Hou Domela in Heerenveen !

Laatste kans om de petitie nog te tekenen voor het voortbestaan van het Domela Nieuwenhuis Museum in Heerenveen. Komende maandagavond wordt de petitie aangeboden aan de burgemeester van Heerenveen, waarna de gemeenteraad aldaar een besluit neemt.


Gronings miniboekje moet in Boston 8500 dollar opbrengen

In 1952, zo gaat het verhaal, doken verscheidene exemplaren op van een tot dan toe volslagen onbekend miniboekje met de titel ‘t Oranje Geslagt. Het drukwerkje telde 48 paginaatjes, bevatte een soort van stamlijn van het illuster Oranjehuis alsmede lofdichten op de achtereenvolgende prinsen-stadhouders, en het was gebonden in rood kalfsleer met goudopdruk. Een antiekhandelaar zou de exemplaren gevonden hebben in een doos vol met zulke miniboekjes. Hij verkocht de hele bups, maar kreeg er naar eigen zeggen spijt van, omdat de boekjes in zijn etalage nogal de aandacht hadden getrokken.

Ik weet niet of het verhaal van die antiekhandelaar waar is en ken de kwaliteit van het boekje, het bandje en het papier niet. Maar de Groninger boekhandelaar, drukker en uitgever H. Spoormaker zou het hebben gemaakt in 1749, het jaar dat Oranje en zijn regentenaanhang een bijna monarchale opperheerschappij vestigden binnen Neerlands staatsbestel. Met welk doel Spoormaker de boekjes fabriceerde, weten we niet. Om de inhoud kan het de kopers haast niet gegaan zijn, die was uiterst dun en overbekend. Als het boekje inderdaad uit 1749 dateert, zou je het verwachten in een poppenhuis, of als een soort van talisman bij orangisten om de hals.

Bromer Booksellers in Boston vraagt nu voor een exemplaar van dit “extreem zeldzame boek” ruim 8000 euro.

Met dank aan Kie Ellens voor het attenderen.

DvhN-bericht 6.4.2017

Naschrift 10 april:

Op dat bericht kwam er, zo vernam ik, een reactie van de heer Kingma, die het boekje ooit verworven heeft voor de Groninger Universiteitsbibliotheek..

 


Gebedel in de trein

Bij het opruimen van mijn tas kwam vanochtend dit briefje weer tevoorschijn. Woensdag legde een forse, vermoedelijk Soedanese man het tussen Leiden en Den Haag op alle raamtafeltjes in mijn treincoupé:

Een minuut of wat later riep de conducteur om dat je niets moest geven aan de bedelaar. Dat deed dan ook niemand. Mismoedig haalde hij even later zijn briefjes weer op, behalve deze ene dan.

Vorig jaar was het al in het nieuws: de NS wil geen gebedel in de treinen, voor je het weet ontaardt het ook in een plaag.


Ommetje Ezinge

Op de buienradar in de satellietmodus viel een grote wolk te zien boven Groningen. Maar in het westen kwam de zon erdoor, zag ik. Dus daar  maar heen. Alleen ging de wolk daar even snel heen en bleef het grijs, de hele rest van de middag.

Het baanwachtershuisje bij de spoorwegovergang tussen Den Horn en Aduard, dat voor de spoorverdubbeling zou moeten wijken en voor welks behoud de gemeente Zuidhorn zich nu inspant:


Hetzelfde huisje, nu van de andere kant. Het zou in elk geval niet meer bewoond mogen worden. Tja, ik zou daar zelf best willen wonen, aan dat regelmatige spoorlawaai wen je snel genoeg:

Twee tortelduiven op de tuinschutting van mijn achterneef in Ezinge, vlak na de daad, die in een mum van tijd voorbij was:

Op de terugweg – zwanenveld bij Garnwerd:

Nog een bekend huisje waarmee iets aan de hand is: de Dageraad tussen Steentil en Oostum. Het voorhuis, met het wapen van Veendam-Wildervank, staat er nog, maar achter lijkt er iets verdwenen:

Op de deur een omineus plakkaat van een Engelse firma:

Wat nu de achtermuur is, wordt gestut:

Aardbevingsschadë? Er lijkt te worden geklust, maar er staat geen bouwbord. Een tijd geleden stond het pand te koop. Iemand die weet wat er aan de hand is?

Bij het picknickplaatsje langs de Zijlvesterweg ruimde een vrouw rotzooi op. Dat deed ze op alle bermen tussen de Jumbo bij de Friesestraatweg, Slaperstil en Gravenburg, vertelde ze. Bij die Jumbo kopen scholieren uit Zuidhorn en omgeving ’s middags nogal eens snoep en blikjes fris, waarvan ze de emballage dan in de bermen mikken. De diftar in Zuidhorn zorgt bovendien voor dumping net over de grens van die gemeente, op stad-Groninger grondgebied. De vrouw en haar man hebben weilanden langs de route liggen, ze zijn bang dat de rotzooi dat land inwaait met gevolgen voor hun dieren. Daarom ruimt ze de boel preventief op:


Veul hail en zegen

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


‘Weg met al die kerstbomen en lichtvervuiling!’

dsc08477

Het Kerstfeest zoals we dat nu kennen is vooral Germaans-heidens ritueel:

  • De kerstboom werd hier in Nederland pas na 1860 geleidelijk aan populair en dat pas het laatst in orthodox-protestantse kringen. Mijn streng-hervormde overgrootouders hadden bewust geen boom in huis.
  • Al dat kunstlicht herinnert aan de zonnewende, Joel.

Het Kerstfeest zoals we dat nu kennen , is ook nogal een late uitvinding. Voor pakweg 1830, 1840 sprak men hier in het Noorden meer over Midwinter dan over Kerstmis. Met Kerst werd bovendien nogal eens doorgewerkt. In de achttiende en negentiende eeuw kwamen kranten, bijvoorbeeld, nog ‘gewoon’ op 25 december uit.

Er zat destijds met Kerst, anders dan nu het geval is, ook niet meer volk in de kerk dan op gewone zondagen. Het belangrijkste christelijke feest was traditioneel nog Pasen. Dan gingen katholieken sowieso te biecht, om zich bij de mis van zonde vrijgewassente voelen. Dan stak je je zelfs als protestant op je paasbest in nieuwe kleren en deelden bakkers gratis broodjes uit. De opstanding van Christus was van veel grotere belang en werd dus veel meer gevierd, dan diens geboorte. Die opstanding staat ook veel dichter bij de centrale leerstelling van het christendom, namelijk die van het zoenoffer, gebracht door Christus aan het kruis.

De christelijke kerstviering die zogenaamd van de mensen afgepakt wordt, hebben de mensen dus zelf allang bij het grof vuil neergezet toen ze de kerstboom in huis haalden en buiten met licht gingen strooien. Wie zich opwerpt als beschermer van Kerstmis als christelijk erfgoed, doet er dan ook het beste aan de heidense rituelen met wortel en tak uit te roeien. Weg met al die kerstbomen en lichtvervuiling! Terug naar de oorspronkelijke, zeer sobere opzet. Eens kijken hoe populair men zich daarmee maakt.

Maar dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling. De zelfbenoemde kampioenen van de ‘christelijke’ traditie willen meestal ook helemaal niet weten wat de historische diepte van dingen is. Het gaat ze louter om de oppervlakkige aanschijn, en om daarmee zieltjes te winnen. Dat laatste is hun grootste prioriteit, de rest zal ze wezenlijk worst zijn. Laat ons dat vooral niet vergeten.


Ongeloof is groot in Groningen, evenzo het geloof

Dat verbaast me nou niets, dat de minst gelovige gemeente van het land in het Oldambt ligt. Alleen had ik verwacht dat het de gemeente Oldambt zou zijn en niet de gemeente Menterwolde.

Hoewel, in Noordbroek, een deel van Menterwolde, wilden ze in de jaren 60 de monumentale middeleeuwse kerk gaan slopen. Er ging toch niemand meer heen, een zwembad was veel belangrijker voor het volk.

Ik denk trouwens dat Muntendam de doorslag geeft in de topnotering voor Menterwolde. Het heeft een halve eeuw moeite moeten doen om een eigen kerk te krijgen, los van Zuidbroek, en het volk ging er lang door voor zeer vrijgevochten.

Dat enkele gemeenten in het Westerkwartier juist ver boven het landelijke gemiddelde scoren qua gelovigheid, vond ik wèl opmerkelijk. Maar de mensen zijn er veel zachtaardiger en gezeglijker dan in het Oldambt en rond 1800 liepen er al vrij veel gereformeerde oefenaars rond, met menigmaal een grote aanhang. Men was er zodoende goeddeels immuun voor het rode gespuis dat later in het Oldambt zo welig tierde.