Mozaïek Helperbrink

Zo heel vaak kom ik niet langs de Helperbrink. Bij de ingang van de Coendershof viel me deze op:

Het betreft een landschap van de keramiste Maggi Giles, in 1970 gemaakt in het kader van de procentsregeling:

Oorspronkelijk zat het binnen, daar moet ik het ook hebben gezien toen eerst mijn moeder en daarna een buurtgenote er verpleegd werden. Een jaar of wat geleden is het overgebracht naar buiten, waar de vogeltjes fluiten. Logische keus, want er zitten veel vogelachtige vormen in:

Als je nu zegt: “Het heeft iets Cobra-achtigs”, dan kan dat kloppen, want Giles werkte samen met Karel Appel, van wie ze ook een monumentaal ontwerp voor het Congresgebouw in Den Haag uitvoerde. Ze werkte toen nog voor aardewerkfabriek ‘Porceleyne Fles’ in Delft, die eveneens de tegels voor dit mozaïek van haarzelf produceerde:

Advertenties

Pictogrammenbillboard

Zag vanmiddag langs de Verlengde Lodewijkstraat een billboard met dezelfde soort pictogrammen als laatst in Oost-Groningen. Dit keer was het billboard echter portrait (rechtopstaand) in plaats van landscape (liggend):

Nog steeds niemand die weet wat dit beduiden zal? Of zou het reclame voor de posterplakker zelf zijn?

Het antwoord (met dank aan A.IJ. van den Berg via Twitter en T. Hulshoff alhier:

Het buitenreclamebedrijf Exterion wil tonen hoe trots het op Nederland is. Vandaar de pictogrammen met iconen of dingen die typisch Nederlands zijn. Je kunt ook zelf een icoon aan ze voorstellen of de posters bij ze bestellen. Zie hun website, waarop elk icoon een korte verklaring krijgt.


Werfwagens met kersverse graffiti

Bij de uitgang van de fietstunnel van de Smirnoffstraat naar de Curacaostraat stonden gistermiddag twee werfwagens.

Ik zag hier in de tunnel op zondagmiddagen al vaker graffiti-artiesten in de weer – ook nu rook het weer naar verse verf. De bussen op de treeplank bevestigden dat hier net iets was gemaakt, mogelijk door Dik Oul en Veenliek:

Deze wagen werd omstrengeld door een monster, bereden door een roze kat. Dit poezebeest kon spreken:

Zij het ene beetje eentonig. Intussen poseerden, als ik mij niet vergis, de maaksters voor hun creatie:

Een fraaie vis op de andere wagen:

Op de keerzijde van het monsterportret bleek dat ’t monster gekieteld of gemarteld werd:

De versiering van de andere wagen was conventioneler, afgezien van die vis:

Hierop ook aandacht voor typografie:

De een of andere comic-held met illegaal vuurwerk:

NB: de werfwagens maken deel uit van een vrije graffiti zône. Zie de uitzending van OOG TV van vandaag (helaas nog niet op YouTube).


Een zinnebeeld voor Twitter?

Bron: Verzameling van aardige en het verstand opscherpende anekdoten (Rotterdam 1814) nr. 186.

Naschrift: Ghurabalbayn wees mij op dit iets latere gedicht van Staring:


Vermist gedicht van Griep gevonden. Nu de foto van Poppema’s bijenstal nog

2015-08-02 009

Jelte Dijkstra alias Nicolaas Grijp alias Nikloas Griep. Portret op plaquette in Grijpskerk.

Medio juli zoekend op ‘iemen’ (bijen), trof ik via Delpher een stukje uit een Noorder Rondblik van 1988, dat gaat over een gedicht ‘Iemen’ van Nicolaas Grijp (= Jelte Dijkstra). Dat gedicht was opgedragen aan de imker Eduard Poppema (18841971) uit Grijpskerk, de overbuurman van de dichter, die een mooie bijenstal had. Helaas waren diens nazaten het gedicht krijtgeraakt. Het had nog in een onbekend Westerkwartiers huis-aan-huisblaadje gestaan, maar onopgemerkt, vandaar dat de Familiekring Poppema een oproepje deed in de Noorder Rondblik om het terug te vinden.

In dezelfde rubriek kwam het gedicht later niet meer ter sprake. Ik neem aan dat de familie Poppema zich wel met het gedicht gemeld zou hebben als de oproep tot het gewenste resultaat had geleid. Uit het ontbreken van een melding terzake leid ik dan ook af dat de oproep van de familie geen succes had.

Intussen was ik wel benieuwd geworden naar dat gedicht, en dus schreef ik een paar mensen aan die het oeuvre van Nicolaas Grijp goed kennen. Het bleek dat er eerder ook in hun kring pogingen waren ondernomen om het gedicht te achterhalen. Die waren al even vergeefs geweest: “Goa der mor van uut: die iemen bennen votvlogen”.

Vandaag tussen de middag kreeg ik opeens een brainwave en bedacht dat Grijp ook wel eens op zijn Gronings Griep kon heten. Inderdaad leverde die vergroningste achternaam twee bloemleesbundels op in de bibliotheek van de Groninger Archieven, beide samengesteld door Jan Boer uit (nagelaten) werk van “Nikl. Griep”. Vervolgens ben ik opnieuw in Delpher gaan zoeken met “Nikl* Griep” en met de nadere toevoeging “iemen” kwam het gedicht daar inderdaad meteen tevoorschijn:

Iemen
(veur E.P., iemker)

Van ’t eene kerwei geit ’t noar ’t aanner kerwei,
Van ’t koolzoad gauw noar de greide:
Doar bloeide de kloaver soo soet op de klei,
En nou ben wij gasten op d’heide!

’t Geit uut en ién ’t vlieggat, met man en macht;
’t Is soeken en sugen en swaarmen,
Want as er niet waarkt wordt veur ’t noageslacht.
Dan moeten ons volken veraarmen.

As ’t blauw van de lucht over ’t sangen hen bugt,
En de wereld leit welig te fleuren,
Dan weren w’ ons geducht, want dan hemmen w’ onze nucht,
En wij duzeln van reuken en kleuren!

Ons hunnig is blank of goldgeel of bruun
En boordevol krachten veur ’t leven;
Wij swaarven wied weg over dunen en kruun, —
Nee — veur niks wordt die segen niet geven!

Ik zal niet zeggen dat het een wereldgedicht is, maar toch is het zeer bevredigend om het gevonden te hebben. Nu hoop ik nog alleen, dat iemand van de familie Poppema zich bij me meldt, die afweet van de zoekhistorie destijds. Ik ben namelijk ook nog erg benieuwd naar de foto, die bij het gedicht hoorde. Daarop staat de bijenstal van Eduard Poppema.

Alvast zeer bedankt voor uw reactie hier of per mail!

Met dank aan Tonko Ufkes en Bindert Helder voor het mee helpen zoeken.


Een eerbetoon aan Jan Steen

Hoe de Nietapster Jan Steenstraat haar naamgever eert:

Hoog in de hemelen, op de afdeling schilders, subgroep grootmeesters van de Gouden Eeuw, zit iemand sardonisch te lachen.


Gevelsteen markeert herbouw apotheek

Stond vanavond nog wat met H. na te praten in de Raamstraat, vlakbij de Herestraat, toen me deze gevelsteen in het oog sprong. Moet hem natuurlijk wel eens eerder hebben gezien, maar nu pas viel hij me echt op, dankzij het strijklicht.

De steen zal een soort eerste steen zijn geweest. Apotheek Oldeman heropende namelijk niet in 1948, maar op maandag 31 januari 1949 haar deuren op deze plek. Sinds 1932 was ze hier gevestigd geweest, maar bij de Bevrijding was het oude pand in vlammen opgegaan, zodat het bedrijf een paar jaar bij een andere apotheek in moest wonen. Daar kwam een eind aan met de oplevering van het wederopbouwpand dat er nu nog staat, een ontwerp van het architectenbureau Nijhuis & Reker. Destijds werd vooral de verkoopruimte in het pand fraai gevonden – dankzij een groot oppervlak aan glas ving die veel licht.