Appeltjes voor de vogeldorst

dsc07729

Bij de Johan van Zwedenlaan zit er nog een welgeladen appelboom tussen het kale struweel dat een vloeiveld van de voormalige suikerfabriek flankeert. Sommige zijn duidelijk van bovenaf aangepikt. Andere hangen er nog gaaf.


Boerenzoon loopt weg uit kosthuis

Je zou misschien denken dat boerenzoons traditioneel gewoon thuis op de ouderlijke boerderij bleven wonen, tot ze deze als volwassen kerels konden overnemen, maar dat was (lang) niet altijd zo. Tenminste, ik kwam al een paar keer tegen dat zo’n boerenzoon op een andere boerderij in de omgeving ging wonen, om daar dan in het bedrijf mee te werken en zodoende te kijken hoe het beroep ook uitgeoefend kon worden. Dit lijkt in het Oldambt zelfs een vrij gangbare praktijk te zijn geweest, waarbij de ouders of voogden, net zoals dat bij kinderen uit arbeidersmilieus het geval was, konden bepalen waar zo’n jongen precies terechtkwam.

Een geval waarbij dit misliep, deed zich in 1792 voor in (Nieuw-)Beerta. De weduwe van Jacob Hindriks, Meentje Roelfs, bezat destijds een heerd met 63 deimt (28 ha.) land op de Beersterhoven, waarop ze gerst, haver, bonen, rogge en weite verbouwde. Uit haar eerste huwelijk met Hindrik Jans had ze een zoon Hindrik, die een jaar eerder, op zijn achttiende, door zijn voogden in de kost was besteed bij Tammo Jurjens Brouwer in Nieuw-Beerta. Maar tot drie maal toe liep de jongen er weg en hij kwam dan terug bij zijn moeder, “klagende aldaar niet te kunnen wezen”.

Sowieso was de jongen al van een “trist temperament”, aldus Meentje, die van oordeel was, “dat verdriet en ongenoegen zeer nadelig is voor de gezondheid van haar zoon”. Weliswaar deed ze wat van haar verwacht werd en spoorde ze haar zoon “van tijd tot tijd” aan zich weer naar zijn kosthuis te begeven. Maar dan bleek telkens weer “dat hij daartegens zodanig is ingenomen” dat ze het inderdaad beter vond

“hem elders in de kost te besteeden, waar hij met genoegen zoude kunnen wezen, temeer daar zijne middelen overvloedig toereikende zijn en het niet ontbreekt aan eene gelegenheid om hem elders in de kost te besteeden waar hij met genoegen zoude kunnen verkeeren en zoo goed, zo niet beeter ovectie (= affectie?) hebben en het boerebedrijf, waartoe zijn inclinatie zich bepaald, te leeren…”

Twee van de voogden, de voormond en de sibbevoogd, waren daar echter tegen. Zij bleven er “sterk op aanhouden” dat Meentjes zoon terug zou gaan naar Tammo Jurjens Brouwer, en ze hadden zelfs geprobeerd hem op gezag van de Oldambtster drost daarheen te laten brengen. Daarom vond Meentje zich “uit hoofde voor haare betrekking als moeder en haare zucht voor ’t welzijn van haar zoon” genoodzaakt, zelf met de drost te gaan praten, temeer daar van het beleid van de beide eerste voogden ook niet naar de smaak was van de derde of vreemde voogd. Wat Meentje graag van de drost wilde, was het uitschrijven van een beraad met alle partijen.

Die zitting vond plaats op 19 juni 1792. In zijn daarin tot stand gekomen beschikking keurde de drost het gedrag van Meentjes zoon uitdrukkelijk af. Zoals het was gegaan hoorde het niet te gaan – de jongen had moeten luisteren naar zijn voogden. Maar die toonden zich inschikkelijk en daarom stond de drost toe, dat Meentjes zoon “op zijn begeerte” in de kost zou worden besteed bij Jan Edes in de Beerta. Dit gebeurde echter wel “met ernstige recommandatie” van de drost, “om zich niet ontijdig weder vandaar te begeeven” zonder medeweten van zijn voogden, want dan zou er wat zwaaien.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6136 (rekesten met kantbeschikkingen).


Ommetje Sandebuur

Ingevroren bellen methaan uit het veen onder een sloot aan de Hamersweg, Peizermade:
dsc07634
Onlanden, samenscholende eenden op ijsvlakte.  Op de achtergrond Nieuw-Eelderwolde:
dsc07650
Uitgebloeide wederik met verijsde rijp:
dsc07660
Terwijl het Peizerdiep bij de stuw dichtgevroren was, lag er in deze Onlander slenk nog open water:
dsc07666
Bij een van de bruggen in de Hooiweg zaten vogelaars te koekeloeren naar een winterse roerdomp:
dsc07678
Ganzenvlucht boven Roderwolde:
dsc07681
Bij Sandebuur:
dsc07690
Achtererf in Sandebuur:
dsc07695


Leegkerk in de kou

Boer aan het werk, met op de achtergrond de suikerfabriek:
dsc07609
Aalscholver bij de Tichelwerkbrug:
dsc07611
Wilg, waarop al zwam zat, blijkt dikke tak te zijn kwijtgeraakt:
dsc07613
Dampende suikerfabriek:
dsc07617


Rondje Peize, Eelde Hoornsedijk

Onlanden – de hoogzit van Natuurmonumenten:
dsc07551
Koeien bij Peize gebiologeerd door iets onbekends:
dsc07562
Eelderdiep bij de Peizerhorst:
dsc07565
Samenscholing van eenden:
dsc07566
Dampende paarden bij de boerderij van Natuurmonumenten onder Eelde:
dsc07581
Hoornsedijk, het stukje van Hemmerwolde:
dsc07586
Reiger onderaan de diepswal van het Hoornsediep heeft al niet meer de fut om op te vliegen:
dsc07594
Helpermolen, Paterswoldsemeer:
dsc07596


Sinterklaas, ’t Tomado rek en de Encyclopedie

1969-1-sinterklaas-bij-s-op-schoot

Eind jaren 60, mijn jongste broer zit op schoot bij Sinterklaas. Vol verwachting klopt zijn hart bij het zien van het cadeau dat de Zwarte Piet buiten beeld in zijn handen houdt.

Met de foto is iets merkwaardigs aan de hand. Doordat de film niet ver genoeg in de camera is getransporteerd, overlapte de foto de voorgaande. Daarop staat mijn op één na jongste broer, breed lachend met een cadeau in zijn handen. Blijkbaar was hij even eerder aan de beurt. Sint en Piet werkten de gebroeders Perton dus op de rij af, waarbij de jongste het meest geduld moest hebben.

Wat mij betreft is de achtergrond van de foto even interessant als de voorgrond. Links zijn de tuindeuren die er toen nog waren, aan het gezicht onttrokken door een gordijn. Midden achter hangt een Tomado boekenrekje met een tijdschriftenvak en een bureautje eronder. Qua boeken staan er vooral damesromans in, zoals een Scandinavische trilogie die begon met Eeuwig zingen de bossen. Verder o.a.  Exodus van Leon Uris en werken van G.B.J. Hiltermann (over de Toestand in de Wereld) en dr. L. van Egeraat (reizen in Nederland). Dan nog wat boeken specifiek van mijn vader, met titels van schrijvers als Jan de Hartog (Hollands Glorie), Klaas Norel (Engelandvaarders) en Theun de Vries (omnibus). Maar die las hij nooit. Hij las voor zijn genoegen enkel de krant. Mijn moeder las veel meer, maar vooral tijdschriften. Ze was vijftig jaar geabonneerd op de Margriet en ontving daarvoor een zilveren margrietenspeldje.

Op de plank boven het tijdschriftenvak staat de kleine helft van de grote Winkler Prins encyclopedie. Maandelijks betaalden mijn ouders een vast bedrag, op gezette tijden kwam er een WP-deel bij. Die delen roken erg lekker, vooral in het begin. Toen we vorig jaar het appartement van onze moeder ontruimden, wilde geen van ons vieren die encyclopedie. Ik ook niet, ik had er al twee en kijk die zelden nog in.  De encyclopedie ging daarom naar een tweedehandsboekenmarkt voor een liefdadig doel. Hopelijk heeft ze een  goede bestemming gevonden.

De foto kwam onlangs weer tevoorschijn bij de voorbereidingen op mijn jongste broer zijn huwelijk.


Rondje Oostwold

Onlander Dijk – riet, riet en nog eens riet, maar een vogel zie je niet:
dsc07527
Wel een dwergmuis in de top van zo’n stengel gezien, maar het beestje klom zo rap naar beneden dat ik mijn camera niet op tijd paraat kreeg:
dsc07530
Het voormalige Stobbenven achter Roderwolde leek onder water te staan, maar dat was optisch bedrog:
dsc07532
Het effect van wat dichterbij:
dsc07533
Oostwold, graffiti op schuur:
dsc07534
Kerkewegsbrug over het Hoendiep:
dsc07544
Els langs de weg:
dsc07545
Boerderij en loze hoogspanningsmast bij Den Horn:
dsc07546