donker swingzaalje met gekleurde neonbuizen, waar ze redelijk veel new wave draaiden.

De Troubadour (30)
Peperstraat
Live muziek van funk-artiesten.

De Ster (3)
Peperstraat
Bestond in 1981 nog maar een jaar. Was daarvoor “het beruchte café Josje”, van Jos Paanakkers, een buddy van Herman Brood, die er dan ook heel regelmatig zat. Heb er wel eens naast Brood aan de bar gehangen. Herinner me dat ze daar op een gegeven moment veel Fischer Z draaiden.

Sandino (10)
Kattendiep
Had een vrij licht interieur met zwarte stoelen en tafels en rode accenten en een lage zinken bar. Er kwamen nogal wat would-be kunstenaarstypes. Ging door voor “de wachtkamer van de Kattebak.”

De Kattebak (3)
Kattendiep
Zogenaamd een sociëteit voor kunstenaars, of degenen die een opleiding voor het kunstenaarschap volgden. Op het dansvloertje is op een gegeven ogenblik een van The Boys (zie Opera) doodgeschoten. De dader zat nog maanden verstopt op een woonboot bij de Steentil, richting Aduard.

’t Hijgend Hert (20)
Papengang
Was oorspronkelijk een zaaltje voor studentenfeesten. Ik herinner me dat Geurt en Teun me bij een feest van het Gronings Historisch Dispuut Ubbo Emmus daar een cowboylaars afnamen die ze voor mij onbereikbaar op een hanebalk posteerden. Later kon je er vooral goed flipperen.

De Koffer (30)
Oosterstraat
Nachtkroeg met live optredens, waar ik veel Springtij-bands heb gezien.
“De grootste bezwaren van dit café zijn de drukte en de prijzen. Daarentegen is het voor veel jonge mensen een gelegenheid om na tweeën nog door te zakken zonder vertoon van lidmaatschapskaart.”

Kelderbar VERA (500)
“Ontmoetingsruimte voor mensen die van de Kemenade komen.” Volgens De Zwaan had de huisdealer hier zijn verkooppplaats, maar dat is een beetje onzin, alleen met de concerten zat hij wel in de kelderbaar. Na de Plu’s was VERA mijn hang-out, zo in de jaren rond 1980.

Raedskelder (3)
Carolieweg
Ook zo’n ding waar je wel eens met een relatief vreemde afsprak, zonder er vaker te komen.

De Burcht (3)
Ouwe lullenkroeg die alleen overdag open was, maar een prima bal gehakt in de aanbieding had.

The Duke (20)
Hoogstraat
Homo-danskroeg, waar volgens het verhaal vrouwen graag heengingen omdat ze er niet lastig gevallen werden.

Cafe Raven (3)
Herestraat
Besloten bankjes van leer, bediening door een ouderwetse ober.
Het bestond al vanaf 1889 – “Het zou erg vreemd zijn als café Raven niet meer zou bestaan”, zegt De Zwaan. Ik vraag me nu af of Raven het honderdjarig bestaan wel eens gehaald heeft.

De Evenaar (3)
Folkingestraat
Bruine kroeg met denksporters als Jannes van de Wal.

Talk of the Town (10)
Nieuwstad
Disco “voor de late uurtjes en de late types”. “Je moet er goed op je portemonnee passen want er wordt gerold.”

1672 (5)
Zuiderdiep
Optredens van zangers met gitaren.

Huis de Beurs (30)
Klassieke dagkroeg voor alle lagen van de bevolking met pluche tafelkleedjes.

Literair Café AaBC (10)
Haddingedwarsstraat
Een donker spelonk met portretten van schrijvers aan de muur. Er vonden in het begin ook wel literaire avonden plaats, maar na verloop van tijd steeds minder, toen werd het een echte doorzakkroeg. Jean-Pierre Rawie en andere literaire coryfeeën van de stad kwamen hier ook wel. Je moest er lid van zijn, en dat was ik in het eerste jaar dat deze kroeg bestond.

Het Winkeltje (3)
Kromme Elleboog
PvdA-kroeg op dinsdagavond. In 1981 net omgeturnd van bruin in wit café. Dat was toen de trend (zie ook Opera).

Het Lokaal (2)
Kromme Elleboog
Collectief café, gedreven vanuit een woongemeenschap in hetzelfde pand, een voormalige school.

Het Buitenbeentje (3)
Uurwerkersgang
Oud bruin café voor jonge mensen.

De Sphinx (5)
Kijk in het Jatstraat
Eetcafé dat als een van de eersten spareribs op het menu had.

De Wolthoorn (3)
Turftorenstraat
Midden jaren zeventig vooral de stamkroeg van de CPN, die daar vlak in de buurt haar partijkantoor had.

De Bronx (30)
Spilsluizen
Opgericht door softdrugspropageerder Theo Buissink. Kleine disco, waar ze progressieve muziek draaiden en waar ook wel eens een live-optreden plaatsvond. Je had er geen kaart, moest contant afrekenen en kon dus ook zo weglopen. Bij tenten waar wel zo’n consumptiekaart verplicht was, zoals de Troubadour, moest je heel erg oppassen dat je zo’n kaart niet kwijtraakte, want dat kostte je 50 gulden.

La Baborack (2)
Café-chantant met singer songwriters.

Simplon (100)
Totaal omgeturnd van hippietent met spirituele workshops in een zwartgeschilderd en onder de graffiti zittend punkhol. Ik herinner me dat ik er eens rondliep in een witte tuinbroek en met kersvers hennahaar, terwijl de andere bezoekers alleen maar zwarte kledij droegen.

De Dikke Kater (100)
Schuitendiep
Opgericht door een sociaal-cultureel werker van VERA. De Zwaan: “Veel mensen die vroeger bij jongerencentrum VERA kwamen en ook wat PSP-bonzen komen hier.” Pijpela met filmfoto’s aan de muur. Heb er vooral Duvel gedronken.

De Pijpela (40)
Schuitendiep
Flipperen op dinsdagavonden na de vergaderingen van de Aktiegroep Aktivering. Sander Doeve, indertijd leider van de PSP, haalde me hier over om lid van zijn partij te worden.

De Smederij (40)
Tuinstraat
Je had café’s met een dagvergunning, die om twaalf uur al dicht moetsen zijn, en je had café”s met een avondvergunning die tot een uur ’s nachts open mochten zijn. Buiten de diepenring echter golden de avondvergunningen nog een uur langer. En dus ging je naar de Smederij, als je in de binnenstad nergens meer welkom was. Ze hadden er een heel klein barkeepertje, dat als een duveltje uit een doosje over de bar heen kon springen als iemand vervelend deed. Heette die man nou Gertje?

Bennies Bar (20)
Schuitendiep
Biljartcafé met maar liefst vijf biljarts. Op zondagavond kon je er Studio Sport kijken en genieten van de commentaren op ons vaderlandse topvoetbal door figuren als Jaap Ham en Hendrik de Jong.

Kroeg van Klaas (200)
Oosterweg
Heb hier veel geflipperd en voetbalspel gespeeld met Jan V.
Arie was indertijd de kroegbaas, en als de laatste ronde en de hoogste tijd waren geweest dan draaide hij Ach Margrietje, de rozen zullen bloeien van Louis Neefs.

De Plu’s (500)
Oosterweg
Is een stamcafé van me geweest. Oorspronkelijk was het ’t folkcafé van Jan Stelma, die er ook ettelijke Israelische vrienden onderdak bood. Naast folkliefhebbers kwamen er veel mensen uit de buurt. Heb hier veel folkconcerten meegemaakt. Als er zo’n optreden was, dan ging de tap dicht en o wee als je door de muziek heen praatte, want dat kwam je te staan op vernietigende blikken en opmerkingen vanachter de bar. Bezoeker Kees Wennekendonk speelde er graag piano. In 1981 zit Jan Stelma niet meer op het café, hij legde zich toe op Grand-Theatre. Dat jaar was het al een collectief café, dat ook een uitgaansblaadje uitgaf, de Ratelaar. De Zwaan schreef: “Onmiskenbaar waait hier de geest van de hippietijd nog rond. Een knappe verwezenlijking van idealen.”

Le Doc (2)
Meeuwerderweg
Naast deze voorganger van café Merleijn zat een illegaal gokhol waar de werkelijke verdiensten uit moesten komen. ’s Middags zat er vrij rauw volk in de kroeg, die paar keer dat ik er kwam.

Damhof (5)
Mauritsstraat
Ging om zes uur ’s morgens open en was hèt adres voor notoire doorzakkers en verpleegkundigen die uit de nachtdienst kwamen.

De Huifkar (1)
Jacobstraat
Voorganger van Het Gesticht, dat later mijn stamkroeg was.
De Huifkar was zo’n café met pluche tafelkleedjes en alleen op vrijdagmiddag zag je er veel volk. Dan betaalden koppelbazen er uit, heb ik wel eens gehoord. In elk geval stonden er dan vrij veel auto’s op de trottoirs geparkeerd.

Waterloo (30)
Waterloolaan
Buurtcafé van de Herepoortbuurt. Kwam er wel eens met Henk Ziffel en later Marcel A. Heb er wel eens pijltjes gegooid, meen ik.

Coendersbar (1)
Coendersweg
Buurtcafé in Helpman met anderhalve man en een paardekop aan ouwe lullen.


Back to the seventies

29 juni 2006

De Aktiegroep Aktivering, ca. 1976 op de stoep van het Instituut voor Geschiedenis, Heresingels 13. Rechtsonder schrijver dezes.

Voor het Seventies-nummer van de UK maakte ik een verhaal over de Aktiegroep Aktivering, de anarchistisch angehauchte studentenclub op het Instituut voor Geschiedenis van die tijd. Bij het doornemen van de notulen kwam ik menigmaal mijn eigen naam tegen, want van 1975 tot 1979 maakte ik deel uit van deze club. Het verhaal in de UK heb ik globaal en afstandelijk gehouden, echt veel wist ik ook niet meer over deze periode, maar op deze plek kan ik mooi de notities uit de AA-notulen kwijt, die mijn eigen rolletje regarderen. Ik heb er nog wat notities aan toegevoegd, die wat zeggen over de sfeer in die tijd.

18 september 1975

12 mensen aanwezig: “Veel te weinig”, “de opkomst is bedroevend laag”. “Hier moet heavy verandering in komen.” (NB: er zijn dan ongeveer 500 geschiedenisstudenten in Groningen.)

De zeven extraneï die vorig jaar bij een actie tegen de studentenstop konden worden ingelaten, dankzij een maas in de wet, zijn nu allemaal toegelaten tot het reguliere tweede studiejaar. “Voorwaar, alweer een geslaagde AA-aktie!”

In het vervolg gaan we na de donderdagavond-vergadering naar een andere kroeg: De Pijpela aan het Schuitendiep, waar ook de GSb-dissidenten van scheikunde zitten.

25 september 1975

30 aanwezigen. “Dit gaat de goeie kant op.” Aanwezig van GSb, de CPN-gelieerde Groninger Studentenbond: Jurjen Jacobs, secretaris onderwijs. Aanwezig van de centrum-rechtse GROS-studentenfractie in de Universiteitsraad: Frank de Grave. (Dit was ik totaal vergeten!)

Op het Instituut voor Geschiedenis hebben de studenten van de AA al een paar jaar de meerderheid in de Afdelingsraad, formeel het hoogste orgaan van de afdeling. Maar de docenten vetoën kwistig de raadsbesluiten, wat ook hun recht is. Bij het elfde veto binnen één studiejaar, mei 1975, was de maat vol en traden alle AA-ers uit de raden en commissies. En de bestuursboycot van de AA duurt nog steeds voort.

De AA beticht de GSb van imperialisme op het Instituut voor Geschiedenis.

Harry Perton treedt toe tot de propagandacommissie van de AA.

2 oktober 1975

Jurjen Jacobs (GSb) maakte aanmerkingen op de aanwezigheid van de GROS-ser Frank de Grave, de vorige keer. Hij krijgt uitgelegd dat de AA autonoom en onafhankelijk van de GSb opereert, dat de GROS ook welkom is op onze vergaderingen, maar niet op één lijn zal wrden gesteld met de GSb.

Harry maakt een muurkrant.

Voor de eerste keer komt het onderwerp vrouwengeschiedenis aan de orde.

Op het GSb-seminar zal onder meer de positie van het bondsorgaan Nait Soez’n ter sprake komen. In de AA bestaat er nogal wat kritiek op dit blad. Vandaar de uitspraak van Paul van Tongeren, de centrale figuur van de AA: “Dissidenten, spoedt u erheen en zet er de beuk in.”

9 oktober 1975

17 aanwezigen

De kritieken op Palmer, het handboek bij nieuwe en nieuwste geschiedenis, zijn helemaal uitverkocht. De derde druk wordt besteld.

Uit de eerstejaarsavond in Roden is een eerstejaarsoverleg voortgekomen.

De propagandacommissie maakt een expositie over het roemruchte AA-verleden.

16 oktober 1975

De bestuurscrisis betekent dat de hoogleraren weer alle macht in handen hebben. Wat dat betreft heersen er “pre-demokratische” toestanden op het Instituut. Vanuit de Faculteit der Letteren is er nu een bemiddelaar aangesteld.

De gezworen kameraden Geurt Collenteur en Teun Dankert stellen een ‘Handleiding voor een aktivist’ samen met het oog op de nieuwe garde.

23 oktober 1975

10 aanwezigen. “De slechte opkomst stemt de vergadering treurig en toornig.”

Er wordt een beleidsseminar gepland.

Twee formatieplaatsen van de wetenschappelijke staf zijn onbezet, “een grof schandaal” bij een studie met een studentenstop. Geen wonder dat er steeds minder eerstejaars werkcolleges zijn, wat weer gecompenseerd moet worden met hoorcolleges.

30 oktober 1975

13 aanwezigen

Er komt een actie van eerstejaars voor theoretische geschiedenis.

Harry biedt zich aan als extra typist voor seminarstukken.

13 november 1975

Paul van Tongeren neemt afscheid van de AA.

Wetenschapskritiek: Harry schrijft een stuk over het studieprogramma.

Harry en Peter Romijn worden als AA-waarnemers afgevaardigd naar de Beleidsraad van de GSb.

20 november 1975

Verslag Beleidsraad GSb. Aan de orde kwam er het adhesie-verzoek van Amnesty inzake de Amnesty-actie voor politieke gevangenen in de Sovjet-Unie. “Harry vindt het jammer dat de GSb niet meewerken zal. Hij stelt voor dit weer in de Beleidsraad te brengen.” Jurjen Jacobs van het GSb-bestuur: “Het was de eerste keer dat we werden gevraagd, we hadden te weinig achtergrond-informatie, vandaar dat we het besluit uitgesteld hebben tot ons kerstseminar.” (Niet genotuleerd staat dat dit een flagrante leugen is, omdat de GSb een paar maanden eerder Amnesty wel steunde bij een actie voor politieke gevangenen, veelal communisten, in Indonesië.) Het voorstel van Harry wordt aanvaard met 9 tegen 2 stemmen, bij enkele onthoudingen. De notulen van de GSb-Beleidsraad komen ter inzage te liggen in de AA-kast.

Herprogrammering vanwege de nota Posthumus, die streeft naar vierjarige studies. De Sectie Geschiedenis van de Academische Raad (SGAR) is voor een vijfjarige studie, terwijl Leiden er wel vier jaar van wil maken en Rotterdam zelfs al een vierjarig curriculum heeft ingevoerd.

27 november 1975

De GSb heeft geen besluit genomen om Amnesty te steunen bij haar Rusland-actie. Niet alle basisgroepen hadden er al over gepraat. De volgende keer komt het punt weer aan de orde.

10 december 1975

Er zijn twee rumoerige vergaderingen van de GSb-Beleidsraad geweest. Peter doet verslag van de consternatie bij het punt Amnesty International. Harry heeft de motie ingediend en Peter heeft er stemming over aangevraagd. “Dit zag het GSb-bestuur helemaal niet zitten.” Het kwam met een orde-voorstel om met een verklaring te komen, welk voorstel aangenomen werd. Deze verklaring is gister aan de Beleidsraad voorgelegd. In de notulen van de Beleidsraad wordt de zaak helemaal niet als zwaar weergegeven, dat zit ons niet lekker. De indieners van de motie komen er heel slecht vanaf. We gaan met andere groepen contact opnemen over te ondernemen stappen.

Medicijnen heeft een brief naar het GSb-bestuur gestuurd met kritiek op de Nait Soez’n. Daar wordt niet meer met het blad gecolporteerd. De brief van de basisgroep medicijnen krijgt steun van de biologen.

3 juni 1976

Voorzitter: Harry

2 september 1976

Voorzitter en notulist: Harry (accumulatie van functies!)

Stop de Stops!, de nieuwe actie tegen de studentenstop wordt besproken.

In de Beleidsraad van de GSb werd gemeld dat Nederlands in Groningen naar een vijfjarig studieprogramma streeft. Nederlands in Leiden wil een 4,5 jarig curriculum.

Harry schrijft een stuk voor het seminar.

9 september 1976

Harry schrijft een stuk over de bezuinigingen.

We zijn het maar half eens met de 600 gulden collegegeld-actie vande GSb.

27 september 1976

Harry schrijft een stuk voor de nieuwe Groniek.

2 december 1976

Harry voorzitter

De AA gaat na alle ellende met de GSb, met een eigen lijst de verkiezingen in voor de Faculteitsraad van Letteren. Op de lijst voor de AA staan: 1) Wouter Hugenholtz 2) Frank van Vree 3) Meile Tamminga 4) Harry Perton (Om het beperkt te houden tot de
mensen die naderhand in de raad kwamen.)

De Bestuurscrisis op het Instituut voor Geschiedenis is ten einde. Er komen een paritaire Bestuurscommissie, met twee docenten en twee studenten, en een eveneens paritaire overleggroep, met zes docenten en zes studenten. (Hier zat ik ook nog in.)

De AA streeft ernaar, dat het Instuituut een specialist op het gebied van de sociale geschiedenis aantrekt.

Er is contact met de GSb-basisgroep medicijnen (Eddy Houwaert) over de GSb-koers. We vinden dat de aandacht van de GSb voor studie-inhoudelijk werk tekortschiet. Bovendien zijn we tegen het buitenlandbeleid van de studentenbond en het leninistische organisatie-concept van het democratisch-centralisme, waarbij er net zo lang doorgeluld moet worden tot de minderheid zich neerlegt bij de meerderheid.

9 december 1976

Harry schrijft een stuk over het gezicht van de AA naar buiten toe.

3 mei 1979

Op de agenda van de Studierichtingsraad staat de klacht van een aantal docenten over het stuk van Fokele Enting in De Reactie. Als de studerichtingsraad voorstelt om hierover een betreuren uit te spreken, wordt de AA-fractie geadviseerd om tegen te stemmen. (Na al die jaren, nog wel bedankt jongens!)

20 september 1979

Harry Perton wil niet langer in de Bibliotheekcommissie blijven zitten.


De kwestie Amnesty (1975)

In het tweede jaar van mijn studie, najaar 1975, sloot ik me aan bij de de anarchistisch angehauchte Aktiegroep Aktivering (AA). Op het gezellige Instituut voor Geschiedenis aan de Heresingel kreeg de toenmalige communistische mantelorganisatie GSb (Groninger Studentenbond), nauwelijks een poot aan de grond. Anders dan bij de meeste RUG-opleidingen was er bij geschiedenis geen GSb-basisgroep. Studenten van de AA zaten er in de raden. Ook in de faculteitsraad van letteren had de AA een eigen fractie, apart van die van de GSb.

Wel vaardigde de AA als autonome club een vertegenwoordiger af naar de Beleidsraad van de GSb. De allereerste keer dat mij die onnoemelijke eer te beurt viel, maakte het GSb-bestuur melding van een adhesie-verzoek, afkomstig van Amnesty International. Amnesty voerde die winter actie voor dissidenten in de Sovjet-Unie. Het GSb-bestuur zei dat de GSb niet in zou gaan op het verzoek van Amnesty, en daarmee was – haastige hamerklop op de bestuurstafel – de kous af.

Dat dacht het GSb-bestuur tenminste. Maar bij mijn achterban van de AA viel de handelswijze van het GSb-bestuur in slechte aarde. Paul van Tongeren, toen nog de spil van de AA, nu voorlichter van de NOVIB, vond dat ik in de GSb-Beleidsraad op de zaak terug moest komen. En daarmee was de AA het unaniem eens.

In de volgende GSb-Beleidsraad kwam ik dus als brave afgevaardigde van geschiedenis op de kwestie terug. Wat leidde tot een enorme discussie, die goed liet zien hoe de studentenpolitieke krachtsverhoudingen op dat moment lagen. De vertegenwoordigers van psychologie, sociologie, andragogiek, pedagogiek, onderwijskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, sociale geografie, economie, Nederlands, theologie, rechten en nog wat opleidingen meer stonden pal achter het GSb-bestuur. Ook zij zagen niets in een adhesie aan Amnesty’s actie voor Sovjet-dissidenten. Slechts afgezanten van geneeskunde (de tegenwoordige VU-hoogleraar Eddy Houwaert), filosofie en biologie kreeg ik mee.

Geheel en al conform het leninistische concept van het democratische-centralisme wilde het GSb-bestuur net zolang doordiscussiëren, tot de minderheid platgeluld was en zich gewonnen gaf. Dat gebeurde zomaar niet, en het bestuur tilde de discussie over de pauze heen. In die pauze liet het versterking halen van het CPN-bureau in de Turftorenstraat, een Jaap Hooiveld, die een jaar of wat eerder zijn sporen verdiend had in het GSb-bestuur. Hij studeerde nog wel, maar was intussen opgeklommen tot CPN-kaderlid. Ook deze Jaap bracht geen nieuwe gezichtspunten. Dezelfde argumenten herhaalden zich keer op keer.

Op een gegeven ogenblik vroegen wij als minderheid een schorsing van de vergadering aan. We staken de koppen bij elkaar en stelden een motie op, om toch steun aan Amnesty te betuigen. Deze lazen we na de schorsing voor, en vroegen er een stemming over aan. Dat was olie op het vuur. Nu ging de discussie over de vraag of je een discussie wel met een stemming mocht besluiten. Dat was binnen de GSb namelijk in geen jaren gebeurd.

Ook bij dit afgeleide debat liepen de gemoederen hoog op. En toen gebeurde er iets, wat ik nooit zal vergeten. In het GSb-bestuur zat een magere psychologiestudent met lang, sluik haar, die bij zomer- en winterdag op sandalen liep. Ik meen dat hij secretaris was van de GSb. Deze Jurjen Jacobs, tegenwoordig campingbaas in Frankrijk, stond trillend van woede op achter de bestuurstafel, en riep:

“Iemand probeert hier de democratische gang van zaken te verzieken door een stemming door te drukken!!!”

Die stemming kwam er uiteindelijk toch. Dat wel. Kennelijk had het democratisch-centralisme nog onvoldoende greep op de GSb. Maar we verloren die stemming ook. En dik. Want met tweederde meerderheid wees de GSb-Beleidsraad onze motie af. De Amnesty-actie voor dissidenten in de Sovjet-Unie kreeg van de Groninger Studentenbond geen steun. Bij deze gelegenheid werd echter ook manifest, hoe sterk de GSb in de ban van de CPN was.


Paul is dood

Op de genoeglijke reünie van ons jaar hoorde ik vanavond dat Paul van Tongeren onlangs is overleden. Paul was een tijdje politiek-mentaal een soort van oudere broer van enkele jaargenoten en mij, midden jaren 70. Later heb ik hem nog eens geïnterviewd over de actiegroep bij geschiedenis waarvan we beiden deel uitmaakten.

Op de reünie bracht het doodsbericht een milde vorm van schrik teweeg. Niet iedereen wilde het ook geloven. Er zijn landelijk meerdere Pauls van Tongeren bekend. Gelukkig hebben we tegenwoordig Mensenlinq zodat je de rouwberichten kunt opzoeken. Helaas bleek het waar.

Vrienden van Paul tekenden in hun rouwadvertentie een herkenbaar portret:

Sinds dat interview volgde ik hem op afstand zo’n beetje en begreep dat hij niet geheel en al senang vertrok bij de Oxfam-Novib, waarbij hij als voorlichter/woordvoerder werkte. Naderhand werd hij actief voor een Engelstalige club voor dierenwelzijn. In elk geval was het zo iemand waarvan je goeie herinneringen met je meedraagt en die je dus graag nog wel eens zou willen tegenkomen. Dat kan nu dus niet meer.