Middagje fraai en curieus

Moest voor wat foto’s naar het Universiteitsmuseum, waar ik al een hele poos niet meer was geweest. Het betekende een weerzien na zoveel jaar met de ramen van Asperslagh. Diens uil:

En diens haan:

In de zaal een enorme verzameling opgezette beesten. Poolvos:

In een barok naturaliënkabinet deze beknevelde soldaat:

Een stukje erfenis van het volkenkundig museum Gerardus van der Leeuw hing in de vitrine op de kopse kant van de zaal . Masker uit Zaïre:

Masker uit Nigeria:

Weer buiten. Had onderweg gezien dat er een antiek- en rommelmarkt was op de Vismarkt en moest daar natuurlijk wel even kijken. Man bestudeert oude foto:

Eenvoud is het kenmerk van het ware – mooi vormgegeven reclamebord:

Lelijke eend van blik. Mogelijk huisvlijt, gezien het onbeholpen Citroënlogo. Nu ik hem weerzie had ik het karretje wel willen kopen:

Houtbouwdoos, Duits:

Stormaanval der dappere Zouaven, soldaten van de paus – schoolplaat gebruikt in het roomskatholiek  onderwijs:

Medallies, waar mensen ooit een bult voor hebben gedaan. Nu een ongesorteerd hoop rommel waar niemand meer belangstelling voor heeft:

Advertenties

Op visite in het Scholtenhuis

Interieurfoto’s van het optrekje van W.A. Scholtenaan de oostzijde van de Grote Markt, 1918, aangetroffen in een overzichtje van het oeuvre van de Groninger (binnenhuis)architect P.M.A. Huurman:

– Entree woonhuis met licht van boven:

– Hal (met twee soorten marmer aan de muur en een palm die in de mode was):

– Eetkamer gezien naar de schouw met Delftsblauwe tegels:

– Eetkamer, de andere kant op. Het tafelkleed lijkt half versleten, daar waren de bewoners vast aan gehecht:

– Boudoir of kamertije bij de slaapkamer van de vrouw des huizes:


Ornamenten van de villabuurt

Dan woon je veertig, vijftig jaar in Groningen en ben je nog niet in elke straat geweest – zo kwam ik vanochtend voor het eerst van mijn leven langs de Esserlaan, villabuurt Helpman-Zuid.

Aan de rijk belommerde huizen uit de wederopbouwperiode hingen soms aardige ornamenten. Zoals dit trio nobele wilden (Cobra of cliché?):


Dit springende hert:

Een stel bonte watervogels op een muur van terrazzo:

Om de hoek, in de Goeman Borgesiusstraat, nog deze half abstracte sculptuur van cortenstaal:


Burka voor kunst en wetenschap

Deze poster is eergisteren opgehangen onder het Emmaviaduct en blijkt vandaag al door politiek schorum bemaggeld.

Maar eerlijk gezegd snap ik ook niet wat de functie van dit affiche is, behalve dan opvallen om het opvallen. Dames in burka, ook al hebben ze mooie blauwe ogen, behoren gewoonlijk niet tot de fans van kunst en wetenschap. Integendeel, hun kalashnikovmaatjes hebben in Syrië bijvoorbeeld een bekende archeoloog de kop afgehakt en dat zouden ze, als ze hier in Groningen de gelegenheid kregen, ook graag doen met het gros van het RuG-personeel en andere academici en artiesten. Alleen de natuurwetenschappers die gifgassen en biologische wapens kunnen produceren mogen nog even blijven leven, voordat ook zij om zeep worden geholpen als proefpersoon van hun eigen fijne maaksels..

Ik denk dus niet dat kunst en wetenschap hiermee gediend zijn.

Naschrift 21 mei:

Inmiddels is er een hele serie soortgelijke affiches voor hetzelfde doel, maar met steeds andere mensen naast de burka geplakt, als om deze te relativeren..


Goena-goena in mijn gang

Op de zolder van die boerderij in Tinallinge lag een vrachtje bijenboeken en vooral -tijdschriften die ik wel mocht hebben. Ze waren er achtergelaten door de vorige bewoner, die bijen hield.

De oudere tijdschriften, deels van ver voor de oorlog, zijn ingebonden en voorzien van een ex libris van ene H.C Mansveld. Erg mooi kan ik het stukje grafiek niet vinden, mij teveel vage floep, maar ik vond het wel enigszins intrigerend. Er staat een boekenkast op waar een paar kloeke delen voor liggen met op de rug de naam van de spirituele veelschrijver dr. L.A. Rademaker, kennelijk het geestelijk kompas waarop Mansveld voer. Verder toont het ex libris een paar bijen, veel kristallen, een notenbalk met de eerste tonen van een mij onbekend muziekstuk, naast enkele hippie-achtige motieven die je ongetwijfeld in kleur had moeten zien.

Wie was deze Mansveld? Delpher is mijn vriend. Volgens enkele kranten uit de jaren 1927-1930 betrof het een artistiek spiritist uit Den Haag. Hoewel hij nooit eerder aan schilderkunst had gedaan en ook niets van artistieke technieken afwist, maakte hij als medium in trance tekeningen en schilderijen naar de hand van overleden meesters als Jacob Maris, Anton Mauve en Fantin Latour. Met de laatste verstond hij zich in het Frans, een taal die hij nooit geleerd had. Volgens de spiritistische vereniging die een tentoonstelling met Mansvelds werk organiseerde, gaf het “stoffelijk bewijzen van een voortbestaan na de dood”. Ook deed Mansveld als kleine zelfstandige aan “geestesfotografie” en “direct handschrift”. Later schijnt hij zich op vertalen te hebben toegelegd. Zo kwam er in 1951 een bijenboek uit, dat Mansveld uit het Duits overgezet had.

Een spiritistisch medium heeft dus met eigen speeksel die ex librissen op en in die ingebonden bijentijdschriften geplakt. Gelukkig liggen ze nog veilig in de gang. Zal even extra gespitst zijn op onverklaarbare hocus pocus en andere goena-goena, vannacht.


De uil als zinnebeeld in onze vaderlandse Renaissance

Vandaag staan wij een wijle stil bij de verschillende aspecten van de uil in de prentkunst van de Nederlandse Renaissance.

Destijds reeds, werd de uil bezien in verschillende gedaanten.

Allereerst was het ook toen al een bijster wijs dier, anders zou het immers nooit in een studeerkamer geportretteerd zijn:

Uil, schrijvend aan lessenaar, ca. 1580. Collectie onbekend.

Zijn weinige, maar intensief gelezen boeken staan echter met hun gesloten krappen nogal onpraktisch op de plank: je kunt de titels op hun ruggen niet lezen, omdat die ruggen naar de wand gekeerd zijn. Uiteraard is het nacht, getuige de klok en het pikkeduister achter het venster. De uil krabbelt in zijn foliant geheime symbolen op, in dit geval dat voor Mars, nu meer bekend als het mannenteken. Deze kamergeleerde houdt zich onledig met oorlog, of in elk geval iets polemisch, zo lijkt het.

Een wat fijnere prent van bijna een halve eeuw later toont nog steeds die uil, bij nacht en ontij bezig met het vergaren van wijsheid en kennis:

Cornelis Bloemaert (II) naar Hendrick Bloemaert, Uil met bril en boeken, ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.

Alleen is diens educatieve missie tot mislukken gedoemd. Het boek dat hem tot profijt moet strekken blijft gesloten en dicht – “Wat baet kaars off bril, als den uul niet sien en wil?” Als iemand er niet voor open staat, is iedere wetenschapsvoorlichting bij voorbaat kansloos.

Een geheel andere gedaante die de vaderlandse Renaissance-uil aanneemt, is die van de pelgrim:

Pieter van der Heyden, Vastenavond (detail) 1567. Collectie Rijksmuseum.

Hierboven zien we een dergelijke uil als beeldcitaat op een Vastenavondprent uit 1567. De inventor van de geciteerde houtsnede was Jeroen Bosch. Diens uil stapt, beladen met zonde en onreinheid, van het duister in het klare daglicht en gaat met bedelstaf en schelpenhoed op naar Santiago de Compostella om penitentie voor zijn zonden te doen. Het is dus eigenlijk een deugmens, of althans: dat wil hij worden. En om te laten zien dat het hem menens is doet hij de lange wandeling op slechts één been, zodat hij dubbel zo lang onderweg is.

Een soortgelijke uil staat op een ingekleurde gravure:

Monogrammist MH (graveur), Uil uitgedost als pelgrim, ca. 1500-1549. Collectie Rijksmuseum.


Uilen in de Stad

Bij het Emmaplein:

Bij het Kasteel aan de Kraneweg:

Bij het Harmonieplein:

Bij het Akerkhof noordzijde: