De plechtige teraardebestelling van Piet de parkiet

Kwam vanmiddag net op tijd voor de uitvaart van Piet, de parkiet ten huize van mijn achterneef in Ezinge. Na de gebruikelijke plichtplegingen werd het beestje met een 1, 2, 3 in Godsnaam aan de schoot der brokkelige aarde toevertrouwd.

Piet was een vrolijk dier. Het zong er tenminste lustig op los. Waaraan het zo plotseling doodging is onbekend. Piet is ruim één jaar geworden.

Advertenties

Eind van de lente

Op het bankje bij de eerste Onlander brug vanaf het gehucht Peizermade – wat voor vogel zingt daar?


Koekoek, Lettelberterpetten


Ram belaagd door lammeren

Gezien aan de Molenweg aan de zuidkant van Eelde: Drentse ram probeert staande op stropak van jonge boomblaadjes te knabbelen, maar lammeren maken het hem lastig:


Heel vroege musjes

Het jaar 1817 was een warm jaar met ook een warme februarimaand. Daarvan getuigt bijvoorbeeld dit bericht:

Groningen, den 13 Maart.
Uit het naburig Winschoten wordt ons gemeld bet volgende buitengewoon natuurverschijnsel:
„Den 17den februarij 1817 werd alhier op een duivenhok een muschennest gevonden met vijf eijeren, waarin reeds levende jongen waren, zoodat dezelve spoedig uit de doppen moeten komen, eene bijzonderheid welke in dit gewest op dien tijd zonder voorbeeld is.”
(Provinciale Groninger Courant.)

Bron: Nederlandsche Staatscourant 19 maart 1817.


Zwaan


Zat zich erg uit te sloven op de Ruskenveenseplas, maar hield er acuut mee op toen ik hem ging fotograferen. Blijkbaar schaamde hij zich.


Een dure haas in Hoogkerk

Op 18 april 1804 kreeg de drost van het Westerkwartier van de fiscaal of aanklager te horen, wat die aan de weet was gekomen over Hindrik Jans te Hoogkerk, “wegens het schieten van een haas aldaar”.

De drost gaf de fiscaal toestemming om deze Hindrik Jans èn de watermulder Albert Katoen te dagvaarden voor de volgende rechtdag, zodat beiden hierover nader aan de tand konden worden gevoeld.

Een week later bleken Hindrik Jans en Albert Katoen inderdaad aanwezig. Geconfronteerd met de bevindingen van de fiscaal, bekende de eerste “alsnog” op zondag 8 april een haas te hebben geschoten in het dorpsgebied van Hoogkerk. De drost veroordeelde hem tot drie boetes, op basis van evenzoveel bepalingen in het jachtreglement, namelijk: ƒ 25,- voor het jagen zonder jachtakte of -vergunning; ƒ 50,- voor het jagen in gesloten tijd (1 januari tot 22 september); en nogmaals ƒ 25,- voor het jagen op een zon- of feestdag. Al met al dus maar liefst 100 gulden, waar de verbeurdverklaring van het jachtgeweer nog bij kwam.

Van dat bedrag kon een arbeider acht maanden leven. Een boer had het wellicht nog wel in huis, maar bij een arbeider was dat vrijwel uitgesloten. Hoe dan ook, Hindrik verklaarde het bedrag “praesentelijk” niet te hebben en kreeg daarom veertien dagen uitstel van betaling.

Wat betreft de tweede verdachte, Albert Katoen – hij werd ervan beschuldigd dat hij de gestroopte haas bij hem thuis had laten “praepareren en consumeren”. De watermulder hoefde  geen boete te betalen, maar kreeg van de drost de zeer ernstige aanbeveling om zich voortaan “zorgvuldig te onthouden van zulke ongeregeldheden”.

Hindrik Jans viel niet nader te identificeren, er woonden wel vier van die naam in Hoogkerk. Watermulders daarentegen, waren er maar twee – een op de Zuidermolen de andere op de Noordermolen (of Oude Held). Albert Katoen bediende waarschijnlijk de laatste. De dure haas werd dan waarschijnlijk geschoten in het gebied bij het Klijfdiep tussen de Kerkweg en het Aduarderdiep, waar ook nu nog veel hazen rondlopen..

Bronnen:
RHC Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 610: criminalia, die van 18 en 25 april 1804.

Publicatie van het Departementaal Bestuur van Stad en Landen van Groningen, houdende het provisioneel reglement op de jagt en visscherye in gemelde departement. Gearresteerd den 31 augustus 1803, art. 17, 28, 31.