Grofsmid was de Mozes van Oostwold (1)

Hoorde vandaag een kostelijke anekdote uit de mond van een Oldambtster boer die op zijn ouwe dag in de Achterhoek beland is.

Volgens hem speelde het verhaal voor de oorlog in Oostwold en had hij de gewraakte tekst als jongen nog gezien. Deze tekst ging over de Nortonpomp, die in Oostwold geslagen was. “In die tijd was er nog geen TV”, aldus mijn zegsman, “en moest men zelf nog plezier maken”. En hij declameerde een gedicht, dat op een bord stond, dat aan die Oostwoldiger Nortonpomp vastzat. Het ging over de “dorpsgek” Frans Kant en diens rol bij het op gang helpen van de bewuste pomp:

“Gelijk eens Mozes met zijn staf
Zijn volk uit rotsen water gaf
Zo bracht Frans Kant te goeder stond
Hier kost’lijk water uit den grond
Wat velen zochten en geen vermocht
Dat heeft Frans Kant voor ons gewrocht”

Volgens mijn zegsman vond deze Frans Kant het maar wat heerlijk om zo bewierookt te worden:

“Hij deed alsof hij die pomp zelf had geslagen, maar dat had-ie niet. Toen die pomp was geslagen kwam er een hele poos geen water uit. Frans Kant gaf hem een slinger, en toen kwam er wèl water uit. Het was een heel gedicht, dat bord was wel een meter hoog.”

Mijn zegsman kwam op het gedicht, nadat ik het orthodoxe karakter van Oostwold en Midwolda ter sprake had gebracht. Volgens hem had het “christelijke gemeentebestuur van Midwolda” bezwaar tegen de vergelijking van Frans Kant met Mozes gemaakt:

“Ze gaven de schilder orders om het over te schilderen. Naderhand stond alleen nog heel pietluttige lettertjes Nortonpomp op dat bord.”

Natuurlijk moet je een mooi verhaal nooit kapotchecken, maar…

Wordt vervolgd.

Advertenties

Rondje Westerkwartier

Haan van kinderboerderij Minerva, Hoogkerk:

De boerenboomgaard op Westpoort:

Jubilate:

Lettelbert:

Achtererf op de Hondehoek, Midwolde:

Bij het Wilgepad, voorbij Boerakker:

De bermen zijn nog veel verder benut voor deze survivaltoestanden:

Grote pol dotterbloemen, De Jouwer:

Antiek bordje Vogelreservaat met op een kar gemonteerde pompjes waarmee koeien water uit een sloot kunnen halen:

Rustende koeien bij Kuzemer:

Blaarkoppen van het biologisch melkveebedrijf ‘ande NieDijk‘, Enumatil:

Geheel met raapzaad bedekte slootwal bij Nieuwbrug:


Wind mee vanaf de Eemshaven

De kerk van Oosternieland, badend in pril groen:

Gewelfafsluiting met bloemmotief:

Overzicht vanaf de orgelbeun:

Op het achterliggende kerkhof. In het hoge deel, vooraan, liggen grafstenen uit de achttiende eeuw, waarvan ik vermoed dat die uit de kerk afkomstig zijn:

Zoals deze van de koopman Abel Isebrandts van de Zijldijk, die slechts 27 jaar oud mocht worden:

De kerk gezien vanaf het kerkhof:

Bij het koor:

Van dit gebouwtje in de buurtschap bij de Paapstil heb ik de indruk dat het een voormalige woning is, die in de negentiende eeuw verbouwd werd tot ‘hut’ of bijschuur. In de vroegere voorgevel, nu achtergevel, zit een gevelsteentje uit 1752:

Bij Paapstil ook deze bollenvelden:

Andere kant op:

Door het tele-effect zie je mooi de welvingen van vroegere percelen:

Het kerkje van Oldenzijl:

Hoekje in Eppenhuizen:

De Elemaheerd aan de Kantsterweg:

Hoekje in Kantens:

Hier en daar vee in de wei, zoals tussen Onderdendam en Winsum:

De weem van Wetsinge van de achterkant:

Tussen Wetsinge en Hekkum deze tulpen in de berm:

Hier zie je drie waterlopen. Tussen de twee sloten rechts lag vroeger de Hunze:

Schapen op de dijk bij Hekkum:


Rondkoekeloeren in de Eemshaven

Sinds kort heeft de Eemshaven het noordelijkste treinstation van Nederland. Daar moest ik dus maar eens heen.

Op het andere perron, dat van de trein naar Delfzijl, zit zowaar de cultheld Kale Bas:

Een padvindersmeisje maakte een handstand in de trein:

Station Eemshaven. Er stapten zo’n twintig, dertig mensen uit op dit nieuwe eindpunt van de lijn. Een flink deel beklom de dijk, maakte een foto en stapte meteen weer de trein in:

Het was ook vrij fris, maar ik wilde toch even naar het puntje van die strekdam:

Opvallend was, dat alleen fietsers dat deden, met mij twee anderen, op gepaste afstand van elkaar. Op zich was het hier vrij saai:

Een van de anderen merkte op dat dit lands’ end (zie oranje ster) het noordelijkste puntje van Nederland is, maar dat blijkt bij nader inzien onjuist – alleen al de bocht van de Borkumkade ligt noordelijker:

Bovendien heb je ook nog Rottumeroog en -plaat, die zonder meer noordelijker liggen..

Op de weg terug wat meer gelet op het Eemshavenlandschap:

Assemblagebedrijf voor windmolens:

Heen zat in de oostelijke oksel van de strekdam een Chinees paar  met hun twee zoontjes. Op de terugweg viel het ouderpaar nergens meer te zien, alleen de jochies waren er nog:

Begon me al zorgen te maken, tot de moeder met wat eten over de dijk kwam.

Die oksels van de strekdam zou ik overigens vol willen gooien met strandzand. En op langere termijn zou ik op het puntje van de strekdam een toren willen hebben, gemaakt uit de staander van een booreiland, met een langzaam ronddraaiend platform erbovenop met een visrestaurant. Om het publiek erheen te brengen zou een smalspoorlijntje wellicht iets zijn. Of anders een monorail.

De afvaartplek van de veerboot naar het Duitse Waddeneiland Borkum. Deze wordt vooral door Duitsers gebruikt – op het parkeerterrein zie je vrijwel uitsluitend Noord-Duitse nummerborden:

De afvaartplek vanuit een andere hoek:

Land’s  End met Deens offshorebevoorradingsschip:

Alles is hier huge, zoals die gele buizen (waarvan er een vast wel bruikbaar is voor mijn toren):

En deze zeekabelhaspel (die liggend hergebruikt kan worden voor mijn visrestaurant):

Of deze vlucht of propellor voor een windturbine:

Hier en daar zit er nog best veel kleur in zo’n haven:


Waar het Eelderdiep ’t Stadspark doorkruist

Het eerste tuiltje dotterbloemen op de oever:

Dagpauwoog streek steeds weer neer op modder:

Prille esdoorn:

Bloesem en nog kale takken:


Van Giffen als achterdochtige Drent – een vroege karakterschets

De reistas van Van Giffen. Collectie Groninger Museum.

Gister kwam de brievencollectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden online. Slechts een klein deel van die collectie is voorlopig echt toegankelijk gemaakt, maar de enige treffer die het zoekwoord ‘Groningen’ oplevert, is alvast een mooie verrassing. Het betreft een aanbevelingsbrief uit 1912 van de Groninger hoogleraar biologie Van Bemmelen voor de destijds nog niet gepromoveerde Albert Egges van Giffen:

Groningen, 6 Oct. 12.

Van Giffen heb ik leeren kennen eerst in zijne positie van student in de Biologie, daarna als assistent aan het Zoölogisch Labaratorium. In beide qualiteiten heeft hij blijk gegeven een man van bijzondere gaven en rusteloozen ijver te zijn. Hij bezit een grooten aanleg en ook sterke geneigdheid tot geheel zelfstandig werken, wat aanleiding kan geven dat hij we eens al te zeer zijn eigen weg gaat, maar hij is toch gevoelig voor raad van anderen en bereid tot overleg en tot samenwerking, wanneer men de eigenaardigheden van zijn karakter weet te verstaan en zijne neiging tot achterdocht (die vermoedelijk aan zijn Drentsche afkomst moet geweten worden) weet te overwinnen.
Volgens mijne overtuiging zal Van Giffen bij voldoende aanmoediging en vriendschappelijke leiding, veel en goed origineel werk kunnen verrichten en een groote kracht worden voor het archaeologisch onderzoek. V. Giffen’s begaafdheden voor dat onderzoek en ook reeds zijne verdiensten op dat gebied zijn zoo groot, dat ik het de plicht acht van ieder, die in de gelegenheid is hem te helpen en te steunen, om daarbij enkele minder aangename en gemakkelijke zijden van zijn aard over ’t hoofd te zien, vooral omdat naar mijne meening de grond van zijn karakter eerlijk, oprecht en onbaatzuchtig is.

J.F. van Bemmelen


April is het nieuwe mei

De Laan, hoek Turftorenstraat, vanmiddag om half zes:

Windvaan (zuidzuidoost) op het voormalige Groninger Museum:

Stadspark, nabij het Scholtenmonument:

Bangeweer, Hoogkerk:

Fruitboom op voorheen Kweeklust, Aduarderdiepsterweg:

Drinkende Haflingers bij de Aduarderdiepsterweg:

Bij Eiteweert – kokmeeuwen op pas bemest land:

Dravende Haflingers, Langmadijk: