Rondje Zevenhuizen – Steenbergen

Aalscholverkolonie aan de zuidkant van het Leekstermeer, tussen Roderwolde en Leek. In die bomen wilde vroeger nog wel eens een havik of een buizerd zitten:

In de buurt van Leek:

Op de wallekant van het Leeksterhoofddiep:

Eerste stukje Zevenhuizen:

Op de Oostindische kant van Zevenhuizen:

Nieuwsgierige scharrelvarkens tussen Zevenhuizen en Steenbergen:

In die omgeving een enorm areaal aan mosterd?zaad. De teler zal wel duimen dat de nachtvorst uitblijft:

Een van de ettelijke zilverreigers in de Onlanden:

Advertenties

Rondje Sandebuur – Lettelbert

Peizerdiep bij Eiteweert:

Hooi harken op dijk bij Sandebuur:

Vraag me af hoe lang dit rijtje scheve populieren er nog staat (Sandebuur):

Door grazige weiden:

Noordkant Sandebuur:

Samenscholende blaarkoppen:

Verkleurend braamblad:

De weg door Foxwolde:

Foxwolde, schuur en landschap:

Ook daar – koeien treuzelend op weg naar de melkstal:

Opgehokte schapen naast het trainingsveld voor bordercollies, Nienoord:

Lettelbert – dit aparte slag schapen met getordeerde hoorns is de laatste tijd in opkomst:


Eindelijk de kerk van Niekerk gezien

Ik was er nog nooit geweest, in de kerk van Niekerk, Oldekerk en ’t Faan. De deur was altijd dicht en er hangt geen bordje met een sleuteladres. Maar zaterdagmiddag zag je overal gemeentevlaggen in die omgeving, en leek er ook bij de kerk iets feestelijks te doen. Althans, in het belendende gemeentegebouwtje De Zaaier zat redelijk wat volk getuige de geparkeerde fietsen, een vriendelijke vrouw kwam er net naar buiten lopen en wilde de kerkdeur wel even voor me opendoen. Dit was het beeld voordat zij het licht ontstak:

De ruimte opzij duidt erop, dat het ooit een kruiskerk moet zijn geweest. In die ruimte staan herenbanken met houtsnijwerk, maar zonder wapens, of zouden die zijn zwartgemaakt?:

Het zicht, vanaf die banken, op de tegenover gelegen preekstoel:

Eenvoudig avondmaalsgerei:

Op de kansel, uit 1705, vier panelen met de evangelisten. Lucas met zijn os:

En een opgestoken vingertje:

De os, nog niet zo oud maar vrij dociel:

De voorzijde van de kansel:

Doodskop en zandloper als reminders van onze sterfelijkheid:

De kansel van opzij, met twee andere apostelen:

Bij de kansel hangt dit bordje, ik denk dat het hoorde bij een bank voor ambtsdragers (ouderlingen en diakenen). Als die gissing klopt, dan gingen die van Niekerk en die van Oldekerk niet door één deur:

Tegen de achterwand, bij de uitgang, dit collectebusje voor de verwarming van de kerk:


Hersenloze zuiplap bevuilt bermen Zuiderweg

De Zuiderweg bij Zuidhorn, daar kom ik heel graag langs:

De majestueuze populieren raakten in de droogteperiode al een flink deel van hun blad kwijt, maar hun hoogte blijft indrukwekkend:

Helaas zijn er ook mensen die er een vuilnisbelt van maken. Gistermiddag lagen op regelmatige afstand van elkaar – zo’n 50 à 100 meter – minstens zeven losjes dichtgeknoopte plastic zakken met bierblikjes:

Ze lagen allemaal precies langs de kant van de weg en waren er dus niet neergegooid, maar neergelegd, in een opzettelijk patroon:

Soms lag er nog een blikje naast, dat kennelijk gedurende deze operatie werd opgedronken:

De bierblikjeslegger meed duidelijk de bewoonde gedeelten van de Zuiderweg. De meest zuidelijke puutjes (boven) bevatten ook de meeste blikjes, richting Zuidhorn ging de hersenloze slont zuiniger om met zijn waar:

Zijn (nachtelijke) bestemming zal Zuidhorn geweest zijn. In enkele zakken deed hij ook sigarettendoosjes van een merk dat volgens mij niet zoveel gerookt wordt (L&M):

Ook in dit geval geldt: dna-sporen en vingerafdrukken zeker stellen, die komen in de toekomst vast nog wel eens van pas:


Langewolder herfstrondje

Aduarderdiepsterweg, Leegkerk – hij kan er niet bij:

Aduarderdiepsterweg, Leegkerk – blaarkopstiertje achter tralies:

Weersterweg tussen Nieuwbrug en Den Horn – alerte Groninger hengst:

Landschap tussen Den Horn en Lagemeeden:

De gewezen doopsgezinde kerk van Den Horn, waar mijn overgrootmoeder af en toe kerkte:

Kaardebollen langs het Hornpad, helaas zonder putters:

Landschap bij het Hornpad:

Slotenschoonmaakmachine:

Op het kerkhof aan de Jellemaweg in Zuidhorn:

Vliegende hond, Hoofdstraat Zuidhorn:

Blad van Amerikaanse eik, Boltslaan Zuidhorn:

Goudes aan de Gast, Zuidhorn:

’t Faan – roodgrimd koetje in boomgaard:

Mocht even in de kerk van Niekerk kijken (morgen meer):

Prachtige boom op ’t Faan bij Bijma in de buurt:

Uitstalling van pompoenen en kalebassen langs de weg van ’t Faan naar de Dijkstreek:


Oververtegenwoordigde minderheden

Ben een beetje aan het stoeien met de volkstelling van 1809, met name voor wat betreft het Westerkwartier.

In het algemeen is 87,2 % van de Groninger bevolking dan hervormd. De katholieken maken 7 % uit, de doopsgezinden 2,6 %, de lutheranen 1,9 % en de joden 1,3 %. Interessant is dan, waar minderheden die percentages overstijgen.

Ik beperk me even tot der twee belangrijkste minderheden: katholieken en doopsgezinden. In het Westerkwartier zijn er in 1809 alleen meer dan 7 % katholieken (geel) in Aduard en Den Ham. Je vraagt je af of dat misschien samenhangt met het rond 1600 gesloopte klooster – in de hervorming van Aduard zou wel eens een aardig onderwerp van studie kunnen zitten.

De doopsgezinden (blauw) zijn qua Gronings gemiddelde oververtegenwoordigd in het noorden, op de klei, met de grotere boerderijen. De vestiging van Zwitserse mennonieten, begin achttiende eeuw, in de streek rond Hoogkerk is ook nog duidelijk te zien. Ten zuiden van het Hoendiep, op het zand en veen van Vredewold en Langewold zijn de mennonieten veel minder zichtbaar, Alleen in wat kerspelen die aansluiten bij het kleigebied (Lutjegast, Niekerk en Faan, Oostwold en Lettelbert), zijn ze daar oververtegenwoordigd.

De doopsgezinden zijn vooral in de achttiende eeuw sterk in aantal afgenomen. Waarschijnlijk gingen de meer conservatieve elementen over naar de hervormde kerk, door zichzelf en/of de kinderen in die kerk te laten dopen. Ook hierin zit nog een aardig onderzoek. De kerspelen waar de doopsgezinden in 1809 oververtegenwoordigd zijn, zullen denkelijk ook eerder de doopsgezinde kernen geweest zijn.


Rondje Ezinge

Leegkerk, bij het Tichelwerkpad:

Forse zwavelzwam of boskip (dank, Frans van Woerkom) op populier die al eerder een stevige tak liet vallen:

Geiten op slootwal bij de Zijlvesterweg, Leegkerk:

De jonge Held:

Bij Dorkwerd:

Langs het Reitdiep:

De wandelroute Om de Noord liep langs Wierumerschouw, waar plein-air schilders in de trant van de Ploeg hun werk vertoonden:

Links een dorpsgezicht dat aan Garnwerd doet denken, maar het niet is. De schilder rechts negeerde opzichtig de hier liggende schepen:

Joeswerd, Feerwerd:

Ook daar begon de herfst:

Boerderij bij Ezinge:

Entree met ginkgo, Ezinge:

Wegje dat het land invoert, Ezinge:

Dorpsgezicht vanaf dat landweggetje:

Op de terugweg over de Walfridusbrug met deze stencilgraffiti op de boog. De adelaar is naar een Amerikaans model en eenkoppig, anders dan de Groninger arend. De naam van het clubje is Italiaans. Feitelijk vormen logo en naam dus een manifestatie van zelfhaat:

Feestvarken in de fietstunnel tussen de Smirnoffstraat en de Curacaostraat: