Rondje Noordlaren

Langs het paadje naar de vogelkijkwand in de Onlanden: is dit een nieuwe invasieve exoot?

Er even op ingezoomd::

Rijpende bramen. Vrij laag hangend en dus ook straks niet consumabel (omdat er een vos overheen kan hebben gepiest):

Bekoorlijk rietpolletje:

Meestal zie je ze wel in plukjes, maar zoveel bij elkaar dat komt wat minder vaak voor:

Langs het Omgelegde Eelderdiep staat momenteel veel wilde peen, met witte bloemen. Deze roze lijken erop, maar ze zijn er geen variant van:

Holdert bij de Hooiweg, Paterswolde (het was nog voor enen):

Bij een zandweg in Noordlaren: de autodokter kan er zelf wel een gebruiken. Wagen lijkt vanachter trouwens verlegd:

Noordlaren:

Omdat er een trouwerij was geweest, stond de kerk open. Buiten veegde een man witte bloemblaadjes op, binnen was een jong stel mensen de boel aan het opruimen. Ik mocht wel even rondkijken – engel met bazuin bij het orgel:

Fraai armblok voor het storten van collecte-inkomsten. Er zitten drie sloten op – elke diaken kreeg één sleutel, alleen gezamenlijk konden ze het blok openen om de inhoud te tellen:

Noordlaren – het diepje naar het Zuidaardermeer:

Waar ik het de laatste jaren wel eens minder druk heb gezien:

Groepje wit rundvee bij Onnen

Bloemenrand bij korenveld, Glimmen:

Haren, Rijksstraatweg:


Rondje Peize – Roderwolde

Acrobaat in de berm van het Achterstewold, Peize:

Rode blaarkoppen tussen de zuring in de laagte:

Ouwe tractor::

Grasrolverzwaring:

Ooievaar aan de Brusselseweg (in totaal liepen er vijf rond):

Stenhorst, Peizerwold – haverveld met korenbloemen:

Uitgelicht exemplaar:

Onlander slenk richting Stad, vanaf de Hooiweg tussen Roderwolde en Matsloot:


Rondje Sandebuur – Leek – Niebert

De eerste zonnebloem van het seizoen is al bijna uitgebloeid (aan het Minervapad in Hoogkerk):

Bij het gemaal in Matsloot:

Het bosje van voorheen de herenvisclub Vischlust:

Het bermmonument aan de Hooiweg ziet er nu toch wat anders uit dan vorig jaar:

De koeien van boer Datema op de grazige weiden van Sandebuur:

Vuurvlinder (?) in de berm:

Ooievaarsnest Sandebuur:

Rodervaart:

Jongvee in Leutingewolde:

De sluis in het Leekster Hoofddiep:

Hooien bij de Carolieweg tussen Leek en Niebert:

Boom bij de Traansterwijk. Meende een uil in het gat te zien. Helaas, die bleek er niet in te zitten.


Avondrondje Roderwolde


Weerzien met Nijeveen

Het andere reisdoel was de boerderij “op Nijevene” waar ik begin jaren zeventig vakantiewerk deed. Vanaf de Paradijsschut wist ik niet goed welke route de kortste was. Linksom, langs Meppel, of rechtsom, langs een ruilverkavelingsweg. Ik gokte op rechtsom, en maakte een enorme omweg.

Eerst langs de Noksloot en de Nijeveense Stouwe:

Op de Hoofdvaart dobberde een binnenvaarder met een zorgvlag, ‘de Pronckert‘ uit Leeuwarden:

In de Noksloot viel me dit boeketje op:

Zelfportret met wielrenwichie, mais- en bietenveld:

Dorpsgezicht langs mais:

Möppelt in de verte:

Boven me cirkelden twee buizerds en riepen “kieuw, kieuw” naar elkaar:

Toch jammer dat lijsterbessen lang niet zo goed smaken als ze eruitzien:

Dorpsgezicht Nijeveen:

Eindje verderop:

Ik trof de bewoner  thuis. Een poosje geleden erfde hij de boerderij van zijn broer, die vroeger bij mijn vader op kantoor werkte. ’s Middags had die broer een antiekhandel en daar hielp ik hem bij zomerdag wat bij. Tegeltjes uit Staphorst versjouwen en zo. Deze barokke vaas is overigens puur nep en komt bij  de Tuinland vandaan:

Schuur achter het huis. Destijds lag hier nog gras en deed ik er nog pogingen om pony’s te beleren, wat een fantastische rodeo opleverde, waar ik nu graag een filmpje van had gehad:

Het Drentse veldkeienstraatje, dat ik aan het eind van iedere werkweek aanveegde:

De schuren die ik in de carbolineum zette, terwijl de laatste ooievaars van Nederland een eindje verder op dit erf klepperden en radio Tour de France uit de transistorradio klonk:

Dit sluitwerk werkt niet:

En vot maor weer:


Naar de Paradijssluis

Donald Duck op het  fietsstuur van een medepassagier:

Nam zelf mijn fiets niet mee, omdat ik in Meppel bij het station wel een fiets kon huren, dacht ik. Was niet zo, de zaak bleek dicht op zondag en dus ging ik maar lopen. Langs de Wilhelminastraat bijvoorbeeld:

Openlucht-artiest voor schouwburg Ogterop:

Uithangbord in de Hoofdstraat met het wapen van Meppel en een schilderspalet:

Christo’s laatste, onvoltooid gebleven project:
Engeltje, zo te zien van eind zeventiende, begin achttiende eeuw, hoog op een trapgevel in de Hoofdstraat:

Jugendstil-ornament, nog steeds in de Hoofdstraat, die om 10 uur vanochtend ontstellend rustig was:

Kruisstraat met Chinese lampions:

Vanaf het Noordeinde – agro-industrieel complex met Amerikaanse allure:

Op de wal van de Hoofdvaart dit paardensportwagentje, dat langzamerhand overwoekerd raakt:

Voorheen scheepswerf Worst:

Nu met doorzonloods:

Het eerste doel van de reis – de Paradijsschut, waarover ik een verhaal schrijf:

Vlak erbij ligt de Kikkerij, in de achttiende eeuw een herberg, inmiddels een camping aan het water:

De Paradijssluis – volgens de sluiswachter vandaag met een verval van 2 meter:

Dan wil ’t wel broezen:


In het papavermeer

Deze diashow vereist JavaScript.

Toen ik vorig weekend de klaprozenvelden bij Huis ter Heide passeerde, moest ik meteen denken aan een boek van Slauerhoff. Het ging om passages tegen het eind van dat boek, wist ik nog. En dat het boek op de lijst stond voor mijn eindexamen. Via een oeuvre-overzicht vond ik de titel. Het bleek te gaan om Het leven op aarde. Dit zijn de citaten die passen bij de situatie daar in Drenthe:

De papavers deinden in de wind, welig warm en rood. Daartussen groeiden alle andere bloemen. De geuren kon ik nog niet onderscheiden, gewend als ik was aan alleen de lucht die over het water en tussen de muren hangt(…)

Ik waadde door de papavers. Eén ging mij tegemoet; in het midden, waar het meer het diepste was, ontmoetten wij elkaar. De hele verdere dag bleven wij gevlijd op de met rode blaadjes bedekte, van zon doorstoofde en zacht naar zaad geurende bodem.

Bij haar liggend op de zachte matten, omgeven door papavers dichtbij in vazen als rode vlokken, in de verte als één meeroppervlak (…)

Een gevoel van berouw en verlatenheid beving mij, dat niet dadelijk weer week toen ik zag waar ik was: in een papavermeer, wijd en diep, onbewoond.

Toch knap dat een schrijver kan zorgen voor teksten die zo lang in iemands memorie beklijven – mijn eindexamen is op enkele jaartjes na een halve eeuw geleden. Ik had toen ik het boek las geen enkele ervaring met drugs, laat staan met opium. Dat aspect van Slauerhoffs tekst herkende ik simpelweg niet, nu wel: het is een gesublimeerde beschrijving van een roes die als metafoor fungeert.

Toen ik lang na de lezing van Slauerhoffs boek zelf eens opium kreeg aangeboden, en het ook uitprobeerde, vond ik het maar een vervelend goedje. Je werd er zo slaperig van. Het is bij die eenmalige ervaring gebleven.


Dikke dogge

Aasje oet station van Hazzen kommen, stait doar een haile dikke hond op wacht. Ain richtige helhond! Nont zwoait nait vrundlik mit steert zoas ome Loeks zien peerd veur ’t station van Grunnen dat döt. Hai het ook aignlieks niks op mit Grunnegers, ken’k joe vertellen:

Mie luit e doodmakkelk pazzeren omdat ik mit mien paspoort ’n jeugd op Drenthe antonen kon. Moar wees woarschaauwd: gewoonlieks luit e gain enkelde Grunneger deur. Zölfs gain lutje potje of beudel! Votdoalik as e doar de lucht van ien neuze krigt, springt e der bovenop en den is ’t hap, sloek, vot, inains deur zien monsterachtige moele. Den binje haailendaal verzwonnen veurdat je ’t waiten! En gainaine dei wait woar je bleven bin’n. Aldertreurigst ist, ook veur de femilie!

‘k Zol der moar baange veur wezen, hè?! Ik heb joe woarschaauwd en woarschaauwd mins telt veur tweie. Laiver Blojan den Dojan. Pas op hur, woart joe veur dei hond!


Corona in Assen

Deze diashow vereist JavaScript.


Sluizen van de Drentse Hoofdvaart

De Drentse Hoofdvaart is zo’n 250 jaar oud, maar in al die tijd meermalen verbreed en verdiept. Vandaar dat de sluizen fysiek wat jonger zijn. Hier achtereenvolgens plaatjes van de exemplaren bij Geeuwenbrug (2x), Havelte en Uffelte. Qua scheepvaart was het er niet bepaald druk:

Deze diashow vereist JavaScript.


Havelter rijksmonument zwaar in verval

Niet alles was even leuk in Havelte. Van deze boerderij uit 1743 op het adres Dorpsstraat 14 schoten me de tranen in de ogen.

De voorgevel is nog relatief goed. Maar de deur, de raamkozijnen en vensterbanken hebben in decennia geen verfkwast gezien. Het rieten dak oogt bovendien draadversleten. Een rietdekker kwam hier zelden of nooit. En een voeger mag er ook wel even naar kijken:


Opzij blijken er al gaten in het dak te vallen:

Het voorhuis:

U ziet het goed, er hangt een blauwwit monumentenbordje naast de deur. Het betreft een rijksmonument sinds midden jaren 60, toen een lokale actiegroep het pand van de ondergang gered had en het met flink wat subsidie werd opgeknapt. Tegenwoordig is er geen subsidie meer, maar belastingaftrek voor het onderhoud van monumenten. Maar dan moeten een eigenaar wel willen opknappen en of dàt hier het geval was?

Het middengedeelte – nog even wachten en dan groeit de berenklauw ook binnen:

Het achterhuis met de zijbaander, waar lappen golfplaat al te zware lekkages moeten voorkomen:

In het dak van de bijschuur of schaapskooi vallen ook al gaten. Er mist een raam:

En dan nog de ellendige toestand aan de straatkant:

Het pand stond tot voor kort  te koop (klik als je ook binnen wil kijken) na jaren onverwarmd leeg te hebben gestaan. Maar ook voor de dood van de eigenaar was het al jaren in verval. Geen wonder dat de vraagprijs van maar liefst een half miljoen euro niet werd gehaald.

Naar iemand uit de buurt me vertelde, is het pand gekocht door de eigenaar van het belendende hotel-restaurant. Hopelijk herstelt die het weer in goede staat, zonder het authentieke, historische karakter geweld aan te doen. En komt er géén parkeerplaats voor met allemaal blik dat het zicht op het pand bederft.


Weekend Havelte e.o.

Een Drents Afghanistan – papaverveld bij Huis ter Heide:

Ook bij Huis ter Heide – weet niet of het zo bedoeld is, maar het lijkt wel land-art:

Beeld van een verstandhouding bij de Drentse Hoofdvaart in Smilde:

Landschap aan de andere kant van van het kanaal bij Hijkersmilde:

Geeuwenbrug:

Het uitzicht aan de voorkant van mijn (prima) bread and breakfast; rechts had mijn  grootvader in de jaren 60 zijn bijenstal staan tussen de fruitbomen en de belendende heide van het Uffelter Binnenveld:

Larix (?) in de directe omgeving:

Aangevreten Amerikaanse eikenloof:

De B&B wordt omringd door terreinen van het Drents Landschap. Op een hoekje richting Havelte staan wat trekpaarden:

Het graf van mijn ouders:

In Havelte – de schuur van timmerman-aannemer Harm Dorenbos, een generatiegenoot van mijn vader en inmiddels ook al overleden:

Roggeland tussen de Dorpsstraat en de Kosterijstraat:

Uiteind Dorpsstraat – de boerderij van de familie De Wit:

Bij de Havelter sluis:

Beukenlaan naar Overcinge:

Ophaalbrugje achter Overcinge – in het struweel is nog net de theekoepel te zien, :

Keienpaadje naar de Wallinger es:

De voortzetting van dat paadje – de landweg liep oorspronkelijk helemaal door naar het oude gedeelte van Darp (eertijds Westerhesselen, of ook wel Hesselte):

Hier en daar nog een echte ouderwetse boomwal met braamstruiken, even effectief in het tegenhouden van vee als prikkel- of schrikdraad:

Zaterdagavond de andere kant op geweest – scharrelvarken bij de Uffelterkerkweg:

Maisakker bij Rheebruggen:

Tevreden koe, ook daar in de buurt:

Vanochtend om acht uur bij de es van Uffelte. Net als bij Rheebruggen en Dwingeloo heeft het Drents Landschap hier rogge laten zaaien:

Op de terugweg roggelelies (?) op de oever van de Drentse Hoofdvaart:


Rondje Hoornsedijk – Paterswolde – Eelde

Aan het begin van de Hoornsedijk – veel fietsers gaan er gewoon aan voorbij en voetgangerrs trouwens ook:

Het Hoornsediep groeit alweer aardig dicht met waternavel:

Ooievaar met jong op het nest achter de vervenersboerderij:

Het dijkhuisje Hoornsedijk 17 staat te koop gezien een bret met telefoonnummer 5263156 voor de deur (kengetal hoefde blijkbaar niet, maar is 050):

Ouwe zweler in struweel:

Rommelhoek achter café Dubois in het noordelijk deel van de Lappenvoortse polder:

Slootwal:

Er ligt een brug over de Oude A in die polder, dit is het uitzicht naar het noorden:

Met allemaal gele plompen:

En dit is de blik naar het zuiden:

Met nog een enkele plomp:

Achterop het landgoed Lemferding blijkt het ooievaarsnest ook bewoond:

Doorkijkje naar vonder:

De lokale buurtbieb:

Even voor Peize, vanaf Eelde. Wilde een foto maken van het peerd en de verbouwde keuterij in de verte – komen die Schoonebeker schapen door het beeld heen rennen. Dachten zeker dat ik ze water zou geven, want ze renden naar hun lege drinkbak:

In de berm van de Groningerweg bij Peize:


Pinksteren bij de kerk van Roden

Op mijn doortocht door Roden, eergister, zag ik dit bord op de kerkhofmuur:

Zeg het plantaardig, moeten ze daar hebben gedacht. Een paar meter verder, op het kerkhof zelf, lagen twee harten, gevormd uit bloemen:


Avondrondje Peize – Eelde

Bij de Gouwe:

Langmadijk – iemand voorziet zijn land van mest – droge, dat wel – en laat er dan zijn ‘edele viervoeter’ in weiden:

Tussen de spijlen van de laatste Onlander brug richting Roderwolde:

Roderwolder ooievaar speurt hooiland af met op de achtergrond de stad:

Rogge tussen de Bommelier en de Stenhorstdijk:

De meditatieve Belg van het Achterstewold, Peize:

Berken aan de Zuiderdijk. Peize:

Rood vee in de hoek tussen de Peizerpol en de Peizerhorst:

Koe zoogt kalf, apart van de kudde:

Weinig gebruikte oprijlaan op de Schelfhorst, Eelde:

Schuur met ooievaarsnest, daar in de buurt:

Het Omgelegde Eelderdiepje bij Eelde: