Engelse kaper legt duimschroeven aan

Gister had de Dokkumer sneuper een stukje over Amelander schepen die in de jaren 1778 en 1795 door Engelsen werden gekaapt. Dankzij dat stukje herinnerde ik me uit de Groninger Courant een soortgelijk geval dat zich in 1779 voordeed. Ook daarbij ging het om een schipper De Boer, maar dan een Jan. Hij kwam wel vaker in de Groninger Courant voor, net als een Evert Jans de Boer (zijn vader of zijn zoon?), zodat ik aanneem dat het hier om schippers ging, wier thuishaven Groningen was.

Het bericht uit 1779 moeten we zien tegen de achtergrond van de Amerikaanse vrijheidsoorlog. In weerwil van een embargo, ingesteld door de Engelsen, brachten Nederlandse schepen allerlei goederen, ook wapens, naar de Amerikaansse rebellen. Daarom hielden de Engelsen regelmatig Nederlandse schepen aan op zee, en dat het daarbij niet al te zachtzinnig toeging, blijkt uit dit bericht:

“AMSTERDAM den 27 Juni. Kapitein Jan de Boer de Jonge welke van hier te Lisbon gearriveert is, en den 13 May 13 mylen N.O. van Heyzant door een Engelsche Kaper geattaquaerd wierd, meld dien aangaande het volgende: De gemelde Kaper dwong ons met de Papieren by hem aan boord te komen, en toen ik met 4 mannen aldaar kwam, ging eenige manschap (van de kaper, HP) met myn Jol weder naar boord, wel voorzien van Sabels en Pistoolen, maakte zig meester van de Kajuit, braken alles open en smeten de Kaas en verdere Eetwaaren tegen de grond, zy namen mede Vaatjes Boter, Koffy, Thee, Suyker, Wyn en al myn Klederen, alsmede van het Volk, sloegen ook de Kisten open en namen daar uit wat hun aanstond, zy namen ook mede al het Timmermans Gereedschap, benevens myn Horologie, Octanten, Graadstokken, al het Kajuitsgoed, Scheeps Touw en Yzerwerk en sloegen het volk (zijn bemanning HP)  op een onmenschelyke wys. De Timmerman kreeg een houw met da Sabel in bet hoofd, op den Bootsman sloegen zy een Sabel aan stukken, de Matrozen waren alle met de bebloedde koppen, de Stuurman zetten zy scbroeven op de handen en lieten hem dus eenige uuren zitten, om te bekennen dat hy naar de West Indiën moest, vervolgens boden zy hem 200 Guinees zoo hy zulks wilde onderteekenen (met een ondertekende verklaring bekennen, HP). Voorts dwongen zy den Stuurman en het Volk 0m de Luiken open en opruiming te makeu, de Zakken met Tarw op het Dek te halen om by de (kisten met) Stukgoederen te komen, sloegen dezelven open, hakten de Kaasstelling aan stukken en namen lossen Kaas mede, en zoo zyn zy verscheiden malen met het Vaartuig aan en van boord gegaan.
Ik heb twee dagen op het Kaperschip doorgebragt, zy lieten my een Eed zweren dat ik naar Lisbon moest, wilden my dronken maken en boden 500 P. St. zoo ik wilde tekenen dat naar de West Indiën moest. Dog zulks met goedheid niet kunnende verkrygen, zetten zy schroeven op myn beide duimen en schroefdense zoo zwaar toe dat zy plat waren en my een onverdraaglyke pyn veroorzaakte. Geduurende deeze tortuur, dat wel twee uuren duurde, stond de Kaper Kapitein met de blooten Sabel aan myn hals, en de verdere Officiers deden mede sterke bedreigingen van my om het leven te zullen brengen, wanneer ik niet bekennen wilde dat ik naar de West Indiën moest. In deeze smertelyke omstandigheid moest ik den geheelen nagt doorbrengen, egter lieten zy my ’s morgens los en op den middag naar myn Schip toe varen. Daar komende vond ik alles in een elendigen staat, en ik en myn volk waren zoo afgemat dat wy byna niet is staat waren onze reis te vervorderen. Eindelyk zyn wy den 26 May alhier (in Lissabon HP) aangekomen, en hebben voor den Hollandschen Consul een Verklaring van het voorgevallene afgelegd.”

De verklaring van de Nederlandse consul in Lissabon zal bewaard gebleven zijn en mogelijk ook de in beslag genomen brieven die kapitein De Boer aan boord had. Misschien komen die in Engeland nog eens boven water.

Overigens was kaapvaart een erkende vorm van oorlogsvoering; kapers hadden een soort vrijbrief of machtiging van hun overheden om schepen aan te houden en goederen in beslag te nemen. Het ging dus om een soort uitbesteding van de oorlogsvoering aan particuliere ondernemers. Vaak behandelden die hun slachtoffers wel wat hoffelijker, dan in dit geval. Een dergelijk bericht als dit zal de politieke stemming aan onze kant van de Noordzee er niet bepaald  anglofieler op hebben gemaakt. Eigenlijk is het te verwonderen, dat de Vierde Engelse Oorlog pas twee jaar later uitbrak.


Schipper krijgt diverse kapers aan boord

“Groningen den 14 September. Schipper Jetse Wouters voerende het kofschip de Juffrouw Hendrina schrijft uit Crouswyk, werwaarts hy gedestineert is om Zout te laaden, van den 28 Augustus, dat hy digt by Heyzand eenen kaper heeft ontmoet, zynde na zyn vermoeden van Jarmeuth of Jarmueyn, dewelke hem een vierendeel booter met 50 ponden stokvis ontnoomen heeft, en drie loopende trossen, met een kooperen erwettenpot, zooals ze op het vuur stond te kooken, nog een kooperen theekeetel beneffens al zyn porcelein, met een gedeelte van zyn en zynes volks kleederen, tabak, drank, en allerhande kleynigheeden meer, zelfs hunne leepels daar ze meede eeten moesten. Daarenboven had de kaper nog het voorste spintwand in stukken, en eenen koegel in het zeyl en de mast geschooten. Ook wierden ze genoodzaakt hunnen boot uyt te zetten, die door het holle water geheel ontramponeerd is geworden. Nog had hem een Fransche kaaper by den Teems aangelant en hem 6 halve tonnen bier afgenoomen; zoodat het volgens zyn schryven slegt met hem voortaan zou uytzien, byaldien hem meer diergelyke ontmoetingen voor kwaamen.”

Aldus de Groninger Courant van 15 september 1744. Op dat moment was ons land betrokken in de Oostenrijkse Successie-oorlog, als bondgenoot van het Verenigd Koninkrijk. Nogal vreemd is het dan dat het schip van Jetse Wouters eerst wordt belaagd door een Engelse kaper uit Yarmouth. Kaapvaart was namelijk oorlogvoering in commissie en kapers vielen normaliter geen bondgenoten aan. Dat de tweede, wel degelijk vijandelijke, Franse kaper zich dichtbij de monding van de Theems vertoonde, mag gerust als een waagstuk worden betiteld.


Pekelder smakschip kaalgeplukt door zeerovers

“Den 31 july is tot Rouaan gearriveert Schipper Jurjen Derks Tikker voerende ‘t Smak Schip de oude Noorthooren, en heeft den 22 dezer in ’t Kanaal aan boord gehad twee Engelsche Zeerovers, die hem met geweld hebben afgenomen een partie Geld, zyn draibassen (= geschut HP), Scheeps Victallie een partie Touwerk, en nog ander Goederen meer, en dit ongelukkig noodlot hebben nog twee ander Smakken moeten ondergaan , om van de Zeerovers geplundert te worden.”

Bericht uit de Groninger Courant van 9 augustus 1768. In Rouaan haalden Groninger kustvaarders destijds wijn op. Wat dat betreft hadden de Engelse zeerovers beter even kunnen wachten, dan hadden ze een gratis oorlam gehad. Dat de term zeerovers in plaats van kapers hier volkomen terecht was, moge blijken uit het feit dat er op dat moment al vijf jaar vrede bestond tussen Engeland en Frankrijk, zodat deze Engelsen absoluut niet met officiële kaperbrieven hebben kunnen varen. Ook plunderden ze een schip van een bevriende natie. Ik heb zo’n idee dat ze aan beide kanten van het kanaal opgehangen zouden zijn, als men ze had gevat.

Jurjen Derks Tikker kwam uit Oude Pekela, maar zijn schip, de Oude Noordhoorn, was waarschijnlijk gebouwd door, want genoemd naar een scheepstimmerman en hellingbaas Noordhoorn even buiten ’t Klein Poortje van de stad. Tegenwoordig staat op de plek van diens werf de Oude Graansilo aan het Winschoterdiep.


Hornstraatje, ca. 1980

Geplaatst op 9 januari 2011

Het Hornstraatje, omstreeks 1980, toen ik nog maar een paar jaar in de Oosterpoort woonde. Dit stadsgezicht bestaat niet meer. Tegenwoordig staat hier een nieuwbouw-hofje van Patrimonium.

Rechts het pandje van de Heerenveensche Wasserij. Ik denk dat dat busje ook van die onderneming was. Al kan het ook van de buurman zijn: Kaper, die in groente en fruit deed. Zulke busjes – Ford Transits – waren populair bij studentenverhuizingen. Je huurde ze bij Gall, ergens bij het Oosterhamrikkanaal.

Achterin het straatje, dat met een haakse bocht linksaf sloeg, staat de gereformeerde kerk. Een tamelijk somber gebouw. Twee studentachtige types zitten tegen het muurtje in de zon.

Links en rechts had je wat kleine woninkjes. Begin jaren zeventig woonde in een daarvan Elske ter Veld, de latere staatssecretaris voor sociale zaken, maar ca. 1970 nog studente aan de Academie voor Sociaal Culturele Arbeid (ASCA). Ik heb me eens laten vertellen dat ze op een keer, toen het bij haar in huis ernstig lekte, wat dakpannen van buurmans dak ‘leende’, zodat die op zijn beurt met lekkerij te maken kreeg. Dit zou echter ook wel een kwaadaardige roddel kunnen zijn. Ik sta niet in voor de waarheid.

Het fotootje kreeg ik jaren geleden van Dick Kuil. Het kwam tevoorschijn bij een eerste opruimavond ter voorbereiding van een verhuizing. Ik ga weg uit de Oosterpoort.


Veenkoloniaal toertje

Poëtische paddestoel tussen Kropswolde en Nieuwe Compagnie:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Brug in het land bij Nieuwe Compagnie:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Verlaat Kiel-Windeweer (als zeer gave veenkolonie een beschermd dorpsgezicht):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Renovatie van een boerderijdak in Kiel-Windeweer:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Hengelaar met kapers op de kust, Wildervank:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bat na bat, draai na draai, klap na klap (Wildervank):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Wat me daar in Wildervank opviel was dat er zo ongelooflijk veel huizen te koop staan. Op sommige stukjes aan het Oosterdiep is het echt huis-aan-huis en op basis van wat ik zag schat ik dat eenderde van de bevolking graag wil verkassen. Een kleine steekproef wees echter ook uit, dat de prijzen er niet verschrikkelijk veel lager liggen dan in de stad Groningen.

Intussen is het echt wel mooi wonen aan dat Oosterdiep. Je ziet er ook fijne staaltjes architectuur. Uit Veendam dit Jugendstil-metselwerk, waarvan ik zo geen equivalent ken:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Aan de weg tussen Veen- en Muntendam hangt deze kraantjespot, het ouderwetse symbool voor Groninger gastvrijheid:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Route


Bedrijfsuitstapje

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Om half negen op appel bij de ingang van het Stadspark, voor ons jaarlijkse ‘bedrijfsuitstapje’. Tijden geleden dat ik op zo’n vroeg tijdstip op de fiets buiten de stad was. Verrukkelijk ochtendlicht in de Peizermade. Weinig vogels momenteel, maar die zitten er in het voorjaar heel veel te kwinkeleren etcetera, dus dan maar eens extra vroeg op om dat allemaal weer eens mee te maken. Even later wel een buizerd op een duif zien duiken, maar zodoende het precies op dat moment geannonceerde ijsvogeltje aan de bosrand gemist. Wat op de terugweg weer vergoed werd door een ooievaar die in een pas gemaaid weiland keurend langs een van de rijen hooigras schreed.

Via een anwb-fietsroute fietsten we door Peize en Norg naar Veenhuizen, voor het nieuwe Gevangenismuseum. We kregen een rondleiding van een man die tientallen jaren als gevangenbewaarder had gewerkt, en die Zuidmolukse treinkapers, Heineken-ontvoerder Cor van Hout en de Amersfoortse kampbeul Kotälla nog onder zijn hoede had gehad. Onze gids legde bijvoorbeeld uit dat een cipier die een cel betreedt altijd eerst de schoot van het slot naar buiten zal draaien met zijn sleutel. Dit “op scherp zetten” van het slot is een must omdat anders een passerende gedetineerde de deur van buiten in het slot kan gooien, waardoor de cipier in die cel vast- en opgescheept zit met een gedetineerde. “Je kan je vast wel voorstellen wat voor gevolgen dit kan hebben, voor mannelijke, maar ook voor vrouwelijke bewaarders”.

Kluisters, blokken aan benen, duimschroeven, huiken, radbraken, onthoofdingszwaarden en – bijlen had ik allemaal wel eens gezien, maar die vormden ook maar de inleiding op de vaste expositie. Deze wil inzicht geven in de ontwikkeling van het gevangeniswezen vanaf 1600. Voor een nog wat betere blik zal ik dit museum zeker nog eens bezoeken. Zo’n rondleiding houdt de gang er wel wat teveel in om alles op je gemak te kunnen bekijken en bedienen.

Een minpuntje van het museum vormde het horeca-gebeuren. De oudere vrijwilligsters zijn ongetwijfeld schatten van mensen, maar ze verwarden forel met paling, brachten een broodje te weinig, terwijl het gebak later slecht ontdooid bleek.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Rene, onze opmaakredacteur, loodste het gezelschap ’s middags door het Fochteloërveen. Zo helemaal weer op de hoogte geraakt van de diverse veenvormende mossen, gagel, gruit, cranberries en de vaderlandse slangen.

Ongeveer 70 kilometer gefietst en 5 gelopen. Tevens zitvlees aangekweekt op terrassen. Tegen de verwachting in niet zwaar afgepeigerd.


Een patroon bij jihad-fascisten

Weer een toertje Engelse media gedaan (BBC, Guardian, Independent). Mijn conclusie: onze staat mag in de toekomst wel extra letten op de Marokkanen die nu onze penitentiaire inrichtingen bevolken. Ook juist dan, als het goed met ze lijkt te gaan. Want er tekent zich een patroon af bij jihad-fascisten.

Van de kapers van 11-9 is bekend dat sommige nogal fors de bloemetjes buiten hadden gezet, voordat ze aan hun plan begonnen. Drank, drugs, vrouwen – het maakte Atta c.s. totaal niet uit. Twee jongens van de 7 juli-aanval in Londen kwamen zelfs al eens eerder in aanraking met de politie. En de nog steeds niet opgepakte Said Ibrahim van de mislukte aanslagen op 21-7 voldoet ook weer aan het patroon van de gast, die in het in islamitische ogen niet zo nauw nam voordat hij tot Allah bekeerd raakte. Op zijn zeventiende, in 1998, kreeg Ibrahim vijf jaar tuchthuis aan de broek als lid van een jeugdbende die reizigers op stations van hun geld en spullen beroofde.

Dat ‘in zonde levende’ islamieten de kloof tussen hun leven en de wel degelijk besefte leer op een linke manier niet lekker zit, staat voor mij allang vast. Ik ben ooit eens in een kroeg aangevlogen door een Pakistaan. Hij zat luidkeels op zijn geloof te pochen, maar keilde het ene na het andere pilsje in zijn keelgat, met een tosti-ham er tussendoor. En toen ik een opmerking over die ongerijmdheid maakte, viel dat helemaal verkeerd. Hij ontplofte. De halve kroeg heeft hem in bedwang moeten houden.

Blijkbaar geldt de zelfmoordaanslag voor zulke jongens als beste manier om van hun schaamte en schuldenlast af te komen.

Verder voldoet Said Ibrahim, om daar weer op terug te komen, weer aan bekende cliché’s. Eenmaal uit de lik en in Allah ging hij in djellaba lopen en liet hij zijn baard staan. Zijn buurvrouw probeerde hij te bekeren. Hij zou tachtig maagden krijgen als hij de naam van Allah prijzend naar de hemel ging, vertelde hij haar.

Intussen is er in Londen een hele lading bommen in een huurauto gevonden. ABC liet een röntgenfoto van zo’n bom zien:

bombxray_203