Moeilijke stiefvader over de vloer

Het zaakje kwam pas eind mei 1755 voor de grietman van het Vredewold in het rechthuis van Leek, terwijl het zich begin februari dat jaar al had voorgedaan. Erg veel haast maakte de grietman dus niet. Eerst lijkt er ook sprake van een eenvoudige mishandeling, waarbij het slachtoffer louter melding maakte van schade aan zijn jas. Dit slachtoffer was Gerke Hindriks, oorspronkelijk afkomstig van Surhuisterveen, maar sinds een jaar of tien getrouwd met de weduwe van de Marumer schoolmeester Jan Rommerts. Gerke was die middag om vier uur langsgegaan bij de woning van zijn stiefzoon Rommert Jans. ook in Marum, “om een pijp an te steken” en hij had er ook werkelijk even rustig gezeten, tot Rommert hem bij de kraag van zijn “hembtrok” pakte en hem “met gewelt” het huis uit zette, “sodat de hemtrok scheurde”.

Zoals wel vaker bij aangiften, voel je op je klompen aan dat het verhaal niet verteld is met enkel de incriminerende feiten. Ook in dit geval hield Gerke, het slachtoffer, zich liever stil over de aanleiding. In zijn verweer wilde de door hem aangewezen dader, zijn stiefzoon Rommert Jans, daar echter graag een boekje over open doen. De grietman noteerde dat deze

niet weinig doleerde over de slegte conduite van sijn stiefvader, met wien sijn moeder zig tot een behoorlijke zamenleving niet konde verenigen, sodat [zij] genoodzaakt wierde haar toevlugt tot hem te nemen ter bekoming van het nodigh onderhoudt, en [zij] dus ten zijnen last en onderhoudt quam. (…)

Tussen Rommerts moeder en zijn stiefvader Gerke boterde het dus niet zo en zij was naar haar zoon gevlucht, die haar sindsdien kost en inwoning verschafte. De extra huishoudelijke uitgaven leken Rommert vooral dwars te zitten, maar ook leek hij zich eraan te storen dat Gerke nu van die kostenpost af was, terwijl Gerke, als die bij hem op bezoek kwam, zich ook nog eens misdroeg:

des niet te min sijn stiefvader (…) teffens zigh niet onthield hem in zijn eijgen woning dronken en vol zijnde te ontrusten, waardoor de veiligheidt en vrede van zijn huis wierde gestoort, het welke vermeinde niet te behoeven te dulden.”

Zo was het die derde februari dan uit de hand gelopen, althans volgens Rommert:

Dat deswegen met moeijte en iver angedaan, denzelven [stiefvader] na voorgaande weijgeringh uit ‘t huis had gezett, vertrouwende geen misdaat daaran begaan te hebben, en zig versekert houdende van an denzelven alle liefde en genoegen te zullen betonen, indien [hij] zig als een stiefvader betaamt quam te comporteren, maar daaran in alles deficiërende, verzogte in ’t toekomstige an zijn huis ongemolesteert te mogen verblijven.

Rommert vond dus dat hij Gerke terecht uit zijn huis had verwijderd. Als Gerke zich netjes gedroeg, mocht hij weer langskomen.  Het Edel Gericht, beider standpunten tegen elkaar afwegende, kwam uiteindelijk met beider goedvinden tot een soort van vergelijk en tekende enerzijds aan

dat Rommert Jans wegens zijn al te verre gegane iver tegens de eerbied an sijn stiefvader schuldig, ten profijte van de armen zal betalen tijn dalers en de kosten hierover gevallen.

Rommert moest dus flink in de buidel tasten voor zijn heethoofdige gebrek aan respect voor zijn stiefvader. Anderzijds kreeg Gerke een soort van lokaalverbod opgelegd en moest

zig voortaan van de woning van zijn stiefzoon onthouden en denselven ongemolesteert laten, bij poena van nader dispositie.

Als Gerke er dus nog eens kwam opdagen, dreigde de grietman met andere maatregelen. Beiden namen genoegen met deze uitspraak. Ik vermoed zelfs dat Rommert het geld er graag voor over had om op deze manier van Gerke af te zijn:

Zijnde voorts opgemelte betaling dadelijk door Rommert Jans gedaan in de bus van de diaconie armen op de Leek.”





Bron: Groninger Archieven Tg. 735 invnr 91:  rechtdagen Vredewold,  26 mei 1755.


Naar een nieuwe canon voor het Westerkwartier


Webbenrijk rondje Ezinge

Afgelopen zondag waren de velden vol spinnewebben en af toe kreeg ik er een in het gezicht, die door de wind was meegevoerd.

Bij de spoorwegovergang Den Horn was er nog niets aan de hand:

Maar even voor Zuidhorn werd het al zichtbaar:

Tussen Noordhorn en Oldehove:

Bij Oldehove:

Tussen Oldehove en Ezinge, nabij het Ronde Zwienhok:

Spoorbrug Zuidhorn vanaf de Zuiderweg tussen Ezinge en Fransum:

Tussen Den Ham en Aduard:

Bij Dorkwerd in de buurt – exotische koetjes (Brown Swiss?) lusten ook wel wat kruiderij uit de sloot:


Rondje Ezinge

Toch blij dat ik dit tochtje gistermiddag maakte, en niet vandaag. Door de matige, maar gestage wind hingen er lange wolkenstraten in de lucht, zoals hier bij Leegkerk:

Leegkerk, bij de Kosterij:

Bij de nieuwe Aduarder brug had een van de kunstfietsers, die hier staan, een slag in zijn voorwiel:

Vandalisme? Denk eerder dat een auto die richting Den Ham moest, wat al te vroeg rechtsaf sloeg of de bocht te krap nam, misschien ook doordat hij een fietser van links te laat opmerkte. De dader zal vast op het kerkhof liggen. NB: het plaatstaal waarvan het kunstwerk werd gemaakt, is een centimeter dik, dus dat ging met nogal wat kracht gepaard:

Bij Aduard een koeienrij voor de melkstal:

Feerwerdermeeden:

Ik zou even langs bij een kennis die daar op de vlakte woont, maar de rottweiler van boer Jensema wilde me er niet langs laten. Heb daar dus maar even een diepgaand en verhelderend gesprek mee gevoerd:

Uitzicht op de populierenrij bij Beswerd:

De boerderij die van mijn overleden achterneef Johannes Nienhuis en diens ouders was, aan de Onnesweg te Feerwerd, krijgt van de nieuwe eigenaars een nieuw dak op de schuur:

Tussen Feerwerd en Ezinge:

Een zo te zien tevreden klant bij het café in Ezinge:

Op het fietspad langs het Aduarderdiep ter hoogte van Nieuwbrug zat een kat te kauwen op een muis:


Coendersborch, Nuis

Medio juli was ik op een zondagmiddag kort in de Coendersborch bij Nuis. Een overzichtje van wat er te zien viel.

De classicistische voorgevel van het buiten, dat nu van stichting het Groninger Landschap is, die het deels inzet als erfgoedlogies:

Bij graafwerkzaamheden kwam enige tijd geleden dit natuurstenen fragment van een schouw uit 1571 tevoorschijn. Waarschijnlijk stond die haard in Fossema of de Fossemaheerd, de voorganger van de Coendersborch:

Detail met Renaissance-ornamentiek:

Misschien wel even oud – het gebintenstel in de schuur achter het huis:

In de westelijke voorkamer een haardstuk of behangselschildering door de mr. schilder (en boekhandelaar) Hermannus Tjesses Sterringa (1796-1874) uit Gorredijk. Een heer rijdt stapvoets door een laan naar een (fictieve) stad en ziet aan zijn rechterhand een overzet met een naar hem wuivende passagier:

Het detail met de veerschuit laat zich associëren met Charon, de Griekse veerman die de doden over de Styx bij de Hades afleverde:

Een ingelijst fragment betreft een afscheid van iemand die op het punt staat zich in te schepen voor een verre reis. Mogelijk betreft dit een eerdere scène uit een visueel reisverslag, terwijl het bovenstaande de thuiskomst van die reis weergeeft:

In de schuur nog deze plattegrond van het langgerekte landgoed, eind twintigste eeuw:


Rondje Oosterzand

Bangeweer, Hoogkerk:

Bij de Oostwolmerdraai:

De ginkgo bij Enumatil:

Het Kolonelsdiepje op Oosterzand, vanaf een bult aarde bij de weg:

Onttakelde schuur, Oosterzand:

Het licht aflopende landschap bij Oosterzand – op de voorgrond ligt het land een meter of zo boven NAP, op de achtergrond ligt het ruim een meter eronder:

Bij de Zandumerklap:

Niekerk – wagen met tafereel. Dat mochten we vroeger niet zeggen: “vreten”, want dan had je geen eerbied voor je eten:

Trekkertje op ’t Faan:

Landweggetje tussen Faan en Briltil:

Op de zuidkant van het Hoendiep staan kleine, maar al vruchtdragende appelboompjes:

Herfsttijloos op de oever van het Hoendiep nz. even voorbij Enumatil:


Graasbegeleiding

Gister, laat in de middag, liepen er een stuk of zes zilverreigers tussen de kudde koeien aan de Zuiderweg tussen Enumatil en Zuidhorn schuin tegenover Pabema:


Roze koeken langs het Pieterpad

Tussen Oostum en Garnwerd staat er opeens een voorziening ter verschaffing van verfrissingen langs het Pieterpad:

De nieuwe kiosk bestaat uit een afgedankte maar gerehabiliteerde stuurhut met een paar conventionele zitjes:

Het assortiment, met – opgelet – roze koeken tegen de hongerklop:

Tot nu toe waren de vele wandelaars en fietsers in deze contreien aangewezen op Café Hamming en het Waterborgje in Garnwerd. Ik vermoed dat deze nieuwe outlet wel in een behoefte voorziet:


Ooievaars op thermiek

Gezien bij de Hoedekast, onder Lettelbert:


Zuidhorn – Heereburen – Garnwerd – Garmerwolde

Zonnebloem, Minervapad Hoogkerk:

Westpoort bedrijvernterrein – LCW vanaf de Londenweg:

Bij de Zuiderweg, Zuidhorn – ooievaar trekt zich niets aan van trekker met giertank erachter (verderop wandelden er nog een stuk of zes.):

Vanaf Zuidhorn even doorgefietst naar Oudebosch fruit in Heereburen, vlakbij Kommerzij, voor een paar bakken kersen. Het koren was hier al gemaaid en gedorst:

Dijkcoupure bij de Gaaikemaweg tussen Pama en Aalsum:

Bij de dijk stond een ouwe veewagen, met twee etages schaduw voor de schapen:

Maaidorsers in de tarwe bij Aalsum:

Garage, Oldehove:

In de omgeving van Ellerhuizen – boerderij in wederopbouw:

Achter Thesinge – colonne boerenwagens na gedaan werk:

Wapen van de voormalige gemeente Ten Boer op de molen Germania, Thesinge:

Wolkenlucht bij Garmerwolde:


Andermaal Zuidhorn vv

Leegkerk, Tichelwerkpad – mevrouw blaarkop heeft net als gister haar weiland wederrechtelijk verlaten. Toch maar even terug om de boer te waarschuwen:

Terug van de boer, blijkt dat mevrouw inmiddels in de bijna droge sloot vertoeft:

Boerenzakdoek als vlag:

Bij een bankje aan het Hornpad, tussen Den Horn en Zuidhorn:

Zwarte koe bij het Hornpad:

In een leegstaande handwerkwinkel, Zuidhorn:

Scheuvelaars tegen de wind in, windwijzer zuidkant Zuidhorn:

Het voorwereldse monster (sleuvengraver) te Vierverlaten staat werkloos langs de oprit met een kapotte of erafgelopen graafband:


Ommetje Zuidhorn

Blijkbaar is er een bouwplan voor Bangeweer (Hoogkerk) – daarbij is iets achter de ‘hut’ weggehaald, waardoor je die nu helemaal in zijn oude vorm kunt zien:

Blaarkopstiertje aan stik, Leegkerk:

Op de oever van het Aduarderdiep stond een oud trekkertje. Eerst dacht ik: gedumpt, maar aan de achterkant bleek een buis te zitten, waardoor er water uit het kanaal gepompt wordt, dat waarschijnlijk naar de sloot aan de andere kant van de weg gaat:

Detail op de motorkap:

Ingang kerktoren Zuidhorn:

Bloempjes bij het graf van mijn overgrootouders, Jellemaweg Zuidhorn:

Onderweg naar Enumatil: land tussen de Zuiderweg en het Hoendiep:

Voorwereldlijk monster (sleuvengraver voor kabelwerken) bij het Transformatorstation Vierverlaten:

(Foto’s van gistermiddag.)


Een ooievaar op de Hondehoek

Meestal kijk je niet naar boven als je onderweg bent. Het is immers wel zo veilig om verdacht te zijn op tegenliggers, inhalanten, veel te breed landbouwmaterieel etc. Maar nu keek ik wel eens naar boven en had geluk. Op de boomstam die sinds kort gestript achter de boerderij op de Hondehoek staat, vanaf Lettelbert dichtbij Midwolde, stond pontificaal een ooievaar:

Hij stoorde zich niet aan mij en hield zijn blik gericht op de achterliggende wei- en hooilanden, richting ’t Leekster Hoofddiep:

Misschien checkte hij ook wel, of de paal een volgend jaar voor nestgelegenheid kon dienen:

“Misschien kan de eigenaar de boomstomp plat afzagen”, dacht de passant, “en er een wagenwiel op vastzetten”. Meestal houden ooievaars niet van al te veel drukte in de buurt, en de boomstomp staat vlakbij een interlokale weg, maar dit exemplaar leek me tamelijk onverstoorbaar.


Rondje Roden – Leek – Lettelbert

Onlanden – versleten dagpauwoog op Jacobskruiskruid:

Stenig rommelhoekje met kamille, op de achtergrond de Hooiweg naar Roderwolde:

Ruig slootje in pasgemaaid hooiland, Roderwolde:

De rogge, bijna maairijp:

Aan de andere kant van de Hooiweg zochten de koeien de schaduw al op (ca, 2 uur):

Foxwolde – opgesplitst graasfront:

Bloeiend aardappelveld bij de Drentse Wijk, Terheijl:

Een ontwerper van Jugendstil lampekapjes heeft goed naar deze bloempjens gekeken:

Blauwtje in de tuin van Nienoord, de eerste die ik ooit goed voor de lens kreeg:

On hetzelfde perk deze distels:

Bij de uitgestorven Lettelberterplas:

Ouwe dwars geplaatste paardenstal, te zien vanaf een dijkje bij die plas:

v


Rondje Wierdenland, Ezinge

Bij Dorkwerd – de brug bleek te smal:

Op een rommelbultje bij het Van Starkenorghkanaal:

Tamelijk grote zwam aan de voet van een boom bij Antum:

Voor het eerst dat ik deze opmerk in Aduarderzijl – het maakt deel uit van een stel en lijkt op een stuk borstwering van een boogbrug. Zandsteen, zo te zien achttiende-eeuws:

Fragment van de pendant:

Koeien op de Reitdiepdijk even voorbij Aduarderzijl:

Toegangshek tot de Allersmaborg:

Schuur tussen Allersma en Ezinge krijgt nieuw riet op het dak:

In Museum Wierdenland was nog net de tentoonstelling te zien over de opgravingen van de jaren twintig en dertig. Artist impression van Ezinge in de Middeleeuwen, met de nog complete wierde, een steenhuis en een standerdmolen::

Hoofdmoot vormden de opgravingsfoto’s – archeobaas Van Giffen (derde van rechts, met alpino) ontvangt enkele geleerde gasten:

De steilkanten van de vrij diepe put werden tegen het bepaald niet denkbeeldige instortingsgevaar gestut:

Benen fluitje toont aan dat de Ezingers van destijds al aan muziek deden: