Rondje Pasop

Onlanden, zwanenvlucht:
2015-04-18 005
Droog plekje op de Onlanden met hondsdraf:
2015-04-18 007
Bij Lettelbert:
2015-04-18 017
Paard wil naar ander paard aan de overkant van de sloot, maar dat kan niet:
2015-04-18 018
Bloesem op het talud van het viaduct tussen Lettelbert en Oostwold:
2015-04-18 026
Vervallen schuurtje in Lettelbert:
2015-04-18 027
Schapen op de Traansterdijk:
2015-04-18 036
De Lage Traan:
2015-04-18 040
De kievieten erboven:
2015-04-18 044
Boer woelt land om, meeuwen vinden dat leuk:
2015-04-18 047
Pasop:
2015-04-18 057
Tulpen en hyacinten voor het slooppand aan de Aduarderdiepsterweg:
2015-04-18 083


Paterswoldse aardbeien

Ottolander, Nl flora & pomona (Groningen 1875)

“EELDE, 21 Aug. Sedert de groententuinen bij de stad Groningen meestal tot bouwterrein zijn gebruikt hebben vele arbeiders in deze gemeente en vooral te Paterswolde zich met kracht op de groenten- en vruchtenteelt toegelegd. Velen hebben hun bestaan daardoor vrij wat verbeterd en zijn daardoor in vrij wat beter conditie dan vroeger. De grond schijnt hier voor de cultuur van deze vruchten uitstekend geschikt te zijn en vooral levert het kweeken van aardbeien aanzienlijke voordeelen op. Een der kweekers van deze plant verkocht in dit seizoen van 11 Are land voor ruim ƒ 200, dit zou van een H.A. dus ongeveer eene opbrengst van ƒ 1800 worden.”

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 22 augustus 1898.

Commentaar: zoals wel vaker, berichtte de krant hier vrij laat over een zich langzaam voltrekkende ontwikkeling. De moeskerijen buiten de  wallen van de stad die eerder groente en fruit leverden aan de stadjers, werden immers al vanaf 1875 bestemd voor woningbouw. Zo stamt de Warmoesstraat in de Oosterpoortwijk van 1879, terwijl de Jacobstraat van 1877  is en de Frederikstraat van 1878.  Rond 1880 stegen de stedelijke groenteprijzen dus al en moeten de arbeiders van Paterswolde, die steeds minder emplooi in de turfgraverij vonden, hun kans hebben geroken.

Paterswoldse aardbeien waren al gauw een begrip in Groningen. Ze werden in “groote hoeveelheden” verbouwd op “enorme aardbeienvelden” die vooral tijdens de bloei een “magnifiek gezicht” opleverden. Eind jaren 20 echter, zat er even een dip in de teelt. Misschien hing deze dip samen met de economische crisis? Maar de vraag naar de luxe lekkernij herstelde zich vlug en in mei 1934 kondigde het Nieuwsblad van het Noorden zelfs de aankomst van de eerste aardbeien in de stad Groningen aan, alsof het een equivalent van de Hollandse Nieuwe betrof.

Paterswoldse aardbeien werden ook een exportproduct. In juni 1936 gingen ze al eens per vliegtuig naar de Nederlandse ambassadeurs in Brussel en Londen, beide oud-Groningers.  Dit gebeurde door de veilingvereniging van Eelde/Paterswolde op verzoek van de gemeenter Eelde. Vanaf 1947 kwam een export per vliegtuig naar Londen tot stand, waar ze dan misschien ook wel op Wimbledon zijn verorberd.

Intussen kwamen ze in Groningen vooral door venters aan de man. Zo maakte ik er ook kennis mee, omstreeks 1977. Dat was nog net op tijd, want in 1980 bleek de teelt al “nagenoeg verdwenen”. Al met al heeft ze dus een eeuw bestaan.


De parvenu onder Neerlands gewesten

Ik wil nog even terugkomen op een kaartje dat het CBS een paar  weken geleden op Twitter publiceerde:

In welke NL gemeenten vind je nog gebouwen of woningen van ca. 700 jaar oud CBS 2 april 2015

Het gaat om panden van voor 1350 – ik neem aan op onderdelen en dat een minder oude voorgevel zo’n pand niet diskwalificeert, want dan houden we heel weinig over.

Wat het kaartje dan laat zien: de vier of vijf gebieden waar in de Middeleeuwen al flink veel bouw in (bak)steen bestond. Het oude Friesland valt op (Oostergo, Hunsingo, Fivelingo), evenzo doen dat de boorden van de grote rivieren zoals IJssel en Rijn, en verder Zuid-Limburg en Zeeland.

Holland, daarentegen, is karig bedeeld. Qua beschaving liepen ze daar wat achter. Het is de parvenu onder de Nederlandse gewesten.


Oldambtster witten

Je had altijd een boel rooien in het Oldambt, maar je had ook Oldamtster witten. Geen contrarevolutionaire miesgasters maar bonen om op te eten. Deze ondergaan tijdens de groei aan de stam een opmerkelijke tweevuldige kleurmetamorfose. Henk Scholte, die sowieso alles weet over Groninger mondkost, en dus ook over Oldambtster witten, vertelde er gisteravond met smaak over op de ALV van de cultuurhistorische vereniging Stad en Lande. De Oldambtster witten, die enkele decennia geleden nog maar in één enkele Musselkanaalster volkstuintje werden geteeld, zijn nu bezig aan een opzienbarende comeback op de tafels der vaderlandse lekkerbekken.


Een presentabel polletje

De Peizerweg biedt weinig natuurschoon. Maar de polletjes dotterbloemen op de rand van de sloot maken ieder jaar april wat goed van dat mankement:

2015-04-16 019


Nog een smokkelaar

Dit is dan de vierde smokkelaar in mijn familie. Een naamgenoot ook nog.

Op 8 december 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, stonden Harm Perton (40) en de twaalf jaar jongere Derk Kuiper voor de rechter in Winschoten. Beide waren ze arbeider en woonachtig in Veelerveen.  Nog geen anderhalve maand eerder, op 25 oktober, waren ze Harm en Derk ’s avonds  na zonsondergang op verboden terrein gesnapt, namelijk vlakbij de Duitse grens onder de gemeente Bellingwolde. Ze voerden vijf levende schapen met zich mee in de richting van die grens, zonder te beschikken over de papieren, vereist voor zulk vervoer. Beide werden ze daarom aangehouden door soldaten, waarvan en eentje buitengewoon commies was. Die nam de schapen in beslag.

De rechter verklaarde Harm Perton en zijn kameraad schuldig aan:

” In het door de Koningin aangewezen gedeelte van het grondgebied des Rijks goederen vervoeren in andere dan binnenwaartsche richting, zonder dat dit geschiedt met geldige tot uit- of doorvoer en zonder dat het gedekt is doort binnenlandsche paspoorten.”

Harm en Derk kregen elk een boete van 50 gulden opgelegd. Betaalden ze die niet dan volgde honderd dagen hechtenis. Ook verklaarde de rechter hun vijf schapen voor verbeurd. Dat moet dus best een strop geweest zijn.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 882 (rechtbank Winschoten) inv.nr. 532, rolnummer 702 d.d. 8 december 1916. Wederom met dank aan Jan-Paul Wortelboer voor het attenderen!

Commentaar: Terwijl zijn verre achterneef zich nog onledig hield met smokkel, werd mijn gelijknamige grootvader als soldaat juist commies. In de Eerste Wereldoorlog was smokkel extra lucratief doordat er in Duitsland al gauw grote schaarste aan allerlei levensbenodigdheden ontstond,  zodat die hoge prijzen op de zwarte markt deden, terwijl in Nederland juist allerlei maximum-prijzen golden, o.a. voor vlees.


Op de huid van de kloostermop

Ik ben mijn kloostermop voorzichtig met mijn borstel aan het aaien. De dikste modder gaat eraf. Schokkend feit: hij loopt taps toe. Aan de ene kant is hij minder dik dan aan de andere kant. Een misbaksel? Of moedwillig fabricaat?

Waar ook de vette, zwarte smurrie onmiddellijk op de huid van de kloostermop weg is,  komen er allerlei patroontjes tevoorschijn. Vooral deze halfronde indruk met dwarslatjes intrigeert. Riet van het zetveld?:
077
Daarboven een rond iets – misschien ontstaan tijdens het bakproces. Links ervan ingekraste (?) vierkantjes:
080
Midden boven – vier rechte, parallelle streepjes. Een telmerk?
083
Eerder zag ik hier muizenpootjes in, maar nu niet meer:
085
Zo’n kloostermop is even moeilijk te interpreteren als Mars.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 651 andere volgers