Het glas in lood van de Groninger sjoel

Was onlangs in de Groninger synagoge. Fenomenale glas in loodpartijen heb je daar:

DSC01513

DSC01517

DSC01520

DSC01537

DSC01548

DSC01553

DSC01559

DSC01578


Vroege voorbeelden van gemengde sport

Op zoek naar een bepaald plaatje kwam ik de fraaie sluitzegels van Kahrel’s Thee weer tegen. Het betreft een ongeveer honderd jaar oude serie van sporten. Dat zijn niet louter competitieve – er zitten ook sporten tussen die paarsgewijs door man en vrouw worden beoefend zonder vooropgezet doel om de beste of de snelste te willen zijn.

Wielrijden:
027 - fietsen
Scheuvelen:
027 - schaatsen
Teunissen, zoals mijn overgrootvader het noemde:
027 - tennis
En visken. Kerel kijkt niet naar dobber en vangt niets. Hoewel?:
027 - vissen


‘Boer tussen kunst & koren’

scan_0100 (2)

Vandaag op de kop af 54 jaar geleden, stond Albert Waalkens op de cover van de Katholieke Illustratie.

Binnenin het blad, later opgegaan in de Nieuwe Revue, vind je een uitgebreid beeldverslag. De boer uit Finsterwolde dankte de ongewone belangstelling aan het feit dat hij “doelbewust nieuwe wegen heeft ingeslagen”. In en om zijn boerderij zag men namelijk een grote collectie abstracte kunst. Zelfs aan zijn verschijnling kon je het merken:

“De heer Waalkens laat tot in zijn uiterijk zien, dat hij de moderne kunst is toegedaan. Hij ziet er uit als een schilder, compleet met kortgeknipte baard, golfbroek, kleurig hemd en sportjasje. Niets aan hem verraadt de boer, zoals men gewend is zich die voor te stellen.”

Vooral de kunstenaar Siep van den Berg was ruim met zijn werk in Finsterwolde vertegenwoordigd. Waalkens leerde hem als leerling op de Middelbare Landbouw School in Groningen kennen en ze raakten bevriend: Van den Berg was degene die de toch al bestaande kunstliefde van Waalkens aanwakkerde en omboog naar het moderne. En ook was Van den Berg er de oorzaak van, dat Waalkens een kunstgalerie begon.

Dat kwam zo. Waalkens zou voor zijn oude vriend een tentoonstelling organiseren in het pas opgeknapte gemeentehuis van Finsterwolde, maar mocht daar nog geen spijker in de muur slaan. Reden om de expo te verplaatsen naar Waalkens’ ongebruikte koestal, die voor dit doel helemaal verbouwd werd . Aanvankelijk zou het een eenmalige aangelegenheid zijn, maar een Amsterdamse galeriehouder kreeg er lucht van en die wist Waalkens over te halen er een permanente zaak van te maken.

Bij de opening was de opkomst zo groot, dat voor het eerst in het bestaan van Finsterwolde er het verkeer geregeld moest worden. Omdat de zaak vlakbij de destijds nogal veel gepromote Groene Kunstweg lag, kwamen er ook geregeld Duitsers en Scandinaviërs langs. “Er zijn zelfs mensen die er een fikse reis uit Leeuwarden voor over hebben”, aldus de Katholieke Illustratie, die daarmee vast een grapje van Waalkens overnam.

Dit exemplaar van de Katholieke Illustratie kreeg ik onder ogen dankzij filmer Buddy Hermans. Hij maakt momenteel een documentaire over Albert Waalkens met de werktitel ‘Boer tussen Kunst en Koren’. In april volgend jaar gaat de film in première in de Klinker in Winschoten. Dan is het tien jaar geleden dat Waalkens overleed.


De kerk van de Friese kampvechters. En een hijgend hert

De toegangsdeur is zo te zien wel eens tegenaan getrapt:
DSC00095
Eerst maar eens een rondje eromheen – de kerk van Westerwijtwerd oogt dan nog vrij gewoon:
DSC00098
Aan de achterkant zat ooit een halfronde koorafsluiting, een romaanse absis als in Oldenzijl, maar die is in de negentiende eeuw vervangen door een rechte muur:
DSC00099
Bij het koor dit Jugendstil-grafmonument voor onbekende personen:
DSC00100

Magisch momentje: terwijl ik het schip binnenkwam, fladderde een vlinder voor me uit in een streep zonlicht voorbij de orgelbeun. Helaas wilde het beestje niet in dat zonlicht blijven fladderen of anderszins poseren. Hij kon ook hoog komen gezien de gewelven – baksteengotiek in diverse metselverbanden:
DSC00108
Was helemaal vergeten dat hier de befaamde muurschildering uit het begin van de veertiende eeuw te zien is van de twee Friese kampvechters, verbeeldende de strijd tussen Goed en Kwaad. Let speciaal ook even op hun kapsel, dat tegenwoordig  weer in de mode is bij vooral voetballers en voetbalsupporters
DSC00112
Welke nou Het Goede vertegenwoordigt?  Rechts de zwaardvechter met zijn ronde schild:
DSC00114
En links een krijger met ‘kletsie’ of lans. Zo’n kletsie zou ook heel multifunctioneel gebruikt kunnen worden als polsstok, maar daarvoor lijkt me dit exemplaar toch wat te kort. Maar misschien heeft de restaurator een stuk niet terug kunnen vinden? Hoe de aanhangsels van ’s mans schild werken, is me ook een raadsel: DSC00115
Nont, of een Friese vechthond:
DSC00117
Op het koor onder meer het graf van Anna Cnol, die in 1646 overleed. Als wapen voerde ze een edelhert dat uit een bos tevoorschijn springt (naar Psalm 42?):
DSC00130
Simpel ‘gefiguurzaagd’ koorhek, dat misschien een gesneden empire-exemplaar verving:
DSC00143
Dubbele vergrendeling bij de toren:
DSC00152


Groegroe – ‘Brand op ’t streekje’

“Op het stille Werkhuisstreekje,
Ontstond Zondagavond brand.
Behalve brandweer en politie,
Was een ieder bij de hand.
Elkeen gaf zijn raad ten beste,
Die wou dit en die wou dat,
Onder al dat redeneeren,
Brandde ’t kleine huisje plat.

Velen wisten te vertellen,
Hoe de brand nou feit’lijk kwam.
Of het vuur in kamer, bedstee,
Of in ’t schuurtje ’n aanvang nam.
Ieder wist precies de rijkdom,
Van ’t getroffen menschenpaar.
En men zette sprookjes, smoesjes,
Onverantwoord’lijk in elkaar.

Deze vond ’t bijzonder tragisch,
Dat ’t juist Zondagavond was,
Gene wist haast op een cent na,
Hoe hoog het verzekerd was.
Tientallen praatgrage vrouwen,
d’ Armen op de borst gekruist,
Praten, babbelen en houden
Hun conclusie slechts voor juist.

Onderwijl liepen de buren,
Met het water af en aan.
En beschermden zoo de huizen,
Die er daad’lijk neven staan.
Angstig gilden kinderstemmen,
Als het vuur wat knett’ren gaat.
En het steeds zoo stille Streekje,
Leek opeens een Kalverstraat.

Brandweer deed haar winterslaapje
Commandant zat aan ’t diner.
Onbetaalde flinke kerels,
Zwoegen in een vonkenzee.
Vroolijk dokken we belasting,
‘k Geloof niet dat er iemand bromt,
’t Is omdat er bij een brandje
Steeds zoo spoedig brandweer komt.”

Bron: De Noord-Ooster van 9 februari 1926.

Commentaar: Heb nog even gekeken of er in Veendam of elders in Groningen een concrete aanleiding voor dit poeem was, maar dat schijnt niet ’t geval geweest te zijn. Maar het was de eersteling van Groegroe, misschien had het wat langer op de plank gelegen voordat het gepubliceerd werd.


Afscheid van Henk Kampen

2014-10-27 003

Ik bewonderde Henk Kampen al voordat ik hem leerde kennen. Dat kwam door de bijzonder fraaie kaartjes die hij gemaakt had voor de dissertatie van Jan van den Broek. Toen ik het boek las, zat ik daar gewoon bij te likkebaarden.

Henk bleek de vormgever van de Groninger Archieven. Hij was de man die de bewegwijzering en het programmablad voor de Dagen van de Groninger Geschiedenis verzorgde, diverse archiefwebsites ontwierp en smoel gaf aan menige tentoonstelling.

Vanmiddag, bij het afscheid nemen in het crematorium, kwam nog even ter sprake dat we complimenten vaak voor ons houden tot het te laat is. Gelukkig heb ik mijn bewondering niet onder stoelen of banken gestoken, toen ik Henk een jaar of zes, zeven geleden leerde kennen. Het staat me bij dat hij ze wat wegwuiverig en lacherig ontving en er misschien wat op afdong. Zelf was hij geneigd zijn prestaties te relativeren.

Henk Kampen zijn karakter leek wel wat op dat van mijn pa: introvert, liever op de achtergrond, bescheiden, aardig, oprecht, aan velen sympathiek. Net als mijn vader kon hij zich helemaal op zijn werk gooien – hij nam dat dus wel eens mee naar huis. Er was ook een verschil: Henk rookte met groot genoegen zijn shag, terwijl mijn vader nooit wat van tabak heeft willen weten. Maar dat maakte weer niets uit wat betreft de kwaal die ze beide in een half jaar tijd te gronde richtte. Een hersentumor is gewoon vette, domme pech.

2015-10-05 001 Dag vd Groninger Geschiedenis


Paviljoentje Groningen helpt Thai Binh

In de jaren 70 koesterde Groningen een speciale (steden)band met het Viêtnamese Thai Binh. Zo werd voor de Zomermanifestatie van 1973 dit paviljoentje ontworpen op Academie Minerva:

DSC06655

DSC06657

Bron.