Graasbegeleiding

Gister, laat in de middag, liepen er een stuk of zes zilverreigers tussen de kudde koeien aan de Zuiderweg tussen Enumatil en Zuidhorn schuin tegenover Pabema:


Ezeltje neemt zandbad

Op een erf bij het Blauw, tussen Zevenhuizen en Terheijl, wentelt een ezelsveulen zich in het losse zand en stof:

De vier poten omhoog en maar rollebollen:

En dat meermalen, om op gezette tijden even tot bezinning te komen:

Met een oogje op de passerende fotograaf:


Ooievaars op thermiek

Gezien bij de Hoedekast, onder Lettelbert:


Steiloor en loboor (3)

In de volgende Stad & Lande verschijnen ze ook weer, steiloor en loboor, maar dan in hun tot nu toe oudste gedaante, namelijk zoals ze gegraveerd staan op zilveren zwijnslepels uit de achttiende eeuw. Dit is de oudste van het stel, een beetje knorrig autochtoon landvarken met hangende (lob-)oren, tepels en krulstaart:

En dit is de jongste, een lekker ruig en vrolijk allochtoon Yorkshire-varken met rechtop staande oren en hooguit een knikje in zijn staart:


Op jacht

Zilverreiger bij het Hegepad – alert:

Klaar om toe te slaan:

En daar gaat het visje via de snelste weg naar de maag:

Next:


Steiloor en loboor

Bij het Achterstewold, Peize:

Lekker in de zon en op ’t hooi, wat wil een varken nog meer?


Beagle op struun

Op de oever van het Peizerdiep vlakbij Eiteweert was een ouwe beagle aan het struinen, nu de ene kant op, dan de andere, maar steeds terugkomend op hetzelfde plekje met zijn snufferd. Ik denk dat hij een otter of iets dergelijks rook:

De bikkel ging zelfs nog even zwemmen en had moeite zich uit het water te hijsen:

Even lekker uitschudden en weer helemaal het heertje:

Nou ja, nog even lekker door de begroeiing rollen:


Karakterkop met ochtendhumeur

Buurtkat deed een dutje in de zon op de slootoever en kwam verstoord in de benen, toen ik een foto van hem maakte. Het coniferentakje op zijn borst lijkt een soort van broche.:


Een bruinvis in de Dollard

Coverfoto van Het Noorden in Woord en Beeld de dato 7 juni 1929, waarop de garnalenvisser Jurjen Bakker uit de Reiderwolderpolder (gemeente Finsterwolde) poseert met een bruinvis die hij een week eerder aantrof in een van zijn garnalenkuilen. Volgens het bijschrift zou het beest niet lang meer “speulen as ’n broenvisch”. De visserman droeg het dan wel op handen, maar had het getuige de bloedsporen bij de snuit een beste klap verkocht.

Bruinvissen waren destijds al zeldzaam. Voor zover ik het kan overzien, heeft dit exemplaar niet eens de kranten gehaald, maar dat zal komen doordat er dat jaar al eerder wat bruinvissen bij de kust waren gesignaleerd. Het nieuwtje was er dus even af.

Jurjen of Jurrien Bakker (1869-1946) kon het geld dat hij voor de bruinvis ging beuren, goed gebruiken. In 1888, op zijn negentiende, trouwde hij een buurmeisje van de Ganzendijk, en samen kregen ze tussen dat jaar en 1912 maar liefst negentien kinderen, waarvan er vier als zuigeling overleden. Die kinderen werden doorgaans in de Reiderwolderpolder en soms op de Ganzendijk geboren, maar de jongste drie kwamen ter wereld in Termunten, waar het gezin in 1906 of 1907 naar toe verhuisd was. Naderhand keerde het weer naar de Reiderwolderpolder terug, waar Bakker ook stierf.

Die verhuisbeweging van Finsterwolde aan de zuidkant, naar Termunten aan de noordwestkant van de Dollard, kwam trouwens vaker voor onder visserlui. Ook de Bottingas’s, voorfamilie van mij, deden dat een paar generaties eerder. Je zou allicht kunnen denken dat die verhuisbeweging voortkwam uit de steeds verdere inpoldering van de Dollard bij Finsterwolde, maar of het om iets structureels voor de hele bedrijfstak der visserij ging, ben ik nog aan ’t onderzoeken,


Twee schapen in vier varianten

Bij Foxwolde, vanmiddag:

1

2

3

4


In de rui

Gezien in een weiland langs de Hogeweg nabij Den Horn:


Beesten in de buurt

Onlander varken, Roderwolde:

Zilverreiger – Groningerweg, Peize:

Hooglander. Stadspark:

Badderende mus op het schuurtje van de buren:


Huisdieren onderweg

Smoushondje, uiteind Roderwolde bij de Onlanden:

Paarden in dubbelmeditatie, op de Hoogkerker kant van de Zuidwending:

Dartel kalf op huisweide Leutingewolde:

Witte pauw in de rui, park Nienoord:


Toenadering

Kerkweg tussen Oostwolmerdraai en Den Horn – paard begint koe te vlooien?


Poëzie voor lekkerbekken

Marsepeynen, eyervlaen,
Hoenders aen het spit gebraen,
Vetgemeste huyskapoenen
Met een sap van citeroenen
Voor een vyertjen omgedraeyt,
En met suycker wel bezaeyt,
Vette gansen, jonge duyven,
Hippelkievits met haer kuyven,
Hanekammen veelderley
In een soete meelpastey,
Of een snipjen, of een duycker,
Welbestroogt met kruyt en suycker,
Of een haesjen, of een knijn,
Of een biggen van een swijn,
Of een vinckjen, of een mosje,
Of een baersjen, of een posje,
Of een sallem fris geleeft,
Of een krabben, of een kreeft,
Of wat kappers, of olijven,
Of ansjovis, of andijven,
Of noch eenigh groen’ salaet
Die soo versch op tafel staet,
Oude bieren, nieuwe wijnen,
Tonnevijgen, blaeuw’ rosijnen,
Confituren voor ’t banket,
Alles wert hem voorgeset…

Uit: ‘Al te losse huyshouding’, in: Isaac Burghoorn, Nieuwe werelt vol gecken (Den Haag 1619) 33-34.