Onderweg komt men zichzelve tegen


In ’t Westerkwartiers arcadia

Maandagochtend – een balsturig veulen op De Poffert:

Ik wilde foto’s maken van ‘De Vette Koe’, een zwaar vervallen boerderij bij Zuidhorn die in de Middeleeuwen het eigendom was van de abdij van Aduard. In het voorhuis van de kop-hals-romp, heb ik me laten vertellen, zitten nog kloostermoppen verwerkt. De schuur is niet veel soeps qua oudheid:

De oprijlaan of ree erheen was alvast veelbelovend:

Mij was verteld dat je er zo heen kon gaan, maar helaas, er stond inmiddels een hek dwars over de weg, dat was vastgemaakt met een koetouw. Een vrouw uit het huis ernaast maakte zich bekend als eigenares en ontzegde mij de toegang. Ik moest maar naar de makelaar als ik belangstelling had:

Gister bij wat somberder weer de kant van Roderwolde op. De rogge stond er wat ongelijk en is nog lang niet rijp:

Nieuwsgierige pinken bij Foxwolde:

Een kudde vleeskoeien bij Midwolde:

Springende paarden bij Pasop – met een neutraal publiek:

Vanmiddag via Zuidhorn naar Humsterland en Middag. Afgehaald hooiland bij Oldehove – op de wagen in de verte probeert een man die ronde balen vast te sjorren:

Tussen Oldehove en Ezinge een flink stuk tarwe:

Vleeskoe tussen Ezinge en Feerwerd:

Het uitzicht vanaf de Steentil richting Stad:


Nog maar een keer prikken dan?

Kreeg vandaag deze invitatie van het RIVM. Zou een verheugend bericht zijn, alleen: ik ben al dubbel gevaccineerd, met Pfizer, in de Martinihal, op precies zo’n uitnodiging. Ach, nog een keer laten prikken kan geen kwaad, toch?

Okee, ik zal het niet doen. Vraag me wel af hoe ik nu in de statistieken terechtkom: als gevaccineerde of als ongevaccineerde? En hoe zou dat zijn met al die anderen die zo’n overbodige uitnodiging kregen?


Rondje Menkeweer – Tinallinge

Reclame glasatelier, Garnwerd:

Hier stond tot voor kort de pastorie van Menkeweer:

Het hek van het naastgelegen kerkhofje:

De schuur van de voormalige pastorie staat er nog, maar wordt eveneens gesloopt:

Gevelsteen uit 1861:

Dampaal aan de Vennenweg naar Tinallige:

De Haantil in de weg naar Warffum:

Terug bij de Vennenweg – een kudde kalveren rent me voorbij:

De kerk van Tinallinge:

Stukje siermetselwerk:

Bemoste grafsteen – de engeltjes zijn nog herkenbaar:

Klok in de kerk op de orgelbeun:

Personificatie van de Hoop met anker – paneel op de kansel (ca. 1660):

Bij de kerkdeur staat een bankje met dit uitzicht:

Kop-hals-rompboerderij bij de Abbeweersterweg, nog steeds Tinallinge:

Er tegenover dit welvende hooilandje:


Rondje Boerakker

Kapotgetrapte aansteker markeerstift naast fietspad, Westpoort:

Eindje verder naast datzelfde fietspad:

Stookhut, Maarsdijk bij Niekerk:

Nieuwe natuur bij de Dijkweg tussen Oldekerk en Boerakker:

Eenzame papaver op de waterbergingsdijk daar:

Prille bereklauw, ook op die dijk:

Rustende witrikken Belgisch blauwen (een vleesras, met dank aan H.) bij het Wilgepad, Boerakker:

Kamperfoelie:

Bloeiende bereklauw:

Roordaweg bij Boerakker – als dat geen voormalig tolhuis is?

De laan tussen Midwolde en Nienoord:

In Hoogkerk al uitgebloeid, hier bij de Molensloot onder Leek nog niet:

Kunst langs de weg in Oostwold:

v


Rondje Honderd

Hij staat er nog, de droogschuur van voorheen Nanninga’s houthandel te Winneweer:

Garrelsweer – aan zo’n ontvangstcomité gaat men niet snel voorbij:

Weerstation Zeerijp met uitgewapperde Groningse vlag (of is het een zwienhondje?):

Bij ’t Zandt in de buurt – corona zorgt nog maar net voor hoge kartonprijzen of lange halmen komen weer in de mode:

Ten zuiden van Zijldijk:

Bij het gehuchtje Honderd (nu 2 huizen nog) – hetgeen aangetoond moest worden:

Fiveldijk bij Westeremden:

Tussen Westeremden en Huizinge op een abeel:

Nu nagenoeg verdwenen, maar vroeger alomtegenwoordig beeldmerk van een verzekeringsbedrijf op een deurpost in Onderdendam:

Het joodse begraafplaatsje achter Winsum:

Nog steeds op wacht – de grutto bij Hekkum:

Zwarte kraai lijkt vast te zitten op paal (ik kon er helaas niet bij om hem te bevrijden):


Rondje Lutjegast – Niehove

Bootjesvertier bij de Westpoortbrug:

Gezicht op Lagemeeden vanaf het Hoendiep:

Volop havikskruid in de berm van de Fanerweg:

Ouwe trekker, ’t Faan:

Windwijzer, ’t Faan:

Bij Niekerk:

Kolonelsdiepje, Oosterzand:

Klaprozen langs het Buiksteder fietspad, Lutjegast:

Hooiland bij de Buikstede:

Handstand in tuin Grijpskerk:

Dijkopgang even voorbij Kommerzijl:

Op het terras van Eisseshof, ooit het rechthuis van Niehove:


Alle beetjes helpen

Langs dat wegje rijden gewoonlijk alleen fietsers. Het hooi van de berm is dus geschikt voor consumptie:


Avondrondje Beswerd – Hekkum

Gapend paard in het Viooltjesland langs de Roderwolderdijk, Vierverlaten:

Bij de Zuidwending, onder Nieuwbrug:

Steentil – hier zijn nog wel wat meer fietsers onderweg, verderop nauwelijks meer::

Scholekster op wacht bij Fransum:

Haas in hooiland:

En weg was Zoef:

Bij Beswerd – de nieuwe hoogspanningslijn dringt zich visueel meer op dan de oude:

50 tinten groen:

Anders dan bij Den Horn is de populierenrij bij Beswerd nog blijven staan:

Nog steeds Beswerd – boerenschuur halverwege afbraak – de liggers van het gebint lijken ouder dan de zuilen:

Hier is het even holdert:

Via Feerwerd en Garnwerd naar de andere kant van het Reitdiep. Jongen springt van de brug in Garnwerd:

Wakende grutto bij Hekkum:

Ook bij Hekkum:

Koeien op de dijk bij de Wierumerschouw:

Bij Dorkwerd – paarden op afgehooid land doen zich tegoed aan de slootwal. Het klonk heel knapperig:


Rondje Allardsoog – Haulerwijk

Het hondepaadje naar het viaduct over de A7 bij de Roderwolderdijk, Hoogkerk:

Bij Sandebuur – even poseren voor de fotograaf tijdens het snoetjeknovveln:

Sandebuur – er staat nu een bankje bij de overdekte koelkast met eieren etc.:

Fietspad Roderwolde – Leek; schapen zoeken al vroeg in de middag de schaduw op:

Oud stukje zandweg bij de es van Leutingewolde:

Boomgaard op het Baggelveld bij Ter Heijl:

Lama’s bij ’t Blaauw onder Zevenhuizen:

Kastanjelommer – Allardsoog:

Allardsoog is ontstaan als herberg, uitspanning en tolhuis langs de postroute tussen Norg en Donkerbroek. Hoewel er een mooi verhaal is over de gevelsteen, als zou eigenaar en vervener Allard Scheltinga er (zinnebeeldig) zijn drie losbandige zonen mee in de gaten willen houden, denk ik toch dat er een andere verklaring voor de naam is. Oog – denk aan Schiermonnikoog, Wangeroog, Spiekeroog etc. – is een oude aanduiding voor eiland. Allardsoog lag als een eiland, als een groene oase in een enorm, nog onontgonnen en hier en daar vrij nat hoogveengebied. Je kon er uren ver over de heiden kijken. Het oog hield ook een waarschuwing in voor mensen die Allards “Drentsche” tol wilden ontduiken: ze zouden geheid in de gaten lopen:

Kanaal bij Haulerwijk:

Blauwe lupines in een bomenstrook bij de ondergrondse gasopslag, Langelo:

Véél lupines:

Beekdallandschap bij Roden:

Wit vee bij Foxwolde. Het werd allengs heiïeger, maar de hele tocht bleef het droog. Het voelde ook niet drukkend aan of zo:

Ooievaar met jong, Roderwolde:

Brem bij slenk in de Onlanden:


Rondje Donderen – Glimmen

Omgelegde Eelderdiep ter hoogte van nieuw Eelderwolde:

Achter de Onlanderij staat alles nog steeds blank:

Buurmans gras is altijd groener:

Tussen Bunne en Donderen:

Bij Donderen zijn de paardebloemen al uitgebloeid:

Donderen, de kant van Vries op:

Turuggekeerd naar Donderen en de weg naar Yde genomen:

Oude Aweg, Glimmen:


Rondje Ter Heijl – Enumatil

Matsloot:

Sandebuur:

Leutingewolde:

Bij de Toutenburgsingel:

Toutenburgsingel:

Langs de Toutenburgsingel:

Toutenburgsingel:

Bij Rome – de koe graast op Drents grondgebied, de huizen op de achtergrond langs de Diepswal van het Leeksterhoofddiep zijn Gronings:

Figuur op de poort van Nienoord lijkt op een van de Marx Brothers:

Bij Midwolde:

Bij Lettelbert:

Nog maar eentje:

Bovenmaatse potloden aan de andere kant van de A7:

Rijtje populieren (ree van een verdwenen boerderij) op dezelfde locatie:

Blauwgras bij het Lettelberterdiep:

Molen Enumatil:

Bij Pabema tussen Enumatil en Zuidhorn:

Op een slootwal bij het Hornpad tussen Zuidhorn en Den Horn:

Lagemeeden, bij de Nutweg:

Lagemeeden, bij het pad naar de Poffert:


Huize Hakbijl

Deze advertentie kwam ik tegen in een VVV-achtige uitgave uit 1935, verzorgd door het reclamebureau Realta, dat “in samenwerking met” het Noordelijk Economisch en Technologisch Bureau NETO soortgelijke propaganda verzorgde in de vorm van Groningen en Drenthe in den opgang!.  

Dat er vroeger particuliere inrichtingen bestonden, waar de beter gesitueerde “zenuwzieken” een uitstekende verzorging genoten in een aangename, rustige en vooral ook lommerrijke omgeving, was me bekend. In Groninger stukken uit de achttiende eeuw is soms al sprake van dergelijke “verbeterhuizen”, al stonden die meestal op enkele dagreizen afstand.

Huize Hakbijl kende ik nog niet. Volgens vestigingsadvertenties in een select aantal noordelijke kranten, opende het eind maart 1933 zijn deuren in Villa Volonté, destijds een groot en gezichtsbepalend pand aan de Verlengde Hereweg, op nummer 189. De Noord-Ooster uit Veendam besteedde er op 4 april zelfs nog een redactioneel stukje aan, dat de advertentie nog eens dunnetjes uitkauwde

In villa „Volonté” aan den Verlengden Heere weg 189 te Groningen heeft de heer Hakbijl een inrichting geopend voor de verpleging van rustbehoevenden en lichte zenuwpatiënten. De villa is voor dit doel wel bijzonder geëigend: zij is gelegen in een buitengewoon aantrekkelijke omgeving en biedt aan de gasten al het comfort, dat men zich kan wenschen, ook kamers met warm en koud, stroomend water. De tuin biedt bij goed weer gezellige zitjes en noodigt uit tot een wandeling. Het uitzicht is onbelemmerd, terwijl overal volkomen rust wordt gewaarborgd. Het spreekt vanzelf, dat vooral ook aan de keuken de grootst mogelijke zorg wordt besteed.

Directeur-eigenaar Willem Frederik Hakbijl, was waarschijnlijk afkomstig uit de regio Rotterdam, en eerder gérant van sociëteit De Harmonie, maar daar in april 1932 wegens “persoonlijke kwesties” de laan uitgestuurd als pachter, hoewel zo’n 200 leden nog voor hem opkwamen. Naderhand bleek dat het conflict ging over het draaien van films in de Harmonie, hoewel de sociëteit zich solidair had verklaard met de Groninger bioscoopstaking. Hakbijl huurde Villa Volonté begin 1933 van K. Hooites Meursing, een fabrikant uit Hoogezand. Over de inrichtingsplannen schreef het Nieuwsblad:

dat een staf van verpleegsters onder leiding van een directrice aan de nieuwe inrichting zal worden, verbonden. Eenige Groningsche artsen hebben voor dit herstellingsoord veel belangstelling aan den dag gelegd, omdat zij hierin de mogelijkheid zien, dat hun patiënten voor een na-kuur nu in de buurt van de stad kunnen blijven, terwijl zij anders ver weg moeten.

Blijkbaar was het Noorden toch iets te beperkt als wervingsgebied, want naderhand (1935-1936) adverteerde Hakbijl uitsluitend nog in het landelijk verschijnende De Standaard. Gezien de antirevolutionaire signatuur van dat dagblad verwachtte Hakbijl vooral klandizie te kunnen krijgen vanuit gereformeerde kring.

In februari 1936 vroeg Huize Hakbijl nog een “net meisje voor dag en nacht, goed kunnende werken en katoen dragend”. Hadden andere stoffen een ongewenste uitwerking op de bewoners? Twee maanden nadien viel het doek voor Huize Hakbijl, althans, de handelsnaam werd gewijzigd in ‘Kliniek Volonté’. Wat inderdaad wel zo rustgevend klonk.

De kliniek bestond nog in 1941. Hakbijl bleef intussen in de stad Groningen wonen, maar veranderde van werkkring. Als ambtenaar van de distributiedienst kwam hij eind 1941 met veertien collega’s landelijk in het nieuws door fraude met ongedateerde distributiebonnen. Na de oorlog werd hem dat duidelijk niet meer aangerekend, want toen dook hij op als “comptabele” bij het Provinciaal Bureau voor Bijzondere Jeugdzorg. Waar hij overleed, is onbekend.


Hoe het GGG adverteerde

In het archief van het Gemeentelijk Gasbedrijf Groningen (GGG) zitten enkele dossiertjes over de contacten met het reclamebureau Realta, dat in de jaren 30, 40 en 50 de publiciteit voor de GGG regelde. Het ging voornamelijk om advertenties in kranten, waarbij voor de oorlog de regelprijs bij het Nieuwsblad van het Noorden (15 cent), beduidend hoger bleek dan die van het Volksblad (10 cent), Ons Noorden ( 9 cent), Nieuwe Provinciale Groninger Courant (8 cent) en het Groninger Dagblad (8 cent). Waarschijnlijk hing dit samen met de oplagen – die van het ‘neutrale ‘Nieuwsblad was immers veel hoger dan die van de sociaaldemocratische, katholieke, gereformeerde en oud-liberale concurrenten.

Omdat Realta goed was in tekenwerk, was ik daarnaar op zoek. De oogst viel tegen. De modelletje en drukproeven in beide dossiers bevatten nauwelijks iets van dien aard. Voor de liefhebber hier een kleine dwarsdoorsnede van het spul dat ik aantrof:

  • Modelletje voor een stopper (bedoeld voor tussen de rubrieksadvertenties), die zich richt op zindelijke en verstandige huismoeders::
  • Een in vergetelheid geraakte innovatie – het gasstrijkijzer:
  • Toen er nog geen gas (en electra) was, moest je voor heet water ’s morgens eerst vuur in de haard aanmaken, of een wekker (m/v) inhuren die je het kwam brengen. Met ’t stadsgas van het GGG had je 24 uur per dag en zeven dagen in de week heet water tot je beschikking:
  • Proefdrukje van eind 1942 maakt landelijke boeteregeling bekend voor mensen die meer gas en elektriciteit gebuikten dan hun rantsoen toestond:

Bron: Groninger Archieven, Toegang 1441 (archief gasbedrijf) inv.nrs. 359 en 821: contacten met Realta.


“Geniet van het leven, het duurt maar even”

Op 16 november 1965 brak er op twee plaatsen brand uit in het afbraakwoninkje van de weduwe Oktje Minnema-Groenewold (85) aan de Cubastraat in Groningen. Veel moeite had de brandweer er niet mee. Met een welgemikte miststraal maakte ze een eind aan de brand. De schade bleek ook minimaal.

De weduwe had natte kleren voor de kachel over een stoel gelegd. Toen de kleren waren gaan branden, legde ze die in het achterhuis neer. Kennelijk werd er aan haar verstandelijke vermogens getwijfeld; ze kreeg een plekje in de inrichting ‘Licht en Kracht’ te Assen.

Intussen maakte de GGD een serie foto’s van de tamelijk afgrijselijke woonsituatie bij haar in huis. Ze leek meubilair bij het grof vuil weg te halen en op te potten. Haar hondje sliep doodgemoedereerd op een goor bed. Aan de muur boven dat bed hingen foto’s van wijlen haar man Minne – ooit machinist, maar later fabrieksarbeider en los werkman – en haar zoon naast kalenderplaten, een leeg brievenbakje en een uitgeknipte krantenkop: “Geniet van het leven, het duurt maar even”.