De Twee Provinciën, toen het nog niet zo lang bestond

Ik merk dat het clubhuis van watersportvereniging De Twee Provinciën i  Paterswolde honderd jaar bestaat. RTV Drenthe besteedde er vandaag aandacht aan.

De Twee Provinciën is een zeer toepasselijke naam, aangezien het clubhuis zich pal op de grens van Groningen en Drenthe bevindt. Oorspronkelijk was het de naam van een uitspanning, waarvan ik me nu afvraag of die zich op precies dezelfde locatie bevond:

Het clubhuis van 1917, zoals dat er nu nog staat, op een foto van vlak na de bouw:

Van het eerste lustrum bleef het programma bewaard:

Ook later kon je er nog wel dansen:

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1774 (documentatie bedrijven en instellingen) inv.nr. 4218/1 (Paterswolde).


Onlander rondje

Waterlelie:

In een vrij grote hoeveelheid op het Omgelegde Eelderdiep:

Weinig fietsers, menige ‘klasbak’ vond het kennelijk te fris en winderig vanmiddag. Deze fazantenhaan probeerde daarom het fietspad maar eens uit:

Wederik:

Distel

Namus Kwijtius:

Bruine kiekendief:

Andere distel:

Gele honingklaver:

Rietgors, beetje mussig vogeltje:
De kleine karekiet hoor je op heel veel plekken in het riet, maar die laat zich haast niet zien.

Bult kamille:

Korenveld en molen, Roderwolde:


Allantjoejèjèjè

Omdat het volgens mij in de prilste Beatletijd was, heb ik even in Hitdossier opgezocht, wanneer dit nummer een hit was. Het werd in 1963 geproduceerd, maar kwam in januari 1964 de vaderlandse Top 40 binnen, waarop het als hoogste notering nummertje 6 bereikte.

Slechts 6. Eigenlijk valt me dat een beetje tegen, zo achteraf. Ik had er meer van verwacht bij het entameren van mijn onderzoek.  Maar het stond wel heel làng op die Top 40, merk ik: meer dan een half jaar. Het was dus ook die zomer nog volop op de radio.

Dat voorjaar reden Jan, Wieger en ik eens verveelrondjes op onze fietsjes bij de bosrand aan het eind van de straat. Rechtsaf ging je naar de Duitse bunkers en linksaf naar de voormalige Ortskommandantur. Als achtjarigen kenden wij tittel noch jota Engels. In plaats van She loves you yeah yeah yeah zongen wij uit volle borst Allantjoejèjèjè.

Tevens waren wij enorme fans van de ijscoboer van de firma Huberts uit Meppel. Met zijn witte pet en dito gesteven jasje kwam hij ´s zomers elke zondagmiddag en soms ook op een zoele vooravond door onze straat, zittend achterop een ijswagen met ronde vormen, en liet hier lustig zijn belletje klingelen. Een uitnodiging die wij, gewapend met wat pas verworven centen en stuivers, heus niet onbeantwoord lieten!

Maar dat voorjaar was de ijscoboer nog niet geweest. Deze gang van zaken stelde ons hevig teleur en wij besloten hem daarom op te gaan halen bij de ijsfabriek, aan de noordkant van Meppel, zo’n acht kilometer fietsen. Helaas bleek hij niet aanwezig. Maar hij zou vast weer in Havelte komen, verzekerde de mevrouw die ons vriendelijk te woord stond.  En dat bleek naderhand ook wel te kloppen.

Ik meen dat ik thuis pas dagen later van onze expeditie vertelde. Mijn moeder was oprecht verbaasd. Ze wilde maar niet geloven dat we zo ver weg waren geweest. Ik kreeg niet eens op mijn donder.


Hoogkerk krijgt muur van groen plastic (2)

De situatie bij het Hegepad was vanavond als volgt:

In plaats van één grote bult hooibalen hebben we er nu drie.

De oude bult bij het zitje is niet verlengd, zoals ik dacht, maar verdikt. Wat erbij gekomen is zit in een plastic van een wat lichter groen:


Graspiepers

Die had ik dit jaar nog aar weinig gezien. Nu twee vlak na elkaar, bij de Langmadijk achter Peizermade:


Hoogkerk krijgt muur van groen plastic

Wat kan men tegen hooi hebben? Helemaal niets! Hooi verspreidt – vooral op de klei – een hoogst aangename geur die ook bij menigeen genoeglijke herinneringen opwekt. Ja, goed beschouwd bevordert hooi het welbevinden der mensheid.

Aan het Hegepad te Hoogkerk, echter, staat er sinds de zomer van vorig jaar een enorm hooiblok. Kennelijk was er het hele winterseizoen fourage genoeg, zodat er geen behoefte aan het hooi hier bestond. Al die tijd mochten passanten dus aankijken tegen de stapel hooipakken in steeds flodderiger groen plastic.

Intussen wordt er opnieuw gehooid en komen er nieuwe pakken in groen plastic aan:

Gister

De vraag is nu of die nieuwe pakken bij de oude worden neergezet. Ik zweer het: dit houdt heel Hoogkerk bezig. Bij een noordooster zit je dan lekker uit de wind op het metalen zitje bij het Hegepad:

Eergister

De gemeente Groningen is hier bij mijn weten de grondeigenaar. Mogelijk verpacht die de grond? Ik hoorde iemand de gemeente al vergelijken met de jeugd op Terschelling. “Zoals die jeugd muren van bierkratten bouwt, bouwt de gemeente Groningen muren van hooibalen. … Ach, het zal wel weer een kunstproject zijn.”


Heidewandeling of bijspijkercursus voor een plantkundig onbenul

De personeelsreis ging vandaag naar Taribush/Kamp de Marke aan de noordrand van het Dwingelerveld bij Lheebroek. Daar is een groep van vijftien van ons in de omgeving rondgeleid door een IVN-gids.

Die gids staat hier op een van de vier heidesoorten, de kraaiheide:

Meest voorkomend is de struikhei, die in augustus de boel in een paarse gloed zet:

De duonaaldjes van de den:

Bomen, exotische beuken, van onder ontdaan van schors en als oefenmateriaal aan spechten overgegeven:

De dopheide bloeit nu:

Die soort produceert de lila bloemetjes die her en der opvallen:

Dan nog de lavendelheide, waarvan de blaadjes op die van de lavendel lijken:

De honderden vennen verdrogen momenteel sterk, terwijl dit meertje min of meer op peil blijft. Volgens de gids betreft het een pingoruïne die met kwelwater van onderop wordt gevoed. Het zwermde er van de juffers en libellen: