Langcat en de kleine kwaliteit van de gebouwde omgeving


Bij het doornemen van een serie reclamevergunningen van de voormalige gemeente Hoogkerk kwam dit briefhoofd voorbij. De vormgeving doet voor 1959 wat gedateerd aan, maar het betreft toch echt de fabriek van Langcat in Bussum. Dat bedrijf is bekend als producent van emaille reclameborden, maar ze maken ook straatnaamborden, monumentenschildjes, peilschalen, uithangborden en gevelplaten, zo leert hun website, want ze bestaan nog steeds.

Langcat ontstond in 1930 als fusiebedrijf, begrijp ik, en het is een paar maal verhuisd. Hopelijk hebben ze niets van hun archief weggegooid, want de grafisch en reclametechnisch vaak sterke borden van Langcat bepaalden met hun kleur en glans zo tussen 1920 en 1960, 1970 in belangrijke mate de kleine kwaliteit van de gebouwde omgeving. Verzamelaars betalen er nu op veilingsites hoge prijzen voor. Natuurlijk is er een nostalgisch motief, maar zonder die kwaliteit zou men er geheid minder voor neerleggen.

Vond nog een ongedateerde foto van de showroom van Langcat:

Het is een soort Mauritshuis van de emaille reclameborden. Dat van mijn opa zie ik er ook tussen hangen (rechts). Stel je voor dat je zo’n toonkamer kunt reproduceren op een tentoonstelling. Daar trek je horden mensen mee.


Werkloze schipper ventte met liedjes

RHC Groninger Archieven 1774-3992.

Kwam vandaag bij toeval dit liedvel tegen. Het werd getuige spelling en inhoud in de crisistijd voor de oorlog langs de deuren gebracht en/of door brievenbussen gegooid door een werkloze schipper. Als oudste zoon moest hij zijn moeder en haar jongere kinderen van een uitkerinkje onderhouden en dat schamele inkomen probeerde hij op deze manier wat aan te vullen. Helaas is onbekend of de maakster van het gedicht, de weduwe Haaima, ’s mans moeder was dan wel een dichteres op bestelling. Er zijn geen andere voorbeelden van haar poëzie bekend. Onder de dertien getrouwde mannen met de naam Haaima die Alle Groningers geeft, ontbreekt een schipper. Haaima was een familie van vrijwel alleen landarbeiders in het westen van de provincie.


Bevrijding


Misschien wel wat te optimistisch over de mate van ons verzet, dit poeem in de Groninger Oranjebode van 21 april 1945, maar het eerbetoon aan de Canadezen was er niet minder welgemeend om. Hier de wijs volgens de Highlanders.


Hoogtepunten uit een collectie foto’s van bovenlichten of snijramen

Ik vertelde zaterdag al dat ik een verzameling foto’s van bovenlichten door mocht kijken. Deze zwaan sprak me het meest aan, niet alleen omdat het een fraaie uitwerking van een bekend symbool (voor Luther) en beeldmerk van talrijke ondernemingen was, maar ook omdat hij me meer in het bijzonder doet denken aan een Groninger uithangbord, dat zich reconstrueren liet aan de hand van een misdruk tabakszak:
Er stond geen notitie achterop deze foto, maar volgens de website over bovenlichten- en snijramen van Ben Veldstra, bevindt de uitgebeelde zwaan zich nog steeds in Vianen. (doorscrollen naar onderaan de pagina).

Deze is er ook nog steeds, aan de Groenmarkt 13 in Middelburg:
De twee zeemeerminnen houden het wapen van de stad, zeg maar een steenhuis, overeind. Meestal gebeurt dat door een eenkoppige arend. De vormgeving is overigens niet oud, gezien de zeemeerminnenlijven. Ik vermoed dat het een remake is van een veel ouder, ontoonbaar geworden snijraam.

Ook niet oud, want uit 1957, was het volgende snijraam, helaas achter glas toen het gefotografeerd werd. Hoewel het lijkt te reageren op de vorige, markeerde het een adres in een heel andere stad, namelijk Waldeck Pyrmontkade 34 in Den Haag. Op dat adres zit nu een APK-keuringsstation. Het komische snijwerk met het dansende paar rond de toren blijkt daar verdwenen, het ontbreekt ook in de verzameling van Veldstra:

Tot slot nog iets wat meer lijkt op een draadplastiek dan op een snijraam. We zijn terug in Middelburg, en wel op de Korte Brug 1. Daar hangt nog steeds Goede Reede:


Een zwaluw bij de Museumbrug

Dat is geen olijftak, daar in d’r snavel. Die ziet er anders uit en gaat vaak gepaard met duif. Een zwaluw met een olijftak is een zeldzaamheid.


Bever in de stad

Dacht alle gevelstenen en aanverwante ornamenten van de stad wel zo’n beetje te kennen, maar Edward Houting wees me in zijn lezing bij de Groninger Archieven, vorige week, toch nog op enkele die ik deerlijk gemist had, zoals de Bever:

Prachtig stuk, waarvan ik me nu afvraag hoe ik het ooit ‘over het hoofd’ kan hebben gezien. In de Sint Jansstraat, waar je vanaf de Grote Markt fietsend met een lekker vaartje de stoplichten nadert, kijk ik blijkbaar niet zo gauw omhoog en zeker niet bij de nieuwbouw van het provinciehuis. Want daarin bevindt de sculptuur  zich, boven de fietsenstalling van de ambtenaren:

Het beeld is in 1964 gemaakt door Joop Roosenburg, een Hagenees die nota bene in het uiterste zuiden van Nederland, in Eijsden onder Maastricht, woonde en werkte. Het stond oorspronkelijk voor de Dienst der Provinciale Waterstaat, die vroeger op deze locatie gevestigd was. Zoals wij allen in de Fabeltjeskrant hebben kunnen lezen zijn bevers bijzonder nijvere beesten, die dag en nacht met behulp van hun onafscheidelijke waterpomp-, nijp- of combinatietang in de weer zijn om waterstanden te reguleren. Een ambtenaar van de provinciale waterstaat had daar veel van weg.  Vandaar.


Raam met gebrandschilderd glas, ooit geplaatst uit naam van weduwe smid uit Bedum

Waar dit raam met gebrandschilderde ruitjes zich tegenwoordig bevindt, is onbekend. Het zat ooit in de collectie van een tandarts De Maar te Den Haag, welke verzameling in 1996 (deels) onder de hamer kwam.

Een stel correspondenten en ik zouden graag wat meer willen weten over het raam. Allereerst is er een probleem met de transcriptie van de tekst. Deze is zo te lezen:

“Remcke Gerrits die Weduwe van Salighe Jan Nannincks In Sijn Leven Smit tot bedum Anno 1648”

Maar dan blijft er twijfel knagen over de achternaam van de smid. Het zou dus ook Hanninck of Hamminck kunnen zijn. Alle drie de namen komen voor in het Groningerland van de zeventiende eeuw, al moet je de c soms wegdenken (dat de uitgang -in[c]k ook wel ing werd, spreekt vanzelf).

Indien het Hamminck is, zou het kunnen gaan om de Jan [van] Hamminck, die volgens zijn inventaris uit 1648 een huis genaamd Het Wapen van Amsterdam in Groningen bewoonde. Dat huis moet een zekere standing gehad hebben, want er zat nog een “zaal” in, een hoog vertrek met een representatieve functie. In die zaal bevond zich een eiken ingelegde tafel, ook bepaald geen meubelstuk dat iedereen bezat.

Dan de oorspronkelijke lokatie van het raam. Dergelijke gebrandschilderde glazen kwamen zeker voor in particuliere huizen, maar ze werden ook nogal eens geschonken aan kerken of liefdadige instellingen. De vraag is dan in wat voor bouwwerk dit stuk kan hebben gezeten.

Allereerst zal de glazenmaker die het maakte vermoedelijk niet in Bedum hebben gewoond, maar in de stad Groningen. Wie deze maker was, zal wel voor altijd onbekend blijven, maar van dergelijke drieslag-bovenlichten heeft het Groninger Museum enkele latere voorbeelden in zijn collectie.

Qua plaatsing van het raam denk ik aan een gasthuis. Het lijkt op een bovenlicht van een deur. Heeft de smidsweduwe misschien een verbouwinkje in een gasthuis bekostigd, of een nieuw portaal?

Als dat gasthuis zich in de stad Groningen bevond, dan zou je dat moeten kunnen nagaan in de rekeningen van de gasthuizen, zowel aanwezig in de archieven van die instellingen zelf als dat van het stadsbestuur. Voor de onderzoeker is het dan vervelend dat er nogal wat van die gasthuizen zijn geweest, maar de zoekprocedure is te verkorten door eerst achterin de gasthuisrekeningen van 1647-1649 bij de bewonerslijsten te kijken. In die rekeningen kom je in elk geval dezelfde soort calligrafie tegen als op het raam.

Met dank aan Sneuper Dokkum.

Bijkomende bronnen:

  • Johan de Haan, Hier ziet men uit Paleizen (diss. Nijmegen 2005) 142 en noot 482 op p. 526.
  • RHC Groninger Archieven, rechterlijke archieven III (stad) oude orde J deel 2, folio 225.