Mariska Veres in de Badstratenbuurt

(Kleine Badstraat.)

Advertenties

Museum langs de weg (2)

Was bijna thuis van mijn rondje Zuidlaren gister, toen ik bij het Transferium Hoogkerk muziek hoorde komen uit de richting van het Van der Valkhotel. Ik zag er een oude vrachtwagen staan:

Toen ik wat beter keek, bleken er zelfs meerdere oude vrachtwagens geparkeerd:

Met erachter hele rijen oldtimer ‘luxe auto’s’:

Het betrof een toogdag van dezelfde oldtimerclub, die ik acht jaar geleden eens in Donderen zag, de Historische Automobiel Vereniging Nederland, district Noord. Ik heb er dit keer maar de wagens uitgepikt, die ik in mijn jeugd nog zag rondrijden.

Dodge:

In zo’n Bentley reed mijn oudoom Klaas, eind jaren 60:

Pontiac:

DAF, het merk van mijn oudtante Annie, die ermee in de Drentse Hoofdvaart belandde, waarbij haar bontjas haar redde:

Ford pickup:

Cadillac (met dank aan Hendrika) en Citroën busje:

Opel – met zo eentje werden we, dacht ik, door een lokale aannemer naar het zeilkamp in IJlst gebracht in 1968:

Buick:

Nog een Buick:

Dodge:

Het logo van Dodge, met een Davidster:

En de steenbok voorop de motorkap:

En ach, kijk nou toch, de Ford Anglia van mijn opa

Hier nog eens van opzij:

De club was inmiddels aan het dineren, zodat er geen mensen meer in beeld liepen:

Plymouth:

De eigenaar van de laatste kwam zo te zien uit Friesland:


Hoe monumentaal steenhouwerswerk in Scheemda naar de verdommenis gaat

Voor wat foto’s bij een artikel over de begraafplaatsenenquête van 1808, bezocht ik gistermiddag zes Oldambtster kerkhoven, namelijk die van Noordbroek, Zuidbroek, Scheemda, Midwolda, Finsterwolde en Beerta. Op dat van Scheemda kan je door de bank genomen de oudste en meest monumentale grafstenen vinden. Maar nergens ook, is de verwaarlozing groter. Men laat er prachtig steenhouwerswerk uit de zeventiende en achttiende eeuw doodgemoedereerd verkommeren. Je kunt daar je schouders over ophalen en zeggen dat het nu eenmaal zo gaat. Het is ergens nog wel romantisch ook. Maar van de aanleiding voor die romantiek blijft straks niets meer over. En dat is ook: gewoon doodzonde.


24 Groninger familiewapens

Op zoek naar iets anders, stuitte ik vandaag op een boekje met Groninger familiewapens. Het betreft een handschrift, waarin die wapens op charmant naïeve manier getekend en ingekleurd zijn en getuige de ex libris voorin was het ooit in bezit van A. (Dolf) Pathuis, de genealoog en heraldicus die tevens hoofdarchivist was van het gewezen Rijksarchief aan de Sint Jansstraat. De datering van het werkje is wat moeilijk, het zou van iets voor 1800 kunnen zijn, maar ook van veel later. De 24 mooiste wapens heb ik eruit gepikt en een beetje opgepept:

AEbinga sive Humalda – een eenhoorn op een wankel schuitje:

Canter – onderin drie gekroonde Jacobsschelpen (denk ik), weer zo’n teken dat Sint Jacob niet onbekend was in de stad:

Gockinga, adelaar met voetboog:

Piccardt – roofvogelpoot:

Coenders – opspringende sikkebokken:

Ripperda – de met zijn zwaard rondzwaaiende ruiter (bekend van Oosterwijtwerd);

Siccama – drie eikels bovenin en een soort van tang of schaar onderin:

Sichterman – het lijkt een biddend paard, maar het is een eekhoorn die een eikel oppeuzelt:

Laman – de arm met het zwaard lijkt uit de grond te komen, en doet daarmee denken aan de radijs van 1672, maar volgens Redmer Alma’s wapenlijst komt dat zwaard uit de wolken:

De bekende boomstronk met wortels van de familie De Mepsche die op dit weblog al meermalen gesignaleerd werd:

Van Ham – twee zwarte balken met Kwik, Kwek en Kwak:

Busch – postduif met een strik om de hals:

(Van) Bolhuis – links een adelaar? en rechts een gans?:

Emmen – toefje rogge, vijf ruiten en een versleuteld hart dat ik erg mooi vind:

Crans – opnieuw een eenhoorn, nu bij een oranjeboom zonder appelsienen:

Drie paar eikels op het wapen van Trip;

Sibinga’s wildeman:

Nauta – twee opspringende sikkebokken tegen een oranjeboom met appelsienen:

Beckeringh – rustende bijl tegen oranjeboom zonder appelsienen, de laatst overgeblevene in een laantje van drie:

Wichers – drie appelsienen:

Vrouwe Justitia op het wapen van de familie Winsemius:

Wolthers – het Lam Gods (of agnus dei) met zijn kruis en vaan:

Lintelo – net als bij Van Ham twee zwarte balken met Kwik, Kwek en Kwak, al staan die nu bovenop de bovenste balk. Bovendien is het achtergrondkleurtje hier anders (geel in plaats van wit):

Hé kijk, daar hebben we de varkentjes van Sijlman weer.  En dit keer liggen er inderdaad eikels onder hun boom:


‘Voor mij hoeft er geen boom gekapt’

Portret van de Groninger tuinarchitect Klaas Noordhuis door de Amsterdamse “videograaf” Gosse Bouma. Noordhuis is ongeneeslijk ziek en reflecteert op het landhuis Oosterhouw te Leens (waar hij met de dichter C.O Jellema woonde) en op Amsterdam, waar hij een poos geleden heen verhuisd is:

Intussen woont er een Amsterdammer op Oosterhouw >>>


Lucebert – Vrede is eten met muziek

Was van de week even op bezoek in het H.N. Werkman Stadslyceum aan de Nieuwe Sint-Jansstraat. Grote verrassing: hier hangt in een soort van studielokaal/kantine het werk ‘Vrede is eten met muziek’ van Lucebert. Eerder hing dit schilderij (uit 1985, acryl op multiplex panelen) in de kantine van een schoolgebouw aan de Melisseweg. Toen dat gesloopt werd, zamelden oud-docenten van de school geld in voor een broodnodige, maar zeer geslaagde restauratie van Luceberts werk. Daarna hing dat even in het Groninger Museum en vorig jaar kreeg het een nieuwe permanente plek hier aan de Nieuwe Sint-Jansstraat:


Eigenlijk is het een drieluik. Op het middendeel staat een orkestje te spelen. De sax heeft uitstraling, de gitarist swingt alle kanten op en de drummer is zeer dynamisch:

Het gezelschap links, met een innig verstrengeld stel:

Het gezelschap rechts. Let op de komkommerbespeler, het mannetje dat om de hoek komt klieren en de kat met de twee muizen:

Er zitten fantastische details in dit werk, zoals deze hond met kluif:

Er hoort een allesbehalve hermetisch gedicht bij waarin Lucebert ons voorhoudt waarom het het gezamenlijk eten en drinken met een vrolijke deuntje erbij goed is:

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elk hapje minstens vijftienmaal kauwt
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik .

Vrede is goed eten met goede muziek.
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten –
Dan is marsmuziek net zo besmet
Als bedorven voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten,
Want dansen is geen vechten.
Wie danst houdt rekening met andere dansers,
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert, maar die deelt
Met de overigen de disgenoten.

In het oorspronkelijke paneel met dit gedicht zat een foutje. In het woord spijsvertering ontbrak namelijk de s. Die is er met behulp van een fotobewerkingsprogramma alsnog in geplaatst, op zo’n manier dat de verbetering kenbaar blijft:

Weblog over de actie voor behoud en restauratie van Luceberts werk.


Langcat en de kleine kwaliteit van de gebouwde omgeving


Bij het doornemen van een serie reclamevergunningen van de voormalige gemeente Hoogkerk kwam dit briefhoofd voorbij. De vormgeving doet voor 1959 wat gedateerd aan, maar het betreft toch echt de fabriek van Langcat in Bussum. Dat bedrijf is bekend als producent van emaille reclameborden, maar ze maken ook straatnaamborden, monumentenschildjes, peilschalen, uithangborden en gevelplaten, zo leert hun website, want ze bestaan nog steeds.

Langcat ontstond in 1930 als fusiebedrijf, begrijp ik, en het is een paar maal verhuisd. Hopelijk hebben ze niets van hun archief weggegooid, want de grafisch en reclametechnisch vaak sterke borden van Langcat bepaalden met hun kleur en glans zo tussen 1920 en 1960, 1970 in belangrijke mate de kleine kwaliteit van de gebouwde omgeving. Verzamelaars betalen er nu op veilingsites hoge prijzen voor. Natuurlijk is er een nostalgisch motief, maar zonder die kwaliteit zou men er geheid minder voor neerleggen.

Vond nog een ongedateerde foto van de showroom van Langcat:

Het is een soort Mauritshuis van de emaille reclameborden. Dat van mijn opa zie ik er ook tussen hangen (rechts). Stel je voor dat je zo’n toonkamer kunt reproduceren op een tentoonstelling. Daar trek je horden mensen mee.