Ooievaar met talent

Bij de Onlanderdijk liep vanmiddag een stel ooievaars rond. Deze hier ving aan de lopende band kikkers, tenminste, als het niet steeds dezelfde kikker was:


Ontwerp voor een begraafplaats buiten de stad (1813)

Het poortgebouw, het hekwerk, de speciale vakken voor mennonieten, lutheranen en joden, alles was tot in detail uitgedacht :

Toch ging dit vroege ontwerp voor een begraafplaats buiten de stad Groningen niet door. In 1813 had men nog wel wat anders aan zijn hoofd.

Het grote veld, waar de hervormden zouden komen te liggen:

Blijkbaar werden de katholieken niet ingecalculeerd. Die zouden dan vast hun eigen begraafplaats krijgen, met gewijde aarde en al. Daar deden die anderen niet aan.

Vond de plaatjes die ik anderhalf jaar geleden maakte, vanavond terug bij mijn bestanden. Ik kan de tekeningen misschien gebruiken ter illustratie van een artikel.

Bron: RHC Groninger Archieven Toegang 1399 (stadsarchief negentiende eeuw) inv.nr. 8586 (tabellen met statistische opgaven).


Rollator uit de plomp

Deze rollator stond vanavond op de Eendrachtsbrug, samen met een aantal fietsen dat overduidelijk ook net uit de plomp gehaald was, ik denk door magneetvissers. En aangezien de milieudienst ze niet ophaalt en het eerstejaarsweek is, zal alles wel weer snel in de plomp liggen:

Overigens – wie doet zoiets, een rollator in het diep gooien?


’t Hoekje om

Een bult kleine pruimen in de berm van de Aduarderdiepsterweg:

Land tussen de Zuiderweg en het Hoendiep bij Zuidhorn:

Uil op kerkhofpoort, Jellemaweg Zuidhorn:

Vanaf de spoorwegovergang in de Gast gezien – de nieuwe spoorbrug bij Zuidhorn en Noordhorn:

Grutto in raaigras tussen Noordhorn en Oldehove (er liepen daar meerdere rond):

Tussen Oldehove en Electra:

De ingang van camping Electra:

Doorzonboerderij in de Ruigewaard:

Een van de oude dijkrestanten nabij de boerderij Grovestins aan de Oosterwaarddijk:

Kwekerij bij ’t Hoekje 1:

Kwekerij bij ’t Hoekje 2:

Vanaf een bepaald punt op de Waardweg heb je mooi zicht op de achterkant van de Grijpskerker zuivelfabriek. Deze doet denken aan een grafiek:

In die fabriek zitten verschillende bedrijven en kunstenaarsateliers. Met die wetenschap durfde ik wel een kijkje op het achtererf te nemen:

Onder andere zit er een zorgbazaar in het complex:

Op het Oosterzand stonden hekken dwars over de Zandumerweg. Daar moest rundvee langs, van het weiland aan de rechterkant van de weg naar de melkstal aan de linkerkant. De boer en de boerin waren gezamenlijk bezig de beesten zo ver te krijgen – het was mooi weer, daarom wilden ze niet erg opschieten, aldus de boerin, die zich hiervoor leek te generen. Ten onrechte wat mij betreft:

Restant van het Kolonelsdiepje bij Oldekerk:


Rondje Eiteweert – Matsloot – Leegkerk

Eiteweert – de nieuwe herfstcollectie is binnen:

Kikkertje in het natte gras valt nauwelijks op:

Oude landweg:

De Fury van de Matsloot:

De matten van de Matsloot:

Tegenover de brug van Westpoort loopt een nieuwe plak asfalt het land in; enige voordeel is dat je zo dichterbij de Zuidwendinger molen kunt komen:

Aduarderdiepsterweg – een zwaluw bescheet mijn bril:

Het Hoendiep bij de suikerfabriek – een eindje verderop, bij het parkeerterrein van de supermarkt, rook ik waarachtig iets van de bekende najaarsgeur, ik denk dat ze even aan het proefdraaien waren:


“Volkomen onschadelijk!” “Niet giftig!”


Laatst stond ik in de rij voor de supermarktkassa achter een al wat ouwere Hoogkerker meneer. Zijn zoon stond naast hem en die toeterde hij luidkeels in het oor dat het maar grote aanstellerij was, dat met die gifeieren. Het was absoluut niet gevaarlijk om die eieren te eten, waar maakten de mensen zich in hemelsnaam druk over. Ik ben er maar niet tegenin gegaan, wijzen op de lange termijn effecten van gifophoping in je organen is vast niet besteed aan iemand die niet zo lang meer te leven heeft.

Vind ze hier in Hoogkerk toch al van die enthousiaste gifspuiters, en dan vooral de ouderen. Hier en daar zie je soms straatjes waarvan alle finaal uitgekrabde voegen met een wit poeder bestrooid zijn, tegen de mieren. Dan denken ze dat dat helpt. Eventjes wel ja. Maar je kunt beter wat laag groen in die voegen laten ziitten, dan komen de mieren er niet in het onderliggende straatzand en spoelen die voegen ook niet uit zodat je plaveisel verzakt en jij je poten nog breekt. Maar niemand vertelt ze dat, want dat is toch maar aan dovemansoren.

In het Gabriël Woonzorgentrum aan de Zuiderweg heeft de Historische Vereniging Hoogkerk nu wat vitrines ingericht met ouwe Hoogkerker spullen. Onder andere bovenstaande reclamebrochure voor de gifstoffen die Smid & Hollander in elk geval tussen 1935 en 1948, maar wellicht ook later nog, op de markt bracht. Zoals bij de introductie in het eerstgenoemde jaar werd gezegd:

“Dertox, een bestrijdingsmiddel tegen de karwijmot en andere insecten, Derzol tegen de runderhorzel, Dertix tegen parasieten op honden, katten, pluimvee etc.. Dermix, een insectenbestrijdingsmiddel voor tuinen en kamerplanten, en Mortibus voor huishoudelijk gebruik tegen muggen, vliegen, motten etc. Als voordeel van deze producten wordt genoemd dat zij snei en afdoende werken en bovendien volkomen, onschadelijk zijn.”

Onderaan de voorpagina van de brochure staat ook dat de daarin gepropageerde bestrijdingsmiddelen niet giftig zijn. Ik vermoed dat we daar intussen iets anders over zijn gaan denken.


24 Groninger familiewapens

Op zoek naar iets anders, stuitte ik vandaag op een boekje met Groninger familiewapens. Het betreft een handschrift, waarin die wapens op charmant naïeve manier getekend en ingekleurd zijn en getuige de ex libris voorin was het ooit in bezit van A. (Dolf) Pathuis, de genealoog en heraldicus die tevens hoofdarchivist was van het gewezen Rijksarchief aan de Sint Jansstraat. De datering van het werkje is wat moeilijk, het zou van iets voor 1800 kunnen zijn, maar ook van veel later. De 24 mooiste wapens heb ik eruit gepikt en een beetje opgepept:

AEbinga sive Humalda – een eenhoorn op een wankel schuitje:

Canter – onderin drie gekroonde Jacobsschelpen (denk ik), weer zo’n teken dat Sint Jacob niet onbekend was in de stad:

Gockinga, adelaar met voetboog:

Piccardt – roofvogelpoot:

Coenders – opspringende sikkebokken:

Ripperda – de met zijn zwaard rondzwaaiende ruiter (bekend van Oosterwijtwerd);

Siccama – drie eikels bovenin en een soort van tang of schaar onderin:

Sichterman – het lijkt een biddend paard, maar het is een eekhoorn die een eikel oppeuzelt:

Laman – de arm met het zwaard lijkt uit de grond te komen, en doet daarmee denken aan de radijs van 1672, maar volgens Redmer Alma’s wapenlijst komt dat zwaard uit de wolken:

De bekende boomstronk met wortels van de familie De Mepsche die op dit weblog al meermalen gesignaleerd werd:

Van Ham – twee zwarte balken met Kwik, Kwek en Kwak:

Busch – postduif met een strik om de hals:

(Van) Bolhuis – links een adelaar? en rechts een gans?:

Emmen – toefje rogge, vijf ruiten en een versleuteld hart dat ik erg mooi vind:

Crans – opnieuw een eenhoorn, nu bij een oranjeboom zonder appelsienen:

Drie paar eikels op het wapen van Trip;

Sibinga’s wildeman:

Nauta – twee opspringende sikkebokken tegen een oranjeboom met appelsienen:

Beckeringh – rustende bijl tegen oranjeboom zonder appelsienen, de laatst overgeblevene in een laantje van drie:

Wichers – drie appelsienen:

Vrouwe Justitia op het wapen van de familie Winsemius:

Wolthers – het Lam Gods (of agnus dei) met zijn kruis en vaan:

Lintelo – net als bij Van Ham twee zwarte balken met Kwik, Kwek en Kwak, al staan die nu bovenop de bovenste balk. Bovendien is het achtergrondkleurtje hier anders (geel in plaats van wit):

Hé kijk, daar hebben we de varkentjes van Sijlman weer.  En dit keer liggen er inderdaad eikels onder hun boom: