Queuende koeien

Van de week op een middag bij de Schelfhorst, Paterswolde:

Vanmiddag bij de Weersterweg tussen Leegkerk en Den Horn:

De nieuwsgierigste van het hele stel:

Advertenties

Een merel aan de Aduarderdiepsterweg

Opname gemaakt op 5 juli jl. bij het desolate heem van Kweeklust aan de Aduarderdiepsterweg. Sinds deze merel nauwelijks meer een gehoord, hoewel ze na de hoogtijdagen van mei juni altijd nog wel wat actief blijven qua zang. Er zit de ziekte in en het is nog maar afwachten wanneer er weer merelzang te horen is.


Reiger vangt ratje

“Hebbes!”

“Nu eerst maar wat gaatjes in die harige verpakking prikken, anders is de inhoud straks zo slecht verteerbaar.”

“Hap slik weg.”

“Next!”

(Gezien bij Leegkerk, gisteravond.)


Een koolwitje aan de Traansterweg


Capriolen van de Onlander hermelijn

Terwijl ik een kokmeeuw op de leuning van een Onlander brug aan het fotograferen was – bepaald geen zaak van wereldschokkend aanbelang: 
Zag ik opeens iets bruin-wits met een zwarte staartpunt heen en weer flitsen en buitelen over de volle breedte van de brug – de beroemde Onlander hermelijn!:

Helaas aan de andere kant van de brug, op een plek waar ik qua foto’s niet goed bij kon (een crop, de rest doe ik jullie maar niet aan):

Gelukkig bleef het beest adhd-achtig bezig, ook toen ik de camera op filmstand zette. De hermelijn deed nog drie toertjes, na 20 seconden verdween zij of hij definitief tussen de spijlen (schakel het geluid maar uit, want ik zat te filmen via de zoeker en vergat de microfoon bovenop de camera):


Onlanden heen, Hoornsedijk terug

Pluizende distel:

Krödde op oever slenk:

Redelijk veel Jacobskruiskruid, dat veel insecten trekt:

Solitair exemplaar:

Geaderd witje:

Ooievaarsfamilie op afgehooid land:

Rijpende rogge met korenbloemen en klaprozen op de Stenhorsten:

Blaarkopkalf aan stik, Achterstewold, Peize:

Wederik en Hoeheetdatspulookalweer. O ja: wilgenroosjes (met dank aan Gerry):

Kattestaarten en – met dank aan Reina: – moerasspirea aan de Noorddijk,  oostkant Peize:

Bij de Drentsedijk:

Nijlgans bewaakt jongen, Hoornsedijk:


Hazen bij de Woudrustlaan

In een groen, groen, groen, groen kruidenrijk weiland, daar graasden twee haasjes:


Heel parmant:

(Vort met dat liedje.) De ene haas ging er vandoor, en de ander – het mannetje? – bleef over en liet zich zelfs van nog wat dichterbij kieken:

Het gras hier was hem te machtig, daar kon hij node afscheid van nemen:

Maar op zeker moment rende ook hij weg, het hoekje om:

Ik fietste eerst een eind verder en keerde toen terug. De haas zat opnieuw vlakbij de weg, waande zich veilig achter een gordijn van riet en was zich aan het poetsen, misschien had hij last van ongedierte:

Hij ging er even voor zitten. Eerst maar eens zijn portret van opzij:

En dan het klapstuk van de sessie, zijn portret van voren: