Een korhoen bij Kropswolde

Vond weer een historische melding van het korhoen in een Gronings hoogveengebied. Waar Quintyn Pabus in zijn lofdicht op de stad Groningen (1741) in de stadsjurisdicties rondreist, doet hij ook even de streek ten noordoosten van het Zuidlaardermeer aan, waar zijn speciale aandacht uitgaat naar de jacht:

’k zie daar te Kropswoldt de buitenplaats van veer
Des Borgemeesters Van Iddekinge, ‘k hoor blaazen
’t Zijn jaagers die patrijs en korhoen en ook haazen
Gevangen hebben voor dien braaven borger heer
Ziet daar, zij leggen ze aan zijn voet eerbiedig neer.

De jacht op korhoenders en patrijzen was sinds september 1725 per plakkaat verboden in de stadsjurisdicties en Westerwolde. De jagers die de heer Tobias Jan van Iddekinge de beschreven eer aandeden, waren dus fors in overtreding. Burgemeester van Iddekinge was bovendien om het jaar president van het Groninger Hof van Justitie. Uit hoofde van zijn beide functies zou hij zulke kerels eigenlijk moeten laten arresteren en ze dan aan het jachtgericht overleveren. Maar als het zijn eigen jagers waren, dan deed hij dit natuurlijk niet.


Bronnen, naast Pabus’ Lof: Jan de Bruijn, Plakkaten van Stad & Lande, nr. 1460 en Duco Kuikens Lijst van Gezagsdragers (Groninger Archieven 1700-16).


Marilyn Monroe in Kropswolde

Het krot tegenover station Kropswolde wordt steeds meer een reclamezuil voor commerciële en ideële reclame – vanuit de trein gekiekt:

DSC09744

Dat Juicelake, een wat kinderachtige vertaling van Sappemeer, is een webshop voor t-shirtjes en zo.


Toertje Kropswolde-Slochteren-Lageland

Fouragerende ooievaar in hooiland bij Waterhuizen (in totaal liepen er vijf):
2015-06-10 021
Gezicht op de Onner watermolen vanuit de Kropswolderbuitenpolder:
2015-06-10 025
Kropswolderbuitenpolder:
2015-06-10 040
Botenhuizen bij De Leine, oostkant Zuidlaardermeer. In een ervan woont een jaargenoot van me:
2015-06-10 043
Zijn uitzicht – vanuit het riet klonk even een karekiet:
2015-06-10 046
Een strakke noordenwind liet de vlaggen van Groningen, Drenthe en Friesland eendrachtig strak staan bij een hotel in Foxhol:
2015-06-10 054
Schuur bij Denemarken, tussen Slochteren en Lageland:
2015-06-10 058
In Harkstede bleek vanwege het dorpsfeest een ruimteveer geland:
2015-06-10 060


Het volgende station is Kropswolde

Spectaculaire beelden uit de nieuwe trein. Mocht u er nog niet genoeg van krijgen: hier is meerrrr.


Over de familienaam Tillema

Bij een Twittergesprek over oude tilnamen, kwam CC namens Delpher aan met een knipsel uit het Nieuwsblad van het Noorden de dato 2 april 1930:

Bij Warffum had je dus een ‘Pietstil’ en volgens de krant was die naam afkomstig van een Piet Sikkes Tillema, die rond 1880 in een boerderijtje bij de brug zou hebben gewoond.

Die brug, bleek al gauw, bestaat nog steeds en ligt vlakbij Onderdendam in de weg naar Winsum over het Warffumerdiep. Alleen heeft een Piet Sikkes Tillema nooit bestaan. Waarschijnlijk ging het om een Pieter Sikkes Woest, die er rond 1800 met vrouw en kinderen woonde. Juist in die tijd wordt de tilnaam, naar het zich laat aanzien, ook voor het eerst genoemd.

Maar Woest is geen Tillema, en een goed deel van het stukje kan je daarmee afdoen als speculatief: de vermoede samenhang tussen familienaam en til bestond immers niet.

Wel echter, is er in het algemeen iets te zeggen over de familienaam Tillema in samenhang met tillen. Volgens de telefoonboeken van 2007 is die familienaam typisch noordelijk. Vooral in enkele Groninger gemeenten komt hij veel voor:

Bij de Volkstelling van 1947, toen veel familienamen nog lang niet zo waren uitgezwermd als in 2007, bleek de familienaam Tillema zelfs typisch Gronings:

Maar liefst 295 van de 480 gezinshoofden die destijds de familienaam Tillema droegen, oftewel 61,5 %, woonden in Groningen. De provincies Zuid- en Noord-Holland volgden met 10 à 11 % en Friesland met een schamele 6,7 %. Schamel, omdat ook in Friesland menige brug een til werd genoemd. Buiten Groningen en Friesland gebeurde dat nauwerlijks.

De oudste naamdragers landelijk woonden volgens WieWasWie ook in Friesland: tussen Leeuwarden (1638) en Achtkarspelen (1783) komen alleen wat meldingen uit Harderwijk voor. De eerste Groningers met de achternaam Tillema dienden zich, als we afgaan op Alle Groningers, pas daarna aan: in 1797 te Uithuizen), in 1803 in de Stad Groningen, in 1807 in Hoogezand en Kropswolde en in 1811 te Winsum, Loppersum en Zuidhorn.

Groningen had dus niet de oudste Tillema’s, maar de familienaam kreeg hier in het tijdperk van de burgerlijke stand, na 1811, wel de allergrootste verspreiding. Waar de naam zich concentreerde, is mooi te zien als je de heatmap-functie van Alle Groningers aanzet:

Het Noorden van Hunsingo, globaal tussen Winsum en Uithuizen, is het gebied waar je de Tillema”s vooral kon vinden en verder waren er clusters in de Oude Veenkoloniën ten zuiden van het Winschoterdiep. Waarschijnlijk ging het om meerdere families, die gemeen hadden dat ze rond 1811, toen het nemen van een familienaam verplicht werd, in de buurt van een til woonden. Dit zullen mogelijk ook de gebieden zijn geweest waar de term til voor een boogbrug of hoogholt met een ‘opgetild’ brugdek hoog boven water, het meest in zwang was.


Rondje Gasselternijveen

Gezicht op de Stad vanaf Peizermade:

Kom zelden zo vroeg in de Onlanden:

De zilverreigers zijn er weer. Gister zag ik er ook al een paar bij de Oostwolmerdraai:

De eerste keer dat ik de schuur van Winde in de volle ochtendzon zie; ’s middags zit de zon achter het bouwwerk, dat oogt dan op foto’s vaak wat minder:

Het zou eigenlijk een Monumentendagrondje worden, langs een handvol Noord-Drentse kerken. Meteen de eerste kerk, die van Vries, bleek gesloten, hoewel die om 10 uur open zou zijn. Eerst dus maar een rondje om de kerk gemaakt. Het schip, van tufsteen, is typisch romaans:

Op het kerkhof staat een klok, fabricaat A.H. Van Bergen, Heiligerlee:

Het café aan de overkant nog even bekeken – verleidelijke veranda:

Doorkijkje langs het café:

Na twintig minuten wachten was ik het beu en ben ik maar weer op de fiets gestapt. Via Tynaarlo naar Zeegse, waar ze iets artistieks-feestelijks hadden verzonnen onder het motto: ‘Zeegse ziet ’t zitten’:

Dorpsgezicht Anloo:

De Magnuskerk aldaar, waar de monumentendagvlag, in tegenstelling tot Vries, wel uithing:

De nog niet zo lang geleden gerestaureerde grafkelder:

Op het terras van van de Koningsherberg was een wespenmassacre gaande. Terwijl er aan de oppervlakte nog gestreden werd tegen het noodlot, lieten de ondersten de kopjes hangen:

Tolhuis aan de Annerweg:

Eext – café Homan. Rechts zal de oorspronkelijke boerenherberg uit ca. 1870-1880, links is de zaaltoegang van 1920-1930. Eigenlijk jammer ft het woord Hotel weggewit is, dat trekt de boel typografisch uit zijn voegen, al is het natuurlijk wel begrijpelijk dat een latere eigenaar dit deed:

Bijenstalletje met flinke voorraad. Angst voor diefstal? Sowieso hebben veel minder mensen nog contant geld bij zich en bij deze uitbater zal je vast niet kunnen pinnen:

In de buurt van Gieten of Gasselte:

De gepavoiseerde molen van Gasselternijveen bij de Oostermoersche Vaart (of gekanaliseerde Hunze):

