De brand bij Elzo Perton

In verband met de vondst van eind vorige week heb ik het even opgezocht in de Winschoter Courant. Op 4 maart 1892 bericht deze:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Blijkbaar bewoonden mijn betovergrootouders een twee-onder-een-kap, waarvan ze de helft verhuurden. Tot de armste dagloners behoorden ze dus niet. Ook moet het verhaal, dat het huis van hun zoon Geert het eerste aan de Klinkerweg was, als een mythe worden gekenschetst. Althans, chronologisch was het zeker niet het eerste huis. Misschien bedoelde mijn oud-tante Elsiene dat geografisch?

Advertenties

Elzo Perton koopt een lap grond en bouwt er een huis

Het anno 1880 in bouwpercelen verdeelde stuk weiland (E 543) van boer Wester, links bij de Klinkerweg, en zijn ligging ten opzichte van Finsterwolde. Bron: HisGis.

Jan Jans Wester, een boer op de westkant van Finsterwolde, bezat daar vrij veel grond. Onder meer een kamp weiland aan de westkant van de nog onbewoonde Klinkerweg, die nagenoeg 1 hectare groot was en kadastraal bekend stond als E 543 (zie kaartje, links). Eind 1879, begin 1880 besloot Wester de kleinste helft van dat perceel van de hand te doen. Hij liet langs de Klinkerweg vijf bouwpercelen afbakenen, “huisplaatsen” van elk 9 are en 60 centiare groot, en deed deze uit in beklemming (erfpacht met vaste, onveranderlijke huur). Elk perceel moest voortaan 12 gulden beklemhuur per jaar gaan doen. Op 9 januari 1880 vond in een herberg de veiling van deze beklemmingen plaats.

Van noord naar zuid waren dit de hoogste biedingen, met erachter de namen van de mannen die het hoogst voor de beklemmingen boden:

Koopsom: Koper:
ƒ 150,- Elze Perton, arbeider te Finsterwolde
ƒ 150,- Freerk van Dijk, dienstknecht te Oostwold
ƒ 140,- Elze Principaal, dienstknecht te Finsterwolde
ƒ 140,- Harm Bakker, arbeider te Finsterwolde
ƒ 100,- Jan van Dijk, arbeider te Finsterwolde

Hoe zuidelijker het perceel lag, hoe minder er werd geboden. Mogelijk hing dat samen met hoogte of de afwatering, misschien speelde de afstand tot Finsterwolde ook wel een rol. Alle bieders behoorden tot de arbeidersstand, we zien hier de eerste fase van de Klinkerweg als roemruchte arbeidersstraat. Mijn betovergrootvader Elzo Perton ging aan de haal met het perceel dat het dichtst bij Finsterwolde lag.

Omdat boer Wester nogal wat stukken (akker)land om de nieuwe huisplaatsen heen had liggen (zo’n dertien percelen) verbood hij zijn nieuwe meiers op hun grond “pluimgedierte” te houden, op straffe van 10 gulden boete. In de veilingakte liet hij dit verbod en de sanctie vastleggen als erfdienstbaarheid op de huisplaatsen. Geen arbeiderskip zou hem het graan wegpikken!

Specifiek voor Elzo Perton gold nog de bepaling dat de laan langs de noordgrens van zijn perceel het eigendom van boer Wester bleef. Elzo mocht er dus niet zomaar gebruik van gaan maken. Langs de laan moest er een sloot komen van een meter breed, waarvoor Wester de helft van de grond leverde, terwijl Elzo de andere helft voor zijn rekening moest nemen. Elzo draaide echter in zijn eentje op voor het onderhoud – hij moest zorgen dat de sloot haar breedte bleef houden. Bovendien mocht hij binnen twee meter vanaf de laan geen “houtgewas”, dus bomen en heesters planten.

Net als de andere kopers moest Elzo op 1 mei 1880 zijn beklemming betalen. Bleef hij of een van zijn nieuwe buren in gebreke, dan gold een rente van 5 % over de schuld, Zolang er niet afbetaald was, hield Wester een recht van hypotheek., en mocht een beklemde meier zijn vastgoed niet van de hand doen.

Naderhand, op 21 mei 1880, leende Elzo Perton 650 gulden van Jan, Eildert en Albertje Schuitema. Het ging om twee broers en een zus te Beerta, waar de ene broer (Jan) blauwverver en de andere (Eildert) bakker was. Elzo groeide op in Beerta, waarschijnlijk ging het om oude kennissen die hem vertrouwden. Van het geld zal 150 gulden voor de betaling van Westers beklemming bestemd zijn geweest, en 500 gulden voor de bouwkosten van de dubbele woning die er kwam. In Beerta tekenden partijen ook de hypotheekakte, en wel bij kastelein Jan Hindrik Puister, die tevens optrad als getuige. Elzo zou jaarlijks 5 % rente over zijn schuld aan de Schuitema’s betalen, en zij verkregen als geldschieters de gebruikelijke hypothecaire rechten over Elzo’s behuizing en de beklemming van de bijbehorende grond, kadastraal nog steeds aangemerkt als E 543 (zij het gedeeltelijk). Elzo moest zich verplicht tegen brand verzekeren en dat was maar goed ook, gezien de ervaring in 1892, toen door de wind vlammen van de overkant van de Klinkerweg oversloegen en zijn huis tot de grond toe afbrandde.

Bronnen: RHC Groninger Archieven, Toegang 110 (archief notaris A.H. Koning te Finsterwolde) inv.nr. 48, akte 1880 nr. 6 (veilingakte d.d. 9 januari 1880); en inv.nr. 50, akte 1880-146 (hypotheekakte d.d. 21 mei 1880).

De handtekeningen onder de koopakte van 1880. Links van de rode streep de onbeholpen pootjes van de kopers, allen arbeiders; rechts van de rode streep de veel geroutineerdere signaturen van de verkoper, diens getuige, een notarisklerk en de notaris zelf.


Waar Freerk Perton als emigrant terechtkwam

In een hypotheekakte uit 1880 van mijn betovergrootvader Elzo Perton ligt dit briefje dat, hoe simpel ook, me lichtelijk euforisch maakte:

Het is het adres van zijn zoon Freerk Perton, een kleermaker die in 1893 met zijn gezin naar Amerika emigreerde. Freerk woonde daar als Frederick Perton in Kalamazoo Michigan, en wel op het adres 15-15 North Park Street.

Waarom dat adres na minstens dertien jaar in de akte terechtkwam is een raadsel. Mogelijk moest Freerk eventueel instaan voor zijn vader, als diens hypotheek niet geheel afgelost kon worden. Geheel ondenkbeeldig was dat niet, want zijn pa was nogal accident-prone. Zo brak er in 1892 brand uit bij Elzo en kreeg hij vijf jaar later een trap van een paard tegen zijn dijbeen. In elk geval is het handschrift op het cedeltje dat van Freerks broer Geert Perton, mijn overgrootvader.

Het precieze adres van Freerk was mij tot vandaag onbekend. Wel beschik ik allang over een foto, vermoedelijk uit het eerste decennium van de twintigste eeuw, van zijn huis in Kalamazoo. Zijn vrouw en dochter Geesina/Geeske/Gé poseren er voor the porch, de smalle veranda:

Mogelijk was het gedeelte rechts een zelfstandige woning, waar andere mensen woonden. Als ik namelijk google op het gevonden adres, komt deze recente opname van Streetview tevoorschijn:

Het rechter gedeelte blijkt verdwenen en ook verder is er uiteraard het een en ander veranderd. Zo zijn de veranda en de ruimte onder de vloer dichtgemaakt en de ramen aanzienlijk vergroot. Toch oogt het pandje onmiskenbaar nog als het huisje (of het linker gedeelte van het complex in den brede) op de foto van 1900-1910. Mogelijk berust de gelijkenis op een vergissing (zie reactie Harmien), bijvoorbeeld omdat de nummers veranderd zijn in de tussentijd. De huizen in deze buurt zijn echter vrij gelijkvormig, zodat we in ieder geval meer in het algemeen een actueel beeld krijgen.

Freerk of Frederick Perton, geboren in 1861, overleed in 1944. Hij had een zoon Harry (!), die zijn zoon weer Frederick noemde. Deze kleinzoon was als soldaat een onzer bevrijders, toen zijn grootvader overleed. Volgens zijn bio had Frederick jr. dertig jaar lang een kruidenierswinkeltje in Kalamazoo, tot hij het in 1963 opgaf en in dienst kwam van een grootwinkelbedrijf in levensmiddelen.


Een prooi der vlammen door stoompot

brandrapportje elzo Perton 1892 (2)

Cadeautje van collega’s in de mailbox: een rapportje over de brand bij mijn  betovergrootvader en diens overburen, opgesteld door burgemeester P.J. de Hoop van Finsterwolde, en door deze op 4 maart 1892 verzonden naar de officier van justitie te Winschoten.

Op zich is die brand niet nieuw voor me, die vond ik eerst al eens in een gemeentelijk jaarverslag, en naderhand in de Winschoter Courant. Geen van beide bronnen geeft echter de oorzaak. Die staat nu wel in dit stuk. Om De Hoop aan te halen:

“De oorzaak der brand is hoogstwaarschijnlijk ontstaan door een stoompot.”

Een oorzaak die ontstaat – de burgemeester was duidelijk geen stilist. Niettemin schopte hij het, na nog geen jaar die functie in Finsterwolde te hebben bekleed, tot burgemeester van Veendam eerst en later Sneek.

Als we onder stoompot een afgesloten, metalen omhulsel mogen verstaan, waarbinnen een ander metalen omhulsel verhit wordt met stoom, zal zo’n apparaat op zich geen brand kunnen veroorzaken. Maar het kan bij oververhitting natuurlijk in het ongerede raken en bijvoorbeeld een onderstaand petroleumstel laten omvallen. Vallende petroleumstellen veroorzaakten wel vaker brand.

(Met dank aan E. & P.)


Betovergrootvader kreeg trap van paard

Elzo Perton en Geeske Boog nw scan

Door het restaureren van familielogjes  herinnerde ik mij opeens, dat ik nog niet had gekeken of de naam Perton ook voorkwam in de oudste tranche Nieuwsblad-leggers die de KB laatst op het web heeft gezet. En jawel, er kwamen weer wat bijzonderheden tevoorschijn. Zoals dit berichtje van 8 oktober 1897:

“FINSTERWOLD, 6 Oct. Bij het vervoeren van gedorscht koren viel de arbeider E. Perton van een wagen, onmiddellijk achter de paarden, waarvan een achteruitsloeg en P. aan het bovenbeen raakte. Het been werd zoodanig gekneusd, dat heelkundige hulp moest worden ingeroepen. De man zal eenigen tijd zijne gewone werkzaamheden niet kunnen verrichten.”

Dat gedorste koren zal in zakken op een platte wagen hebben gelegen. Mijn achternaamgenoot zal dan waarschijnlijk niet bovenop de lading hebben gezeten, maar op de bok van de wagen. Op de een of andere manier moet hij daar het evenwicht kwijt zijn geraakt, wat bijna alleen maar kan als je erbij gaat staan of erg voorover bukt. Dat zijn been alleen maar gekneusd was, daar bofte hij nog mee, dunkt me – ‘t had ook gebroken kunnen zijn. In elk geval kon hij een poos niet aan het werk. Voor die periode had hij dus geen inkomsten, en de doktersrekening zal er ook wel in hebben gehakt.

Bij E. Perton, Finsterwolde, denk ik onmiddellijk aan mijn betovergrootvader Elzo Perton. Maar ik heb dit verhaal nooit over hem horen vertellen. De vraag drong zich dan ook op of hij dit wel was.

Er bleek inderdaad nog een E. Perton in Finsterwolde te zijn, een gelijknamige kleinzoon van Elzo, tevens de neef van mijn grootvader.

Mijn betovergrootvader was op het moment van het ongeluk 65, die kleinzoon 18. Mijn betovergrootvader is zijn leven lang landarbeider geweest. Die kleinzoon stond, toen hij in 1916 stierf, te boek als timmerman, wat zijn vader Aike ook al was. Ik denk dan toch dat het berichtje over mijn betovergrootvader gaat.

Wel een pechvogel, die Elzo Perton. In zijn jeugd werd hij een keer opgepakt voor smokkel. En vijf jaar voor het ongeluk met het paard brandde zijn huis af.