Harkstede – Luddeweer – Termunten en de Dollardpolders, windmee

Finse Haven, Groningen – de Assen ligt in het Droogdok Groningen:

Berm Euvelgunnerweg:

Harkstede, de kant van Lageland uit – een nuver poestje wiend, gelukkig in de rug:

Vlakbij De Paauwen – stier met blaarkop, maar het lijkt me geen blaarkop:

Het charmante sluisje in de Haansvaart, zuidkant Schildmeer:

Gedenksteen die verklaart waar de vaart haar naam aan dankt:

Huisje aan het Afwateringskanaal Duurswold voorbij Steendam:

Rechts een voormalig station van het Woldjerspoor:

Namelijk dat van Tjuchem-Meedhuizen:

Bij de Scheve Klap over het Termunterzijldiep staat een aftakelende grote schuur. Zou hier niet graag rondlopen of -fietsen met storm:

Op het kerkhof van Termunten gezocht naar het graf van mijn betovergrootouders Jan Vondeling en Trientje Bottinga. Heb het niet gevonden. Ook aardig wat verval hier:

De dorpselite hield van afgeknotte pilaren:

De schuur van de centrale boerderij in de Johannes Kerkhovenpolder, met op de voorgrond een weegbrug:

Carel Coenraadspolder:

Reiderwolderpolder:

Rijpend graan:

Aan de zuidkant van Finsterwolde – witte koeien aan stikken op een veldje naast het fietspad:

Het kalfje:

Zeemijn uit Eerste Wereldoorlog in voortuin te Winschoten:

Winschoten is wellicht bang dat het niet meer opgemerkt wordt, daarom overschreeuwt het zichzelf:


Langs Luddeweer, de Graauwedijk en Laskwerd

Voor dit windmeeritje moest ik eerst de stad door. Oponthoud bij de A-brug. Voor één enkel bootje met 2 opvarenden moeten zo’n 150 mensen wachten:
002
Bij Lageland linksaf. Het is levensgevaarlijk in Luddeweer:
004
Pallet-kerkhof, Luddeweer:
005
Luchtland:
007
Vervallen boerderij:
012
De oprijlaan naar Hoog Hammen is voor eigen risico:
015
Op deze boerderij woonde eeuwenlang een familie Broekema, die tussen 1895 en 1925 ook een burgemeester van Slochteren leverde. Deze Harm Broekema kocht het stadswapen dat tot ca. 1875 aan de binnenkant van de Herepoort in de stad had gehangen en liet het inmetselen in de achtermuur van Hoog Hammen, waar het zich nu nog steeds bevindt, al is de muur intussen vervangen:

016
Woltersum in de verte:
026
Ook bij Overschild bloeiende akkerranden, al is het bloemenbeschot hier wat dunner dan in Drenthe:
038
Boerderijtje aan de Oude Tolweg tussen Laskwerd en Appingedam. Aan de andere kant waren de slopers al bezig geweest:
044
Wisselend bewolkt:
047
Bij het station van Appingedam had een kalf een plastic zak in de bek en zat erop te kauwen. De moeder kwam eraan, hield haar bek boven en opzij van haar jong en het kalf liet de zak vallen. Hier kijken beide in educatieve contemplatie naar de zak:
052


Naar juffer Odilia in Wittewierum

Euvelgunnerweg – het witte tolhuisje in de verte staat te koop, maar niet via een makelaar. Je moet de eigenaar mailen als je gading maakt:

Lageland, brug over het Slochterdiep:

Je ziet steeds meer van dit soort frèle molentjes bij boerderijen; ben benieuwd wat voor rendement die opleveren:

In weerwil van de vrij sombere weersverwachting de hele middag geen drup op de kop gehad. Luddeweer of daaromtrent –  links van de weg  een steeds donkerder bewolking, terwijl rechts van de weg de zon scheen:

Hier en daar toch nog best veel appels aan de boom :

Een voorbeeldig geparkeerde auto bij Wittewierum:

Doel van de reis was een expositie in het kerkje aldaar. Centraal stond juffer Odilia Amelia Rengers (1779-1805), van wie een portret uit familiebezit getoond werd:

Over freule Odilia viel eigenlijk niet veel meer te vertellen dan dat ze geboren werd, een mooie partij trouwde, en drie kinderen baarde die later de naam Rengers Hora Siccama voerden. Verbreding van de expositie was vooral gezocht in dat nageslacht, waarvan er eentje door een al te uitbundige levensstijl bankroet ging en in armoe stierf.

Maar goed dat Odilia’s flegmatieke papa daar geen weet van had – ziehier het portret van deze Duco Gerrold Rengers (1750-1810):

De Rengersen liggen hier in het koor begraven en het is een wat vreemde sensatie over hun grafstenen te lopen, terwijl je naar hun portretten en -spullen kijkt. In tegenstelling tot de rouwborden speelden die grafstenen verder geen rol in de expositie (dacht ik):


Potloodschets van een familiebezoek:

Met alle aandacht voor de rijkdom op diverse exposities in de provincie, wil de armoe nog wel eens uit zicht verdwijnen. Zo was de diaconiekist van Wittewierum naar een wat minder prominent plekje gedirigeerd:

Een van de boerderijen bij de kerk:

Hut, nog steeds Wittewierum:

Stedum in de verte, over een veld met geel mosterdzaad, een groenbemester (met dank aan Maico):

Peerdje te Hemert, een oud exemplaar:

Tuin met wilgen en drogende bonen tussen Garrelsweer en Wirdum:


Ommetje Slochteren – Schildwolde – Stedum

Blauwe reiger bij Niemeijer in de sloot, Peizerweg:
2014-11-08 005
Het fietsparkeren rukt langs het spoor op naar het westen:
2014-11-08 007
Duidelijke directieven tussen Harkstede en Schaaphok:
2014-11-08 011
Elke richting rood:
2014-11-08 016
De rechtervleugel van de Fraeylemaborg in Slochteren:
2014-11-08 023
Ik was er in twaalf jaar niet binnen geweest en genoot er vooral van het uitzicht:
2014-11-08 031
Eigenlijk kwam ik er om het portret van de geleerde Hyleke Gockinga te fotograferen, maar dat hing er helaas niet meer. De rode kamer:
2014-11-08 048
Nog een uitzicht:
2014-11-08 061
Heksenkring van vliegenzwammen in Schildwolde:
2014-11-08 068
Stookhut op oud boerenerf, Meenteweg bij Schildwolde:
2014-11-08 073
Zijweg het land in, bij de Meenteweg tusen Schildwolde en Ten Post:
2014-11-08 074
Oosterpaauwenweg, buitengebied Schildwolde:
2014-11-08 079
Boomsingels bij de Westerpaauwenweg:
2014-11-08 084
Luddeweerstersloot:
2014-11-08 085
Stedum:
2014-11-08 093
Station Stedum:
2014-11-08 096


Een windhoos bij Woltersum

Uit Woltersum: Terwijl gisternamiddag plm. 2 uur de donder vreeselijk ratelde en de bliksem de lucht doorkliefde, zette zich ten Zuiden van ons dorp een windhoos op. Hij nam een aanvang ongeveer bij de voormalige Westzijdermeer, slingerde aldaar eenige hokken vlas van den landbouwer J. Smit uit elkaar en omhoog, vervolgde den weg vandaar over Luddeweer naar Hooghammen en kwam onderweg met verschillende stukken in hokken staande rogge en met op ruiters staande erwten in aanraking, waarvan sommige als vogels door de lucht vlogen.

verscheiden meters over den grindweg midden in een stuk land is geslingerd. Een paar arbeiders, uit ons dorp, die juist daar op de plaats, waar het instortte een schuilplaats hadden gezocht, kregen eenig letsel aan arm en been. Hun hoofddeksels, vertelde men, zijn door den wind opgenomen en hebben ze niet weer gezien.

Vanaf Grauwedijk ging hij meer noordelijk en liet zijn macht eerst in het Eemskanaal tusschen brug 7 en 8 gevoelen. Daarna moest de boerenbehuizing van den heer W. Knotnerus het ontgelden. Hier werd de schuur verzet, vele ruiten werden stuk gedrukt, boomen ontworteld, etc. Vandaar ging het naar de plaats van den landbouwer Keijer, alwaar hij ook, doch in minder mate schade aanrichtte.

Waar het eind van de verschrikkelijke verwoesting was kan de verslaggever niet melden, maar wel dat velen van een dergelijk bezoek in ’t vervolg verschoond wenschen te blijven. Het gebeurde overal in een tijd van slechts twee minuten- In ons dorp was het op dat moment bladstil geweest.”

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 11 augustus 1906. (Er omheen staan soortgelijke berichten uit omliggende plaatsen, zoals Loppersum).