Rondje Wierdenland, Ezinge

Bij Dorkwerd – de brug bleek te smal:

Op een rommelbultje bij het Van Starkenorghkanaal:

Tamelijk grote zwam aan de voet van een boom bij Antum:

Voor het eerst dat ik deze opmerk in Aduarderzijl – het maakt deel uit van een stel en lijkt op een stuk borstwering van een boogbrug. Zandsteen, zo te zien achttiende-eeuws:

Fragment van de pendant:

Koeien op de Reitdiepdijk even voorbij Aduarderzijl:

Toegangshek tot de Allersmaborg:

Schuur tussen Allersma en Ezinge krijgt nieuw riet op het dak:

In Museum Wierdenland was nog net de tentoonstelling te zien over de opgravingen van de jaren twintig en dertig. Artist impression van Ezinge in de Middeleeuwen, met de nog complete wierde, een steenhuis en een standerdmolen::

Hoofdmoot vormden de opgravingsfoto’s – archeobaas Van Giffen (derde van rechts, met alpino) ontvangt enkele geleerde gasten:

De steilkanten van de vrij diepe put werden tegen het bepaald niet denkbeeldige instortingsgevaar gestut:

Benen fluitje toont aan dat de Ezingers van destijds al aan muziek deden:


Een ‘bisschopsbombe’ in de Lammehuiningastraat

In maart 1677 verkopen Berent Bausema, zijn vrouw Eetien Iwema samen met de voogden over de minderjarige kinderen uit Eetiens eerste huwelijk aan de weduwe van Luitien Mensens Enscheda een huis met een hof , een plaatsje en een mandelige put aan de oostkant van de Lammehuiningastraat. Op zich niets bijzonders, maar het huis heet “vervallen”, “sijnde door een bisschopsbombe in ‘t jaer 1672 ten deele om verre gesmeten”.

De Lammehuiningestraat, genoemd naar een dame uit het vooraanstaande geslacht Huninga, vinden we nu niet meer op een plattegrond van de stad Groningen terug. Halverwege de negentiende eeuw begrepen de bewoners die naam niet meer, bovendien werd ze geassocieerd met prostitutie, omdat er een of meerdere bordelen in de straat gevestigd waren. Om van het negatieve imago af te komen, veranderde het stadsbestuur toen de straatnaam – sindsdien is het de A-kerkstraat, die ten noorden van de A-kerk nog steeds naar de Kromme Elleboog voert.

Die straat ligt echter buiten het gebied, waarvan bekend is dat het in 1672 aan puin werd geschoten door de artillerie van Bommen Berend, de bisschop van Munster, die in juli en augustus 1672 samen met zijn Keulse collega de stad Groningen belegerde:

Groninger Archieven 817-2487-1.

Rechts op de kaart is het zuiden, met aan de stadsgracht, tegenover de Here- en de Oosterdwinger de voorste batterijen van de Keulse en Munsterse troepen. Deze schoten het zuidoostelijk gebied van de stad kapot. Het gewone bereik van hun geschut is gemarkeerd met een rode lijn, die van het oosten (boven) naar het westen (onder) langs de Nieuweweg, de Poelestraat, de zuidkant van de huizen aan de Grote Markt zuidzijde, de zuidkant van de Vismarkt en de Folkingestraat loopt. Opmerkelijk is dat 2 van de 5 molens (zie cirkels) op het stuk stadswal binnen het schootsgebied, nog wel overeind staan, terwijl verderop puinhopen liggen – die molens vormden kennelijk geen primair doelwit.

Maar de Lammehuiningestraat oftewel A-kerkstraat – zie het geelrode sterretje ten noorden (links) van de A-kerk – ligt helemaal buiten het gemarkeerde gebied. Ging het hier nou om een lucky shot, of kreeg het geschut van Bommen Berend die dag een wat groter bereik, bijvoorbeeld dankzij een zuidoostenwind?

Hoe dan ook: die bommen van Berend waren best indrukwekkend. Volgens sommige pamfletten droegen ze zelfs magische toverspreuken:

Groninger Archieven 1536-4607.

Bron van de koopakte: Groninger Archieven, Rechterlijke Archieven III (stad) x (verzegelingen) deel 56, fo. 97v. d.d. 10 maart 1677.


Rondje Haarveen

Hondepaadje bij het viaduct over de A7:

Orchissen (?) – de eerste die ik dit jaar zie in de de Onlanden:

Waterlelie bij het smalle bruggetje in de Onlandsedijk:

Bij de Hooiweg onder Roderwolde – het kamilleveld geurde nog niet sterk, maar later deze week wordt het, naar ’t schijnt, zo’n 30 graden. Dan nog maar eens komen ruiken:

Witrik bij de Hooiweg:

Roderwolde – rogge, met de oliemolen op de achtergrond:

Drinkend kalf, Foxwolde:

Haarveensedijk – het havikskruid stond hier dermate dicht opeen, dat er gemakkelijk een tuiltje van te vormen viel zonder ze te plukken:


Iwema steenhuis revisited

De laatste keer dat ik het museum bij Iwema steenhuis bezocht, was eind oktober 2018, toen vooral de schilderswerkplaats indruk maakte.

Die werkplaats is er gelukkig nog steeds:

Al herinner ik me niet deze reclameposter:

De schoenmakersafdeling was ook nieuw voor mij:

In de kruidenierswinkel twee pakjes pruimtabak, made in Drachten, waar de fabriek van de Drachtster Kei eind jaren tachtig pas sloot:

De rijwielhersteller kreeg ook een hoekje:

Ouderwetse boorkolom in de timmerwerkplaats:

Keukentje met anachronistisch aanrecht:

Bij de bakker een vooroorlogs blik met speculaaskruiden:


Historische schepen in Hoogkerk

Ruim een maand geleden opende hier in Hoogkerk een passantenhaven voor historische schepen. Op de een of andere manier bleven de foto’s liggen. Hier alsnog een selectie, bij wijze van inhaalmanoeuvre op een buiendag:


Open Dag Yesse

Vanaf 2017 doen studenten archeologie ieder voorjaar praktijkervaring op bij een seriematige opgraving van het cisterciënzer vrouwenklooster Yesse (1215-1594), in de buurtschap Essen, bij Haren. En behalve in de coronatijd, zijn er ook ieder jaar open dagen voor het publiek. Dit jaar opnieuw.

Uitzicht vanaf de plaats van samenkomst: met erachter een deel van het opgravingsgebied:

Ruimtelijke situatie en reconstructie van het gebouwencomplex – uitleg door de zeer met de opgraving meelevende grondeigenaar en buurman:

Uitleg van de ruimtelijke situatie aan de hand van de hoogtekaart door Stijn Arnoldussen, RUG-docent archeologie en opgravingsleider:

De oranje zandhoogte links met het bijna vierkante kader eromheren was de kern van het kloosterterrein, de langwerpige hoogte rechts ligt een eind verderop, maar is archeologisch ook interessant en waardevol met zelfs sporen uit de Romeinse periode::

Het naar het oosten aflopende terrein met de eerste werkput. De bomenrij links markeert de schipvaart naar de Hunze, waarlangs het klooster turf, klei en graan kreeg. Die vaart is enkele malen vernieuwd en deels verlegd, maar dateert waarschijnlijk al uit de begintijd. Er zijn wat delen van de beschoeiing bewaard gebleven:

Volgens de kloosterregels mocht er geen of weinig vlees gegeten worden, maar toch lag er nogal wat slachtafval. Voorschrift en [praktij wijken wel vaker uiteen. Dit veulen werd zonder hoofd begraven, mogelijk wegens ziekte:

In het klooster leefden vooral dochters uit de bovenlaag van de stad Groningen. In het zand bleef er weinig van de nonnen over. Zo vergaat de glorie van de wereld::

Er zijn behoorlijk wat graven gevonden. Schets van van eentje:

Om de stoffelijk resten zelf te ontzien, was er een demonstratieskelet uit de biologieles naast gelegd:

Fragment van kogelpot uit de dertiende eeuw:

Kloostermoppenvloertje van een grafkelder:

Fragment van een hol pijpaarden Anna-te-Drieënbeeldje, laat-middeleeuws exportproduct van waarschijnlijk Keulen, en als devotionalium in persoonlijk gebruik bij een non:

Beenderen die aan de oppervlakte kwamen, werden met een plantenspuit vochtig gehouden, anders zouden ze vrij gauw verpulveren:

De gele strook zand was een grondverbetering voor het leggen van het fundament voor een muur van een kloostergang. Van de muren is verder bijna niets over, de bakstenen werden na de afbraak van het klooster rond 1600 afgebikt en verkocht voor hergebruik elders. Rond de strook is iets van de oorspronkelijke esdek zichtbaar: er was al bewoning voordat het klooster er kwam, mogelijk heeft een aanzienlijke bewoner van het gehucht hiervoor grond afgestaan.

Er zijn wel wat munten gevonden, maar niet veel. Kwart-Philipsdaalder (of was het een dito -gulden?) uit 1571, toen het nog ten jaar zou duren voordat we met een ‘Plakkaat van Verlathinge’ deze koning van Hispandje zouden afdanken:

Het Anna-te-Drieënfragment in een knijpzakje:


Helpman geruïneerd en ontvolkt dankzij beleg door Bommen Berend

In 1669 sprak de Groninger synode het als wenselijk uit, dat Helpman een aparte gemeente zou worden., los van de Stad, met een eigen kerk. De synodale deputaten zouden de zaak bij G.S. aanhangig maken en bevorderen.

Er kwam niets van. Helpman moest nog eeuwen wachten op zijn eigen kerk. “In de sake van Helpen”, zo rapporteren de deputaten begin 1673:

heeft gansch niet konnen gedaen worden, vermits dese plaetse in de belegeringe van Groningen door de Ceulsche en Munstersche troupen ten meestendeele geruïneert is geworden, en diensvolgens van haer meeste inwoonders ontbloot, .


Mug

Klein maar vervaarlijk plaagdier, bekend om zijn holstnachtelijk zoemen, naar zijn ware, bloeddorstige aard geportretteerd onder het Emmaviaduct:


Steiloor en loboor (3)

In de volgende Stad & Lande verschijnen ze ook weer, steiloor en loboor, maar dan in hun tot nu toe oudste gedaante, namelijk zoals ze gegraveerd staan op zilveren zwijnslepels uit de achttiende eeuw. Dit is de oudste van het stel, een beetje knorrig autochtoon landvarken met hangende (lob-)oren, tepels en krulstaart:

En dit is de jongste, een lekker ruig en vrolijk allochtoon Yorkshire-varken met rechtop staande oren en hooguit een knikje in zijn staart:


De Bombay op en neer

Het was een hele tijd geleden dat ik De Bombay aandeed.

Hoendiep voorbij Oostwolmerdraai, een mij onbekend stel pluimvee (achteraf parelhoenders of op zijn Fries poelepetaten hetend): “Zo, ook an de kuier?”:

Faan – vorig jaar kreeg de andere kant van het dak nieuw riet, waardoor het boerderijtje zienderogen opknapte. Dit jaar is de wat luwere oostkant van het dak aan de beurt:

Het Verzamelmuseum van Aeldakerka in Oldekerk had een schoolklas, met dit kinderliedje op het bord:

Ook waren er oude radiotoestellen te zien van een lokale collectioneur. Die bruine van de bovenste plank had mijn grootvader:

Dorpsfeest in Grootegast – een van de buurten presenteerde zich met beschilderde pallets. Deze fietsliefhebber deed me denken aan Fiep Westendorp:

Het tutfstenen, romaanse onderstuk van de kerktoren in Doezum:

Trudespad, achterop Doezum, bleek uit te komen bij Trudesdraai over de Doezumertocht. Die brug was geen draai en ook geen klap, zoals het portaal doet vermoeden, maat goed, het is wel een aardig ding:

Een eindje verder lag een wat meer doorleefde brug, gebouwd van ongelijk lange balken:

Einddoel bereikt – De Bombay:

Hooglander aan de westkant van Lutjegast:

Blikken kip (of is het een haan?) versiert kruiwagen met eiernegotie, Westerzand:

Zoutkamper garnalenkottertje in de Woldsloot, Enumatil:


Onlander rondje

Gepredeerd ganzenei op de Weringsedijk:

Slenk vanaf de Zanddijk:

Die bomen, deels van de laatste jaren, staan langs een voormalig dijkje, dat zo toch weer zichtbaar is:

Voorheen tolhuis Peizerwold:

Ponyveulen achter ’t tolhuis:

Ponyveulen 2. Heb niet zoveel met pony’s, maar deze is aandoenlijk:

Er staat weer rogge op de akker aan de Hooiweg bij Roderwolde:

Curieus – iemand heeft een baan van die rogge ondergeploegd:

Onlandsedijk – enorm kikkerkoor aan de rechterkant:

Poortje, bruggetje:

Een vroege gele lis:

Voorbij Eiteweert:


Even naar de stad

Bangeweer met blauwgras:

Vlag met gemene stier die op een hond lijkt, Noorderhaven:

Bouwschutting met graffiti van ene Onkruyd bij de voormalige V&D, Oude Ebbingestraat:

Meikermis, Vismarkt:


Rondje Noorddijk – Noordwolde – Ezinge

Bij het Hegepad, Hoogkerk – de vier Daltons:

In de kerk van Noorddijk – gebrandschilderde kat?

Die gebrandschilderde ramen hebben een datering van 1944 en vormen dus waarschijnlijk een remake. De kerk van Noorddijk is zelf mede geportretteerd:

Leeuw met balans:

Oplichtend kastanjeblad bij het koor van de kerk in Noordwolde:

Bij Adorp – trekker met lekke band:

Windwijzer op schuur voorbij Sauwerd:

Daar bij de ijsbaan nog even gekeken naar de opgraving van de slotgracht van de Onstaborg, die een vrij omvangrijk terrein bleek te omgeven:;

Boerderij op De Raken, tussen Wetsinge en Garnwerd:

Een perceel aldaar van stichting het Groninger Landschap is vrijwel egaal geel van de boterbloemen:

Blauwe irissen in een tuintje te Garnwerd:

Tulpen in een bak op de rand van Garnwerd:

Weg tussen Ezinge en Hardeweer, afgeperkt met fluitekruid en hagedoornen heggen:

Hier en dara was al gras gemaaid. Wiersen bij Fransum:

Witte koe bij Aduuarder Voorwerk:

Grazend zwart paard bij Steentil:


Rondje Eelde – Peize

Bij de Eelder Madijk:

Eindje verder – tinten geel:

Doel van de reis was de demonstratie tegen de milieueffecten van de luchtvaart. Op het moment dat ik er aankwam, beantwoordde Lutz Jacobi vragen van iemand die Jan de Arbeider zijn vliegvakantie niet wilde afpakken. Het ging alleen om een beetje minder vliegen:

De opkomst was op dit vroege uur nog bescheiden: 50 à 75 mensen, schat ik, met, gezien de jasjes en shirts, veel leden van Dierenpartij en GroenLinks:.

De meest opzienbarende leus of verklaring:

Ik ben er niet zo heel lang gebleven. Op de terugweg dit gemeenteperkje in Oekraïnekleuren op de hoek van de Legro- en de Esweg:

Aardig trekkertje van hovenier op de rand van Eelde:

Bij een inrit van land aan de Koedijk. De eigenaar wil daar geen honden hebben, en iemand is het daar kennelijk niet mee eens:

Paard aan de Koedijk:

Het bankje ter ere van Jan Tuttel (bio) lijkt opgeknapt:

Schuin tegenover het fietspad naar Bunne en Winde een mystieke keienstapeling op de boomstomp:

Passanten worden gezien:

Overnaadse bouw:

Als ik tegenwoordig ergens een trekker zie, zoals hier op ’t Achterstewold bij Peize, zoekt mijn oog weldra naar de tank die hij op sleeptouw heeft:

Siësta in het varkenslandje op het noordelijke uiteind van ’t Achterstewold. De drie voorste hebben zich ingegraven, dat zijn de individualisten, terwijl de groep er gewoon bij is gaan liggen:


Dwingeloo v.v.

Ruim 100 kilometer gefietst. Poos niet gedaan.

Elementaire schuur, Zuidvelde bij Norg:

Er werd op meerdere plekken bij Huis ter Heide land beregend. In de buurt zag ik later op de terugweg ook flinke stuiverij:

De koepelkerk van Smilde, eind 18e eeuw de aanleiding van een Drents corruptieschandaal;

Veel bloeiende brem op de Smilde:

De Dwingeler stroom, elders de Beiler stroom of Havelter A geheten (elk kerspel eigende zich de beek toe)::

Reconstructie uit de jaren 80 van de Batinger stuw:

Zowaar, ook Dwingeloo heeft nu een ooievaar. Hij ziet er wel een beetje verfomfaaid uit:

Beeld van varken voor de ingang van Hotel Wesseling:

Tegenover Wesseling de voormalige concurrent Hotel Mulder, nu ook van de familie Wesseling. Bij Mulder logeerde mijn grootvader tijdens de bouw van zijn huis aan het Westeinde, anno 1939/1940:

’t Siepeltien, icoon van Dwingel:

Op de terugweg langs de andere kant van de Drentse Hoofdvaart. De Venesluis bij Geeuwenbrug:

Eindje verderop:

Boomkwekerij, Hoogersmilde:

Een van de beelden langs de Hoofdvaart met op de achtergrond een volstrekte en volgens mij bij storm levensgevaarlijke bouwval:

Combinatie van een Smildiger met de Oekraïense vlag:

Sluisje bij Huis ter Heide: