Er wordt nog verloofd

Gezien in de Mauritsdwarsstraat

Verloofden, ze zijn er nog. De verloving is nog niet uitgestorven:

Advertenties

’t Luchtlaand eem noar Stad tou

De perspectieven leken niet zo gunstig, al was het droog op Buienradar:

Deze windwijzer zag van de week voor het eerst op het Groninger Hoofdstation, terwijl ik daar de laatste jaren zeker vier keer per week langskom. Of zou hij nieuw zijn?

Duivenvlucht bij de Peizerweg:

Pannebier? De grondkrakers bij de vloeivelden van de gewezen Groninger suikerfabriek bouwen een toren en nemen bovenin een pilsje:


Laatste stukje Drachtster tramlijn verwijderd

Het viel me vanochtend al op: een zware gele machine op het laatste stukje doodlopende spoor langs de Peizerweg. Vanmiddag laat bleken alle bielzen en sporen verwijderd:

De blik naar het oosten:

De blik naar het westen:
Ruim vijf jaar geleden werd het spoorlijntje, ooit aangelegd voor de NTM of Drachtster tram, nog opgeknapt. Het fungeerde toen nog af en toe nog als opstelstrook voor het rangeerterrein bij het station. Van die functie getuigt nog een mooie, winterse foto. De laatste jaren heb ik geen trein meer op het spoor zien staan. Wellicht dat men ’t daarom tijd vond, het op te ruimen.


Certificaat van Onvermogen

Verklaring van onvermogen, op 1 mei 1852 afgegeven door de burgemeester van Scheemda aan Geert Heikes Perton (ook wel eens Peton genoemd) en diens vrouw Grietje Brouwer, arbeiders wonend te Westerlee.

Geert en Grietje hadden de verklaring nodig voor een rechtszaak, die tegen ze was aangespannen door Grietjes wat oudere halfbroer. Hun moeder was overleden, en Grietjes halfbroer eiste scheiding van de nalatenschap. Bij de erfenis hoorde volgens hem het huis, dat Geert en Grietje bewoonden. Volgens Grietje echter, was dat huis van haar en haar man en had haar moeder alleen wat kleding en losse spullen nagelaten, waarvan de opbrengst nauwelijks voldoende was om de begrafenis van te betalen.

Het staat niet in de bijkomende stukken, maar er schemert doorheen dat die moeder bij Geert en Grietje inwoonde, en ze voor de kost en verzorging beloonde met het huis. Bij de rechtbank zullen Grietje en haar halfbroer dan gesteggeld hebben over de rechtmatigheid van die overdracht. Mocht die niet notarieel vastgelegd zijn, dan moesten Geert en Grietje verhuizen, denk ik.

Deze Geert Perton was de oudere broer van mijn betovergrootvader Elzo Perton, de smokkelaar.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 882 (archief Arrondissementsrechtbank Winschoten) inv.nr. 1181 (verzoekschriften 1851-1852). Met dank aan Jan-Paul Wortelboer.


Monumentendag 2018 (2) : Sappemeer en Hoogezand

In Sappemeer eerst naar de veenborg Welgelegen. In de hal stond een stoel met snijwerk uit de zeventiende eeuw:

Het pand is tegenwoordig in gebruik als onderkomen van de Odd Fellows, een afsplitsing van de Vrijmetselaars. In de zaal panelen met symboliek, die in veel gevallen verwant is aan astrologische zinnebeelden. Uiteraard sprak de bijenkorf (voor vlijt) mij het meest aan:

Bij de trap hangen nog steeds jachttrofeeën, zoals deze eekhoorn die even vergrijsd lijkt als de Odd Fellows zelf:

Achter het huis een formele tuin:

De koepelkerk van Sappemeer:

Een geschenk van het stadsbestuur namens het volk van Groningen (1655):

“Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden”:

Op een herenbank het alliantiewapen Star (de wildeman) Lichtenvoort (kandelaars) – er liggen ook wat grafstenen bij de kansel met deze wapencombinatie. De ondernemersfamilie Star Lichtenvoort, onder andere eigenaar van houtzaagmolens, bewoonde in de achttiende eeuw Welgelegen::

Er staat een enorm orgel op vrij dunne gietijzeren zuiltjes – eronder bevindt zich de bank voor de heren van de Stad:

De gerestaureerde oude Rijks HBS staat helaas nog steeds leeg. Hier ging in 1870 Aletta Jacobs als eerste meisje naar een HBS, nog wel als toehoorder (ze mocht dus haar mond niet opendoen):

Koor en altaar van de neogotische rooms-katholieke Sint Willibrorduskerk, in 1872-1873 gebouwd naar een ontwerp van Pierre Cuypers:

Een herder met zijn kudde:

De pastorie van de hervormde Damkerk (1669):

Zijpaneel van de stadsherenbank in de Damkerk:

Uiteraard is het baldakijn voorzien van het stadswapen. Doet de dubbelkoppige adelaar wat vreemd aan, de kleur groen is de verkeerde:

De barokke kansel is in 1729 geschonken door de veenborgheren William Butler (op Overwater), Adriaan Jozef Trip (op Vredenborg) en Jan Duirsema (op Stadwijk). Deze sponsors lieten hun logo’s, pardon familiewapens op de kansel zetten – hier het wapen Trip met drie trippen, een soort van houten schoeisel:


Monumentendag 2018 (1): Garmerwolde, Ten Boer, Schildwolde en Slochteren

In een voormalig coöperatief stoomzuivelfabriekje in Garmerwolde kon je verzamelingen zuivelbereidingsgerei en puddingvormen zien:

Er zat wel mooi licht in die ruimte. Foto vanaf de keldertrap:

Op de voorgrond het zuivelgerei, zoals karnen, botervaten en melkbussen, op de achtergrond de puddingvormen met diverse soorten pudding die je kon proeven:

Tussen Garmerwolde en Ten Boer deze populierenlaan:

Kloosterkerk Ten Boer, hoog en smal:

Op de grafsteen uit 1674 van Geertien Jacobs, vrouw van Allert Reynders “in de Bawers” staat dit dubbele wapen, met in het linker exemplaar een dubbel doorschoten hart:

In een verenigingszaaltje naast de kerk hangt dit schilderij van de kerk in vroeger tijden:

Buitenmuur, romanogotisch detail:

In een zijstraat kom je langs dit borstbeeld van de onderwijzer en schoolhervormer Hindrik Wester:

De fraaie vlag van Ten Boer bij de brug over het Damsterdiep:

Ansichtkaartje van de houtzaagmolentje Fram in Woltersum:

Op de werf waren mannen bezig met de bewerking van een natte boomstam:

Aan de Grauwedijk bij Overschild zit een reuzenradbouwer:

Schildwolde – juffertoren in jubelstemming:

Wapen Weiarda (Wiarda?) op grafsteen. De vogel op de helm zal de duif van de zondvloed zijn, hij draagt immers een takje. Het eigenlijke wapen doet denken aan dat van de stad:

Oud gevelsteentje met lichte averij op de smederij naast de kerk: Si Deus pro nobis, quis contra nos?, oftewel: Als God voor ons is, wie zal er dan tegen ons zijn?

Er was Oogstfeest in Schildwolde:

Slochteren, het Politiepettenmuseum van de onlangs overleden Hilbrand Buurma, een geweldig aardige politieman die me in mijn Oosterpoortperiode wel eens met iets heeft geholpen. Dit is de Engelse afdeling:

Helm van de MP (Militaire Politie):

Er liggen politiepetten uit alle hoeken en gaten van de aardkloot. De allerhoogste hoera-pet bleek die van Turkmenistan:

De kerk van Slochteren was vandaag eindelijk eens open:

Binnen was het vrij donker. Rouwbord van Henric Piccardt (1712), waarschijnlijk afkomstig uit de kerk van Harkstede:

De kerk, die al op een bult ligt, heeft een merkwaardig hoge entree:

Muur met patchwork:


Een suikeroom in Tichelwarf?

Jan-Paul Wortelboer vond weer een stuk familiegeschiedenis voor me:

“Procuratie door de meerderjarige kinderen van wijlen Haike Aeikes Peton en Ettjen Hendriks, gewoond hebbende te Beerta en Bonda, op den Justiscommissarius en not[ariu]s Johan Antoon Kirchhoff te Weener.”

Deze volmacht vanwege de kinderen van de oudste Perton in Nederland, werd eind 1820 opgemaakt door mr. Rudolf de Sitter, notaris te Winschoten. Die kinderen, dat waren:

  • Aeike Heikes Peton (32), van beroep dienstknecht, wonend in Beerta;
  • Aaltje Heikes Peton (30) met haar man Feije Jans Hems, arbeider, te Beerta;
  • Janna Heikes Peton (26) met haar man Sebo Freerks Goring, arbeider, in Midwolda;
  • Hendrik Heikes Peton (22), dienstknecht, te Beerta.

Opmerkelijk is dat notaris De Sitter steeds Peton schreef, waar de naam toch echt Perton was. Dat gebeurde ook wel eens in akten burgerlijke stand, die de familienaam bovendien soms als Puton weergaven. Een teken dat dat Perton met een onhoorbare r en een stomme e werd uitgesproken.

Met de volmacht die de comparanten bij De Sitter lieten registreren, machtigden ze diens ambtgenoot Kirchhoff te Weener, over de landsgrens aan de Eems, om de “erfmassa” van wijlen Klaas Heikes te laten verzegelen en inventariseren, voor zover dat nog niet gebeurd was. Deze Klaas Heikes woonde in Tichelwarf (vlak onder Bunde), maar was medio dat jaar overleden in Amsterdam. Wat hij daar uitspookte, mag Joost weten en een overlijdensakte heb ik ook niet kunnen vinden. Maar hij zal een broer van Haike Aeikes (Perton) zijn geweest en daarmee een oom van de comparanten. Dat hij juist niet met de naam Perton of Peton werd aangeduid, is weer een teken dat deze achternaam pas in Nederland aan de familie verbonden raakte.

In de plaats tredend van hun vader, waren comparanten ab intestato (bij ontstentenis van een testament) Klaas Heikes zijn erfgenamen, “wegens maagschap”. Namens hen moest de notaris uit Weener Klaas Heikes zijn eigendommen sub benefico inventarii aanvaarden en in bezit nemen. Hij diende alle roerende en onroerende goederen te laten veilen en daarvan Klaas zijn schulden af te betalen. En als er dan nog wat overbleef, moest hij dat onder de comparanten verdelen.

Bij de ondertekening van de akte verklaarden Aeike, Aaltje en Janna Heikes Peton, dus de drie oudste kinderen van hun vader, “haare namen niet te kunnen zetten”. Alleen Hindrik Heikes Peton was daartoe bij machte, net als zijn beide aanwezige zwagers. Alle drie zetten ze een beetje houterige handtekening.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 112 (notarissen Midwolda en Winschoten) inv.nr. 39 (bundel akten 1820), akte nr. 203 d.d. 27 december 1820. Met dank aan Jan-Paul Wortelboer.