Windwijzer met elegant paard, ook in Gasselternijveen, meen ik:

Naar het noordwesten is een wegberm over honderden meters beplant met steenperenbomen:

Gieter- of Bonnerveen – fraaie, maar helaas aftakelende veenboerderij:

Via Wildervank naar Kielwindeweer. De vorige keer was dit enorme dak nog niet volledig belegd, nu zijn er twee hupse eenhoorns zichtbaar:

Dorpsgezicht ter hoogte van het fietspad naar Nieuwe Compagnie:

Alerte Hooglander in de Kropswolderbuitenpolder:

Al met al ruim 101 kilometer gereden. Dat is een poos geleden dat ik dat voor het laatst deed.


Kaart van Meertens toont sterke dominantie van Oude Mei in Groningerland

Het Meertensinstituut vestigde vandaag per tweet de aandacht op een hele aardige kaart, die aangeeft op welke dag de boerenknechts – en ik neem an ook de boerenmeiden – in een bepaalde omgeving doorgaans in dienst traden. De kaart is gemaakt door P.J. Meertens himself. Onduidelijk is wanneer en hoe de kaart tot stand kwam, maar dat zal in de jaren 1950 zijn geweest, op basis van een enquète onder lokale zegslieden. Hier volgt het Groninger deel van die kaart:

De grijsgroenige rondjes staan niet bij de legenda en horen waarschijnlijk bij de kaart als onderlegger waarop de kaartmaker de data heeft ingekleurd.  In een overgrote meerderheid van de gevallen maakte hij er open oranje rondjes van – deze staan voor de Oude Mei (12 mei) als ingangsdatum voor agrarische dienstverbanden. Dat was in de achttiende eeuw hier in Groningen ook al de belangrijkste dienstwissel- en verhuisdatum. Voor 1701 speelde 1 mei nog die rol, maar dankzij een kalenderwisseling van 1700 op 1701, die het nieuwe jaar meteen met elf dagen inkortte, veranderde dat dus in 12 mei of Oude Mei.

Toch bleef hier en daar ook nog 1 mei in zwang, getuige de dichte oranje rondjes. Dat was bijvoorbeeld in of bij Leek zo, in alle dorpen van het Gorecht, sommige oude veenkoloniën als Kropswolde, de Kiel, Boven-Wildervank en Nieuwe Pekela en in de dorpen van Westerwolde. De praktijk sloot hier nauw aan bij die in het naburige Drenthe, waar 1 mei ondanks de kalenderwisseling – die ook daar werd doorgevoerd – altijd de zeer dominante ingangsdatum bleef.

Je zou kunnen spreken van een verschil in behoudendheid. Mogelijk ging het om een politieke keuze per provincie of regio, maar deze lijkt samen te hangen met het verschil tussen zand en klei. Op de klei veranderde boerenpersoneel zelden op 1 mei en vrijwel uitsluitend op Oude Mei van werkkring. Op de klei hielden boeren na de kalenderwisseling in de vroege achttiende eeuw vast aan vol jaar dienstverband, terwijl dat op het zand kennelijk minder uitmaakte. Mogelijk hangt dit weer samen met loon in natura tegenover loon in geld. Op de klei betaalden boeren hun inwonende personeel vaker een surplusloon in geld bovenop kost en inwoning, terwijl de beloning op het armelijker zand vaker beperkt bleef tot kost- en inwoning alleen.

De weinige blauwe markeringen vormen de tegenhangers in het najaar van de oranje rondjes. Blijkbaar werd er in sommige plaatsen van Noord-Groningen meer in de herfst van werkgever gewisseld en wel op 12 november (Olde Adrillen), terwijl Muntendam (?) uniek was in zijn vasthouden aan 1 november (Allerheiligen).

Uniek is ook het beeld in Westerwolde, omdat daar naast 1 mei Pasen nog gold als datum om het boeltje te pakken en te verkassen. De rode liggende ruiten waarmee Meertens de paasvariant aangaf, zien we op zijn kaart verder alleen terug in het Drentse Roswinkel, in Noord-Twenthe (omgeving Ootmarssum), het noorden van de Veluwe (omgeving Nijkerk) en algeheel Limburg.

Veelal gaat het om grensstreken, maar door de Twentse en Limburgse voorbeelden doet Pasen als ingangsdatum voor dienstverbanden me ook wat katholiek en middeleeuws aan: met Pasen vond de belangrijkste mis van het jaar plaats, met ook veel eerste communies. Je zou kunnen vermoeden dat het qua datum ambulante Paasfeest ergens in de vroegmoderne tijd is ingewisseld voor het gefixeerde 1 mei, een datum die door de kalenderwisseling van 1701 dus meestal veranderde in de Oude Mei. Zo bezien geeft de kaart  niet alleen ruimtelijk inzicht, maar ook aanwijzingen voor ontwikkelingen op langere termijn.

 


Rondje Zuidlaren

Bij het Foxholstermeer aan de zuidkant van het spoor:

Het kennelijk nogal voedselrijke water kleurt rood van de grote kroosvaren:

Rozebottels bij de Leine, onder Kropswolde:

Leeuw in bovenlicht, Kropswolde:

Hiervoor ben ik maar even de berm ingereden. Ze groetten hartelijk, maar ik  vrees dat mijn groet terug wat knorrig klonk, want eigenlijk vindt ik zo’n combinatie niet thuishoren op het fietspad (net zo min als 45 km/u autootjes, waarvan ik er gister een tegenkwam op het fietspad langs de Peizerweg):

De Kruierij bij De Groeve houdt op bij dit vermoedelijk vrij nieuwe hek, waarvan de verticale spijltjes, uitmondend in druppelachtige knopjes, echter Jugendstil-achtig aandoen:

Bij Zuidlaren – uitgebloeide bereklauw:

Nog even gekeken bij het hunebed in Midlaren:

Noordlaren – zonnebloem in berm laat kopje hangen:

Iemand in Noordlaren heeft dit Kappie-achtige sleepbootje naast zijn boerderij staan. Gezien het trappetje zal het wel worden opgeknapt:

Stier bij de Pollseweg:

Hij vindt mij, geloof ik, niet leuk:

Bij natuurgebied de Vijftig Bunder wordt er 8 hectare bos gekapt om heide ervoor in de plaats te krijgen. Ook is het de bedoeling historische sporen weer zichtbaar te maken: celtic fields, grafheuvels, middeleeuwse karresporen en een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog:

Het hele stuk wordt ook afgeplagd – over een jaar of wat moet dat hier een paars tapijt opleveren:

Nu is dat paars teveel weggedrukt, al is het er deels nog wel. Badderende Hooglanders:

Bij Natuurmonumenten aan de Onlander kant van Eelde ligt een terrein waar rollen hooi overgroeid raken met gras. Altijd een merkwaardig gezicht, zoiets:


Windmeerit Nieuweschans

Badhuisplein in de Badstratenbuurt, stad Groningen:

Blauwe haan, maar niet van Tiktak – Klein Martijn, stad Groningen:

Stapels pallethout, Duinkerkenstraat, Groningen:

Langs het Winschoterdiep bij Waterhuizen:

Een Weissenbruchje – de molen van de Onnerpolder:

De paardebloemen worden naar het schijnt zeldzaam. Je ziet ze nauwelijks meer in weilanden, alleen nog op bermen en slootwallen. Een mooi tuiltje:

Kropswolderbuitenpolder:

Een selfie bij het Achterdiep, Sappemeer-Noord:

Hoogholtje over het Achterdiep, ook daar:

Sapmeerster verzamelt oude reclame:

Achterom kijkend:

Scheemda, schuur met doorleefde achtermuur:

Midwolda, keuterijtje:

Net als het voormalige gemeentehuis van Hoogkerk, staat dat van Midwolda te koop:

De Goldhoorn tussen Oostwold en Finsterwolde:

Klinkerweg Finsterwolde:

De kerk van Nieuw-Beerta:

Het koolzaad begint te bloeien, richting Drieborg:

Geen spetje gehad, onderweg, tot station Nieuweschans waar een flinke bui loskwam. Vanuit de trein zag ik ook een bui boven de stad hangen:

Gelukkig dreef die bij aankomst al voorbij:


Rondje Zuidlaren

Veulen speelt tikkertje  met zijn moeder, bij Haren:
DSC01594
Rijpende bramen:
DSC01603
Groepje jongvee in de Oosterpolder, bij Haren:
DSC01606
Curieus getekend kalf:
DSC01612
Bult zeer geurig hooi; op de achtergrond  een scheepswerf te Waterhuizen:
DSC01613
Konikpaarden, Westerbroekstermadepolder:
DSC01631
Pittige beesten:
DSC01632
Konikveulen:
DSC01638
Opeens kregen ze het met zijn allen op hun heupen en stoven ze weg:
DSC01642
Tegenover station Kropswolde:
DSC01651
De brugwachters van Wolfsbarge zwaaien Duitse bootjesmensen uit:
DSC01658
Terwijl het zwaluwjong onder de brug ervan baalt dat zijn nest steeds 90 graden draait, zodat de vloer de wand en de wand de nieuwe vloer wordt:
DSC01661
Zilverreiger bij Noordlaren:
DSC01671
Desintegrerende paalkop:
DSC01679
Botenhuis dat steeds verder onttakeld raakt:
DSC01687
Onlanden, bijna thuis:
DSC01696


Rondje Wolfsbarge – Zuidlaren

Europapark – kolenmuur met VOC-graffiti en doorkijkje naar nieuwbouw:
DSC08153
Kinepolis, Europapark:
DSC08154
Vlakbij het spoorwegmuseum van wijlen Riekje Buivenga in Waterhuizen stond deze:
DSC08158

Dacht even dat de verzameling nog weer uitgebreid was, tot ik me realiseerde dat er vandaag wegens onderhoud geen treinen reden tussen de stad en Nieuweschans. Dat onderhoud vond hier dus plaats, op de plek waar de shortcut van de lijn bij Haren uitkomt op de lijn naar Oost-Groningen.

Westerbroekstermadepolder – Hooglander krabt zich, het voedsel groeit ze hier boven het hoofd:
DSC08166
Dan, toch een trein, van RailPro – dat zal dan wel het zusje zijn van het ProRail dat het onderhoud uitvoert:
DSC08172
Station Kropswolde;
DSC08173
Molen en veenboerderij, Kropswolde:
DSC08175
Kraai op windvaan in Wolfsbarge:
DSC08177
Staat te koop, maar moest nog wel het een en ander aan gebeuren –  een Ford Y Saloon uit 1932:
DSC08181
Molen de Wachter met entourage, Zuidlaren:
DSC08186
Vrouwtjesmerel in Haren:
DSC08203
Haas en ganzen bij ’t Hegepad onder Hoogkerk:
DSC08213


Nepwegwijzers

Bij het zoeken naar paddestoelen – namelijk die van de ANWB – in mijn  fotocollectie kwam ik deze twee weer tegen, gemaakt in 2008 en 2009 respectievelijk bij Noordlaren en bij een pad tussen Kropswolde en Nieuwe Compagnie.

De eerste verwijst naar privéterrein:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De tweede is kunstzinnig en poëtisch bedoeld:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vraag me nu af of er nog meer van zulke paddestoelen zijn, die het ijzersterke ontwerp van de ANWB eer aandoen, door het te emuleren.


De verzonken klok in het Zuidlaardermeer

Die nacht vroor het dat het knapte. Daarom besloten de mannen van Kropswolde het erop te wagen. Over het bevroren Zuidlaardermeer trokken ze met een slee naar Noordlaren. Ze forceerden stilletjes de deur van de kerktoren, haalden de klok van de balk en lieten die aan de meegebrachte touwen naar beneden vieren, om haar op hun slee te zetten. Via dezelfde weg gingen ze met de klok terug naar Kropswolde. Maar ze hadden pech. Halverwege het meer, zo’n beetje bij de vaargeul, zakten ze met klok en al door het ijs. Ze konden er zelf nog wel uitkomen, ze hadden immers touw bij zich. Maar de klok moesten ze achterlaten. Daar konden ze niet meer bij. En sindsdien kan je altijd, als je tenminste goed luistert, ‘s nachts bij oostenwind een klok horen luiden vanuit het bevroren Zuidlaardermeer.

Dat is de legende die omstreeks 1930 is vastgelegd uit de mond van enkele ouden, die het weer uit de overlevering van ouder tot ouder hadden.

H.M. Luning, de historicus van Noordlaren, onderzocht in 1988 wat er aan was van dit verhaal. De klok van 1712 hing nog steeds in de kerk, constateerde hij, en die klok was weer vergoten van een klok, die in 1628 gekocht was van meester Nicolaes te Groningen.  Het verhaal moest dan van voor 1628 stammen. Een eerdere klok, vond Luning uit, was van 1589 geweest. Maar geen spoor van de Kropswoldiger euveldaad.

Wel hadden de Noordlaarders vanaf 1598 ruzie over de klok gehad, maar dan met die van Farmsum. Dat kwam zo. In 1578 nam de stad Groningen overal in de Ommelanden klokken in beslag om er kanonnen van te kunnen gieten. Zo verdwenen ook drie stuks uit Farmsum richting stad. Een van die klokken bleef echter voor de geschutgieter gespaard en ging in 1589 naar Noordlaren, in ruil voor een zwaardere gescheurde klok.

Zeven jaar later kregen de Farmsumers er lucht van dat een van hun klokken in Noordlaren hing. Omdat de stad vond dat de twee dorpen er onderling maar uit moesten komen, probeerden de Farmsumers met die van Noordlaren te overleggen. Maar de Noordlaarders hielden zich jarenlang oostindisch doof. Toen het toch tot een afspraak kwam, in 1605, bleek de jonker van Farmsum ziek. Zodoende zat er weinig schot in de zaak. Pas in 1609 kwam er een oplossing. De stad wees de klok toen aan Farmsum toe. De Farmsumers vervoerden de klok vervolgens per schip over het Zuidlaardermeer en dat zou dan wel eens de kern van waarheid kunnen zijn van het latere Noordlaarder verhaal.

Aldus Luning. Die indertijd nog geen gebruik kon maken van de Volksverhalenbank, anders zou hij vast wel hebben gezien dat er in Nederlandse volksverhalen bijna net zo vaak verzonken klokken voorkomen als onderaardse gangen.

Grosso modo hebben die verzonken klokverhalen twee motieven. Of er is een groter geheel naar de diepte gezakt dat zich kenbaar maakt door klokgelui. Of de duivel en zijn trawanten hebben een ongewijde klok in het water gesmeten, een klok die dan meestal met kerstmis nog luidt.

Wat noordelijke voorbeelden. In het Tjeukemeer ligt er een verzonken kerkhof, waar  wel eens een klok luidt. Bij Wartena horen schippers en vissers af en toe nog de klokken van een verzonken stad.

Mooier nog, vind ik het verhaal over de klok van het klooster Sint Odolfus  te Stavoren. De lokale bevolking had kosten nog moeite gespaard om het klooster een fraaie klok te bezorgen. Op een kwade dag echter, kwam de bisschop langs, die merkte dat de klok niet was gewijd. Hij vervloekte haar daarom en duivels kwamen haar dezelfde nacht nog halen. Ze vlogen door de lucht en gooiden haar in de Fluessen. Schippers horen daar die klok nog wel eens. Het geluid lijkt op dat van een roerdomp.

Toegegeven: geen van beide motieven – verdronken nederzetting, duivel – speelt bij het Zuidlaardermeer. Of het moest zijn dat de Kropswoldigers bij de Noordlaarders de plaats van de duivels innamen. Wat vanuit het perspectief van de Noordlaarders zeer begrijpelijk is, al waren ze daarin dan volstrekt abuis.

Bron: H.M.Luning, De legende van een klok, Groningse Volksalmanak 1988, 60-63.


Jacobsladder met ganzenvlucht

Geert Sines, voorheen de Heidehipper, had gister een heel stel Jacobsladders. Ik heb er ook nog een, zaterdag voor een week gemaakt vanuit een trein met smerige ramen tussen Kropswolde en Waterhuizen, Er vliegt een enorme troep ganzen doorheen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Rondje Zuidlaardermeer

Waterhuizen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Noordlandsdrift, Onnen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Ezel, Onnen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Lam, Onnen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Hondsrugflank met rooie koeien tussen Onnen en Noordlaren. Terwijl ik deze foto maakte en wegliep stopte een eindje verderop een auto. Er stapte iemand met een imposante camera uit, die mijn vorige plekkie innam om dezelfde foto te gaan maken:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Kropswolde. Ik meen dat hier vorig jaar ook al steigers voor stonden. Maar het dak en de daklijst zijn af:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Kanaaltje naar het Zuidlaardermeer, Kropswolde:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Scheepswerf, Hoogezand:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA