Rondje Peizermade – Matsloot – Leegkerk

Het was me even ontgaan, maar gistermiddag zag ik dat er vlakbij, op de parkeerplaats bij het toekanhotel, een coronatestlocatie van het Huisartslab is ingericht:

De uitloper van het Stadspark naar de Groningerweg:

Kudde blaarkoppen bij de Langmadijk:

Altijd weer vreemd, die frisse groene kleur van nieuw riet in het najaar, hier op een slootwal bij Eiteweert:

Meer modder dan hooi, Matsloot:

De kwartiermakers van steeds grotere aantallen grauwe ganzen:

Tichelwerkpad, Leegkerk:

De doodsklok klepte er aan het eind van een uitvaartdienst. Mensen op het kerkhof, kijkend naar de Legeweg:

Waar zich een rouwstoet formeerde – kennelijk ging niet iedereen mee naar graf of crematorium:


Ommetje Eiteweert – Peizermade

Was vanmiddag eigenlijk van plan om een flink eind naar het zuiden af te zakken, richting Peize, Donderen, Vries. Maar nog voor Roderwolde ging mijn achterwiel stroef lopen. Voor de zoveelste keer malheur met die rem/versnellingsnaaf. Mijn volgende fiets wordt er een zonder.

Op dat kleine tochtje toch nog wat plaatjes opgedaan. De haan van Minerva, die meende dat Frankrijk het EK winnen zou:
DSC07734
Drie generaties van een familie, poserend voor een fotografe in het park aan de Roderwolderdijk. De gezichten moeten zo dicht mogelijk bij elkaar, het is vast voor in een lijstje:
DSC07742
Wagen met balen hooi, nabij het vroegere dieselgemaaltje:
DSC07747
Blaarkoppenfront bij de Langmadijk:
DSC07756
Wimpers:
DSC07769
Tractor op de Hamersweg:
DSC07792
Opel uit de sixties, Peizermade:
DSC07797
Boom met het alziende oog bij Transferium Hoogkerk:
DSC07800


De westelijke ingang van het Stadspark bij Peizermade

2014-05-22 025

Een collega van me verbaasde zich van de week over deze en een soortgelijke betonpaal bij de Groningerweg (of N372) ter hoogte van Peizermade. Het setje kloeke palen markeert het uiteind van een lange, min of meer rechte bosstrook, die via de volkstuinenstrips van de Bruilweering naar het Stadspark voert. “Het is daar bij Peizermade toch helemaal geen Stadspark?”, aldus mijn collega: “Het is er niet eens gemeente Groningen. Weet jij hoe dat zit en wanneer die palen daar neergezet zijn?”

Dat laatste kon ik op basis van stijl en belettering nog wel beredeneren: de palen moeten er in het Interbellum gekomen zijn. Het stond me bij dat ik hier al eerder een gedachtenwisseling over had gehad, maar daar kon ik de vinger niet goed op leggen. En omdat de vraag me niet losliet, besloot ik er ’s avonds een Delpher-query aan te wijden.

Het eerste dat ik met de termen Peizerstraatweg + Stadspark + ingang vond, was een verslag van de algemene ledenvergadering van de Vereniging Stadspark in het NvhN van 30 april 1925. Daarin wordt er melding van gemaakt dat er twee secundaire toegangswegen tot het Stadspark opgeleverd zijn:

“Op de sierlijke bruggen en op den zuidelijken wandelweg naar den  Peizerweg wordt de aandacht gevestigd De plantsoenen zijn ook hier  gereed gekomen, evenals de brug over het Eelderdiep zoodat wij staan  aan den vooravond van den dag, waarop deze weg geheel in gebruik kan worden genomen. Dank zij den onvolprezen heer Leonard Springer mag van een „park” worden gesproken, dat zïch als verlengstuk daar uitstrekt ten westen van het Stadspark. Ook de weg en zijn toegang bij den Peizerstraatweg ter hoogte van het café Mensinga werden voltooid.”

Dat café Mensinga, ook wel Parkzicht, stond min of meer op de plek waar nu de KPN-antennetoren staat. Dat is dus een andere entree/uitgang, namelijk die bij de toegangsweg welke tegenwoordig Campinglaan heet. De andere weg, de westelijke waar het hier om begonnen is, kreeg in zich een brug over het oude Eelderdiepje. Momenteel liggen er twee bruggen in, omdat er eind jaren twintig, parallel aan het oude Eelderdiep, nog het Omgelegde Eelderdiep bij kwam.

De westelijke toegangsweg tot het Stadspark kende dus net als het Stadspark een beplanting die door landschapsarchitect Leonard Springer was ontworpen. Deels liep ze over grond van de gemeente Eelde (nu Tynaarloo). Wat verder in Delpher sonderend, bleek tot mijn verrassing, dat de grond hier in 1923 door de gemeente Groningen gekocht was voor het Stadspark. Vermoedelijk zijn dan beide betonpalen bij de westelijke ingang ook uit de stad Groningen afkomstig. Het zou me absoluut niet vreemd voorkomen, als hun ontwerp van Siebe Jan Bouma zou zijn.

Overigens herinnerde ik me dankzij de zoekerij ook, waar ik die eerdere gedachtenwisseling vinden moest: bij het lemma Peizermade van de Plaatsengids. Ruim een jaar geleden verbaasde zich daar een Wim Bongertman over de stenen palen:

“Was hier vroeger de ingang van het stadspark? Dat is dan wel vreemd omdat het stadspark toch echt een park is en na deze steen geen spoor te vinden is van een park.”

Ik giste toen al dat de stenen er gelijk met het Stadspark waren gekomen, “waarschijnlijk om de kortere weg voor fietsers te markeren”. Een antwoord dat ik gemist had, was intussen dat van P. D. Schoonenberg op 1 december jl. Hij bevestigde al vanuit zijn eigen geheugen dat het om een officiële toegangsweg tot het Stadspark ging, die in eigendom was van de gemeente Groningen, en dat er oorspronkelijk sprake was van een parkaanleg met de vijvers en rododendrons, die je nu nog wel kunt zien, al wordt de bosstrook dan in tegenstelling tot vroeger aan de natuur overgelaten.

2014-05-23 012


Ooievaars bij de vleet in de Onlanden en op de Peizermade

In de Onlanden, aan de Roderwolderdijk tussen de Onlandsedijk en het Waal in totaal negen ooievaars, waarvan dit de kerngroep was:
010
Ze stonden er maar wat voor zich uit te staren en verschikten af en toe wat tussen de veren. Verderop fourageerden er twee in een stuk groenland:
012
Aan de andere kant van de sloot nog een paar, met vier reigers op de slootkant:
021
Het doel van mijn fietstochtje was de reconstructie van het Huis te Peize, wegens Open Monumentendag opgetrokken met steigers en steigergaas:
042
Eigenlijk moet je de boerderij op de voorgrond wegdenken – die werd in of vlak na 1795 gebouwd van het sloopmateriaal van het steenhuis:
049
Rooie blaarkoppen bij het Achterstewold:
053
Waren de negen ooievaars op de heenweg al een record voor mij, het aantal van dertien stuks op de terugweg, in de hoek tussen de Zanddijk en de Woudrustlaan, verpulverde dit record nog eens. Deze tien vormden hier de kerngroep:
069
Op zich zouden het grotendeels dezelfde ooievaars kunnen zijn, hemelsbreed ligt deze plek een paar kilometer zuidelijker dan de eerste. Ook hier fourageerden de meeste beesten niet, maar stonden ze maar wat voor zich uit te kijken:
082


Een nikstaart over Peizermade

Zoekend met de term ‘nikstaart’ in de krantenbank van de KB vind ik slechts zeven resultaten, waaronder een paar die slaan op het stukje land bij Glimmen. De mooiste melding echter, betreft een bericht dat zowel het Algemeen Handelsblad van 7 augustus, als De Tijd van 8 augustus 1891 haalde.  Beide kranten namen het over uit de Nieuwe Groninger Courant, die het op zijn beurt weer ontving van een correspondent in Peize:

“Tal van personen hebben hier Vrijdag jl. ongeveer halfzeven des avonds een eigenaardig luchtverschijnsel waargenomen. Van het noorden bewoog zich in oostelijke richting eene groote windhoos, die langzaam voortschoof en daarbij zich kronkelde als eene slang. De personen, die een half uurtje ten N.O. van ons dorp vóór op de Peizermade in het hooiland bezig waren, hebben van meer nabij met het angstwekkend natuurverschijnsel kennis gemaakt. De hoos maakte een geluid, alsof men uit een stoommachine den stoom liet ontsnappen, zweepte het water uit de Gouw en de „baggerpetten” in het Broek met kracht in de hoogte, joeg het hooi uit het „zwat” al dwarlend opwaarts tot in de boomen, nam eene wring (landhek) op en wierp die op korten afstand weer neder, rukte een „tuin- of vredigingpaal” (een paal uit do omheiniog van het land) ter dikte van een arm uit den grond en smeet dien op ongeveer 50 M. afstand neer, en scheurde zelfs onder een geweldig gekraak een der stevig bevestigde „zwaarden” (schuine latten of planken) van eene nieuwe wring af. Paarden en koeien stoven verschrikt door het land, en verscheidene menschen vluchtten in de naastbijzijnde boerenwoning.

Een maaier, die in eenen hooiopper lag te rusten, zag ook het vreemde verschijnsel, hier algemeen „nikstaart” genoemd, naderen en besloot eerst te blijven liggen. Weldra veranderde hij echter van besluit. In allerijl staat hij op, neemt jas en vest, die naast hem liggen, op, en gaat de hoos uit den weg, zijne zeis en zijn etensaker met een lepel er in latende liggen. Onmiddellijk daarna wordt de zeis opgenomen, doch spoedig weer losgelaten; de aker echter verdwijnt voor zijne oogen. Het deksel en de lepel zijn teruggevonden, de aker is nog zoek. lemand, die op 10 min. afstands zich bevond, had die hoog in de lucht zien blinken.

Er zijn hier in de laatste dagen meer hoozen waargenomen; geene echter heeft zich zoo duchtig doen gevoelen als die van Vrijdagavond. Ook had geene zulke reusachtige afmetingen.”

Het Drentse woord nikstaart was dus tot op de grens van Groningen bekend.


Kort Peizermader Ommetje


De Peizermade als Alaska

“Dikwijls zwierven we in de Peizermade, wanneer deze in een groote ijsvlakte herschapen was. Dan voelde je je zoo vrij als in Alaska, ver van de wereld.

Nergens in het binnenland heb ik zulke groote vogeltroepen bij elkaar gezien als daar. Soms waren er eenige honderden wilde zwanen tegelijk, vele honderden ganzen. Wanr nog open water was bevonden zich groote massa’s eenden en zaagbekken. Daar het ijs in de omgeving meestal te zwak was om een mensch te dragen, was het onmogelijk er dichtbij te komen, maar ook op een afstand was het een imposant gezicht.

Over korten tijd zal men dit rijke vogelleven daar niet meer kunnen bewonderen, daar deze made immers een betere afwatering zal krijgen en de gronden zullen worden ontgonnen. Misschien verplaatsen de wintervogels zich dan naar het Zuidlaardermeer, waar trouwens ook vroeger en nu veel Poolbewoners in den winter verblijf houden.”

—-

Bron: F. Koster, ‘Op het ijs’, aflevering in de serie ‘De Levende Natuur’, Nieuwsblad van het Noorden 11 januari 1929.


Winter te Peizermade

Voorpaginafoto van Het Noorden in Woord en Beeld, 15 januari 1932.


Rondje Peizermade, Roderwolde, Matsloot

In tijden niet zo’n afstand lopend afgelegd: ongeveer 13 kilometer.  Voor het grootste deel was het qua temperatuur best te doen, maar toen de zon bij Matsloot ter kimme zakte vroren mijn tenen er bijna af, gevoelsmatig dan hè. Onderweg op de vlakte een ontmoeting met Aargh en P.

Deze diashow vereist JavaScript.


Uitzicht over de Peizermaden

Natuurmonumenten had vanmiddag aan de rand van de Peizermaden, thans Onlanden genaamd, twee hoogwerkers opgesteld. Vanaf 22 meter hoogte kon  je zo uitzien naar alle kanten:

Deze diashow vereist JavaScript.


Avondrondje Peizermade

Windstil weer. Voor het eerst sinds tijden weer eens de geur van een verkillende zomeravond geroken. Op de heenweg veel joggers en wielrenners. Op de terugweg volmaakte rust, want wegwerkers zijn bezig met de autoweg tussen de stad en Peize, dus daar rijdt hooguit nog een aanwonende langs. Gelukkig trouwens, dat muggen mij niet lusten, want het waren er behoorlijk veel. Iemand anders zou lekgestoken zijn.

Grazige wei in strijklicht:

Geplaatst op 15 augustus 2011  a

De laatste wolkjes:

Geplaatst op 15 augustus 2011  b

Kwijnende boomcingel in tegenlicht:

Geplaatst op 15 augustus 2011  c

En ach, doet u er ook maar een zonsondergangetje bij:

Geplaatst op 15 augustus 2011  d


Peizermade

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Rondje Peize – Paterswolde

Gevlekte koe bij de Langmadijk, Peizermade:

Prettig dromend varken, Roderwolde:

Weggetje bij maisveld, Peizerwold

Fietspaadje Peize:

Nieuw bord attendeert op het verdwenen Huis te Peize, ooit een havezate waar machtige Drentse heren woonden::

Het schathuis of de boerderij die erbij hoorde staat er nog steeds. De boer stond buiten en gaf me toestemming om de wat verscholen geplaatste gevelsteen te fotograferen – het betreft ’t alliantiewapen De Coninck-Van den Clooster uit 1706:

Sinds jaar en dag huppelen er konijntjes rond de boerderij:

Eenzame lindeboom op de Eelderma:

Duivenhok bij de Verlengde Boterdijk, Paterswolde:

Pompoenenplantage bij de Boterdijk:

Bord langs de Meerweg waarschuwt voor overstekende otters:

De Paalkoepel, in 1908 gebouwd als theehuis voor Jan Evert Scholten, in de jaren 70 nog zwaar vervallen en sindsdien in gebruik als restaurant:


Rondje Lettelbert – Roderwolde

Lettelbert – groeizaam weertje:

Bospaadje bij Nienoord:

Grazend vleesvee, Roderwolde. Op de achtergrond begon het te rommelen bij Peize:

Het roggeveld op de Stenhorsten vanaf de Peizerdiepdijk:

Beetje dichterbij:

Vanaf de Weringsedijk viel te zien dat de bui over het zuidoosten van de Stad wegdreef. Helaas geen zon meer achter mijn rug::

Bij Peizermade kwam die nog even terug, de bui vloeide uit en leek deels zelfs even richting Hoogkerk te gaan:

Bij het Van der Valkhotel (naast Transferium Hoogkerk) had ik die zon er ook graag even bij gehad.


Rondje Paterswoldsemeer

Bij de Langmadijk, Peizermade – op de achtergrond in het westen een mistbank, op de voorgrond helder weer:

De boerderij Eiteweert:

Voorbij het Waal, in de verte, weer die mistbank:

Achterstewold Peize – een van drie Belgen, allemaal in een andere hoek van het weiland:

Isolator op dampaal:

Eelderdiep bij Eelde:

Meerweg:

Hoek Hoornsedijk – blank staand hoekje met landbouwgerei:

Wegzakkende slootschoner:

Berken op het pad naar het padvindershonk:

Paarden bij een blokje hooi:

Stadsmarkering: