Op het oude Rijksarchief

Foto: Elmer Spaargaren.

Schrijver dezes schijnbaar aan het werk in het oude Rijksarchief aan de Sint Jansstraat, najaar 1990. Ik heb een paar imposante bundels met stukken uit de Franse Tijd uit het depot laten halen, maar enkel voor de show. De Fibula, het blad van de Nederlandsche Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis (NJBG) had mijn beeltenis nodig bij een column van me en Elmer Spaargaren maakte die plaat.

Dat ik een tijd niet in dat archief geweest was, kan je zien aan het huishoudelijk reglement onder mijn rechter elleboog. Bij de receptie kenden ze me niet meer, vandaar dat ze me dat reglement toestopten. Onder mijn linker arm ligt een willekeurige lijst van stukken. In mijn hand heb ik een balpen van CE Couriers, het  bedrijf waarvoor een vriend van me werkte. Tegenwoordig mag je in de studiezaal niet meer met een pen schrijven, een verbod waarvan de doorvoering enige moeite heeft gekost.

Die studiezaal van het oude Rijksarchief, daar liepen wat types rond. Een liep constant in zichzelf te mompelen, gaf in het heen en weer gaan ook wel commentaar op bezoekers. Een ander ging daarin nog een stuk verder. Toen ik een keer in een grijswitgevlekte parachutistenbroek volgens de laatste punkmode de studiezaal binnenkwam, werd daar luidkeels over geklaagd door een haler met een gebroken geweertje, die weigerde me nog te bedienen zolang ik die broek droeg.

Door de ijzeren kolommen, de onbeklede muren en het dunne linoleum op de betonnen vloer was het er extreem gehorig. Ik ben er wel eens berispt wegens het te luid omslaan van een blaadje.

Beeldbank: Rijksarchief

Advertenties

Goedgeluimd gesprekje onderweg

Schipper Dorenbos, ? Heikens ? en ik in de oude Kop van de Oosterpoort (november 1991):
Links een stuk van de oude gevelwand tussen Duikerstraat en Griffestraat. Op de kop  van de Griffestraat een nieuwbouwblokje uit de jaren 70 dat er amper twee decennia heeft gestaan. Rechtsachter aan de overkant van het Winschoterdiep de Albinoflat. Die flat is het enige gebouw dat er nu nog staat. De rest is allemaal gesloopt, midden jaren 90, voor de nieuwbouw Kop Oosterpoort.

De foto is gemaakt door Coen van Oven, die betrokken was bij het Opbouwwerk in de Oosterpoort. Zodoende weet ik dat we namens het Buurtoverleg voor het een of het andere goede doel op pad waren.

Ik heb geen heimwee of nostalgie naar de Oosterpoort, maar dit soort korte, goedgeluimde gesprekjes onderweg mis ik wel een beetje, hier in Hoogkerk:


Havelte aan het Oostfront

K. wees me op een website over Duitse oorlogsgraven. “Daarin liggen ook een heleboel Drentse jongens die met de Duitsers meevochten en gesneuveld zijn.”

Ik zoek de site op en tik in het vakje voor geboortedorp Havelte in. Er komen vier namen van twintigers tevoorschijn. Twee met en twee zonder rang. De beide laatsten, begraven in Lübeck en Frankfurt aan de Main, zouden nog dwangarbeiders kunnen zijn geweest. Van de grenadier en de sturmmann, begraven bij Sint Petersburg (1943) en het oosten van Polen (1944), kan het niet anders dan dat ze tegen de Russen vochten.

De grenadier heeft een bekende familienaam. Misschien speelde ik wel met zijn neefje. Nooit geweten dat zijn oom aan het Oostfront zat. Zoiets kwam niet ter sprake.

Een andere man had een been aan het Oostfront verloren, mogelijk ook bij Sint Petersburg. Hij was ’s zomers kaartjesverkoper in het zwembad en inde ’s winters de hondenbelasting. Vanwege de eerste functie genoot hij een zekere populariteit onder de jongens van het dorp.

 


“Eigen land eerst!”

Leuk interactief kaartje op ouwe blog van Ximaar levert een vermakelijk doch leerzaam tijdverdrijf op voor regenachtige zaterdagochtenden. Op dat kaartje is Nederland verdeeld in blokjes, en als je over zo’n blokje  strijkt met je muis, komt er een plaatsnaam tevoorschijn. Ben je daar ooit geweest, dan mag je op dat blokje klikken en verandert dat  van kleur. Herhaal deze procedure voor elk blokje op de kaart en je ontwaart je blinde vlekken, qua bezochte streken in ons vaderland. Voor mij: het westelijk deel van Friesland, Zuidoost-Drenthe, Twente, Gelderland, Utrecht, Brabant en vooral Flevoland en Limburg. Maar zelfs in Groningerland bleef een blokje licht, te weten dat van Bourtange. Daar moet ik dan maar eens gauw naar toe.

“Reizen naar het buitenland worden slechts toegestaan bij een score boven de 70%”, aldus de kleine lettertjes bij Ximaar. Dacht dat ik heel makkelijk aan de vereiste tax zou komen, maar dat viel nogal tegen. Voorlopig zit ik nog wel even in Nederland vast.


Het ontzag voor grofgebektheid

Waarom zijn Nederlanders zo grof geworden? Ik denk daar veel over na. Soms denk ik dat we te veel opkijken tegen mensen die anderen op een grove manier te kakken zetten, zoals vaak in het Nederlandse cabaret gebeurt, door sommige columnisten en zeker ook in de politiek. Aan de ene kant is dat misschien een afspiegeling van de maatschappij, aan de andere kant denk ik dat we dat keiharde afzeiken van hen hebben overgenomen.

Sharon Gesthuizen

Commentaar: Dat te kakken zetten, of de bewondering ervoor, het zelfs navolgenswaardig vinden, ik ben er niet vrij van. En als ik kijk wanneer dat begonnen is, weet ik vrij zeker dat dat in de jaren zestig was, zeg maar de periode 1966-1976: de tijd van de anti-autoriteit en de vrije opvoeding, die bijvoorbeeld inmiddels ook tot de onuitstaanbaar ongezeglijke en lawaaierige kinderen in het openbaar vervoer heeft geleid. Men wilde zich losmaken van knellende banden,  met de daarbij horende civiele omgangsvormen. En krijgt dat uiteindelijk in zijn gezicht terug.


Hoe Plopatou mij ontmaskerde als BVD-agent

Plopatou zoals gezien door Roel Wijnants (2012), Flickr cc.

Zoals menige lezer zal weten, ben ik jarenlang duvelstoejager geweest voor het Buurtoverleg Oosterpoort, de bewonersorganisatie van de Groninger Oosterpoortwijk. Die club had destijds nog een eigen pandje, een voormalige politiewijkpost op het adres Mauritsstraat 1.

Het moet ongeveer in 1993, 1994 geweest zijn. Op een dag stonden er meerdere plastic tassen bij ons voor de gevel – volgepropt met oud papier. Dat papier kwam niet van ons of een andere club bij ons in huis. Qua papierophaalderij was het tijdstip ook incourant, de maandelijkse oud-papierophalers van carnalvalsvereniging de Trefplonzers waren twee weken eerder onze buurt al door geweest en zouden pas over een week of wat weer terugkomen. Als dat papier zolang tegen onze voorgevel zou staan, ging dat zich allicht verspreiden en zouden wij erop aangekeken worden. Daarom heb ik dat spul maar naar binnen gehaald. Omdat ik nieuwsgierig was naar de herkomst, ben ik de inhoud van de tassen door gaan nemen. Een adres kwam niet tevoorschijn, maar tussen de kranten zat wel een verscheurde brief met de aanhef “Geachte heer Hanswijck de Jonge”.

Die naam kwam me vaag bekend voor, en een paar dagen later ging me een licht op: Hanswijck de Jonge, was dat niet de ware achternaam van de stadsfiguur Plopatou? Maar die wist ik wel te wonen: aan de Brandenburgerstraat, op nummer 14.

Dus ik met die plastic tassen vol oud papier naar dat adres en Plopatou bleek inderdaad thuis te zijn. Hij reageerde heel aardig, tegemoetkomend en sympathiek en zou voortaan beter opletten wat er met zijn oud papier gebeurde. Hoe die zakken nou bij ons buurtpandje terecht gekomen waren? Het was hem een raadsel. Maar, zo vertelde hij, de BVD had het al jaren op hem voorzien en die snuffelde zijn oud-papier wellicht door. Ja, de BVD moest het hebben gedaan.

Goed, ruim tien jaren gingen er voorbij en ik schreef in de UniversiteitsKrant iets wat Plopatou niet zinde. Er kwam een lang en handgeschreven epistel in de UK-brievenbus, waarin hij mij beschuldigde van het weghalen en doorsnuffelen van zijn oud-papier – en ik zou vast en zeker ook lid van de BVD zijn!

Het schrijven in de UK-brievenbus was een kopie van een ingezonden brief die hij naar de stadsredactie van het Dagblad van het Noorden had gestuurd, zo stond er in een post scriptum achterop de envelop. Uiteraard was ik daar niet zo mee ingenomen. Ik zat zelfs een beetje in de piepzak,moet ik bekennen,  maar het Dagblad plaatste Plops epistel gelukkig niet. Toen ik een Dagblad-collega in de buurt ernaar vroeg, verklaarde die, dat ze wekelijks wel een stuk of twee of drie van zulke ingezonden brieven van Plopatou kregen. Alleen bij zeer hoge uitzondering werden die geplaatst.


‘Zalf op een wonde’


Ik stond vanmiddag in het Stadhuis even oog in oog met oud-burgemeester Hans Ouwerkerk. Prachtig portret van de jonge kunstenaar Milan Smidt, dat iets laat zien van een verbittering die vervaagd is opgegaan in berusting. Ouwerkerk ervoer het portret zelf als soort van een rehabilitatie, hoorde ik, sprak op rtv Noord zelfs van zalf op een wond.  Het doek hangt er wat donker bij, mijn foto zonder flits doet de kwaliteit ervan absoluut geen recht.

Ouwerkerk was nog niet zo lang burgemeester van Groningen, toen hij op bezoek kwam bij het Buurtoverleg Oosterpoort. In 1992 of 1993 moet dat geweest zijn, ik had net voor het eerst het Jaarverslag van deze wijkorganisatie geschreven. Meteen na binnenkomst in ons Wijkpand nam hij het woord, Hij had dat jaarverslag gelezen en ergerde zich bovenmatig aan de toon. Dit klopte niet, dat klopte niet in zijn ogen. Of we soms dachten dat het bij de gemeente allemaal van die ‘lulletjes lampekatoen’ waren. Nadat hij zijn donderspeech afgeleverd had, wachtte hij ons weerwoord niet af. Daar had hij geen tijd voor. Hij beende de deur uit en liet ons verbijsterd achter. Maar zoals dat dan gaat, naderhand namen we al zijn punten een voor een door en inderdaad: dit klopte niet en dat klopte niet, van zijn kant dan.

Ik was dus geen groot liefhebber van Ouwerkerk en zijn overdonderingstactiek, maar de manier waarop hij afgeserveerd werd na de Oosterparkwijkrellen, vond ik evenmin zuiver. Hij vond weliswaar zijn nieuwjaarsspeech belangrijker dan het feit dat voor het eerst sinds 1945 woningen in de gemeente Groningen werden geplunderd, maar de partij die hem daarop liet struikelen, GroenLinks, bagatelliseerde in de gemeenteraad al jaren de jongerenoverlast op diverse locaties in de stad, o.a. in de Oosterparkwijk, maar ook bij ons in de buurt. Ik vond de handelswijze van GroenLinks ten opzichte van Ouwerkerk hypocriet, en heb mijn lidmaatschap van de partij toen maar opgezegd. Was toch al niet meer actief als lid.

Sindsdien ben ik überhaupt geen lid van een politieke partij meer geweest. Ik denk ook niet dat ik dat nog gauw weer zal worden.