De Oosterpoorter Repo Man

Het Frederiksplein meer recent, in 2008. Buiten beeld, achter de rug van de fotograaf, bevindt zich het junkenpand. Aan de overkant rechts staat het café.

Een tweet van gister bracht een oude herinnering bij me boven.

Het was nog net in de jaren tachtig, meen ik. Mijn overbuurvrouw in de Oosterpoort, Isa, had een mooie witte racefiets, die ze ‘s avonds ook nooit op straat liet staan. Toen ze echter op een maandagochtend een pakje sigaretten kocht bij de sigarenboer op de hoek van de Polderstraat, zette ze die fiets niet op slot. Het was bijzonder rustig op straat, ze hoefde alleen maar héél eventjes de winkel in en haar fiets stond daar vast wel veilig bij de winkeldeur, dacht ze.

Dat bleek een vergissing. In de hooguit paar minuten dat ze binnen was, werd haar fiets gestolen. Hij was weg en viel in geen velden of wegen meer te zien. Ze baalde enorm en vroeg me of ik naar haar fiets wilde uitkijken. Dat beloofde ik. Ik kon haar fiets vooral herkennen aan de zwarte tape om de handvaten, zei ze.

Een week later, het is een mooie zonnige maandagochtend en zomervakantie. Ik ben op weg naar mijn oppaspoes aan het Winschoterdiep, loop drie hoeken van mijn huis af over het Frederiksplein en ontwaar de witte racefiets van mijn overbuurvrouw. Hij staat tegen een benedenhuis met vrij dichte, maar niet geheel gesloten luxaflex voor de ramen. Ik weet wie er woont en controleer vlug de handvaten, het blijkt inderdaad Isa’s fiets. Ik loop snel door en stiefel via een omwegje naar Isa, die niet thuis blijkt te zijn. In mijn eigen huis bel ik de politie. “Ja meneer”, krijg ik te horen, “we hebben maar één enkele auto bij de weg en die is nodig voor noodhulp. Kunt u die fiets zelf niet terugstelen?” Ik sputter wat tegen en vertel hem nog een keer  wie er in de benedenwoning woont, achter de gevel waartegen de racefiets van mijn overbuurvrouw net geparkeerd stond.

Die bewoner, dat is F.P., zo’n beetje de beruchtste junk van heel de stad Groningen. In de koffieshop aan de Meeuwerderweg trok hij eens zijn t-shirt uit om de aanwezigen een litteken op zijn rug te laten zien. Het bleek een jaap van zo’n 20-30 centimeter lang, hem met een vleesmes toegebracht door een ‘kameraad’ die hem had willen beroven van zijn handelsvoorraad wit en bruin. Ternauwernood had hij het overleefd, vertelde hij. Ze waren wel acht uur met hem bezig geweest in het ziekenhuis.

De politie wilde dus niets doen. Maar als ik die fiets van Isa niet terughaalde, was de kans groot dat hij zou verdwijnen. Ik heb nog wat zitten wikken en wegen, maar besloot het erop te wagen.

Op het Frederiksplein keek ik natuurlijk eerst in alle vier de richtingen of de kust veilig was. Niemand te zien, mooi. Isa’s fiets stond ook nog steeds op dezelfde plek en de luxaflex van het benedenhuisje aan de Frederikstraat was nog steeds voor driekwart geloken. Ik greep de fiets, gooide hem op mijn schouder en zette het op een lopen, dwars over het pleintje.

Plotseling ging de deur van het café ertegenover open. De kroegbaas kwam naar buiten met een theedoek over zijn onderarm en schreeuwde: “Héla, wat moet dat daar, laat die fiets staan!” Ik riep hem toe dat ik die fiets juist terugstal en rende door. Gelukkig kwam hij niet achter me aan.

Toen ik de fiets binnengezet had, en even op de bank had zitten uitblazen, besloot ik toch maar even terug te gaan om het de kroegbaas wat uitgebreider uit te leggen. Mijn terugkomst verraste hem, maar hij was vlug van begrip. Gelukkig had hij zijn overbuurman de junk niet wakker gemaakt, of de politie gewaarschuwd. Voor zo’n akkefietje zouden ze vast wel komen, is het niet?

* Repo Man (Wiki)


Naam Harry is uit, ook in de VS

Terwijl de voornaam Harry in het Nederland van de jaren 50 nog won aan populariteit, was hij in de VS al aan een vrije val begonnen:

Trending zou hij nooit meer worden. Maar we koesteren de exclusiviteit.

Bron: How trending is your babyname?

 


De klanten van mijn vader

Het gebied waar mijn vader met zijn boekhoud- en administratiekantoor in de jaren zestig klandizie had:

Er wat dichter op inzoomend:

Nu het allemaal in kaart gebracht is, zie ik dat er naar het noorden en westen meer rek in zat, dan naar het oosten en zuiden. In de Stellingwerven, over de grens met Friesland, had hij verspreid nog wel wat klanten zitten, maar hij kwam nauwelijks over de provinciegrens met Overijssel. Wanneperveen was daar de uitzondering. Waarschijnlijk was de concurrentie uit Steenwijk en Meppel in Noordoost-Overijssel te groot. In het oosten vormde de lijn Ommen-Hoogeveen-Assen de uiterste limiet. De dorpen met de meeste klanten waren in mijn herinnering Wapserveen, Uffelte, Ruinerwold, de Veendijk en Nijeveen.

Nog in de jaren 60 ging hij overal heen op zijn brommer, een Zündapp. Hij zei dan ’s morgens altijd waar hij naar toe ging. De meeste klanten waren destijds nog boeren, vaak met een 5 tot 15 koeien. Soms kwamen die hem schoenendozen vol ongesorteerde rekeningen brengen. Bij wijze van vakantiewerk heb ik die wel eens een week of wat op volgorde gelegd en ingeboekt, maar al te lang hield ik dat niet vol. Het was “klotewerk”, vond ik.


Muizencolonnes

Ik zag deze op Twitter:

Heb zoiets een keer meegemaakt. Er was brand in bakkerij Tuin op de hoek van de Egginklaan en de Dorpsstraat in Havelte. Uit de rokende schuur erachter kwamen hele kolonnes muizen tevoorschijn, soms waren ze meterslang. Het moeten al met al honderden muizen geweest zijn. Ze zochten een goed heenkomen dwars over het kruispunt naar het Piet Soerplein. Kleine kinderen stonden er stomverbaasd en met deernis naar te kijken en ik, iets oudere blaag, startend puber, reed meermalen met mijn fiets dwars over die muizen heen. Dit tot ontzetting van die kinderen, o.a. mijn zeven jaar jongere broer die nog met breed uitgespreide handen een vergeefse poging deed om me tegen te houden. “Het is  toch maar ongedierte”, riep ik, grijnzend.

Ik heb me naderhand behoorlijk voor deze stoerdoenerij geschaamd.


“U hoort nog van ons’

Omdat de gemeenteraadsverkiezing voor onze almaar groter groeiende gemeente Groningen pas in november plaatsvindt, besloot ik mijn premature verkiezingskoorts te dempen met de stemwijzer voor het Oldambt:

We raken nog bekeerd op onze ouwe dag.

Door de uitslag ontdek ik tot mijn lichte verbijstering dat GroenLinks niet meedoet in het Oldambt. Raar, dat de formele erfgenaam van de daar ooit zo machtige CPN het compleet laat afweten. Ze vonden het indienen van een lijst niet verantwoord, verklaren ze op hun website, vanwege “onvoldoende actieve verkiesbare en ondersteunende mensen”. “U hoort nog van ons”, klinkt het hoopvol, maar als ze over vier jaar terug willen komen in die raad, zal dat nog een heel gevecht worden.


IJs in Stadspark lijkt te houden

Tussen de middag in het Stadspark – een stel waaghalzen op het ijs:


Ik stond erop te wachten dat er een doorheen ging, maar dat gebeurde niet. Wel gaf het vervaarlijke ploemp en ploinggeluiden:

Als kleinste en lichtste van mijn leeftijdgenoten stond ik vroeger zelf vaak als eerste op het ijs. m.n. op dat van de vijver aan de Dreeslaan. Ben er ook meermalen doorheen gezakt. Best koud om dan naar huis te moeten. En mijn moeder maar schelden.

Maar enfin, met voortdurende vorst heb je daar in het Stadspark binnenkort Avercamptaferelen.


Vroegere vriend

Zit naar aanleiding van een archiefopschoning de naam van een oude vriend te googelen. Hij was gemeenteraadslid, maar werd na een knallende ruzie door zijn fractie op een zijspoor gezet. Bij die gelegenheid belandde zijn gezicht op de website van een lokale krant – het blijkt getekend door de drank. Vorig jaar overleed zijn vrouw, even in de 50, dat zal dan borstkanker geweest zijn. Het leven nam de zorgeloze flierefluiter van destijds behoorlijk te grazen.


Gedateerd gedicht

Hij nam de hoorn van de haak,
maar vond geen kwartje.
Dat gebeurt hem niet vaak,
als hij belt met zijn hartje.


Steilwand (2) Twee foto’s

Er zijn niet zoveel foto’s van steilwanden, die aansluiten bij mijn herinnering, of de geheugenflard die ik voor een herinnering houd. Eigenlijk vond ik er maar twee.

Het oprijden tegen een schuin gespannen kabel of tui zie ik het meest terug in deze plaat uit 1961:

Leeuwarder Courant 10 augustus 1961.

Het betreft de Duitse leider van een gezelschap dat zich de ‘Internationale Luchtpiraten’ noemde. Eind jaren 50 kwamen ze voor het eerst in Leeuwarden, waar ze over een schuingespannen draad naar de top van de Oldehove reden. In 1961 kwamen ze er opnieuw, nu met een programma dat ‘Festival der Sensaties’ heette. Een van die sensaties betrof de getoonde looping in een groot metalen wiel bovenop een hoge mast.

De andere foto die een spoor van herkenning oplevert is het exterieur van een ‘ton’, geplaatst in een editie van Het Vrije Volk uit 1964:

Het Vrije Volk 20 februari 1964.

Deze foto vormde een wat vreemde illustratie bij een interview met de kermisman ‘Ome’ Joop Groninger over diens ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Vreemd, omdat in dit vraaggesprek, of althans deze aflevering van de serie interviews, helemaal geen steilwand ter sprake komt. Die attractie bestond volgens mij ook nog niet in de Eerste Wereldoorlog. In elk geval stak Groninger zijn antipathie tegen het ding niet onder stoelen of banken, getuige het bijschrift:

“Van een steilwand heb ik nooit wat willen weten. Ik zie mijn kinderen niet graag doodvallen. Je kunt er overigens veel geld mee verdienen.”


Steilwand (1) Geheugenflard

Niet veel later zouden er woningen komen aan de Meidoornlaan, maar het onbebouwde groenland werd dat weekend benut voor een soort van motorcircus met een steilwand en strak gespannen kabels waarover motoren zouden gaan koordrijden. Tenminste: in mijn herinnering was dat zo. Het moet vroeg in de jaren 60 geweest zijn, ik zat vlakbij op de lagere school in de tweede of derde klas en stond tussen de middag te kijken hoe stoere kerels de kabels spanden. Ook moet ik hebben gezien hoe een motor bij wijze van oefening over zo’n schuine tui omhoog reed. Ik wilde heel graag naar dat spektakel toe, maar dat mocht niet. Veel te gevaarlijk!

Een advertentie voor dit gebeuren heb ik tot nog toe niet kunnen vinden. Misschien staat er iets in een vergeten register der vermakelijkheidsbelasting van de gemeente Havelte. Maar in de wijde omgeving kwamen er genoeg kermissen voor met een steilwand of steile wand. Geheel onwaarschijnlijk zou mijn herinnering dus niet zijn – de steilwand was destijds een gangbare attractie:

  • Zoals in Dieverbrug:

Meppeler Courant 16 april 1962.

  • Of in Schoonoord:

Nieuwsblad van het Noorden 22 april 1961.

  • En dat bleek het zelfs al vrij lang, want voor de oorlog was er al een steilwand op de kermis van De Wijk:

Meppeler Courant 19 maart 1937.

  • En hoewel deze attractie qua publiciteit wat minder populair leek in Groningerland dan in Drenthe en Friesland, vond ik toch ook een tamelijk vroege melding voor mijn huidige woonplaats Hoogkerk:

Nieuwsblad van het Noorden 11 augustus 1934.

Wordt vervolgd,


Op het oude Rijksarchief

Foto: Elmer Spaargaren.

Schrijver dezes schijnbaar aan het werk in het oude Rijksarchief aan de Sint Jansstraat, najaar 1990. Ik heb een paar imposante bundels met stukken uit de Franse Tijd uit het depot laten halen, maar enkel voor de show. De Fibula, het blad van de Nederlandsche Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis (NJBG) had mijn beeltenis nodig bij een column van me en Elmer Spaargaren maakte die plaat.

Dat ik een tijd niet in dat archief geweest was, kan je zien aan het huishoudelijk reglement onder mijn rechter elleboog. Bij de receptie kenden ze me niet meer, vandaar dat ze me dat reglement toestopten. Onder mijn linker arm ligt een willekeurige lijst van stukken. In mijn hand heb ik een balpen van CE Couriers, het  bedrijf waarvoor een vriend van me werkte. Tegenwoordig mag je in de studiezaal niet meer met een pen schrijven, een verbod waarvan de doorvoering enige moeite heeft gekost.

Die studiezaal van het oude Rijksarchief, daar liepen wat types rond. Een liep constant in zichzelf te mompelen, gaf in het heen en weer gaan ook wel commentaar op bezoekers. Een ander ging daarin nog een stuk verder. Toen ik een keer in een grijswitgevlekte parachutistenbroek volgens de laatste punkmode de studiezaal binnenkwam, werd daar luidkeels over geklaagd door een haler met een gebroken geweertje, die weigerde me nog te bedienen zolang ik die broek droeg.

Door de ijzeren kolommen, de onbeklede muren en het dunne linoleum op de betonnen vloer was het er extreem gehorig. Ik ben er wel eens berispt wegens het te luid omslaan van een blaadje.

Beeldbank: Rijksarchief


Goedgeluimd gesprekje onderweg

Schipper Doornbos, ? Heikens ? en ik in de oude Kop van de Oosterpoort (november 1991):
Links een stuk van de oude gevelwand tussen Duikerstraat en Griffestraat. Op de kop  van de Griffestraat een nieuwbouwblokje uit de jaren 70 dat er amper twee decennia heeft gestaan. Rechtsachter aan de overkant van het Winschoterdiep de Albinoflat. Die flat is het enige gebouw dat er nu nog staat. De rest is allemaal gesloopt, midden jaren 90, voor de nieuwbouw Kop Oosterpoort.

De foto is gemaakt door Coen van Oven, die betrokken was bij het Opbouwwerk in de Oosterpoort. Zodoende weet ik dat we namens het Buurtoverleg voor het een of het andere goede doel op pad waren.

Ik heb geen heimwee of nostalgie naar de Oosterpoort, maar dit soort korte, goedgeluimde gesprekjes onderweg mis ik wel een beetje, hier in Hoogkerk:


Havelte aan het Oostfront

K. wees me op een website over Duitse oorlogsgraven. “Daarin liggen ook een heleboel Drentse jongens die met de Duitsers meevochten en gesneuveld zijn.”

Ik zoek de site op en tik in het vakje voor geboortedorp Havelte in. Er komen vier namen van twintigers tevoorschijn. Twee met en twee zonder rang. De beide laatsten, begraven in Lübeck en Frankfurt aan de Main, zouden nog dwangarbeiders kunnen zijn geweest. Van de grenadier en de sturmmann, begraven bij Sint Petersburg (1943) en het oosten van Polen (1944), kan het niet anders dan dat ze tegen de Russen vochten.

De grenadier heeft een bekende familienaam. Misschien speelde ik wel met zijn neefje. Nooit geweten dat zijn oom aan het Oostfront zat. Zoiets kwam niet ter sprake.

Een andere man had een been aan het Oostfront verloren, mogelijk ook bij Sint Petersburg. Hij was ’s zomers kaartjesverkoper in het zwembad en inde ’s winters de hondenbelasting. Vanwege de eerste functie genoot hij een zekere populariteit onder de jongens van het dorp.

 


“Eigen land eerst!”

Leuk interactief kaartje op ouwe blog van Ximaar levert een vermakelijk doch leerzaam tijdverdrijf op voor regenachtige zaterdagochtenden. Op dat kaartje is Nederland verdeeld in blokjes, en als je over zo’n blokje  strijkt met je muis, komt er een plaatsnaam tevoorschijn. Ben je daar ooit geweest, dan mag je op dat blokje klikken en verandert dat  van kleur. Herhaal deze procedure voor elk blokje op de kaart en je ontwaart je blinde vlekken, qua bezochte streken in ons vaderland. Voor mij: het westelijk deel van Friesland, Zuidoost-Drenthe, Twente, Gelderland, Utrecht, Brabant en vooral Flevoland en Limburg. Maar zelfs in Groningerland bleef een blokje licht, te weten dat van Bourtange. Daar moet ik dan maar eens gauw naar toe.

“Reizen naar het buitenland worden slechts toegestaan bij een score boven de 70%”, aldus de kleine lettertjes bij Ximaar. Dacht dat ik heel makkelijk aan de vereiste tax zou komen, maar dat viel nogal tegen. Voorlopig zit ik nog wel even in Nederland vast.


Het ontzag voor grofgebektheid

Waarom zijn Nederlanders zo grof geworden? Ik denk daar veel over na. Soms denk ik dat we te veel opkijken tegen mensen die anderen op een grove manier te kakken zetten, zoals vaak in het Nederlandse cabaret gebeurt, door sommige columnisten en zeker ook in de politiek. Aan de ene kant is dat misschien een afspiegeling van de maatschappij, aan de andere kant denk ik dat we dat keiharde afzeiken van hen hebben overgenomen.

Sharon Gesthuizen

Commentaar: Dat te kakken zetten, of de bewondering ervoor, het zelfs navolgenswaardig vinden, ik ben er niet vrij van. En als ik kijk wanneer dat begonnen is, weet ik vrij zeker dat dat in de jaren zestig was, zeg maar de periode 1966-1976: de tijd van de anti-autoriteit en de vrije opvoeding, die bijvoorbeeld inmiddels ook tot de onuitstaanbaar ongezeglijke en lawaaierige kinderen in het openbaar vervoer heeft geleid. Men wilde zich losmaken van knellende banden,  met de daarbij horende civiele omgangsvormen. En krijgt dat uiteindelijk in zijn gezicht terug.