Achter de gevels van het Stationskoffiehuis te Vierverlaten

Ik zou nog terugkomen op het interieur en daarmee de functies van het Stationskoffiehuis te Vierverlaten. In 1912 liet uitbater Boerma het gedeelte met de doorrit en de stallen etc. verbouwen, en daaraan danken we een plattegrond van het hele complex. Dat viel grofweg uiteen in twee delen, die zo’n beetje in het midden werden gescheiden door de kruidenierswinkel en een gang zonder overkapping die naar het achtererf liep:

Grondplan 1912. RHC Groninger Archieven 1748-2739.

De westelijke helft van het complex, op het plaatje links, bestond grosso modo uit het eigenlijke koffiehuis, nog een bedrijfje en de achterliggende woning. De oostelijke helft rechts herbergde de doorrit en de stallen. Wat er veranderde, gaf de architect aan met donkere lijnen. Het betrof voornamelijk de muren in het ‘agrarische’ deel rechts: deze werden nieuw opgetrokken van steen in plaats van hout. Hoewel er dus niets aan het koffiehuisdeel links gebeurde, heeft de architect de bestaande toestand daarvan wèl in zijn tekening opgenomen. Zoomen we eerst in op dat deel:

Onderaan zie je de veranda aan de Trekweg. Deze passeren we op weg naar de deur (aangegeven door het dwarsstreepje) van de gelagkamer. Linksaf kan je dan naar de biljartzaal. Achterin de gelagkamer heb je de deur naar het woongedeelte (waarschijnlijk aangegeven met een bordje ”privé’) en naar een scheersalon. Behalve koffiehuishouder, winkelier en wagenverhuurder was Boerma dus scheerbaas of barbier. Tegenwoordig schijnt de combinatie van kapsalon en horeca weer gewild te zijn, maar destijds bestond die dus al. In het woongedeelte, tenslotte, treffen we de (woon)keuken, een bergplaats en een (nette) woonkamer aan. Naast de woonkamer zitten twee slaapkamertjes met samen drie bedsteden, die op de tekening aangegeven zijn met een kruis. Dezelfde kruisen zie je achteraan de biljartzaal. Hier zal het personeel hebben geslapen, terwijl de familie Boerma zelf bij de woonkamer sliep. In de westelijke muur van de biljartkamer en de bedsteden, die op foto’s van buiten overdekt is met klimop, ontbreekt een raam. In aanmerking genomen dat er in de biljart- en de gelagkamer flink gerookt werd, moet de slaapgelegenheid hier niet al te gezond zijn geweest.

Voor het rechter, ‘agrarische’ gedeelte van het complex gaan we eerst even terug naar 1907, toen Boerma het pas verworven had en wilde verbouwen:

RHC Groninger Archieven 1748-.2739.

Onder zie je het nog rechthoekige winkeltje met een lange toonbank in het midden en vaste bakken rechts. Tussen die toonbank en de bakken zal Boersma of zijn vrouw als winkelier hebben gestaan. Rechts, schuin naar achteren, heb je de doorrit, daar buitenom bevinden de bocht in de Trekweg en het Hoendiep/Koningsdiep. De wagendeuren van die doorrit zaten voor 1907 nog niet in de rooilijn van het koffiehuis en de winkel. Boerma wilde de passage langs die deuren gemakkelijker maken voor paarden en wagens . De rode stippellijn op de tekening geeft zijn bouwplan aan. Door twee hoekjes uit de winkel te nemen en die aan de doorrit toe te voegen en bovendien de gevel schuin uit te laten springen ten opzichte van genoemde rooilijn, zou hij niet alleen meer manoeuvreerruimte in de doorrit verkrijgen, maar ontstond er ook een meer besloten voorerf. Tegen dat uitspringen rees echter bezwaar vanwege de verkeersveiligheid op de naastgelegen Trekweg en de uitkomst was dat de wagendeuren in de rooilijn van winkel en koffiehuis kwamen te staan. Dat Boerma hiervoor echter compensatie kreeg, blijkt uit de schets van de bestaande toestand uit 1912:

Vergeleken bij de tekening uit 1907 maakt de doorrit hier een heel andere hoek ten opzichte van die rooilijn: het gebouw neemt nu meer ruimte in. Achter de doorrtit moet een wat hokkerige toestand hebben bestaan met links een koetshuis en een turfhok, beide uitkomend op de de doorrit, centraal een koestal met grup en gang en rechts een paardestal, met eromheen een bergplaats, een berging en het privaat, waarvan de architect het ronde gat boven het poeptonnetje ook intekende. De paardestal viel in twee delen uiteen – er konden dus waarschijnlijk twee paarden staan.

Bij het opnieuw optrekken van dit oostelijke deel van het complex verandert zijn plattegrond nogal:

Het turfhok kwam dichterbij  de doorrit, de koestal verplaatste men naar de buitenkant, de paardestal kreeg meer ruimte en werd nu geschikt voor drie paarden in plaats van twee, er was een nieuwe bergruimte voor rijwielen, terwijl het privaat ook iets anders gepositioneerd werd, maar zijn rondje behield. Zo moet de toestand geweest zijn tot een nieuwe uitbater in 1927 de boel andermaal veranderde. De voorgevel langs de bocht van de Trekweg zag er intussen zo uit:

Links een stukje koffiehuis, het winkelpuitje met het Jugendstil-etalageraam en de zuidwestelijke wagendeuren van de doorrit. Deze stonden allemaal op dezelfde rooilijn. Rechts van de wagendeuren maakte de gevel dan een knik, wat hij opnieuw deed links van de noordoostelijke wagendeuren. In de muur ertussen zaten vier ramen, boven de doorrit was er nog een zolder voor opslag van bijvoorbeeld hooi. Erg veel allure had deze hoekoplossing niet.

Eind 1925 wilde Hinderikus Boerma het hele complex al onderhands verkopen. Blijkbaar kreeg hij na zijn krantenadvertentie geen aannemelijk bod en een jaar later liet hij het veilen:

Nieuwsblad van het Noorden 20 november 1926.

Opmerkelijk is dat de scheersalon niet in deze aankondiging genoemd wordt. De koestal bood kennelijk ruimte voor tien runderen, de derde paardebox moet in beslag zijn genomen door iets anders. Weliswaar heet de zaak in de advertentie een “neringrijk stationskoffiehuis”, maar bij het aanprijzen van de lokatie in de laatste alinea’s speelt het station geen rol – kennelijk waren louter de verkeersweg, het vaarwater en de fabrieken relevant voor het mogelijke vertier.

Bij het opbieden en afslaan bleek Gerrit Danhof uit Eenrum de hoogste bieder met ƒ 15.200,-. Krachtens de koopvoorwaarden moest hij bovendien nog 250 gulden betalen voor de winkelkast, een grote en drie kleinere winkelbakken en de elekrische lampen, behalve dan die in de woonkamer. Een stuk land aan de overkant van het Koningsdiep, dat Boerma eerder gepacht had en dat tegelijkertijd onder de hamer kwam, nam Danhof bovendien nog van de eigenaren over voor 175 gulden.

Niet bij de koop inbegrepen waren de café-inventaris en de winkelgoederen en –gereedschappen. Hiervoor zette Boerma eind april 1927 een boeldag op touw:

Nieuwsblad van het Noorden 16 april 1927.

Met die hoeveelheid melkvee was Boerma een grotere boer dan menige keuter op zand of veen. De hooihark zal hij hebben gebruikt om het land aan de andere kant van het Koningdiep te hooien. Zijn biljart was Gronings fabrikaat, de eikenhouten kappersstoel werd uit de scheersalon verwijderd en in het koffiehuis konden, afgezien van de markttafel en de banken, maar liefst 60 mensen op de Weense en andere stoelen zitten, bijvoorbeeld bij een vergadering of festiviteit.

In weerwil van de aankondiging kwam er op de boeldag geen paard onder de hamer, De gekruiste Belgische ruin was blijkbaar vooraf al onderhands verkocht. De koeien en de vijf schapen gingen naar boeren in Foxwolde, Roderwolde, Tolbert, Lettelbert en Vierverlaten. Misschien zegt dit ook iets over de klandizie van het koffiehuis. Naast die ene scheerstoel van de advertentie, die 18 gulden opbracht, had Boerma nog een andere, slechts 3 gulden waard. Als bijzonder stuk is nog een albumstander vermeldenswaard. In totaal bedroeg de opbrengst van de boeldag ruim 1200 gulden, waarvan de kleine helft voor rekening kwam van de levende have.

Kortom, toen Hinderikus Boerma ophield met het Stationskoffiehuis te Vierverlaten, bleek hij naast koffiehuishouder tevens kruidenier, scheerbaas, wagenverhuurder en veeboer. Zijn kostwinning was zeer divers. Vermoedelijk zou dat niet zo het geval geweest zijn, als het koffiehuis achter die fraaie veranda hem voldoende had opgeleverd.

Bronnen, naast de genoemde: RHC Groninger Archieven, archief notaris Jan Vellinga Leek, de akten 1926-340 en 352 (een geheel vormend), en 1927-105.


Een kijkje in kartonfabriek De Halm

De gemeente Groningen legt uit wat er met het hier ingezamende oud papier gebeurt. Dat gaat naar kartonfabriek De Halm in Hoogkerk. Met iemand van dat bedrijf loopt men langs de stadia in het productieproces – ons oude papier blijkt binnen drie uur kersvers karton:


Het Stationskoffiehuis te Vierverlaten, zijn lokatie en façade

We staan op de brug van Vierverlaten met onze rug naar de Roderwolderdijk en kijken schuin over het bevroren Hoendiep naar het streekje aan de noordkant, dat ook wel eens de Vierhuizen werd genoemd:

Hoendiep nz. Vierverlaten, 1903-1905. RHC Groninger Archieven 818-16220.

Uiterst rechts, daar waar het Hoendiep kruist en zich even identificeert met het Koningsdiep, staat het Stationskoffiehuis van Vierverlaten. Zoomen we daarop in via een uitsnede uit bovenstaande ansicht:

Links van de voorgevel staat de hand- of strijkpaal, waarover een paar dagen geleden enige discussie was. Die voorgevel oogt nogal gewoontjes. Een rijtje knotlinden moet ’s zomers voor schaduw en verkoeling zorgen. Rechts van het eigenlijke koffiehuis het kruidenierswinkeltje dat de koffiehuis- of caféhouder tevens uitbaat, en de wagendeuren van zijn doorrit. De bocht van de weg ligt om die doorrit heen. Achter die bocht zie je enkele goederenwagons op de spoorweg.

Het volgende plaatje liet ik al eens zien, daarom dit keer de eigenlijke foto zonder zijn bloemrijke omlijsting. Links de hand- of strijkpaal, het gewonige voorgeveltje, nu zonder de linden, nog een paal met een bordje met het devies ‘Langzaam’ in kapitalen, het winkeltje, de doorrit en het jachtwagentje bij de bocht van de weg. Voor het huis poseren vrouw Boerma, haar piepjonge dochtertje en haar dienstbode voor de langskomende fotograaf:

Dat jaar, 1907, was er een verbouwing geweest, waarbij de doorrit er een hoek ruimte bij kreeg ten koste van het winkeltje, dat er echter een aardig puitje voor terugkreeg met een kroon er bovenop en een Jugendstil-krul in het etalageraam:

Bouwtekening (calque) van Eldering en Duisterwinkel uit 1907. Collectie RHC Groninger Archieven 1748-2739.

Een jaar later, in 1908, kreeg het eigenlijke koffiehuis een facelift in de vorm van een eclectische veranda met negentiende-eeuwse en Jugendstil-elementen. De omgekeerde blauwdruk:

Bij het eeuwfeest 1813-1913 van de bevrijding van het Franse juk stak eigenaar Boerma de nationale vlag uit. Tevens bouwde hij een erepoort met veel groen voor de ingang van zijn veranda, die verder met lampions werd versierd. Boerma’s dochtertje, dan 8 jaar en zoontje, dan 4, poseren voor de veranda, die aan de zijkant niet helemaal lijkt uitgevoerd zoals het bewaard gebleven ontwerp van architect Eldering aangaf:

Collectie Bert Visser.

Van weer een paar jaar later is er opnieuw een fraaie overzichtsfoto, waarvan een bekwaam schilder eens een schilderij zou moeten maken. De grindweg langs het Hoendiep lijkt net een laagje nieuw zand te hebben gekregen. Uiterst links, op de hoek van het Hoendiep en het Koningsdiep, staat een prieel op de landtong. In het midden een oude herberg die boven alles uitsteekt, de brug met het verlaat of de sluis erachter en het verlaatshuis, waar je ook wel wat kon drinken.  Links op de voorgrond twee scheepsjagers bij een rolpaal. In de verte het schip dat ze trekken, het komt net door de brug heen. En rechts het Stationskoffiehuis met zijn veranda en een fietsenrek ervoor:

Bocht Hoendiep Vierverlaten gezien naar het westen, ca. 1915. RHC Groninger Archieven 1986-23523.

De hand- of strijkpaal staat er dan nog en vanuit dit standpunt in de bocht is ook goed te zien dat hij aan zijn doel beantwoordt. Immers, schippers die vanaf Hoogkerk komen, zullen hier naar rechts over de weg heen kijken of de vaart naar de brug en sluis vrij is. De paal loopt ze dan in het oog, en voor schippers vanuit de richting De Poffert geldt uiteraard hetzelfde.

Achter het Stationskoffiehuis is dit in 1919 het beeld:

Collectie HJRNoorden (Flickr).

Er is nog veel vrije ruimte met weiland of moestuinen. Aan de overkant van het spoor zien we het stationnetje en de dienstwoningen. Meer naar rechts zit de spoorwegovergang, die gesloten is vanwege een passerende stoomtrein. Uiterst rechts kan je nog niet een randje van Boerma’s opstallen zien. Later zal in die vrije ruimte nog een rijtje arbeiderswoningen verrijzen.

Tot slot een foto waarbij Boersma’s opvolger Danhof poseert voor zijn café- en winkel. Hij nam de zaak in 1927 over en maakte vrijwel meteen korte metten met alle Jugendstiltierelantijnen. De veranda verdween en maakte plaats voor een gevel waarvan de sterk vergrote ramen tot op de grond doorliepen. De winkel kreeg een strakke art deco-pui. Aan de bovenkant van de ramen zitten nu bij zowel de winkel als het café gekleurde glas in loodvensters:

Café Danhof Vierverlaten, ca. 1935. RHC Groninger Archieven 1986-23524.

In 1937 hield Danhof op met het Stationskoffiehuis, dat nog enkele decennia door andere uitbaters werd voortgezet als een gewoon café. Ook achter de gevels veranderde er in de loop der jaren het een en ander. Maar daarover graag een volgende keer.


De veranda van het Stationskoffiehuis te Vierverlaten

In 1908 ontwierp een architect Eldering deze prachtige “warande” voor het Stationskoffiehuis te Vierverlaten:

Ik heb de entreepartij er nog even uitgeknipt:

Typisch Jugendstil, die bekroning. Terwijl de omlijstingen met latwerk en de hekjes me meer negentiende-eeuws aandoen.

Wordt vervolgd.

Bron: RHC Groninger Archieven 1748 (archief gemeente Hoogkerk) inv.nr. 2739.


Station Hoogkerk-Vierverlaten

Van 1866 tot 1951 stopten de passagierstreinen op de lijn Groningen-Leeuwarden nog bij een Station (Hoogkerk-)Vierverlaten, dat zich bevond aan de noordwestkant van de huidige spoorwegovergang bij het Hoendiep, ten westen van de suikerfabriek. In 1902 verrees hier een stationsgebouw. Na de opheffing van de publieksfunctie stonden de opstallen nog een paar decennia het goederenvervoer ten dienste. Medio jaren 80 werden ze gesloopt.

Volgens Stationsweb lag de halte “nogal afgelegen, wat niet gunstig zal zijn geweest voor de reizigersaantallen”. Iemand die daarop reageerde, schreef dat er er nogal wat arbeiders van de suikerfabriek uit- en instapten: “In de bietencampagne gaf dat vaak volle treinen”. Zelf denk ik dat het station nadrukkelijk ook een streekfunctie had, bijv. voor boeren uit Noordwest-Drenthe en oostelijk Westerkwartier die naar de Leeuwarder veemarkt wilden. Die was groter dan de Groningse veemarkt, en trok veel bezoek uit het Westerkwartier.

Vandaag vond ik in het archief van de voormalige gemeente gemeente Hoogkerk een plattegrondje in blauwdruk uit 1913 van het terrein en de opstallen van dit station. Daarvan heb ik de kleuren omgedraaid, terwijl ik het contrast wat aandikte en de contouren van het halte- of stationsgebouw rood maakte:

RHC Groninger Archieven 1748-3945.

De toegangsweg en het voorplein lagen aan de noordkant. Die toegangsweg liep vanaf de provinciale grindweg langs het Hoendiep. Aan die toegangsweg stonden enige dienstwoningen voor het personeel. Ten zuiden van de dienstwoningen en het belendende haltegebouw lagen de twee perrons: een lang perron aan de noordkant van de twee doorgaande spoorlijnen, een kort perron tussen deze beide lijnen in. Aan de zuidkant van het emplacement bleek er zelfs nog een doodlopend spoor voor het laden en lossen van goederenwagons te liggen, met een flankerende Losweg. Ten westen van het stationsgebouw bevonden zich nog een goederenloods en een kolenloods.

RHC Groninger Archieven 1986-23519.

Volgens Stationsweb was het stationsgebouw een “klein gebouw met uitsluitend dienstruimten”. Dat van die dienstruimten zal dan na 1951 het geval zijn geweest, want een prentbriefkaart van ongeveer 1910 laat zien dat er vier uithangbordjes aan de perronkant hangen, die als functies aangeven:

  • Privaten, waterplaats
  • Wachtkamer 1ste klasse
  • Doorgang (naar het voorplein)
  • Wachtkamer 2de klasse

Dat die wachtkamers waarschijnlijk ook een horecafunctie hadden, blijkt uit de talrijke emaillebordjes op de muren tussen de deuren en ramen. Achteraan zie je het uitbouwtje, dat ook op de plattegrond zichtbaar is. Op het perron staan spoorwegmannen, ik denk met familie. De loc voert het nummer 1071. Of het is oostenwind, of hij duwt de trein richting Groningen. Rechtsachter bevindt zich de spoorwegovergang, die door de trein wordt geblokkeerd. Het tussenperron lijkt lager en is geplaveid met steenslag, mogelijk had dat geen publieke functie. Uiterst rechts is het spoortje voor het laden en lossen zichtbaar.

RHC Groninger Archieven 1986-23521.

Iets ouder lijkt een foto die van de andere kant af genomen is, en waarop bijna louter personeel poseert. Hierop zie we weer dezelfde bordjes als op de vorige foto. De uitbouw komt hier mooier in beeld, de twee schoorstenen zullen de wachtkamers voor wat betreft de verwarming rookvrij hebben gehouden. De goederenloods staat er al wel en de kolenloods nog niet.

Kortom, het haltegebouw had wel degelijk een publieksfunctie met die twee wachtkamers. De samensteller van Stationsweb heeft niet goed naar de door hem geplaatste foto’s gekeken.

Hoewel er dus waarschijnlijk warme en koude dranken in die wachtkamers werden geserveerd, was er apart ook nog een stationskoffiehuis.

RHC Groninger Archieven 1986-23520.

Waar dit zich bevond is onbekend. Aan de richtingaanwijzer en de achtergrond te zien, stond het echter bij de bocht van de provinciale weg langs het Hoendiep ten zuiden van de spoorwegovergang, dus vanaf het station gezien aan de overkant van het spoor. Het café, de winkel en de stalling werden getuige het uithangbord geëxploiteerd door een H. Boerma. Voor het huis staat een soort van jachtwagentje – het zou me niet verbazen als Boerma die bij wijze van taxi verhuurde, niet zozeer aan de arbeiders van de suikerfabriek, als wel aan de veeboeren uit de wijde omtrek.


Ommetje Roderwolderdijk – Weersterweg – Leegkerk

Tinten bij de Roderwolderdijk:

Bij de wal van de A7:

Bij Landschapsbeheer:

Bij het viaduct over de A7:

Bij het viaduct over de A7:

Detail blad:

Uit het zuidwesten nadert een tegendraadse bui (de overheersende windrichting was noordwest):

Dit kwam uit het noordwesten:

Bij het Aduarderdiep:

Weersterweg richting Den Horn:

Weersterweg:

Naderende bui, Weersterweg:

Uitgelicht arbeidershuisje bij de Weersterweg:

Kat op jacht in de berm:

Toch maar van de vlakte af. Boerderij bij Leegkerk:

Net op tijd in het kerkportaal:


Ommetje Feerwerdermeeden

Het kerkhof van Hoogkerk:

Kwikstaart bij Kleiwerd:

Puberschapen verkennen bult klinkers bij Dorkwerd. De moeders: Ach laat ze maar, ze zijn maar één keer jong:

Op de Feerwerdermeeden een collectie foto’s van bovenlichten bekeken – deze herkende ik van Noordbroek:

Op de terugweg langs Feerwerd, Garnwerd en Hekkum. Bij de Reitdiepdijk bleek een markant bomenbosje gekapt, er zat ziekte in:

Landschap bij Hekkum:

Narcissus de grutto:

Een en al oor, deze haas, de eerste die ik sinds een hele tijd zag:

Dijklandschap bij de Wierumerschouwsterweg:

Kievit viel buizerd aan, was hem helaas al voorbij toen ik af kon drukken:

Buizerd keert mismoedig nestwaarts:

Oude boomsingel bij de Wierumerschouwsterweg:

Tinten langs de Wierumerschouwsterweg, waarschijnlijk door het verschillende tempo waarmee de bomen in blad schieten:

Pril blad:

Oude haas bij Hoogkerk:

De avond valt in Hoogkerk: