Rondje Kommerzijl

Roze waterlelie – nooit eerder gezien op het Hoendiep:

Ooievaar midden tussen de koeien, Zuiderweg nabij het Hornpad:

Land tussen Zuiderweg en Hoendiep:

Eindje verder aan de Zuiderweg – ooievaarsgezin speurt land af:

De groene kathedraal heeft al wat blaadjes gelaten:

De weg aan de noordkant van het Hoendiep tussen Noordhorn en Grijpskerk is het nieuwe Abbey Road; op de achtergrond de nieuwe spoorbrug:

Terwijl ik die weg verder afreed, wakkerde de wind aan tot bijna 4. In de verte naderde een wolkenlucht. De Zwakkenburger watermolen draaide volop, en er lag een plas bij, in het land. Elders zag ik juist droge grachten. Tijd voor een Weissenbruchje:

Langs de weg stond Janco Doornbos, al jaren de vrijwillig molenaar van de Zwakkenburger, en vroeger, voor 2007, een paar decennia lang de oliemulder  van Woldzigt in Roderwolde. Hij vertelde dat hij water op het land maalde, eigenlijk een omkering van de normale gang van zaken:

Vanaf de spoorwegovergang bij Grijpskerk tien, twintig wagens met stro tegengekomen, een paar wat minder groot, trouwens (die van de hobbyboeren). Ze gingen allemaal naar het zuiden:

Ten noorden van Grijpskerk waren de pakjes in de maak:

De weg langs de NAM-locatie naar Kommerzijl – buizerd wil niet poseren:

De gele bloemen ken ik niet bij naam, maar hun geel contrasteert aardig met het roestbruin van de verdorde zuring:

Tussen de NAM-locatie en Kommerzijl ligt een mooi natuurterrein: de Noorderriet, aangelegd door de NAM, met wandel- en fietspaden. Boven deze watergentianen snorde het van de libellen en juffers:

Dit zal dan de vroegere Riet (wadgeul) zijn:

Brugje (over het Niehoofsterdiep) en witbladpopulieren te Heereburen:

Constellatie daar in de buurt:

Dorpsgezicht Niehove vanaf de Heereburen:

Doorzonschuur, eveneens Heereburen:

Weer aan de noordkant van het Van Starkenborghkanaal:

Bij Aduard:

Advertenties

Retour Lutjegast

Strowagen bij de Maarsdijk, tussen Enumatil en Niekerk:

Agrarische goniometrie bij Niekerk:

Boerderij op Oosterzand die er een paar jaar geleden nog zeer verwaarloosd uitzag:

Genese van een zandverstuiving:

De christelijk-gereformeerde kerk van Lutjegast (1928):

Vader en zoontje op het Hoendiep:

Rode blaarkop, Zuiderweg tussen Enumatil en Zuidhorn:

De grazige weiden zijn hier bij Zuidhorn ook al bijna kaal:

Zilverreiger bij Den Horn:

Verdorrende kaardebollen bij het Hornpad:

Kerkhof Den Horn:

Reiger op paal:


Het ontladen ener strowagen te Lutjegast

Bespeurde op dit punt dat er een bijzonder tafereel aan zat te komen:

Er werd een wagen met ongeveer 200 pakken stro afgeladen:

De pakken vlogen door de lucht:

Wat in het tegenlicht wolken van strogruis opleverde:

Ik was zo gefixeerd op dat strogruis, dat ik thuis pas zag hoe hachelijk de positie van de man bovenop de wagen was. Ik hoop maar dat dit goed is gegaan.


Vermist gedicht van Griep gevonden. Nu de foto van Poppema’s bijenstal nog

2015-08-02 009

Jelte Dijkstra alias Nicolaas Grijp alias Nikloas Griep. Portret op plaquette in Grijpskerk.

Medio juli zoekend op ‘iemen’ (bijen), trof ik via Delpher een stukje uit een Noorder Rondblik van 1988, dat gaat over een gedicht ‘Iemen’ van Nicolaas Grijp (= Jelte Dijkstra). Dat gedicht was opgedragen aan de imker Eduard Poppema (18841971) uit Grijpskerk, de overbuurman van de dichter, die een mooie bijenstal had. Helaas waren diens nazaten het gedicht krijtgeraakt. Het had nog in een onbekend Westerkwartiers huis-aan-huisblaadje gestaan, maar onopgemerkt, vandaar dat de Familiekring Poppema een oproepje deed in de Noorder Rondblik om het terug te vinden.

