Capriolen van de Onlander hermelijn

Terwijl ik een kokmeeuw op de leuning van een Onlander brug aan het fotograferen was – bepaald geen zaak van wereldschokkend aanbelang: 
Zag ik opeens iets bruin-wits met een zwarte staartpunt heen en weer flitsen en buitelen over de volle breedte van de brug – de beroemde Onlander hermelijn!:

Helaas aan de andere kant van de brug, op een plek waar ik qua foto’s niet goed bij kon (een crop, de rest doe ik jullie maar niet aan):

Gelukkig bleef het beest adhd-achtig bezig, ook toen ik de camera op filmstand zette. De hermelijn deed nog drie toertjes, na 20 seconden verdween zij of hij definitief tussen de spijlen (schakel het geluid maar uit, want ik zat te filmen via de zoeker en vergat de microfoon bovenop de camera):


Voor Vakantie! moet je in Veendam zijn

Station Veendam. Bij de spoorwegovergang passeert net een Duitse loc van de museumspoorlijn STAR,  die, naar ik hoorde, ook passagiers met fietsen vervoert, zodat je vanuit Stadskanaal heel mooi Westerwolde afpeddelen kunt:

Doel van de reis was intussen het Veenkoloniaal Museum, waar de tentoonstelling Vakantie! er op uit, 1900-1980 geopend werd. Voor de gelegenheid stond daar deze BMW-caravancombinatie uit de jaren 60 voor de deur:

De eigenlijke tentoonstelling is boven:

Hotels, pensions, huisjes en groepsreizen blijven (goeddeels) buiten beschouwing, het accent valt duidelijk op het kamperen dat voor het gewone volk mede mogelijk gemaakt werd door het vakantiegeld, dat vanaf 1968 werd uitbetaald. Camping-ameublement uit de jaren 70 – de noppen-vloerbedekking van vinyl komt me heel bekend voor:

Bungalowtent met zitje:

Een van de fraaie affiches op de tentoonstelling, stammend uit een tijd dat er nog een waas van idealisme rond het kamperen hing:

Het is verwonderlijk wat men niet al aan bric-à-brac bewaart – een hele wand is gereserveerd voor historische souvenirs:

Franse plaat over het kamperen:

De samensteller van de expositie, Fred Ootjers, ontdekte dat er in Oost-Groningen destijds ettelijke caravan- en vouwwagenbouwers zaten. Reclame voor het merk Tezet, uit Zijlstra’s carrosseriefabriek in Zuidbroek:

Ook nog even bij de vaste opstelling van het museum gekeken – veenkoloniaal winkeltje:

In de belendende veenkoloniale knijp deze fraai vormgegeven reclame van distilleerderdij Van Calcar te Hoogezand:

Tarief van sluis- of bruggelden met inningsklomp aan touw:

Terug op het station bleek dat de trein pas over een half uur kwam. Beetje rondgekeken – curieus kunstwerk van Limburgse kunstenaar:

Detail van het stationsgebouw:

Dat gebouw wordt weer geëxploiteerd door de STAR, na een periode dat het verpacht werd. Er is een kleine expositie met treinspullen ingericht:

Te zien is onder meer dit jubileumbord van Arie Gijsbertus Kenemans uit 1938, met al diens standplaatsen, o.a. Musselkanaal:


Windmeeritje Usquert – Stad

Usquert, een waar woord van dichter Jan Boer:

Wierde en kerkje van Rottum:

Rottum – antiek fietsenrek van Niemeijer:

Rottum, ’t Hoeske van Theis Joapke, met linksvoor het borstbeeld van Jan Boer::

Wierde bij Helwerd – als akkerbouw zo’n archeologisch monument erodeert, vind ik een opgraving in de rede liggen:

We hebben al ruïnes zat in Groningerland:

Landschap bij Kantens:

Engel op grafsteen, begraafplaats Toornwerd:

De toren van Toornwerd is eigenlijk een wat groot uitgevallen folly:

Dorpsgezicht Middelstum, van de Toornwerder kant:

De klap van Fraamklap – het oude café daar, Tuitman, is helaas voortdurend dicht:

Bij boerderij De Groote Haver, Ter Laan achter Bedum:

Kalkoen op het fietspad bij Ellerhuizen:

Landschap bij Zuidwolde:

Graan dat oefent op het wuiven:

Damsterdiep, stad Groningen:


Even naar Veendam

Was vanochtend even naar Veendam, voor een bezoek aan het historisch archief van Waterschap Hunze en Aa’s (folder).

Vanaf het station onderweg ernaar toe dit bruggetje (Bocht Oosterdiep):

Voor de deur van het Waterschapsgebouw plakken cortenstaal die golven voorstellen, met daarop de regels van een gedicht, namelijk ‘Beek’ van Rutger Kopland:

Waarom de reis begonnen was – stukken van de Oostwolderpolder, o.a. de oudste rekening (1772-1774):

Op de terugweg valt in de Sarastraat een gevelsteen van (waarschijnlijk) Anno Smith op:


Langs zeven Oost-Groninger kerken

Vandaag waren alle kerken van de gemeenten Menterwolde, Pekela, Oldambt en Bellingwedde open. Een aantal had ik nog nooit van binnen gezien, dus maar eens van de gelegenheid gebruik gemaakt.

Meeden, kansel met allegorische vrouwenfiguren (1802):

Op de flanken van het orgelfront engelen met bazuinen zoals deze:

Absoluut topstuk: de romaanse doopvont van Bentheimer zandsteen die eind 2013 bij een graafklus achter de deur tevoorschijn kwam. Ze stamt uit ca. 1250, deed dienst tot ca. 1600 en moet toen in een gat gekieperd zijn:

Ze berust op vier leeuwenpoten met grijnzende leeuwenkopjes:

Op het kerkhof was een merelvrouwtje druk bezig met het peuren van voedsel uit de spleet tussen twee grafstenen:

Anders dan verwacht was er in Westerlee geen open kerk – dat kwam door een verbouwing, zoals elders werd gezegd. Dit is de weg van Westerlee naar Oude Pekela. Je ziet hem omlaag lopen – voor 1800 lag hier een van de laatste rauwe veencomplexen, een gebied waar hevig gesmokkeld werd met contrabande (vooral tabak en jenever) uit de Westerwoldse gedeelten van de Pekela:

Wiedsters van een uitzendbureau bezig op een veld van een boomkwekerij. Sommige doen het werk liever staand of hurkend dan op hun knieën en ik kan ze geen ongelijk geven, maar of het werk dan net zo hard opschiet?:

Gevelsteen boven de kerkdeur van Oude Pekela. Het Groninger stadsbestuur  liet de kerk in 1739 herbouwen door stadsbouwmeester Verburgh en ik vermoed dat het bestek nog wel ergens te vinden is:

Het pronkstuk hier, ’t orgel:

Met een paar klapwiekende adelaars er bovenop”:

Op het terrein van een voormalige strokartonfabriek de evocatie van een plaggenhut. Een deel van de ‘voorgevel’, die bestaat uit turf, is naar buiten gestort:

In de voorgevel van diezelfde oude strokartonfabriek zitten nu drie werkjes van Anno Smith, waaronder dit mozaïek van een vlucht ganzen:

Naast de opgang naar de kerk van Blijham:

Waar het orgel bekroond wordt met trompetten en bazuinen:

Tussen Blijham en Vriescheloo berookt een imker een van zijn vier bijenvolken:

Het kerkje van Vriescheloo:

Kansel uit 1560 met formeel snijwerk:

Vlakbij de kerk staat een voormalige school, met boven het portaal deze sluitsteen:

Het orgelfront (1797) in de kerk van Bellingwolde:

Grafsteen of deksel van een grafkelder? Eronder liggen Henricus Addens (1606-1678) vanaf 1634 de richter van Bellingwolde, diens vrouw en twaalf van hun zestien kinderen (een dertiende stierf bij hun leven te Heidelberg):

Voor het hele verhaal zie hier, nr. 920:

Dit charmante GADO-bushokje eindelijk ook maar eens gefotografeerd. Het mag wel eens worden schoongemaakt, trouwens:

De kerk van Oudeschans heeft een geschilderd nep-orgel:

Exit Oudeschans, op weg naar station Winschoten:


Het Oldambt rond

Amsterdamse Schoolpand in Eexta heeft Piet Mondriaankleurtjes gekregen. Staat goed, misschien zijn het de originele:

Het doodlopende Molenpad in Scheemda – aan het eind zal ooit de dorpsmolen hebben gestaan:

Pas de deux van scholeksters op een bouwlokatie tussen Scheemda en Nieuw-Scheemda:

Tjasker:

Houtvoorraad op ’t Waar:

Stuntvliegers op weg naar de luchtshow in Oostwold (straks meer):

Warm rood – mij veel liever dan dat modezwart:

Spelevaren op het Termunterzijldiep, Nieuwolda:

Tussen Nieuwolda en Woldendorp – ingehaald door de Oude Schicht:

Termunten – korstmossen op de grafsteen van mijn betovergrootouders Vondeling-Bottinga:

Dijklandschap achter Termunten:

De stuntvliegers waren in de verte boven Oostwolderpolder bezig met het maken van een hartje:

Verder langs de Dollarddijk – priel in de Dollard:

Bovenop de dijk was het fris – in het westen leek de bewolking op te lossen, maar helaas bleef de verwachte wolkenloze hemel uit:

Dijklandschap in de buurt van de Kerkhovenpolder:

Lucht boven de Dollard:

Modder en molens:

Kwelderstroompje, heel in de verte een paar kluten:

Stroschuur:

Het Ambonnezenbosje van een kant die je zelden op foto’s ziet:

Aan de andere kant – witte klaver bij de trekkershutten die het Groninger Landschap er neer heeft gezet (60 euro per nacht!):

Het iconische sluisbrugje bij Hongerige Wolf:

Nieuw? ornament op boerderij in Beerta:

Winschotens megalomanie uitgelicht, terwijl donkere wolken zich samenpakken:


Harkstede – Luddeweer – Termunten en de Dollardpolders, windmee

Finse Haven, Groningen – de Assen ligt in het Droogdok Groningen:

Berm Euvelgunnerweg:

Harkstede, de kant van Lageland uit – een nuver poestje wiend, gelukkig in de rug:

Vlakbij De Paauwen – stier met blaarkop, maar het lijkt me geen blaarkop:

Het charmante sluisje in de Haansvaart, zuidkant Schildmeer:

Gedenksteen die verklaart waar de vaart haar naam aan dankt:

Huisje aan het Afwateringskanaal Duurswold voorbij Steendam:

Rechts een voormalig station van het Woldjerspoor:

Namelijk dat van Tjuchem-Meedhuizen:

Bij de Scheve Klap over het Termunterzijldiep staat een aftakelende grote schuur. Zou hier niet graag rondlopen of -fietsen met storm:

Op het kerkhof van Termunten gezocht naar het graf van mijn betovergrootouders Jan Vondeling en Trientje Bottinga. Heb het niet gevonden. Ook aardig wat verval hier:

De dorpselite hield van afgeknotte pilaren:

De schuur van de centrale boerderij in de Johannes Kerkhovenpolder, met op de voorgrond een weegbrug:

Carel Coenraadspolder:

Reiderwolderpolder:

Rijpend graan:

Aan de zuidkant van Finsterwolde – witte koeien aan stikken op een veldje naast het fietspad:

Het kalfje:

Zeemijn uit Eerste Wereldoorlog in voortuin te Winschoten:

Winschoten is wellicht bang dat het niet meer opgemerkt wordt, daarom overschreeuwt het zichzelf: