Rondje Winde – Roden

Onlanden:

Hooglanders in de Onlanden bij Peize:

Geïmproviseerd hek in Winde:

Spinnewebben? bij de Heideweg tussen Winde en Roden:

Nog niet heel erg herfstachtig:

Oude of Peizerdiep bij de Weehorst:

Foxwolde – hoe hoger, hoe gekleurder:

Haflingers bij de Langmadijk, Peizermade:


Ruinerwold, Ruinen, Ansen

Rietdekker aan het werk, nogal een stoffige aangelegenheid en ook niet goed voor de knieën:

Haan op het dak van een helaas sterk verwaarloosd Jugendstilpand:

Datzelfde pand heeft een fantastisch balkonhek:

Snijraam, op het oog Biedermeyer:

Snijraam, op het oog Empire, van een gestileerd alziend oog:

Hek bij antiekboerderij met twee pauwen en een lier:

Schaif stait laif, zeggen ze dan op zijn Gronings:

Best veel mensen hebben geen greintje gevoel voor esthetiek. Mooi oud pandje goeddeels aan het gezicht onttrokken door plastic hooibalen:

Alle foto’s tot nu toe betroffen Ruinerwold en dan vooral de Larijweg. Deze schuur met drie verschillende soorten dakbedekking staat op de Ruinerwoldse kant van Ruinen:

Ansen – zonnebadende geit op bekeutelde tafel:

Drenthe vergrijst, Zuidwest-Drenthe doet dat nog sterker. Dit bord in Ansen waarschuwt tegen overstekende Drenteniers:

Een van de weinige overblijfselen van de borg Rheebruggen tussen Ansen en Uffelte, een keramisch ornament, vermoedelijk afkomstig van een schouw uit de zeventiende eeuw en ingemetseld in de voorgevel van een boerderij op het gelijknamige landgoed:


Lang weekend Uffelte

Zaterdag op de heenweg – beregening bij Huis ter Heide:

Uienveld bij Huis ter Heide:

Uffelte, aan de Rijksweg bij de vaart – klusjesman ziet Abraham:

Havelte, achterkant boerderij bij de vaart:

Wallinger es met aardappelland gezien vanaf de Oosterbrink in Darp:

Landschap bij Uffelte:

Zondagochtend – honing te koop, Uffelte:

Een Meeuwenveen zonder meeuwen:

Wapserveen, boerderij zonder achtergevel en schoren bij de ‘zoelen’ of staanders. Als hier een stormwind onder komt, klapt dat dak dubbel:

Op zondagmorgen – de kerk van Wapserveen met haar klokkestoel:

Koloniehuisje bij Wilhelminaoord:

Kallenkote – in de bocht van de weg ligt een Indonesisch restaurant dat vroeger zo te zien een boerenherberg is geweest:

Uitzicht vanaf de Bisschopsberg richting Meppel:

Busselterweg – langzamerhand overgroeid rakende oude tractor:

Bij een oude huisvriend thuis in Nijeveen, het tegeltableau in diens woonkamer:

Zondagavond – stuw bij de Drentse Hoofdvaart in Uffelte:

Alert stiertje bij de Uffelterkerkweg:

Overcinge, gracht met theekoepel op maandagochtend:

Boslaan achter Eursinge:

De Oude Vaart bij Nijentap:

Plaggenhut met terrazzo-achtige schoorsteen op camping De Blauwe Haan bij Uffelte:

Vennetje op het Uffelter Binnenveld, meteen achter mijn Bed & Breakfast:

Bomkrater, waarschijnlijk daterend van 24 maart 1945, toen een geallieerde luchtvloot hier een tapijtbombardement losliet op het Duitse vliegveld. Mijn grootvader was die dag jarig – alle gasten stonden buiten te kijken naar de passerende bommenwerpers:

Uffelter Binnenveld:


Vanochtend langs de Drentse Hoofdvaart

Uffelterbrug:

Spinneweb op de brug van Oldendiever:

De kalkovens voorbij Dieverbrug, met hun schoorstenen in de zon::

Hoe noordelijker, hoe helderder:


Rondje Leutingewolde, de Zandhoogte, Enumatil

Leutingewolde:


Op de es daar:

De Zandhoogte:

Traansterwijk:

Kraampje op de Pasop:

Aan de Osseweidekant van de Pasop:

De hond van tante Til te Enumatil heeft een fraai hok met meerdere etages en kijkt desondanks een beetje droevig uit de ogen:

Misschien kwam het door de lucht van de asfalteringswerkzaamheden even verderop bij de brug:


Rondje Gasselternijveen

Gezicht op de Stad vanaf Peizermade:

Kom zelden zo vroeg in de Onlanden:

De zilverreigers zijn er weer. Gister zag ik er ook al een paar bij de Oostwolmerdraai:

De eerste keer dat ik de schuur van Winde in de volle ochtendzon zie; ’s middags zit de zon achter het bouwwerk, dat oogt dan op foto’s vaak wat minder:

Het zou eigenlijk een Monumentendagrondje worden, langs een handvol Noord-Drentse kerken. Meteen de eerste kerk, die van Vries, bleek gesloten, hoewel die om 10 uur open zou zijn. Eerst dus maar een rondje om de kerk gemaakt. Het schip, van tufsteen, is typisch romaans:

Op het kerkhof staat een klok, fabricaat A.H. Van Bergen, Heiligerlee:

Het café aan de overkant nog even bekeken – verleidelijke veranda:

Doorkijkje langs het café:

Na twintig minuten wachten was ik het beu en ben ik maar weer op de fiets gestapt. Via Tynaarlo naar Zeegse, waar ze iets artistieks-feestelijks hadden verzonnen onder het motto: ‘Zeegse ziet ’t zitten’:

Dorpsgezicht Anloo:

De Magnuskerk aldaar, waar de monumentendagvlag, in tegenstelling tot Vries, wel uithing:

De nog niet zo lang geleden gerestaureerde grafkelder:

Op het terras van van de Koningsherberg was een wespenmassacre gaande. Terwijl er aan de oppervlakte nog gestreden werd tegen het noodlot, lieten de ondersten de kopjes hangen:

Tolhuis aan de Annerweg:

Eext – café Homan. Rechts zal de oorspronkelijke boerenherberg uit ca. 1870-1880, links is de zaaltoegang van 1920-1930. Eigenlijk jammer ft het woord Hotel weggewit is, dat trekt de boel typografisch uit zijn voegen, al is het natuurlijk wel begrijpelijk dat een latere eigenaar dit deed:

Bijenstalletje met flinke voorraad. Angst voor diefstal? Sowieso hebben veel minder mensen nog contant geld bij zich en bij deze uitbater zal je vast niet kunnen pinnen:

In de buurt van Gieten of Gasselte:

De gepavoiseerde molen van Gasselternijveen bij de Oostermoersche Vaart (of gekanaliseerde Hunze):

Windwijzer met elegant paard, ook in Gasselternijveen, meen ik:

Naar het noordwesten is een wegberm over honderden meters beplant met steenperenbomen:

Gieter- of Bonnerveen – fraaie, maar helaas aftakelende veenboerderij:

Via Wildervank naar Kielwindeweer. De vorige keer was dit enorme dak nog niet volledig belegd, nu zijn er twee hupse eenhoorns zichtbaar:

Dorpsgezicht ter hoogte van het fietspad naar Nieuwe Compagnie:

Alerte Hooglander in de Kropswolderbuitenpolder:

Al met al ruim 101 kilometer gereden. Dat is een poos geleden dat ik dat voor het laatst deed.


Rondje Leutingewolde – Den Horn

Jonge stier bij de Langmadijk, Peizermade:

De laatste voorbereidingen voor Open Monumentendag bij de molen van Roderwolde:

Haarveen, beginnende herfst:

De Rodervaart met plakken waternavel:

Weggetje in Leutingewolde:

Bruiloft op Nienoord:

Tussen Oostwolmerdraai en Den Horn – kwekken over het hek:

Ooievaars in de rui bij Den Horn – deze gaan niet meer naar het zuiden:


Rondje Peize

Bij Roderwolde:

Haarveen/Foxwolde:

Koeienpad op de Weehorst bij het Lieverensediepje:

Springbalsemien:

Vrolijk paard – gefiguurzaagd ornament in het buitengebied van Peize:

Uitzicht vanaf het Achterstewold:

Biggen op de hoek van het Achterstewold – die ene moet een ontgrondingsvergunning:

Hun moeder, ook goed bezig:


‘Beewerk’ bij verhuizingen

In zijn bundel Een goede buur (1935), behandelt de predikant-antropoloog P.W.J. van den Berg uit Nijeveen onder andere het ‘beewerk’, een vorm van naberhulp waar expliciet om moest worden gevraagd.

Het ging onder meer om burenhulp bij verhuizingen, volgens Van den Berg in 1935 nog algemeen gangbaar in Drenthe en Overijssel. Mijn grootouders zullen twaalf jaar eerder dus op die manier van Tubbergen naar Uffelte verhuisd zijn.

Als iemand een huis betrok in een nieuwe omgeving, ging hij of zij een paar weken voordat hij er zijn intrek nam, eens bij de toekomstige buren langs om kennis te maken en om ze hulp te vragen bij de aanstaande verhuizing, zo tegen mei. Buurmannen trokken dan met paard en wagen of vrachtauto naar het oude adres van de nieuwkomer om diens huisraad op te halen. Intussen maakten de buurvrouwen en dochters het nieuwe huis schoon.

Als de nieuwe buren eenmaal geïnstalleerd waren, hoorden zij alle nabers die hierbij geholpen hadden, uit te nodigen voor een visite met koffie en koek en een borrel toe. Zo’n visite (en nadere kennismaking) bezegelde als het ware de opname in de naoberschap.

Mensen die hier niet aan meededen, werden erop aangekeken. Ze werden genegeerd, niet gegroet en nergens mee geholpen.

In boerenmilieus lieten verhuizers vaak percelen met winterrogge achter in hun oude omgeving en anno 1935 mocht het dan inmiddels  gewoon zij om die rogge “op de wortel” te verkopen, eerder werd dit koren vaak voor de nieuwe buren ingehaald door vooral de jongere nabers:

Met Sint Jacob is de winterrogge die de nieuwe meier op zijn vroegere land heeft achter gelaten rijp, en nu trekken de jongelui vooral er heen en maken op één dag het maaien gedaan, om na eenige dagen den heelen oogst naar huis te halen.

Ook hier stond weer een onthaal tegenover, nu met wat meer bier of jenever dan koffie, reden dat het ook wel eens uit de hand liep.

Beewerk kon diverse gedaanten aannemen en Van den Berg had er rond 1920 nog allerlei voorbeelden van gezien in Havelte en omgeving.

Het gebeurde ook juist vaak op zondag, wat uiteraard niet strookte met het christelijke zondagsgebod, maar daar was volgens van den Berg een scholastieke mouw aan gepast, in die zin dat beewerk niet voor aards gewin, in welke zin dan ook, mocht gebeuren, en dat het dus alleen toegestaan was als men het gratis en om niet deed. Ook maaltijden, ‘bedebieren’ en dergelijke waren eigenlijk uit den boze, het mocht alleen uit reine naastenliefde en natuurlijk niet tijdens de godsdienstoefeningen in de kerk.

Bron


Rondje Noordlaren

Langs het paadje naar de vogelkijkwand in de Onlanden: is dit een nieuwe invasieve exoot?

Er even op ingezoomd::

Rijpende bramen. Vrij laag hangend en dus ook straks niet consumabel (omdat er een vos overheen kan hebben gepiest):

Bekoorlijk rietpolletje:

Meestal zie je ze wel in plukjes, maar zoveel bij elkaar dat komt wat minder vaak voor:

Langs het Omgelegde Eelderdiep staat momenteel veel wilde peen, met witte bloemen. Deze roze lijken erop, maar ze zijn er geen variant van:

Holdert bij de Hooiweg, Paterswolde (het was nog voor enen):

Bij een zandweg in Noordlaren: de autodokter kan er zelf wel een gebruiken. Wagen lijkt vanachter trouwens verlegd:

Noordlaren:

Omdat er een trouwerij was geweest, stond de kerk open. Buiten veegde een man witte bloemblaadjes op, binnen was een jong stel mensen de boel aan het opruimen. Ik mocht wel even rondkijken – engel met bazuin bij het orgel:

Fraai armblok voor het storten van collecte-inkomsten. Er zitten drie sloten op – elke diaken kreeg één sleutel, alleen gezamenlijk konden ze het blok openen om de inhoud te tellen:

Noordlaren – het diepje naar het Zuidaardermeer:

Waar ik het de laatste jaren wel eens minder druk heb gezien:

Groepje wit rundvee bij Onnen

Bloemenrand bij korenveld, Glimmen:

Haren, Rijksstraatweg:


Rondje Peize – Roderwolde

Acrobaat in de berm van het Achterstewold, Peize:

Rode blaarkoppen tussen de zuring in de laagte:

Ouwe tractor::

Grasrolverzwaring:

Ooievaar aan de Brusselseweg (in totaal liepen er vijf rond):

Stenhorst, Peizerwold – haverveld met korenbloemen:

Uitgelicht exemplaar:

Onlander slenk richting Stad, vanaf de Hooiweg tussen Roderwolde en Matsloot:


Rondje Sandebuur – Leek – Niebert

De eerste zonnebloem van het seizoen is al bijna uitgebloeid (aan het Minervapad in Hoogkerk):

Bij het gemaal in Matsloot:

Het bosje van voorheen de herenvisclub Vischlust:

Het bermmonument aan de Hooiweg ziet er nu toch wat anders uit dan vorig jaar:

De koeien van boer Datema op de grazige weiden van Sandebuur:

Vuurvlinder (?) in de berm:

Ooievaarsnest Sandebuur:

Rodervaart:

Jongvee in Leutingewolde:

De sluis in het Leekster Hoofddiep:

Hooien bij de Carolieweg tussen Leek en Niebert:

Boom bij de Traansterwijk. Meende een uil in het gat te zien. Helaas, die bleek er niet in te zitten.


Avondrondje Roderwolde


Weerzien met Nijeveen

Het andere reisdoel was de boerderij “op Nijevene” waar ik begin jaren zeventig vakantiewerk deed. Vanaf de Paradijsschut wist ik niet goed welke route de kortste was. Linksom, langs Meppel, of rechtsom, langs een ruilverkavelingsweg. Ik gokte op rechtsom, en maakte een enorme omweg.

Eerst langs de Noksloot en de Nijeveense Stouwe:

Op de Hoofdvaart dobberde een binnenvaarder met een zorgvlag, ‘de Pronckert‘ uit Leeuwarden:

In de Noksloot viel me dit boeketje op:

Zelfportret met wielrenwichie, mais- en bietenveld:

Dorpsgezicht langs mais:

Möppelt in de verte:

Boven me cirkelden twee buizerds en riepen “kieuw, kieuw” naar elkaar:

Toch jammer dat lijsterbessen lang niet zo goed smaken als ze eruitzien:

Dorpsgezicht Nijeveen:

Eindje verderop:

Ik trof de bewoner  thuis. Een poosje geleden erfde hij de boerderij van zijn broer, die vroeger bij mijn vader op kantoor werkte. ’s Middags had die broer een antiekhandel en daar hielp ik hem bij zomerdag wat bij. Tegeltjes uit Staphorst versjouwen en zo. Deze barokke vaas is overigens puur nep en komt bij  de Tuinland vandaan:

Schuur achter het huis. Destijds lag hier nog gras en deed ik er nog pogingen om pony’s te beleren, wat een fantastische rodeo opleverde, waar ik nu graag een filmpje van had gehad:

Het Drentse veldkeienstraatje, dat ik aan het eind van iedere werkweek aanveegde:

De schuren die ik in de carbolineum zette, terwijl de laatste ooievaars van Nederland een eindje verder op dit erf klepperden en radio Tour de France uit de transistorradio klonk:

Dit sluitwerk werkt niet:

En vot maor weer:


Naar de Paradijssluis

Donald Duck op het  fietsstuur van een medepassagier:

Nam zelf mijn fiets niet mee, omdat ik in Meppel bij het station wel een fiets kon huren, dacht ik. Was niet zo, de zaak bleek dicht op zondag en dus ging ik maar lopen. Langs de Wilhelminastraat bijvoorbeeld:

Openlucht-artiest voor schouwburg Ogterop:

Uithangbord in de Hoofdstraat met het wapen van Meppel en een schilderspalet:

Christo’s laatste, onvoltooid gebleven project:
Engeltje, zo te zien van eind zeventiende, begin achttiende eeuw, hoog op een trapgevel in de Hoofdstraat:

Jugendstil-ornament, nog steeds in de Hoofdstraat, die om 10 uur vanochtend ontstellend rustig was:

Kruisstraat met Chinese lampions:

Vanaf het Noordeinde – agro-industrieel complex met Amerikaanse allure:

Op de wal van de Hoofdvaart dit paardensportwagentje, dat langzamerhand overwoekerd raakt:

Voorheen scheepswerf Worst:

Nu met doorzonloods:

Het eerste doel van de reis – de Paradijsschut, waarover ik een verhaal schrijf:

Vlak erbij ligt de Kikkerij, in de achttiende eeuw een herberg, inmiddels een camping aan het water:

De Paradijssluis – volgens de sluiswachter vandaag met een verval van 2 meter:

Dan wil ’t wel broezen: