Lutje hoeske an de diek (2)

Er was de laatste tijd wat meer belangstelling voor het logje over ’t lutje hoeske an de diek, hetgeen erop zou kunnen duiden dat de sloop begonnen was. Vandaar dat ik vanmiddag maar eens naar de Hoornsedijk ging om poolshoogte te nemen. Inderdaad viel vanuit de verte al op dat de skyline ter plaatse er anders uitzag. Voorlopig beperkte de kaalslag zich tot de bijgebouwen op het achtererf, maar of dat afstel van executie betekent voor het huisje zelf, waag ik te betwijfelen:

Op de laatste foto valt op dat de achtermuur van de hoofdschuur naar twee kanten verzakt. Het middendeel met de deuren staat nog wel in het lood.

Advertenties

Rondje Zandhoogte

Langs het fietspad in de Onlanden – plek waar witte vogel met veel donsveren geplukt is:

Zandhoogte – berk met heksenbezems:

Zandhoogte – oude schuur:

Wals op stoppelveld, ook daar:

Bij dat stoppelveld stond paarse dovenetel te bloeien:

Elektrotechnisch antiek, vermoedelijk uit het bouwjaar van dit huis aan de westkant van Tolbert:

Razendsnel vervallende schuur op de Pasop:

Er heerst grote kapvreugd – stukje bij beetje raakt het Westerkwartier zijn coulissen kwijt, vooral bjj Tolbert noord en zuidkant waren ze weer druk bezig. Er is heel weinig consideratie met landschapsliefhebbers. Van deze boom op Westpoort echter, kan ik nog begrijpen dat hij eraf ging:


Stilletjes verdwenen, zonder bericht

Jan Jansen van der Sligte (1953-2018).

Je kunt maar zo de pijp uit zijn. Dan is er toch handig als er een lijstje ligt van mensen die je op je uitvaart wilt hebben. Of op je herdenkingsbijeenkomst, als je je lichaam ter beschikking van de wetenschap stelt.

Ik kom niet zo vaak meer in de stad en als ik er nog kom, dan is het fietsend op doorreis of met een specifiek doel. Vandaag besloot ik na mijn werk eens lopend naar de opticien te gaan. Terug langs de Vismarkt kom ik een goede kennis uit de Oosterpoort tegen, die me vertelt dat onze oude kameraad Jan Jansen van der Sligte in oktober is overleden. Jan kwam niet op een afspraak opdagen, wat vreemd was. De ingeschakelde politie ramde zijn deur open en vond hem in de zolderkamer, waar hij vredig op zijn bed lag. Hartaanval in zijn slaap. Bijna 65 is hij geworden. Wat tegenwoordig aan de jonge kant is.

In de tijd dat ik de wijkkrant van de Oosterpoort regelde, deed Jan jarenlang de opmaak van de advertenties. Ook hielp hij wel mee met rapen, vouwen en nieten. Beide klussen vergden ongeveer een dag in de maand, bij tien edities per jaar. Toen ik ermee stopte, bleven we contact houden. Zo gingen we er wel eens op uit in zijn auto, naar Ost-Friesland en Friesland, Ditzum en Dokkum.

Sinds ik naar Hoogkerk verhuisde, kwam ik af en toe bij hem aan de deur als ik naar de kapper in de Oosterpoort ging, of er juist vandaan kwam. De laatste keer dat ik hem trof moet zo’n anderhalf jaar geleden zijn. Meestentijds was hij niet thuis, dan zat hij bij zijn vriendin, die ik nooit gezien heb, maar bij wie hij zich kennelijk heel senang voelde. Sinds hij die vriendin had, bedankte hij tenminste niet meer voor gemailde tips en belde hij evenmin nog over zijn sores. Jan was de relativerende gemoedelijkheid zelve, en van nature ook een optimist en prima om mee te wezen, maar een bepaald persoon had hem bedrogen met geld, wat hem dwars zat. Temeer omdat hij maar niet aan het werk kon komen, wat aan hem vrat.

Heb nog even op Mensenlinq gekeken, maar er stond geen advertentie voor Jan in de krant. Zijn Twentse broer heeft de crematie geregeld en waarschijnlijk geen adres van mij gevonden. Niet zijn schuld. Bij een wederzijdse kennis kreeg ik inmiddels een kopietje van de rouwbrief.

Mensen op wie je gesteld bent, en die er dan opeens tussenuit knijpen zonder dat je er bericht van krijgt. Waardoor het drie maanden duurt voordat je het hoort. Ik heb er wat moeite mee, maar het komt wel goed.


Een papegaaischieterij te Tolbert

Er was een papegaaischieterij in Tolbert gehouden: een traditionele schietwedstrijd, nog niet met een schietschijf, maar met een houten of blikken vogel om op te mikken, een vogel die bovenop een hoge staak of paal was neergezet. Wie de wedstrijd won, was schutterskoning. En na de wedstrijd werd die in triomf naar de herberg gevoerd, waar hij het feestvarken was bij de kastelein die de papegaaischieterij had georganiseerd.

Predikanten bekeken zulke vermakelijkheden met argusogen. Zo ook ds. Johannes Siertsema van Tolbert, die in de classis (predikantenvergadering) van het Westerkwartier verslag deed van het gebeurde:

bragte klaaglijk voor aan dese tafel, hoe dat op vrijdag den 31 meert 1775, twee dagen voor ’s Heeren Avondmaal, met permissie van ’t E.E. Gerichte, te Tolbert de papegay was geschoten onder confluentie van een groote menigte volks en agtervolgt met veel rumoer en baldadigheid tot in den laten nagt.

Zijn eerwaarde bleek zwaar geërgerd. Hij was bij A. Rijpma, een van de twee grietmannen (of rechters) van het Vredewold langsgegaan en die had verklaard dat hij “daartegen was geweest”. Met andere woorden, als het aan Rijpma had gelegen was die hele papegaaischieterij niet doorgegaan. Kennelijk kwam de toestemming van diens collega, de andere grietman.

Ds. Siertsema wilde van de classis graag advies hoe hiermee om te gaan. Zijn vakbroeders vonden, dat hij de andere grietman, namelijk de heer Guichart, daarover “in ’t vriendelijke” moest aanspreken , met het verzoek dat Guichart

sulke en diergelijke ongebondentheden in ’t toekomstige gelieve te stremmen.

Siertsema bracht, zo bleek drie maanden later, inderdaad een bezoek aan de “rigter ter plaatse”, en wel met zijn hele kerkeraad, dus vijf of zes man sterk. Maar Guichart toonde zich weinig gevoelig voor hun klachten over de papegaaischieterij. Hij antwoordde “geen kwaat daarin te zien”. Bovendien meende hij niet verplicht te zijn

zig daarover verder uit te laten, temeer wijl geen onbetaamelijkheden daarbij waaren voorgevallen.

Siertsema en zijn kerkeraad leden dus een nederlaag. Hun klachten vonden geen gehoor bij de rechter die er voor Tolbert toe deed. Het gevalletje laat intussen mooi zien, hoe ook destijds de visies op een en hetzelfde gebeuren hemelsbreed konden verschillen.

Bron: Groninger Archieven, Toegang 180 (classis Westerkwartier) inv.nr. 9: handelingen van 4 april (art. 17) en 4 juli 1775 (art 20).


Een willekeur over het Hoge Voetpad

Het kerkpad/Hoge Voetpad tussen Niekerk en Bijma Bos. Onderlegger: http://www.hisgis.nl

Justus d’Aulnis de Bourouil woonde nog maar net twee jaar op de borg Bijma op het Faan. Twee jaar later zou hij maire of burgemeester van de gemeente Oldekerk worden. Maar zover was het nog niet in december 1809, toen hij samen met enige Niekerker boeren zijn opwachting maakte in her rechthuis van het Westerkwartier. Met zijn vieren gaven ze de drost “reverentelijk” te kennen

dat door hunlieden sints onheuglijke tijden tot een kerkpad gebruikt zijnde zeker pad, lopende en beginnende van het dijkje van het bos van Byma tot aan Niekerk…

Dat bos van Byma lag achter de borg, aan de Niekerker kant. Met het dijkje bij het bos werd deels de huidige Maarsdijk bedoeld. En het kerkpad was dan het pad dat van Niekerk naar het westen liep en dat tegenwoordig, met enige minimale tracé-aanpassingen, het Hoge Voetpad heet. Met dat oeroude kerkpad was iets loos, aldus de heer van Bijma en de boeren. Het verkeerde in een dermate slechte staat

dat zulks niet zonder vrees van ongelukken des daags, veel minder des avonds, kan worden gepasseerd.

Vreemd genoeg scheen er nooit “een vaste order van onderhoud” voor dat pad te zijn geweest. Daarom wendde de Niekerkers zich tot de drost met het verzoek,

dat gezegde pad mogte worden gebragt onder schouwinge, ofte zodanige order daarop gesteld, dat zulks ten allen tijde behoorlijk mogte worden onderhouden.

De drost besloot eerst een onderzoek in te stellen. Daarna kwam er een hoorzitting, en wel op 29 maart 1810, d.w.z. vlak voor het seizoen om wegen en paden te herstellen. Naast de heer van Bijma en de drie eerdergenoemde boeren kwamen dit keer nog elf andere boeren mee naar Zuidhorn, en die maakten met elkaar de drost al snel duidelijk, dat ze het onderling eens waren geworden over het pad. De drost noteerde als afspraak dat het pad

van nu voortaan behoorlijk zal worden onderhouden, dat een ieder tot zijn laste zal hebben en behouden het pand, hetwelke hij tot dusverre heeft gemaakt.

Kennelijk was het voorheen toch wel duidelijk, wie welk stuk (“pand”) van het pad moest onderhouden. In principe bleven die mensen daarvoor verantwoordelijk. Er werd echter ook een uitzondering gemaakt, namelijk voor het stuk pad dat over het land van Janna Jans liep, “zijnde het moeylijkst van onderhoud”. Blijkbaar lag dit stuk pad het laagst, waardoor het flink opgehoogd moest worden, want

in gevalle tot het maken van hetzelve nieuw zand of aarde moet worden aangebragt, zij (Janna dus) daarin provisioneel en tot nader schikking, zal worden geholpen door de gebruikers van de negentien grazen land, waartoe het land van Janna Jans origineel behoordt.

Ik maak hieruit op dat de grond van Janna, waarschijnlijk het heem van haar huis, mèt onderhoudsplicht was afgesplitst van een veel groter stuk land, waardoor Janna in de problemen was geraakt. Hiervoor gold als tijdelijke oplossing dat de boeren van het oorspronkelijke areaal haar zouden helpen met zand en zandaanvoer.

Ook bestond er onduidelijkheid over de vier vonders in het pad. Wat betreft deze plankbruggetjes stelde de heer van Bijma voor

dat dezelve, ter oorzake hij geen pand in dit pad was hebbende en evenswel daarvan gebruik maakt, het onderhoud van drie vonders (…) geheel ten zijnen laste zal nemen.

Dit was waarlijk een genereus gebaar: d’Aulnis was hiertoe niet verplicht, en zijn voorgangers op Bijma, zoals de familie Alberda en de beruchte Rudolf de Mepsche, hadden zich hiertoe blijkbaar ook nooit verplicht gevoeld. In concreto ging het om de vonders in het pad over het Oude Maar, over de Watersloot, en van Jan Pieters’ land naar Jan Cornelis’ land. Voor een vierde vonder, “leggende van Lammert Jans land op dat van Jan Pieters”, nam ene Jan Harms, ook aanwezig in het rechthuis, het onderhoud over,

wordende eindelijk het opzigt over dit pad en vonders overgelaten aan de boerrigters van Niekerk, al hetwelk aldus in actis is getekent om zich hierna in het toekomstige te reguleren.

Een dergelijke juridisch bindende afspraak tussen boeren of ingezetenen uit een bepaalde omgeving heet ook wel een willekeur. Het zou aardig zijn te weten, hoelang deze onderlinge rechtsregel stand heeft gehouden, voordat er opnieuw gelazer kwam. Heeft het pad überhaupt de gemeentelijke wegenlegger gehaald?

Om tot besluit nog even op dat “onheuglijke tijden” in het rekest terug te komen: wie het bovenstaande kaartje nog eens bekijkt, ziet dat het kerkpad of Hoge Voetpad de scheiding vormde van twee verkavelingssystemen. Het ligt dan in de rede dat het inderdaad een vrij oud pad was. Het lijkt in elk geval ouder dan de verbindingsweg tussen Niekerk en Zuidhorn (de Van Millinghaweg of N980) die de verkaveling juist doorsnijdt.

Bronnen:

  • W.J. Formsma e.a., De Ommelander borgen en steenhuizen (Assen 1987) 106;
  • Groninger Archieven Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 728: rekestboek, 20 wintermaand 1809;
  • en idem, inv.nr. 415: commissieboek, donderdag 29 lentemaand 1810.


Rondje de Haspel

Langmadijk – de wagen is leeggegeten en de blaarkoposjes zijn verdwenen

Achter Foxwolde:

Leutingewolde – merkwaardig gebouwtje met geknikt dak dat me eerder niet zo was opgevallen:

Vervallen boerderij aan de Veldstreek in Zevenhuizen:

Eind verderop – twee hooischudders te koop. Dit is er één van:

Lange reep verschrompelde elfenbankjes op boomstam:

Magnifieke eik achter Mensinge in Roden:

Slootje in Roderwolde:


Rondje Sebaldeburen

Uitheems varken koestert zich in de zon, Roderwolde:

Het eikenlaantje naar de Waalborg:

Zwaan op kade bij het Leekstermeer:

Kapseizoen. Hoorde en zag nogal wat gezaag onderweg:

Zultemeer, zo heet die schuit, en ze bevaart het Zultemeer (Leekstermeer):

Dorpsgezicht Tolbert:

Op hondencursus bij Boerakker:

Varkensboerderij in afbraak, bij Bakkerom in de buurt:

Tuinhekje Sebaldeburen, bij dubbele woonboerderij die momenteel te koop staat:

Fruitboom  aan de Maarsdijk, Niekerk:

Byma, Faan – d.w.z. het ‘schathuis’ van de lang verdwenen borg:

Hazelaar bij het Hoendiep, De Poffert: