Een arbeidersbudget in Beerta (anno 1893) – I : de inkomsten

Verdiensten van een losse landarbeider, zijn vrouw en hun oudste, twaalfjarige kind gedurende een jaar van 1 januari tot en met 31 december.

De man:

Soort werk Duur in weken Weekloon Totaal verdienste
Werkverschaffing / keienkloppen 8,5 ƒ 3,00 ƒ 25,50
Veldarbeid 4,5 ƒ 3,60 ƒ 16,20
Veldarbeid 20,0 ƒ  4,50 ƒ 90,00
Korenzichten 3,0 ƒ 10,80 ƒ 32,40
Koreninhalen 1,5 ƒ  7,00 ƒ 10,50
Veldarbeid 6,5 ƒ  4,50 ƒ 29,25
Veldarbeid 6,0 ƒ  3,60 ƒ 21,60
Werkverschaffing / keienkloppen 2,0 ƒ  3,00 ƒ  6,00
TOTAAL 52,0 ƒ 4,45 ƒ 231,45

Tot half maart zat de man dus in de werkverschaffing te keienkloppen, wat het minste weekloon van het hele jaar in de huishoudkas bracht. Daarna liepen de verdiensten in ruim drie en een halve maand veldarbeid wat op. Pas echt goed werden ze in juli en augustus met het korenzichten en – in mindere mate – het koreninhalen. Waarna ze weer gedurig verminderden in het najaar met veldarbeid. Als half december de boeren geen losse arbeiders meer nodig hadden, riep opnieuw de werkverschaffing, tenminste als er niets gespaard was, zoals meestal.

De vrouw werd alleen buitenshuis ingeschakeld bij het wieden in het voorjaar, het schoven binden en het koren inhalen in de oogsttijd, en het aardappelkrabben in het najaar. Een vrouw verdiende ongeveer tweederde van wat een man in dezelfde periode verdiende:

Soort werk Duur in weken Weekloon Totaal verdienste
Wieden 9,0 ƒ 2,40 ƒ 21,60
Schovenbinden 3,0 ƒ 7,20 ƒ 21,60
Koreninhalen 1,5 ƒ 3,60 ƒ  5,40
Aardappelrooien ? ? ƒ  8,00
TOTAAL     ƒ 56,60

Hun oudste kind zou alleen in het voorjaar wat beuren, met wieden. Diens verdiensten per week lagen nog weer een stuk lager:

Soort werk Duur in weken Weekloon Totaal verdienste
Wieden 9,0 ƒ 1,80 ƒ   16,20

Recapitulatie van het totale gezinsinkomen:

Man

ƒ 231,45

Vrouw

ƒ 56,60

Oudste kind

ƒ 16,20

Totaal

ƒ 303,25

Van het gezinsinkomen kwam 76 % dus van de man en 19 % van de vrouw, terwijl dat ene kind voor 5 % zorgde, wat niet veel, maar toch een slok op de borrel was,

Dit gezinsinkomen was echter wel een soort van gangbaar minimum. Met bepaalde seizoenswerkzaamheden, vaak aangenomen werk elders, kon de man meer verdienen:

Soort werk Periode Duur Weekloon Verdiensten
Turfgraven, Drenthe 1.4 – 1.6 8 weken ƒ 13,75 ƒ 110,00
Grasmaaien, Fryslan 15.6 – 15.7 4 weken ƒ  7,50 ƒ  30,00
Stoomdorsen, thuis 15.9 – 15.12 12 weken ƒ  8,13 ƒ  97,50

Vooral het turfgraven (hoogveen) of het baggelen (laagveen) in het voorjaar genereerde extra inkomsten. Qua verdiensten kon alleen het korenzichten in het Oldambtster oogstseizoen hieraan tippen. Het grasmaaien in Friesland bracht ook bijna dubbel zoveel op als veldarbeid thuis, Maar voor zowel het turfgraven als het grasmaaien gold, dat er reis- en verblijfskosten voor gemaakt moesten worden. Wie, ten slotte, in het eigen of een naburig dorp in het najaar bij een dorsploeg van een stoomdorsmachine terecht kon, mocht zich gelukkig prijzen, want ook dat bracht bijna dubbel zoveel op als het meer gangbare werk.

Ging een los arbeider uit Beerta zowel turfgraven, grasmaaien, en stoomdorsen, dan verdiende hij ƒ 123,65 extra vergeleken bij normaal boerenwerk, zodat het totale gezinsinkomen ƒ 426,90 werd. De bandbreedte van het gezinsinkomen was in dit geval dus 303 tot 427 gulden.

Een vaste arbeider verdiende minder dan een losse, en wel ongeveer ƒ 308 per jaar met zijn vrouw en oudste kind. Maar een vaste arbeider genoot vaak voordeeltjes in natura, zoals gratis huisvesting of het gras van bermen en wallen etc. Daar stond wel tegenover dat hij ook vaak voor extra karweitjes bij zijn boer  beschikbaar moest zijn. Maar hij hoefde ’s winters ook nooit in de werkverschaffing keien te gaan kloppen.

Bron: De nieuwe tijd; onafhankelijk sociaal-democratisch weekblad, 4 maart 1893 (in een bericht overgenomen uit De Amsterdammer).

Wordt nog vervolgd met de uitgaven.

Advertenties

Vanochtend bij het Hegepad


Schoolverzuim en kinderarbeid in Finsterwolde

’s Winters was het schoolverzuim het laagst in de drie lagere scholen van de gemeente Finsterwolde, anno 1890. In het voorjaar liep het al iets op, en in de zomer was het ’t grootst, gevolgd door het najaar: de seizoenen dat er in deze akkerbouwomgeving het meest te doen viel. Bijna voortdurend was het schoolverzuim in het hoofddorp met zijn brede middenstand kleiner dan in de buitendorpen, waar het in de zomer opliep tot bijna een derde van alle kinderen.

De cijfers voor het grafiekje komen van het gemeentebestuur en zijn gepubliceerd door de Vragen des Tijds van 1891 (pag. 139). Dat progressief-liberale jaarboek gaf er ook nog een toelichting op:

“In deze gemeente bestaat eene verordening ter bevordering van getrouw schoolbezoek, waarbij het is verboden kinderen beneden de 12 jaar tuin- of veldarbeid te laten verrichten, of tot huiselijken arbeid of persoonlijke diensten te bezigen gedurende de uren, bestemd tot het geven van lager onderwijs. Bij overtreding zijn aansprakelijk zij, door wie het kind met eenigen arbeid of dienstverrichting is belast, alsmede zij te wier behoeve die arbeid of dienst is verricht. Hoewel het in vele gevallen niet gemakkelijk is overtredingen zoo te constateeren dat straf kan volgen, werkt toch reeds de wetenschap dat gestraft kan worden, ongetwijfeld gunstig, vooral ten opzichte van de Werkgevers, die er zich voor wachten, kinderen in de genoemde termen vallende, in dienst te nemen. Toch is het schoolverzuim nog altijd groot…”

Vooral dankzij de sancties die erop stonden, werden de boeren dus kopschuw voor het inschakelen van kinderarbeid.


Filmpje met drone-opnamen geeft mooi zicht op nieuwbouw suikerfabriek

De Hoogkerker suikerfabriek, waar vandaag de campagne weer begonnen is, slokt steeds meer ruimte op aan de noord- of overkant van het Hoendiep. Waar eerst grazige weiden lagen, ligt nu een industrieel landaschap rond enkele allesvergisters, die je af en toe goed kunt ruiken als je er langskomt. Maar ook aan de zuidkant van het Hoendiep, waar zich de oudste delen van de fabriek bevinden, is de afgelopen tijd het een en ander gebeurd. Zo verrezen daar in de nabijheid van de vloeivelden langs het Koningsdiep enkele nieuwe blikken kokers en een soort van glijbaan. Zowel aan de noordkant als aan de zuidkant is Friso-betonbouw betrokken bij de ontwikkelingen. Een wervend filmpje van Friso geeft met zijn drone-opnamen een mooi overzicht over het gebied:

Helaas mag embedden kennelijk niet, maar het filmpje staat hier.


Hoe je een hoefijzer ophangt

Naar aanleiding van de bekende schuur te Leutingewolde merkte Harmien laatst op:

“Vroeger werd ons verteld dat een hoefijzer boven een deur brengt geluk , maar dat de open kant naar boven behoort. Opdat het geluk er niet uit zou vallen….In tegenstelling tot de ‘bekende schuur’.”

Ten bewijze dat dit bijgeloof vrij universeel is, hoef ik enkel te verwijzen naar de Wikipedia, waar het lemma ‘hoefijzer’ het voorschrift aldus verwoordt:

“Een hoefijzer boven de deur hangen zou geluk brengen. Het is echter wel van belang hoe dat gebeurt. De juiste wijze is met het open gedeelte naar boven, in een U-vorm. Zo vangt men het geluk, dat van boven komt, op. Andersom zal het ijzer dat niet doen, sterker nog: er wordt gezegd dat dan het geluk eruit loopt.”

Sinds die opmerking van Harmien let ik wat scherper op opgehangen hoefijzers en dan kom he ze inderdaad ook meer tegen. De praktijk van het hoefijzers ophangen blijkt dan weerbarstiger dan het voorschrift. Zo zag ik in de het rijtuigdeel van Museum Nienoord, met name de stal, onlangs deze plank met verschillende soorten hoefijzers:

En in de Zuidhorner smederij Poort, die ik gisteren aandeed, was dit ooit het hoefijzerassortiment:

In beide gevallen hangen alle hoefijzers dus zo, dat het geluk eruit loopt. Met andere woorden: noch in het rijtuigmuseum, noch in de oude smederij hechtten de verantwoordelijken geloof aan het ongeluk brengende aspect van omgekeerde hoefijzers.

Nee, zuinigheid was sterker dan het bijgeloof. Een hoefijzer met het open eind naar beneden kan je immers met één spijker ophangen, terwijl een hoefijzer met het open eind naar boven er twee vergt, wil het niet heel gauw scheef gaan hangen. Qua materiaal en arbeidsloon scheelt de eerste methode dus de helft.

Zoiets moet ook overwogen zijn bij de hoefijzerophanging te Leutingewolde.

Hoefijzers in de Volksverhalenbank


Open Monumentendag: wat kerken, wat boerderijen en een smederij

Bij de suikerfabriek zag het er even heel onvriendelijk uit en heb ik een kwartiertje onder een boom staan schuilen:

Allereerst de kleine boerderij Hoogemeeden aan de Weersterweg bekeken:

Hoog op de voorgevel, onder de zolderraampjes, zit een afgesleten gevelsteen waarop nog net het jaartal 1618 te zien is:

Dat jaartal zit ook gekerfd in een teruggevonden plank aan de keukenschouw:

Op naar Zuidhorn:

Aan de Zuiderweg ligt de boerderij Pabema (tevens erfgoedlogies). Dit is de voorkamer:

En dit de keuken, die sterk lijkt op die van de Menkemaborg:

Het bruggetje voor de achteringang:

Er leidt een klinkerpaadje heen, omzoomd door enorme geschoren hagen:

Niet op mijn planning, maar wel heel aardig: smederij Poort in het centrum van Zuidhorn. Dat lelijke buizengeval voor de gevel is een noodstal voor het beslaan van paarden:

Binnen was de smid – afkomstig uit Niekerk – bezig met het maken van een beitel:

De man legde graag uit:

Benodigdheden:

In de belendende schuur stond een vrij omvangrijke verzameling oude brommers, zoals deze Kreidler Florett (meen dat mijn vader begin jaren 60 ook nog op zoeen heeft gereden):

Email reclamebord voor Philips radio:

Aan de Zuidhorner Gast eindelijk eens in de katholieke kerk geweest, met name voor dit magnifieke altaar uit het eind van de zeventiende eeuw dat oorspronkelijk van de Jezuietenstatie aan het Hoge der A in de stad Groningen was:

De bovenkant met de Heilige Maagd, het kindeke Jezus en engelen met bazuinen:

Kruisafneming:

De hervormde kerk van Noordhorn – houtsnijwerk herenbank, mogelijk gesneden door Jan de Vrij, met het wapen Geertsema:

Dit gaat door voor een zeepaard, wegens de zwemstaart:

Een gevalletje funeraire kindverlating – het wapen op de grafsteen voor de kinderen van jonker Ebel Wckama (1590), die zelf begraven werd in Oldekerk:

Weer buiten – bovenop de toren:

Op goed geluk nog even naar Niekerk geweest om te kijken of de kerk nog open. Helaas, die bleek om kwart over vier al dicht. Via de Maarsdijk terug. De hele middag mooi weer gehad, maar bij de Dijkstreek onder Enumatil leek me een bui me toch nog te achterhalen:

Het viel mee, de bui zette koers op Den Horn, Hogemeeden en Aduard en liet daar wat vrachtjes water los:


“Eigen land eerst!”

Leuk interactief kaartje op ouwe blog van Ximaar levert een vermakelijk doch leerzaam tijdverdrijf op voor regenachtige zaterdagochtenden. Op dat kaartje is Nederland verdeeld in blokjes, en als je over zo’n blokje  strijkt met je muis, komt er een plaatsnaam tevoorschijn. Ben je daar ooit geweest, dan mag je op dat blokje klikken en verandert dat  van kleur. Herhaal deze procedure voor elk blokje op de kaart en je ontwaart je blinde vlekken, qua bezochte streken in ons vaderland. Voor mij: het westelijk deel van Friesland, Zuidoost-Drenthe, Twente, Gelderland, Utrecht, Brabant en vooral Flevoland en Limburg. Maar zelfs in Groningerland bleef een blokje licht, te weten dat van Bourtange. Daar moet ik dan maar eens gauw naar toe.

“Reizen naar het buitenland worden slechts toegestaan bij een score boven de 70%”, aldus de kleine lettertjes bij Ximaar. Dacht dat ik heel makkelijk aan de vereiste tax zou komen, maar dat viel nogal tegen. Voorlopig zit ik nog wel even in Nederland vast.