Rondje Peize – Eelde – Noordlaren – Onnen

Queueënde Belgen bij het Achterstewold, Peize:

Hooglander houdt van laag hangende, maar sappige boomblaadjes, Onlanden aan de Eelder kant van Peize:

Eelderdiep tussen Peize en Eelde:

De boerderij van Natuurmonumenten bij Eelde heeft weer een beste voorraad nieuw hooi (terwijl er ook nog verscheidene rollen van vorig jaar staan, die nu met gras overwoekerd raken):

Rijplaten op afgeoogst korenland, de Hullen ten oosten van Donderen:

Op meerdere plekken in het Gorecht dode bomen, zoals hier in de buurt van de Blankehoeve bij Noordlaren:

Perceel verleppend suikerbietenloof aan de Kampsteeg, Noordlaren:

Bij Onnen: podiumbeest regelt spotlight in:


Ezeltje neemt zandbad

Op een erf bij het Blauw, tussen Zevenhuizen en Terheijl, wentelt een ezelsveulen zich in het losse zand en stof:

De vier poten omhoog en maar rollebollen:

En dat meermalen, om op gezette tijden even tot bezinning te komen:

Met een oogje op de passerende fotograaf:


De Hondsrug af

Kon met mijn broer meerijden naar de omgeving van Elp, waar ik zelden kom. Fiets achterop, op die fiets terug.

Schoonloo. Monument, begrijp ik, om stil te staan bij de TT. Er staat een geweldig brok kunstenaarsgelul onder, over de motor die hier gesymboliseerd wordt door de octopus, terwijl die motor al bijna een eeuw zorgt voor de aandrijving van een oneindige ketting. Dat klinkt naar een sterfreutel van fossiel-optimisme, maar enfin, het ding op zich vind ik wel mooi (weer eens wat anders dan een dikke zwerfkei):

Erachter staat een betreurenswaardig sterk vervallend établissement:

Braderie bij de kerk van Borger. Beeld met die kraampjes zou heel bekoorlijk kunnen zijn, ware het niet dat dikke witte plastic bakken worden toegestaan, die maken dat braderieën in de volgende editie van de bijbel toegevoegd worden als elfde plaag van Egypte. (Niet dat je aan het vrije zicht op de half achter zo’n bak schuilgaande kerk veel wint, want die is van een proto-waterstaatsmodel uit 1826):

Iets ten noorden van Borger ligt een grafheuvel uit de Bronstijd in het bietenveld, de enige die bewaard bleef van een hele reeks langs een noordzuid-route over de Hondsrug. Dit exemplaar bleef bewaard vanwege een massieve opeenstapeling van stenen die bij de geëgaliseerde grafheuvels waarschijnlijk ontbrak :

Ouwe schuur bij Gasselte, dacht ik:

Tusschenwater, een nieuw natuurgebiedje (waterberging) iets ten zuiden van De Groeve:

Witte stier bij Zuidlaren:

Hoe heten deze? Te zien bij het Eelderdiepje iets ten noorden van de Schelfhorst:

v


Rondje Roden – Leek – Lettelbert

Onlanden – versleten dagpauwoog op Jacobskruiskruid:

Stenig rommelhoekje met kamille, op de achtergrond de Hooiweg naar Roderwolde:

Ruig slootje in pasgemaaid hooiland, Roderwolde:

De rogge, bijna maairijp:

Aan de andere kant van de Hooiweg zochten de koeien de schaduw al op (ca, 2 uur):

Foxwolde – opgesplitst graasfront:

Bloeiend aardappelveld bij de Drentse Wijk, Terheijl:

Een ontwerper van Jugendstil lampekapjes heeft goed naar deze bloempjens gekeken:

Blauwtje in de tuin van Nienoord, de eerste die ik ooit goed voor de lens kreeg:

On hetzelfde perk deze distels:

Bij de uitgestorven Lettelberterplas:

Ouwe dwars geplaatste paardenstal, te zien vanaf een dijkje bij die plas:

v


Roderwolde v.v.

Uitbloeiende braam, waterlelie, verlegen orchis en witrik:


Rondje Haarveen

Hondepaadje bij het viaduct over de A7:

Orchissen (?) – de eerste die ik dit jaar zie in de de Onlanden:

Waterlelie bij het smalle bruggetje in de Onlandsedijk:

Bij de Hooiweg onder Roderwolde – het kamilleveld geurde nog niet sterk, maar later deze week wordt het, naar ’t schijnt, zo’n 30 graden. Dan nog maar eens komen ruiken:

Witrik bij de Hooiweg:

Roderwolde – rogge, met de oliemolen op de achtergrond:

Drinkend kalf, Foxwolde:

Haarveensedijk – het havikskruid stond hier dermate dicht opeen, dat er gemakkelijk een tuiltje van te vormen viel zonder ze te plukken:


Rondje Eelde – Peize

Bij de Eelder Madijk:

Eindje verder – tinten geel:

Doel van de reis was de demonstratie tegen de milieueffecten van de luchtvaart. Op het moment dat ik er aankwam, beantwoordde Lutz Jacobi vragen van iemand die Jan de Arbeider zijn vliegvakantie niet wilde afpakken. Het ging alleen om een beetje minder vliegen:

De opkomst was op dit vroege uur nog bescheiden: 50 à 75 mensen, schat ik, met, gezien de jasjes en shirts, veel leden van Dierenpartij en GroenLinks:.

De meest opzienbarende leus of verklaring:

Ik ben er niet zo heel lang gebleven. Op de terugweg dit gemeenteperkje in Oekraïnekleuren op de hoek van de Legro- en de Esweg:

Aardig trekkertje van hovenier op de rand van Eelde:

Bij een inrit van land aan de Koedijk. De eigenaar wil daar geen honden hebben, en iemand is het daar kennelijk niet mee eens:

Paard aan de Koedijk:

Het bankje ter ere van Jan Tuttel (bio) lijkt opgeknapt:

Schuin tegenover het fietspad naar Bunne en Winde een mystieke keienstapeling op de boomstomp:

Passanten worden gezien:

Overnaadse bouw:

Als ik tegenwoordig ergens een trekker zie, zoals hier op ’t Achterstewold bij Peize, zoekt mijn oog weldra naar de tank die hij op sleeptouw heeft:

Siësta in het varkenslandje op het noordelijke uiteind van ’t Achterstewold. De drie voorste hebben zich ingegraven, dat zijn de individualisten, terwijl de groep er gewoon bij is gaan liggen:


Dwingeloo v.v.

Ruim 100 kilometer gefietst. Poos niet gedaan.

Elementaire schuur, Zuidvelde bij Norg:

Er werd op meerdere plekken bij Huis ter Heide land beregend. In de buurt zag ik later op de terugweg ook flinke stuiverij:

De koepelkerk van Smilde, eind 18e eeuw de aanleiding van een Drents corruptieschandaal;

Veel bloeiende brem op de Smilde:

De Dwingeler stroom, elders de Beiler stroom of Havelter A geheten (elk kerspel eigende zich de beek toe)::

Reconstructie uit de jaren 80 van de Batinger stuw:

Zowaar, ook Dwingeloo heeft nu een ooievaar. Hij ziet er wel een beetje verfomfaaid uit:

Beeld van varken voor de ingang van Hotel Wesseling:

Tegenover Wesseling de voormalige concurrent Hotel Mulder, nu ook van de familie Wesseling. Bij Mulder logeerde mijn grootvader tijdens de bouw van zijn huis aan het Westeinde, anno 1939/1940:

’t Siepeltien, icoon van Dwingel:

Op de terugweg langs de andere kant van de Drentse Hoofdvaart. De Venesluis bij Geeuwenbrug:

Eindje verderop:

Boomkwekerij, Hoogersmilde:

Een van de beelden langs de Hoofdvaart met op de achtergrond een volstrekte en volgens mij bij storm levensgevaarlijke bouwval:

Combinatie van een Smildiger met de Oekraïense vlag:

Sluisje bij Huis ter Heide:


Rondje Eiteweert – Den Horn – Leegkerk

Mijn favoriete, ‘Dalmatisch-gevlekte’ koe staat weer bij de Langmadijk:

Er werd iets groots verricht op de vloeivelden ten zuiden van de A7:

Opeens ook allemaal dikke bulten zand bij Eiteweert:

Terwijl het weiland even verderop verboden terrein is verklaard. Niet dat ik daar buiten de boer ooit iemand heb zien lopen, maar blijkbaar wil de (nieuwe?) eigenaar alle eventualiteiten voor zijn:

Boot genaamd Q bij de Zuidwending:

Pril blad:

Meerkoeteieren::

Paarden bij een dam, Leegkerk. Op de achtergrond de suikerfabriek.


Rondje Donderen – Peest

Fazantenhaan bij de Weringsedijk in de Onlanden:

Hek bij Het Beeld, een stukje coulissenlandschap bij de Drentsedijk:

Donderenseweg vlakbij het Paasveen – de suggestie van groen dat op sprang staat:

Het doel was het inleveradres voor plastic doppen tbv de opleiding van geleidehonden, aan het Roozand achter Donderen. Voor het huis stond deze te pralen:

Daarna op goed geluk door het Noordsche Veld gereden, een natuurgebied onder Peest.

Pril naaldgroen dat me niet bekend voorkwam – een ceder?:

Berkenbos in de buurt van het Bunnerveen:

Honderd meter verderop stond er precies zo’n bord aan de andere kant van de weg. Op de weg lag totaal geen modder – blijkbaar had de boer Paasschoonmaak gehouden, maar was hij de borden vergeten:

De Vaartweg bij Altena:

Uitbottend waar gesnoeid was:

Ooievaar op de Weehorst bij Roden:

In overleg met zijn vrouw, met wie hij samen aan het foerageren was:

En wegstiefelend:

Onvoltooide asbestsanering? Achter ’t Bos, Roden:

Doorkijkje:

Stookhut met fruitbloesem, Foxwolde:


Ruud Bartlema – Avondmaalsgroep

Gezien in de kerk van Vries vanmiddag, deze ‘Avondmaalsgroep’ van de beeldend kunstenaar (en theoloog) Ruud Bartlema:

Op het eerste gezicht dacht ik dat het monniken waren, door hun uniforme pijen. Het zullen discipelen zijn, in afwachting van:

De middelste van de groep lijkt het eten en drinken te zegenen:

In de groep spelen zich onderonsjes af, soms op gang gebracht met een subtiel gebaar:

Het luisteren, terwijl er misschien niet eens zoveel gezegd wordt:

Een roddeltje achter de rug om:

“Neem en eet.”


Voorjaar in het Vredewold en de Kop van Drenthe

Lammeren bij Sandebuur:

Veel ‘keboutertitjes‘ (speenkruid) dit jaar, zoals in de omgeving van Den Horn:

Sandebuur – ooievaarsnest. Ze zijn daar in de buurt (Roden, Peize, Roderwolde) bijna allemaal bezet, dat was vorige jaren wel anders:

Bosanemonen op berm Roderwolde:

Fazantenhaan in het riet, Onlanden bij de Roderwolderdijk:

Bij Nienoord:

Speenkruid bij slootje Den Horn:

Fazentenhaan bij fietspad Langmadijk, Peizermade:


Ommetje Speelgoedmuseum Roden

Was alweer zeven jaar geleden dat ik in speelgoedmuseum Kinderwereld in Roden was. Het is dermate overladen, dat je er ook wel een dag kunt blijven kijken. Elke keus van foto’s is daarom noodzakelijkerwijs een beperkte.

In een opstelling met poppen dit miniatuurtheatertje met een reis rond de wereld in 30 minuten. Het voorliggende plaatje toont het Escorial in Madrid:

In een ander tafereel met poppen: de duvel en zijn ouwe moer:

Een van de stoommachines:

Lang niet de mooiste blikken auto, maar wel een van de leukste, omdat mijn grootvader als aannemer van kabelwerken eind jaren vijftig ook zo’n wagentje met laadbak voor een kabelhaspel had:

Apparaat dat voor een luttel bedrag uw hand leest en toekomst voorspelt:

Brochure van racebanenmaker:

Het hoekje met autobanen bewijst dat het museum wel eens teveel wil laten zien: ik zou gekozen hebben voor het gebouw (de garage?) rechtsboven en het circuit onder. maar dat komt ook doordat ik zo’n racebaan gehad heb. Het merk was Jouef. Dat was Frans en dus uit te spreken als zjoefff:

In een hoekje met spoorwegen dit modernistische stationnetje:

Houten paard:

Een van de zaaltjes is gewijd aan het lager onderwijs. Meisje met lei en griffeldoos op haar schoolbankje:

Poppen – Jan Klasen nam het Nieuwsblad mee voor zijn vrouw, maar Katrijn had liever dat hij wat minder in de kroeg zat:

In een poppenhuis staat nog steeds dit allerbekoorlijkste fornuisje met braadpannen en een strijkijzer:

Met bouwdozen van Meccano en het Groninger equivalent Constructor zou je met gemak een hele zaal, wat zeg ik, een heel museum kunnen vullen:

Blikken dragline:

Boer op trekker aan het hooien:

Toen de trekhonden werden afgeschaft, moest de venter van kruidenierswaren het zelf maar doen. Deze ging welgemoed op pad:


Rondje Harkstede

Paterswolde, laan bij de Schelfhorst:

Aan het eind van de laan:

Een boreling aan de Boterdijk groet de passanten:

Bij Scharmer in de buurt:

Harkstede:

In Engelbert zag ik bij de Olgerweg een dame lopen met op een soort van wandelstok een Goffini kaketoe. Eerst dacht ik dat ik dat hij opgezet was, maar het bleek een levend exemplaar. Het beest was vrij tam, wandelde zonder mankeren over op mijn arm en riep keihard “Hallo” in mijn oor, een groet die we samen meermalen hebben gerepeteerd:

Roodbont blaarkopstierkalfje in het land van boer Diekhoes op de Euvelgunne:

De Terborchlaan naar Eelderwolde:


Bartje en het mysterie van de anonieme aanwinst

Bartje mag dan niet voor brune bonen bidden, hij was verzot op witlof, althans volgens de Groninger groenteveiling of een daar actieve groothandel, die (Drentse?) witlof pondsgewijs in puutjes verpakte, die hun weg vonden naar de Duitse markt.

De verpakking lag samen met enkele brochures en andere memorabilia van de groenteveiling aan de Peizerweg op mijn werktafel bij de Groninger archieven. Het spul moet er neergelegd zijn na mijn pensionering in juni, waarschijnlijk tijdens de vakantie van mijn oud-kamergenoot. Mogelijk gebeurde dit door een oud-werknemer van groothandel Stavasius. Uiteraard worden de spullen in dank aanvaard bij de Groninger Archieven, maar intussen prangt nog wel de vraag wie ze er heeft gedeponeerd of laten deponeren. Zou de gullen gever zich asjeblieft willen melden, hetzij bij het archief, hetzij bij mij? Het is altijd aardig om ook wat contextuele informatie te hebben. Alvast bedankt!