Rondje Peizermade – Matsloot – Leegkerk

Het was me even ontgaan, maar gistermiddag zag ik dat er vlakbij, op de parkeerplaats bij het toekanhotel, een coronatestlocatie van het Huisartslab is ingericht:

De uitloper van het Stadspark naar de Groningerweg:

Kudde blaarkoppen bij de Langmadijk:

Altijd weer vreemd, die frisse groene kleur van nieuw riet in het najaar, hier op een slootwal bij Eiteweert:

Meer modder dan hooi, Matsloot:

De kwartiermakers van steeds grotere aantallen grauwe ganzen:

Tichelwerkpad, Leegkerk:

De doodsklok klepte er aan het eind van een uitvaartdienst. Mensen op het kerkhof, kijkend naar de Legeweg:

Waar zich een rouwstoet formeerde – kennelijk ging niet iedereen mee naar graf of crematorium:


Visgezelschap poseert bij café Otter, Enumatil

Nog een vondst in De Melangeur, het personeelsblad van Tammes’ chocoladefabriek aan de Peperstraat in Groningen: een los ingeplakte foto in het nummer van juli 1941 van de personeelsleden die deelnamen aan een onderlinge viswedstrijd in Enumatil. Winnaars waren de heren H.J. Buurlage en B. Hermse. Waarschijnlijk zijn zij het, die je glunderend midden vooraan ziet hurken.

Volgens het bijbehorende verslagje deden 15 mensen mee aan de wedstrijd. Er staan echter 16 op de foto. Die ene persoon extra, dat zou wel eens de uitbater van het café op de achtergrond kunnen zijn, en zo ja, dan is dat waarschijnlijk de enige man met een pet op. Als enige heeft hij ook een gebruind hoofd. Mogelijk had hij ook wat vee en kwam daarom vaker buiten dan de arbeiders en kantoorfrikken van de chocoladefabriek.

In het bovenlicht rechtsachter staat de naam van de café-eigenaar: H. Otter. Die naam was van 1920 tot 1986 aan dit Enumatilster café verbonden. Maar al is dat niet meer in bedrijf, het staat er nog steeds bij de Enumatilster brug, met zelfs de gelagkamer uit die tijd.

Het interieur is hier te zien op een aantal foto’s van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. De van boven ronde kast met flessen drank en glazen, de lage toog met tap, we kennen ze ook van andere oude cafés zoals die in Thesinge en Westerwijtwerd. Vorig jaar was het café in Enumatil eenmalig open met Monumentendag. Helaas heb ik die gelegenheid gemist, maar wie weet doet zich ooit nog eens de kans voor.


‘Uw veiligheid is in ons aller belang! Wees voorzichtig!’

Zo groot kan die chocolade- en suikerwerkfabriek van Tammes aan de Peperstraat te Groningen nooit geweest zijn, denk je dan, maar toch had het bedrijf in de eerste oorlogsjaren  een eigen personeelsorgaan: De Melangeur. Op de achterkant van dit tweemaandelijkse periodiek stond altijd praktische informatie over werktijden, ziekmelding en een rookverbod, met erboven steevast een veiligheidswenk.

Met die wenken was iets bijzonders aan de hand. Het ging om handmatig ingeplakte zegels die door hun vierkleurendruk fors contrasteerden met het zwart-witte, wat grauwige stencilwerk van De Melangeur zelf. Door hun kleuren en het contrast, zuigen die zegels als het ware de aandacht naar zich toe. Ze waren uitgegeven door het Veiligheidsmuseum, een initiatief van vakbonden dat de bedrijfsveiligheid wilde bevorderen, bijvoorbeeld door allerlei risico’s aanschouwelijk te maken. Gezien de vele kleine krantenberichten over bedrijfsongevallen was dat bepaald geen overbodige luxe. Inderdaad zijn de zegels verkleinde weergaven van affiches die men in bedrijven ophing. Hoe dan ook charmeert deze kleine grafiek.

Onder verwijzing naar zo’n krantenberichtje over een bedrijfsongeval, waarschuwt deze bijvoorbeeld voor draaiende assen. Als die lang haar grepen, kon scalpering het gevolg zijn:

Een tikje op de schouder en de arm in het ongerede:

Goed schoeisel kon een struikelpartij op een gladde werkvloer voorkomen:

Ook aan hygiëne werd aandacht besteed. Vaak aten arbeiders hun boterhammen uit papier en vonden dat wel schoon genoeg:

Zelfoverschatting op ladders – neem dan liever het zekere voor het onzekere:

De verpleegkundige van de eerste hulp wijst het slachtoffer van een bedrijfsongeval er nog maar eens op nadat ze zijn wijs- en middelvinger heeft verbonden – zijn opa paste goed op en werd 70 zonder verminking:

En nog maar eens die draaiende onderdelen, nu bij een draaibank, waaroverheen een arbeider naar zijn thermosfles grijpt::

Destijds werkten jongens (en meisjes) vanaf een jaar of dertien, veertien mee in fabrieken, ook bij Tammes. En zulke kinderen willen nog wel eens stoeien. Levensgevaarlijk, aldus het Veiligheidsmuseum:


Rondje westkant Stad

Wel in Roderwolde en ook langs de Peizer/Groningerweg, maar tot nu toe had ik nog géén weggegooid mondkapje in de Onlanden zelf gezien. Vanmiddag was het zover en hing deze aan een brug in de Roderwolderdijk;

De grote waternavel heeft zo te zien vrij spel aan de oostkant van het Leekstermeer. Op de slenken raken de oevers met plakken bezet, en hier rijst de exoot een sloot langs de Hooiweg uit:

Ook vandaag weer verscheidene roofvogels gezien: kiekendieven, valken en deze waakzame buizerd op de Poffert:

Onder en naast de Tichelwerkbrug (Leegkerk) zitten een paar hangplekken, vooral met mooi weer gebruikt door jongeren. Mogelijk kwam er politie langs, wat niet zo fijn werd gevonden. Om al die letters met een stift zwart te maken zodat de afko ACAB ontstaat, moet men nogal een poosje bezig zijn geweest:


Hoe de zon er toch nog doorkwam

De Buienradar toonde vanmiddag om één uur een grote bal mist rond de stad Groningen. Maar in het westen leek de zon op te rukken. Ruim een half uur later was dit nog het beeld vanaf de Legeweg bij Leegkerk, richting suikerfabriek:


Tien minuten later. De Jonge Held vanaf andere kant Aduarderdiep:

De afslag naar Adorp en Oostum, volop in de zon, ook vanaf de westkant van het Aduarderdiep:

Het kerkje van Fransum:


Rondje Van Starkenborghkanaal

Gaaikemadijk – “Let op, er kan nog een koe aankomen”:

De Dorkwerderbrug krijgt een lik verf:

De boerderij van ’t Gronings Landschap op de Paddepoel:

Gedenken wij de Paddepoelsterbrug:

In de berm bij Noorderhoogebrug:

Kangeroes bij Binnenpret Indoorstrand, Ulgersmaweg:

Er tegenover speelt een uitdragerij in op Halloween:

Laagzwevende para, verweesd na de verhuizing van Heiko Ates’ oorlogsmuseum naar Grijpskerk:


Het zwaar beschadigde Scholtenmonument

Kwam vanmiddag voor het eerst in anderhalve maand weer eens langs de hoofdlaan van het Stadspark. Intussen is er eind september een auto tegen het Scholtenmonument opgereden en in brand gevlogen, met de dood van de chauffeur als gevolg.

Qua monument is vooral de sportieve mannelijke figuur beschadigd. Hij lijkt weggelopen van een oorlogsmonument. Eigenlijk vind ik het wel wat hebben:

De vrouwelijke figuur heeft het ongeluk beter doorstaan, maar zal toch ook moeten worden vervangen:

Ook het brons – de kop van Scholten en de twee plaquettes – is er vrij goed vanaf gekomen, maar het perkje met het fonteintje is een ravage:

Ben benieuwd of de gemeente al actie ondernam voor het herstel.

 

De oude toestand.


Rondje Winde – Roden

Onlanden:

Hooglanders in de Onlanden bij Peize:

Geïmproviseerd hek in Winde:

Spinnewebben? bij de Heideweg tussen Winde en Roden:

Nog niet heel erg herfstachtig:

Oude of Peizerdiep bij de Weehorst:

Foxwolde – hoe hoger, hoe gekleurder:

Haflingers bij de Langmadijk, Peizermade:


Rondje Terheijl – Tolbert

Bij de  Gouwe:

Tussen Leutingewolde en Nietap:

Baggelveld, Terheijl:

Aan de andere kant van de weg bij een nieuwbouwproject een stapel rode bakstenen met aTerheijl erin gebakken::

Nat stoppelveld op de Zandhoogte:

Een flinke border met herfsttijloos, Midwolde:

Wat dichterbij:

Vierverlaten tegen vijven:


Uit de pioniersjaren van de Fietsersbond

Vanwege het nieuwtje dat bloedgroep O nauwelijks vatbaar is voor corona, wilde ik even in een ouwe agenda nakijken wat mijn bloedgroep ook alweer was.

Ik heb agenda’s vanaf 1976 bewaard. In het wat ruimer uitgevallen exemplaar van 1978 zitten ook stickers van actiegroepen ingeplakt. Zoals op 10 april dat jaar deze van de Enige Nederlandse Wielrijdersbond:

De ENWB was opgericht in 1975 uit weerzin tegen het beleid van de ANWB, waarbij de auto heilig verklaard en de fiets totaal niet meer in tel was. Aanvankelijk werd wat lacherig over gedaan, maar de snelle groei in ledental bracht de ANWB er eind 1977 toe, de naam van de ENWB voor de rechter aan te vechten. Dat kinderachtige proces won de ANWB in 1979. De sticker dateert uit die periode. Sindsdien heette de ENWB achtereenvolgens ENFB en Fietsersbond.


Het plakkertje

N. stuurde me wat foto’s op van een prent met de vraag of ik de maker van die prent thuis kon brengen. Haar grootvader had de prent ooit gekocht in Groningen. Helaas zei de signatuur mij niets, bij het natrekken bleek dat er niet iemand met die naam in Groningen had gewoond, laat staan er als kunstenaar had gewerkt.

De prent, zei N., zat nog in de originele lijst achter het originele glas. Achterop het steunkarton had de kunsthandel die de prent verkocht, “Eduard AA”, een plakkertje gehecht in de vorm van een schilderspalet. Dergelijke stickertjes bevestigden boekhandels vroeger op de binnenkant van boekomslagen. Maar die plakkers waren gewoonlijk vierkant of rechthoekig, terwijl er hier een artistieke vorm aan was gegeven.

De naam van de kunsthandel deed me wat gemaakt en schimmig aan met die dubbele hoofdletter AA. Waren het voorletters? Maar waarom stonden ze dan achteraan de naam? En dat Eduard kon natuurlijk net zo goed een voornaam zijn en geen familienaam, zoals je eerst misschien denkt. Ook deze naam kwam niet voor in AlleGroningers. Dat AA met dubbele hoofdletters deed me denken aan een oudoom van me die zijn autoglasbedrijf in Flynt , Michigan, AA Carglass had genoemd om vooraan het rijtje concurrenten in een adresboek of telefoongids te komen. Maar in een analoog geval zou Eduard toch achter de A’s moeten komen?

Kunsthandel Eduard AA bevond zich volgens het plakkertje op de hoek van de Herestraat en het Zuiderdiep, de meeste Groningers nu nog wel bekend van sigarenzaak Homan. Dit was een A-locatie in de Stad – alle treinreizigers kwamen er nog langs op weg naar de winkelstraten en café’s in de binnenstad of de bushaltes even verderop aan Zuiderdiep en Damsterdiep.  Op zo’n plek moest je flink omzet draaien om de huur op te kunnen brengen, ook vroeger al.

Getuige advertenties, vooral in het Nieuwsblad van het Noorden, had  kunsthandel Eduard Aa op die lokatie slechts bestaan van mei 1925 tot eind april 1928. Gaandeweg verbreedde de eigenaar, Eduard Aa, in die drie jaar zijn assortiment met lijsten, aardewerk en porselein. Met zijn core business, de verkoop van kunst, leek het dus niet al te best te gaan. Typerend is dat Aa in zijn advertenties mikte op trouwende stelletjes die een uitzet bij elkaar moesten kopen. Vaak had de winkel ook aanbiedingen en uitverkopen. Een en ander doet wat goedkoop aan – als kunsthandelaar bediende Aa waarschijnlijk het laagste marktsegment. In april 1928 vertrokken hij en zijn vrouw naar elders, waarbij zowel Amsterdam als het buitenland als bestemming werden genoemd.

Op zoek naar de echte naam van de kunsthandelaar, bekijk ik het dossiertje van het Handelsregister dat Kunsthandel Eduard Aa ons naliet en dat over dezelfde periode loopt als de advertenties. Hij bleek eigenlijk Eliazer Aa te heten, “zich noemende Eduard”. Kennelijk ging het om een seculiere, geassimileerde jood. Hij had de Nederlandse nationaliteit, was op 11 februari 1898 geboren in Amsterdam en getrouwd buiten gemeenschap van goederen. Met zijn vrouw woonde hij in Groningen op het winkeladres, dus Herestraat 80. Op 23 april 1928 schreef hij zijn zaak uit bij de Kamer van Koophandel, wegens de verplaatsing ervan naar het Gevers Deynootplein in Scheveningen, vlakbij de pier.

Het artistieke plakkertje dateert dus uit de periode 1925-1928. Gewapend met de echte naam, leveren WieWasWie en wat bijkomende websites vervolgens een beeld op van de eerdere en verdere lotgevallen van Eliazer/Eduard Aa en de zijnen. Eliazer bleek de zoon van Abraham Aa, een slager en rabbinale toezichthouder bij het ritueel slachten. In 1918, bij de loting voor de militaire dienstplicht, woonde Eliazer nog steeds in Amsterdam. Hij trouwde er eind sept 1924 – dus vlak voor de verhuizing naar Groningen – met de diamantbewerkersdochter Emma Breslau. De huwelijksakte geeft zijn beroep nog op als lijstenmaker. Pas na hun vertrek uit Groningen kreeg het paar twee (levenvatbare) kinderen, namelijk een dochter Elisabeth (1929) en een zoon Marcel (1931). Beide voornamen wijzen weer op een geseculariseerd en geassimileerd joods milieu.

Eliazer of Eduard stond later, nadat hij en zijn gezin vanuit Den Haag weer waren verhuisd naar Amsterdam, te boek als handelsreiziger en kruidenier. Het laatst bekende woonadres van het gezin Aa was Transvaalstraat 57 te Amsterdam. In 1943 is het hele gezin weggevoerd naar Sobibor, waar het op 9 juli meteen na aankomst is vergast.

Toen eind januari dit jaar in Westerbork de namen van alle 102.000 uit Nederland weggevoerde en vermoorde joden en zigeuners in alfabetische volgorde werden voorgelezen, behoorden die van Eliazer Aa en enkele van zijn familieleden tot de allereerste.


Ommetje Van Zwedenlaan

De Martinitoren achter het reuzenrad op het terrein van de voormalige Groninger suikerfabriek:

Beide stadsnomadenkampjes zijn opeens opgeruimd – alleen dit hek lijkt ervan over:

Stadssilhouet met v.l.n.r de Academie-, de Martini- en de A-toren:

Wolkenformatie:


Koopavondstop

Twee opeenvolgende tweets in mijn tijdlijn die de actuele stand van zaken in de vaderlandse coronabestrijding aardig weergeven. Desnoods vergadert ons landsbestuur door tot Sint-Juttemis voordat men ’t Volk zijn laatste mismoedige verzetjes ontneemt:


Affiche voor een stuk van Cummings, 1954

Nog zoiets moois in een Groninger studentenalmanak, ditmaal die van 1955:

Him was het theaterstuk van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings, dat een studententoneelgezelschap van Vindicat in de Stadsschouwburg opvoerde bij het 68-ste lustrum van de RuG. Het betrof een nogal avantgardistisch stuk uit de vroege jaren twintig, waarbij het vooral ging om de sfeer, opgeroepen door een aanvankelijk nogal onsamenhangend overkomende tekst.

Waarschijnlijk vormde de illustratie in de almanak een jaar eerder het affiche van de voorstelling. De studentenalmanak bevatte zelden zo’n full colour illustratie. In de vijf almanakken die ik doornam, was dit de enige die ik vond.

In 1954 bleek de non-conformist Cummings overigens een aanhanger van de leugenachtige communistenvreter Joseph McCarthy te zijn. De figuur van de rabiaat rechts geworden bohemien is ook in ons land niet onbekend.

 


Student zoekt de weg op stadskaart

Eerstejaars student is ’s avonds met zijn fiets op pad en zoekt op de stadsplattegrond het adres waar hij wezen moet. Een voor Groningen typisch tafereeltje zoals je dat nu ook nog wel ziet, vooral in het eerste maanden van het studiejaar.

Het betreft een tekening uit de Studentenalmanak van 1951. In die oude almanakken staan wel vaker tekeningen die wat hebben. De student moest zo te zien aan de Parkweg zijn, of in elk geval achter het station,