Plaggenburg of Erica – duel om een boerderijnaam

Frederiksoord, 18 Aug. Eenige dagen geleden had in de onmiddelijke nabijheid dezer plaats een even komiek als zeldzaam voorval plaats. Op een gedeelte heideveld van de verscheiden (= verdeelde) marke van Vledder wordt eene kapitale boerderij opgetrokken. Door het grootsch aanzien, dat deze boerderij voorzeker krijgen zal, kwam men op het denkbeeld de behuizinge een naam te geven. Men was het hieromtrent evenwel niet eens, daar de een het den naam van “Plaggenburg” en de ander het den naam van “Erica” wilde geven. Bij het leggen van den eersten steen kwam men op de plaats der timmering tezamen en ziet, op het onverwachts traden twee mannen geharnast tevoorschijn, de een met groote Ietters op het harnas geschreven hebbende den naam van Plaggenburg, de ander integendeel dien van Erica. Toen men het niet eens konde worden, begonnen de beide geharnasten om den naam te duelleren, en, tot groote vreugde der omstanders, moest hij, die den naam van Plaggenburg op zijn schild voerde, het onderspit delven.

Bron: Provinciale Drentsche en Asser Courant 20 augustus 1856.

Commentaar: Waarschijnlijk vond het publiek bij het duel de naam Erica (voor heide) toch wat sjieker dan Plaggenborg. Erica is ook gebleven: nog steeds ligt er op de westkant van Vledder een Hoeve Erica. Destijds, in 1856, verrees de vroegste voorganger daarvan dus op een stuk onontgonnen heideveld dat het  gemeenschappelijke bezit was geweest van de boeren in de marke van Vledder, Het ging om een perceel vlakbij de grens van Vledder met de Koloniën van de Maatschappij der Weldadigheid (Frederiksoord).

In Groningerland ligt intussen wèl een Plaggenborg, namelijk tussen Wollinghuizen en Jipsinghuizen in Westerwolde. Afgaande op een gelijknamige familie die er vandaan kwam en wat oude kaarten, dateert dit Plaggenborg uit het derde kwart van de achttiende eeuw. Het hoorde bij Jipsinghuizen, werd gesticht op een ontgonnen stuk heidegrond aan de rand van het grote Bourtangermoor en lag bij een ruime bocht in de weg naar Wollinghuizen.

Wikipedia geeft een volksetymologische verklaring voor de naam van dit Plaggenborg:

deze verwijst naar de plek waar men de plaggen borg. Dus niet alleen het steken van de plaggen maar ook het stapelen (het bergen) om ze te drogen.

In een eerdere versie van het lemma zei Wikipedia nog:

Hoewel het niet meer zo wordt ervaren, is de naam een scheldwoord, verwijzend naar de plaggenhutten die door de bewoners als borgen (kastelen) worden gezien.

Al zou ik liever van een spotnaam dan een scheldwoord spreken, dit sluit mijns inziens wel wat meer aan bij de mislukte vernoeming in Vledder. In beide gevallen gaat het immers om een vestiging op pas ontgonnen heideveld. Mogelijk werd er bij zo’n ontginning geplagd, waarbij de plaggen als onderlaag in een potstal dienden. De met mest en gier verzadigde plaggen werden vervolgens gebruikt voor het bemesten van het ontgonnen land. Mogelijk gaven een of meerdere stapels plaggen dan de (goedmoedige spot)naam in.


Aan de Kippenburgweg

Foto, in 1975 bij Uffelte gemaakt met een Praktica. Meen dat het aan de Kippenburgweg was, in elk geval de kant van Ansen op.

Je had toen nog boertjes met een handvol koeien, die ze met de hand molken. Dat gebeurt hier ook, tegen de avond. De koeien zijn aan het karkas van een ouderwetse boerenwagen gebonden, de boer zit verscholen achter het ensemble zijn werk te doen.

Op de voorgrond een paar melkbussen en watervaten. Een van de melkbussen blinkt als nieuw, op het andere staat een teems ongerechtigheden uit de melk te zeven. De boer vervoert een en ander per kar achter zijn fiets van en naar zijn huis.

Heb vandaag een nieuwe diascanner gekocht, ben een beetje lukraak begonnen met ’t scannen van oud materiaal. Dit plaatje vind ik nog steeds wel een aardige, ook al is hij wat donker.


De teloorgang van de karnemelksepap

Mijmerend over de ijzeren hond van onze melkboer, medio jaren 60, moest ik denken aan diens karige assortiment. Het bestond natuurlijk uit melk en karnemelk, maar daarnaast had hij een beperkt aantal (na)gerechten zoals karnemelkse pap, bloempap, yoghurt en vanille- en chocoladevla. Meer smaken waren er niet.

Van de yoghurt meende ik dat die destijds nieuw was, maar dat blijkt een misverstand: de yoghurt – die voor oergezond doorging – werd al in 1907 geïntroduceerd op de Nederlandse markt, zij het dat ze destijds alleen maar werd verkocht in speciaalzaken.

Nee, dan de karnemelkspap. Ooit vormde die, althans in het noorden. een hoofd- of bijgerecht bij zowat alle maaltijden, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds, iets wat naar verluidt nimmer verveelde. In de twintigste eeuw echter, raakte het goedje behoorlijk uit de gratie, zoals blijkt uit een kleine query in Delpher-kranten die verschenen tussen 1900 en 1990:

Om zowel karnemelkse pap (met spatie) als karnemelksepap (zonder spatie) te vangen, heb ik gewerkt met het zoekwoord karnemelks*. Verder laat de grafiek niet de absolute aantallen zien dat die zoekterm in de Delpherkranten voorkomt, maar de aantallen als promillage van alle krantenartikelen van dat jaar in Delpher. Om de al te grote fluctuaties wat weg te werken en de ontwikkeling wat beter in beeld te krijgen heb ik er nog een vijfjaarlijks gemiddelde (in rood) overheen gegooid.

Er manifesteert zich dan tijdens de jaren 30 al een achteruitgang in de relatieve frequenties die zich in de oorlogsjaren versneld voortzet. Karnemelksepap werd beduidend minder genoemd en gegeten. Mogelijk werden de grondstoffen (geweekte en gepelde gort + karnemelk) toen even voor iets anders gebruikt. De bevrijding bracht de glorieuze rentree van de karnemelkse pap, maar men was ook snel weer zat van het zurige goedje, met als gevolg een nieuw dieptepunt in de jaren 50. Rond 1960 was er nog een kleine opleving waaraan onze melkboer met zijn ijzeren hond heeft bijgedragen. Daarna leidt het product in de krantenkolommen en ongetwijfeld ook in de werkelijkheid een kwijnend bestaan.


Paterswoldse aardbeien (2)

Over Paterswoldse aardbeien heb ik hier wel eens geschreven. Recht aangenaam was ik dan ook verrast, toen ik het Eelde-Paterswoldenummer van Het Noorden in Woord en Beeld (1937) aantrof, met daarin enkele foto’s van de Paterswoldse aardbeienmarkt:

Volgens het blad luidde de ventersroep die ik als student in 1977 nog wel gehoord heb: “Potterwoldsche eerbaaien!” Mogelijk liet de man met de pet die roep ook horen, als hij in Stad was:

 

 


Waar stond dit huis?


Joël Stoppels ontdekte in een Canadees archief een onbekend filmpje van Canadese militairen die met een metaaldetector aan het zoeken zijn naar een verstopt blik met sieraden. Het filmpje is in Groningen (of in de buurt ervan) gemaakt. Van de omgeving zijn onder meer te zien een huis met een plat, fors overhangend dak, van een type zoals dat in de jaren 20 en begin jaren 30 werd gebouwd. Bij het huis bevindt zich een tuin met vrij recent in rijtjes aangeplante fruitbomen en mogelijk staan er ook bessenstruiken bij de muur van het huis. Het zou dus kunnen gaan om een kwekerij in bijvoorbeeld Eelderwolde, Paterswolde, Eelde, Glimmen, Loppersum of Zandeweer. Is er iemand van de lezers die het huis herkent? Alvast zeer bedankt voor uw reactie!


Bessie met strikmuts

Dit kregele, maar helaas naamloze besje met strikmuts uit Uffelte stond in 1926 in Eigen Erf. Dat blad was een pendant van Het Noorden in Woord en Beeld, maar dan gericht op Overijssel en de zuidelijke helft van Drenthe. Eigen Erf kwam in deze wat meer armoedige streken commercieel veel minder van de grond dan Het Noorden in Woord en Beeld, dat zich toelegde op Groningen en Noord-Drenthe, en er zijn dus ook veel minder exemplaren van bewaard, maar gelukkig had men in Twenthe nog een set liggen, die nu door Delpher gedigitaliseerd en op het web gezet is. Mooi bladtien jown!

Vanaf eind 1923 woonden mijn grootouders jarenlang in Uffelte. Als belastingkommies kwam mijn grootvader met vrij veel mensen in aanraking, hij zal de oude vrouw vast hebben gekend.


Een ‘natuurmens’ op de Matsloot

Ingezonden brief Nieuwsblad van het Noorden 23 mei 1900:

Politienieuwtje, Nieuwsblad van het Noorden 21 maart 1901, dus tien maanden later: