Een vrouwenkopje uit de abdij van Aduard

Omdat mijn fietsketting er voor de zoveelste keer binnen korte tijd aflag, ben ik gistermiddag naar Aduard gelopen (7,7 km) om dit prachtige middeleeuwse vrouwenkopje te zien:

Het bouwornament is onlangs gevonden door historicus Jacob Loer, ook geestelijk vader van de 3d-reconstructie van de machtige abdij ter plaatse. Het sierde waarschijnlijk met een hele serie andere, maar soortgelijke kopjes het interieur van de enorme abdijkerk (d.w.z. de echte, gesloopte, niet de veel kleinere voormalige ziekenzaal die nu daarvoor doorgaat). Begin zeventiende eeuw moet het kopje afgekapt zijn van een grotere baksteen omdat het hergebruik van die baksteen in de weg zat, en bij die gelegenheid op een puinstort zijn beland. Deze stort bevond zich vlak tegen een oude perceelgrens, raakte overwoekerd en onder het maaiveld, waar Jacob het vrouwenkopje bij tuinwerk aantrof. Dat het in de afgelopen vier eeuwen zo gaaf bewaard is gebleven, mag gerust een wonder heten. Het lag met het gezichtje naar onderen. Aan de achterkant van het kopje zit wel een beschadiging door tuingereedschap.

Jacob schat dat het ornament uit de dertiende of veertiende eeuw dateert. Het is waarschijnlijk gemaakt in de omgeving van Utrecht. Nadere datering is misschien mogelijk aan de hand van de hoofdtooi. In elk geval is het kopje post- romaans.

Kreeg na het bewonderen van het vrouwenkopje nog een rondleiding door de directe omgeving van Jacobs woning, een vroegere gereformeerde kosterij die gebouwd is op het terrein dat ooit het hart van de abdij vormde. Dit maakt ook deel uit van de wandeling door Aduard met de genoemde 3d-reconstructie die je via een app op je telefoon kunt downloaden. Ook uit later tijd zijn er sporen en zelfs botanische, zoals een hulstboom die stamt uit de periode (tot 1814) dat hier nog het borgje van de roemruchte jonkers Lewe stond:

Uit de tuin kwamen kloostermoppen in meerdere formaten en kleuren tevoorschijn. De hele abdij vormde een soort van stad, die door zijn hogere gebouwen en toren van heinde en verre zichtbaar was in de vlakke omgeving:

Naderhand nog even bij het Kloostermuseum geweest, waar het kopje nog in de collectie zal worden opgenomen. Daar was de rondleider van dienst echter net met een groep bezoekers naar de kerk vertrokken, zodat ik beter een andere keer eens weer kon komen. Dat doe ik dan maar – momenteel is er een tentoonstelling te zien over onderwijs in het verleden.

.


Badkat met guppy

.

Als je weinig in de Stad komt, mis je veel moois. Bijvoorbeeld deze ‘Badkat met guppy’ die sinds ruim anderhalve maand in het Verbindingskanaal bij het Groninger Museum drijft. Het ding is gemaakt na workshops met kinderen uit de Korrewegwijk, waar het de afgelopen zomer in de Floresvijver dreef. Realisatie lag in handen van Studio Maky uut Rotterdam. Zie ook


Luchtdoop aan de stuurknuppel

In 2001 maakte ik voor de Groninger Universiteitskrant UK een artikel over twee vlieginstructeurs  die aan de universiteit werkten. Bij die gelegenheid beleefde ik mijn luchtdoop – aan de stuurknuppel van een Cessna. Sindsdien heb ik nooit meer gevlogen. Hierbij de autobiografische passage uit dat stuk

Het sturen met de voetpedalen gaat me slecht af. De rechte lijn kan ik niet houden en de Cessna zwabbert over de startbaan alsof er een dronkelap in de cockpit zit. Ik vervloek mezelf. Zelden fiets ik, een rijbewijs heb ik geeneens en nu moet ik zo nodig aan een vliegtuigstuur mijn luchtdoop ondergaan.

Geen tijd voor gezanik. “Trekken, trekken, trekken”, roept mijn instructeur. Ik haal krampachtig het stuur naar me toe en inderdaad, de kist komt los. Als we weer wat recht liggen, gluur ik eventjes door het raampje links. Fwhowhf, wat zitten we al hoog. Akelig hoog gewoon.

Gelukkig weet ik me in goede handen. Mijn instructeur, de man die me hiertoe overhaalde, is Cees Sterks, hoogleraar economie, maar ook auteur van Briefings voor het vliegbrevet A. Hij legt me uit dat er idealiter vier vingers aan ruimte moet zitten tussen de neus van het vliegtuig en de horizon.

Omhoog corrigeren blijkt geen probleem. Omlaag wel. Bij een duwtje op het stuur krijg ik het gevoel of mijn maag ergens boven mijn kop zweeft.

Tussen de stad en Hoogkerk vliegen we naar het noorden. Dat gaat goed. Of stuurt die Sterks telkens even bij?

Verbazend snel doemt Garnwerd op. Daar zijn de kronkels van het Reitdiep. Ezinge, ons afgesproken rondje om de kerk. Verder het Reitdiep af. Perceeltjes knalgeel koolzaad in een zee van groen. Extreem helder is het zicht. Boven het Lauwersmeer zien we de rij eilanden van Schier tot Terschelling.

Op de terugweg zet Sterks de propellor even op een zeer laag pitje. “Daar is een mooi veldje voor een noodlanding”, wenkt hij. Mooi dat ’t niet doorgaat. Maar boven Zernike zweet ik als een visotter. Een vage misselijkheid komt over me. Van het poppenkermisje onder ’t ietepetieterige Martinitorentje kan ik nauwelijks meer genieten. Heel fijn dat Sterks zelf de landing doet.

Als we eenmaal op het terras van de Noord Nederlandse Aero Club zitten, vraag ik hoe ik het eraf heb gebracht. Niet al te best. Ik blijk een van zijn slechtste leerlingen ooit. “Je reageerde zo paniekerig”, evalueert hij.

Uit: Harry Perton, ‘Knotsgekke kerels in vliegende kratten’, UK, 31 mei 2001.


Rondje Zevenhuizen

Schotse hooglanders bij de Turfweg tussen Leutingewolde en Nietap:

Bij de Langewijk tussen Nieuw-Roden en Zevenhuizen:

In Zevenhuizen heeft iemand dit in de tuin gezet – het bovenstuk lijkt op een handpaal of strijkpaal die bij sluizen en bruggen aangaf dat schippers hun zeilen moesten strijken, alleen ontbreekt de duim:

Het Leekster Hoofddiep bij de Roomsterweg, half dichtgegroeid met waternavel:

De vorig jaar opgeknapte brug aldaar:

Terugblik bij tegenlicht:


Rondje Harkstede

Paterswolde, laan bij de Schelfhorst:

Aan het eind van de laan:

Een boreling aan de Boterdijk groet de passanten:

Bij Scharmer in de buurt:

Harkstede:

In Engelbert zag ik bij de Olgerweg een dame lopen met op een soort van wandelstok een Goffini kaketoe. Eerst dacht ik dat ik dat hij opgezet was, maar het bleek een levend exemplaar. Het beest was vrij tam, wandelde zonder mankeren over op mijn arm en riep keihard “Hallo” in mijn oor, een groet die we samen meermalen hebben gerepeteerd:

Roodbont blaarkopstierkalfje in het land van boer Diekhoes op de Euvelgunne:

De Terborchlaan naar Eelderwolde:


Rondje Aduarderzijl

Leegkerk, incompleet populierenlaantje:

Uitdunnend blad:

Aduarderzijl – aanbieder minibieb heeft wat met vogels:

Loop naar de pomp en haal er wat wijsheid:

Aduarderzijl – dreigende situatie:

Antum, bij een van de oprijlanen naar Koepon:

Dijkzicht op grazige weide tussen Hekkum en Wierumerschouw:

Haas koestert zich in zon, ook daar:


Rondje Oldehove

Witte koe op het Viooltjesland (tussen de Roderwolderdijk en het Koningsdiep), Hoogkerk:

De vlakbij grazende stier:

De Zuidwending tussen Nieuwbrug en De Poffert:

Oeps, daar is Boris:

Zonnebadende aalscholver op de hoek van de Zuidwending en het Aduarderdiep:

Bij het Washuisheem:

Molen de Jonge Held tegen de achtergrond van Vinkhuizen:

Aduarderdiep met de Gaaikemadijk verderop:

Het fietspaadje achter Piloersema, Den Ham:

Bij de Jensemaweg in de buurt:

In Oldehove op atelierbezoek bij Johan van der Dong – veenlandschap:

Terug over Noord- en Zuidhorn – hoekje langs de weg tussen Oldehove en Noordhorn:


Zwanenflottielje in de Zuidermolensloot


Bartje en het mysterie van de anonieme aanwinst

Bartje mag dan niet voor brune bonen bidden, hij was verzot op witlof, althans volgens de Groninger groenteveiling of een daar actieve groothandel, die (Drentse?) witlof pondsgewijs in puutjes verpakte, die hun weg vonden naar de Duitse markt.

De verpakking lag samen met enkele brochures en andere memorabilia van de groenteveiling aan de Peizerweg op mijn werktafel bij de Groninger archieven. Het spul moet er neergelegd zijn na mijn pensionering in juni, waarschijnlijk tijdens de vakantie van mijn oud-kamergenoot. Mogelijk gebeurde dit door een oud-werknemer van groothandel Stavasius. Uiteraard worden de spullen in dank aanvaard bij de Groninger Archieven, maar intussen prangt nog wel de vraag wie ze er heeft gedeponeerd of laten deponeren. Zou de gullen gever zich asjeblieft willen melden, hetzij bij het archief, hetzij bij mij? Het is altijd aardig om ook wat contextuele informatie te hebben. Alvast bedankt!


Rondje Jonkersvaart

Pompoenenstal tussen Tolbert en Niebert:

Nuis – een van de lanen naar de Coendersborg:

Vreemd hek bij de Pierswijk:

Een van de zinken stieren als markeringen op dampalen, Willemstad:

Jonkersvaart aan de achterkant, vanaf de Zuiderhoeksweg:

Ram:

Jonkersvaart van de voorkant, met vrij veel waternavel (maar nog lang niet zoveel als aan de oostkant van het Leekstermeer):

Jonkersvaart – ze vonden het wat te fris om de schaduw op te zoeken:

Bij de kerk van Zevenhuizen:

Gezinsuitbreiding op Huize Ter Heijl:

Paarden bij Sandebuur:

Matsloot – er komt ander weer aan:


Rondje Bunne

Onlanden, vanaf de brug bij het watervalletje – langzaam schreed de zilverreiger naar de eend, die echter ruim op tijd weer weg was:

Hooglanders in hun ‘zitkuil’ aan de Drentsedijk:

Oude schuur in Bunne die me eerder niet zo was opgevallen:

Gezien het asbest dak heeft hij zijn langste tijd gehad – het patchwork van steen, hout en bovenlichten in de zijgevel:

Ensemble bij de Burchtweg/Westeinde, Bunne:

Ik zag en hoorde bij Bunnen in totaal zeven helicopters, waaronder een paar van deze jongens, die wat betreft hun vorm doen denken aan de oorlog in Viêtnam:

Grazende witte koe, Bunne:

Pompoenenstalletje onder Peize:

Zilverig, al wat verdrogend blad:

Bij de Zwarteweg onder Roden:

Ik wist niet dat er een ooievaarsnest op een schoorsteen van huize Mensinge lag. Voordeel van eens een andere weg nemen dan de gebruikelijke:

Op het veld achter Mensinge een beperkte kermis vanwege de Rodermarkt:


Rondje Eiteweert – Leegkerk


Doodslag en zoengeld

De Afghaanse Taliban spelen wel mooi weer voor de buitenwacht, maar zijn niet van zins hun strafrechtelijke praktijken te hervormen, zo bericht Associated Press. Executies zullen misschien niet meer in het openbaar worden voltrokken, maar verder verandert er niets ten opzichte van de jaren negentig. In het bericht trof mij vooral deze passage:

Executions of convicted murderers were usually by a single shot to the head, carried out by the victim’s family, who had the option of accepting “blood money” and allowing the culprit to live.

Dat accepteren van een ‘vergoeding’ of zoengeld door de nabestaanden van het slachtoffer in ruil voor genade voor de moordenaar, was een mogelijkheid die begin 17e eeuw ook nog in Groningen en Drenthe bestond. Ik kwam deze meermalen tegen. Bij de sententies door het stadsbestuur zit er bijvoorbeeld een uit 1616 wegens een doodslag, begaan door een Hindrik Cranssen, Deze nam de benen, terwijl het bloed van zijn slachtoffer “na dezen stadsboek niet bevredigd” was. Hij had zich dus niet verzoend met de familie. Daarom zou er op de uitvaart, bij het graf van de dode uit naam van de familie “moord geroepen worden”. Doordat hij zijn schuld niet delgde, was Cranssen vervallen verklaard van al zijn rechten en verviel hij van (half) civiele rechtsregeling in een puur lijfstraffelijke, als hij gepakt werd. Soortgelijk moordgeroep klonk ook in 1617 en 1618 nog bij begrafenissen na manslagen.

Naar het zich laat aanzien was Cranssen van een gegoede familie, voor het kunnen afkopen van een doodslag moest een dader ook wel over voldoende geld kunnen beschikken. Voor onbemiddelde daders gold deze mogelijkheid niet, die kregen, als de overheid de hand op ze wist te leggen en hun delict voldoende bewezen achtte, te maken met de volle kracht van de wet in de vorm van zwaard, galg of rad.

De laatste keer dat ik zo’n vergoeding wegens doodslag tegenkwam, was bij een kwestie in Havelte, ca. 1670. De kandidaat voor een bepaalde functie kwam volgens diens tegenstanders niet in aanmerking omdat ze die functie zagen als vergoeding wegens een doodslag begaan door de lokale schulte Struuck.

Het afkopen van doodslag met zoengeld was een regeling die in de Middeleeuwen veelvuldig werd toegepast bij vetes. In dit opzicht loopt Afghanistan opnieuw een half millennium achter.


Rondje Peize – Paterswolde

Gevlekte koe bij de Langmadijk, Peizermade:

Prettig dromend varken, Roderwolde:

Weggetje bij maisveld, Peizerwold

Fietspaadje Peize:

Nieuw bord attendeert op het verdwenen Huis te Peize, ooit een havezate waar machtige Drentse heren woonden::

Het schathuis of de boerderij die erbij hoorde staat er nog steeds. De boer stond buiten en gaf me toestemming om de wat verscholen geplaatste gevelsteen te fotograferen – het betreft ’t alliantiewapen De Coninck-Van den Clooster uit 1706:

Sinds jaar en dag huppelen er konijntjes rond de boerderij:

Eenzame lindeboom op de Eelderma:

Duivenhok bij de Verlengde Boterdijk, Paterswolde:

Pompoenenplantage bij de Boterdijk:

Bord langs de Meerweg waarschuwt voor overstekende otters:

De Paalkoepel, in 1908 gebouwd als theehuis voor Jan Evert Scholten, in de jaren 70 nog zwaar vervallen en sindsdien in gebruik als restaurant:


Rondje Gaarkeuken – Oldekerk

Eerst maar eens lekker voor de oostenwind over Den Horn en langs het Hoendiep naar het westen. Vervolgens teg de wind in terug over Oosterzand, Oldekerk, Niekerk en de Maarsdijk.

Aan de andere kant van Den Horn waren wat daken van een boerderij en bijbehorende schuur gestript, ik denk voor een asbestsanering, want anders was er wat minder behoedzaam omgegaan met de onderliggende kapstructuur:

Bij de gewezen kerkplaats met klokkestoel van Oldekerk was ik in tijden niet geweest:

Vanaf de achterkant – de contouren van kerk en toren zijn met stenen in het gras gemarkeerd. Ben hier ook eens aangevallen door een ram, maar zo te zien was er geen beweiding meer:

De kap van de klokkestoel:

Mooi stelletje schapen, vlakbij de hoek Kroonsfelderweg – Ekebuursterweg:

Maarsdijk – toen onze trekker nog een trekkertje was, was-ie aardig om te zien:

Herfsttijloos in de berm bij de kerk van Oostwold:

Duellerende dwerggeiten langs de weg, Oostwold:

Schepen tussen Oostwold en De Poffert:

Suikerfabriek Hoogkerk – jongeman bespuit bieten met een soort waterkanon:

Schip bij de loskade van de fabriek:

Het ging me om dit logo – een soort van poema – dat ogenschijnlijk niets te maken heeft met de scheepsnaam: