Een weerkundige waarneming van Antoon Adriaan van Iddekinge

“De Wel Ed[el] Gestrenge Heer A.A. van Iddekinge, Burgemeester der stad Groningen enz. enz., een opmerkzaam onderzoeker van de natuur en inzonderheid van de kruidkunde, heeft my verhaald dat het meer dan eens is waargenomen, dat wanneer de Hofvyver in ’s Hage by stil weder des nagts maar even met ys overdekt was, de jongens dien dag te Groningen op schaatsen reden.”

Aldus de geneeskundige I.J. van den Bosch in 1778. Antoon Adriaan van Iddekinge, niet alleen burgemeester van Groningen, maar ook de luitenant-stadhouder en daarmee veruit de machtigste man van Stad, moest regelmatig verschijnen in de Staten-Generaal en aan het Hof in den Haag. Daar merkte hij het uiteraard op als er één nacht ijs op de Hofvijver lag. Destijds hadden ze natuurlijk geen snelle communicatiemiddelen als telegraaf, telefoon, radio, TV en internet, maar door zijn correspondentie met het thuisfront kwam Van Iddekinge toch aan de weet dat op dezelfde dag de jongens in Groningen al scheuvelden. De conclusie die hij met Van den Bosch deelde mag dan voor ons niet zo verrassend zijn, maar was destijds het mededelen waard: er bestaat een temperatuurverschil tussen Den Haag en de stad in het Noorden.

Dat Van Iddekinge ook een natuuronderzoeker was, en zich toelegde op de botanie, is minder bekend. Meen ook wel eens te hebben gelezen dat hij nergens echt veel verstand van had, behalve dan van besturen. Maar ik herinner me nu ook dat bij de brand van zijn huis in de Oosterstraat, in 1777, een naturaliënkabinet met een grote schelpencollectie verloren is gegaan. Met dat kabinet zal dan ook het herbarium of de gedroogde plantencollectie verbrand zijn.

Bron: Iman Jacob van den Bosch, Verhandeling van de oorzaken, voorbehoeding en geneezing van ziekten uit de natuuryke gesteldheid van het Vaderland voortvloeijende, dl. XVIII (1778) van de ‘Verhandelingen uitgegeeven door de Hollandsche Maatschappye der Weetenschappen te Haarlem’, bepaaldelijk pag. 112.

Advertenties

‘Maalende doorgaans ieder Landman voor zich zelven met slegt gereedschap’

“De laage landen onder GRONINGEN staan doorgaans van het begin van november, of somtyds nog vroeger, tot aan april, ook wel laater, onder. Dat veel afhangt van de menigte van den gevallen regen, doch voornamentlyk van de westewinden, die den afloop van het water beletten, en de oostewinden die het spoediger ontlasten. Terwyl men op zeer veele plaatsen de opdrooging als aan het geval overlaat. Want op weinige plaatsen heeft men tot de ontlasting gemeenschappen en goede molens; maalende doorgaans ieder Landman voor zich zelven met slegt gereedschap maar tot 2 voeten. Men heeft molens tot 3 en een half, het geen men meent het uiterste te zyn.”

Met andere woorden: nog tegen 1780 liet men op de lage gronden rond de stad Groningen vaak van november tot in april Gods water op Gods akkers liggen. De overheersende westenwinden beletten het spuien, collectieve polders met grote molens bestonden er nog nauwelijks, doorgaans bemaalden individuele boeren hun eigen grond met watermolens van geringe kwaliteit en capaciteit.

Ter vergelijking: Hoogkerk 1812.

Bron: Iman Jacob van den Bosch, Verhandeling van de oorzaken, voorbehoeding en geneezing van ziekten uit de natuuryke gesteldheid van het Vaderland voortvloeijende, dl. XVIII (1778) van de ‘Verhandelingen uitgegeeven door de Hollandsche Maatschappye der Weetenschappen te Haarlem’, het hoofdstuk over lage grond (294-320), bepaaldelijk 316.


De Kerstvloed volgens Engelse kranten



Bericht uit de Daily Courant van 28 december 1717. Jaren geleden liep er een trial op een databank van zulke kranten bij de Groninger Universiteitsbibliotheek, destijds moet ik deze screenprintjes hebben gemaakt, die ik onlangs weer terugvond.

Terwijl de Haerlemsche Courant, de belangrijkste Nederlandse krant, vrijwel met geen woord schreef over de ramp in het noorden, berichtten Engelse kranten er vrij vlot en uitgebreid over. Zoals wel vaker, waren die berichten echter vrijwel gelijkluidend.

Het bericht uit Groningen in de Engelse kranten blijkt een vertaling van een bericht in het Relaas van (…) de hoogen Watervloed, een los Amsterdams nieuwsvel dat mogelijk meermalen is herdrukt en waarvan zich een exemplaar uit 1718 in het Rijksmuseum bevindt:


‘Bescherming tegen atoomoorlog mogelijk – geen reden voor paniek of hysterie’

Meppeler Courant 21 februari 1955.


Noar Stad tou

Op het stationsplein zijn bij wijze van richtingaanwijzers vignetjes op een gele ondergrond aangebracht. Een ervan staat voor de Martinitoren:

Duizenden knuffels in de glazen doos op het Hereplein:

Remake (plastic) van Rabenhaupt op het Zuiderdiep blikt met puilogen naar boven waar hij de glènde koegels van Bommen Berend verwacht:
Een diertje met een pleziertje – graffiti in de Papengang:

Het stadhuis in een raam aan de Oosterstraat:

In de nieuwe strip op de Grote Markt door Jan-Willem Spakman beklimt KingKong een popcorn etende Martinitoren:

Geen terrasweer (Grote Markt zuidzijde):

In het GRID (voorheen Grafisch Museum) aan de Sint Jansstraat de tentoonstelling ‘Papier ontvouwd‘ bekeken. Er lag nogal wat spul uit de Groninger Archieven, zoals deze drukwerkjes:
Oude archiefzakken:

Een fascinerende vitrine toonde papier dat bij restauraties en verbouwingen tevoorschijn kwam uit balken waarin het als opvulmateriaal was gebruikt. Onder andere ging het om een kindertekening, een Frans modeblad, de tien geboden, een rekening voor de kerk van Termunten en een aanslagbiljet voor de verponding (grondbelasting):

Het modeblad:

De kindertekening

De tentoonstelling is in de ruimte op de eerste verdieping waar zich tot 1997 de historische studiezaal van het Rijksarchief Groningen bevond – deze trap heb ik honderden malen bestegen:

Op de Grote Markt werd de ijsbaan in elkaar gezet:

Ornament in de Ubbo Emmiusstraat dat niet helemaal op zijn plek lijkt te zijn:

Ubbo Emmiussingel:


Groeten uit Groningen

Ansichtkaartje Hoge der A met regenboog:

Portrait in plaats van landscape:

Terwijl ik hiermee doende was, breidde de regenboog zich uit:

Op de terugweg ten westen van De Held ook nog een exemplaar:


Boeiend leesvoer

Vanmiddag gezien bij de boekpresentatie in de Maartenshof: burgemeester Peter den Oudsten verdiept zich zodanig in het (bijna) eerste exemplaar van Caritas in verandering, dat hij zich door niets en niemand laat afleiden. En dat terwijl hij de pdf van Albert Buursma’s boek al had doorgenomen voor zijn praatje, waarin hij het aanprees als “zeer leesbaar”.