Rondje Oosterzand

Bangeweer, Hoogkerk:

Bij de Oostwolmerdraai:

De ginkgo bij Enumatil:

Het Kolonelsdiepje op Oosterzand, vanaf een bult aarde bij de weg:

Onttakelde schuur, Oosterzand:

Het licht aflopende landschap bij Oosterzand – op de voorgrond ligt het land een meter of zo boven NAP, op de achtergrond ligt het ruim een meter eronder:

Bij de Zandumerklap:

Niekerk – wagen met tafereel. Dat mochten we vroeger niet zeggen: “vreten”, want dan had je geen eerbied voor je eten:

Trekkertje op ’t Faan:

Landweggetje tussen Faan en Briltil:

Op de zuidkant van het Hoendiep staan kleine, maar al vruchtdragende appelboompjes:

Herfsttijloos op de oever van het Hoendiep nz. even voorbij Enumatil:


Trynwâldster toertje

Had met Monumentendag eigenlijk naar de Oldengaerde in Dwingeloo gewild, maar vanwege de staking bij de NS reden er geen treinen naar het zuiden, dus werd het plan B om met de Arriva-trein naar Hurdegaryp in Fryslan te gaan, teneinde de -tsjerkdorpen daar in de buurt te checken. Helaas had dat ook weer een makke: tussen Zuidhorn en Buitenpost lag de lijn eruit en reden er vervangende bussen die, anders dan de treinen, geen fietsen meenemen. Keek hoeveel kilometer het was en dacht: “Wat kan mij het ook schelen, ik ga heen helemaal op de fiets”.

Eerst voor de oostenwind meters gemaakt langs Hoendiep en Van Starkenborgkanaal. Na Gerkesklooster rechtsaf, over de Dokkumertrekweg langs de Stroobossertrekvaart. Even los van die vaart deze prachtige, gekromde populierenlaan:

Terug bij de trekvaart bij Augsbuurt een wisselplaats voor paarden van trekschippers – hier zal een herberg hebben gestaan met een flinke paardenstal en fourages:

De deels nog romaanse kerk van Westergeest, met een soortgelijke apsis (halfronde koorafsluiting) als in Oldenzijl:

Helaas was de kerk dicht, Open Monumentendag en Fries Kerkenpad ten spijt. Sommige kerkbesturen willen wel subsidie voor onderhoud, maar passen ervoor een meer algemeen publiek toegang te verschaffen. Ook in Kollum en elders bleek de hervormde kerk gesloten.

Raampje van het ‘Driezumer tolhuis‘ dat je als vakantiewoning kunt huren:

Een eindje verder heb je aan de dezelfde weg een ‘Sneuphok’ met een geweldig decoratieve collectie zinken huishoudgerei – teilen, emmers, gieters en wat niet al:

De qua schip romaanse Bonifatiuskerk in Damwoude, helaas ook weer dicht:

Landschap in de buurt van Readtsjerk (Roodkerk):

Tegen de voorgevel van het kerkje aldaar dit romaanse sarcofaagdeksel van misschien wel een millennium oud. Het zal de stenen kist hebben afgedekt van een aanzienlijke prelaat. Mogelijk vond de sarcofaag zelf een bestemming als voerbak voor varkens, want dat is nogal een gebeurd:

In de kerk naast de kansel een bord met een evangeliecitaat dat vaak gebruikt is voor het inzetten van een avondmaalsviering:

Verder was er in de kerk een expositie met verdienstelijk werk van Erik Wijthoff, een oud-huisarts die na zijn pensioen definitief is gaan schilderen. Van deze Siamese tweeling uit 2010 vroeg ik me af, of hij die in zijn eigen praktijk tegenkwam. Hoe dan ook zullen deze twee van elkaar losgemaakt zijn – er zijn wat dat betreft wel gecompliceerder gevallen bekend:

Vervallen boerderij, ook in Readtsjerk:

De boerderij waar mijn overgrootouders tussen 1903 en 1911 woonden, en waar mijn Friese grootmoeder Bieuwkje Kroese geboren is, bleek te zijn opgeknapt. De achterliggende schuur bood in 1911 plaats aan 23 koeien en een paard of wat. De woning heeft jarenlang leeg gestaan en was zelfs onbewoonbaar verklaard, maar is daarna recreatiewoning geweest, en nu wonen er Oekraïense vluchtelingen in:

Aan het begin van dezelfde weg, de Wearbuorren (Weerburen) deze steen met Friese koe terzijde van de ree naar een kapitale boerderij die te koop staat, maar waaraan de makelaar nog geen ruchtbaarheid heeft gegeven via internet:

Op naar de volgende kerk, die van Aldtsjerk (Oudkerk) – iets rechts buiten beeld liggen mijn overgrootouders sinds 1929 en 1935 bij het koor begraven:

In de kerk was ik nog nooit geweest – er liggen een paar magnifieke grafstenen van pommeranten uit de zestiende eeuw:

Helaas hebben radicale democraten in de revolutionaire periode 1795-1798, naast zijn familiewapens, het gezicht van deze aristocraat geschonden:

De rijk bewerkte kansel in Vlaamse renaissancestijl (ca. 1630) waarop vanaf 1944 de ‘rooie’ dominee Hein Gietema stond – de vader van de roemruchte Groninger wethouder Ypke Gietema:

De herenbank van de plaatselijke jonkersfamilie Van Sminia. pal tegenover de kansel. Of herenbank? Het is meer een soort van loge, met zijn losse stoelen:

Mozes met zijn stenen tafelen boven het bord met de tien geboden (zoals je er ook een hebt in Leegkerk):

Op de terugweg naar Hurdegaryp haalde mij een feestwagen in met een Caribisch piratenschip op woelige baren:

In Hurdegaryp bleek het station uitgestorven en zou de trein sowieso nog een poos op zich laten wachten, àls hij zou komen. Besloot om ook de hele weg terug maar te fietsen. Op die manier in totaal ruim 100 kilometer weggetrapt. Stukje baksteenkunst van een koning met een tube tandpasta in de aanslag?:

Uil bij de weg in Twijzel, waar men kennelijk een dorpsfeest vierde:

Een van de fraaie bruggetjes over de Stroobossertrekvaart:

In Stroobos, wachtend voor de brug over het Van Starkenborgkanaal:


Priksleewedstrijd op dichtgevroren haven

Bij het zoeken in een la met ouwe foto’s vond ik deze van de dichtgevroren Oosterhaven, februari 1996. Er was een priksleewedstrijd op touw gezet door Jannes Bosklopper, de cafébaas van De Oude Veemarkt op de hoek van de Trompkade. Een enorme paardenman, naar wie postuum nog een bokaal op de Groninger drafbaan genoemd is. Ik denk dat die kerels op de voorgrond over de uitslag van het sleeën aan het redekavelen waren:

Men hoopte er een jaarlijkse traditie van te maken. Wat het niet heeft mogen worden. Sowieso was het destijds al een wonder dat die haven dichtvroor. Zolang de Hunzecantrale (die van de vijf pijpen) in werking was, voerde ze het opgewarmde koelwater af door het Oude Winschoterdiep en de Oosterhaven, die dus nooit dichtvroren, alleen een paar keer in de jaren dat de centrale gestopt was en gesloopt werd. Inmiddels voltrekken we met zijn allen een klimaatramp, en zal het er wel nooit meer van komen.

Arme Jannes. Met de drafbaan verdween de Bosklopper-bokaal en van die priksleetraditie is het nooit gekomen.


Bij de Moark, de Kooi en ’t Poltje op Wearbuorren en Hjelburd

Op Delpher kranten zoekend op de namen van mijn Friese overgrootvader Frans Gerrits Kroese en diens laatste Friese woonplaats Roodkerk, vond ik dat zijn huurboerderij begin 1911 onder de hamer kwam met enkele percelen land:

Eerst was er op 26 januari dat jaar een provisionele veiling, waarschijnlijk bij opbod, om de prijs te zetten. Interessant zijn de veldnamen: Weerburen als adres van de boerderij, het belendende weiland ‘Het Poltje’, wat een soort bult of maaiveldverheffing, podium of terp doet vermoeden, en de wat verderop gelegen weiland ‘Derdehalf bij de Kooi’ “nabij de Murk en de Kooi op Haelburd”

Die toponiemen worden nog eens herhaald in de aankondiging van de finale veiling, denkelijk bij afslag (afmijning) vanaf het hoogste bod met een ophogingsbedrag, op 9 februari. Deze tweede veiling wordt in een andere herberg in Oudkerk gehouden. Blijkbaar hield de notaris graag iedereen te vriend. Naast de veldnamen noemt de advertentie nu ook de hoogste biedingen van de eerste ronde. Daarop afgaande stelde het vastgoed dat mijn overgrootvader gehuurd had, niet echt veel voor.:

De veldnamen vond ik terug door op Topotijdreis te kijken naar de topografische kaarten van Roodkerk, Oudkerk en omgeving. Op dit kaartfragment heb ik ze zwart omcirkeld:

De thuisomgeving van mijn overgrootvader bestond voornamelijk uit weiland, maar er was ook wat bouwland. Dat weiland lag deels een halve meter onder NAP: je hoorde er veel kieviten, grutto’s en andere weidevogels in het natte voorjaar. In de eendenkooi met zijn vangpijpen werden eenden gelokt en gedood voor consumptie. De kooiker kwam regelmatig voorbij met zijn hondje – hij moet een belangrijk sociaal contact van overgrootvader Kroese geweest zijn. Diens vermoedelijke boerderij, tot slot, heb ik rood omcirkeld. Het Poltje gaf ik weer als een wolkachtige vorm op de plek ten zuiden van de Kooi, waar volgens oudere topografische kaarten zo’n verhoging te vinden was. Als ik detector-amateur was, ging ik daar eens zoeken. Tot slot zij nog gewezen op het kanaaltje bovenaan de kaart: de Moark (Fr.) of Murk (Nl.), die Oudkerk met Rinsumageest verbindt en die in strenge winters een vast onderdeel vormde van de Elfstedentochtroute.

Inmiddels heb ik bij Tresoar om scans van de notariële veilingakte(n) gevraagd, eens kijken of mijn veronderstellingen ook uitkomen: zulke akten bevatten immers de kadasternummers waarmee je de ligging van de percelen bij HisGis op de kaart kunt opzoeken. Bovendien staat de naam van de huisbaas en landeigenaar erin – dat is ook wel aardig om te weten.

Naschrift 8 september:

Wat betreft de Kooi en de Derdehalf bij de Kooi zat ik wel goed, maar de boerderij en het Poltsje bevonden zich 330 meter verder naar het oosten dan gedacht. Zie het nieuwe stukje op basis van de notariële akte die Tresoar me toestuurde.


Graasbegeleiding

Gister, laat in de middag, liepen er een stuk of zes zilverreigers tussen de kudde koeien aan de Zuiderweg tussen Enumatil en Zuidhorn schuin tegenover Pabema:


Stoplichtpropaganda

Men kan wel uren bij zo’n stoplicht stil blijven staan, maar dan worden degenen die achter je staan ongeduldig, vandaar dat ik er maar een fotootje van nam;

Bovenaan een sticker die overgeplakt is geweest door een andere, die weer is weggescheurd, waarbij witte restanten van dat overplakplaatje zijn blijven zitten. Met enige moeite is de tekst van de sticker met de oudste rechten nog deels te reconstrueren: “Wantrouw je baas, niet je buurman”. Een niet meer identificeerbaar isme “is het probleem”, maar “geen oplossing”. De eindregel zegt iets over “solidair met arbeiders” (als die nog willen weten dat ze bestaan). De omcirkelde A in het oorspronkelijk ontwerp lijkt iets te zeggen over de afzender. Op internet zoeken met de leuze levert overigens niets op – de eerste verwijzing daar blijkt een wiki over de omgang met controlfreaks, wat zeker nuttig is, maar niet perse op iets anarchistisch wijst:

De tweede sticker van boven kaart onder de leus ‘Nature calls’ een ander actueel probleem aan. In het roze vlak linksboven vragen zwaar gedeprimeerde, want verdorrende bomen zich vertwijfeld af waar het water is. In het groenige vlak rechtsonder wordt het vrolijke antwoord gegeven. Man en vrouw laten hun afwatering de vrije loop: alle bomen blij. Het plakplaatje lijkt daarmee het wildplasserij als uitdrogingstherapie te propageren. De afzender ontbreekt ook hier, maar zou ik in eco-ironische kunstenaarskring willen zoeken:

Tot slot nog een deels overgeplakt plakplaatje in het veel voorkomende soort van de aandachtsdéficiënte muziekgroep die zich graag via straatmeubilair in de kijker speelt. In dit geval zou die formatie in het Nederlands De Kliekjes heten, wat niet heel aantrekkelijk overkomt, maar ze spelen Ierse folkrock, een mij sympathiek popgenre, vandaar dat ik er toch even nieuwsgierig naar werd. Hun website werkt niet meer, maar op YouTube staan wat clipjes, zoals deze van een optreden op een festivalletje ‘Middeleeuws Winschoten’:


Rondje Winsum

Hoogkerk is tegenwoordig een eekhoorn rijk:

Populierenree bij Klein-Garnwerd:

In Winsum, met dank aan Zakina, even rondgekeken in het Kinderboekenhuis. Willekeurig wat boeken van planken gehaald, zoals deze van de firma Kluitman, bekend om haar kleurige omslagen:

Een boek dat ik al op hun website had zien staan – naar de Koude Oorlog en atoomspionage in kinderboeken is vast een mooi onderzoek te doen:

Er zijn ook kleine exposities. Zo maakt dit racistisch stukje erfgoed deel uit van een tentoonstelling over de doorwerking van koloniaal verleden in kinder- en jeugdboeken:

Toverlantaarn met plaatjes:

Processie in Oostenrijk ten bate van de missie?

Het kinderboekenhuis staat naast de kerk van Obergum. Even op het kerkhof gekeken:

En in de kerk – rococo trapleuning bij de kansel:

Grafsteen met steigerend paard op het koor:

Op de terugweg in Schouwerzijl deze Ford Popular uit 1960:

Vervallende boerderij op Schouwen, tussen Schouwerzijl en Rodehaan:


Roze koeken langs het Pieterpad

Tussen Oostum en Garnwerd staat er opeens een voorziening ter verschaffing van verfrissingen langs het Pieterpad:

De nieuwe kiosk bestaat uit een afgedankte maar gerehabiliteerde stuurhut met een paar conventionele zitjes:

Het assortiment, met – opgelet – roze koeken tegen de hongerklop:

Tot nu toe waren de vele wandelaars en fietsers in deze contreien aangewezen op Café Hamming en het Waterborgje in Garnwerd. Ik vermoed dat deze nieuwe outlet wel in een behoefte voorziet:


Hoe Bommen Berend via Gosen Groenewold het roken stimuleerde

Ik meende dat ik het Boek der opschriften van Sweers uit 1691 wel goed gescreend had op Groninger elementen, maar bij het googelen op Bisschopstijd, een term die later wel gebruikt werd voor de jaren dat Bommen Berend hier binnenviel (1665-1674), kom ik warempel nog een staaltje onvervalste middenstandspoëzie tegen, dat er nostalgisch aan herinnert hoe het roken destijds een flinke impuls kreeg:

Op ’t briefje van een tabakverkoper

Messieurs, indien uw lust strekt tot Virgiense blaân,

Gy zult melancolie daar mede doen vergaan.

Het is een puik tabak, dat borger, boer, soldaat

Prees in de Bisschopstyd, en nochmaals niet versmaat;

Want als de trommel sloeg en den trompet aanstak,

Die ’t rooken was gewent, stopten een pyp tabak.

En vraag je wie doch zulke waar te veilen hold,

De naam is welbekend – ’t is Goossen Groenewold


Zuiver voor twee stuiver.

 

Had er graag van vernomen hoeveel tabak je qua gewicht voor dat dubbeltje kreeg, maar enfin, je kunt niet alles hebben. De naam van Gosen Groenewold is intussen bekend uit de retroacta burgerlijke stand van1655 tot 1688. In 1655 trouwde hij  een Lammetjen (ook wel Lammichje of Lamme) Hermans (ook wel Harmens), met wie hij tot ca. 1660 aan de Nieuwe Ebbingestraat woonde, maar naderhand aan de Marktstraat bij de Ossemarkt. Ze kregen hier een hele reeks kinderen waarvan een zoon in 1670 Erasmus werd gedoopt. Ik hou het er maar op dat onze tabakskoopman geen calvinistische scherpslijper was. Naderhand schijnt hij nog te zijn hertrouwd met een Swaentien Arends, met wie hij  Tussen beide Markten woonde. Andere informatie ontbreekt vooralsnog.


Staat ter dekking een beer

Mijn overgrootvader Frans Gerrits Kroese (ook wel eens als Kroeze gespeld) blijkt in de periode dat hij en zijn gezin aan het Oosterzand onder Oldekerk woonden (1910-1919) nog een volbloed inlandse stamboekbeer ter dekking te hebben gehad, getuige advertenties in het Nieuwsblad van het Noorden van 31 juli en 6 oktober 1915;

Daar was hij niet uniek in, d waren er wel meer, destijds. De dekgelden varieerden van een halve gulden tot twee gulden. Wat dat betreft hield mijn overgrootvader het mooi in het midden.


Rondje Bedum

Zuidwolde – ingang kerk:

Achterop Zuidwolde verbindt een fietspontje tegenwoordig beide oevers van het Boterdiep:

Het pontje ligt vlakbij een gemaaltje met deze electriciteitskast:v

Jonge spreeuwen op een kapot zinken dak van een bijschuur, nog een eindje verder de kant van Bedum op:

Het fraaiste exemplaar van de zwerm:

Boerderijtje bij Bedum:

Stukje industriële archeologie bij de gele brug van Bedum:

Terug over Noordwolde en de Westerdijk. Voorbij de Koningslaagtemolen lag deze nationale trots als blijk van ongenoegen in een weiland:

De heren van Harssens, toch een genootschap van enige standing, naar we op goede getuigenissen mogen aannemen, doen nu ook aan stencilgraffiti, zoals op het fietspad langs Harssensbos:

In de verdorde omgeving tekenen zich twee parallel lopende sloten af, die samen wel eens het tracé van de oude Hunze zouden kunnen markeren:

Kalveren bij Wierum:

Schapen bij de kerk van Dorkwerd:


Pissend wijf lucht gemoed over Bommen Berend

De Stadjers van 1672 gaven op velerlei wijze lucht aan hun afkeer van de agressor Bommen Berend. Zo krasten ze op de lege achterkant van eenzijdig gestempelde, vierkante noodmunten spottende voorstellingen van, en schimpverzen op de Munsterse bisschop. Zoals deze hierboven van een hurkende vrouw met opgetrokken rokken die zich op de (denkbeeldige) belegeringstroepen ontlast, er bijna letterlijk schijt aan heeft.

Van wildplassen mag men haar niet betichten, want ze doet dat ‘met verloff’. Wat voor meerderlei uitleg vatbaar is. Het kan zijn dat ze zichzelf die vergunning heeft verstrekt. Het kan ook slaan op het verlof dat de bisschoppelijke troepen kregen om naar huis te mogen gaan. Bovendien kan het duiden op de vergunning van een herberg of tapperij. Een plek waar de verdedigers van de stad zich na het Ontzet overvloedig gingen laven, wat natuurlijk met een beste plas en nogmaals een grote opluchting gepaard ging.

De vierkante zilveren schelling met het pissende wijf maakt deel uit van de Ontzet-expositie in het Groninger Museum. Numismaat Jan C. van der Wis bespreekt hem met andere, soortgelijke, in zijn artikel over de vierkante munten van 1672 in het themanummer over Groningens Ontzet van Stad & Lande, dat vandaag van de drukkerij kwam.

Andere onderwerpen in dat Ontzetnummer van Stad & Lande:

  • Egbert van der Werff over de grote belegkaart van Jannes Tideman;
  • Joël Miedema over de rol van vrouwen tijdens het beleg van 1672;
  • Albert Buursma over De Groninger armenzorg en de gevolgen van het beleg;
  • Egge Knol over het ruiterportret van Bernhard von Galen;
  • Rozemarijn van der Wal over Anna van der Horst, die in de achttiende eeuw een drama schreef over Groningens Ontzet.

Het Ontzetnummer van Stad & Lande is onder andere te koop bij de vereniging Stad en Lande, het Groninger Museum (gratis toegankelijk op zondag 28 augustus!) en boekhandel Godert Walter voor € 5,50 (excl. verzendkosten).


Rondje Peize – Eelde – Noordlaren – Onnen

Queueënde Belgen bij het Achterstewold, Peize:

Hooglander houdt van laag hangende, maar sappige boomblaadjes, Onlanden aan de Eelder kant van Peize:

Eelderdiep tussen Peize en Eelde:

De boerderij van Natuurmonumenten bij Eelde heeft weer een beste voorraad nieuw hooi (terwijl er ook nog verscheidene rollen van vorig jaar staan, die nu met gras overwoekerd raken):

Rijplaten op afgeoogst korenland, de Hullen ten oosten van Donderen:

Op meerdere plekken in het Gorecht dode bomen, zoals hier in de buurt van de Blankehoeve bij Noordlaren:

Perceel verleppend suikerbietenloof aan de Kampsteeg, Noordlaren:

Bij Onnen: podiumbeest regelt spotlight in:


VVV op (te) zachte toer

Bij het transferiumpje op De Punt staat een mupi met deze poster die ons tot een bezoek aan de stad Groningen wil verleiden:

Van een afstandje zag ik de boodschap niet, vandaar dat ik er maar even vlak voor ben gaan staan. Die zachte, voorjaarsachtige kleuren zijn wel mooi, maar ze kleunen er niet bepaald in. Wat dat betreft is onze stads-VVV grafisch wel eens duidelijker geweest:


Ezeltje neemt zandbad

Op een erf bij het Blauw, tussen Zevenhuizen en Terheijl, wentelt een ezelsveulen zich in het losse zand en stof:

De vier poten omhoog en maar rollebollen:

En dat meermalen, om op gezette tijden even tot bezinning te komen:

Met een oogje op de passerende fotograaf: