Het Scheepvaartmuseum, nu het nog kan

Het ruikt er om te beginnen al lekker naar schip. Dat wordt straks dan anders, als het geen scheepvaartmuseum meer is.

De laatste keer dat ik door de vaste opstelling van het Noordelijk Scheepvaartmuseum heen liep, moet zo’n twaalf jaar geleden zijn geweest. Ik heb er intussen wel meerdere tijdelijke tentoonstellingen gezien, maar voor de vaste opstelling heb je wat meer tijd nodig.

De zaak bleek nu veel ruimer opgezet te zijn, niet alleen doordat het pand van het vroegere Tabacologisch Museum erbij getrokken is, maar ook doordat er wat wandjes weggehaald zijn. Of de opstelling in deze vorm nog lang te zien is, lijkt twijfelachtig omdat het Scheepvaartmuseum zich om wil vormen tot breder historisch museum. Over een naam zit men nog te dubben, maar het programma ligt al min of meer klaar.

Maar voorlopig is het dus nog een scheepvaartmuseum, een  van de drie of vier in onze provincie. Daar mag om mij wel wat meer concentratie in komen.

Roer, gevonden op zee, met Botnië op de achtergrond:
dsc01116
Vroeger vond ik daar nooit wat aan, scheepsmodellen van moderne binnenvaartschepen:
dsc01128
Enigszins bont opgeverfde replica van de gevelsteen met de snikke of trekschuit, op de hoek van ‘de Roderweg en de Korreweg in de stad:
dsc01137
Model van een snikke, openbaar vervoer van de zeventiende tot diep in de negentiende eeuw:
dsc01138
Uithangbord, afkomstig uit Leermens, gedateerd op ca. 1860:
dsc01140

Volgens het bijschrift richtte de bijbehorende ondernemer zich met drinkwater en kolen op schippers. Denk dat anderen, in casu landrotten, er ’s morgensvroeg ook wel kooltjes vuur of heet water voor de koffie kwamen halen.

Hebben ze zo’n mooi schip en dan kijken ze nog ontevreden:
dsc01161
Interieur schipperswoninkje (met dank aan Zakina):
dsc01162
Het kofschip de Eendraght, varend onder Deense vlag, 1803. Door onder vreemde vlag te varen hoopten de eigenaars inbeslagname van schip en lading door de vijand, het perfide Albion, te ontlopen. Aldus het bijschrift (in iets andere woorden). 1803 was echter een vredesjaar (Amiens),  Hield men zo’n vlag ook aan als er geen gevaar meer te duchten viel?:
dsc01165
Ze hebben er ook archief, merk ik:
dsc01171
Een met kippengaas beveiligde provisiekast vol herenbaai en pruimtabak:
dsc01172
Maquette van scheepswerf Barkmeijer:
dsc01181
Vaan van de Martha, met een voorstelling van Mercurius, gezeten bij allerlei koopmanschappen:
dsc01229


De afgewaaide kepie

img104 Langs de Drentsche Hoofdvaart

Overreden en gedood
Zaterdagmiddag speelde een 10-jarig jongetje, dat bij de familie Perlon te Uffelte met vacantie was, met een oude soldatenkepi ter zijde van den weg. Op een gegeven ogenblik woei hem het hoofddeksel af en rolde over den weg. De knaap op een holletje er achter aan. Op hetzelfde moment passeerde de auto van den heer B. uit Groningen. Een ongeluk kon niet meer voorkomen worden. De vader, die vlakbij te visschen zat, kon slechts het ontzielde lichaam in huis dragen…”

Aldus de Asser Courant van maandag 3 augustus 1925, zoals geciteerd in De Tijd van een dag later. Qua leeftijd van het slachtoffer, de naam en functie van mijn grootvader en de initialen van de chauffeur was Het Nieuwsblad van het Noorden ‘s maandags iets preciezer in zijn kortere bericht:

“Zaterdagavond is te Uffelte een 8-jarig jongetje, dat bij den heer Perton, rijksambtenaar alhier logeerde, toen het plotseling over den weg liep, door de auto van den heer H.B. van hier overreden, met het ongelukkig gevolg dat de arme kleine op slag werd gedood.
Den chauffeur treft geen schuld.”

Het laatste zinnetje zal zijn toegevoegd met het oog op het Groninger publiek, in andere kranten tref je dit addendum niet aan. Meestal brachten die het nieuws nòg wat korter, alleen zagen de Gooi en Eemlander en ‘t Algemeen Handelsblad er door de afstand geen bezwaar in om de naam van de chauffeur te noemen, zodat we weten dat die H. Bolt heette. Een blik in de Groninger kenteken-databank leert dan dat deze Hendrik Bolt in een Dodge reed, volgens het verhaal uit mijn familie een vrij grote auto voor die tijd. Overigens heeft deze Bolt nooit weer wat van zich laten horen bij de ouders van het omgekomen kind.

Om precies te zijn gebeurde het ongeluk op de weg langs de Drentse Hoofdvaart, waar indertijd helemaal nog niet zo vaak een auto langskwam. Mijn grootouders woonden daar nog in een huis aan de Havelter kant van Uffelte. Het overreden jongetje, Pieter Toppen, was het zoontje van Hindertje Lindeman, de oudste halfzuster van mijn grootmoeder. Haar man, Lammert Toppen, net als zij oorspronkelijk onderwijzer, werkte als ambtenaar bij de gemeente Veendam. Hun hele gezin logeerde bij mijn grootouders en op het moment dat het ongeluk gebeurde zat Toppen samen met mijn grootvader in de Hoofdvaart te vissen. Mijn opa, van wie de soldatenkepie waarschijnlijk was, heeft dit dus ook van zeer nabij meegemaakt, al heb ik er hem nooit over gehoord. Hij was sowieso een wat gesloten man.

Natuurlijk had het ongeluk een enorme impact. De moeder van de jongen, die het ongeluk vanachter het raam zag gebeuren, kwam er nooit over heen, raakte zenuwziek en was ruim vijftien jaar opgenomen in het psychiatrisch sanatorium Dennenoord, toen ze daar in 1942 stierf.

Thuis, in Veendam bleef altijd een geschilderd portret van de overleden jongen aan de muur hangen. Dat portret is later vererfd op zijn vier jaar jongere zusje Grietje. Een paar jaar geleden, toen Margriet begon te dementeren en haar einde voelde naderen, ontdeed zij het van lijst en spieraam en rolde het op. Ze wilde het meenemen in haar doodskist. Zondag overleed ze, als laatste familielid van mijn vaders generatie, bijna 96 jaar oud. Vandaag was haar crematie, maar wat er met het portret gebeurd is, ben ik niet gewaar kunnen worden.


“Het glansnummer van alle smokkeltrucjes”

“Het glansnummer van alle smokkeltrucjes is tot dusver: de doodskist-smokkelarij, hetgeen, naar verluidt, zich aldus heeft toegedragen. Een grensbewoner was overleden en de voor den doode benoodigde kist moest vervoerd worden uit de 1e linie tot onmiddellijk bij de grens. Een zoo groote ruimte als de inhoud van een doodskist onbenut te laten, zou dwaasheid zijn. Zoo iets bestaat gewoonweg niet! 500 à 600 pond vet kan er in en gaat er in! De kist, geladen op de schouders van 6 stoere mannen, wordt grenswaarts gedragen, in onvervalschte bijbehoorende stemming, De grenswacht wordt gepasseerd, en deze, vol piëteit, salueert model, terwijl zelfs enkelen hunner de treurige stoet met ontblooten hoofd laten passeeren.”

Winschoter Courant, 23 juni 1916, in een bericht dat de redactie overnam uit de Noord-Ooster (Veendam). Vanavond kwam de anekdote voorbij in de lezing van Henk Wierts over smokkelarij aan de Groninger oostgrens.


Acht eksters op een kluitje

De foto is onscherp, want in haast gemaakt. Maar liefts acht eksters vanochtend  vroeg op een gazon aan de Peizerweg, waarvan dit er zes zijn:

dsc01028

Nooit eerder zo’n aantal bij elkaar gezien. Meestal zie je er twee, een stel, en als er net jongen uit het nest zijn zie je die nog een poosje begeleiding krijgen van de ouders. Maar acht eksters op een kluitje buiten dat seizoen? Of klitten ze, net als andere meer solitaire vogels, weer meer op elkaar als het wintert?


Beelden van Jan S. Niehoff

Naast schoolarts, publicist, actievoerder en dichter was Jan S. Niehoff nog beeldend kunstenaar. Sinds hij enkele jaren als lichtmatroos en stuurmansleerling gevaren had, rond 1950, bleef hij gefascineerd door schepen en dat is aan veel van dat werk te merken  Bijvoorbeeld aan dit silhouet, gesneden of gezaagd uit een dunne houten plaat:
dsc01010
Stijlvast was hij niet, van medicijndoosjes maakte hij architecturale vormen:
dsc01011-was-0995
Nog een zeilschip, van hout, zinken? plaat en aluminium strips:
dsc01014
Mensen die elkaar vasthouden, geabstraheerd, uit hout; een beeld dat me vaag deed denken aan Bro Bro Brille:
dsc01015-was-0981
Deze beelden zijn waarschijnlijk nooit eerder geëxposeerd. Dit en ander werk van Niehoff is vanaf vandaag te zien in de ontvangsthal van RHC Groninger Archieven, Cascadeplein 4.

 


Topografie met vrouwelijk naakt

In een boek over Groninger bedrijven en instellingen anno 1913, valt mijn oog op deze helaas overlapte prent van ruim een eeuw eerder. Het betreft de zaagmolen van de zwagers Haitzema & Post aan de Rensel in Winschoten, gezien vanaf de Beertsterweg aan de westkant:
img853-2
De molen, van 1784, met hout op de werf bij het tamelijk lege balkgat:
img853-3
De mulderswoning, van 1795, waar bedrijfsleider Eisso Post woonde. Hij komt net met zijn paard thuis van een zakenreis – of zou het een klant zijn die ginder over het hoogholtje gaat?:
img853-4
Op de voorgrond twee schepen met vrouwen aan dek. Een heeft een kind op haar arm. Ze lijken te kijken naar andere vrouwen, niet op, maar in het water:
img853-5
Kinderen zien toe vanaf de dunne wal tussen de vaart en het balkgat. Het moet zomer zijn.

Groninger topografie met vrouwelijk naakt, dat lijkt me toch vrij zeldzaam.

Naderhand blijkt dat de prent ook in de Beeldbank zit, maar dan grover en donkerder. Vraag me af of zij nog ergens bestaat en zo ja, of ze dan ook in kleur is.


Er glijdt een drone langs de Peizerstate

Reclamefilmpje van vastgoedfirma belicht van twee kanten een object aan de Peizerweg waar ik vrijwel dagelijks langs kom. Van beneden zie je niet wat voor mooi balkon ze daar boven hebben: