Kruideniersmentaliteit blijkt coronabestendig

Omdat het brood er een stuk beter smaakt dan bij de buurt-Poïesz, haal ik mijn boodschappen liever bij de Albert Heyn aan de Zuiderweg hier in Hoogkerk, ook al is dat ruim twee keer zo ver fietsen. Een dikke week geleden hebben ze bij die AH de handkarrenhygiëne door het eigen personeel afgeschaft, en mag je de handvaten zelf schoonmaken. Wel staan er nog schoonmaakspullen standby.

Goed, ik poets daar in het voorportaal de handvaten van het winkelwagentje naar keuze schoon, probeer die kar uit de rij te halen en merk dat deze op slot staat. Afgelopen donderdag was dat ook al zo, maar toen stond er nog iemand wat verderop met een schaaltje vol plastic muntjes, waarvan je dan eentje uitgereikt kreeg. Nu stond zo’n persoon er ook niet meer en moest je dus een euro bij je hebben om je schoongemaakte kar los te krijgen. En dat terwijl er aangedrongen wordt op betalen per pin, wat ik ook al sinds half maart braaf doe, zodat ik sindsdien geen contant geld meer bij me heb. Natuurlijk staan er bij zo’n oponthoud meteen types in je anderhalve metercirkel met verbazend goede raad, waar je reuze om verlegen zit. Ik echter, had zo zwaar de balen dat ik al helemaal geen zin meer had in winkelen bij deze supermarkt. Ben dus meteen naar de Poïesz gefietst, toch maar. Dan maar wat minder lekker brood.

Bij de Poïesz stonden de wagentjes nog wel vrij uitneembaar klaar voor de klant, maar had men de handvatenhygiëne door het personeel inmiddels ook afgeschaft. Het goede voorbeeld van marktleider AH doet goed volgen. Je zou ook eens wat meer in extra service investeren dan je concurrent. Daar ga je vast kapot aan.

Als er iets is waar Nederland groot in is, en wat haar identiteit bijkans kenmerkt, moet het de kruideniersmentaliteit zijn. Mede dankzij de kniepstuvers onder de grootgrutters laait de corona straks fijn weer op. Mark my words!


Hoogkerker hork

Ongeveer 08:25 uur. Heb net boodschappen gedaan in de bijna verlaten AH aan de Zuiderweg. Loop met mijn fiets aan de hand over het trottoir langs de parkeerplaats van deze supermarkt, misschien een kleine meter van de weg af. Kerel die vanuit de tegenovergestelde richting, vanaf het spoor komt, wil zijn zwarte autootje de parkeerplaats opdraaien. Helaas voor hem loop ik in de weg. Hij staat eerst wel een fractie van een seconde stil voor de plint, maar rijdt dan ongeduldig die drempel op en daarmee op mij in. Ik voel me bedreigd en maak een schopbeweging naar zijn koplamp, bij wijze van waarschuwing en zonder die lamp te raken. Hij zet zijn auto nu wel resoluut stil, opent zijn portier, dreigt zijn auto uit te komen, besluit dat om de een of andere reden (strafblad, corona, mijn brede schouders?) toch maar niet te doen en eist verbolgen een verklaring. Als ik hem die gegeven heb, ontkent hij dat hij op me inreed en scheldt me uit voor klootzak.

Nou ja, die heeft zelfkennis, denk ik dan maar. Helaas vergeten zijn nummerbord te noteren, maar volgens mij komt hij uit de buurt.


“Corona bestaat niet! Ik heb het wel drie keer gehad!”

De gast zit me nog dwars in de kop. Het was maandag- of dinsdagavond bij de buurtsuper. Om de bekende reden ging ik er zo rond half zeven heen. Dan zitten mensen thuis te eten. Dan is het lekker rustig.

Goed, ik sta daar bij de kassa. Word ik vanachter aangetikt door een winkelkar. Ik kijk om en zie achter die kar een tiep van een jaar of veertig, vijftig, waarvan me vaag bijstaat dat ik hem wel eens eerder heb gezien. Hij bevindt zich te dicht me, ruim over zijn gele streep op de vloer. Hij zet zeven flesjes bier op de lopende band en kijkt me ietwat lodderig aan.

Ik verzoek hem zo beleefd maar dringend mogelijk of hij achteruit wil gaan: “Graag anderhalve meter afstand houden”. Achter hem mompelt een oudere man instemmend en maakt ruimte. Sloeber gaat inderdaad naar achteren: “Rustig maar….”

Ik keer me weer om naar de caissière. “Ja”, hoor ik achter me een stem zich verheffen, “Doe maar niet zo opgefokt, want corona bestaat helemaal niet!”.

Ik keer me weer om: “Corona bestaat niet ? Doe niet zo dom joh, volg jij het nieuws wel?”

Meteen besef ik dat ik dit niet had moeten doen. Hij heeft nu de volle aandacht van iedereen om ons heen en kijkt me triomfantelijk aan: “Nou bewijs dan dat het bestaat. Hoe weet je dan dat dat corona bestaat?”

Ik zeg: “Ik hou mijn medische vakliteratuur bij”.

Dat was wat overdreven en bleek niet afdoende. “En toch bestaat corona niet”, roept hij. En, lichtelijk hiermee in tegenstrijd: “Ik heb het wel drie keer gehad!!!”

De aerosolen vliegen me intussen om de oren, want met hem op de voorgeschreven afstand en met zijn winkelwagen nu ruim tussen ons in ruik ik opeens een fikse alcoholwalm.

Ik begrijp dat dit een zultkop is van het rasechte, provocerende soort, en dat ik er maar beter niet meer tegenin moet gaan. Bij het afrekenen geeft de caissière me een blik van verstandhouding.

Buiten, als ik het slot van mijn fiets haal, hoor ik een vrouw naast me zeggen: “Jullie hadden daar niet zo’n fijn gesprek hè?” Dat heb ik maar beaamd: “Een vriend van me is er bijna aan kapot gegaan, iedereen die nou nog geen anderhalve meter afstand houdt, mag wat mij betreft in zijn eigen longetter kreperen.”

Ze vond mijn toelichting wat cru, geloof ik.

Wilde niet wachten tot sloeber met zijn flesjes bier naar buiten kwam en fietste sneller dan anders naar huis toe. De volgende keer maar weer naar de andere supermarkt.


Verbleekte Boeddha

DSC03662 verbleekte boeddha

Was hem al kwijt, deze foto van een week of wat geleden. Hij bleek abusievelijk weggezet als Bieddha.


Ommetje Den Horn

Bangeweer – gelieve hier kikkergekwaak bij te horen:
DSC03765
Groeten uit Leegkerk:
DSC03768
Blaarkoppen, rood en zwart – deze week voor het eerst naar buiten:
DSC03774
In de berm bij de Nieuwbrug:
DSC03782
Bloesem, ook daar:
DSC03786
Weersterweg:
DSC03791
Weersterweg:
DSC03794
Opruiming bij spoorverdubbeling Den Horn:
DSC03801
Lagemeeden:
DSC03805
De laan is geel, het land is groen, nog steeds Lagemeeden:
DSC03811
In de berm bij de Zuidwending:
DSC03815
Kastanjeknoppen bij de Zuidwending:
DSC03820
Een paar kwamen al uit:
DSC03828
Paardebloem:
DSC03832
Hondsdraf?:
DSC03842
In dierenweide Minerva waren er drie hangbuikzwijntjes aan het wroeten en grazen:
DSC03854


Hersensurrogaat

Bij het doen van boodschappen herinnerde ik me opeens weer het gevalletje van afgelopen maandagochtend, ook in de supermarkt.

Het was er bepaald niet druk, er stond maar één enkele andere fiets in de rijwielstanders tegen de gevel. Wel was er binnen een heel regiment vakkenvullers bij de schappen aan het werk. Goed, ik pak mijn dingen en omzeil de vakkenvullers, door steeds een andere gang te nemen dan die waarin zij aan het werk zijn. Bij de kassa gekomen zie ik de eigenaar van de andere fiets, een man van in de zestig, afrekenen.

Ik leg mijn spullen op de band en de kassajuffrouw piept ze af. Als het mijn beurt is om te betalen, zie ik dat mijn voorganger nog steeds bij de eindband staat en heel secuur zijn kassabonnetje nakijkt. Zijn boodschappen raakt hij niet aan en liggen nog steeds maximaal uitgespreid over de eindband. Als ik op de gewone plek, rechts van de kassa, het kassabonnetje in ontvangst zou nemen, zou ik in zijn cirkel komen. Dus ik grap tegen de kassajuffrouw dat dat nog wel een jaar gaat duren en gebaar tegen haar dat ik die kassabon graag links van de kassa ontvang.

Goed, ze legt het bonnetje daar glimlachend  neer en ik pak het eveneens glimlachend op om het in mijn jaszak te stoppen. Mijn spullen liggen intussen voortdurend op de eindband vlak naast die van de man. Ik moet om hem heen, maar kan dat niet in de vrij krap bemeten ruimte tussen de eindband en het neerhangende anticorona gordijn van doorzichtig plastic,  tenminste niet als ik niet in zijn anderhalvemetercirkel wil komen. Dus ik wacht en kijk het nog even aan.

Achter me ontstaat op dat moment een kleine file. De man voor me echter, doet of hij niets in de gaten heeft en kijkt bedragje voor bedragje op het bonnetje na, tergend langzaam, met zijn vinger langs de bedragen. Zijn spullen liggen intussen nog steeds maximaal uitgespreid op die eindband, naast die van mij.

Eindelijk verlies ik mijn geduld en ga er zo wijd mogelijk om hem heen, waarbij ik mopper dat het coronatijd is, dat er mensen op hem staan te wachten en dat hij best wel wat meer haast mag maken. Op dat moment gaat hij net bezig met het uitvouwen van een uiterst zorgvuldig opgevouwen tweedehands plastic tas voor het eindelijk maar dan toch opbergen van zijn boodschappen. “Sorry”, zegt hij, “ik kan niet sneller”. Dat is baarlijke nonsens, want hij had dat bonnetje ook wel op een andere plek in de winkel of thuis kunnen narekenen, en hoefde dat niet perse bij de kassa te doen waar anderen met smart op hem staan te wachten. Het gemier bij een kassa om een eventueel teveel betaald dubbeltje vind ik überhaupt al niet zo sympathiek als anderen daarop moeten wachten. Maar ik slik mijn antwoord in en prop mijn boodschappen als de wiedeweerga in mijn tas om van hem af te zijn.

Sommige mensen, zo is mijn conclusie als ik mijn fiets van het slot afhaal, hebben na een dikke maand ‘intelligent lockdown’ nog steeds niet door wat er rondwaart in de wereld waarin we nu leven. Zich aanpassen – ho maar.

Vooruit, ik zal me van mijn beste kant laten zien. Zultkoppen zal ik ze heus niet meer noemen, maar er zit wel hersensurrogaat op de plek waar bij normale mensen een brein zit.


Rondje Kerkeweg

Pril kastanjeblad, Westpoort:

Perebloesem, Westpoort:

Perebloesem, Westpoort:

Buizerd, Kerkeweg tusen Hoendiep en Den Horn. Drie kievieten verjoegen hem en zijn vrouw:

Heel in de verte een waakzame grutto:

Sloot bij Nieuwbrug:

Blaarkop-pink, vandaag voor het eerst weer in de wei, Leegkerk:

Ja, je bent wel lief: