Ommetje Ezinge

Op de buienradar in de satellietmodus viel een grote wolk te zien boven Groningen. Maar in het westen kwam de zon erdoor, zag ik. Dus daar  maar heen. Alleen ging de wolk daar even snel heen en bleef het grijs, de hele rest van de middag.

Het baanwachtershuisje bij de spoorwegovergang tussen Den Horn en Aduard, dat voor de spoorverdubbeling zou moeten wijken en voor welks behoud de gemeente Zuidhorn zich nu inspant:


Hetzelfde huisje, nu van de andere kant. Het zou in elk geval niet meer bewoond mogen worden. Tja, ik zou daar zelf best willen wonen, aan dat regelmatige spoorlawaai wen je snel genoeg:

Twee tortelduiven op de tuinschutting van mijn achterneef in Ezinge, vlak na de daad, die in een mum van tijd voorbij was:

Op de terugweg – zwanenveld bij Garnwerd:

Nog een bekend huisje waarmee iets aan de hand is: de Dageraad tussen Steentil en Oostum. Het voorhuis, met het wapen van Veendam-Wildervank, staat er nog, maar achter lijkt er iets verdwenen:

Op de deur een omineus plakkaat van een Engelse firma:

Wat nu de achtermuur is, wordt gestut:

Aardbevingsschadë? Er lijkt te worden geklust, maar er staat geen bouwbord. Een tijd geleden stond het pand te koop. Iemand die weet wat er aan de hand is?

Bij het picknickplaatsje langs de Zijlvesterweg ruimde een vrouw rotzooi op. Dat deed ze op alle bermen tussen de Jumbo bij de Friesestraatweg, Slaperstil en Gravenburg, vertelde ze. Bij die Jumbo kopen scholieren uit Zuidhorn en omgeving ’s middags nogal eens snoep en blikjes fris, waarvan ze de emballage dan in de bermen mikken. De diftar in Zuidhorn zorgt bovendien voor dumping net over de grens van die gemeente, op stad-Groninger grondgebied. De vrouw en haar man hebben weilanden langs de route liggen, ze zijn bang dat de rotzooi dat land inwaait met gevolgen voor hun dieren. Daarom ruimt ze de boel preventief op:


“Ecoloog” vindt dat hij zijn hond best mag loslaten in de Onlanden


“Het weer wordt beter en dus neemt helaas ook in De Onlanden de verstoring door loslopende honden en foutografen weer toe”, aldus een tweet van Natuur in de Onlanden op 12 maart. En in een follow-up, dezelfde dag: “Ziet u verstoring van de Natuur in De Onlanden? Spreek de persoon aan of geef het door aan de beheerder. Tip: maak foto’s ter identificatie.”

Ik had al wat twijfels bij deze oproep, maar als je mensen maar beleefd aanspreekt, dacht ik, dan zijn ze vast wel vatbaar voor rede. Broedseizoen immers, een redelijk mens wil dan geen vogels verstoren. Trouwens ook geen andere dieren, zoals otters.

Inderdaad bleken twee van de drie loslopende hondenbezitters die ik vanmiddag in de Onlanden aansprak van goede wil. Ze riepen hun hond bij zich en lijnden deze aan. Wat mij dan tevreden gestemd verder doet fietsen, hoewel ik best weet dat de lijn soms weer losgaat zodra de bemoeial uit zicht is.

De derde hondenbezitter was van een ander gehalte. Ik kwam om een uur of zes over de Zanddijk uit de richting Peizerwold en was van plan de Weringsedijk richting Hoogkerk te nemen. Op de hoek zag ik een soort van lichtbruine wetterhoun of airedale in het riet rondstruinen, nog redelijk dichtbij de weg, maar toch: onaangelijnd. Uit de tegenoverliggende richting kwam een vrouw aangelopen, maar die liep de hond voorbij zonder dat ze naar hem omkeek, of dat de hond haar volgde. Dus vroeg ik de man en de vrouw die bij het richtingenbordje stonden te praten, of de hond misschien van hen was.

“Ja” zei de man. “Wat dan?”

“Och”, zeg ik, “zou u die hond astublieft willen aanlijnen?”

“Waarom dan?”

“Nou, het is broedseizoen, een hond die in het riet struint verstoort de vogels”, zeg ik.

Hij weer: “Mijn hond gaat niet achter vogels aan”.

Ik zeg: “Dat heb ik wel meer gehoord, maar toch”.

“Nou”, zegt hij, “Ik ben ecoloog meneer”. Hij wees achter zich om die bewering geloofwaardig te maken: “Daarginds zitten kemphanen en ik hoorde ook drie roerdompen en die hebben absoluut geen last van mijn hond.”

“Jaja,” zeg ik, ik heb ook een roerdomp gehoord, maar toch is het beter dat u uw hond aanlijnt. Mag ik een foto van u maken?”

“Ja” zegt hij. Terwijl ik de foto neem: “En wie bent u, als ik vragen mag?”

“Ik ben Harry Perton”, zeg ik. “En wat is uw naam?”

“Ik ben Ilco van Woersem”, zegt hij. Hij wees in de richting van de Groningerweg, Peizermade. “Als daarginds nu een bordje had gestaan, dan had ik mijn hond aangelijnd, maar er stond geen bordje.”

Dat nu, vond ik een vreemd argument voor iemand die zich ecoloog noemt. Of je weet alles van de natuur en kunt tevens extreem goed met waterhonden omgaan, of je beroept je op de afwezigheid van een extern verbod. Hoewel ik dus alweer op de fiets was gestapt, maakte ik nog even rechtsomkeert.

“Ik vind het vreemd dat u zich op de afwezigheid van een bordje beroept, terwijl u als ecoloog zou moeten weten wat het effect van een rondstruinende hond op vogels is”, zeg ik, als ik weer vlak bij ze sta. “Trouwens, de afwezigheid van zo’n bordje ontslaat u als nog niet van uw morele plicht.”

“Er zijn mooimakers en er zijn moemakers”, zegt hij, “en u bent een moemaker”. En met een veeggebaar met zijn hand van zich af: “En nu wegwezen”.

“Nou”, zeg ik, ik sta hier op de openbare weg en laat me niet door iemand van jouw soort wegsturen.”

“Mijn soort?”, vraagt hij.

“Ja”, zeg ik, “Jij bent van het soort klootzakken dat zich beroept op de afwezigheid van bordjes, bordjes die het eerst zèlf heeft weggehaald.”

Dit had ik natuurlijk niet moeten zeggen; dit loste niets op, maar goed, ik was toch al betiteld als een moemaker.

“Dus u begint te schelden?, zegt hij.

Hij begon natuurlijk zelf met schelden, maar enfin. Ik zeg: “Mensen die hun honden los laten lopen in natuurgebieden zijn in mijn ogen klootzakken”.

En daarmee was onze conversatie wel uitgeput. Ik ben weer op de fiets gestapt en heb mijn hand nog even ten afscheid opgestoken met het vaste voornemen om dit verhaal hier op te schrijven.

Eenmaal thuis, blijkt dat hij géén valse naam opgaf. De titel ecoloog is wellicht wat hoog gegrepen, gezien het “Ing.” voor zijn naam, maar meneer Ilco van Woersem werkt wel degelijk bij een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau, te weten Ecologica te Maarheeze (vlakbij Eindhoven).

Rest nog de vraag: als een “ecoloog” zijn hond in de natuur mag laten struinen, waarom zouden anderen dit voorbeeld dan niet mogen volgen?

Ben nu inderdaad finaal genezen van het aanspreken van mensen. Dat kost me veel te veel gemoedsrust. Heb geen zin in een hartaanval of beroerte. Laat er maar gewoon toezicht komen, die voelbare bekeuringen verstrekt, graag te verdriedubbelen voor zogenaamde ecologen.


Rondje Peize

Narcissus de scholekster:

Dood riet, Omgelegde Eelderdiepje:

Fouragerende zilverreiger, Onlanden:

In de Onlanden achter Peize heb je een intrigerende verhoging in het landschap met wat andere bomen dan de gewone elzen en wilgen:

Eenden op hun paasbest:

Buizerd boven mijn hoofd:

Een waardig kampioen:

Stoppelveld bij het Achterstewold, Peize:

Qua schrikdraad weinig effectieve afrastering:

Achterstewold – kat en muis op rand van erf:

Anemonen op slootwal, Bommelier:

Onlanden bij Roderwolde – wulp:


IJsco bij der A

Om precies te zijn bij de Eelderbrug:


Ommetje Lettelberterdiep

Roderwolderdijk, Hoogkerk:

Het gebouwtje dat overbleef van ’t stoomgemaal de Oude Held (1883). Daarvoor stond er een forse watermolen hier aan het Aduarderdiep oostzijde, bij Hoogkerk:

Wat dichterbij met minder zon – als die mensen oranjerode dakpannen nemen, hebben ze een nationale bezienswaardigheid:

De Christina passeert Leegkerk:

Zwanenstel bij Den Horn:

Den Horn, aankondiging horsepowerrun:

Den Horn – insectenhotel op tuin:

Bij het Lettelberterdiep:

Onder aan de dijk – geïmproviseerd sluitwerk:

Onder aan de dijk – tinten:

Bovenop de dijk:

Hutten langs het Hoendiep bij Vierverlaten:


Huize Tavenier

De gewezen kraamkliniek, waar duizenden Groningers geboren zijn, nu opeens volop in de bloesem:


Voedselpakket voor gijzelaar Jan Tuin

Twee dagen voor D-Day kreeg Jan Tuin, gijzelaar van de Duitsers te Sint Michielsgestel, een voedselpakket van het Amerikaanse Rode Kruis. Dit kaartje diende als ontvangstbewijs. Het is getekend –


– maar nooit verzonden:

Jan Tuin werd in 1942 door de Duitsers ontslagen als burgemeester van Hoogezand en vervolgens in gijzeling genomen. In de Brabantse gijzelaarskampen hielden de Duitsers veel meer prominente Nederlanders vast. Bij verzet in hun thuisomgeving konden deze bij wijze van represaille worden geëxecuteerd. Dat is inderdaad enige malen gebeurd.

Na de overval op het gemeentehuis van Hoogezand in februari 1944, waarbij de ondergrondse een opperwachtmeester van de politie doodschoot, schijnt Jan Tuin in Brabant voor het vuurpeloton te hebben gestaan. Deze executie is op het nippertje afgelast.