Kievitenstroper

Theo van Hoytema, Kievit. Proefdruk van een litho. Rijksmuseum.

LEEK, 19 Maart. Nauwelijks bevolken de eerste lenteboden, de kieviten, de madelanden, of de vogelvangers zijn weder bezig ze te verschalken. Honderden van deze nuttige vogels worden tot groote schade van den landbouwer gevangen en naar de poeliers in de steden verzonden; wel behooren de kieviten tot do nuttige vogels en mogen niet gevangen worden, maar onze vogelvangers, wetende dat de wet moeilijk is uit te voeren, gaan ongestoord hunnen gang. Zelden mag het der politie gelukken iemand op heeterdaad te betrappen.

 Toch gelukte het de vorige week aan de rijksveldwachters Velthuis alhier en Wieringa te Roden, J. de H., wonende bij de Matsloot onder Roderwolde, bij zijn strooperij te verrassen. Een 5-tal kieviten werden in beslag genomen. Eere aan de activiteit dezer handhavers der wet, die meermalen nachten aaneen in dit barre jaargetijde op het Leekstermeer rondzwalken om de wet te handhaven.

 Zou een scherper toezicht op de poeliers in de steden niet veel kunnen bijdragen om dezen vogelmoord te voorkomen?

Aldus het Nieuwsblad van het Noorden op 21 maart 1901. J. de H., dat waren de initialen van Juke de Haan, een arbeider die in het drassige gebied rond de Matsloot wel meer dingen deed die niet mochten. Dezelfde rijksveldwachters hadden hem nog geen jaar eerder bekeurd wegens het laten weiden van schapen in andermans weiland. Dat gebeurde in Foxwolde, nota bene in een nacht van zaterdag op zondag. Je zou denken dat de agenten dan wel wat anders te doen hadden, maar blijkbaar loerden ze op Juke. Ook had Juke in de gesloten tijd zitten vissen met een fuik en een schakel. Dat vistuig werd in beslag genomen en Juke kreeg ook hiervoor een proces verbaal aan zijn broek.

Ik denk niet dat hij de politie zo heel goed gezind was. De berichtgever mocht hij denkelijk ook niet zo, want een paar dagen later vond het Nieuwsblad het nodig te melden, dat het Oostwoldiger bericht over Juke van een héél andere correspondent kwam, dan van de gewone.

Advertenties

Rondje Roderwolde – Slaperstil

Uiteind parallelweg bij de A7:

Boerderij bij Roderwolde:

Waalborg:

Molen, paard – Roderwolde:

Zilverreiger inde Onlanden:

Zuidwendingermolen bij De Poffert:

Frappant veel sneeuwklokjes op sommige erven en slootwallen:

Zilverreiger bij Den Horn:


Naar de Onlander uitkijktoren

Vanaf de Eelder Madijk – bui in opbouw in het westnoordwesten:

Uit het Omgelegde Eelderdiep verwijderde krabbenscheer:

Het doel van de reis – de onlangs geopende uitkijktoren van Natuurmonumenten bij de Drentsedijk even ten oosten van Peize:

Best een klim:

Vrijzwevend gedeelte:

We naderen de top:

Het uitzicht richting Stad:

Vee aan de andere kant van de Drentsedijk:

Nieuw Eelderwolde met stadssilhouet:

De bui van de eerste foto komt naderbij:

Naar beneden maar weer – kampen land met coulissen:

Het langste stuk:

Nauwelijks nat geworden of daar gaat de bui weer:

Plasdras:

Tweelingbui in aantocht:

Vierverlaten in de verte:


Ommetje Eiteweert – Leegkerk

Vlucht Canadese ganzen:

De boom waarin ’s zomers altijd een koekoek zit:

Peizerdiep bij Eiteweert:

Ook bij Eiteweert – een heel rijtje wilgen is opeens forse takken kwijt door wind uit het oosten:

Het rijtje populieren van Leegkerk:

Jubelzwaan, Leegkerk:

Bij de Legeweg – gebiologeerd door een passerende poney:

Kerkstraat Hoogkerk:


Een smokkeltapper op Eiteweert

RHC Groninger Archieven, Toegang 1 (archief Staten van Stad en Lande) inv.nr. 185 (akten GS), notitie van 29 maart 1753.

Machtiging, door Gedeputeerde Staten van Stad en Lande aan de hoofden van hun belastingdienst om een okshoofd (vat van 233 liter) jenever ten voordele van de provinciekas te verkopen. Een week eerder kwam dit vat met het beurtschip van de Lemmer over het Hoendiep aan in de stad. Het was bestemd voor Albert Aaites “op de Roodewoldemer Dijk” in Drenthe. Deze had echter geen jenever bij het belastingkantoor aangegeven, maar wijn, een alcoholhoudend vocht dat heel wat minder aan doorvoerrechten deed. Derhalve kwam de door of namens Albert bij het afhalen getoonde “passeercedulle” (het geleidebiljet) niet overeen met de werkelijke inhoud van het vat, zodat dit bij inspectie in beslag was genomen.

In Albert Aaites herkennen we Albert Eites Oosterhof (1724-1799), landbouwer, bakker en herbergier op de hoeve Eiteweert, te Matsloot onder de klokslag van Roderwolde. Hij moet een gevoelig verlies hebben geleden bij de inbeslagname en gerechtelijke verkoop. Hollandse jenever deed destijds minstens 31 gulden per anker, en in een okshoofd gingen zes ankers, waarmee de waarde in geld – rekening houdend met een kwantumkorting – op minstens 150 gulden berekend kan worden. En daarvan kon iemand een jaar lang leven.


Ommetje Nienoord

Onlander slenk:

Bij Sandebuur, op de zuidoostelijke dijk van het Leekstermeer, stonden twee kramen, een groep mensen, een dixi en een batterij schildersezels. Verderop twee busjes voor personenvervoer die over de dijk waren gekomen. Het is hier natuurgebied, volgens de bordjes staat Staatsbosbeheer hier geen fietsers toe, laat staan gemotoriseerd vervoer.  Door het georganiseerde karakter van het gebeuren op de dijk leek het er echter op dat Staatsbosheer hiervoor vergunning verleend heeft. Heb het niet nagevraagd, daarvoor had ik onder het schrikdraad door moeten kruipen en dat was me iets teveel moeite:

Tussen Sandebuur en Leek een ophangmethode voor boerenhekken die ik niet eerder zag:

Achter het hek lagen twee voedertroggen omgekeerd in een plas. Doet een boer zoiets?

In Museum Nienoord de tentoonstelling over Anna van Ewsum en haar tijd bekeken. Je weet dat alles heel goedkoop moet en dan is het best een aardige tentoonstelling, met een paar verrassingen. Zoals een barokke beestenslede – hierbij zat ik me echter wel te ergeren aan de omgeving. Als je zo’n topstuk hebt, zet die dan mooi in het licht tegen een effen donkere achtergrond:

Omdat de tweede man van Anna van Ewsum ook nog een plekkie moest hebben in haar beroemde grafmonument, gemaakt door Rombout Verhulst, moest deze engel, nu van het Groninger Museum, het veld ruimen. Een afgevallen engel dus:

Deze Heer van Vredewold bleek bij opening van de grafkelder onder dat monument volkomen gepulveriseerd. Zijn allongepruik van origineel peruviaans berenhaar bleek echter onaangetast door de tand des tijds. Er was al eens een lokje afgesneden door iemand die vast dacht dat dat het ’s mans echte haar was:

Fraai doosje van draadwerk:

De kerk van Midwolde:, waar dat grafmonument van Anna en haar kerels staat:

Op een brug over het Lettelberterdiep waren een moeder en zoon bezig een mat uit te kloppen. Dat wil zeggen: zij drukte de mat op de brugleuning vast en hij bediende de mattenklopper. Handig zo’n brug!

Bij Den Horn: de eerste zilverreiger sinds een hele tijd:

Andere kant Den Horn – assortiment pompoenen:


Tussen Eiteweert en Slaperstil

Peizerdiep bij Eiteweert:

De Matsloot:

Bij de vloeivelden van de suikerfabriek aan de Roderwolderdijk, Hoogkerk:

Leegkerk:

Jacobskruis- en havikskruid op de oude begraafplaats van Hoogkerk:

Molenstreekje bij de Jonge Held (of: all resistance is futile):

Paarden bij de Aduarderdiepsterweg in het blauwe uur:

Gezicht naar het noorden vanaf de Kindverlatenbrug:

(Foto’s van zondagmiddag en -avond.)