IJsco bij der A

Om precies te zijn bij de Eelderbrug:


Huize Tavenier

De gewezen kraamkliniek, waar duizenden Groningers geboren zijn, nu opeens volop in de bloesem:


Toaldag

Schrieverspetretten op ’t Cascoadeplaain:

Lezen van Wout van Bekkum over Saul van Messel, Grunnen en ’t Grunnegs

Kwam ook nog stokje Drenth in veur:

Informoatsiemaart:

Varioatsie op zien putdekseldroksel deur marzjedrukker Elze ten Harkel:

Jan Groenbroek is zug an ’t oploaden veur zien lezen over Grunneger toal en cultuur vanoaf 1793 in roem 180 ploatjes:

Nog eem keken bie Harry Niehof etc.:

En vot moar weer:


Ganzen op mijn pad

Nijlgans op de richel van het Wolvendijksbrugje bij de Peizerweg:

Brandganzen bij het Hegepad:


Een onderaardse gang in de Poelestraat?

jacob-van-deventer-poelepoort-en-omgeving

Poelepoort en omgeving op de kaart van Jacob van Deventer, 1560-1570. Collectie RHC Groninger Archieven 1536-7632. Centraal de Poelepoort met de toenmalige, verder naar de binnenstad gelegen Poelebrug, daaronder het Pepergasthuis.

Kreeg vanochtend deze mail:

Hallo Harry,

Namens een kennis kom ik met de volgende vraag.

Ter hoogte van de Poelepoort zou een ingang van een tunnel gelegen hebben die leidde naar het Prinsenhof:

“Ik ben geboren in de Poelestraat 45, vlak achter de poort. Achter in de grote kelder zit een stenen poort. Mijn vader vertelde altijd, dat daar een tunnel had gelegen, die naar het Prinsenhof gevoerd had, als vluchttunnel voor de Prinsen. Hoe kan ik te weten komen, of dit waar is?”

Ik heb tevergeefs het internet afgezocht maar niets kunnen vinden betreffende een (veronderstelde) tunnel.

Is jou iets bekend?

Met vriendelijke groeten,

H.

Mijn (iets ingekorte en bewerkte) antwoord:

Het geloof aan onderaardse gangen vanuit kastelen, kloosters en wat dies meer zij is een onuitroeibaar volksgeloof. Soms denk ik dat er een psychologische behoefte aan onderaardse gangen bestaat, die het beste verklaard kan worden aan de hand van wat Freud schrijft over de geboorte, geboorte-ervaringen en de herinneringen daaraan.

Als je aan al die verhalen over onderaardse gangen geloof zou willen schenken, is Nederland qua bodem één grote Emmenthaler gatenkaas. Nu heeft een groot gedeelte van Nederland ook een slappe, tamelijk vochtige bodem. Het bouwen van eeuwenlang duurzame tunnels in die bodem zou dan, net als in de mijnbouw in een stenen bodem, en zelfs als de gang met tras gemetseld is, zeer goed geprepareerd hardhout vergen, dat absoluut niet in contact met zuurstof mocht en mag komen. Bij een intacte onderaardse gang kan aan deze voorwaarde niet worden voldaan. Deze zou dan na verloop van tijd moeten instorten. Bij goed geteerde hardhouten buiningen (beschoeiingen) gold, dat ze na dertig jaar gedeeltelijk al aan vervanging toe waren, zo leert mijn ervaring met de stadsrekeningen.

Het pand waar het hier om gaat, staat bovendien in het laagste gedeelte van de Poelestraat. Bovendien lag dit gedeelte van de Poelestraat wat later achter de stadsmuur. Achter de Muur: zo heette o.a. de Schoolstraat. Nog steeds heeft het straatje in het verlengde van de Schoolstraat, richting achterkant Pakhuis, Pepergasthuis en Holland Casino die naam. Achter de bedoelde stadsmuur lag in de zestiende eeuw nog een dubbel grachtenstelsel. Zie de kaart van Jacob van Deventer uit 1560-1570. Het pand wat nu het adres Poelestraat 45 heeft, bevond zich op de plek van de binnenste van die grachten. Bepaald niet de ideale omstandigheden voor een tunnel! Laat staan een die de eeuwen zou moeten hebben getrotseerd.

Uit de Middeleeuwen kan die vermeende tunnel dus zeker niet dateren. In de zeventiende en achttiende eeuw, zeg maar de Prinsentijd, werden de overheidsuitgaven bovendien zo goed verantwoord, dat het de vele onderzoekers die de rekeningen terzake onder ogen hebben gehad, beslist opgevallen zou zijn als er een kostbare tunnel gebouwd was. Zij maakten hiervan echter nooit melding. Ergo: het verhaal van de vluchttunnel is quatsch.

Als er inderdaad een stenen poort of poortachtige structuur in die kelder gezien is, dan lijkt me de kans het grootst dat die met de laat negentiende-eeuwse riolering te maken heeft gehad. Een andere mogelijkheid is dat het de ruimte tussen twee funderingsstiepen van de middeleeuwse stadsmuur betreft. Maar ik hou het op het eerste.

Overigens is er in de Monumentenbeschrijvingen die de gemeente Groningen op haar monumentenwebsite heeft staan (a 2005; b 2009), alleen sprake van een kelder onder de àchterkamer van Poelestraat 45. Deels denkt de onderzoeker dat er alleen daar een kelder is, omdat zich daar eerder een binnenplaats bevond. Anderzijds lijkt er wel een kelder onder de voorkant geweest te zijn, maar is die dichtgemetseld (en opgevuld ?). Gezien de vochtige toestand op de foto’s van de kelder achter (en dat bij het hedendaagse grondwaterpeil!), lijkt me dat dichtzetten (en opvullen) ook geen wonder.


“Overval-alarm aanwezig”

Gezien op het Hoendiep bij de Energieweg – een schark waarop een bootjesmelker vier lullige kamertjes heeft afgetimmerd, alle nog onbewoond en met houten platen voor de ramen, maar elk al wel op de toegangsdeur voorzien van een opvallend geel bordje: “Overval-alarm aanwezig”:

dsc01588

Je vraagt je af wat voor kapitalisten hier komen wonen dat zulke bordjes noodzakelijk zijn. Voorlopig hou ik het er maar op dat de bordjes voornamelijk de paranoia van de bootjesmelker weerspiegelen.


Het Scheepvaartmuseum, nu het nog kan

Het ruikt er om te beginnen al lekker naar schip. Dat wordt straks dan anders, als het geen scheepvaartmuseum meer is.

De laatste keer dat ik door de vaste opstelling van het Noordelijk Scheepvaartmuseum heen liep, moet zo’n twaalf jaar geleden zijn geweest. Ik heb er intussen wel meerdere tijdelijke tentoonstellingen gezien, maar voor de vaste opstelling heb je wat meer tijd nodig.

De zaak bleek nu veel ruimer opgezet te zijn, niet alleen doordat het pand van het vroegere Tabacologisch Museum erbij getrokken is, maar ook doordat er wat wandjes weggehaald zijn. Of de opstelling in deze vorm nog lang te zien is, lijkt twijfelachtig omdat het Scheepvaartmuseum zich om wil vormen tot breder historisch museum. Over een naam zit men nog te dubben, maar het programma ligt al min of meer klaar.

Maar voorlopig is het dus nog een scheepvaartmuseum, een  van de drie of vier in onze provincie. Daar mag om mij wel wat meer concentratie in komen.

Roer, gevonden op zee, met Botnië op de achtergrond:
dsc01116
Vroeger vond ik daar nooit wat aan, scheepsmodellen van moderne binnenvaartschepen:
dsc01128
Enigszins bont opgeverfde replica van de gevelsteen met de snikke of trekschuit, op de hoek van ‘de Roderweg en de Korreweg in de stad:
dsc01137
Model van een snikke, openbaar vervoer van de zeventiende tot diep in de negentiende eeuw:
dsc01138
Uithangbord, afkomstig uit Leermens, gedateerd op ca. 1860:
dsc01140

Volgens het bijschrift richtte de bijbehorende ondernemer zich met drinkwater en kolen op schippers. Denk dat anderen, in casu landrotten, er ’s morgensvroeg ook wel kooltjes vuur of heet water voor de koffie kwamen halen.

Hebben ze zo’n mooi schip en dan kijken ze nog ontevreden:
dsc01161
Interieur schipperswoninkje (met dank aan Zakina):
dsc01162
Het kofschip de Eendraght, varend onder Deense vlag, 1803. Door onder vreemde vlag te varen hoopten de eigenaars inbeslagname van schip en lading door de vijand, het perfide Albion, te ontlopen. Aldus het bijschrift (in iets andere woorden). 1803 was echter een vredesjaar (Amiens),  Hield men zo’n vlag ook aan als er geen gevaar meer te duchten viel?:
dsc01165
Ze hebben er ook archief, merk ik:
dsc01171
Een met kippengaas beveiligde provisiekast vol herenbaai en pruimtabak:
dsc01172
Maquette van scheepswerf Barkmeijer:
dsc01181
Vaan van de Martha, met een voorstelling van Mercurius, gezeten bij allerlei koopmanschappen:
dsc01229