“Een echte durfal, die Harry”

Nu bijna 25 jaar geleden haalden Wim Hartman en ik namens de Oosterpoort de finale van de OOG-wijkkwis, destijds gepresenteerd door een piepjonge Wilfred Genée. Op het spel stond een videorecorder en onze tegenstander was Aduard, dat in monnikspijen verscheen. Een en ander speelde zich af het gebouw van de dienst Ruimtelijke Ordening aan het Zuiderdiep, waar ze de goeie trap voor een klassieke opkomst hebben. Let u speciaal ook op het Ruimtelijke Ordeningsspel, de truuk die ik daar uithaalde was ik al helemaal vergeten:

Wat was ik toen nog een jong mager knulletje en wat zat ik daar irritant vaak met open mond. Trekje dat ik herken van mijn vader. Zou me nu niet meer zo gauw overkomen, denk ik, in het zicht van een camera.

Met dank aan René Duursma, GAVA.


Wat voor straffen er op het houden van je radio stonden en het luisteren naar de Engelse zender

Mijn Havelter grootvader, een ambtenaar, had in 1943 de radio in zijn bijenstal willen verstoppen. Daar stak mijn wat bang uitgevallen grootmoeder een stokje voor. Het toestel werd ingeleverd.
Heel anders ging het bij mijn Dwingeler grootvader, een electriciën met een handel in elektrische apparaten. Hij hield zelf een radio aan en luisterde naar de Engelse zenders. Bovendien verstopte hij het opgeëiste verkoopregister van de radio’s onder de winkelvloer, en deed dat ook met een stuk of vijftien radiotoestellen van dorpsgenoten. Zij kregen van hem in ruil een oud apparaat terug dat ze dan bij de Duitsers konden inleveren.

Hetgeen de vraag oproept wat voor sancties er stonden op het houden van je radio en het luisteren naar de Engelse zenders.

Eerst de regelgeving.

Op 13 mei 1943 verordonneerde de Duitse bezetter de verbeurdverklaring van alle radiotoestellen. Hiervoor bleef het politiestandrecht gelden. Op het houden van je radio stond een gevangensisstraf van maximaal vijf jaar en een arbitrair vast te stellen geldboete. Ook kreeg de Sicherheitspolizei een vrijbrief om corrigerend op te treden. Dat kon concentratiekamp Vught betekenen als je naar de Engelse zender luisterde.

In oktober boden de Duitsers nog nog een laatste mogelijkheid om de radio in te leveren. Daarna zouden ze bijzonder streng gaan optreden, zo kondigden ze alvast aan. Naast celstraf en arbitraire boete kwam er een nieuwe strafmaatregel: de verbeurdverklaring van de huisraad, die dan naar bombardementsslachoffers in Duitsland zou gaan.

Dat was dus wat je boven het hoofd hing bij bezit en gebruik van je eigen radio, nu de werkelijke straffen en dat dan met de blik vooral gericht op het Noorden.

In juli 43 kreeg een Leeuwarder, bij wie een radio was aangetroffen, 2 maand celstraf in Duitse gevangenissen, plus een boete van 120 gulden. Bovendien moest hij de kosten van het geding betalen (ƒ 38,-).

Een maand later behandelde het Landesgericht Groningen/Assen maar liefst 95 zaken wegens “Nichtablieferung von Rundfunkapparaten”. Het veroordeelde 65 verdachten tot gemiddeld twee à drie maanden gevangenisstraf. Twee moeten een jaar of zelfs veertien maanden zitten, omdat bewezen was dat ze met hun verstopte radio’s naar Engelse zenders hadden geluisterd.

Na de na-inlevering willen de Duitsers opnieuw voorbeelden stellen. Weldra raken twee Groningse families hun huisraad kwijt aan Bombengeschädigte.

In februari 1944 moeten maar liefst 42 inwonersvan Bellingwolde en 78 van Finsterwolde maar even op hun gemeentehuis komen verklaren waarom ze hun geregistreerde toestellen niet hebben ingeleverd. Van deze gemeenten zijn de aantallen bekend, in andere moeten ook tientallen personen zo’n oproep hebben gehad. Te Sappemeer vallen drie boetes van 1000 gulden en eentje van 5000. Van waarschijnlijk die laatste veroordeelde wordt ook een deel van de inboedel verbeurd verklaard. Zijn zoon gaat voor straf via kamp Amersfoort naar het Duitse Waddeneiland Wangeroog. Na de oorlog loopt het schip waarmee deze jongeman repatrieert bij Bierum op een mijn. Daarbij komt hij om, in het zicht van de haven.

Dat het houden van een radio en het luisteren naar de Engelse zenders je het leven kon kosten blijkt nog veel pregnanter in oktober 1944 op Oostvoorne, dan frontgebied. Een evangelist organiseert er in zijn lokaal bijeenkomsten waar naar Radio Oranje wordt geluisterd. Bij een huiszoeking vinden de Duitsers er meerdere radio’s. Ze hebben de evangelist zonder pardon tegen de muur gezet.

Mijn Havelter grootmoeder was niet voor niets bang. Mijn Dwingeler grootvader liep weloverwogen een groot risico.

Bron voor de sancties:
Gidi Verheijen, Het radiotoestel in de Tweede Wereldoorlog (Buchten 2009).


Ommetje Roderwolderdijk – Weersterweg – Leegkerk

Tinten bij de Roderwolderdijk:

Bij de wal van de A7:

Bij Landschapsbeheer:

Bij het viaduct over de A7:

Bij het viaduct over de A7:

Detail blad:

Uit het zuidwesten nadert een tegendraadse bui (de overheersende windrichting was noordwest):

Dit kwam uit het noordwesten:

Bij het Aduarderdiep:

Weersterweg richting Den Horn:

Weersterweg:

Naderende bui, Weersterweg:

Uitgelicht arbeidershuisje bij de Weersterweg:

Kat op jacht in de berm:

Toch maar van de vlakte af. Boerderij bij Leegkerk:

Net op tijd in het kerkportaal:


Paasbrood was armenbrood

De meester van Alkmaar, Het voeden van de hongerigen (detail). Collectie Rijksmuseum.

— Men schrijft ons uit Uskwerd den 30sten Maart:
“Wordt er op vele plaatsen in ons land veel gedaan tot leniging der armoede van de minvermogenden — ook hier kan men zich daarover met blijdschap verheugen , doordien de landbouwers en eenige burgers reeds sedert eenige jaren het zoogenoemde bedelen om Paaschrogge hebben afgeschaft, door het vrijwillig geven van rogge en geld, waardoor eene commissie, bestaande uit burg. en weth., in staat wordt gesteld om aan alle arbeiders, geen uitgezonderd , een groot Paaschbrood te kunnen geven…”

Dat Pasen een bijzonder charitatief moment op de jaarkalender vormde, merkte ik ook bij het doornemen van de resoluties van het Groninger stadsbestuur. Deze maken ergens rond 1760, 1770 melding van het uitdelen van wittebroodjes door de bakkers met Pasen.

Op het Noord-Groninger platteland bestond kennelijk met Pasen de traditie van het inzamelen van paasrogge door de armen bij de boeren. Dit werd opgevat als bedelarij en daaraan werd in Usquert – zo’n beetje de rijkste gemeente van heel Groningerland – een eind gemaakt doordat het gemeentebestuur zich transformeerde tot een liefdadigheidscommissie, die het inzamelen overnam, en die het ingezamelde, naar eigen zeggen, eerlijker verdeelde dan voorheen het geval kon zijn. Bij het Nieuwjaarslopen ging het op veel plaatsen precies zo, dit was voor verlichte geesten hèt recept om aan (verkapte) bedelarij bij de huizen een eind te maken.

Bron van het citaat: Groninger Courant 1 april 1853.


Windmeerit Nieuweschans

Badhuisplein in de Badstratenbuurt, stad Groningen:

Blauwe haan, maar niet van Tiktak – Klein Martijn, stad Groningen:

Stapels pallethout, Duinkerkenstraat, Groningen:

Langs het Winschoterdiep bij Waterhuizen:

Een Weissenbruchje – de molen van de Onnerpolder:

De paardebloemen worden naar het schijnt zeldzaam. Je ziet ze nauwelijks meer in weilanden, alleen nog op bermen en slootwallen. Een mooi tuiltje:

Kropswolderbuitenpolder:

Een selfie bij het Achterdiep, Sappemeer-Noord:

Hoogholtje over het Achterdiep, ook daar:

Sapmeerster verzamelt oude reclame:

Achterom kijkend:

Scheemda, schuur met doorleefde achtermuur:

Midwolda, keuterijtje:

Net als het voormalige gemeentehuis van Hoogkerk, staat dat van Midwolda te koop:

De Goldhoorn tussen Oostwold en Finsterwolde:

Klinkerweg Finsterwolde:

De kerk van Nieuw-Beerta:

Het koolzaad begint te bloeien, richting Drieborg:

Geen spetje gehad, onderweg, tot station Nieuweschans waar een flinke bui loskwam. Vanuit de trein zag ik ook een bui boven de stad hangen:

Gelukkig dreef die bij aankomst al voorbij:


In iedere tuin een ton

Wilde vanmiddag een flink eind fietsen maar vond het ter hoogte van de Reitdiepwijk te grijs, fris en winderig en maakte er maar een lui rondje stad van. Was helemaal vergeten dat het bloemetjesjaarmarkt was, een smoordruk evenement dat ik het liefst mijd. Op de hoek van de Vismarkt maakte dit stel met kortingsbonnen reclame voor regenwatertonnen:


De oorlog in Bourtange