In dezelfde rubriek kwam het gedicht later niet meer ter sprake. Ik neem aan dat de familie Poppema zich wel met het gedicht gemeld zou hebben als de oproep tot het gewenste resultaat had geleid. Uit het ontbreken van een melding terzake leid ik dan ook af dat de oproep van de familie geen succes had.

Intussen was ik wel benieuwd geworden naar dat gedicht, en dus schreef ik een paar mensen aan die het oeuvre van Nicolaas Grijp goed kennen. Het bleek dat er eerder ook in hun kring pogingen waren ondernomen om het gedicht te achterhalen. Die waren al even vergeefs geweest: “Goa der mor van uut: die iemen bennen votvlogen”.

Vandaag tussen de middag kreeg ik opeens een brainwave en bedacht dat Grijp ook wel eens op zijn Gronings Griep kon heten. Inderdaad leverde die vergroningste achternaam twee bloemleesbundels op in de bibliotheek van de Groninger Archieven, beide samengesteld door Jan Boer uit (nagelaten) werk van “Nikl. Griep”. Vervolgens ben ik opnieuw in Delpher gaan zoeken met “Nikl* Griep” en met de nadere toevoeging “iemen” kwam het gedicht daar inderdaad meteen tevoorschijn:

Iemen
(veur E.P., iemker)

Van ’t eene kerwei geit ’t noar ’t aanner kerwei,
Van ’t koolzoad gauw noar de greide:
Doar bloeide de kloaver soo soet op de klei,
En nou ben wij gasten op d’heide!

’t Geit uut en ién ’t vlieggat, met man en macht;
’t Is soeken en sugen en swaarmen,
Want as er niet waarkt wordt veur ’t noageslacht.
Dan moeten ons volken veraarmen.

As ’t blauw van de lucht over ’t sangen hen bugt,
En de wereld leit welig te fleuren,
Dan weren w’ ons geducht, want dan hemmen w’ onze nucht,
En wij duzeln van reuken en kleuren!

Ons hunnig is blank of goldgeel of bruun
En boordevol krachten veur ’t leven;
Wij swaarven wied weg over dunen en kruun, —
Nee — veur niks wordt die segen niet geven!

Ik zal niet zeggen dat het een wereldgedicht is, maar toch is het zeer bevredigend om het gevonden te hebben. Nu hoop ik nog alleen, dat iemand van de familie Poppema zich bij me meldt, die afweet van de zoekhistorie destijds. Ik ben namelijk ook nog erg benieuwd naar de foto, die bij het gedicht hoorde. Daarop staat de bijenstal van Eduard Poppema.

Alvast zeer bedankt voor uw reactie hier of per mail!

Met dank aan Tonko Ufkes en Bindert Helder voor het mee helpen zoeken.


Middagster avondrondje

Bij Nieuwbrug – ooievaar en nieuwsgierig opdringende blaarkop:

Het baanwachtershuisje bij de overweg tussen Den Ham en Aduard, dat binnenkort verplaatst wordt wegens de verdubbeling van het spoor:

Boerderij te Fransumer Voorwerk:

Partyboat bij de Dorkwerderbrug:


Rondje Ezinge

Bij de Aduarderweg overal liggende groepjes blaarkoppen. Deze hebben net een eetbare divan gekregen van hun baas:

Kraaien hadden meestal hun snavel openstaan, zoals hier aan de Zijlvesterweg:

Kleiwerd:

Meerkoet bij Reitdiepdijk begint aan tweede leg:

In de buurt van Bolshuizen bij een sloot – guldenroede (ook wel te zien in tuinen):

Snijwerk in het bovenlicht van havencafé Ezinge:

In de buurt van de Allersmaborg – drie zwaluwen op een draadje:

Achter het Waarhuis zag ik kanonnen staan, waaronder schapen schaduw zochten:

Vogelverschrikker bij Antum:

Hij bewaakt de wierde met graan – in de boom rechts nestelen duiven:

Tussen Hekkum en Adorp. Zitten ze zich een beetje uit te sloven met dit weer:

Rawhide in Wierum – op naar de melkstal:


Ommetje Midwolde

Kukelekuconcert met aandachtig gehoor, kinderboerderij Minerva, Hoogkerk:

De Poffert, bij het werfje:

Voorbij de Oostwolder Kerktil – eenzijdige blaarkop:

Bij het Lettelberterdiep naar het westen – grastinten bij een laag staande zon:

De eerste uitgebotte bereklauw:

Weiland bij parallelweg langs de A7 – ponyveulen:

Iets verderop heb je heel even een doorkijkje via de Pasop zuidzijde op de toren van Midwolde:

Het salonbootje Mercedes ligt er weer: