Bij de Sluis

DSC04127 sluisje naar Eendrachtskanaal

DSC04129


Fazant

Gistermiddag gezien in de Onlanden, maar paste niet bij het botanische logje:
Fazant, Onlanden DSC04250


Botanisch rondje Peizerwold


De Slag bij Waterloo meegemaakt? Ja en nee – twee oud-strijders te Havelte

Het Vaderland meldt in zijn editie van 12 april 1883:

Een oud-strijder van 1813, Jannes Haveman, is te Havelte overleden.”

Met 1813 zal de aftocht van Napoleon en de heroprichting van de Nederlandse staat zijn bedoeld. Anderhalf jaar later kwam de Keizer nog een keer terug om in Waterloo (18 juni 1815) zijn definitieve nederlaag te lijden. Jannes zou hier als strijder bij zijn geweest.

Probleem: dat kan haast niet. De overlijdensakte van Jannes Haveman, volgens AlleDrenten een boer aan de Wal tussen Havelte en Darp, meldt immers dat hij op 11 november 1810 geboren was, iets wat ook strookt met zijn doopinschrijving.

Als Jannes er werkelijk bij was in 1813-1815, dan als peuter en kleuter. Dat lijkt nogal onwaarschijnlijk, of hij ging met de armee mee als mascotte. Zoeken in Delpher op Jannes Haveman levert ook alleen dit bericht op. Hoe kwam dat zo in die Haagse krant? Ging het om iemand anders misschien?

Zoeken zonder Jannes zijn naam en met “oud-strijder” en Havelte geeft vervolgens een bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 2 september 1865:

Havelte, 29 Aug. Heden was ’t voor onzen oud-brigadier-veldwachter Albert ter Haar een ware gedenkdag. De Burgemeester dezer gemeente reikte hem, onder hartelijke toespraak, in tegenwoordigheid van den vollen raad en anderen. het eereteeken uit voor de oud-strijders van Waterloo, 1813—1815, ook aan hem toegekend. Het bijbehoorende certificaat was in eene sierlijke lijst vervat; de lijst werd aan A. ter Haar door den Burgemeester, namens de gemeente, uit achting ter hand gesteld. De toespraak van den Burgemeester maakte op de aanwezigen een diepen indruk. A. ter Haar kon ter naauwernood zijnen dank betuigen; ’t gemoed was hem vol. Dat dit eereteeken nog langen tijd de borst van den oud-strijder, onzen immer ijverigen veldwachter, moge versieren, is onzer aller wensch.”

Was het dan een misverstand en werd Jannes Haveman gehouden voor de strijder die Albert ter Haar was? Nee, zo blijkt uit Alle Drenten, want Albert ter Haar overleed al in 1874. Hij was geboren in september 1796 en dus 17 à 19 jaar oud, toen hij tegen Napoleon streed.


Rondje Marum

De kerk van Midwolde:
DSC04144
Schuur bij Nuis:
DSC04150
Zuivelfabriek Marum (1918):
DSC04153
Het kerkje van Marum:
DSC04156
Aan de andere kant va de kerk zit een bult, een oude stinswier waarop in de Middeleeuwen een verdedigbaar steenhuis gestaan heeft:
DSC04166
Ten westen van Marum dit oorlogsmonument:
DSC04191
Het bevindt zich op de gewezen spoordijk van de Drachtster Tram. Hier zijn eind 1944 vijf mannen bij wijze van represaille door de Duitsers geëxecuteerd nadat een lokale verzetsgroep sabotage had gepleegd waardoor de tram uit de rails liep. De Sicherheitsdienst haalde de vijf mannen uit het Groninger Huis van Bewaring en vervoerde ze vanaf de Peizerweg in Groningen per tram naar Marum, waar ze in marstempo langs de trambaan hun einde tegemoet moesten lopen:
DSC04193
Ten noorden van de A7 bij Marum:
DSC04203
Pril eikenloof:
DSC04206
Koppeltje speelse lammeren:
DSC04214
Paarden op een kampje bij Lucaswolde:
DSC04216
Vlagvertoon in Enumatil:
DSC04225


Door de stad en langs het spoor

Op mijn voettocht gisteravond van Westerbroek huiswaarts kwam ik langs deze beelden aan de Duinkerkenstraat, gemaakt door leerlingen van een mbo-praktijkopleiding:

Klimmuur Noorderpoort Sportcentrum, Europapark (er ligt een blauwe valmat onder):

Vrouw Wichers (Mette Bus, 1984) op de uitkijk bij het met zandzakken verstevigde talud van de zuidelijke ringweg:

De spoorwegovergang Esperantostraat – meest gevaarlijke kruising van Groningen – ligt eruit:

Ook de Oosterpoort heeft tegenwoordig een buurtbieb, en wel aan de Lodewijkstraat – met zitje:

Kale boel op het Hoofdstation – een groot deel van de overkappingen is er weggehaald voor een restauratie:

Na het parkeren van mijn kapotte fiets in de fietsenkelder van mijn werk op zoek naar de nieuwe bushalte bij de Paterswoldsewegtunnel. De KPN-borg, het Emmaviaduct en de Van Hallbrug vanaf het perron daar:

De eerste keer dat ik sinds half februari met de bus ging. Achter instappen s.v.p.. Gelieve niet te spreken met de chauffeur is nu geworden: Gelieve een eind weg te blijven van de chauffeur. Hij groette trouwens wel vriendelijk (wat ook niet altijd het geval is):


Rondje Harssens – Zuidwolde – Westerbroek

Blaarkop, zo te zien drachtig – Leegkerk:
DSC04035
Door de nog steeds ontbrekende Paddepoelsterbrug zou je geen mens op Wierum verwachten, maar dat viel nogal mee:
DSC04041
Aan de boorden van de Hunze bij Harssens:
DSC04049
Kijk aan wie hebben we daar:
DSC04052
Plantjes op de Hunze-oever:
DSC04056
Aan de overkant parende tureluurs:
DSC04057
Via de Koningslaagte naar Noorddijk:
DSC04063
Boterdiep Zuidwolde:
DSC04065
Hooimijt in Middelbert (dacht ik); het windvaantje geeft het jaartal 1973, de constructie is dus helemaal nog niet zo oud:
DSC04076
Mijn rechter trapper kraakte al een poos vervaarlijk. Bij het Damsterdiep ging hij raar scheef staan, wat zich voor even liet corrigeren, maar op de Hesselinkslaan bij Westerbroek knapte hij finaal af. Metaalmoeheid na tien jaar trouwe dienst:
DSC04082
Was wel zo’n beetje op het verste punt van de tocht om de stad die ik in gedachten had. Maar in een beslist plezierige omgeving:
DSC04085
Via Waterhuizen en de andere kant van het Winschoterdiep lopend naar de stad toe. Het bleek bijna 10 kilometer tot de fietsenkelder van mijn werk. Vanwege de zich aankondigende blaren maar de bus naar huis gepakt:
DSC04093


Rijksontvanger heeft lak aan zondagsrust

Men leest in de Winschoter Ct.:
Te Beerta, het vrijzinnige Beerta — waar de heer Rijksontvanger zóó liberaal is, dat hij de aanslagbilletten voor de personele belasting telkenjare op Zondag bij de belastingschuldigen laat rondbrengen, zooals, tot ergernis van sommigen, nu ook weer gister is geschied — vraagt men of ZEd. ook verpligt is op den dag des Heeren het bedrag der aanslagen in ontvangst te nemen?

Bron: Dagblad van Zuid-Holland en ’s Gravenhage 6 juli 1875. Het berichtje werd een paar dagen later nog overgenomen door De Standaard, het antirevolutionaire blad van Abraham Kuyper. Mogelijk had ook het genoemde Dagblad een confessionele signatuur.

Commentaar: Het berichtje is van belang omdat het iets zegt over de verhoudingen in Beerta: de vrijzinnigen hadden er de absolute meerderheid, maar de confessionelen lieten niet alles over hun kant gaan. De rijksontvanger die lak had aan de zondagsrust was waarschijnlijk Roelof Johannes Jannette, geboren 1827 te Ravestein (N.Br.) en overleden in 1890 te Beerta, waar hij ook begraven ligt. Dat is bijzonder, want na de kritische noot in de kranten moet Jannette door de belastingdienst verplaatst zijn naar Drachten. Daar ontmoette Von Weiler hem, die Jannette omschreef als een “potsierlijk mannetje, die een goed figuur zou hebben geslagen in de Pickwick-club”.


Onlander ommetje

Roderwolderdijk Hoogkerk:
DSC03960
Matsloot bij de Hogema, de A7 als een gele streep en erachter de huisjes van Oostwold::
DSC03966
Bij het gemaaltje staan de bomen er nog steeds:
DSC03968
“Donkere wolken pakken zich samen”, heet dat dan. Het leek erg dreigend, maar er viel slechts anderhalve drup en een spetje uit:
DSC03997
Nieuw object bij het Stobbevenmonument, een houten otter:
DSC03998
Het rode dak bleef nog even uitgelicht:
DSC04015
Langmadijk – “Let maar niet op hem”.
DSC04021
Blauwe bloemetjes in de uitloper van het Stadspark:
DSC04030


Verbleekte Boeddha

DSC03662 verbleekte boeddha

Was hem al kwijt, deze foto van een week of wat geleden. Hij bleek abusievelijk weggezet als Bieddha.


Een mierenplaag in Havelte en ander ongemak met dieren

Het is nogal een dierenpagina, die voorpagina van een Brabants dagblad, medio 1901. Zo meldde het, dat er in het vorig jaar, 1900, dankzij de rijkspremies ongeveer 700 zeehonden waren afgeschoten. En in Dordrecht waren vier circuspaarden op hol geslagen en de stad doorgedraafd. Nee dan de leeuwerik die tussen die stad en Gorkum op een meter van het treinspoor broedde. Het beestje vluchtte voor de mens van zijn nest, maar was niet bang geweest voor de tientallen treinen die hier dagelijks langsdaverden.

Er vielen nogal wat dierplagen te melden, die dag. In Gaasterland deden hazen zich met tien, twintig tegelijk tegoed aan het erwtengewas, dat er zeer onder leed. Er leek geen kruid tegen gewassen.

In Leeuwarden had men juist last van ratten. De stedelijke gezondheidsommissie had zich zelfs al gewend tot het Institut Pasteur in Parijs voor een verdelgingsmiddel.

Te Zevenaar vraten rupsen de aalbessenstruiken en fruitbomen kaal. Men hoopte er maar het beste van,

Uit Havelte, tot slot, kwam een bericht over een mierenplaag.

De mieren zijn, zooals bekend is, zeer vljjtige diertjes. In ons dorp gaan ze hier en daar in hun ijver zoover, om de woningen der menschen binnen te dringen. In een gezin hebben ze o.m. beslag op de bedden gelegd, en marcheeren ze bij duizendtallen over kussens en dekens. In een ander huis weer kwamen ze in zoo grooten getale opzetten, dat de bewoners wel de vlucht moesten nemen.

Treurige toestanden! Bij ons thuis, in hetzelfde dorp maar dan 70 jaar later, wilden mieren nog wel een opdringerig worden in de keuken. Maar dat was ongemak en nog geen plaag. Ook vrij lastig waren de vliegende mieren, ’s zomers op vochtig warme dagen – je zat er soms onder na het voetballen. Maar ook daarbij ging het nog niet om een plaag. Bij het bericht uit 1901 zal het vast om iets zijn gegaan van een zwaarder kaliber.


Bij de Van Hallbrug

Bij de Van Hallbrug over het Noordwillemskanaal ter hoogte van de spoorbrug lag een zooitje oud ijzer. Blijkbaar was de gemeente er aan het dreggen geweest, nu het pad tijdelijk gestremd was. De buit bestond allereerst uit liefdeloos in de plomp gekwakte fietsen. Bovendien kwam er een klein assortiment winkelwagens uit de plomp:
DSC03953
Er is maar één supermarkt in de buurt, de Coop aan de Paterswoldseweg, slechts een kleine 220 meter hier vandaan. Een loopje van niets dus en toch vonden de karretjesleners dat al te veel moeite. NB: die karretjes kosten iets van 150 euro per stuk (prijspeil van jaren geleden). Omwille van de eigen gemakzucht waren de leners bereid een ander een redelijk grote schade te berokkenen. Heb wel zo’n idee waar ze vandaan kwamen, want zoveel bewoning is er niet in de omgeving van het Emmaviaduct. Als ik de eigenaar van de supermarkt was, zou ik daar eens een briefje op prikborden verspreiden.

De onderstaande voorwerpen kon ik niet identificeren. Hebben ze misschien met de scheepvaart te maken?
DSC03954


Bij de gebroeders Soer dansten de kippen op tafel

Soer 1

Foto: Johan Witteveen.

Meermalen hoorde ik mijn moeder over een krantenstuk, dat twee bejaarde broers uit de omgeving van Havelte portretteerde. In welke krant het gestaan had, wist ze niet meer, maar ze had er de grootste lol om. De titel herinnerde ze zich als: “Bij de gebroeders Soer dansen de kippen op tafel”.

Checks met deze termen in de verschillende krantendatabases brachten het stuk echter niet tevoorschijn. Het stond in elk geval niet in de Telegraaf, het Nieuwblad van het Noorden, of de Leeuwarder dan wel de Meppeler Courant. Ook ontbrak in die kranten elke verwijzing naar het stuk. Eigenlijk had ik de moed al opgegeven het ooit te vinden, tot vorige week het Algemeen Dagblad bij Delpher online kwam, een krant waarop, zoals ik me naderhand realiseerde, mijn ouders in de jaren 70 geabonneerd waren. Het was vrijwel meteen raak: het AD van 26 maart 1977 bevat het stuk waar m’n moe zo’n plezier om had.

Het heeft een iets andere titel dan ze weergaf: “Bij de broers Soer danst de haan op tafel”. Het betreft een soort van korte sfeerreportage van een duidelijk literair bevlogen, maar anonieme verslaggever, die op visite is gegaan bij de monumentale, half ingestorte ’beestenboerderij’ van de gebroeders Marinus en Roelof Soer, respectievelijk 71 en 68 jaar oud.

Juist op dat moment dansen een haan en een kippetje op de tamelijk morsige tafel. Op die tafel liggen – o jakkie – ook al wat poepjes. Gestaag dwarrelen er veertjes naar beneden. Naast haan en kippen hebben de broers namelijk parkieten en duiven, binnen en buiten in kooitjes aan de muur. Bovendien lopen er nog ganzen rond op het erf dat een superbe zooi is, met een keur aan oud roest en een batterij wrakkige konijnenhokken.

Een paar jaar na dit stuk verschenen de broers nog in Showroom, een TV-programma over paradijsvogels van diverse pluimage dat vooral aandacht besteedde aan de deplorabele staat van de boerderij, naast het auto-ongeluk van de oudste broer en diens naïeve schilderijtjes, veelal portretten van TV-figuren.

Soer 2

Foto: Johan Witteveen.


Rondje Eelde

Op het stuk Onlanden dat vroeger de Peizermaden heette, staat opeens een heilige van cortenstaal in een vierschaar van palen met schrikdraad. Nul informatie erbij:
DSC03919
Het laatste eindje Helmerdijk bij de boerderij van Natuurmonumenten:
DSC03923
Ontluikend beukeblad met op de achtergrond de schuur bij die boerderij:
DSC03925
Mandelandenweg:
DSC03926
Legroweg – voormalig tolhuisje (?) in de beschutting van monumentale eiken:
DSC03929
Polder Lappenvoort:
DSC03936
Bij het begin van de Hoornsedijk graasde dit gemaskerde paard:
DSC03937
Hoornsedijk vanaf de Rollematen:
DSC03940
Een eindje verder een eend en haar jongen, onaangedaan door de passanten siësta houdend pas naast weg:
DSC03943
De pulletjes waren verdeeld in twee kluitjes. Dit is het ene:
DSC03946
En dit het andere:
DSC03947
Tulpen op de wal bij de Bolle Domus:
DSC03949


Hoe de schroom voor Jefta week

Jefta de naam Meertens

Ik hoorde een verhaal over een jongetje dat Jephta of Jefta heet.

Jephta, Jefta – iets zei me dat er wat met die naam was. Iets bijbels. Daarom op naar de Wikipedia. Ah juist, een van de Richteren:

Jefta was een buitenechtelijke zoon van Gilead en een naamloze prostituee.”

Vandaar ook, dat die naam zelden voorkwam. In Alle Groningers, met in principe alle doop- en geboorteakten vanaf de zeventiende eeuw tot 1920, is die naam slechts één enkele keer genoteerd en wel in de ph-variant. Eind 1679 lieten Harmen Geerts en zijn vrouw Geesjen, die bij de Herepoort woonden, hun zoon Jephta dopen in de Groninger Martinikerk.

De gegevens van de laatste 140 jaar staan op de Voornamenbank van het Meertensinstituut (zie grafiek boven). Jephta levert daar te weinig gevallen op voor een grafiek, maar tot medio jaren 50 werd de naam Jefta nooit vergeven! Vanaf de jaren 60 kwakkelt het wat op laag niveau, en sinds 2004 lijkt de naam in de mode te komen.

Dat de naam voor 1954 niet vergeven werd, moet haast wel samenhangen met de bijbelvastheid van mensen. Geen mens dat zich (min of meer) christelijk (of joods) noemde, wilde dat zijn kind geassocieerd werd met een hoerenzoon en bastaard uit de Schrift.

Sindsdien schreden ontkerkelijking, ontkerksing en ontkerstening voort en week de schroom voor de vernoeming Jefta. Men vindt het gewoon een mooie naam, zonder zich te bekreunen om de achtergrond.

Naschrift 27.4
Kreeg een mailtje dat de schroom voor het gebruik van de naam Jefta te maken heeft met Jefta’s bereidheid zijn dochter te offeren aan God, als Jefta een veldslag zou winnen. Dat zal best ook zo zijn, maar de mailschrijver onderschat volgens mij de rol van eer in vroeger tijden.

Maar ook als we de amendering  accepteren, tast dat de stelling niet wezenlijk aan.  Hoe dan ook bestond er schroom tegen de naam, en die schroom is sinds de jaren 50 geweken voor een esthetische waardering, die er niet zou zijn geweest als men het bijbelverhaal nog goed kende. Overigens zou het interessant zijn de verschillende bijbelse namen eens te bekijken op hun werdegang in de periode 1650-1920.