De ene boodschap staat een andere in de weg

In/op de Poffert wordt veel geklaagd over de snelheid van het passerende wegverkeer. De Pofferders hebben vast gelijk met hun klacht, waarbij het ze overigens zou sieren ook een oplossingsrichting aan te geven. Of ze er zèlf alles aan doen om die snelheid omlaag te brengen is ook de vraag. Het groen-wit-zwarte bord doet het niet vermoeden. Het geeft immers koersdata van paardenraces weer en haalt de aandacht weg van het bordje dat het harder rijden dan 30 verbiedt.

Advertenties

Iets loos in Hoogkerk?

Kwam op mijn avondrondje langs het Hoendiep en er haalden me twee politiewagens in. Op de Hoogkerkerbrug stond nog een derde op ze te wachten:

Terwijl er op de hoek van de Kotterstraat een vierde bijkwam uit de tegenovergestelde richting:

Waarvoor deze vrij zware inzet nodig was, bleek niet. Wel lagen bij de spoorwegovergang een aantal markeringsborden omver. Maar verder zag ik geen vervelio’s en was het gewoon rustig in de buurt. Misschien wilde men iemand oppakken?

(De foto’s zijn uit de losse pols vanaf de fiets gemaakt, vandaar de onscherpte.)


Rot op met je echte dit of dat

Gister had ik een vervelende aanvaring op Twitter, vooral doordat ik te snel hapte. Ik sloeg aan op “èchte Noorderlingen” ­­­­­­­– in de ogen van enkele voorstanders van vliegveld Eelde waren alle “echte Noorderlingen” namelijk voor verdere uitbreiding van vliegveld Eelde. Met andere woorden: als je daartegen bent, hoor je er niet bij. Volgens deze lui moeten nog tientallen lijnen van prijsvechters bijkomen. Leve de bulderbaan voor vluchtige passanten naar vakantiebestemmingen, die juist het kalme toerisme van verblijfsrecreanten uit Noord-Drenthe wegjaagt en de boel op den duur onleefbaar maakt.

Het zichzelf als “echte” dit of dat benoemen, is een gratis lintje dat men zichzelf opspeldt, om daarmee een aristocratische status te verkrijgen waarvoor men helemaal niets heeft hoeven doen. Iemand die dat als argument in een maatschappelijke discussie hanteert, is uit op uitsluiting. Alleen de status “echt” geeft zeggenschap, andersdenkende “import” moet zijn bek houden.

Dit speelde al in het dorp waar ik geboren en getogen ben, namelijk Havelte, toen daar vanaf ongeveer 1970 steeds meer mensen van buiten kwamen wonen, vaak mensen uit het maatschappelijk middenveld – artsen, leraren – die ook beter gebekt waren dan de autochtonen. Voor aardrijkskunde wilde ik er op de middelbare school een scriptie over schrijven, maar Jan Datema, de uit Peize afkomstige leraar die zelf “import” in Havelte was, wilde er niet aan. Jammer, want zo’n stuk had ik nu nog wel eens willen lezen.

Het speelde decennialang ook in de Groninger volkswijk de Oosterpoort, waar studenten de plek van de meeste (los) arbeiders en kleine zakenlui hadden ingenomen. Nog in de jaren negentig probeerde een oude middenstandster, mevrouw B., me in een verkeersdiscussie de mond te snoeren met de opmerking dat zij een èchte Oosterpoorter was. Met andere woorden: zij had recht van spreken en ik niet. Terwijl zij nooit ene flikker voor de buurt had gedaan, en ik me als buurtvrijwilliger 30 uur per week de benen uit het lijf liep.

Ook waar ik nu woon, in Hoogkerk, bestaat deze buitensluitende strategie door autochtonen. Als twee mensen met eenzelfde project bezig zijn, dan geeft een club van Hoogkerkers altijd de voorrang aan de persoon die ze vanouds kent, ook al heeft de nieuwkomer een beter verhaal.

Zo langzamerhand wil ik me er niet meer over stil houden. “Echte Hoogkerkers” mogen graag zwijmelen in nostalgie naar hun o zo prachtige gemeente die in 1969 jammerlijk opgeslokt werd door de intens gemene metropool Groningen. Waar je die “echte Hoogkerkers” nooit over hoort is dat Hoogkerk anders met het Westerkwartier zou zijn samengevoegd – of men daarmee beter af zou zijn, is zeer de vraag. Maar dat willen de mensen dus niet zien. Ze volharden liever in hun veel te rooskleurige voorstellingen van een gewaand paradijs, ruim een halve eeuw terug.

Overigens annexeerde Hoogkerk zelf Leegkerk, maar daar hoor je die Hoogkerkers natuurlijk niet over. Geheel ten onrechte staat het plaatsnaambord Hoogkerk helemaal voorbij Gravenborg, halfweg die wijk en de Koperen Jan. Dit bord hoort anderhalf kilometer zuidelijker te staan, bij de brug over het Kliefdiep, de oude kerspelgrens tussen Hoogkerk en Leegkerk. Aan de andere kant van de brug moet een bord Leegkerk komen te staan.


Het Pannekoekheem

De Pannekoek was een boerderij-herberg aan het Hoendiep, aan de Hoogkerker kant van de Zuidwending. Een jaar of 20, 30 geleden is deze gesloopt, en de plaats gaat langzamerhand op in de natuur. Dit weekend heb ik er op een avond even rond zitten kijken

Bij de entree:

Vergeten hek:

De eerste kattestaarten:

Betonnen koepad:

Zuring:

Verdrogende grond:

Dood mos in een streep avondzon:

En over alles heen de geur van kamille:


Kabelhaspel

Mijn grootvader had als aannemer van kabelwerken een jeep met een bak erachter, waarin een kleine kraan met zo’n kabelspoel paste. Sindsdien hebben die spoelen altijd mijn warme belangstelling. Aan de Roderwolderdijk staat al een poosje dit oranje exemplaar, met een paar andere. Gek genoeg zit er nog geen leus op voor de voetbalvrouwen:


Lantaarnpaal plat

Op weg naar het nieuwe Hoogkerker tennispark trof ik van het weekend deze trieste lantaarnpaal aan:

In eerste instantie dacht ik dat er een auto over het fietspad was gereden, een hypothese die ik meteen moest verwerpen, aangezien 10 meter achter me ettelijke paaltjes op het fietspad de toegang voor auto’s tot het fietspad versperden – daar was geen doorkomen aan.

Hypothese 2, dat een automobilist op deze fietspad afsluitende paaltjes was gestuit, en terugrijdend de lantaarnpaal met het verkeersbord had geramd, leek ook minder waarschijnlijk wegens de hoogte van het gedeukte verkeersbord. In dat geval had het een hele hoge vrachtwagen moeten zijn. Er lagen echter geen diepe sporen in het gras rechts naast het fietspad.

Bij nauwkeuriger inspectie leek het er sterk op dat er op het verkeersbord was gedanst. Het rechterdeel heeft plat op de stoep gelegen,  het linker boog zich licht om de lantaarnpaal heen. Vandaar hypothese 3: vandalen hadden de paal ’s nachts omvergetrokken, bijvoorbeeld om hun kracht aan meelopers te bewijzen. Helaas lieten ze geen adres achter waar de politie deze hypothese kan toetsen en waar bij bewezenverklaring de rekening naar toe kan worden gestuurd.


Van vogelidylle tot steenwoestijn

Het huisje tegenover de Kinderverlatenbrug staat te koop, zag ik in het voorbijgaan. Niet dat ik er zou willen wonen, zo dicht op vrij druk verkeer met ook vrij wat forse vrachtwagens, maar ik was benieuwd naar de prijs. Dus gestopt om fotootje te maken, zodat ik thuis het webadres van de makelaar kon lezen. Diens website geeft aan dat de documentatie op Funda staat: het huisje moet 2,2 ton opbrengen.

Terwijl ik de foto’s bekijk, gaat me iets dagen. Dat huisje, of liever gezegd zijn omgeving, zag er nog niet zo lang geleden heel anders uit. Bij Googles onvolprezen streetview vind ik het beeld van anderhalf jaar geleden. Het huisje werd toen nog bijna geheel aan het zicht onttrokken door groen, zowel bomen als heggen. In die heggen zat een menigte vrolijk tsjilpende mussen en in die bomen vertoefden heel wat zangvogels. Voor hun concert ben ik zelfs wel eens van mijn fiets afgestapt:

Tja, men koopt een huis op een moeilijk punt, maakt van de groene vogelidylle een kale steenwoestijn, ruimt met het groen ook zijn geluids- en warmtewerende kwaliteiten op en besluit na korte tijd om te verkassen.

Van binnen zal het huisje vast zeer verbeterd zijn – daar niet van – maar ik ben nu wel benieuwd hoeveel het nog opbrengt in vergelijking tot de vorige keer en of alle moeite zich uitbetaalt..