Het plakkertje

N. stuurde me wat foto’s op van een prent met de vraag of ik de maker van die prent thuis kon brengen. Haar grootvader had de prent ooit gekocht in Groningen. Helaas zei de signatuur mij niets, bij het natrekken bleek dat er niet iemand met die naam in Groningen had gewoond, laat staan er als kunstenaar had gewerkt.

De prent, zei N., zat nog in de originele lijst achter het originele glas. Achterop het steunkarton had de kunsthandel die de prent verkocht, “Eduard AA”, een plakkertje gehecht in de vorm van een schilderspalet. Dergelijke stickertjes bevestigden boekhandels vroeger op de binnenkant van boekomslagen. Maar die plakkers waren gewoonlijk vierkant of rechthoekig, terwijl er hier een artistieke vorm aan was gegeven.

De naam van de kunsthandel deed me wat gemaakt en schimmig aan met die dubbele hoofdletter AA. Waren het voorletters? Maar waarom stonden ze dan achteraan de naam? En dat Eduard kon natuurlijk net zo goed een voornaam zijn en geen familienaam, zoals je eerst misschien denkt. Ook deze naam kwam niet voor in AlleGroningers. Dat AA met dubbele hoofdletters deed me denken aan een oudoom van me die zijn autoglasbedrijf in Flynt , Michigan, AA Carglass had genoemd om vooraan het rijtje concurrenten in een adresboek of telefoongids te komen. Maar in een analoog geval zou Eduard toch achter de A’s moeten komen?

Kunsthandel Eduard AA bevond zich volgens het plakkertje op de hoek van de Herestraat en het Zuiderdiep, de meeste Groningers nu nog wel bekend van sigarenzaak Homan. Dit was een A-locatie in de Stad – alle treinreizigers kwamen er nog langs op weg naar de winkelstraten en café’s in de binnenstad of de bushaltes even verderop aan Zuiderdiep en Damsterdiep.  Op zo’n plek moest je flink omzet draaien om de huur op te kunnen brengen, ook vroeger al.

Getuige advertenties, vooral in het Nieuwsblad van het Noorden, had  kunsthandel Eduard Aa op die lokatie slechts bestaan van mei 1925 tot eind april 1928. Gaandeweg verbreedde de eigenaar, Eduard Aa, in die drie jaar zijn assortiment met lijsten, aardewerk en porselein. Met zijn core business, de verkoop van kunst, leek het dus niet al te best te gaan. Typerend is dat Aa in zijn advertenties mikte op trouwende stelletjes die een uitzet bij elkaar moesten kopen. Vaak had de winkel ook aanbiedingen en uitverkopen. Een en ander doet wat goedkoop aan – als kunsthandelaar bediende Aa waarschijnlijk het laagste marktsegment. In april 1928 vertrokken hij en zijn vrouw naar elders, waarbij zowel Amsterdam als het buitenland als bestemming werden genoemd.

Op zoek naar de echte naam van de kunsthandelaar, bekijk ik het dossiertje van het Handelsregister dat Kunsthandel Eduard Aa ons naliet en dat over dezelfde periode loopt als de advertenties. Hij bleek eigenlijk Eliazer Aa te heten, “zich noemende Eduard”. Kennelijk ging het om een seculiere, geassimileerde jood. Hij had de Nederlandse nationaliteit, was op 11 februari 1898 geboren in Amsterdam en getrouwd buiten gemeenschap van goederen. Met zijn vrouw woonde hij in Groningen op het winkeladres, dus Herestraat 80. Op 23 april 1928 schreef hij zijn zaak uit bij de Kamer van Koophandel, wegens de verplaatsing ervan naar het Gevers Deynootplein in Scheveningen, vlakbij de pier.

Het artistieke plakkertje dateert dus uit de periode 1925-1928. Gewapend met de echte naam, leveren WieWasWie en wat bijkomende websites vervolgens een beeld op van de eerdere en verdere lotgevallen van Eliazer/Eduard Aa en de zijnen. Eliazer bleek de zoon van Abraham Aa, een slager en rabbinale toezichthouder bij het ritueel slachten. In 1918, bij de loting voor de militaire dienstplicht, woonde Eliazer nog steeds in Amsterdam. Hij trouwde er eind sept 1924 – dus vlak voor de verhuizing naar Groningen – met de diamantbewerkersdochter Emma Breslau. De huwelijksakte geeft zijn beroep nog op als lijstenmaker. Pas na hun vertrek uit Groningen kreeg het paar twee (levenvatbare) kinderen, namelijk een dochter Elisabeth (1929) en een zoon Marcel (1931). Beide voornamen wijzen weer op een geseculariseerd en geassimileerd joods milieu.

Eliazer of Eduard stond later, nadat hij en zijn gezin vanuit Den Haag weer waren verhuisd naar Amsterdam, te boek als handelsreiziger en kruidenier. Het laatst bekende woonadres van het gezin Aa was Transvaalstraat 57 te Amsterdam. In 1943 is het hele gezin weggevoerd naar Sobibor, waar het op 9 juli meteen na aankomst is vergast.

Toen eind januari dit jaar in Westerbork de namen van alle 102.000 uit Nederland weggevoerde en vermoorde joden en zigeuners in alfabetische volgorde werden voorgelezen, behoorden die van Eliazer Aa en enkele van zijn familieleden tot de allereerste.


Stadspromotie uit het Interbellum

Bij mijn zoektocht van de week naar een affiche van Schlette kwam ik ook langs diverse VVV-affiches uit het Interbellum.

De Martinitoren vormde kennelijk een onontkoombaar icoon. Vooroorlogs stadsgezicht met aan de voet van de toren onder andere de Toelast en de Hoofdwacht. De drukker was N. Hindriks & Zoon, een bedrijf dat van  1909 rot 1937 bestond, maar vooral in de jaren 1910-1915 aan de weg timmerde met wandplaten, stadsplattegronden enz.:

Een enorm evenement was in 1930 de historische verkeersoptocht, georganiseerd door een andere VVV, namelijk de Vereeniging voor Volksvermaken:

Een handvol jaren later was er een beurs in de Harmonie aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat. Het bedrijfsleven zette Groningen in zonnegloed, maar of iedereen zo’n architectonisch ensemble in het echt kon waarderen?:

Wie Groningen niet kent, kent Nederland niet‘ was een VVV-campagne die maar liefst twintig jaar heeft gelopen, vanaf 1933. Veel geholpen heeft het niet, maar dit experimentele, scheve affiche zal vast wel spraakmakend geweest zijn:


Bioscoopaffiche, gedrukt door H.N. Werkman

Op zoek naar een bekend affiche van de graficus en valsemunter Schlette, over wie het komende Historisch Jaarboek Groningen een mooi artikel van Alina en Margriet Dijk bevat, kwam ik langs dit bioscoopaffiche, met een programma dat liep van 23 tot 26 september. Maar van welk jaar, is dan natuurlijk de vraag.

Het bleek 1910. Het Bioscope Theater aan de Guldenstraat bestond van 1908 tot 1912. E. Wulff was er tussen september 1910 en mei 1911 de directeur van. en exact hetzelfde programma stond op 24 september 1910 als advertentie in het Nieuwsblad van het Noorden:

Vertoond werden een actueel beeldverslag, wat korte speelfilms, zowaar een vroege kleurenfilm van Italiaanse makelij (De Tyran van Jeruzalem) en een doumentaire over de destijds inderdaad indrukwekkende Italiaanse artillerie. Zo’n programma duurde misschien een uur en revolveerde ettelijke keren per dag: je kon er op elk gewenst moment binnenstappen. Zo werkte de Luxor aan de Herestraat midden jaren 60 nog steeds, tenminste overdag, zo herinner ik me van mijn allereerste bibliotheekbezoek (nog onder begeleiding).

Om op dat affiche terug te komen, het werd gedrukt door Hendrik Nicolaas Werkman, die indertijd zijn drukkerij nog had op het adres Peperstraat 5.

Werkman kennen we nu door zijn kunst, maar daarmee begon hij toen hij een poos weinig of geen opdrachten voor handelsdrukwerk had en noodgedwongen duimen zat te draaien.

Aansprekend aan het bioscoopaffiche is vooral de figuur van de soldaat achter de schutting. Die staat wel heel ver weg van Werkmans latere beeldtaal. Maar waarschijnlijk heeft Werkman juist dit kleurige deel van het affiche niet gedrukt, en betreft het een passepartout,  waarvan de bioscoop afgepaste stapels aanleverde, en waaraan Werkman slechts het actuele programma hoefde toe te voegen:


Dikke dogge

Aasje oet station van Hazzen kommen, stait doar een haile dikke hond op wacht. Ain richtige helhond! Nont zwoait nait vrundlik mit steert zoas ome Loeks zien peerd veur ’t station van Grunnen dat döt. Hai het ook aignlieks niks op mit Grunnegers, ken’k joe vertellen:

Mie luit e doodmakkelk pazzeren omdat ik mit mien paspoort ’n jeugd op Drenthe antonen kon. Moar wees woarschaauwd: gewoonlieks luit e gain enkelde Grunneger deur. Zölfs gain lutje potje of beudel! Votdoalik as e doar de lucht van ien neuze krigt, springt e der bovenop en den is ’t hap, sloek, vot, inains deur zien monsterachtige moele. Den binje haailendaal verzwonnen veurdat je ’t waiten! En gainaine dei wait woar je bleven bin’n. Aldertreurigst ist, ook veur de femilie!

‘k Zol der moar baange veur wezen, hè?! Ik heb joe woarschaauwd en woarschaauwd mins telt veur tweie. Laiver Blojan den Dojan. Pas op hur, woart joe veur dei hond!


Ploeg Hotspot

Eerste Drift bij de Spilsluizen

DSC04233 (2)

Naschrift:
Werd er op gewezen dat Johan Dijkstra op Eerste Drift 3A woonde en niet Jan Wiegers. Opgezocht in Adresboek van 1961 en dat bleek te kloppen.


Zwamkunst

Was al een paar keer langs het paadje in het Stadspark gekomen en merkte opeens iets nieuws en vreemds op: fraaie zwammen op een dode boom:

Ze waren me iets te mooi verspreid over de bast, ze leken gearrangeerd. De zwammen op zich waren me ook wat al te mooi, er was niets dat ze op natuurlijke wijze degradeerde, hetgeen de gedachte deed postvatten dat het om kunst ging, menselijke moedwil.

Bij een nieuwe passage maar even de proef op de som genomen. Hoewel er vrij veel doornachtig struweel voor de boom lag, viel de boom via een omtrekkende beweging nog wel te benaderen. Ik zette mijn duimnagel op zo’n zwam en drukte – de zwam bleek onnatuurlijk hard. Ik keek onder de zwammen, waar iemand ze bleek te hebben voorzien van houten zooltjes. Deze leken bevestigd met kleine spijkertjes.

Het was dus kunst.

Zwamkunst!

(Maar de reacties stellen mij in het ongelijk.)


Graffiti uiteind Viaductstraat

Gezien aan het westelijke uiteind van de Viaductstraat, op de bouwschutting die het kaalgeslagen terrein van de afgebroken postflat omgeeft:

Eekhoorn tegen berk of abeel:
DSC03500 ipv 6
Wat meer omgeving erbij:
DSC03501 was 5
De timmerman Jan Boerenfluitjes:
DSC03502
Namedropping:
DSC03507 ipv 497


Een slang aan de Peizerweg

DSC03111 graffiti Peizerweg

Dat wil zeggen: graffiti op een loods die te vinden is op het Suikerfabrieksterrein, maar die alleen zichtbaar vanaf de Peizerweg.

 


Medicijnenafhaalautomaat

Al een tijdje hangen bij een apotheek aan het Hoendiep twee automaten met stripachtige tekeningetjes, die me in het voorbijgaan zeer intrigeerden. De automaten blijken te dienen voor het 24/7 kunnen afhalen van medicijnen zonder dat je binnen bij de apotheekbalie hoeft te zijn – het gaat dan bijvoorbeeld om anticonceptiepillen. De prachtige tekeningetjes, van niemand minder dan Joost Swarte, leggen uit hoe het globaal werkt:


Hoe de evacués uit Roermond werden opgevangen in Stadskanaal

In een cahier met de getekende oorlogsdagboeken van landschapsarchitect Geke Hollema (1919-1991) zit een soort strip opgevouwen, over de opvang van Roermondse evacué’s in Stadskanaal, op 26 en 27 januari 1945. Hollema was daarbij, waarschijnlijk als chauffeur van een ploeg verpleegsters uit Veendam. Hier volgt zijn strip:


De ploeg moest urenlang blauwbekken voordat het vervoer naar Stadskanaal arriveerde:

De 600 Roermondenaren deden de reis per goederentrein, destijds een hachelijke onderneming met alle geallieerde jachtvliegtuigen in de lucht. Het uitladen van 600 Roermondenaren in Stadskanaal, die avond, bij 18 graden vorst:

De Veendammer verpleegsters konden meteen aan de slag met het ontdooien van voeten en het verzorgen van vrieswondjes:

Een auto voor de aanvoer van opgerolde slaapmatjes (?) weigerde dienst op de gladde weg:

Dus sliep de ploeg uit Veendam op stro:

De volgende ochtend maakte de ploeg een ontbijt voor de geëvacuueerden, en verschoonde ze baby’s:

Met de auto ging het weer op huis aan:

Zoef:

Bron


Heldenslag

Groningen heeft eindelijk een heldenstandbeeld. Niet zo’n miezerig borstbeeldje als van Rabenhaupt, Guyot of majoor Thomson, nee, een larger than live hero, die van zins lijkt het gele steenhuis te bestormen:

De naam van onze held is nog onbekend. Het Centrum voor Beeldende Kunst (zeg maar de kunstuitleen) heeft hem op een sokkel neergezet als vaandeldrager voor Eurosonic/Noorderslag:

Van voren vind ik hem een beetje eng:

Op een steenworp afstand maakt het verhuisde en omgedoopte Stripmuseum goede sier met een andere held – Spiderman:

Dat wordt nog dikke knokkerij, jongens.


Willemens kijk op jonge boeren

De politiek tekenaar Kees Willemen werkt aan een boek, gebaseerd op vier jaargangen ‘De winkelhaak‘, sinds 2015 zijn dagelijks weblog op Facebook over natuur, landbouw en plattelandsleven. Wie niet op Facebook zit, kan zolang het schrijfproces duurt, dagelijks een verse cartoon van Kees in zijn mailbox ontvangen. Dit is de zending van vandaag.


Graffiti Van Iddekingeweg

Voor mij nieuwe graffiti onder het Van Iddekinge-viaduct.

SF-monster:

Schildpad met spuitbussenschild:

Hond met kluif:

Disney-geïnspireerd:

Die van het meisje is blijven staan.


‘Fog everywhere’

Fog everywhere. Fog up the river, where it flows among green aits and meadows; fog down the river, where it rolls defiled among the tiers of shipping and the waterside pollutions of a great (and dirty) city. Fog on the Essex marshes, fog on the Kentish heights. Fog creeping into the cabooses of collier-brigs; fog lying out on the yards, and hovering in the rigging of great ships; fog drooping on the gunwales of barges and small boats. Fog in the eyes and throats of ancient Greenwich pensioners, wheezing by the firesides of their wards; fog in the stem and bowl of the afternoon pipe of the wrathful skipper, down in his close cabin; fog cruelly pinching the toes and fingers of his shivering little aprentice boy on deck. Chance people on the bridges peeping over the parapets into a nether sky of fog, with fog all round them, as if they were up in a balloon, and hanging in the misty clouds.

Charles Dickens, Bleak House, chapter 1.

Voorgelezen met beeld dat het woord onvoldoende recht doet.


Peerdjes op torens

Net als de peerdjes in de achtergevels van Groninger boerderijen zijn de peerdjes als windvanen allemaal verschillend en daarmee waarschijnlijk het fabrikaat van lokale smeden:

Trof deze aan in de beeldbank van de RCE. Het betreft een vrij recente calque van een Monumentenzorgtekenaar. Te zien zijn op de bovenste rij de windvanen van de hervormde kerken in Scheemda en Noordhorn, op de tweede rij die van de toren in Beerta en de Martinitoren in Stad, op de derde rij die van de Fraeylemaborg en de Winschoter kerktoren, op de vierde rij die van de toren in Finsterwolde en Openluchtmuseum ’t Hoogeland in Warffum en helemaal onderaan die van de Bellingwolder toren.