Roofvogels bij het Leekstermeer (1924)

“Zijn we het midden van het meer voorbij, dan ga ik op mijn rug liggen bovenop het roefje om met den kijker op roofvogels te loeren, die vooral in den voorzomer wel eens hoog aan het zeilen zijn. Dit is een prachtig schouwspel. Een enkelen keer krijgt ge een vischarend te zien, maar ik geloof niet dat hij er broedt, daarvoor zijn er te weinig boomen van zijn gading in de buurt. Vaker ziet ge den kiekendief, met name den bruinen of den rietwouw. Op hem let ik vooral, zoodra we uit het meer het kanaal naar Roden invaren. Daar is een zeer moerassig ruig landschap (de Bolmert, HP) met riet en elzen en andere stobben, waar het voor die roovers. een dorado is. Jammer dat er in den verloopen zomer weer een aantal gedood is. Ze hebben wel geen zuiver geweten, maar ze zijn zoo mooi. Men mist ze, als ze in zulk een landschap ontbreken. En ze staan onder bescherming van de wet. Er mogen geen roofvogels geschoten worden dan de sperwer en het smelleken. Wat zou het prachtig zijn, indien die wetsbepaling inderdaad eens werd nageleefd en door alle jachtopzieners. de handhavers van de wet, streng gehandhaafd!”

Uit ‘Een tocht naar Drenthe’, een reportage over enerzijds het Zuidlaardermeer- en anderzijds het Leekstermeergebied, door een kennelijke liefhebber van vogels – Nieuwsblad van het Noorden, 24 maart 1924.


Tabakszak als lapmiddel blijkt enige overblijfsel van florerende zaak

In het archief van het Groninger Sint Anthonygasthuis bevindt zich in een bundeltje brieven en andere stukken een placcaat uit 1685, dat kennelijk zo vaak geraadpleegd is dat het uiteen dreigde te vallen. Daarom is aan de achterkant een steunconstructie geplakt in de vorm van een stuk tabakszak, en wel de voorkant daarvan:
z DSC01793
Het betreft een misdruk met een zwaan als beeldmerk. Verder heeft dat beeldmerk de omlijsting van een uithangbord:
ooo
Heb de beeltenis wat proberen op te peppen, maar qua leesbaarheid hielp dat weinig. Toch viel er wel uit te komen. Onder het zwanenlogo staat zo ongeveer:

“Deze en meer andere soorten van opregte Amerikanische TABAK, als mede beste soorten van K……s, zijn te bekomen bij JAN A. OOSTERHOFF vooraan in de Oosterstraat tot GRONINGEN.”

Oosterhoffs initialen IAO staan boven het beeldmerk. Als ik deze tabakshandelaar natrek, kom ik merkwaardigerwijs eerst dichtbij mijn huis terecht, om precies te zijn op hemelsbreed anderhalve kilometer afstand. Jan Alberts Oosterhoff werd namelijk in 1762 geboren als de op een na jongste zoon van de landbouwer, bakker en herbergier Albert Eytes Oosterhoff te Matsloot, onder de klokslag van Roderwolde. Vanwege de naam van diens vader Eyte lijkt het erop dat het gezin in de herberg met overzet Eiteweert woonde, temeer daar de overgrootvader ook al boer en herbergier op de Matsloot was, maar dat bleek een vergissing. Toen zijn vader overleed, bood zijn moeder, naast nogal wat groenland onder Roderwolde, immers een “geneverstokery” te koop aan, waarmee de lokatie van Jan Alberts Oosterhoffs ouderlijke huis zich laat bepalen als ‘De oude Stokerije’ die volgens een kaart van Huguenin (ca. 1820) enkele honderden meters ten noorden van Eiteweert aan de Roderwolderdijk stond. Tot voor kort bevond zich hier inderdaad nog een boerderij vlakbij de vloeivelden van de suikerfabriek. Inmiddels is deze afgebroken en rest er niets dan een poeltje van de huisplaats. Overigens had Jans grootmoeder hier als weduwe, naast een middelgrote boerderij met herberg, nog een handel in tabak. Wat dat betreft viel de appel niet ver van de boom.

Wanneer Jan Alberts Oosterhoff naar de stad verhuisde is onbekend. Wellicht ging hij er als jongeling heen om een vak te leren. In 1791 trouwde hij met een vijftien jaar oudere koopmansweduwe en kocht even later datzelfde jaar ‘t klein burgerrecht, om lid van het koopmans- en kremersgilde te worden. In 1791 vestigde hij zich dus als winkelier.

Dat hij redelijk succes had met zijn tabak, blijkt in 1803. Dan plaatst hij een advertentie tegen concurrenten die tabak verkopen onder zijn naam en merk:

“Ondergetekende JAN OOSTERHOFF, tot myn leetwezen vernomen hebbende dat [in] de valsche Rode Rosynekorf Tabak met myn naam &c. voorzien, word verkogt, en ik hieromtrent niet onverschillig kan verkeeren, zoo wil door deezen een ieder die zie hieraan mogten schuldig kennen, of eenigsints daarin hebben medegewerkt, vriendelyk verzogt en ernstig gewaarschouwd hebben om van deeze hunne handelwyze af te zien, opdat ik niet genoodzaakt worde, langs onaangenamer middelen dat kwaad te keeren.

Groningen den 28 July 1803.    JAN OOSTERHOFF.”

Feitelijk was dit veel geschreeuw en weinig wol, want het merkenrecht stond nog in de kinderschoenen en ik denk niet dat Jan werkelijk een proces zou zijn begonnen. De uitkomst was te ongewis.

Het huwelijk van hem en zijn vrouw bleef kinderloos. Zij stierf in 1819 en hij in 1822. In Huize de Beurs kwam toen eerst de inventaris van de tabakshandel in de Oosterstraat onder de hamer:

“5 Vaten beste Marijlandsche bladen tabak , een partij losse bladen dito, eenige riemen wit tabakspapier; voorts een tabaksinstrument, tabaksmessen en dito -raams, groote ijzeren balans met schaalbladen, dito gewigten en kleinere balansen en gewigten, een koopmanskare en meer andere goederen…”

Later dat jaar volgde Oosterhoffs vastgoed: het huis in de Oosterstraat en nogal wat land in de Paddepoel, Hoogkerk,  Usquert, Uithuizermeeden en Hornhuizen, plus een klein scheepsaandeel, waaruit blijkt dat Jan de winst uit zijn tabakshandel gespreid belegde. Bij de boeldag van de huisraad, ten slotte, werden onder meer tapijten, kabinetten en een “zeer accuraat staand uurwerk” verkocht, eens te meer een bewijs dat Jan Oosterhoff goed geboerd had met zijn nering.

Toch bleef daar enkel het stuk tabakszak van over, waarmee een placcaat in het archief van het Anthoniegasthuis opgelapt werd. We weten natuurlijk niet of dit gebeurde tijdens Jans leven, toen de zak nog courant was. Dat kan ook later gebeurd zijn. In elk geval dateert de gebruikte zak uit de periode 1791-1822 en dat is behoorlijk oud voor bewaard gebleven handelsdrukwerk.


Je weet nooit hoe een koe een zwaan vangt

Tussen Wetsinge en Hekkum blies een gebelgde zwaan naar een al te opdringerige pink:
DSC01964
De pink deinsde een kwartslag achteruit en de in zijn trots gekrenkte zwaan streek weer neer op zijn ruiplek:
DSC01965
Maar de nieuwsgierigheid van de andere pinken was nu ook gewekt. Gezamenlijk rukten ze op naar dat agressieve beest:
DSC01966
Dat deze overmacht niet aankon en zijn toevlucht nam in de sloot:
DSC01967
De pinken hielden een evaluatieve nabespreking hoe het de volgende keer beter kon:
DSC01969


Avondrondje Leegkerk

De suikerfabriek en het spiegelgladde water in de Hoendiepbocht bij Vierverlaten:
DSC02064
Hier hoort eigenlijk een muziekje van Ennio Morricone bij:
DSC02069
De nubische geiten zijn terug bij de Tichelwerkbrug, ze houden veel van een bepaalde boomschors:
DSC02072
Op die brug is dit het uitzicht:
DSC02080
De oranje wolk laat in het zuiden neerslag los:
DSC02084
Even later bij Vinkhuizen:
DSC02086
Hij kreeg een grappig slurfje:
DSC02089
Het hele plaatje:
DSC02090


Schrikaanjagerij op de openbare weg – welk TV-programma gaf ‘t voorbeeld?

Vorig jaar ergens is het begonnen. Jongetjes die je op het fietspad inhalen en dan opeens, zonder enige aanleiding, keihard beginnen te schreeuwen. Dit om je schrik aan te jagen. Wat natuurlijk gebeurt, want je bent er totaal niet op ingesteld.

Dit jaar gebeurde het misschien twee, drie keer. Altijd door jongetjes. Ik vermoed dat ze het van een televisieprogramma hebben opgepikt. Natuurlijk bij een van de commerciële zenders, want die denken niet na over na-aperij en de consequentie die dat schrik aanjagen op bijvoorbeeld hartpatiënten kan hebben.

Dit keer werd ik bij de spoorwegovergang Peizerweg ingehaald door twee scootertjes. Volwassen kerels voorop, meiden met wapperende haren achterop. Geen vuiltje aan de lucht, al denk ik dan wel: heb je soms pap in je benen dat je niet fietsen kan en onze kostbare fossiele energie in onnut verkwist? Wat later kwam er, ter hoogte van de Gamma, nog eens zo’n scooter aan. Jullie raden het al, naast me gekomen meende de bestuurder een pseudo-doodskreet te moeten slaken, om, toen het effect inderdaad schrik bleek, een akelig holle lach af te geven.

Ik heb hem maar heel even kunnen zien: kaalkop, vetpens, neanderthaler naar eigen vrije keuze. Het niet waard om nog meer woorden aan te vervuilen.

Maar nu mijn vraag: weten jullie welk TV-programma dit schrik aanjagen in de wereld heeft geholpen?


‘Hoop op zegen’

DSC02043

‘Hoop op zegen’ , zo heet de woonboot achter deze entree. Hoewel het een motorloos scharkje betreft met een schuine, huiselijke, rietgedekte kap, waarvan de schoorsteen is ingelegd met natuursteen, houdt de bewoner zijn nautische aspiraties hoog, getuige het zeilscheepje en de eendjes op het naambord, naast het anker op de rode brievenbus.

Die brievenbus lijkt nogal ruim bemeten, wat een overvloedige ontvangst van post doet vermoeden, maar de bewoner heet niet zomaar iedereen welkom. De bel op de deur wordt immers geflankeerd door twee bordjes: “Gevaarlijke hond” + “Pas op waakhond; betreden op eigen risico”. Vooral fietsers moeten oppassen gezien het hooggeplaatste verbodsbord. Hun vehikels mogen zij slechts buiten de poort stallen, aldus de waarschuwing eronder. Bovendien begint achter het hek een rookvrije zone. Rokende fietsers moeten dus dubbel op hun tellen passen.

De toegangspartij is verder opgesmukt met enkele ornamenten. Zo zien we een godzilla, een heks op een bezemsteel, een dubbeldekker-vliegtuig en twee leeuwen.


Rondje Klein Wetsinge

Op een volkstuin in Hoogkerk bij het spoor:
DSC01854
Kalf bij de Gaaikemadijk. Zou van een Zwitsers rundveeras zijn:
DSC01869
Populierenlaan, Gaaikemadijk:
DSC01882
Nog meer kalvertjes – dit keer is er geen ontsnappen meer mogelijk:
DSC01886
De nieuwe Dorkwerderbrug in opgetilde toestand, vanuit het westen gezien:
DSC01890
En in de gewone positie:
DSC01903
Reitdiep bij de Wierumerschouw:
DSC01909
In de verte twee windsurfers. Op de achtergond Krassum met het oranje materieel van Ad Nooren en daar weer achter de toren van Garnwerd:
DSC01912
Het nieuwe interieur van de kerk in Klein Wetsinge, die nu af te huren is voor vergaderingen, bruiloften etc.:
DSC01925
Als je de toren beklimt, kom je langs de beun met het uurwerk:
DSC01935
Boven was het best warm; je hebt er een aardig uitzicht over de velden:
DSC01937
Boerderij in de verte:
DSC01938
Nogmaals langs de uurwerkzolder:
DSC01942
Mussen in een heg te Groot Wetsinge:
DSC01958
Aftakelende hooiwagen bij de Raken:
DSC01974
Bij de pomp, Feerwerdermeeden:
DSC01982
Kat:
DSC01985
Hond:
DSC01993
De eerste stukken land zijn alweer omgeploegd:
DSC02036
Schuurtje met bruidssluier bij een woonschip op het Aduarderdiep, nabij Steentil:
DSC02042


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 844 andere volgers