Spreeuwen houden het voor gezien

Vanochtend in de Johann Faberlaan. Ze voelen de bui al hangen. Het wordt ze nu echt te koud:

Advertenties

Dag van de Groninger Geschiedenis 2018

Chevrolet vrachtwagentje van het Veenkoloniaal Museum op het parkeerdeck:

Valt niet mee, zo’n bom van Berend optillen. Is 40 kilo zwaar:

Openingspraatje door Hans Goedkoop, die gehoord het applaus nog eens mag weerkomen:

Authentieke witkar:

In de kraam van het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal deze verbeelding door Geert Schreuder van een botsing tussen rooie oproerkraaiers en het bevoegd gezag:

Model van een molen:

Bij de Erfgoedpartners een kistviool:

Mensen die in historische kledij reclame maakten voor de voorstelling Rondom Piccardt:

Digitale graffitimuur voor de wat jongere bezoekers:

Moment suprème bij uitreiking scriptieprijs:

Aanwijzing van Heveskes op de kaart van Beckeringh:

De geschiedenisquiz met Robin Hoodje af Robin Hoodje op:


Pictogrammenbillboard

Zag vanmiddag langs de Verlengde Lodewijkstraat een billboard met dezelfde soort pictogrammen als laatst in Oost-Groningen. Dit keer was het billboard echter portrait (rechtopstaand) in plaats van landscape (liggend):

Nog steeds niemand die weet wat dit beduiden zal? Of zou het reclame voor de posterplakker zelf zijn?

Het antwoord (met dank aan A.IJ. van den Berg via Twitter en T. Hulshoff alhier:

Het buitenreclamebedrijf Exterion wil tonen hoe trots het op Nederland is. Vandaar de pictogrammen met iconen of dingen die typisch Nederlands zijn. Je kunt ook zelf een icoon aan ze voorstellen of de posters bij ze bestellen. Zie hun website, waarop elk icoon een korte verklaring krijgt.


Hersenloze zuiplap bevuilt bermen Zuiderweg

De Zuiderweg bij Zuidhorn, daar kom ik heel graag langs:

De majestueuze populieren raakten in de droogteperiode al een flink deel van hun blad kwijt, maar hun hoogte blijft indrukwekkend:

Helaas zijn er ook mensen die er een vuilnisbelt van maken. Gistermiddag lagen op regelmatige afstand van elkaar – zo’n 50 à 100 meter – minstens zeven losjes dichtgeknoopte plastic zakken met bierblikjes:

Ze lagen allemaal precies langs de kant van de weg en waren er dus niet neergegooid, maar neergelegd, in een opzettelijk patroon:

Soms lag er nog een blikje naast, dat kennelijk gedurende deze operatie werd opgedronken:

De bierblikjeslegger meed duidelijk de bewoonde gedeelten van de Zuiderweg. De meest zuidelijke puutjes (boven) bevatten ook de meeste blikjes, richting Zuidhorn ging de hersenloze slont zuiniger om met zijn waar:

Zijn (nachtelijke) bestemming zal Zuidhorn geweest zijn. In enkele zakken deed hij ook sigarettendoosjes van een merk dat volgens mij niet zoveel gerookt wordt (L&M):

Ook in dit geval geldt: dna-sporen en vingerafdrukken zeker stellen, die komen in de toekomst vast nog wel eens van pas:


Spoorverdubbeling

Gezien vanaf het viaduct in de Johan van Zwedenlaan, Hoogkerk. De tweede helft van deze maand gaat de spoorwegovergang Zuiderweg twee weken dicht voor alle verkeer. De Albert Heyn bij de suikerfabriek is dan alleen via een grote omweg bereikbaar. Bij de Poiesz-supermarkt in Hoogkerk-Zuid zitten ze al te juichen.


“IJs stroopwafel”

Laat me zeggen dat hij best in de smaak viel.

Ik overwoog al om alles aan de kant te doen, teneinde enthousiast met dit nieuwe product te gaan venten langs alle buitenlandse studentenflats hier ter stede. Buitenlandse studenten zijn immers dol op stroopwafels en die schijf ijs ertussen maakt het onweerstaanbaar voor ze.

Maar deze commerciële carrièreswitch zal niet zijn. Hertog is een merk van Unilever, zie ik op de achterzijde van de verpakking. En dit ijsje “met vanillesmaak tussen twee stroopwafels” blijkt te worden geproduceerd in Turkije. Twee contra-indicaties. Ik eet er niet nog een.


“De mogelijkheden van de computer zijn welhaast ongelimiteerd”

In 1984-1985, toen dit filmpje uitkwam, was ik als dienstweigeraar werkzaam op het Drents Rijksarchief. In die periode arriveerde daar de allereerste computer en stafleden gingen van hoog tot laag op cursus om tekstverwerken en een primitieve database voor het inventariseren van archivalia onder de knie te krijgen. Als dienstweigeraar kwam ik daarvoor niet in aanmerking, wat me vanwege dat tekstverwerken wel enigszins verdroot. Het ding, begreep ik, had me een zee van tijd kunnen besparen. Mijn doctoraalscriptie, bijvoorbeeld, schreef ik nog op een elektronische Brother-schrijfmachine (met margrietwieltjes voor de diverse lettertypen) en die kon wel al twintig tekens terug corrigeren, maar moest ook nog heel wat fouten laten staan, zodat ik die scriptie in totaal zo’n acht, negen maal heb overgetypt voor ik tevreden kon zijn. Wat een verspilling van moeite! Met een computer ging dat toch allemaal veel vlotter.

Maar om beroepsmatig iets met computers te gaan doen? Nee, geen haar op mijn hoofd die daaraan dacht. Terwijl er destijds een enorme werkloosheid bestond en er voor historici al helemaal nauwelijks een baan te vinden was. Vanuit de vervangende dienst, belandde ook ik in de bijstand en ik weet nog goed dat je je via de sociale dienst kon laten omscholen tot programmeur. Het leek me helemaal niets, of louter iets voor bèta’s. Internet bestond ook nog niet (of misschien alleen als usenet), de communicatiekant van de computerij lag dus nog volslagen buiten beeld.

In 1991 of 1992 las ik voor het eerst iets in de NRC over die kant van de zaak. Mijn interesse was meteen gewekt, ik weet nog dat ik dat stuk met een zekere opwinding las. Als ze me op dat moment een cursus zouden hebben aangeboden, was ik daar ook dadelijk op ingegaan. In werkelijkheid duurde het nog tot eind 1996 voor ik voor het eerst op internet kwam. Dat was bij de UK, de universiteitskrant van de RUG, en de browser daar was nog Netscape Navigator. Ik zie nog het stuurwiel. Heel vaak zat er nog stroop op de lijn. Het laden van een website duurde vaak eeuwen. Regelmatig liep je tegen een virus aan of zat je muurvast. Zulke kinderziekten zijn er nu wel uit.

Een eigen computer heeft financieel vrij lang buiten mijn bereik gelegen. De eerste was, dacht ik, een aflegger van mijn broer, zo rond 2000. De eerste nieuwe die ik zelf kocht, was in 2004, van een paar duizend euro gewonnen met de Postcodeloterij. Sindsdien ben ik ook thuis aangesloten op internet. Naar alle tevredenheid.