Vroegere vriend

Zit naar aanleiding van een archiefopschoning de naam van een oude vriend te googelen. Hij was gemeenteraadslid, maar werd na een knallende ruzie door zijn fractie op een zijspoor gezet. Bij die gelegenheid belandde zijn gezicht op de website van een lokale krant – het blijkt getekend door de drank. Vorig jaar overleed zijn vrouw, even in de 50, dat zal dan borstkanker geweest zijn. Het leven nam de zorgeloze flierefluiter van destijds behoorlijk te grazen.

Advertenties

Gedateerd gedicht

Hij nam de hoorn van de haak,
maar vond geen kwartje.
Dat gebeurt hem niet vaak,
als hij belt met zijn hartje.


Steilwand (2) Twee foto’s

Er zijn niet zoveel foto’s van steilwanden, die aansluiten bij mijn herinnering, of de geheugenflard die ik voor een herinnering houd. Eigenlijk vond ik er maar twee.

Het oprijden tegen een schuin gespannen kabel of tui zie ik het meest terug in deze plaat uit 1961:

Leeuwarder Courant 10 augustus 1961.

Het betreft de Duitse leider van een gezelschap dat zich de ‘Internationale Luchtpiraten’ noemde. Eind jaren 50 kwamen ze voor het eerst in Leeuwarden, waar ze over een schuingespannen draad naar de top van de Oldehove reden. In 1961 kwamen ze er opnieuw, nu met een programma dat ‘Festival der Sensaties’ heette. Een van die sensaties betrof de getoonde looping in een groot metalen wiel bovenop een hoge mast.

De andere foto die een spoor van herkenning oplevert is het exterieur van een ‘ton’, geplaatst in een editie van Het Vrije Volk uit 1964:

Het Vrije Volk 20 februari 1964.

Deze foto vormde een wat vreemde illustratie bij een interview met de kermisman ‘Ome’ Joop Groninger over diens ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Vreemd, omdat in dit vraaggesprek, of althans deze aflevering van de serie interviews, helemaal geen steilwand ter sprake komt. Die attractie bestond volgens mij ook nog niet in de Eerste Wereldoorlog. In elk geval stak Groninger zijn antipathie tegen het ding niet onder stoelen of banken, getuige het bijschrift:

“Van een steilwand heb ik nooit wat willen weten. Ik zie mijn kinderen niet graag doodvallen. Je kunt er overigens veel geld mee verdienen.”


Steilwand (1) Geheugenflard

Niet veel later zouden er woningen komen aan de Meidoornlaan, maar het onbebouwde groenland werd dat weekend benut voor een soort van motorcircus met een steilwand en strak gespannen kabels waarover motoren zouden gaan koordrijden. Tenminste: in mijn herinnering was dat zo. Het moet vroeg in de jaren 60 geweest zijn, ik zat vlakbij op de lagere school in de tweede of derde klas en stond tussen de middag te kijken hoe stoere kerels de kabels spanden. Ook moet ik hebben gezien hoe een motor bij wijze van oefening over zo’n schuine tui omhoog reed. Ik wilde heel graag naar dat spektakel toe, maar dat mocht niet. Veel te gevaarlijk!

Een advertentie voor dit gebeuren heb ik tot nog toe niet kunnen vinden. Misschien staat er iets in een vergeten register der vermakelijkheidsbelasting van de gemeente Havelte. Maar in de wijde omgeving kwamen er genoeg kermissen voor met een steilwand of steile wand. Geheel onwaarschijnlijk zou mijn herinnering dus niet zijn – de steilwand was destijds een gangbare attractie:

  • Zoals in Dieverbrug:

Meppeler Courant 16 april 1962.

  • Of in Schoonoord:

Nieuwsblad van het Noorden 22 april 1961.

  • En dat bleek het zelfs al vrij lang, want voor de oorlog was er al een steilwand op de kermis van De Wijk:

Meppeler Courant 19 maart 1937.

  • En hoewel deze attractie qua publiciteit wat minder populair leek in Groningerland dan in Drenthe en Friesland, vond ik toch ook een tamelijk vroege melding voor mijn huidige woonplaats Hoogkerk:

Nieuwsblad van het Noorden 11 augustus 1934.

Wordt vervolgd,


Op het oude Rijksarchief

Foto: Elmer Spaargaren.

Schrijver dezes schijnbaar aan het werk in het oude Rijksarchief aan de Sint Jansstraat, najaar 1990. Ik heb een paar imposante bundels met stukken uit de Franse Tijd uit het depot laten halen, maar enkel voor de show. De Fibula, het blad van de Nederlandsche Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis (NJBG) had mijn beeltenis nodig bij een column van me en Elmer Spaargaren maakte die plaat.

Dat ik een tijd niet in dat archief geweest was, kan je zien aan het huishoudelijk reglement onder mijn rechter elleboog. Bij de receptie kenden ze me niet meer, vandaar dat ze me dat reglement toestopten. Onder mijn linker arm ligt een willekeurige lijst van stukken. In mijn hand heb ik een balpen van CE Couriers, het  bedrijf waarvoor een vriend van me werkte. Tegenwoordig mag je in de studiezaal niet meer met een pen schrijven, een verbod waarvan de doorvoering enige moeite heeft gekost.

Die studiezaal van het oude Rijksarchief, daar liepen wat types rond. Een liep constant in zichzelf te mompelen, gaf in het heen en weer gaan ook wel commentaar op bezoekers. Een ander ging daarin nog een stuk verder. Toen ik een keer in een grijswitgevlekte parachutistenbroek volgens de laatste punkmode de studiezaal binnenkwam, werd daar luidkeels over geklaagd door een haler met een gebroken geweertje, die weigerde me nog te bedienen zolang ik die broek droeg.

Door de ijzeren kolommen, de onbeklede muren en het dunne linoleum op de betonnen vloer was het er extreem gehorig. Ik ben er wel eens berispt wegens het te luid omslaan van een blaadje.

Beeldbank: Rijksarchief


Goedgeluimd gesprekje onderweg

Schipper Dorenbos, ? Heikens ? en ik in de oude Kop van de Oosterpoort (november 1991):
Links een stuk van de oude gevelwand tussen Duikerstraat en Griffestraat. Op de kop  van de Griffestraat een nieuwbouwblokje uit de jaren 70 dat er amper twee decennia heeft gestaan. Rechtsachter aan de overkant van het Winschoterdiep de Albinoflat. Die flat is het enige gebouw dat er nu nog staat. De rest is allemaal gesloopt, midden jaren 90, voor de nieuwbouw Kop Oosterpoort.

De foto is gemaakt door Coen van Oven, die betrokken was bij het Opbouwwerk in de Oosterpoort. Zodoende weet ik dat we namens het Buurtoverleg voor het een of het andere goede doel op pad waren.

Ik heb geen heimwee of nostalgie naar de Oosterpoort, maar dit soort korte, goedgeluimde gesprekjes onderweg mis ik wel een beetje, hier in Hoogkerk:


Havelte aan het Oostfront

K. wees me op een website over Duitse oorlogsgraven. “Daarin liggen ook een heleboel Drentse jongens die met de Duitsers meevochten en gesneuveld zijn.”

Ik zoek de site op en tik in het vakje voor geboortedorp Havelte in. Er komen vier namen van twintigers tevoorschijn. Twee met en twee zonder rang. De beide laatsten, begraven in Lübeck en Frankfurt aan de Main, zouden nog dwangarbeiders kunnen zijn geweest. Van de grenadier en de sturmmann, begraven bij Sint Petersburg (1943) en het oosten van Polen (1944), kan het niet anders dan dat ze tegen de Russen vochten.

De grenadier heeft een bekende familienaam. Misschien speelde ik wel met zijn neefje. Nooit geweten dat zijn oom aan het Oostfront zat. Zoiets kwam niet ter sprake.

Een andere man had een been aan het Oostfront verloren, mogelijk ook bij Sint Petersburg. Hij was ’s zomers kaartjesverkoper in het zwembad en inde ’s winters de hondenbelasting. Vanwege de eerste functie genoot hij een zekere populariteit onder de jongens van het dorp.