Een Deugniet op de es

In de voogdijrekening over 1778 voor de kinderen van de Drentse landschrijver Jan Kymmell, die opgroeiden in het voorname Havelter huis Overcinge, staat deze ontvangstpost:

Per eundem” (op dezelfde datum) “huire van de Deugeniet A(nno) ’78  ƒ 8-11-0” (acht gulden en elf stuivers).”

Omdat de post tussen andere pachtsommetjes wegens onroerend goed staat, zal het gaan om vastgoed. Maar waar lag dat? De kaart van HisGis, gemaakt op basis van toponiemen die Jan Wierenga in de jaren 60/70 verzamelde, brengt uitkomst:

Het stuk bouwland (linksboven) lag nabij Overcinge (onder) op het zuidoostelijke stuk van de Westerhesselter of Wallinger es aan de esweg tussen Overcinge en Darp (het vroegere Westerhesselen). Waarschijnlijk was de es ter plaatse wat minder vruchtbaar, zodat de rogge-opbrengst er tegenviel.

Een veldnaam, die twee eeuwen lang bleef bestaan. Er waren toponiemen die het minder lang volhielden.


De eeuwige pechvogel

Havelte 22 mei. Voor ongeveer 14 dagen verbrandde vrij zeker ten gevolge van boos opzet, huis en inboedel van den arbeider J. van der Zweerde Hzn. te Darp. Alleen het huis was verzekerd. Van der Z. was dus door dezen ramp zwaar getroffen, waarom hij van den burgemeester vergunning kreeg, gelden ter aanschaffing van nieuw meubilair bij de ingezetenen in te zamelen. Met dat doel liep hij gisteren weer bij zijn dorpsgenooten rond. ƒ 190,- reeds vorige dagen door hem ontvangen, had hij onbeheerd in zijn tijdelijke woning achtergelaten. Tijdens zijn afwezigheid is in bedoelde woning ingebroken en werd hem de ƒ 190,- weer ontstolen.

Bron:: Nieuwsblad van het Noorden, 22 mei 1919 .

Waarschijnlijk ging het om de arbeider Jan van der Zweerde (1879-1926) die een zoon was van Harm van der Zweerde en Jantje Soer.


De Slag bij Waterloo meegemaakt? Ja en nee – twee oud-strijders te Havelte

Het Vaderland meldt in zijn editie van 12 april 1883:

Een oud-strijder van 1813, Jannes Haveman, is te Havelte overleden.”

Met 1813 zal de aftocht van Napoleon en de heroprichting van de Nederlandse staat zijn bedoeld. Anderhalf jaar later kwam de Keizer nog een keer terug om in Waterloo (18 juni 1815) zijn definitieve nederlaag te lijden. Jannes zou hier als strijder bij zijn geweest.

Probleem: dat kan haast niet. De overlijdensakte van Jannes Haveman, volgens AlleDrenten een boer aan de Wal tussen Havelte en Darp, meldt immers dat hij op 11 november 1810 geboren was, iets wat ook strookt met zijn doopinschrijving.

Als Jannes er werkelijk bij was in 1813-1815, dan als peuter en kleuter. Dat lijkt nogal onwaarschijnlijk, of hij ging met de armee mee als mascotte. Zoeken in Delpher op Jannes Haveman levert ook alleen dit bericht op. Hoe kwam dat zo in die Haagse krant? Ging het om iemand anders misschien?

Zoeken zonder Jannes zijn naam en met “oud-strijder” en Havelte geeft vervolgens een bericht in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 2 september 1865:

Havelte, 29 Aug. Heden was ’t voor onzen oud-brigadier-veldwachter Albert ter Haar een ware gedenkdag. De Burgemeester dezer gemeente reikte hem, onder hartelijke toespraak, in tegenwoordigheid van den vollen raad en anderen. het eereteeken uit voor de oud-strijders van Waterloo, 1813—1815, ook aan hem toegekend. Het bijbehoorende certificaat was in eene sierlijke lijst vervat; de lijst werd aan A. ter Haar door den Burgemeester, namens de gemeente, uit achting ter hand gesteld. De toespraak van den Burgemeester maakte op de aanwezigen een diepen indruk. A. ter Haar kon ter naauwernood zijnen dank betuigen; ’t gemoed was hem vol. Dat dit eereteeken nog langen tijd de borst van den oud-strijder, onzen immer ijverigen veldwachter, moge versieren, is onzer aller wensch.”

Was het dan een misverstand en werd Jannes Haveman gehouden voor de strijder die Albert ter Haar was? Nee, zo blijkt uit Alle Drenten, want Albert ter Haar overleed al in 1874. Hij was geboren in september 1796 en dus 17 à 19 jaar oud, toen hij tegen Napoleon streed.


Een mierenplaag in Havelte en ander ongemak met dieren

Het is nogal een dierenpagina, die voorpagina van een Brabants dagblad, medio 1901. Zo meldde het, dat er in het vorig jaar, 1900, dankzij de rijkspremies ongeveer 700 zeehonden waren afgeschoten. En in Dordrecht waren vier circuspaarden op hol geslagen en de stad doorgedraafd. Nee dan de leeuwerik die tussen die stad en Gorkum op een meter van het treinspoor broedde. Het beestje vluchtte voor de mens van zijn nest, maar was niet bang geweest voor de tientallen treinen die hier dagelijks langsdaverden.

Er vielen nogal wat dierplagen te melden, die dag. In Gaasterland deden hazen zich met tien, twintig tegelijk tegoed aan het erwtengewas, dat er zeer onder leed. Er leek geen kruid tegen gewassen.

In Leeuwarden had men juist last van ratten. De stedelijke gezondheidsommissie had zich zelfs al gewend tot het Institut Pasteur in Parijs voor een verdelgingsmiddel.

Te Zevenaar vraten rupsen de aalbessenstruiken en fruitbomen kaal. Men hoopte er maar het beste van,

Uit Havelte, tot slot, kwam een bericht over een mierenplaag.

De mieren zijn, zooals bekend is, zeer vljjtige diertjes. In ons dorp gaan ze hier en daar in hun ijver zoover, om de woningen der menschen binnen te dringen. In een gezin hebben ze o.m. beslag op de bedden gelegd, en marcheeren ze bij duizendtallen over kussens en dekens. In een ander huis weer kwamen ze in zoo grooten getale opzetten, dat de bewoners wel de vlucht moesten nemen.

Treurige toestanden! Bij ons thuis, in hetzelfde dorp maar dan 70 jaar later, wilden mieren nog wel een opdringerig worden in de keuken. Maar dat was ongemak en nog geen plaag. Ook vrij lastig waren de vliegende mieren, ’s zomers op vochtig warme dagen – je zat er soms onder na het voetballen. Maar ook daarbij ging het nog niet om een plaag. Bij het bericht uit 1901 zal het vast om iets zijn gegaan van een zwaarder kaliber.


Bij de gebroeders Soer dansten de kippen op tafel

Soer 1

Foto: Johan Witteveen.

Meermalen hoorde ik mijn moeder over een krantenstuk, dat twee bejaarde broers uit de omgeving van Havelte portretteerde. In welke krant het gestaan had, wist ze niet meer, maar ze had er de grootste lol om. De titel herinnerde ze zich als: “Bij de gebroeders Soer dansen de kippen op tafel”.

Checks met deze termen in de verschillende krantendatabases brachten het stuk echter niet tevoorschijn. Het stond in elk geval niet in de Telegraaf, het Nieuwblad van het Noorden, of de Leeuwarder dan wel de Meppeler Courant. Ook ontbrak in die kranten elke verwijzing naar het stuk. Eigenlijk had ik de moed al opgegeven het ooit te vinden, tot vorige week het Algemeen Dagblad bij Delpher online kwam, een krant waarop, zoals ik me naderhand realiseerde, mijn ouders in de jaren 70 geabonneerd waren. Het was vrijwel meteen raak: het AD van 26 maart 1977 bevat het stuk waar m’n moe zo’n plezier om had.

Het heeft een iets andere titel dan ze weergaf: “Bij de broers Soer danst de haan op tafel”. Het betreft een soort van korte sfeerreportage van een duidelijk literair bevlogen, maar anonieme verslaggever, die op visite is gegaan bij de monumentale, half ingestorte ’beestenboerderij’ van de gebroeders Marinus en Roelof Soer, respectievelijk 71 en 68 jaar oud.

Juist op dat moment dansen een haan en een kippetje op de tamelijk morsige tafel. Op die tafel liggen – o jakkie – ook al wat poepjes. Gestaag dwarrelen er veertjes naar beneden. Naast haan en kippen hebben de broers namelijk parkieten en duiven, binnen en buiten in kooitjes aan de muur. Bovendien lopen er nog ganzen rond op het erf dat een superbe zooi is, met een keur aan oud roest en een batterij wrakkige konijnenhokken.

Een paar jaar na dit stuk verschenen de broers nog in Showroom, een TV-programma over paradijsvogels van diverse pluimage dat vooral aandacht besteedde aan de deplorabele staat van de boerderij, naast het auto-ongeluk van de oudste broer en diens naïeve schilderijtjes, veelal portretten van TV-figuren.

Soer 2

Foto: Johan Witteveen.


Een zonderling te Havelte

Een zonderling mag zeker wel worden genoemd de in den ouderdom van 80 jaren te Havelte overleden timmerman W.H. Een jaar geleden heeft hij zelf zijn grafkelder gemetseld. Op den deksteen behoefde alleen nog te worden gebeiteld de datum van overlijden. Ook zijn eigen doodkist moet hij hebben gemaakt. Of hij ook bij zijn leven, evenals Karei V, een generale repetitie heeft doen houden van ’t ceremonieel bij zijn eventueele begrafenis, wordt niet gemeld.

Bron: Het Vaderland 28 mei 1907.

Heb nog even bij Alle Drenten gekeken en het bericht slaat op Willem Hendriks, die op 24 mei 1907, inderdaad op zijn tachtigste, te Havelte overleed. In de overlijdensakte staat “zonder beroep” – behalve zijn eigen graf delven om daarin een kelder te metselen, en het timmeren van zijn eigen grafkist, zal hij dus niet veel meer om handen hebben gehad. Hij was nooit getrouwd en zal in de volksmond zijn doorgegaan voor “vrijgezelle zonderling”. Die had je in de jaren zestig ook nog wel in Havelte zoals Tom Poes en de gebroeders Soer, bij wie de kippen op tafel dansten en die nog eens in een uitzending van het paradijsvogelprogramma Showroom te zien waren.

Het Vaderland was een grote Haagse krant – die zal het bericht vast hebben opgepikt uit de Meppeler Courant, want andere kranten in Delpher namen het niet op.


Een populist avant la lettre in de gemeenteraad van Havelte

In veel plattelandsgemeenten was er in de negentiende eeuw nog geen zelfstandig gemeentehuis. Voor vergaderingen en ambtelijke werkzaamheden was men daar nog gewoon, ruimte in een plaatselijke horecagelegenheid (herberg of hotel) te huren. Voor die werkzaamheden ging het dan om één kamer, waarin de burgemeester op gezette tijden zitting hield. Deze was tevens gemeentesecretaris – verder ontbraken ambternaren, of het moest de gemeentebode zijn, doorgaans een bijbaan van de lokale veldwachter.

Tegen die achtergrond moet je de volgende discussie zien tussen de burgemeester en een raadslid van Havelte. Hoewel er door allerlei wetgeving veel werk op gemeenten afkwam, was niet iedereen het eens met de bijbehorende, noodzakelijke uitbreideling van het ambtelijk apparaat:

Bij de behandeling der gemeentebegrootirg, post: bezoldiging ambtenaren ter secretarie, merkte het lid v. Veen op, dat in eene gemeente als Havelte, geen bezoldigd ambtenaar ter secretarie noodig was.

Van Veen: In gemeente van 6 à 7000 zielen deden burgemeester en secretaris al het werk en dat kon te Havelte ook wel gebeuren.

De voorzitter: Ik ben erg verbaasd over deze bewering. Hij toont den raad aan, dat v. Veen ongelijk had.

Van Veen: Ik hoor, dat de heer J. v. B. niet eens door den raad tot secretaris-beambte is benoemd en dus …..

De voorzitter: Het blijkt uit de notulen.

Van Veen: Ik geloof het nog niet!!

De voorzitter: ’t Was beter, indien men met geen kennis van zaken sprak, te zwijgen.

Van Veen: Maar in omliggende gemeente dan ?

De voorzitter: ’t Schijnt, dat jij niet overtuigd wilt worden.

Bron:  Dagblad van Noord-Brabant, 6 november 1899. Dit blad zal het nieuws vast uit de Meppeler Courant hebben overgeschreven, al staat dat er niet bij.

NB: Door uiteindelijk van vousvoyeren over te stappen op jijen en jouwen, toonde de burgemeester zijn minachting voor het raadslid.