Paterswoldse aardbeien (2)

Over Paterswoldse aardbeien heb ik hier wel eens geschreven. Recht aangenaam was ik dan ook verrast, toen ik het Eelde-Paterswoldenummer van Het Noorden in Woord en Beeld (1937) aantrof, met daarin enkele foto’s van de Paterswoldse aardbeienmarkt:

Volgens het blad luidde de ventersroep die ik als student in 1977 nog wel gehoord heb: “Potterwoldsche eerbaaien!” Mogelijk liet de man met de pet die roep ook horen, als hij in Stad was:

 

 

Advertenties

Waar stond dit huis?


Joël Stoppels ontdekte in een Canadees archief een onbekend filmpje van Canadese militairen die met een metaaldetector aan het zoeken zijn naar een verstopt blik met sieraden. Het filmpje is in Groningen (of in de buurt ervan) gemaakt. Van de omgeving zijn onder meer te zien een huis met een plat, fors overhangend dak, van een type zoals dat in de jaren 20 en begin jaren 30 werd gebouwd. Bij het huis bevindt zich een tuin met vrij recent in rijtjes aangeplante fruitbomen en mogelijk staan er ook bessenstruiken bij de muur van het huis. Het zou dus kunnen gaan om een kwekerij in bijvoorbeeld Eelderwolde, Paterswolde, Eelde, Glimmen, Loppersum of Zandeweer. Is er iemand van de lezers die het huis herkent? Alvast zeer bedankt voor uw reactie!


Bessie met strikmuts

Dit kregele, maar helaas naamloze besje met strikmuts uit Uffelte stond in 1926 in Eigen Erf. Dat blad was een pendant van Het Noorden in Woord en Beeld, maar dan gericht op Overijssel en de zuidelijke helft van Drenthe. Eigen Erf kwam in deze wat meer armoedige streken commercieel veel minder van de grond dan Het Noorden in Woord en Beeld, dat zich toelegde op Groningen en Noord-Drenthe, en er zijn dus ook veel minder exemplaren van bewaard, maar gelukkig had men in Twenthe nog een set liggen, die nu door Delpher gedigitaliseerd en op het web gezet is. Mooi bladtien jown!

Vanaf eind 1923 woonden mijn grootouders jarenlang in Uffelte. Als belastingkommies kwam mijn grootvader met vrij veel mensen in aanraking, hij zal de oude vrouw vast hebben gekend.


Een ‘natuurmens’ op de Matsloot

Ingezonden brief Nieuwsblad van het Noorden 23 mei 1900:

Politienieuwtje, Nieuwsblad van het Noorden 21 maart 1901, dus tien maanden later:


‘Meestal is de bijenteelt een bijwerk of bloot liefhebberij, geen hoofdbestaan’

 

A. Koster, Bijenwagen (1824), uitsnede uit prent. RHC Groninger Archieven 1536-5363.

In 1839 reisde de Utrechtse weduwe Van Meerten-Schilperoort door Noord-Nederland, waarbij ze nogal wat scholen bezocht. Op haar terugreis kwam ze door Drenthe. In haar reisverslag schreef ze onder andere over het belang van de heidevelden – die destijds nog zo’n beetje de helft van Drenthe uitmaakten – voor de bijenteelt:

De veelzoutige ericas of heideplanten leveren voor de bijen een overvloedig voedsel tot den graag gewilden honig en het was, in deze streken niet onbelangrijke artikels van uitvoer, op verscheidene duizenden guldens te begrooten; 1835, b. v. was een voordeelig jaar, en de opbrengst van den honig alleen was veilig op ƒ 50.000 te schatten. Honderden korven worden in het begin van den zomer, wanneer het koolzaad in Groningerland bloeit, op lange, daartoe opzettelijk ingerigte wagens, derwaarts gebragt.

Omstreeks het einde van Julij, wanneer de heide en de veenboekweit in bloei staan, worden daarentegen de bijen, hier iemen genaamd, door de bijkers naar Drenthe overgebragt, en de uitgestrekte in bloei staande heidevelden, gedeeltelijk ook de boekweit, leveren dan, bij zoele dagen en zonneschijn, een genoegzaam voedsel op voor de nijvere bewoners der inheemsche èn vreemde korven.

Meestal is de bijenteelt een bijwerk of bloot liefhebberij, geen hoofdbestaan. Evenwel zijn er vrij wat menschen in Drenthe, die alleen bijkers zijn. Naar men mij verzekerd heeft, zijn er bijkers, die twee- tot driehonderd korven hebben, en zelfs meer. Een korf kan 50 Ned. ponden (= kilo, HP) honig opleveren en het pond soms dertig à veertig cents kosten. Inderdaad, geen onaardig inkomen, vooral voor eenen eenvoudigen dorpeling. Doch de uitkomsten zijn zeer wisselvallig, naarmate het saisoen gunstig of ongunstig is, even als op den wijnbouw, heeft warmte en zonneschijn nog meer invloed op de honigteelt, dan op het veldgewas.

Bron: mevr. A.B. Schilperoort, wed. Van Meerten – Het Noorden van ons Vaderland. Of Vlugtige schetsen en aangename herinnering van een Reistogtje over Utrecht, door Vriesland, Groningen, Drenthe en Overijssel (Groningen 1845) 179-180.


Naar Steenwijk

Voor een zaterdag vroeg op. In de Folkingestraat poetst een duif zijn veren:

Bij de ingang van de voormalige V&D in de Ebbingestraat staat een bord voor een nieuw bier. Aan het behoud van het gebouw op dat bord heb ik indertijd, medio jaren 90, het mijne mogen bijdragen. Grappig dat er nu een biersoort naar genoemd is:

Bij de Beren:

We gingen naar Steenwijk, naar de presentatie van een boek en de opening van een gelijknamige tentoonstelling: ‘Raggers rond de Baarg’. Zowel in het boek als op die tentoonstelling staan de gebroeders Kuiper centraal, beide geboren op de Steenwijker kant van de Bisschopsberg, op de grens van Drenthe.

Dit is het zelfportret van Henk:

Van de twee was hij de betere schilder, zoals in dit dorpsgezicht:

Of in dit korenveld:

Het werk van zijn broer Geert, is juist sterker in het grafische, zoals in ‘Heidebrand’, dat de angst voor het naderende vuur bijkans voelbaar maakt:

Of in deze ‘Herinnering aan de herhalingsoefening’ uit 1931:

Beiden waren het verdienstelijke amateurs, ander werk is zwakker. Toch, als zulke kerels eens een kunstopleiding hadden kunnen volgen, wat zou er dan wel niet van geworden zijn?

Na de bijeenkomst via Kallenkote naar Wapserveen, waar we uitstapten bij De Olde Fabriek, dat wil zeggen de voormalige zuivelfabriek waarin nu een restaurant met aanschuiftafel zit, al kan je er ook gewoon koffiedrinken of lunchen. Er stond een stapel kaasplanken buiten. Henk zag meteen handel::

Voor betreding van dit restaurant moeten de telefoons uit, een heel verstandige maatregel die de conversatie bevordert::

Binnen waren er verscheidene elementen die aan de oorspronkelijke functie van het pand herinnerden, zoals een kastje met kaasmakersmedailles, zowel van  Nederlandse Zuivelbond:

Als van de Drentse variant voor coöperatieve zuivelfabrieken:


Hunebed met schrijver dezes

Nu het vanwege de massaliteit en het vandalisme zwaar verboden begint te raken om nog langer hunebedden te beklimmen, moest ik toch maar eens op zoek naar de foto van mij op de poort van het grote Havelter hunebed. Helaas is mijn scanner kaduuk en dus moet u het doen met een foto van de foto die destijds door mijn jongere broer gemaakt is:

Hij dateert van april 1970. In die dagen kon je nog helemaal alleen op een hunebed zitten om over de grote stille heiden te koekeloeren door je brilletje.

Overigens was dat hunebed in de oorlog door de Duitsers onder de grond gewerkt vanwege hun vliegveld. Na de oorlog kwam het weer tevoorschijn, natuurlijk niet uit zichzelf, want zo’n hunebed is moeilijk in beweging te krijgen. Op dat moment maakte Havelte zijn al bestaande bijnaam waar: het “Drents Pompeï”.