Het zwaar beschadigde Scholtenmonument

Kwam vanmiddag voor het eerst in anderhalve maand weer eens langs de hoofdlaan van het Stadspark. Intussen is er eind september een auto tegen het Scholtenmonument opgereden en in brand gevlogen, met de dood van de chauffeur als gevolg.

Qua monument is vooral de sportieve mannelijke figuur beschadigd. Hij lijkt weggelopen van een oorlogsmonument. Eigenlijk vind ik het wel wat hebben:

De vrouwelijke figuur heeft het ongeluk beter doorstaan, maar zal toch ook moeten worden vervangen:

Ook het brons – de kop van Scholten en de twee plaquettes – is er vrij goed vanaf gekomen, maar het perkje met het fonteintje is een ravage:

Ben benieuwd of de gemeente al actie ondernam voor het herstel.

 

De oude toestand.


Rondje Winde – Roden

Onlanden:

Hooglanders in de Onlanden bij Peize:

Geïmproviseerd hek in Winde:

Spinnewebben? bij de Heideweg tussen Winde en Roden:

Nog niet heel erg herfstachtig:

Oude of Peizerdiep bij de Weehorst:

Foxwolde – hoe hoger, hoe gekleurder:

Haflingers bij de Langmadijk, Peizermade:


Rondje Terheijl – Tolbert

Bij de  Gouwe:

Tussen Leutingewolde en Nietap:

Baggelveld, Terheijl:

Aan de andere kant van de weg bij een nieuwbouwproject een stapel rode bakstenen met aTerheijl erin gebakken::

Nat stoppelveld op de Zandhoogte:

Een flinke border met herfsttijloos, Midwolde:

Wat dichterbij:

Vierverlaten tegen vijven:


Uit de pioniersjaren van de Fietsersbond

Vanwege het nieuwtje dat bloedgroep O nauwelijks vatbaar is voor corona, wilde ik even in een ouwe agenda nakijken wat mijn bloedgroep ook alweer was.

Ik heb agenda’s vanaf 1976 bewaard. In het wat ruimer uitgevallen exemplaar van 1978 zitten ook stickers van actiegroepen ingeplakt. Zoals op 10 april dat jaar deze van de Enige Nederlandse Wielrijdersbond:

De ENWB was opgericht in 1975 uit weerzin tegen het beleid van de ANWB, waarbij de auto heilig verklaard en de fiets totaal niet meer in tel was. Aanvankelijk werd wat lacherig over gedaan, maar de snelle groei in ledental bracht de ANWB er eind 1977 toe, de naam van de ENWB voor de rechter aan te vechten. Dat kinderachtige proces won de ANWB in 1979. De sticker dateert uit die periode. Sindsdien heette de ENWB achtereenvolgens ENFB en Fietsersbond.


Het plakkertje

N. stuurde me wat foto’s op van een prent met de vraag of ik de maker van die prent thuis kon brengen. Haar grootvader had de prent ooit gekocht in Groningen. Helaas zei de signatuur mij niets, bij het natrekken bleek dat er niet iemand met die naam in Groningen had gewoond, laat staan er als kunstenaar had gewerkt.

De prent, zei N., zat nog in de originele lijst achter het originele glas. Achterop het steunkarton had de kunsthandel die de prent verkocht, “Eduard AA”, een plakkertje gehecht in de vorm van een schilderspalet. Dergelijke stickertjes bevestigden boekhandels vroeger op de binnenkant van boekomslagen. Maar die plakkers waren gewoonlijk vierkant of rechthoekig, terwijl er hier een artistieke vorm aan was gegeven.

De naam van de kunsthandel deed me wat gemaakt en schimmig aan met die dubbele hoofdletter AA. Waren het voorletters? Maar waarom stonden ze dan achteraan de naam? En dat Eduard kon natuurlijk net zo goed een voornaam zijn en geen familienaam, zoals je eerst misschien denkt. Ook deze naam kwam niet voor in AlleGroningers. Dat AA met dubbele hoofdletters deed me denken aan een oudoom van me die zijn autoglasbedrijf in Flynt , Michigan, AA Carglass had genoemd om vooraan het rijtje concurrenten in een adresboek of telefoongids te komen. Maar in een analoog geval zou Eduard toch achter de A’s moeten komen?

Kunsthandel Eduard AA bevond zich volgens het plakkertje op de hoek van de Herestraat en het Zuiderdiep, de meeste Groningers nu nog wel bekend van sigarenzaak Homan. Dit was een A-locatie in de Stad – alle treinreizigers kwamen er nog langs op weg naar de winkelstraten en café’s in de binnenstad of de bushaltes even verderop aan Zuiderdiep en Damsterdiep.  Op zo’n plek moest je flink omzet draaien om de huur op te kunnen brengen, ook vroeger al.

Getuige advertenties, vooral in het Nieuwsblad van het Noorden, had  kunsthandel Eduard Aa op die lokatie slechts bestaan van mei 1925 tot eind april 1928. Gaandeweg verbreedde de eigenaar, Eduard Aa, in die drie jaar zijn assortiment met lijsten, aardewerk en porselein. Met zijn core business, de verkoop van kunst, leek het dus niet al te best te gaan. Typerend is dat Aa in zijn advertenties mikte op trouwende stelletjes die een uitzet bij elkaar moesten kopen. Vaak had de winkel ook aanbiedingen en uitverkopen. Een en ander doet wat goedkoop aan – als kunsthandelaar bediende Aa waarschijnlijk het laagste marktsegment. In april 1928 vertrokken hij en zijn vrouw naar elders, waarbij zowel Amsterdam als het buitenland als bestemming werden genoemd.

Op zoek naar de echte naam van de kunsthandelaar, bekijk ik het dossiertje van het Handelsregister dat Kunsthandel Eduard Aa ons naliet en dat over dezelfde periode loopt als de advertenties. Hij bleek eigenlijk Eliazer Aa te heten, “zich noemende Eduard”. Kennelijk ging het om een seculiere, geassimileerde jood. Hij had de Nederlandse nationaliteit, was op 11 februari 1898 geboren in Amsterdam en getrouwd buiten gemeenschap van goederen. Met zijn vrouw woonde hij in Groningen op het winkeladres, dus Herestraat 80. Op 23 april 1928 schreef hij zijn zaak uit bij de Kamer van Koophandel, wegens de verplaatsing ervan naar het Gevers Deynootplein in Scheveningen, vlakbij de pier.

Het artistieke plakkertje dateert dus uit de periode 1925-1928. Gewapend met de echte naam, leveren WieWasWie en wat bijkomende websites vervolgens een beeld op van de eerdere en verdere lotgevallen van Eliazer/Eduard Aa en de zijnen. Eliazer bleek de zoon van Abraham Aa, een slager en rabbinale toezichthouder bij het ritueel slachten. In 1918, bij de loting voor de militaire dienstplicht, woonde Eliazer nog steeds in Amsterdam. Hij trouwde er eind sept 1924 – dus vlak voor de verhuizing naar Groningen – met de diamantbewerkersdochter Emma Breslau. De huwelijksakte geeft zijn beroep nog op als lijstenmaker. Pas na hun vertrek uit Groningen kreeg het paar twee (levenvatbare) kinderen, namelijk een dochter Elisabeth (1929) en een zoon Marcel (1931). Beide voornamen wijzen weer op een geseculariseerd en geassimileerd joods milieu.

Eliazer of Eduard stond later, nadat hij en zijn gezin vanuit Den Haag weer waren verhuisd naar Amsterdam, te boek als handelsreiziger en kruidenier. Het laatst bekende woonadres van het gezin Aa was Transvaalstraat 57 te Amsterdam. In 1943 is het hele gezin weggevoerd naar Sobibor, waar het op 9 juli meteen na aankomst is vergast.

Toen eind januari dit jaar in Westerbork de namen van alle 102.000 uit Nederland weggevoerde en vermoorde joden en zigeuners in alfabetische volgorde werden voorgelezen, behoorden die van Eliazer Aa en enkele van zijn familieleden tot de allereerste.


Ommetje Van Zwedenlaan

De Martinitoren achter het reuzenrad op het terrein van de voormalige Groninger suikerfabriek:

Beide stadsnomadenkampjes zijn opeens opgeruimd – alleen dit hek lijkt ervan over:

Stadssilhouet met v.l.n.r de Academie-, de Martini- en de A-toren:

Wolkenformatie:


Koopavondstop

Twee opeenvolgende tweets in mijn tijdlijn die de actuele stand van zaken in de vaderlandse coronabestrijding aardig weergeven. Desnoods vergadert ons landsbestuur door tot Sint-Juttemis voordat men ’t Volk zijn laatste mismoedige verzetjes ontneemt:


Affiche voor een stuk van Cummings, 1954

Nog zoiets moois in een Groninger studentenalmanak, ditmaal die van 1955:

Him was het theaterstuk van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings, dat een studententoneelgezelschap van Vindicat in de Stadsschouwburg opvoerde bij het 68-ste lustrum van de RuG. Het betrof een nogal avantgardistisch stuk uit de vroege jaren twintig, waarbij het vooral ging om de sfeer, opgeroepen door een aanvankelijk nogal onsamenhangend overkomende tekst.

Waarschijnlijk vormde de illustratie in de almanak een jaar eerder het affiche van de voorstelling. De studentenalmanak bevatte zelden zo’n full colour illustratie. In de vijf almanakken die ik doornam, was dit de enige die ik vond.

In 1954 bleek de non-conformist Cummings overigens een aanhanger van de leugenachtige communistenvreter Joseph McCarthy te zijn. De figuur van de rabiaat rechts geworden bohemien is ook in ons land niet onbekend.

 


Student zoekt de weg op stadskaart

Eerstejaars student is ’s avonds met zijn fiets op pad en zoekt op de stadsplattegrond het adres waar hij wezen moet. Een voor Groningen typisch tafereeltje zoals je dat nu ook nog wel ziet, vooral in het eerste maanden van het studiejaar.

Het betreft een tekening uit de Studentenalmanak van 1951. In die oude almanakken staan wel vaker tekeningen die wat hebben. De student moest zo te zien aan de Parkweg zijn, of in elk geval achter het station,


Een karakteristiek van Uffelte uit 1932

 

Meppeler Courant, 17 november 1933.

Uffelte is een echt boerendorpje. Een burgerij ontbreekt er bijna geheel. Als zoodanig zou men hoogstens den directeur van de boterfabriek, den kommies, den brugwachter en het personeel der school kunnen beschouwen. Het gemeentehuis, dokter, dominee enz. vindt men in Havelte. Dit heeft één voordeel: het bestuur over de vrij talrijke dorpsvereenigingen is in handen van de boeren gebleven.

De commies waarvan hier sprake is, was mijn grootvader. Hij en zijn gezin woonden van 1923 tot 1934 in Uffelte, waar ook mijn vader geboren is. In het laatstgenoemde jaar verhuisden ze ze naar Havelte. Dat het bestuur over de dorpsverenigingen in Uffelte puur in handen bleef van boeren, is onjuist. Mijn grootvader zat in het bestuur van de ijsvereniging, de zwemclub en de kippenfokvereniging en ik neem aan dat de andere schaarse ‘burgers’ van Uffelte – en dan met name de onderwijzers – ook zo hun steentje bijdroegen.

Bron: De Nederlander van 22 december 1932, tijdschriftenrubriek met een bespreking van het laatste nummer van het sociologische tijdschrift Mensch en Maatschappij, waarin K. van der Kleij, destijds woonachtig in Uffelte en later de drijvende kracht achter de Volkshogeschool in Havelte, een veel langer artikel over Uffelte had staan. Dat moet ik dan nog maar eens opzoeken.


Ruinerwold, Ruinen, Ansen

Rietdekker aan het werk, nogal een stoffige aangelegenheid en ook niet goed voor de knieën:

Haan op het dak van een helaas sterk verwaarloosd Jugendstilpand:

Datzelfde pand heeft een fantastisch balkonhek:

Snijraam, op het oog Biedermeyer:

Snijraam, op het oog Empire, van een gestileerd alziend oog:

Hek bij antiekboerderij met twee pauwen en een lier:

Schaif stait laif, zeggen ze dan op zijn Gronings:

Best veel mensen hebben geen greintje gevoel voor esthetiek. Mooi oud pandje goeddeels aan het gezicht onttrokken door plastic hooibalen:

Alle foto’s tot nu toe betroffen Ruinerwold en dan vooral de Larijweg. Deze schuur met drie verschillende soorten dakbedekking staat op de Ruinerwoldse kant van Ruinen:

Ansen – zonnebadende geit op bekeutelde tafel:

Drenthe vergrijst, Zuidwest-Drenthe doet dat nog sterker. Dit bord in Ansen waarschuwt tegen overstekende Drenteniers:

Een van de weinige overblijfselen van de borg Rheebruggen tussen Ansen en Uffelte, een keramisch ornament, vermoedelijk afkomstig van een schouw uit de zeventiende eeuw en ingemetseld in de voorgevel van een boerderij op het gelijknamige landgoed:


Lang weekend Uffelte

Zaterdag op de heenweg – beregening bij Huis ter Heide:

Uienveld bij Huis ter Heide:

Uffelte, aan de Rijksweg bij de vaart – klusjesman ziet Abraham:

Havelte, achterkant boerderij bij de vaart:

Wallinger es met aardappelland gezien vanaf de Oosterbrink in Darp:

Landschap bij Uffelte:

Zondagochtend – honing te koop, Uffelte:

Een Meeuwenveen zonder meeuwen:

Wapserveen, boerderij zonder achtergevel en schoren bij de ‘zoelen’ of staanders. Als hier een stormwind onder komt, klapt dat dak dubbel:

Op zondagmorgen – de kerk van Wapserveen met haar klokkestoel:

Koloniehuisje bij Wilhelminaoord:

Kallenkote – in de bocht van de weg ligt een Indonesisch restaurant dat vroeger zo te zien een boerenherberg is geweest:

Uitzicht vanaf de Bisschopsberg richting Meppel:

Busselterweg – langzamerhand overgroeid rakende oude tractor:

Bij een oude huisvriend thuis in Nijeveen, het tegeltableau in diens woonkamer:

Zondagavond – stuw bij de Drentse Hoofdvaart in Uffelte:

Alert stiertje bij de Uffelterkerkweg:

Overcinge, gracht met theekoepel op maandagochtend:

Boslaan achter Eursinge:

De Oude Vaart bij Nijentap:

Plaggenhut met terrazzo-achtige schoorsteen op camping De Blauwe Haan bij Uffelte:

Vennetje op het Uffelter Binnenveld, meteen achter mijn Bed & Breakfast:

Bomkrater, waarschijnlijk daterend van 24 maart 1945, toen een geallieerde luchtvloot hier een tapijtbombardement losliet op het Duitse vliegveld. Mijn grootvader was die dag jarig – alle gasten stonden buiten te kijken naar de passerende bommenwerpers:

Uffelter Binnenveld:


Naar Warffum

Voorlopig de laatste mooie middag voordat de herfst uitbreekt. Op de fiets naar Warffum.

Bij de Zijlvesterweg was de plein-airschilder Gertjan Scholte-Albers (website) bezig met het opzetten van een breed landschap met in de verte Dorkwerd:

Bij het vervallende boerderijtje van Ranum zat deze kwikstaart op het dak:

Met nog een andere vogel, een tudehoane van oude metalen:

Viel dit plaatsnaambord me nu voor het eerst op? Het streekje heet Dingen, maar er staat slechts een enkele boerderij. Het meervoud gaat dus niet op. Het had Ding moeten zijn. Of desnoods Dinges.


Uit het hart gegrepen wenken

Ik was zondag kennelijk even over de Drents-Overijsselse grens geraakt, want bij Kallenkote trof ik dit prijzenswaardige bord van de gemeente Steenwijkerland aan bij een fietspad. Met naast het obligate gebod over de anderhalve meter een paar wenken die me uit het hart gegrepen zijn: fiets achter elkaar en haal alleen in als er ruimte genoeg is. Het gekke: verreweg de meeste mensen hielden zich eraan op de smalle fietspaden door de natuurterreinen hier. Stellen gingen achter elkaar fietsen bij een tegenligger in het verschiet, en men haalde niet in.

Kom daar eens om in Groningen. Ging net om iets over vieren naar de stad, me niet realiserend dat het scholierenspitsuur was. Meerdere trio’s naast elkaar, zodat er nauwelijks ruimte voor tegenliggers overschiet. Inhalen waar dat helemaal niet kan, met tegenliggers al vlakbij. En nu gebeurt dat nog met de fiets, maar straks zitten ze achter het stuur van een auto. Met het richting aangeven is het ook zo gegaan: eerst deden ze het al niet op de fiets, inmiddels doen ze het ook niet meer met de auto.

Als er geen Selbstzwang is, moet het van Fremdzwang komen.
Wat mij betreft met boetes als in Engeland.


Vanochtend langs de Drentse Hoofdvaart

Uffelterbrug:

Spinneweb op de brug van Oldendiever:

De kalkovens voorbij Dieverbrug, met hun schoorstenen in de zon::

Hoe noordelijker, hoe helderder: