Rondje Paddepoel

Reitdiephaven:
2014-03-02 005
De Hoge Paddepoel:

2014-03-02 020

Het tuintje bij de Grouwelderij:
2014-03-02 025
Prille nieuwe natuur in de hoek tussen de Bruilweering en de Eelder Madijk:
2014-03-02 029


Kikkerorgie bij de Paddepoelsterweg


Poging tot dijkdoorbraak, Paddepoel

 

Leeuwarder Courant 14 augustus 1911:

Geplaatst op 17 mei 2011  a

Leeuwarder Courant 17 november 1911:

Geplaatst op 17 mei 2011  b

Leeuwarder Courant 1 december 1911:

Geplaatst op 17 mei 2011  c

 


De Grouwelderij, een boerderij-herberg aan de Paddepoelsterweg

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Grouwelerie is een straatnaam op het Zernike-terrein, waarvan wel eens gedacht wordt dat deze verwijst naar het galgenveldje van Selwerd. Dat is onjuist, want op zijn laatst vanaf de zeventiende eeuw stond er aan de oostkant van de Paddepoelsterweg een boerderij-herberg, waarvan de naam afwisselend gespeld wordt als Grouwelderie, Grouwelarij en zelfs Griffelderie.

Uiteraard kan je veronderstellen dat de huisnaam van deze boerderij-herberg samenhangt met het veel oudere galgenveldje. Maar ten eerste lag dat veldje honderden meters zuidelijker en ten tweede lijkt dat ook zonder die afstand niet erg logisch. Zou de huisnaam immers werkelijk slaan op de huiveringwekkende gruwelen die hier zouden hebben plaatsgevonden, dan had de herberg maar heel weinig klandizie gehad.

Dat grouwel komt dan ook niet van de gerechtsplaats, maar van een andere, tweede betekenis van grouwel of gruwel, een betekenis die we nu alleen nog maar kennen van een ouderwetse spijs. Het WNT zegt hierover:

“Een aan het Romaansch ontleende naam, eigenlijk voor gerstebrij of gortepap, bij uitbreiding echter ook voor andere, min of meer brijachtige gerechten. Zoo vindt men voor Twente: gruël, brij van gepelde gerst met een scheut azijn er in, en vermeldt Van Dale (als “gewestelijk”, doch zonder nadere aanduiding) de beteekenissen: broodwater, gerstewater, dunne gort, veelal met bessensap en krenten.”

Bovendien geeft het WNT voor de samenstelling watergruwel een verwijzing naar het Groninger woordenboek van Molema:

“Gruwelwoater, ook woatergruwel, in de kindertaal: krintjebrei; een soort van pap, gekookt van gort, bessensap (of wijn), krenten en suiker.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Nog steeds bestaat de Grouwelderij als huisnaam aan de oostkant van de Paddepoelsterweg. Het gaat om een een enigszins vervallen boerderij, waar je honing kunt kopen. In de topgevel zit een natuurstenen plaat met de huisnaam, al is die door het geboomte nauwelijks leesbaar.

Van 1918 tot 1921 woonden hier Jan Enne van Dijken en zijn vrouw Trientje Duisterwinkel. In die tijd zat er nog een Vergunning A op het pand. Wat betekende dat er in de gelagkamer, links van de deur, wèl zwak alcoholische dranken als bier, maar geen brandewijn en jenever mochten worden geschonken. De meeste klanten – voornamelijk passerende veehouders – vergenoegden zich daarmee, maar er was ook een enkeling die perse een borrel wilde. Die kon in de stookhut naast het huis gaan zitten, en was dan zogenaamd op visite, want in die stookhut werd ’s zomers ook wel gewoond. Zodoende combineerde de Grouwelderij een officiële vergunning met een ‘stille knip’.

Hoewel Trientje van Dijken een mooie vrouw was, iets wat extra klanten trok, had ze al snel haar bekomst van het café:

“Ze hield niet zo van dat geloop over de vloer en had ook geen zin om naar dat gewouwel van die kerels te luisteren.”

Ze deed wel eens alsof ze het geklingel van de deurbel niet hoorde en liet klanten dan op een droogje zitten. Daarom gingen mensen steeds vaker de deur voorbij.

In 1921 kochten Jaap Nienhuis en Engel Bierling het spul. Volgens Jacob van Dijken, die dat uit de overlevering had, waren die wat gemoedelijker, ze konden uren met de mensen door blijven teuten. Anders dan hun gereformeerde voorgangers schonken zij ook op zondagen. Eveneens volgens Van Dijken leed hun boerenwerk wel eens onder het café.

Volgens hun dochter Reinie, die er nog steeds woont, is dit verhaal onjuist en hebben haar ouders nooit getapt. Inderdaad bleef de Grouwelderij geen café. In 1936 lieten Nienhuis en zijn vrouw voor 5000 gulden een geheel nieuw voorhuis bouwen in plaats van de oude. Reinie vertelde me dat deze verbouwing nogal wat voeten in de aarde had, onder andere door problemen met een heel weinig voortvarende eerste aannemer, die uiteindelijk moest worden afgekocht. Een tweede aannemer had moeite om zijn ontwerp op het gemeentehuis van Noorddijk goedgekeurd te krijgen:

“De burgemeester keurde de tekening eerst af, omdat er nog ramen in de topgevel zaten. Dat vond hij niet goed. In plaats van die ramen is naderhand die plaat met de huisnaam gekomen. Deze is gemaakt door een onderaannemer, een steenhouwer. De naam van het huis stond in de koopacte.”

Toen het pand klaar was zijn de wilgen voor de gevel gepoot. Reinie:

“Eentje ging er al gauw dood door de winter. Die is vervangen, maar je kunt dat nog altijd zien, want ze worden op een verschillend tijdstip groen.”

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bijgewerkt op 5 augustus 2012.

Bronnen:
– Groninger Archieven, Rechterlijke Archieven III (stad) x (verzegelingen) de delen 144 fo. 71 vso. en 156 fo. 122 (koopacten dd 28 april 1757 en 23 oktober 1766).
– Jakob van Dijken, Boer in Paddepoel (Ommen 1998) de pagina’s 20, 63, 93/94 en 99.
– Gesprek met Reinie Nienhuis, augustus 2010.

Geplaatst op 31 oktober 2010  d

 

(Kaart uit 1962, toen het bij de Paddepoelsetrweg veel kaler was dan nu. Veel bossages bij deze weg zijn in de jaren tachtig aangeplant door Staatsbosbeheer. De rode pijl geeft de plek van de boerderij aan.)


Zernike / Paddepoel

De nieuwbouw van de Bernoulliborg, het faculteitsgebouw van de natuurwetenschappers aan de RUG, schiet behoorlijk op. Er zit al een flink stuk helderblauw glasvlies op het noordelijkste element, dat waarschijnlijk als eerste betrokken wordt:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Achter dat gebouw lijkt het of er een opgraving gaande is van een Romeinse tempel of zo. Feitelijk gaat het om de eerste stukjes van de pilaren die straks het Centrum voor Levenswetenschappen gaan schragen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De Paddepoelsterbrug bleek gestremd. Onderweg naar de Dorkwerdersluis kwam me het motorvrachtschip Deo Volente tegemoet, met op het ruim de mededeling “Hier vaart een file” (van wel veertig vrachtwagens):

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Bij de Platvoetbrug, op de kruising van het Van Starkenborghkanaal en het Reitdiep, is een paar weken geleden het tekstbeeld van schrijver Gerrit Krol en kunstenares Regina Verhagen geplaatst. De twaalf meter hoge stalen constructie deed mij zowel aan scheepsmasten als aan richtingaanwijzers denken:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Het beeld maakt deel uit van WoordenStroom, een project van hele serie tekstbeelden die de verbrede en verdiepte vaarweg tussen Lemmer en Delfzijl moeten markeren.


Rondje stadsrand

Roderwolderdijk, Hoogkerk::

Kerkweg tussen Oostwolmerdraai en Den Horn – die paaltjes staan er nog niet zo lang, maar een flink aantal staat scheef of is al beschadigd:

Blad in de sloot:

De Westerdijk bij Den Horn:

Boerderij Langweersterweg, Den Horn:

Het seinhuisje verderop staat er nog steeds:

Kop-hals-romp bij de Zuidertocht:

Buizerd in het land:

De brug bij Aduard – mensen hielden keurig anderhalve meter afstand:

Vanaf de weg tussen Wierumerschouw en Adorp:

Boerderij op de Hoge Paddepoel:

Virulystraat, Stad:

Zweedse Haven bij de Bornholmstraat:

Oude Winschoterdiep bij de Gideonweg:

Het populierenbosje bij de Gideonbrug was goeddeels gerooid:

Langmadijk, Peizermade:


Rondje Van Starkenborghkanaal

Gaaikemadijk – “Let op, er kan nog een koe aankomen”:

De Dorkwerderbrug krijgt een lik verf:

De boerderij van ’t Gronings Landschap op de Paddepoel:

Gedenken wij de Paddepoelsterbrug:

In de berm bij Noorderhoogebrug:

Kangeroes bij Binnenpret Indoorstrand, Ulgersmaweg:

Er tegenover speelt een uitdragerij in op Halloween:

Laagzwevende para, verweesd na de verhuizing van Heiko Ates’ oorlogsmuseum naar Grijpskerk:


Zondagmiddagrondje Eiteweert – Gaaikemadijk

Stier op de Peizerdiepdijk bij Eiteweert met op de achtergrond het afgeschafte benzinegemaal van de Hamersweg:

Rode blaarkoppen op de dijk van het Aduarderdiep bij de Tichelwerkbrug:

Gaaikemadijk met populierenlaan:

Peloton passeert Steentilbrug. De grote groepen wielrenners zijn weer helemaal terug. Straks is het janken als blijkt dat besmetting in de buitenlucht wel degelijk mogelijk is:

Landschap Gaaiemadijk:

Roeiers van middelbare leeftijd wachtend voor de Dorkwerdersluis:

Terwijl ik fietsend naderde, bleef een reiger ijskoud midden op de Paddepoelsterweg staan. Net toen de camera klaar was, vloog hij op:

Bij de Eendrachtskade:


Retour Huizinge

Aan het Boterdiep in Zuidwolde staat dit huisje met op de muur het jaartal 1774. Geen idee of dat waar is:

Op de schoorsteen deze kap met zeer hartelijke windwijzer:

De nationale driekleur, geteisterd door zon en wind:

Aan de Zuidwoldiger kant van Bedum – hooiland met 12 ooievaars, waarvan er hier 4 zijn te zien:

Bedum, dorpsgezicht:

Sommige mensen hebben last van windmolenlawaai, terwijl ze er 1500 meter vanaf wonen. Deze boer op Ter Laan heeft een grote windmolen op eigen erf:

Bij Westerwijtwerd lijkt er een duivenslagpoort in aanbouw:

De Boerdamsterbrug bij Middelstum werd uit voorzorg nat gehouden:

Kunstwerk bij verzorgingshuis in Middelstum:

De kerk van Huizinge in de verte:

Maaidorsers houden holdert – bij Huizinge::

Bij de kerk van Huizinge:

Gezicht op Middelstum vanaf het Huizinger kerkhof:

Bij de kansel in de kerk van Huizinge:

Vrouwsperoon op die kansel:

Het doel van de reis – Melkema, bewoonde plek sinds 1370, naar ik hoorde:

Er zit een mooie, deels gereconstrueerde schouw uit 1597 in, afkomstig van Maarslag:

Met een renaissance-cartouche rond het jaartal:

De schouw werd gemaakt voor een boerenfamilie, getuige de klavers:

Gedeeld met een huismerk; of is het een wolfsangel?:

Peerdje in het snijraam boven de voordeur:

Melkenstijd bij Westerdijkshorn:

Peerdje op de toren aldaar:

Het opladen van hooibalen  op de Hoge Paddepoel:


Rondje Harssens – Zuidwolde – Westerbroek

Blaarkop, zo te zien drachtig – Leegkerk:
DSC04035
Door de nog steeds ontbrekende Paddepoelsterbrug zou je geen mens op Wierum verwachten, maar dat viel nogal mee:
DSC04041
Aan de boorden van de Hunze bij Harssens:
DSC04049
Kijk aan wie hebben we daar:
DSC04052
Plantjes op de Hunze-oever:
DSC04056
Aan de overkant parende tureluurs:
DSC04057
Via de Koningslaagte naar Noorddijk:
DSC04063
Boterdiep Zuidwolde:
DSC04065
Hooimijt in Middelbert (dacht ik); het windvaantje geeft het jaartal 1973, de constructie is dus helemaal nog niet zo oud:
DSC04076
Mijn rechter trapper kraakte al een poos vervaarlijk. Bij het Damsterdiep ging hij raar scheef staan, wat zich voor even liet corrigeren, maar op de Hesselinkslaan bij Westerbroek knapte hij finaal af. Metaalmoeheid na tien jaar trouwe dienst:
DSC04082
Was wel zo’n beetje op het verste punt van de tocht om de stad die ik in gedachten had. Maar in een beslist plezierige omgeving:
DSC04085
Via Waterhuizen en de andere kant van het Winschoterdiep lopend naar de stad toe. Het bleek bijna 10 kilometer tot de fietsenkelder van mijn werk. Vanwege de zich aankondigende blaren maar de bus naar huis gepakt:
DSC04093


Ommetje Gaaikemadijk – Sprikkenburg

Grazend zwartbont vee bij het Aduarderdiep, met op de achtergrond de Martinitoren:

Paarden op een rijtje aan een kalmoesbuffet

Wat dichterbij gehaald:

Populierenlaan, Gaaikemadijk:

Verbaasde me dat er met deze droogte nog water over dat stuwtje heenkwam, maar dat zal het IJsselmeerwater zijn dat bij Gaarkeuken de provincie binnenkomt:

Tractor van een wat ouder model bij schuur Gaaikemadijk:

Roodbonte schrikt van mij op dam bij de Sprikkenburg (fietspad langs het Van Starkenborghkanaal):

Dobberend op het Reitdiep bij de Dorkwerdersluis:

Relaxte aalscholver:

De oude heer S. en zijn kameraden op het leugenbankje bij de Paddepoelsterbrug:

Agent 327 in tunnel tussen industrieterrein De Hoogte en de Westindische buurt:

Nog even een ijsje gehaald bij de Zuiderhavensluis:


Obergum – Stad

Haantje bij de kerk van Obergum:

Bemoste, beschadigde en onleesbaar geworden grafsteen achter de kerk van Obergum:

Gekandelaberde bomen, Bellingweer:

Veulen, Alingahuizem:

Haas in de zon, Hekkum:

Druistige paarden, Paddepoel:

Het ene moment jagen ze als gekken door hun weiland, een moment later grazen ze vredig zij aan zij:

Paddepoel, bij het crematorium:


De Grouwelderij, vlak voor de verbouwing

Gelukkie! Zoekend op Midwinter in het Noorden in Woord en Beeld, vind ik opeens een foto van de Grouwelderij aan de Paddepoelsterweg. De plaat moet vlak voor de verbouwing van 1936 gemaakt zijn. Ik ga hier iemand heel blij mee maken:


Rondje Ezinge

Klaprozen in de hoek van de Roderwolderdijk bij het hoofdkwartier van Landschapsbeheer:

Jongens spelend op/aan de Tichelwerkbrug:

Zijlvesterweg, Leegkerk:

Ergens rijm ik dit niet, of: branchevervaging bij Slaperstil:

Kleiwerd:

Ergens rijm ik iets niet, deel 2 – bij de nieuwe Dorkwerderbrug:

Dode veldmuis op het fietspad tussen het Aduarderdiep achter Oostum en de Feerwerdermeeden – er zat een klein bruin vogeltje op in te pikken, dat prompt wegvloog toen ik stilstond. Het oor van de muis is al weg:

Licht en donker:

Bij mijn achterneef werd het gazon gestrimd:

Het tuinhek van Allersma, Ezinge:

Vier pinken op de dijk tussen Ezinge en Aduarderzijl:

Bij Wierumerschouw:

Het gerestaureerde boerderijtje van ’t Groninger Landschap op de Hoge Paddepoel:

Uitgelichte buizerd bij het Van Starkenborghkanaal:

Moestuin bij de Grouwelderij:

Dramatische lucht boven de stad, gezien vanaf het Hoendiep in Hoogkerk:


Tabakszak als lapmiddel blijkt enige overblijfsel van florerende zaak

In het archief van het Groninger Sint Anthonygasthuis bevindt zich in een bundeltje brieven en andere stukken een placcaat uit 1685, dat kennelijk zo vaak geraadpleegd is dat het uiteen dreigde te vallen. Daarom is aan de achterkant een steunconstructie geplakt in de vorm van een stuk tabakszak, en wel de voorkant daarvan:
z DSC01793
Het betreft een misdruk met een zwaan als beeldmerk. Verder heeft dat beeldmerk de omlijsting van een uithangbord:
ooo
Heb de beeltenis wat proberen op te peppen, maar qua leesbaarheid hielp dat weinig. Toch viel er wel uit te komen. Onder het zwanenlogo staat zo ongeveer:

“Deze en meer andere soorten van opregte Amerikanische TABAK, als mede beste soorten van K……s, zijn te bekomen bij JAN A. OOSTERHOFF vooraan in de Oosterstraat tot GRONINGEN.”

Oosterhoffs initialen IAO staan boven het beeldmerk. Als ik deze tabakshandelaar natrek, kom ik merkwaardigerwijs eerst dichtbij mijn huis terecht, om precies te zijn op hemelsbreed anderhalve kilometer afstand. Jan Alberts Oosterhoff werd namelijk in 1762 geboren als de op een na jongste zoon van de landbouwer, bakker en herbergier Albert Eytes Oosterhoff te Matsloot, onder de klokslag van Roderwolde. Vanwege de naam van diens vader Eyte lijkt het erop dat het gezin in de herberg met overzet Eiteweert woonde, temeer daar de overgrootvader ook al boer en herbergier op de Matsloot was, maar dat bleek een vergissing. Toen zijn vader overleed, bood zijn moeder, naast nogal wat groenland onder Roderwolde, immers een “geneverstokery” te koop aan, waarmee de lokatie van Jan Alberts Oosterhoffs ouderlijke huis zich laat bepalen als ‘De oude Stokerije’ die volgens een kaart van Huguenin (ca. 1820) enkele honderden meters ten noorden van Eiteweert aan de Roderwolderdijk stond. Tot voor kort bevond zich hier inderdaad nog een boerderij vlakbij de vloeivelden van de suikerfabriek. Inmiddels is deze afgebroken en rest er niets dan een poeltje van de huisplaats. Overigens had Jans grootmoeder hier als weduwe, naast een middelgrote boerderij met herberg, nog een handel in tabak. Wat dat betreft viel de appel niet ver van de boom.

Wanneer Jan Alberts Oosterhoff naar de stad verhuisde is onbekend. Wellicht ging hij er als jongeling heen om een vak te leren. In 1791 trouwde hij met een vijftien jaar oudere koopmansweduwe en kocht even later datzelfde jaar ’t klein burgerrecht, om lid van het koopmans- en kremersgilde te worden. In 1791 vestigde hij zich dus als winkelier.

Dat hij redelijk succes had met zijn tabak, blijkt in 1803. Dan plaatst hij een advertentie tegen concurrenten die tabak verkopen onder zijn naam en merk:

“Ondergetekende JAN OOSTERHOFF, tot myn leetwezen vernomen hebbende dat [in] de valsche Rode Rosynekorf Tabak met myn naam &c. voorzien, word verkogt, en ik hieromtrent niet onverschillig kan verkeeren, zoo wil door deezen een ieder die zie hieraan mogten schuldig kennen, of eenigsints daarin hebben medegewerkt, vriendelyk verzogt en ernstig gewaarschouwd hebben om van deeze hunne handelwyze af te zien, opdat ik niet genoodzaakt worde, langs onaangenamer middelen dat kwaad te keeren.

Groningen den 28 July 1803.    JAN OOSTERHOFF.”

Feitelijk was dit veel geschreeuw en weinig wol, want het merkenrecht stond nog in de kinderschoenen en ik denk niet dat Jan werkelijk een proces zou zijn begonnen. De uitkomst was te ongewis.

Het huwelijk van hem en zijn vrouw bleef kinderloos. Zij stierf in 1819 en hij in 1822. In Huize de Beurs kwam toen eerst de inventaris van de tabakshandel in de Oosterstraat onder de hamer:

“5 Vaten beste Marijlandsche bladen tabak , een partij losse bladen dito, eenige riemen wit tabakspapier; voorts een tabaksinstrument, tabaksmessen en dito -raams, groote ijzeren balans met schaalbladen, dito gewigten en kleinere balansen en gewigten, een koopmanskare en meer andere goederen…”

Later dat jaar volgde Oosterhoffs vastgoed: het huis in de Oosterstraat en nogal wat land in de Paddepoel, Hoogkerk,  Usquert, Uithuizermeeden en Hornhuizen, plus een klein scheepsaandeel, waaruit blijkt dat Jan de winst uit zijn tabakshandel gespreid belegde. Bij de boeldag van de huisraad, ten slotte, werden onder meer tapijten, kabinetten en een “zeer accuraat staand uurwerk” verkocht, eens te meer een bewijs dat Jan Oosterhoff goed geboerd had met zijn nering.

Toch bleef daar enkel het stuk tabakszak van over, waarmee een placcaat in het archief van het Anthoniegasthuis opgelapt werd. We weten natuurlijk niet of dit gebeurde tijdens Jans leven, toen de zak nog courant was. Dat kan ook later gebeurd zijn. In elk geval dateert de gebruikte zak uit de periode 1791-1822 en dat is behoorlijk oud voor bewaard gebleven handelsdrukwerk.