Burgerlijke ongehoorzaamheid in tijden van corona

Gezien in steegje bij de Ebbingebrug:

DSC04320, gemaakt op 15 mei

Fiets op plek waar dat volgens het bordje niet mag, met op de grond een kennelijk bij het afstappen ‘verloren’ mondkapje dat niet meer is opgepakt.


Bij de Sluis

DSC04127 sluisje naar Eendrachtskanaal

DSC04129


Door de stad en langs het spoor

Op mijn voettocht gisteravond van Westerbroek huiswaarts kwam ik langs deze beelden aan de Duinkerkenstraat, gemaakt door leerlingen van een mbo-praktijkopleiding:

Klimmuur Noorderpoort Sportcentrum, Europapark (er ligt een blauwe valmat onder):

Vrouw Wichers (Mette Bus, 1984) op de uitkijk bij het met zandzakken verstevigde talud van de zuidelijke ringweg:

De spoorwegovergang Esperantostraat – meest gevaarlijke kruising van Groningen – ligt eruit:

Ook de Oosterpoort heeft tegenwoordig een buurtbieb, en wel aan de Lodewijkstraat – met zitje:

Kale boel op het Hoofdstation – een groot deel van de overkappingen is er weggehaald voor een restauratie:

Na het parkeren van mijn kapotte fiets in de fietsenkelder van mijn werk op zoek naar de nieuwe bushalte bij de Paterswoldsewegtunnel. De KPN-borg, het Emmaviaduct en de Van Hallbrug vanaf het perron daar:

De eerste keer dat ik sinds half februari met de bus ging. Achter instappen s.v.p.. Gelieve niet te spreken met de chauffeur is nu geworden: Gelieve een eind weg te blijven van de chauffeur. Hij groette trouwens wel vriendelijk (wat ook niet altijd het geval is):


Bij de Van Hallbrug

Bij de Van Hallbrug over het Noordwillemskanaal ter hoogte van de spoorbrug lag een zooitje oud ijzer. Blijkbaar was de gemeente er aan het dreggen geweest, nu het pad tijdelijk gestremd was. De buit bestond allereerst uit liefdeloos in de plomp gekwakte fietsen. Bovendien kwam er een klein assortiment winkelwagens uit de plomp:
DSC03953
Er is maar één supermarkt in de buurt, de Coop aan de Paterswoldseweg, slechts een kleine 220 meter hier vandaan. Een loopje van niets dus en toch vonden de karretjesleners dat al te veel moeite. NB: die karretjes kosten iets van 150 euro per stuk (prijspeil van jaren geleden). Omwille van de eigen gemakzucht waren de leners bereid een ander een redelijk grote schade te berokkenen. Heb wel zo’n idee waar ze vandaan kwamen, want zoveel bewoning is er niet in de omgeving van het Emmaviaduct. Als ik de eigenaar van de supermarkt was, zou ik daar eens een briefje op prikborden verspreiden.

De onderstaande voorwerpen kon ik niet identificeren. Hebben ze misschien met de scheepvaart te maken?
DSC03954


Costa Cascade

Nieuw strand in Stad ligt er totaal verlaten bij:

DSC03081 Costa Cascade am See


Onbekend stadsgezicht

Het bruggetje bij de Mondriaanstraat moet er al zo’n dertig jaar liggen. Maar ik had het nog nooit gezien, omdat ik nog nooit iets te zoeken had in deze omgeving. Het bruggetje verbindt twee delen van de Nieuwe Schildersbuurt over een zijkanaaltje van het Reitdiep. Ooit lag hier de Donghorn, je zou zeggen de plek waar mest verzameld werd. Al was er elders in de stad nog een Pishörn en daar was nu weer geen opslag van gier:

DSC03656

Hoe dan ook, het is zo in het voorjaar een bekoorlijk plekje, ook al is de nieuwbouw hier finaal karakterloos. Boven alles uit steekt de watertoren bij de Colleniusbrug. Over Pishörn gesproken – het waterreservoir bovenin in die toren werd bij de bevrijding van Groningen met een antitankkanon lekgeschoten door de Canadezen, die zodoende enkele Duitse sluipschutters verdreven. De toren leek toen een poosje op een reusachtig grote broer van Manneke Pis. Met de Duitsers kwam er een miljoen liter water naar buiten.

Bron van het verhaal over de watertoren: Christiaan Gevers, ‘Herman Colleniusstraat 72. Een Gronings huis en zijn bewoners in de oortlog’, in Stad & Lande 2020-1, 10-15.


Zwamkunst

Was al een paar keer langs het paadje in het Stadspark gekomen en merkte opeens iets nieuws en vreemds op: fraaie zwammen op een dode boom:

Ze waren me iets te mooi verspreid over de bast, ze leken gearrangeerd. De zwammen op zich waren me ook wat al te mooi, er was niets dat ze op natuurlijke wijze degradeerde, hetgeen de gedachte deed postvatten dat het om kunst ging, menselijke moedwil.

Bij een nieuwe passage maar even de proef op de som genomen. Hoewel er vrij veel doornachtig struweel voor de boom lag, viel de boom via een omtrekkende beweging nog wel te benaderen. Ik zette mijn duimnagel op zo’n zwam en drukte – de zwam bleek onnatuurlijk hard. Ik keek onder de zwammen, waar iemand ze bleek te hebben voorzien van houten zooltjes. Deze leken bevestigd met kleine spijkertjes.

Het was dus kunst.

Zwamkunst!

(Maar de reacties stellen mij in het ongelijk.)