‘Zalf op een wonde’


Ik stond vanmiddag in het Stadhuis even oog in oog met oud-burgemeester Hans Ouwerkerk. Prachtig portret van de jonge kunstenaar Milan Smidt, dat iets laat zien van een verbittering die vervaagd is opgegaan in berusting. Ouwerkerk ervoer het portret zelf als soort van een rehabilitatie, hoorde ik, sprak op rtv Noord zelfs van zalf op een wond.  Het doek hangt er wat donker bij, mijn foto zonder flits doet de kwaliteit ervan absoluut geen recht.

Ouwerkerk was nog niet zo lang burgemeester van Groningen, toen hij op bezoek kwam bij het Buurtoverleg Oosterpoort. In 1992 of 1993 moet dat geweest zijn, ik had net voor het eerst het Jaarverslag van deze wijkorganisatie geschreven. Meteen na binnenkomst in ons Wijkpand nam hij het woord, Hij had dat jaarverslag gelezen en ergerde zich bovenmatig aan de toon. Dit klopte niet, dat klopte niet in zijn ogen. Of we soms dachten dat het bij de gemeente allemaal van die ‘lulletjes lampekatoen’ waren. Nadat hij zijn donderspeech afgeleverd had, wachtte hij ons weerwoord niet af. Daar had hij geen tijd voor. Hij beende de deur uit en liet ons verbijsterd achter. Maar zoals dat dan gaat, naderhand namen we al zijn punten een voor een door en inderdaad: dit klopte niet en dat klopte niet, van zijn kant dan.

Ik was dus geen groot liefhebber van Ouwerkerk en zijn overdonderingstactiek, maar de manier waarop hij afgeserveerd werd na de Oosterparkwijkrellen, vond ik evenmin zuiver. Hij vond weliswaar zijn nieuwjaarsspeech belangrijker dan het feit dat voor het eerst sinds 1945 woningen in de gemeente Groningen werden geplunderd, maar de partij die hem daarop liet struikelen, GroenLinks, bagatelliseerde in de gemeenteraad al jaren de jongerenoverlast op diverse locaties in de stad, o.a. in de Oosterparkwijk, maar ook bij ons in de buurt. Ik vond de handelswijze van GroenLinks ten opzichte van Ouwerkerk hypocriet, en heb mijn lidmaatschap van de partij toen maar opgezegd. Was toch al niet meer actief als lid.

Sindsdien ben ik überhaupt geen lid van een politieke partij meer geweest. Ik denk ook niet dat ik dat nog gauw weer zal worden.

 


Ritje naar Noordbroeksterhamrik

Op het bekende waarschuwingsbordje in de Oliemulderstraat kregen de overstekende egels gezelschap van kabouters:

Graffiti bij het Eemskanaal:

Oosterhoogebrug:

Op bedrijfsterrein bij het Eemskanaal stak een middelgrote hond schuin over met een groot bot, zo te zien een dijbeen:

Achterkant gestalde oliebollenkraam, Eemskanaal:

Bij het Slochterdiep:

’t Roegwold achter Schaaphok – hier moeten honden wèl aan de lijn. In de buurt van Schaaphok, links buiten beeld, klonken twee geweerschoten:

Eerder had ik al een scholekster op het fietspad zien liggen met een gat in de borst. Langs het fietspad had iemand een dode steenmarter over een knotwilg gedrapeerd.

Deze had een druppeltje bloed aan de neus hangen en was dus waarschijnlijk een verkeersslachtoffer:

Bij Denemarken:

Jammer dat de kerk van Slochteren altijd dicht is:

Don Quichottische confrontatie bij Noordbroeksterhamrik:

Anders dan bij De Groeve is de afgedankte schroef of vijzel van de watermolen hier van metaal:

Tandrad:

Don Quichotte geeft het op tegen deze overmacht:

Oldambtster boerderij uit de achttiende eeuw op de Korengast – het dak van de schuur welft een beetje:

De voorkant. Je kunt er biologisch vlees kopen:

Huisje in Uiterburen

Bij de rotonde van de Gouden Driehoek passeerden een stuk of wat oldtimers:

De traverse van het Groninger Hoofdstation:


“Een echte durfal, die Harry”

Nu bijna 25 jaar geleden haalden Wim Hartman en ik namens de Oosterpoort de finale van de OOG-wijkkwis, destijds gepresenteerd door een piepjonge Wilfred Genée. Op het spel stond een videorecorder en onze tegenstander was Aduard, dat in monnikspijen verscheen. Een en ander speelde zich af het gebouw van de dienst Ruimtelijke Ordening aan het Zuiderdiep, waar ze de goeie trap voor een klassieke opkomst hebben. Let u speciaal ook op het Ruimtelijke Ordeningsspel, de truuk die ik daar uithaalde was ik al helemaal vergeten:

Wat was ik toen nog een jong mager knulletje en wat zat ik daar irritant vaak met open mond. Trekje dat ik herken van mijn vader. Zou me nu niet meer zo gauw overkomen, denk ik, in het zicht van een camera.

Met dank aan René Duursma, GAVA.


Poolshoogte op het achterplaatsje – bij de comeback van Peter Schaap

peter-schaap

Peter Schaap maakt een eenmalige comeback als liedjeszanger. Veertig jaar geleden stopte hij met het maken van muziek op podia. Het succes kneep zijn bron af. “Ik schreef altijd over dingen die ik zelf meemaakte”, vertelt hij op TV Noord,

“en maakte eigenlijk nauwelijks wat mee. Je zat in de auto naar ‘t optreden en je ging weer naar huis. Of je zat in de studio, en dat soort dingen. Maar dat was niet iets inspirerends. Dus op een gegeven moment heb ik me daarvan teruggetrokken (…) en ben wat anders gaan doen.”

Veertig jaar geleden, rekendereken, dat was in 1977.

Maar toen maakte Peter best wel wat mee! Hij zat bijvoorbeeld een keer ’s nachts na sluitingstijd in de Plu’s, toen daar de politie binnenviel.

Folkcafé De Plu’s, moet je weten, had een dagvergunning, zodat de tent al om één uur ’s nachts moest sluiten. Maar dan was het vaak nog vreselijk gezellig. Zo die keer ook, dat Peter Schaap er aan de bar zat. Jan Stelma, de kroegbaas, had het licht wel gedimd, de deur op de grendel en de gordijnen dichtgedaan, maar het kroegrumoer drong toch tot de buitenwereld door en een boze buurman moet de politie hebben gebeld.

Een aanrijtijdje later werd er hard op de buitendeur van de Plu’s gebonkt. Politie! Iedereen hield zich op slag muisstil. Jan riep naar voren dat hij eraan kwam, volgde een klaarliggend scenario, deed de achterdeur open en alle aanwezigen slopen op hun tenen het achterplaatsje op, waar nog net wat ruimte over was tussen de hoog opgetaste stapels wijnflessen.

Ook Peter Schaap stond daar, bibberend in zijn heel hippe, maar tevens erg dunne bloesje. Tamelijk langdurig, want de politie zag natuurlijk wel aan glazen, asbakken en over stoelleuningen gedrapeerde jasjes dat er pas nog volk binnen was geweest en zat Jan daarom kwaadaardig zuigend uit te vragen.

Dat duurde maar en duurde maar tot een verstoppeling op het achterplaatsje moest niezen, en een van die enorme stapels wijnflessen met donderend geraas ineenstortte.

Jan probeerde de agenten nog wijs te maken dat dat om zijn krolse kat ging, het rotbeest, maar zulks wilde er bij de opsporingsbeambten niet in. Zij vermoedden gespuis en namen resoluut poolshoogte op het achterplaatsje. Qua bekeuringen sloeg de Groninger politie een flinke slag, die nacht.

De Plu’s hield zich nog geruime tijd netjes aan de vergunning, zelfs de buren bleken er naderhand goed over te spreken. Het hele geval zou vast een prooi der vergetelheid geworden zijn, als Peter Schaap het niet in zijn hoofd gehaald had om opnieuw op te gaan treden.


De uitgestoken arm van een onbekende soldaat

reuzenradijs-1626-anoniem-rijksmuseum

Misvormde mensen, dieren en planten hebben altijd gefascineerd.

Zo kreeg de toen nog Groninger medicus Ludolph Smids eind 1672 bij zijn bezoek aan Enneke, de weduwe van barbier Homan in de Oosterstraat, een bijzondere radijs te zien,

“sijnde een goede vinger lang en hebbende de nette form en gedaante van een menschenarm, te weten van den elleboog af tot den hand en vingers (die seer poesel waren) toe.”

Bommen Berend had die zomer de aftocht geblazen, maar het schootsveld lag er nog, buiten de Ooster- en de Herepoort. Daar kwam die radijs vandaan.

”Omdat men dien niet lang na de Belegering in de bedorvene thuijnen had opgegraven, soo seide het bygelovig volkje dat sy waar gegroeid uit het lijf van een bisschopssoldaat, in een uitval door de onse gematst en sonder veel ceremoniën aldaar gedolven” (= begraven, HP).

Bron

Ter vergelijking: radijs als voet.


“Ik ben ’n schandalig meisje”

Van de week gezien in de straat waar ik vroeger woonde:

DSC07052
“Ik ben ’n schandalig meisje” – dat zegt zo’n kabelkast vast niet van zichzelf. Eigenlijk zou er een portret bij moeten, voor een juist beeld van de persoon die zoveel zelfkennis etaleert.


Arnolds uitvaart

De foto op het uitgereikte gedachteniskaartje.

De foto op het uitgereikte gedachteniskaartje.

Vandaag in Oudenbosch bij de uitvaart van Arnold geweest.

Hij bleek gestorven aan een longontsteking, waarvoor hij de medicatie weigerde. Dan is het heel gauw gebeurd met je.

Er waren veel meer mensen, dan ik vooraf had gedacht, een paar honderd wel. De hele dienst had hij zelf geregeld , met liederen, teksten en al. Toch zat er ook een mis of eucharistieviering bij. Had nog nooit een katholieke dienst meegemaakt, dus dat was wel indrukwekkend. Op zijn kist lag een strooien popje in kruisvorm, dat zich probeert op te richten. Het scheen te herinneren aan zijn tijd bij de Franciscaanse vredeswacht in Woensdrecht. Naar men vertelde werd hij begraven in het hesje van die Franciscaanse vredeswacht.

In een biografische noot kwam nog ter sprake dat hij omstreeks 1945 eens voor de broeder-overste van zijn orde was geroepen, die hem uitdrukkelijk herinnerde aan zijn gelofte van gehoorzaamheid. Arnold gold als nogal rebels. In één adem door ging het over zijn tijd in de Oosterpoort, waar hij naar eigen zeggen de tijd van zijn leven had.

Hij ligt nu naast het grote Christusbeeld op het kerkhof van zijn orde, waar allemaal eendere kleine metalen kruisjes herinneren aan de broeders die hem voorgingen in de dood. Zo’n kruisje met summiere gegevens zal vast ook op zijn graf komen te staan.

In de trein op de terugweg eerst, een paar banken verderop, een mevrouw in burqa, en later, pal tegenover me, een prachtige Marokkaanse met twee blote knieën stekend door de grote gaten in haar spijkerbroek.