Rondje Leegkerk


Ommetje Lagemeeden

Achterkant suikerfabriek:

Vierverlaten met dampend vloeiveld suikerfabriek op de achtergrond, gezien vanaf Westpoort:

De Poffert bij de Pannekoek: buizerd met ‘ambtsketen’ op zandbult:

Vanaf boerderij Van Zanten, Leegkerk – de nieuwe toren in de verte:

(Foto’s van gister; vandaag was het te mistig en grijs.)


Rondje Eiteweert – Leegkerk

Langs het zuidelijke deel van de Zuiderweg in Hoogkerk is één boom uit een rij omgezaagd. Alle bomen zijn kaal, alleen de stomp van die ene draagt blad:

Groningerweg Peizermade – in een rijtuigie:

IJs op sloot bij de Langmadijk:

Zicht op de suikerfabriek vanaf de Legeweg onder Leegkerk:


“Beveiligd door Bandit”

Gezien bij de ingang van vernieuwde AH in ons dörp: sticker, dienende ter afschrikking van plofkrakend canaille dat het op de geldautomaat heeft voorzien. Zodra dit gespuis bij nacht en ontij binnenvalt, slaat er een apparaat aan dat ze effectief de dampen aandoet. Op het tekeningetje rent boevemans nog de deur uit, maar gezien ettelijke productvoorlichtingsfilmpjes is het maar zeer de vraag of hij überhaupt nog de weg naar buiten weet te vinden.

Veel van die filmpjes zijn drie jaar oud en dus is het product niet nieuw, maar ik zag het plakplaatje vandaag voor het eerst en dat is wat hier telt.

Opmerkelijk overigens, dat de firma zich Bandit noemt. Met boeven vangt men boeven, heet het. Een variatie daarop is: Bandit beveiligt u tegen bandieten.


Bij de ingang van de Appie

Ik kom aanzeilen op mijn fietsie, maar er staat een gezinnetje op de fietsparkeerplekken naast de ingang van de AH. Een kleine vrouw is bezig met het in- en opladen van de boodschappen en haar kind, haar forse man staat met zijn fiets breeduit op het complete rijtje parkeerplekken, zijn licht gebogen rug naar me toe. Ik besluit om maar even te wachten. Het duurt langer dan gedacht. Eindelijk keert de man zich om: “Wil je hier je fiets neerzetten soms?” Het klinkt nors, onvriendelijk. Ik hou mijn antwoord maar zo kort mogelijk: “Ja”. Licht agressief klinkt het nu: “Nou dat had je toch ook wel even kunnen zeggen niet?” Eindelijk haalt hij zijn fiets weg en kan ik de mijne neerzetten. Hij en zijn gezinnetje stappen op en rijden richting brug weg. Ietwat verbouwereerd staar ik ze na. Meneer kijkt nog even om.


Roderoede blijkt bekkensnijder

In de nacht van 7 op 8 mei 1745 ging Roelof Pieters vreselijk tekeer op de “publike Heereweg tusschen de Hogemeeden en Aduard”. Met vier andere mannen liep hij van een boeldag op de Hogemeeden terug naar Aduard, zijn woonplaats. Eerst gaf hij zijn eerste metgezel

op een agterbaxe en onverhoedse wijze twee sneeden in het aangesight, de eene boven het oog, de ander even boven het kinnebakken”.

Vervolgens achterhaalde hij nummer twee, die op de vlucht was geslagen en diende hem een snee boven het oog en een kerf over de kin toe. Terwijl hij meteen daarop nummer drie een haal met zijn mes over de hand gaf.

Roelof Pieters moet een sterke kerel geweest zijn, als hij drie man zonder noemenswaardige tegenstand zo kon beschadigen. Op boeldagen werd nogal eens flink gedronken, maar bij dronkenschap gaat het vaak om blind geweld, en hier lijkt juist sprake van enige precisie, een bijna rituele strafoefening die bestond uit het letterlijk toedienen van gezichtsverlies.

In dit verband doet het ter zake dat Roelof Pieters de roderoede of veldwachter van Aduard was. Zijn baas, de redger, vond dit alles niet te billijken, maar “saken van de uiterste consequentie”, een roderoede des te minder passend “als sijnde in dienst van het gerigte”. Hier moest een voorbeeld worden gesteld. Toch wilde de redger ook niet al te hard zijn. Hij ontsloeg Roelof Pieters als roderoede van de jurisdictie Aduard en verbande hem voor zes jaar uit de provincie. Mocht Pieters die ban breken, dan dreigde een lijfstraf.

Onder de rechtstoel van Aduard vielen destijds ook Hoogkerk, Leegkerk en Dorkwerd. De roderoede van die onderhorige dorpen, Menne Derks uit Leegkerk, was eveneens bij de bloedige voettocht aanwezig geweest, maar had geen vinger voor de slachtoffers uitgestoken. Niet alleen had hij “geen de minste devoiren aangewend” om de bekkensnijderij door zijn Aduarder collega te beletten, ook liet hij na het gerecht erover in te lichten. Daarmee had hij zich schuldig gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, en dat rekende de redger hem zwaar aan, zij het ook nu weer met enige coulance. Menne Derks moest bij wijze van boetedoening zijn ambt een half jaar lang gratis vervullen, terwijl zijn traktement voor die periode naar de diaconieën van Hoogkerk en Leegkerk ging, elk voor de helft. Als Derks in dat halve jaar zijn werk nog eens niet naar behoren deed, kreeg ook hij ontslag.

Roderoeden kwamen vaak voort uit de arbeidersstand en ze hadden het dus absoluut niet breed. Hoe zo iemand en zijn gezin moesten leven, als hij zijn werk gratis moest doen, vertelde de redger er niet bij. Dat kwam dan waarschijnlijk neer op bedelen, maar dat was verboden en illegaal – een roderoede had immers als eerste taak het weren van bedelaars uit zijn ressort.

Bron: Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 178: beide vonnissen van 8 juli 1745.


Populierenkap aan de Peizerweg

Werkelijk het enige wat de Peizerweg nog een draaglijk aanzien verschafte, moest blijkbaar nodig worden opgeruimd. Zo’n mooie populierenlaan zullen we hier dus van onze levensdagen niet meer aanschouwen. Dat we voor de operatie moesten omrijden was nog het minste leed:

Takken over het pad:

Van gestripte stammen:

Lopende bandwerk, dat eindigt met het in stukken zagen van de stammen, waarna de kale troosteloosheid van bedrijfsgebouwen in het onbarmhartige daglicht treedt:

Weg schaduw op de zomeravond, weg windvang bij winterdag.