Rondje Gaarkeuken – Oldekerk

Eerst maar eens lekker voor de oostenwind over Den Horn en langs het Hoendiep naar het westen. Vervolgens teg de wind in terug over Oosterzand, Oldekerk, Niekerk en de Maarsdijk.

Aan de andere kant van Den Horn waren wat daken van een boerderij en bijbehorende schuur gestript, ik denk voor een asbestsanering, want anders was er wat minder behoedzaam omgegaan met de onderliggende kapstructuur:

Bij de gewezen kerkplaats met klokkestoel van Oldekerk was ik in tijden niet geweest:

Vanaf de achterkant – de contouren van kerk en toren zijn met stenen in het gras gemarkeerd. Ben hier ook eens aangevallen door een ram, maar zo te zien was er geen beweiding meer:

De kap van de klokkestoel:

Mooi stelletje schapen, vlakbij de hoek Kroonsfelderweg – Ekebuursterweg:

Maarsdijk – toen onze trekker nog een trekkertje was, was-ie aardig om te zien:

Herfsttijloos in de berm bij de kerk van Oostwold:

Duellerende dwerggeiten langs de weg, Oostwold:

Schepen tussen Oostwold en De Poffert:

Suikerfabriek Hoogkerk – jongeman bespuit bieten met een soort waterkanon:

Schip bij de loskade van de fabriek:

Het ging me om dit logo – een soort van poema – dat ogenschijnlijk niets te maken heeft met de scheepsnaam:


Kleinste deurtje van Stad

Gezien in de verkeersluwe Burchtstraat (tussen de Gelkinge- en de Oosterstraat) – het deurtje behoort toe aan een ‘Guesthouse‘ of Bed & Breakfast:

v


Rondje Euvelgunne – Lageland

Bij het Droogdok Groningen in de Helsinkihaven werd het logo schoongemaakt:

Dat droogdok in zijn geheel. Ooit was dat ding van de gebroeders Jager uit de Oosterpoort, tegenwoordig is het van een Fries bedrijf:

Men legt zich er toe op varend erfgoed – zoals dit Groninger sleepbootje, de MS Arend:

Een buurman heet Diogenes, om reden:

Aan de andere kant vrijzwevende trappen:

Op naar Euvelgunne, waar boer Thies Dijkhuis nog op zijn post staat:

Zijn melkstationnetje staat er ook nog, zij het nu wel erg overwoekerd:

Bloemenstal in Harkstede langs de weg:

Aan de Lagelandster kant van Harkstede werden aardappels in een vrachtwagen geladen:

Dat gebeurde via een machine die er eerst zoveel mogelijk grond vanaf haalde:

Het Slochterdiep vanaf de IJzeren Klap, Lageland:

Heidenschap was een streek bij Garmerwolde waar het Heilige Geestgasthuis veel grond in bezit had. Door het Eemskanaal zijn streek en kerkdorp van elkaar gescheiden geraakt. Deze bouwval is van de oude boerderij Heidenschap aan het Slochterdiep, die vijf jaar geleden alleen een gat in het dak had, maar sindsdien steeds meer is vervallen:


Monumentendagrondje

Hoewel er een groot Monumentendag-spandoek voor de westelijke gevel hing, bleek de kerk van Hoogkerk, ook in weerwil van diverse aankondigingen, gesloten, Tenminste, om twintig voor twaalf ’s ochtends was dat zo. Daarom de buitenkant maar wat beter bekeken. Dit is het koor, oorspronkelijk uit de dertiende eeuw:

Via de nieuwe brug van Aduard, het pad langs Fransum en de Ezinger Zuiderweg binnendoor naar Ezinge gefietst. Achter het transportbedrijf bij de Medenerweg (daar waar het pad naar Fransum afsplitst), lagen deze schapen in een afgeperkt stukje berm. Na gedane arbeid is het goed rusten:

De kerk van Ezinge. Net als die van Hoogkerk uit de dertiende eeuw. Bij de beroemde opgraving van de dorpswierde wilde Van Giffen hem laten slopen:

Kansel uit 1721 met de vier evangelisten – Lukas:

Angelsaksisch? potje in een vensternis:

Grafsteen van Abeltien (ook wel Abelia) Millema (of Mellema) uit 1679. Van de 12 biografische regels zijn er 3 aan haar gewijd en 9 aan haar man. Samen schonken ze de kerk divers avondmaalsgerei (meerdere schotels en een beker):

De regels van Psalm 27 vers 4, zoals ze eind zestiende, begin zeventiende eeuw op de koormuur zijn geschilderd:

Gesneden leeuw op herenbank, begin achttiende eeuw:

De betrekkelijk lage toren bij de kerk met de vroegere kosterij en school:

Via grazige weiden over de Oldijk terug naar Den Ham:

In de kerk daar – springend paard op grafsteen:

Rococo kerkbanken:

‘Penwerk’, maar dan van een steenhouwer, op de grafsteen van Trijntien Jans Nienhuis, de vrouw van een Ommelander bestuurder, uit 1783:

Snijwerk op de meest bewerkte bank: een mand met bloemen en vruchten:

Wapen op het graf van een Hamster Schepper (waterschapsbestuurder), 1724. Dat dubbel doorschoten hart komt ons weer bekend voor:

Nog een blik achterom – behalve misschien de ondermuren is het kerkje nauwelijks drie eeuwen oud, en daarmee een jonkie onder de Ommelander kerken:


Rondje Zuidhorn – Enumatil

Jarenlang afgedekt, maar recent weer tevoorschijn gekomen reclamebord bij het leegstaande boerderijrestaurant aan de Hoogkerker Zuiderweg:

Op de voorgrond is bebouwing weggebroken voor een nieuw parkeerterrein, waaronder grafstenen bleken te liggen. Voorlopig is er vrij zicht op de noordelijke gevel van de kerk in Hoogkerk, die overigens morgen voor het eerst sinds jaren weer open is met Monumentendag:

Gezicht op de suikerfabriek vanaf de Legeweg, Leegkerk:

Pre-coronakunstwerk bij winkelplein in Zuidhorn:

Bloemenperk bij het cultuurcentrum van Zuidhorn:

Op de achterplaats van Tante Til in Enumatil – portret op zink van een markante Tolberter dorpsgenoot door Anneke Ekhart, die ook het mestbassin bij Fredewalda voorzag van oorlogstaferelen:


“Erkend de beste” – een raambiljet voor Niemeijers Ster-tabak (1932)

Gister meegekregen voor de collectie documentatie van het archief: een verfomfaaide, maar nog wel vlak te krijgen reclame voor diverse soorten pijptabak onder het merk Ster van Niemeijer. Waarschijnlijk betreft het een raambiljet, omdat de achterkant blanco is gelaten, terwijl je bij een directe consumentenbestemming een kleiner formaat met een dubbelzijdige bedrukking zou verwachten.

Het biljet maakt tevens propaganda voor het bonnenstelsel van Ster/Niemeijer: van een houten tabakspijp voor de bonnen bij afname van 6 pond, tot een heuse salon-asbak op koperen stander met kristalschaal en luciferhouder voor bonnen bij in totaal 120 pond. Voorwaar een luxe bezit!

Gezien het “Stoomtabaksfabriek” en de dubbele e in “completeerende” en “afdeeling” dateert het biljet van voor de spelling Marchant (1934), terwijl de vier plaatjesalbums waarvan rechtsonder sprake is, uitkwamen in de jaren 1929-1932. Het raambiljet zal dus in 1932 of hooguit 1933 te zien zijn geweest.

Met het biljet kreeg ik nog een setje geelkoperen jugendstil/art déco pijp-asbakken mee, en een kinderboekje, De Kabouterwinkel, met tekeningen van Freddie Langeler. Ook dit waren cadeaus van Niemeijer. Het boekje is in de jaren vlak na de oorlog meermalen opgelegd, terwijl de asbakken weer uit de vroege jaren 30 zullen stammen. Het geheel maakt de indruk uit de boedel van een kruidenier te komen.

Met dank aan Yinnar.


Over de familienaam Tillema

Bij een Twittergesprek over oude tilnamen, kwam CC namens Delpher aan met een knipsel uit het Nieuwsblad van het Noorden de dato 2 april 1930:

Bij Warffum had je dus een ‘Pietstil’ en volgens de krant was die naam afkomstig van een Piet Sikkes Tillema, die rond 1880 in een boerderijtje bij de brug zou hebben gewoond.

Die brug, bleek al gauw, bestaat nog steeds en ligt vlakbij Onderdendam in de weg naar Winsum over het Warffumerdiep. Alleen heeft een Piet Sikkes Tillema nooit bestaan. Waarschijnlijk ging het om een Pieter Sikkes Woest, die er rond 1800 met vrouw en kinderen woonde. Juist in die tijd wordt de tilnaam, naar het zich laat aanzien, ook voor het eerst genoemd.

Maar Woest is geen Tillema, en een goed deel van het stukje kan je daarmee afdoen als speculatief: de vermoede samenhang tussen familienaam en til bestond immers niet.

Wel echter, is er in het algemeen iets te zeggen over de familienaam Tillema in samenhang met tillen. Volgens de telefoonboeken van 2007 is die familienaam typisch noordelijk. Vooral in enkele Groninger gemeenten komt hij veel voor:

Bij de Volkstelling van 1947, toen veel familienamen nog lang niet zo waren uitgezwermd als in 2007, bleek de familienaam Tillema zelfs typisch Gronings:

Maar liefst 295 van de 480 gezinshoofden die destijds de familienaam Tillema droegen, oftewel 61,5 %, woonden in Groningen. De provincies Zuid- en Noord-Holland volgden met 10 à 11 % en Friesland met een schamele 6,7 %. Schamel, omdat ook in Friesland menige brug een til werd genoemd. Buiten Groningen en Friesland gebeurde dat nauwerlijks.

De oudste naamdragers landelijk woonden volgens WieWasWie ook in Friesland: tussen Leeuwarden (1638) en Achtkarspelen (1783) komen alleen wat meldingen uit Harderwijk voor. De eerste Groningers met de achternaam Tillema dienden zich, als we afgaan op Alle Groningers, pas daarna aan: in 1797 te Uithuizen), in 1803 in de Stad Groningen, in 1807 in Hoogezand en Kropswolde en in 1811 te Winsum, Loppersum en Zuidhorn.

Groningen had dus niet de oudste Tillema’s, maar de familienaam kreeg hier in het tijdperk van de burgerlijke stand, na 1811, wel de allergrootste verspreiding. Waar de naam zich concentreerde, is mooi te zien als je de heatmap-functie van Alle Groningers aanzet:

Het Noorden van Hunsingo, globaal tussen Winsum en Uithuizen, is het gebied waar je de Tillema”s vooral kon vinden en verder waren er clusters in de Oude Veenkoloniën ten zuiden van het Winschoterdiep. Waarschijnlijk ging het om meerdere families, die gemeen hadden dat ze rond 1811, toen het nemen van een familienaam verplicht werd, in de buurt van een til woonden. Dit zullen mogelijk ook de gebieden zijn geweest waar de term til voor een boogbrug of hoogholt met een ‘opgetild’ brugdek hoog boven water, het meest in zwang was.


Rondje Visvliet

Rondje van bijna 60 kilometer. Heerlijk rustig onderweg, gistermiddag, met zo goed als alle petrol heads aan de buis gekluisterd.

Dorpsgezicht Visvliet:

Wiskundig raadsel, ook daar (vanwege de Friese astronoom Eise Eisinga die er als patriot tussen 1787 en 1795 twee maal een poos in ballingschap vertoefde): zoek het vierkant. Nou, dat is niet zo moeilijk, want het stikt van de vierkanten. 🙂 :

Bij elke toegangsweg heet Visvliet je welkom met smeedwerk:

Ten noorden van Pieterzijl:

Micro-reliëf – een uitgevlakte dijk? Op de achtergrond Munnekezijl, dacht ik:

Bij de Westerwaarddijk:

Bij de Oosterwaarddijk – vooral mooi vanwege die heggen langs de weg:

Koe in de namiddagzon, voorbij Kommerzijl nabij Pama:

Brug over het Niehoofsterdiep, Heereburen – mocht iemand de oude naam van deze til weten, ik hou me aanbevolen:

Niehove in de verte:

En wat dichterbij:

Bij Balmahuizen aan de andere kant van Noordhorn een buizerd op de uitkijk bovenin een boom:


Kleurrijk rondje Westerbroek

Een Westlander van ruim een eeuw oud bij de Van Hallbrug op het Hoornsediep. Het schip diende vroeger voor het vervoer van groente:

Een welkom voor de nieuwe studenten in Groningen – tegenover het station bij het Groninger Museum:

Nieuwe muurschildering met fictief, samengeraapt stadssilhouet op de hoek van de Mauritsdwarsstraat en de Mauritsstraat in de Oosterpoort. Van links naar rechts de Apenrots van de Gasunie, de Dronkemanstoren met de Jozefkerk, het Academiegebouw, de Martinitoren, het Groninger Forum, het Groninger Museum, iets wat ik niet thuisbrengen kan en de Tasmantoren:

Gemeentelijke schaftkeet bij het Oude Winschoterdiep:

De andere zijde, met een evocatie van de Grote Markt zuidzijde (of Botermarkt), waarbij het Blok de gele kleur kreeg van de Museumtoren:

Ook het Oude Winschoterdiep ligt vol kroos:

Gebouw van autobedrijf aan de Wismarweg (Eemspoort) steekt gunstig af bij de omringende schoenendozen:

Trekkersporen in het natte gras onderaan het viaduct over de A7 voorbij Engelbert:

Pastorielaan, Westerbroek:

Stainkoelen, Rodehaan:

Logo van een bedrijf dat zich ‘Phoenix M-M werf’ noemt, maar dat blijkbaar geen website heeft:

Gideonweg – verkoopkantoor van een bedrijf dat in tweedehands Franse automobielen doet:

Een eindje verder zit een concurrent met een kanariegele Trabant op een platform. Het brikje is voorzien van de ideale snelheid:

Het industriële landschap er tegenover:

Die zwarte gebouwen met oranje balkons links van de oranje Hete Kolen op het Europapark zijn nieuw voor me. De kolenmuur van de verdwenen elektriciteitscentrale is erin verwerkt met graffiti en al:

Op de kolenmuur balanceert een speels oranje hondje als ornament:


In de rui

Gezien in een weiland langs de Hogeweg nabij Den Horn:


Monumentenwel & -wee in Tolbert en Marum

Gister zijn bij Fredewalda in Tolbert de oorlogsschilderingen op het betonnen mestbassin officieel opgeleverd. Ze vervullen een educatieve functie.

Luchtafweergeschut, in 1940 geplaatst bij de pastorie van Tolbert:

Katrijn Huizinga (1908-1990), die in de oorlog actief was voor de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en het Nationaal Steunfonds Verzet. Op 30 juni 1944 werd ze bij een huiszoeking door Landwachters opgepakt en belandde via het Scholtenshuis en Kamp Vught in het vrouwenkamp Ravensbrück en het al even beruchte Dachau. De fiets waarmee ze haar illegale werk deed (zoals het verspreiden van buitgemaakte distributiemateriaal en illegale lectuur), was een Fongers:

Een onderduikershol:

Twee joodse kinderen uit het dorp, op weg naar een vernietigingskamp in Polen:

Helaas is enige educatie over de oorlog in het Westerkwartier wel nodig, gezien het feit dat er afgelopen weekend vernielingen zijn aangericht bij het oorlogsmonument dat bij Marum de herinnering aan enige gefusilleerde slachtoffers levend houdt. Zo te zien betreft het een belendend bankje, en niet het monument zelf. Dat het stuk ongeluk, dat hiervoor verantwoordelijk is, maar veroordeeld mag worden tot zoveel rondjes om de Tolberter mestsilo, dat hij levenslang draaierig blijft.


Een bever in het Stadspark?

Volgens een berichtje op de Onlander website, heeft zich onlangs een bever in de Onlanden vertoond. Dat zou dan voor het eerst zijn, want een jaar of wat geleden vertelde een deskundige dat de bever qua mals geboomte nog veel te weinig van zijn gading vond in de Onlanden, ook al had hij zich al wel in het Hoornsediep vertoond.

Toevallig kwam ik gister weer eens door het Stadspark vanaf de stad, en zag daar iets wat me sterk aan een bever deed denken. Bij de noordwestelijke uitgang, het bospad nabij Campinglaan en Peizerweg, zag ik iets dat sterk op een aangevreten boomvoet leek. Nu ik voor de zekerheid opnieuw even heb gekeken, zag ik er geen verse spaanders bij, maar wel verouderde en vermolmde schorsfragmenten die deels al in de modder zijn getrapt. Misschien dat een deskundige er eens naar wil kijken?

De enige bever tot nu toe in de Stad is er een van steen, bij het provinciehuis aan de Sint Jansstraat:


Rondje Paterswoldsemeer

Bij het boten-te-water-laat-hellinkje in de Onlanden stond een wagen van Noorderzijlvest, met een trailer erachter. De boot was in velden noch wegen te zien. Normaal probeer ik hier wel eens kanovaarders rechtsomkeert te laten maken omdat ze hier niet mogen komen, vraag me af wat Noorderzijlvest hier doet:

Zulke meters aflezen? Deze staat bij de vispassage tussen Winde en Eelde:

Op het fietspad langs de Meerweg liep een grote groep mensen. Op het meer zelf zag je enkel dit zeilbootje en een paar suppers in de verte:

Langs het Hoormsediep lagen grote bulten pas verwijderde waternavel:


Kraan suikerfabriek gesloopt

Een paar weken geleden stond hij er nog in al zijn glorie: de kraan waarmee de suikerfabriek brokken kalksteen uit schepen loste:

Helaas, dit stukje Hoogkerker industrieel erfgoed is niet meer. Vanmiddag waren ze bezig hem in stukjes te knippen:

Hij zag er al erg aangevreten uit:

Zijn machtige arm was zieltogend terzijde gelegd:

Jammer dat er geen nieuwe bestemming voor kon worden gevonden (als er überhaupt naar gezocht is).


Rondje Noordpolder

Huisje bij de Koningslaagte, door ligging en vorm vermoedelijk een voormalig tolhuis:

Stookhut bij de Wolddijk:

Westerdijkshorn:

Prachtkoe bij Bedum doet me denken aan hopjes, vanille en chocola:

De voormalige uitspanning ‘Rust ’n weinig’, helaas nog steeds zonder uithangbord:

Warffum in zicht:

De Noordpolder:

Dijkcoupure met doorkijk naar Warffum:

Op de buitendijk:

Paarden op de kwelder, verderop slikken:

Boven de kwelder de hemel:

Polderlandschap:

Land met stro en huisje in de verte:

Bij het monumentje van de Linthorst Homanpolder in de buurt:

Westernieland, dacht ik:

Of ik de boer even wil waarschuwen, want het is melktijd, ja?!:

De mooie vooraan:

Bij Eenrum:

Klein Garnwerd:

De avond valt bij de Dorkwerderbrug: