Spinneweb

Vanochtend langs het Hegepad waren tal van bedauwde spinnewebben zichtbaar in het struweel. Qua lichtval en formaat sprong deze eruit:

Van wat meer afstand:

En nog wat dichterbij:

Advertenties

In het Viooltjesland

In het Viooltjesland langs de Roderwolderdijk loopt wat wit vee rond. Onder andere dit stiertje:

Wiens neus zeer gezocht is:

Er is nauwelijks schaduw in de middag, dat zoeken ze bij elkaar en daarom staan ze op een kluitje:

De vliegen hangen ook aan zijn oogleden – dat gaf een straaltje bloed, zo lijkt het:


Beschavingsoffensief


Albert Heyn, Zuiderweg Hoogkerk.


Een moerassprinkhaan op de trap

Je herkent hem aan zijn rode ‘hamstrings’:


De ene boodschap staat een andere in de weg

In/op de Poffert wordt veel geklaagd over de snelheid van het passerende wegverkeer. De Pofferders hebben vast gelijk met hun klacht, waarbij het ze overigens zou sieren ook een oplossingsrichting aan te geven. Of ze er zèlf alles aan doen om die snelheid omlaag te brengen is ook de vraag. Het groen-wit-zwarte bord doet het niet vermoeden. Het geeft immers koersdata van paardenraces weer en haalt de aandacht weg van het bordje dat het harder rijden dan 30 verbiedt.


Iets loos in Hoogkerk?

Kwam op mijn avondrondje langs het Hoendiep en er haalden me twee politiewagens in. Op de Hoogkerkerbrug stond nog een derde op ze te wachten:

Terwijl er op de hoek van de Kotterstraat een vierde bijkwam uit de tegenovergestelde richting:

Waarvoor deze vrij zware inzet nodig was, bleek niet. Wel lagen bij de spoorwegovergang een aantal markeringsborden omver. Maar verder zag ik geen vervelio’s en was het gewoon rustig in de buurt. Misschien wilde men iemand oppakken?

(De foto’s zijn uit de losse pols vanaf de fiets gemaakt, vandaar de onscherpte.)


Rot op met je echte dit of dat

Gister had ik een vervelende aanvaring op Twitter, vooral doordat ik te snel hapte. Ik sloeg aan op “èchte Noorderlingen” ­­­­­­­– in de ogen van enkele voorstanders van vliegveld Eelde waren alle “echte Noorderlingen” namelijk voor verdere uitbreiding van vliegveld Eelde. Met andere woorden: als je daartegen bent, hoor je er niet bij. Volgens deze lui moeten nog tientallen lijnen van prijsvechters bijkomen. Leve de bulderbaan voor vluchtige passanten naar vakantiebestemmingen, die juist het kalme toerisme van verblijfsrecreanten uit Noord-Drenthe wegjaagt en de boel op den duur onleefbaar maakt.

Het zichzelf als “echte” dit of dat benoemen, is een gratis lintje dat men zichzelf opspeldt, om daarmee een aristocratische status te verkrijgen waarvoor men helemaal niets heeft hoeven doen. Iemand die dat als argument in een maatschappelijke discussie hanteert, is uit op uitsluiting. Alleen de status “echt” geeft zeggenschap, andersdenkende “import” moet zijn bek houden.

Dit speelde al in het dorp waar ik geboren en getogen ben, namelijk Havelte, toen daar vanaf ongeveer 1970 steeds meer mensen van buiten kwamen wonen, vaak mensen uit het maatschappelijk middenveld – artsen, leraren – die ook beter gebekt waren dan de autochtonen. Voor aardrijkskunde wilde ik er op de middelbare school een scriptie over schrijven, maar Jan Datema, de uit Peize afkomstige leraar die zelf “import” in Havelte was, wilde er niet aan. Jammer, want zo’n stuk had ik nu nog wel eens willen lezen.

Het speelde decennialang ook in de Groninger volkswijk de Oosterpoort, waar studenten de plek van de meeste (los) arbeiders en kleine zakenlui hadden ingenomen. Nog in de jaren negentig probeerde een oude middenstandster, mevrouw B., me in een verkeersdiscussie de mond te snoeren met de opmerking dat zij een èchte Oosterpoorter was. Met andere woorden: zij had recht van spreken en ik niet. Terwijl zij nooit ene flikker voor de buurt had gedaan, en ik me als buurtvrijwilliger 30 uur per week de benen uit het lijf liep.

Ook waar ik nu woon, in Hoogkerk, bestaat deze buitensluitende strategie door autochtonen. Als twee mensen met eenzelfde project bezig zijn, dan geeft een club van Hoogkerkers altijd de voorrang aan de persoon die ze vanouds kent, ook al heeft de nieuwkomer een beter verhaal.

Zo langzamerhand wil ik me er niet meer over stil houden. “Echte Hoogkerkers” mogen graag zwijmelen in nostalgie naar hun o zo prachtige gemeente die in 1969 jammerlijk opgeslokt werd door de intens gemene metropool Groningen. Waar je die “echte Hoogkerkers” nooit over hoort is dat Hoogkerk anders met het Westerkwartier zou zijn samengevoegd – of men daarmee beter af zou zijn, is zeer de vraag. Maar dat willen de mensen dus niet zien. Ze volharden liever in hun veel te rooskleurige voorstellingen van een gewaand paradijs, ruim een halve eeuw terug.

Overigens annexeerde Hoogkerk zelf Leegkerk, maar daar hoor je die Hoogkerkers natuurlijk niet over. Geheel ten onrechte staat het plaatsnaambord Hoogkerk helemaal voorbij Gravenborg, halfweg die wijk en de Koperen Jan. Dit bord hoort anderhalf kilometer zuidelijker te staan, bij de brug over het Kliefdiep, de oude kerspelgrens tussen Hoogkerk en Leegkerk. Aan de andere kant van de brug moet een bord Leegkerk komen te staan.