De klanten van mijn vader

Het gebied waar mijn vader met zijn boekhoud- en administratiekantoor in de jaren zestig klandizie had:

Er wat dichter op inzoomend:

Nu het allemaal in kaart gebracht is, zie ik dat er naar het noorden en westen meer rek in zat, dan naar het oosten en zuiden. In de Stellingwerven, over de grens met Friesland, had hij verspreid nog wel wat klanten zitten, maar hij kwam nauwelijks over de provinciegrens met Overijssel. Wanneperveen was daar de uitzondering. Waarschijnlijk was de concurrentie uit Steenwijk en Meppel in Noordoost-Overijssel te groot. In het oosten vormde de lijn Ommen-Hoogeveen-Assen de uiterste limiet. De dorpen met de meeste klanten waren in mijn herinnering Wapserveen, Uffelte, Ruinerwold, de Veendijk en Nijeveen.

Nog in de jaren 60 ging hij overal heen op zijn brommer, een Zündapp. Hij zei dan ’s morgens altijd waar hij naar toe ging. De meeste klanten waren destijds nog boeren, vaak met een 5 tot 15 koeien. Soms kwamen die hem schoenendozen vol ongesorteerde rekeningen brengen. Bij wijze van vakantiewerk heb ik die wel eens een week of wat op volgorde gelegd en ingeboekt, maar al te lang hield ik dat niet vol. Het was “klotewerk”, vond ik.

Advertenties

Muizencolonnes

Ik zag deze op Twitter:

Heb zoiets een keer meegemaakt. Er was brand in bakkerij Tuin op de hoek van de Egginklaan en de Dorpsstraat in Havelte. Uit de rokende schuur erachter kwamen hele kolonnes muizen tevoorschijn, soms waren ze meterslang. Het moeten al met al honderden muizen geweest zijn. Ze zochten een goed heenkomen dwars over het kruispunt naar het Piet Soerplein. Kleine kinderen stonden er stomverbaasd en met deernis naar te kijken en ik, iets oudere blaag, startend puber, reed meermalen met mijn fiets dwars over die muizen heen. Dit tot ontzetting van die kinderen, o.a. mijn zeven jaar jongere broer die nog met breed uitgespreide handen een vergeefse poging deed om me tegen te houden. “Het is  toch maar ongedierte”, riep ik, grijnzend.

Ik heb me naderhand behoorlijk voor deze stoerdoenerij geschaamd.


“U hoort nog van ons’

Omdat de gemeenteraadsverkiezing voor onze almaar groter groeiende gemeente Groningen pas in november plaatsvindt, besloot ik mijn premature verkiezingskoorts te dempen met de stemwijzer voor het Oldambt:

We raken nog bekeerd op onze ouwe dag.

Door de uitslag ontdek ik tot mijn lichte verbijstering dat GroenLinks niet meedoet in het Oldambt. Raar, dat de formele erfgenaam van de daar ooit zo machtige CPN het compleet laat afweten. Ze vonden het indienen van een lijst niet verantwoord, verklaren ze op hun website, vanwege “onvoldoende actieve verkiesbare en ondersteunende mensen”. “U hoort nog van ons”, klinkt het hoopvol, maar als ze over vier jaar terug willen komen in die raad, zal dat nog een heel gevecht worden.


IJs in Stadspark lijkt te houden

Tussen de middag in het Stadspark – een stel waaghalzen op het ijs:


Ik stond erop te wachten dat er een doorheen ging, maar dat gebeurde niet. Wel gaf het vervaarlijke ploemp en ploinggeluiden:

Als kleinste en lichtste van mijn leeftijdgenoten stond ik vroeger zelf vaak als eerste op het ijs. m.n. op dat van de vijver aan de Dreeslaan. Ben er ook meermalen doorheen gezakt. Best koud om dan naar huis te moeten. En mijn moeder maar schelden.

Maar enfin, met voortdurende vorst heb je daar in het Stadspark binnenkort Avercamptaferelen.


Vroegere vriend

Zit naar aanleiding van een archiefopschoning de naam van een oude vriend te googelen. Hij was gemeenteraadslid, maar werd na een knallende ruzie door zijn fractie op een zijspoor gezet. Bij die gelegenheid belandde zijn gezicht op de website van een lokale krant – het blijkt getekend door de drank. Vorig jaar overleed zijn vrouw, even in de 50, dat zal dan borstkanker geweest zijn. Het leven nam de zorgeloze flierefluiter van destijds behoorlijk te grazen.


Gedateerd gedicht

Hij nam de hoorn van de haak,
maar vond geen kwartje.
Dat gebeurt hem niet vaak,
als hij belt met zijn hartje.


Steilwand (2) Twee foto’s

Er zijn niet zoveel foto’s van steilwanden, die aansluiten bij mijn herinnering, of de geheugenflard die ik voor een herinnering houd. Eigenlijk vond ik er maar twee.

Het oprijden tegen een schuin gespannen kabel of tui zie ik het meest terug in deze plaat uit 1961:

Leeuwarder Courant 10 augustus 1961.

Het betreft de Duitse leider van een gezelschap dat zich de ‘Internationale Luchtpiraten’ noemde. Eind jaren 50 kwamen ze voor het eerst in Leeuwarden, waar ze over een schuingespannen draad naar de top van de Oldehove reden. In 1961 kwamen ze er opnieuw, nu met een programma dat ‘Festival der Sensaties’ heette. Een van die sensaties betrof de getoonde looping in een groot metalen wiel bovenop een hoge mast.

De andere foto die een spoor van herkenning oplevert is het exterieur van een ‘ton’, geplaatst in een editie van Het Vrije Volk uit 1964:

Het Vrije Volk 20 februari 1964.

Deze foto vormde een wat vreemde illustratie bij een interview met de kermisman ‘Ome’ Joop Groninger over diens ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Vreemd, omdat in dit vraaggesprek, of althans deze aflevering van de serie interviews, helemaal geen steilwand ter sprake komt. Die attractie bestond volgens mij ook nog niet in de Eerste Wereldoorlog. In elk geval stak Groninger zijn antipathie tegen het ding niet onder stoelen of banken, getuige het bijschrift:

“Van een steilwand heb ik nooit wat willen weten. Ik zie mijn kinderen niet graag doodvallen. Je kunt er overigens veel geld mee verdienen.”