Een grondkraker op de meenschaar

Eerst vertelde de kerkeraad van de hervormde gemeente Winschoten iets over de achtergrond aan de Oldambtster drost. In 1797 had hun armenkas de beschikking gekregen over

“alle de gronden van de meente schaar te Winschoot ”.

Op zich is dat al nieuw voor me, dat Winschoten net als bijvoorbeeld Midwolde en Lettelbert in het Westerkwartier en Harkstede en Westerbork wat dichterbij, een meenschaar had: een “woest” liggend en onverdeeld gebied, waar de gemeenschappelijke eigenaren paarden en schapen, jongvee, gust vee en vleesvee in lieten weiden. In dit geval lag de grond waarschijnlijk bij het Zuiderveen, gezien het latere bezit in die buurt van de Winschoter diaconie.

De oorspronkelijke eigenaars wilden niet voor niets van deze grond af – “onderscheidene lieden” hadden er namelijk “hutten of huizen” op gebouwd. Denkelijk gebeurde dat zonder toestemming van de eigenaars. Dat ging wel meer zo in heidegebieden. Een gewoonterecht wilde dat je op zo’n plek mocht blijven wonen, als de eigenaars je er een jaar en een dag lieten zitten. Ook niet uniek: in Winschoten ondervonden de oorspronkelijke eigenaars waarschijnlijk overlast van de nieuwkomers. Aan hun geschenk aan de Winschoter diaconie verbonden ze namelijk een voorwaarde – de hervormde kerkeraad moest zorgen,

“dat er in ’t toekomstige geen meerder hutten of huizen gebouwd wierden, op gem[elde] meente schaar”.

Maar nu, zeven jaar later, bestond ene Baltus het om zich hier te vestigen. Kennelijk was het een recidivist, want de kerkeraad nam meermalen het woord “weder” in de mond:

“dat zig thans weder eenen Baltus …. opdoet welke de stoutheid durft hebben om tegens het verbod van de Rem[onstran]ten weder aldaar een hut op te bouwen en daar door den eigendom van anderen tot zig te nemen…”

De kerkeraad verzocht de drost dringend om de wedman erop af te sturen. Die moest Baltus dan aanzeggen om dadelijk zijn hut te verwijderen. Weigerde Baltus dat, dan moest de wedman de hut “terstond” laten vernietigen.

Maar zo’n vaart liep dat niet. De drost stuurde de wedman wel op Baltus af met de boodschap dat de hut weg moest, maar de wedman moest erbij zeggen dat Baltus nog drie dagen de tijd had om er tegenin te gaan, tenminste als hij meende “wettige redenen ter contrarie te hebben”

Zo beschikte de drost op 8 mei 1804. Bijna een maand later echter, had hij nog niets van Baltus gehoord. Dit keer gaf hij Baltus via de wedman bevel zijn hut dadelijk te verwijderen en zo hij dat naliet, zou er “tot zijn nadeel” worden besloten.

Baltus bleek nog steeds niet onder de indruk. Weer een paar weken later, op 19 juni, besloot de drost er daarom een boete op te zetten van zes gulden, het equivalent van het weekloon dat een geschoolde scheepstimmerman verdiende. De nieuwe boodschap luidde: wegwezen of je krijgt die boete.

Maar op 28 augustus zat Baltus er nog steeds met zijn hut. Nu vond de drost het genoeg. Hij veroordeelde Baltus tot de boete. Ook kreeg de wedman opdracht de hut te verwijderen,

“zullende bij resistentie de persoon alhier in civile detentie worden gebragt”.

Baltus had het dus toch nog vier maanden volgehouden. Dat was weliswaar geen jaar en dag, maar het geeft wel aan hoe minder alerte eigenaars dan de Winschoter kerkeraad het slachtoffer van gewoonterecht konden worden.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6973: samengevatte rekesten met de kantbeschikkingen daarop, 1804-1805.


Groninger studentenalfabet

Academiegebouw van 1854

Naast het Grunneger ABC was er een studentenalfabet:

A is de Academie, die houd ik hoog in eer,
B is mijn schrik en mijn afschuw: de beer.
C is ’t college, waar wijsheid geleerd wordt,
D is de drank, die niet minder begeerd wordt.
E is ’t examen dat eerst ging vooraf,
F is de fuif die ik naderhand gaf.
G is het geld, waarvan ik nooit iets bespaarde,
H is de hospes, die het nijver vergaarde.
I is Io Vivat, het schoonste gezang,
J is de jool die mij nooit duurt te lang.
K is de kroeg waar ik heel vaak ga bitt’ren,
L is de lantaarn die ervoor staat te schitt’ren.
M is Minerva die spruit van Jupijn,
N is de nectar bij ’t vrolijk festijn.
O is de oester in Datema’s kelder,
P is professor, zo kort en zo helder.
Q is de quintessens van zijn betoog,
R is de rector die het corps stelt zo hoog.
S is de sjees die door niemand begeerd wordt,
T zijn de theses waar veel bij beweerd wordt.
U is de uil, ’t wetenschappelijk dier,
V is het vaandel en Vindicats sier.
W is de wetenschap, groot in haar werken.
X is Ximenes, ’t zoetste der merken.
Y is het ijs bij de Rabenhauptstraat,
Z is het ziekenhuis, akelig in staat.

Bron: een Vindicat-lustrumalbum van eind negentiende eeuw. Wat ook aan de laatste regel te zien is, want in 1903 kwam er een nieuw Algemeen Provinciaal, Stads en Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel. En dat was state of the art.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA


Een “brutale en ontmenschte dienstbode” in Nieuw-Beerta

Op 8 maart 1804 diende de advocaat Paehlig zich aan in de Oldambtster drostenborg met een verzoekschrift van de wed. Nomdo Jans, die een boerderij bezat aan de oostkant van Nieuw-Beerta, waar haar man diaken en ouderling was geweest. Ze had sinds een week mot met haar grootknecht, want ze vertelde:

“hoe dezelve onder meer andere dienstboden ook in haar dienst heeft zekeren Philippus Harms die bij haar diend voor mr. knegt; dat deze hebbende goedgevonden van dan zijne gewone werk in het mede te helpen toe te bereiden van de spijze voor den volgende dag, te staken op den 1 maart l[aatst]l[eden] en door haar den volgende morgen daar over onderhouden, niet alleen aan haar ronduit declarerende, dat werk niet mede willende verrigten, maar ook zijne dienst bij suppliante, waarin hij wederom voor het volgende jaar was geëngageerd, opzeide en voords zich de honendste en ongemesureerdste expressiën tegens haar veroorloofde.”

De grootknecht wilde dus niet meer doen wat hij anders wel deed: ’s avonds meehelpen bij het klaarmaken van het eten (waarschijnlijk zoepenbrij of karnemelkse pap) voor de volgende dag. Hij was naar bed gegaan, lees je tussen de regels door, en de volgende ochtend had ze hem erop aangesproken. Daar reageerde hij nogal heftig op. Dat werk wilde hij niet langer doen, en hij zegde meteen ook zijn betrekking op, en dat terwijl hij zich net had vastgelegd voor het volgende dienstjaar, vanaf mei. Had hij bij zijn nieuwe contract wellicht bedongen dat hij dit werk niet meer hoefde te doen? Hoe dan ook, bij dit meningsverschil schold hij haar voor alles en nog wat uit.

De boerin overwoog dat hij met zijn weerspannig gedrag de bedoeling had “om haar huishouding te verwarren en de overige dienstboden met zijn boos exempel te bederven”, en ze kon eruit opmaken “hoedanig zijn verblijf bij haar zoude worden in de overige weken dat hij in dien dienst zoude continueren”. Daarom ontsloeg ze hem op staande voet. Hij kon zijn verdiende loon tot aan het moment van werkweigering krijgen, en moest dan “aanstonds haar huis verlaten”.

Hiermee volgde ze de gangbare rechtsregels. Maar daar was de grootknecht het niet mee eens:

“edog dat hij het volle jaar loon vorderde, en voor dien betaling het huis niet wilde verlaten.”

Sindsdien speelde hij er nog de baas ook:

“…dat ondertusschen den knegt voortgaat zich geheel mester in haar huis te maken, naar zijn goedvinden handelt, aan en van den tavel gaat, haar hoond en bitter bejegend, en over het geheel naar gene orders luistert, waardoor haare eigene ruste & veiligheid geattenteerd word en hare huishouding in wanorde gebragt, het welk voor haar zoo veel te ondraaglijker is, doordien zij een groot en uitgebreide boerderij heeft, en voor eenen korten tijd haaren man door den dood verloren hebbende, zij als vrouw niet in staat is, zij niet in staat is (sic) zich tegen brutale en ontmenschte dienstboden staande te houden…”

Ze wilde hem niet langer huisvesten of zijn onterechte eisen inwilligen als “loon voor zijnen euvelmoed”. Maar tot dan toe had haar aanbod geen enkele uitwerking op hem gehad. Daarom vroeg ze nu de Drost aan Philippus Harms zijn loon laten geven door de wedman, waarbij dan de kosten van haar verzoekschrift van dat loon moesten worden afgetrokken. Tevens beloofde ze de maanden maart en april alsnog te voldoen, als ze daartoe werd veroordeeld. Na dat aanbod, te doen via de wedman, moest de grootknecht meteen haar huis en plaats verlaten, en als hij dat opnieuw weigerde, moest de wedman hem “delogeren”.

De Drost machtigde inderdaad de wedman ter plaatse om de knecht het geld aan te bieden. Ook moest de wedman tegen Harms zeggen dat het accepteren van het geld niet betekende dat hij geen proces meer tegen zijn ex-werkgeefster kon beginnen over de twee naar zijn inzicht ontbrekende maanden loon. Blijkbaar verkeerde Harms in de mening dat hij geen poot meer om op te staan had, als hij haar geld aannam. Mocht Harms nu toch nog weigeren het geld aan te nemen, dan had de weduwe in elk geval haar best gedaan. Of hij het geld nu aannam of niet, in beide gevallen werd hem gelast haar huis te verlaten.

Heb zo’n idee dat dit muisje nog een staartje kreeg, maar dat moet ik nog nakijken.


Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6972: samengevatte rekesten met de kantbeschikkingen daarop, 1803-1804.


Hele troepen bedelaars in Winschoten

“Op den inged[iende] req[ueste] van de Gereformeerde (= Hervormde, HP) Kerkenraad te Winschoot dat alhier zedert eenen geruimen tijd het bedelen van gaven aan de huizen met eene voorbeeldeloze vrijpostigheid, in weerwil van de publicatiën daartegens afgegeven, geoeffend is, en nog steeds geoeffend word; dat men bijzonderlijk op vrijdagen geheele troepen van 10 à 20 tot nog meerdere personen, in schijn behoeftigen, langs de straten zijt swerven, om huis aan huis almoezen te vragen; dat deze bedelende troepen bestaan, ja wel grotendeels uit ingezetenen van Winschoot en onderhorige buurten, maar dat zich daaronder ook mengen lieden van vreemde cerspels, vooral van diegene waar het bedelen door deze of gene middelen voorgekomen of belet word; dat niet alleen door ouden die zig tot den bedelzak begeven, maar ook vele jonge gezonde vrouwspersonen, welke het niet aan de gelegenheid, maar aan ijver en lust ontbreekt om de kost met arbeiden te verdienen; dat dit alles niet kan nalaten zeer nadelige gevolgen te hebben, ook wel bepaaldelijk met opzicht tot de diaconie beurs; ’t is dan om deze en gene redenen dat de ondergetekenden de vrijheid nemen dit aan UW[el]Ed[el]Ge[strenge] te kennen te geven, met submis verzoek dat het UW[el]E[del]g[estrenge] behage de wetten tegen de bedelarij afgegeven, alhier kracht te doen hebben, of anders zodanige maatregelen te nemen en in het werk te stellen. als  UW[el]E[del]g[estrenge] ter wering van de uit de bedelarij voortspruitende ongelegenheden en bijzonderlijk ter voorkoming van het verder verval der diaconiebeurs ter dezer plaatze, de geschikste zal oordelen.

/stond/
Hendrik Cannegieter, C. Smith Eccl. VDM (beide predikanten HP)
Selhuis diaken, W.B. Schuitema diaken
T.F. Schelts ouderling, W. Zuidema ouderling,
J.A. Crebas ouderling, H. Alberts
Noordhof archidiacon

/is geap[postilleerd]/
De wedman des gerichtsstoels Winschoten word ten ernstigsten gelast, deszelfs bedienden daartoe te houden dat de bedelaars van de huizen geweerd worden, ingevolge de daarvan vigerende placcaten.
Actum Zuidbroek den 1 May 1804
/was get[ekend]/
A.J. de Sitter
Drost”

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6972: samengevatte rekesten met de kantbeschikkingen daarop, 1803-1804.


Een walgelijk stukje grond in Winschoten

“Op den ingediende req[ueste] van het Plaatselijk Bestuur  van Winschoot, hoe het zelve tot zijn leedwezen moet ondervinden, dat zeekere miskuil of misvaalt leggende bijna in het midden van de plaats ongebruikt blijft leggen, en met allerhande vuiligheden, krengen van gestorven dieren enz. als het ware overladen is, waardoor niet alleen aan de voorbijgaande het walgelijkste gezigt word veroorzaakt, maar zeer nadelig is voor de gezondheid, zoo dat zelfs in tijden van warmte de vuilste evaporatiën daar uit oprijzen en de lucht geïnfecteerd word, dat het zelve bestuur zig bij de eigenaren daar van herhaalde keeren heeft vervoegd en getenteerd met denselven ter wegneming van dat walgelijk en de gezondheid beledigend plekje gronds, een behoorlijke schikking te maken, zijnde de koopman Jacobus Franken en Cons[orten] als voorstanders over de dogter van wijlen den koopman Jan Franken, edoch die telkens tot antwoord geven, dat zij hoe zeer hieromtrend [..?..] niet durven ondernemen, dewijl de erfgenaam minderjarig is, gemerkt nu het belang der maatschappij vordert dat dusdane incomoditeiten wierden weggeruimd, en zulks in dezen zoo veel te gemakkelijker kan geschieden, doordien er meer dan eens de rijkelijke waarde er voor is geboden om tot andere eindens te worden gebruikt, zoo neemt het voors[zeide] Bestuur de vrijheid, dit onder het oog van het Hoog Edele Gerichte te brengen, met zeer gedienstig verzoek teneinde hieromtrent sodanig moge worden gedisponeerd als het Hoog Ed[ele] Gerichte naar de principes van eenen goede policie zal oordelen te behoren.

QF
ter ord[onnantie] van het Plaatslijk Bestuur voor[noemd]
/stond/
J.A. Crebas
secret[aris]

/is geap[ostilleerd]/
Word praevie hierop gerequireerd het berigt van de geremon[streerde]
Actum Zuidbroek den 24 Dec. 1803
Was get[ekend]
A.J. de Sitter
Drost

Na ingekomen berigt waarvan copie word geaccordeerd, commissoriaal om gereguleert te worden.
Actum Zuidbroek den 24 Jan. 1804
/was get[ekend]/
A.J. de Sitter
Drost

/is geap[ostilleerd]/
Na gehoudene Commissie worden geremonstreerden geauthoriseert de plaats ten requeste gemeld publiek tot een huistede te verkopen, of bij onvermoedelijke minder gelding weder aan zig te kunnen trekken, zullende alsdan finaal gedisponeert worden of de plaats tot een missing  zal blijven, dan niet.
Actum Zuidbroek 28 feb. 1804
/Was get[ekend]/
A.J. de Sitter
Drost”

Er lag dus een mestplaats in het centrum van Winschoten, die enorm stonk, omdat er ook kadavers op werden gegooid. Het Plaatselijk Bestuur wilde graag af van deze wantoestand, ook vanwege de gevolgen die het vreesde voor de volksgezondheid. Maar de eigenaars, d.w.z. de voogden over de minderjarige dochter van Jan Franken, durfden dat niet aan, omdat het terrein op de lijst met eigendommen van hun beschermeling stond. Uiteindelijk weet de drost een schikking tussen het Plaatselijk Bestuur en deze voogden te bewerkstelligen, met dien verstande dat die de grond zullen laten veilen als bouwgrond voor een huis. Mocht de plaats minder opbrengen, dan de waarde waarvoor ze getaxeerd was, dan ging de verkoop niet door, en zou de drost alsnog beslissen of het terrein bestemd zou blijven voor de berging van mest, of niet.

Overigens hoefde dat laatste waarschijnlijk niet te gebeuren, gezien de hoge vastgoedprijzen in deze periode.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (gerechten Oldambt) inv.nr. 6972: samengevatte rekesten met de apostilles of kantbeschikkingen daarop, 1803-1804.


Hoe Veendam een dorpsomroeper kreeg

Begin november 1803 vervoegde Fredrik Boser, een inwoner van Veendam, zich in de Oldambtster drostenborg te Uiterburen. Hij gaf er te kennen dat hij graag omroeper in Veendam wilde worden, zulks “ter voldoening aan het verlangen van verschillende ingezetenen”. Hij meende te beschikken over “de nodige vereischten” voor dit werk, maar zou dit toch niet op zich willen nemen zonder permissie van de drost als hoofd van politie en justitie in het Oldambt. Vandaar Bosers “zeer gedienstig verzoek” om diens toestemming voor het

“opvatten en waarnemen van het ambt als omroeper binnen Veendam, onder zodane bepalingen als het E.E. Gerichte in deszelvs wijsheid zal vermenen te behoren.”

De drost wilde de lokale autoriteiten echter niet passeren en vond dat Boser eerst maar eens naar het Plaatselijk Bestuur van Veendam moest, om zich daar van een “attest” te voorzien, een verklaring dat het Bosers verzoek steunde. Boser keerde er een week later inderdaad mee terug naar de drostenborg. Dit keer vond de drost het daarom goed dat Boser “provisioneel en op een proeve” als omroeper optrad, en als zijn proeftijd voorbij was, zou er nog een reglementje voor zijn functie worden gemaakt.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 731 (archieven plaatselijke gerechten Oldambt) inv.nr. 6972 (samengevatte verzoekschriften met kantbeschikkingen, notities d.d. 8 en 15 november 1803.

Over de stadsuitroeper zie…


Het Tienpunten Tokkieplan!!! Supermarktbezoek

  1. Posteer je tokkiekar zodanig op de stoep dat die minstens vijf fietsen in het daar aanwezige fietsenrek blokkeert. Heb je geen tokkiekar, doe het dan met je tokkieplof of je -brik, hoewel dit minder impact heeft wegens acute verwijderbaarheid.
  2. Dring jezelf de deur in, ook als andere mensen de supermarkt net willen verlaten. Mocht je überhaupt gehoord hebben van de wellevendheidsregel dat uitgaand verkeer voorgaat, doe dan maar alsof je die regel vergeten bent.
  3. Knijp in alle zachte fruit en neem alle pakjes vlees een voor een in je handen (die je natuurlijk niet gewassen hebt, ben je gek).
  4. Laat je supermarktwagentje dwars over het gangpad staan en trek je niets aan van mensen die er graag langs willen. Laat ze maar omlopen. Hoewel ze jou een waardeloos figuur zullen vinden, geeft dit jou een ego-boost.
  5. Gebruik bij de kassa aangekomen geen mien-of-dientje of bordje waarmee de caissière jouw boodschappen en die van je opvolger uit elkaar kan houden.
  6. Haal vooral nog boodschappen op als je spullen al op de lopende band naar de kassa liggen. Dat is efficiënt shoppen, immers.
  7. Knoop een luidkeels gesprek aan met de caissière en neem daarvoor de tijd. Nog beter: ga langdurig ruzie met haar maken over de 2 cent korting waar je recht op meent te hebben.
  8. Posteer je supermarktwagentje nadat je deze proef met glans doorstaan hebt tegen beide uiteinden van de lopende band waarop de caissière je boodschappen deponeerde, zodat de klant die na je komt niet bij zijn of haar terminal kan.
  9. Blijf voor de supermarktuitgang staan praten met klegatokkies en zorg dat niemand erlangs kan.
  10. Kijk vooral niet uit je doppen als je met je tokkiekar-, plof- of brikke de stoep afscheurt. Een aanrijding met alleen schrik is 1, een aanrijding met materiële schade is 2 en een aanrijding met persoonlijke schade maar liefst 3 extra bonuspunten waard.

Doe je best. Je kunt het.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 792 andere volgers