Ommetje Eiteweert – Leegkerk

Vlucht Canadese ganzen:

De boom waarin ’s zomers altijd een koekoek zit:

Peizerdiep bij Eiteweert:

Ook bij Eiteweert – een heel rijtje wilgen is opeens forse takken kwijt door wind uit het oosten:

Het rijtje populieren van Leegkerk:

Jubelzwaan, Leegkerk:

Bij de Legeweg – gebiologeerd door een passerende poney:

Kerkstraat Hoogkerk:

Advertenties

Een smokkeltapper op Eiteweert

RHC Groninger Archieven, Toegang 1 (archief Staten van Stad en Lande) inv.nr. 185 (akten GS), notitie van 29 maart 1753.

Machtiging, door Gedeputeerde Staten van Stad en Lande aan de hoofden van hun belastingdienst om een okshoofd (vat van 233 liter) jenever ten voordele van de provinciekas te verkopen. Een week eerder kwam dit vat met het beurtschip van de Lemmer over het Hoendiep aan in de stad. Het was bestemd voor Albert Aaites “op de Roodewoldemer Dijk” in Drenthe. Deze had echter geen jenever bij het belastingkantoor aangegeven, maar wijn, een alcoholhoudend vocht dat heel wat minder aan doorvoerrechten deed. Derhalve kwam de door of namens Albert bij het afhalen getoonde “passeercedulle” (het geleidebiljet) niet overeen met de werkelijke inhoud van het vat, zodat dit bij inspectie in beslag was genomen.

In Albert Aaites herkennen we Albert Eites Oosterhof (1724-1799), landbouwer, bakker en herbergier op de hoeve Eiteweert, te Matsloot onder de klokslag van Roderwolde. Hij moet een gevoelig verlies hebben geleden bij de inbeslagname en gerechtelijke verkoop. Hollandse jenever deed destijds minstens 31 gulden per anker, en in een okshoofd gingen zes ankers, waarmee de waarde in geld – rekening houdend met een kwantumkorting – op minstens 150 gulden berekend kan worden. En daarvan kon iemand een jaar lang leven.


Ommetje Nienoord

Onlander slenk:

Bij Sandebuur, op de zuidoostelijke dijk van het Leekstermeer, stonden twee kramen, een groep mensen, een dixi en een batterij schildersezels. Verderop twee busjes voor personenvervoer die over de dijk waren gekomen. Het is hier natuurgebied, volgens de bordjes staat Staatsbosbeheer hier geen fietsers toe, laat staan gemotoriseerd vervoer.  Door het georganiseerde karakter van het gebeuren op de dijk leek het er echter op dat Staatsbosheer hiervoor vergunning verleend heeft. Heb het niet nagevraagd, daarvoor had ik onder het schrikdraad door moeten kruipen en dat was me iets teveel moeite:

Tussen Sandebuur en Leek een ophangmethode voor boerenhekken die ik niet eerder zag:

Achter het hek lagen twee voedertroggen omgekeerd in een plas. Doet een boer zoiets?

In Museum Nienoord de tentoonstelling over Anna van Ewsum en haar tijd bekeken. Je weet dat alles heel goedkoop moet en dan is het best een aardige tentoonstelling, met een paar verrassingen. Zoals een barokke beestenslede – hierbij zat ik me echter wel te ergeren aan de omgeving. Als je zo’n topstuk hebt, zet die dan mooi in het licht tegen een effen donkere achtergrond:

Omdat de tweede man van Anna van Ewsum ook nog een plekkie moest hebben in haar beroemde grafmonument, gemaakt door Rombout Verhulst, moest deze engel, nu van het Groninger Museum, het veld ruimen. Een afgevallen engel dus:

Deze Heer van Vredewold bleek bij opening van de grafkelder onder dat monument volkomen gepulveriseerd. Zijn allongepruik van origineel peruviaans berenhaar bleek echter onaangetast door de tand des tijds. Er was al eens een lokje afgesneden door iemand die vast dacht dat dat het ’s mans echte haar was:

Fraai doosje van draadwerk:

De kerk van Midwolde:, waar dat grafmonument van Anna en haar kerels staat:

Op een brug over het Lettelberterdiep waren een moeder en zoon bezig een mat uit te kloppen. Dat wil zeggen: zij drukte de mat op de brugleuning vast en hij bediende de mattenklopper. Handig zo’n brug!

Bij Den Horn: de eerste zilverreiger sinds een hele tijd:

Andere kant Den Horn – assortiment pompoenen:


Tussen Eiteweert en Slaperstil

Peizerdiep bij Eiteweert:

De Matsloot:

Bij de vloeivelden van de suikerfabriek aan de Roderwolderdijk, Hoogkerk:

Leegkerk:

Jacobskruis- en havikskruid op de oude begraafplaats van Hoogkerk:

Molenstreekje bij de Jonge Held (of: all resistance is futile):

Paarden bij de Aduarderdiepsterweg in het blauwe uur:

Gezicht naar het noorden vanaf de Kindverlatenbrug:

(Foto’s van zondagmiddag en -avond.)


Ooievaar met talent

Bij de Onlanderdijk liep vanmiddag een stel ooievaars rond. Deze hier ving aan de lopende band kikkers, tenminste, als het niet steeds dezelfde kikker was:


Rondje Eiteweert – Matsloot – Leegkerk

Eiteweert – de nieuwe herfstcollectie is binnen:

Kikkertje in het natte gras valt nauwelijks op:

Oude landweg:

De Fury van de Matsloot:

De matten van de Matsloot:

Tegenover de brug van Westpoort loopt een nieuwe plak asfalt het land in; enige voordeel is dat je zo dichterbij de Zuidwendinger molen kunt komen:

Aduarderdiepsterweg – een zwaluw bescheet mijn bril:

Het Hoendiep bij de suikerfabriek – een eindje verderop, bij het parkeerterrein van de supermarkt, rook ik waarachtig iets van de bekende najaarsgeur, ik denk dat ze even aan het proefdraaien waren:


Onlander rondje

Bij het gehucht Peizermade:

Bij het Omgelegde Eelderdiepje – de bloem lag op de wal in de derrie en plantenzooi die uit het diep gehaald was en werd van de buitenrand af opgevreten door een insect:

Langs de Groningerweg – de stakingsbereidheid bij deze paarden is groot:

In de berm van de Weringsdijk – rolklaver?

Ook bij de Weringsdijk – op sommige plekken kleuren hele lappen grond paars van de kattestaarten:

Achterom kijkend blijkt de stad uitgelicht, met op de voorgrond Nieuw-Eelderwolde:

Kraai aast op spinnetjes tussen de spijlen van de Zanddijkerbrug over de Gouw:

De rogge bij de Bommelier staat nog op de wortel:

Bij Roderwolde bleek ze al geoogst (toch leuk, zulke veldjes):

Op het Stobbenven slikt een ooievaar een rat weg:

Vanaf een punt tussen Roderwolde en Matsloot – Stadssilhouet met op de voorgrond het dieselgemaal aan het uiteind van de Hamersweg:

Matsloot – spreeuwenzwerm op afgehooid land met op de voorgrond wat kieviten: