De plechtige teraardebestelling van Piet de parkiet

Kwam vanmiddag net op tijd voor de uitvaart van Piet, de parkiet ten huize van mijn achterneef in Ezinge. Na de gebruikelijke plichtplegingen werd het beestje met een 1, 2, 3 in Godsnaam aan de schoot der brokkelige aarde toevertrouwd.

Piet was een vrolijk dier. Het zong er tenminste lustig op los. Waaraan het zo plotseling doodging is onbekend. Piet is ruim één jaar geworden.

Advertenties

Ommetje Lagemeeden

Er stond een hek open, zodat ik de landweg langs een rij populieren af kon fietsen om de kromme tochtsloot te bekijken die me eerder al eens op kaarten opgevallen was:

Het uitzicht vanaf dat punt op de schuren en boerderij aan de andere kant van het kerkhof:

Kastanjes in de dop:

Jonge kwikstaart op de picknicktafel bij de Tichelwerkbrug:


Onlander ommetje

Paardenweide Matsloot:

Gewone oeverlibel op vissteigertje Peizerdiep:

Distel met hommel of zandbij:

Door de regen zijn distelpluizen gaan klitten:

Namus kwijtius = vlasbekjes (met dank aan Hendrika):

Onlandsedijk:

Sterk geurende hooibult bij het Stobbenven-monument:

Zwientje, Achterstewold Peize:

Vanaf de Woudrustlaan – buien in het westen:

Hele stukken zijn bezet door kattestaarten, mede door de lage waterstand:

Het inladen van los hooi bij de Weringsedijk:

Geen druppel gevoeld: de buien passeerden aan de zuidkant:


Het raadselachtige fenomeen der plevers

Groninger Archieven Toegang 1774 (documentatie) inv.nr. 4224. (map Sappemeer).

Een toevalsvondst, deze rekening uit 1893 van de koek- en banketbakker Schierbeek uit Sappemeer wegens soeskes, plevers, bitterkoeken, weespermoppen en ridderbrood.

Interessant zijn vooral de ‘plevers’, ook wel ‘pleverkouken’ genoemd. Het waren de eierkoeken die vroeger na begrafenissen bij de koffie werden genuttigd.

De naam van dit baksel is Gronings-Drents. Zowel Henk Scholte als Martin Hillenga  heeft zich in de herkomst van die naam verdiept, zonder tot een definitief oordeel te kunnen komen.

Zo is er een hardnekkig verhaal dat de koeken genoemd zijn naar een bakker P. Lever uit Stadskanaal, of Musselkanaal. Alleen heeft daar nooit zo’n bakker gewoond. In heel Groningen niet.

Een andere hypothese wijst op een Portugees-joodse afkomst: plava > palevie > plever, ofwel palabra (lang praten) > palaveren > plever. Via een joodse bakker in Winschoten zou de term dan in Oost-Groningen gemeengoed geworden zijn. Echter, hier in het noorden waren sefardische joden niet of nauwelijks voorhanden; het veronderstellen van een dergelijke taalinvloed vanuit die hoek lijkt nogal gewaagd. Mogelijk om die reden wees de uit Winschoten afkomstige Jaap Meijer (de vader van Ischa), op de Jiddische termen ‘plajenen’ en ‘planjenen’ voor klagelijk huilen. Wat natuurlijk heel goed past bij rouw, alleen is de klankverwantschap van die termen met plever nogal gezocht.

Of het bij de plevers bij de begrafeniskoffie om een lange traditie ging, lijkt sowieso twijfelachtig. Voor 1830/1840 werd er in Groningen en Drenthe na begrafenissen nog witte rijst met grauwe erwten gegeten. Door de auteurs die zich laatstelijk in het pleverfenomeen verdiept hebben, worden ook geen oudere bronnen dan publicaties uit de twintigste eeuw aangehaald. De hierboven vertoonde nota lijkt voorlopig het oudste stuk, dat plevers noemt.


De ene boodschap staat een andere in de weg

In/op de Poffert wordt veel geklaagd over de snelheid van het passerende wegverkeer. De Pofferders hebben vast gelijk met hun klacht, waarbij het ze overigens zou sieren ook een oplossingsrichting aan te geven. Of ze er zèlf alles aan doen om die snelheid omlaag te brengen is ook de vraag. Het groen-wit-zwarte bord doet het niet vermoeden. Het geeft immers koersdata van paardenraces weer en haalt de aandacht weg van het bordje dat het harder rijden dan 30 verbiedt.


Onlander rondje Peize – Roderwolde

Margrieten op oever zijkanaaltje van het Omgelegde Eelderdiep onder Eelderwolde:

Kattenstaart en rolklaver:

Berm Omgelegde Eelderdiep:

Eind verder, voorbij de afslag naar de Schelfhorst:

Het diep daar bevat over driekwart van de breedte krabbenscheer:

Weissenbruchje:

Achterstewold, Peize – rustend blaarkopkalfje:

De rogge bij de Bommelier was deels terneergeslagen:

Pony met blinddoek, Roderwolde:

Onlandsedijk:

Wederik en vogelwikke:

Bij Eiteweert: zweefvlieg op distel:


Ommetje Eiteweert – Den Horn

Het witte stierkalf staat nog steeds in het weiland bij zijn moeder aan de Langmadijk:

Vogelwikke en uitgebloeide distels, Roderwolderdijk:

Moerasspirea (opnieuw met dank aan Hendrika) op oever Peizerdiep:

Zwanenbloem, Matsloot:

Op een stukje grond met bouwmaterialen, Westpoort:

Bevers (waterscouts) op het Hoendiep, op weg naar hun thuishaven bij Lettelbert, nog wel een eindje varen:

Onrustige paarden bij de Weersterweg tussen Den Horn en Leegkerk:

Het hooi rond de picknickplaats bij de Tichelwerkbrug was verbrand: