Rondje Lagemeeden

Kruisspin voor het raam van mijn fietsenschuurtje:

De Hoogkerker Matterhorn (met dank, Harmien), bij bedrijventerrein Westpoort (daar moeten geen kinderen tegenop klimmen):

Schuur, Lagemeeden:

Oranje-blanje-bleue hekafsluiting:

Populierenrij aan het westelijke uiteind van de Nutweg:

Een Kleima op het kerkhof:

Ook daar – dit russisch-orthodox bedevaartsmonument voor de heilige Marina:

Aan de Weersterweg legde een wilg het loodje bij de eerste najaarsstorm:

Advertenties

Naar juffer Odilia in Wittewierum

Euvelgunnerweg – het witte tolhuisje in de verte staat te koop, maar niet via een makelaar. Je moet de eigenaar mailen als je gading maakt:

Lageland, brug over het Slochterdiep:

Je ziet steeds meer van dit soort frèle molentjes bij boerderijen; ben benieuwd wat voor rendement die opleveren:

In weerwil van de vrij sombere weersverwachting de hele middag geen drup op de kop gehad. Luddeweer of daaromtrent –  links van de weg  een steeds donkerder bewolking, terwijl rechts van de weg de zon scheen:

Hier en daar toch nog best veel appels aan de boom :

Een voorbeeldig geparkeerde auto bij Wittewierum:

Doel van de reis was een expositie in het kerkje aldaar. Centraal stond juffer Odilia Amelia Rengers (1779-1805), van wie een portret uit familiebezit getoond werd:

Over freule Odilia viel eigenlijk niet veel meer te vertellen dan dat ze geboren werd, een mooie partij trouwde, en drie kinderen baarde die later de naam Rengers Hora Siccama voerden. Verbreding van de expositie was vooral gezocht in dat nageslacht, waarvan er eentje door een al te uitbundige levensstijl bankroet ging en in armoe stierf.

Maar goed dat Odilia’s flegmatieke papa daar geen weet van had – ziehier het portret van deze Duco Gerrold Rengers (1750-1810):

De Rengersen liggen hier in het koor begraven en het is een wat vreemde sensatie over hun grafstenen te lopen, terwijl je naar hun portretten en -spullen kijkt. In tegenstelling tot de rouwborden speelden die grafstenen verder geen rol in de expositie (dacht ik):


Potloodschets van een familiebezoek:

Met alle aandacht voor de rijkdom op diverse exposities in de provincie, wil de armoe nog wel eens uit zicht verdwijnen. Zo was de diaconiekist van Wittewierum naar een wat minder prominent plekje gedirigeerd:

Een van de boerderijen bij de kerk:

Hut, nog steeds Wittewierum:

Stedum in de verte, over een veld met geel mosterdzaad, een groenbemester (met dank aan Maico):

Peerdje te Hemert, een oud exemplaar:

Tuin met wilgen en drogende bonen tussen Garrelsweer en Wirdum:


Rondje Zuidlaren

Bij het Foxholstermeer aan de zuidkant van het spoor:

Het kennelijk nogal voedselrijke water kleurt rood van de grote kroosvaren:

Rozebottels bij de Leine, onder Kropswolde:

Leeuw in bovenlicht, Kropswolde:

Hiervoor ben ik maar even de berm ingereden. Ze groetten hartelijk, maar ik  vrees dat mijn groet terug wat knorrig klonk, want eigenlijk vindt ik zo’n combinatie niet thuishoren op het fietspad (net zo min als 45 km/u autootjes, waarvan ik er gister een tegenkwam op het fietspad langs de Peizerweg):

De Kruierij bij De Groeve houdt op bij dit vermoedelijk vrij nieuwe hek, waarvan de verticale spijltjes, uitmondend in druppelachtige knopjes, echter Jugendstil-achtig aandoen:

Bij Zuidlaren – uitgebloeide bereklauw:

Nog even gekeken bij het hunebed in Midlaren:

Noordlaren – zonnebloem in berm laat kopje hangen:

Iemand in Noordlaren heeft dit Kappie-achtige sleepbootje naast zijn boerderij staan. Gezien het trappetje zal het wel worden opgeknapt:

Stier bij de Pollseweg:

Hij vindt mij, geloof ik, niet leuk:

Bij natuurgebied de Vijftig Bunder wordt er 8 hectare bos gekapt om heide ervoor in de plaats te krijgen. Ook is het de bedoeling historische sporen weer zichtbaar te maken: celtic fields, grafheuvels, middeleeuwse karresporen en een tankgracht uit de Tweede Wereldoorlog:

Het hele stuk wordt ook afgeplagd – over een jaar of wat moet dat hier een paars tapijt opleveren:

Nu is dat paars teveel weggedrukt, al is het er deels nog wel. Badderende Hooglanders:

Bij Natuurmonumenten aan de Onlander kant van Eelde ligt een terrein waar rollen hooi overgroeid raken met gras. Altijd een merkwaardig gezicht, zoiets:


Hoe monumentaal steenhouwerswerk in Scheemda naar de verdommenis gaat

Voor wat foto’s bij een artikel over de begraafplaatsenenquête van 1808, bezocht ik gistermiddag zes Oldambtster kerkhoven, namelijk die van Noordbroek, Zuidbroek, Scheemda, Midwolda, Finsterwolde en Beerta. Op dat van Scheemda kan je door de bank genomen de oudste en meest monumentale grafstenen vinden. Maar nergens ook, is de verwaarlozing groter. Men laat er prachtig steenhouwerswerk uit de zeventiende en achttiende eeuw doodgemoedereerd verkommeren. Je kunt daar je schouders over ophalen en zeggen dat het nu eenmaal zo gaat. Het is ergens nog wel romantisch ook. Maar van de aanleiding voor die romantiek blijft straks niets meer over. En dat is ook: gewoon doodzonde.


In en om de kerk van Thesinge

Ben gister in Thesinge ook nog bij en in de kerk wezen kijken.

Variant op de zwaan van gister:

In het lijkenhuisje naast de kerk liggen fragmenten van sarcofaagdeksels uit de twaalfde eeuw, gemaakt in het Rijnland, met primitief-romaanse motieven. De onderliggende sarcofagen waren niet aangetroffen bij de opgraving. Conclusie: ze werden eeuwen later hergebruikt als grafdeksels op het kerkhofje van het goeddeels verdwenen veendorp Steerwolde/Stuirwold:

Op het kerkhof ook iets zeldzaams – de beschilderde houten grafpaal van de dagloner  Kornelis van Eerden en diens vrouw uit 1892. Het kan haast niet anders of dat ding moet een aantal jaren geleden gerestaureerd zijn:

Aan de achterkant begint het helaas (alweer) te rotten:

Gezicht op het kerkje vanaf het kerkhof – het rechter deel is het koor van een middeleeuwse kloosterkerk, het linker is in de zeventiende eeuw aangebouwd:

Dat middeleeuwse koor:

Het deel uit de zeventiende eeuw – soberheid troef, al lijken de zuilen onder het orgel van marmer (kunnen ook gemarmerd zijn):

Hergebruik van grafstenen is niet alleen iets van de Middeleeuwen, zo blijkt in Thesinge. Onder de grafsteen uit 1664 van Claes Drews Stuirwolt, werd nog in 1825 Trientje Gerrits Elema bijgezet. Begraven worden in de kerk, een privilege voor de absolute bovenlaag van het dorp, was toen al niet meer zo in de mode. Ik denk dat Trientje hier de laatst begravene was:

Net als Anna Cnol in Westerwijtwerd voerde Claes Stuirwold een wapen met een edelhert dat uit een bos tevoorschijn springt (naar Psalm 42?):

Een beetje strenge herenbank zonder tierelantijnen – die kandelaars zijn een overbodige toevoeging, want er werden bij donker eeuwenlang geen diensten gehouden:

Kluisje voor het builgeld?

Nog een keer over het kerkhof – strijklicht valt over de achtermuur van de kerk:


Windmeeritje Delfzijl via Stedum

De nieuwe Stadsweg, gezien naar het noorden:

Met een nieuw straatnaambordje bij Garmerwolde – Van de Nadort Betonallee: 
Boerderij met zonnebloemenveld even voor Thesinge:

De windwijzer op de kerk van Thesinge – een zwaan:

Stedumermaar:

Bij Stedum – de vlag mag uit, maar het mag geen naam hebben:

Microreliëf bij Stedum, met op de achtergrond elementen van het stadssilhouet van Groningen:

Angela’s bloemen:

Jack Russell:

De honing is ingepakt en de bui weer voorbij

Gezicht op Loppersum:

Schaif stait laif, behalve als het van de NAM komt:

Verfomfaaide (of zo u wil doorleefde) Statenbijbel in de kerk van Wirdum:

Dorpsgezicht Wirdum met opgeknapt Jugendstil grafhekje:

Dorpsgezicht Wirdum:

De steenfabriek in Delfzijl net over de grens bij Appingedam staat nog steeds te koop, de schoorsteen is opgeknapt:

Op de dijk bij Delfzijl:

In het slik waren wat pierewuppers bezig

Laag water in de Eems:

Terug met de trein:


Capriolen van de Onlander hermelijn

Terwijl ik een kokmeeuw op de leuning van een Onlander brug aan het fotograferen was – bepaald geen zaak van wereldschokkend aanbelang: 
Zag ik opeens iets bruin-wits met een zwarte staartpunt heen en weer flitsen en buitelen over de volle breedte van de brug – de beroemde Onlander hermelijn!:

Helaas aan de andere kant van de brug, op een plek waar ik qua foto’s niet goed bij kon (een crop, de rest doe ik jullie maar niet aan):

Gelukkig bleef het beest adhd-achtig bezig, ook toen ik de camera op filmstand zette. De hermelijn deed nog drie toertjes, na 20 seconden verdween zij of hij definitief tussen de spijlen (schakel het geluid maar uit, want ik zat te filmen via de zoeker en vergat de microfoon bovenop de camera):