Het Groninger platteland, zoals Abe Kuipers het zag in de zomer van ‘56

In het Groninger VVV-archief zit een kwartet vierkante boekjes, geheel bestaande uit eveneens vierkante, mooi afgedrukte, ‘echte’ foto’s die ruggelings tegen elkaar zijn geplakt en vervolgens met spiraalbandjes zijn ingebonden. Vermoedelijk zijn deze foto’s gemaakt met een 6×6 camera – meestal zijn ze in zwartwit en soms in kleur, maar zo door elkaar geplaatst, dat er vermoedelijk steeds een nieuw negatief in die camera is geschoven.

Begeleidende tekst ontbreekt geheel, maar dat de foto’s geen gewone kiekjes zijn, wordt bij het doorbladeren vrij snel duidelijk. Ze zijn afkomstig  van iemand met een eigen kijk op zaken – zo verraden ze hier en daar een grafische blik. Enerzijds maakte de fotograaf ze in de stad Groningen – vooral bij de Oosterhaven en wijde omgeving – anderzijds op een zomers platteland. Mogelijk betrof het een proefproject voor een VVV-uitgave, maar kwam het nooit tot publicatie, bijvoorbeeld omdat de foto’s iets te artistiek bevonden werden voor een toeristische wervingscampagne. Dat de VVV de boekjes toch bewaarde, zal dan hebben gelegen aan hun bijzonderheid.

Op het eerste gezicht is er geen fotograaf kenbaar, daarom staat er ook geen naam in de archief-inventaris  vermeld. Bij sommige foto’s laat echter de lijm los, waarmee ze ruggelings tegen elkaar geplakt zijn, en in één geval zie je daar dan een stempel:

A.J. Kuipers
Korreweg 90a
Groningen

De Groninger adresboeken van 1950, 1958 en 1961 noemen de A.J. Kuipers op dit adres ‘tekenleraar’.  Toen ik die naam en dat beroep zag, viel er nog geen kwartje.  Dat gebeurde pas met het raadplegen van de woningkaart: het betreft Abe Kuipers, op die kaart ‘kunstschilder’ genoemd. Inderdaad de bekende kunstenaar en graficus, over wie ik hier al eens heb geschreven.

Doordat er enkele reclameaffiches en een bouwproject voorkomen op de foto’s, zijn deze te dateren. Zo correspondeert een poster voor de Boldoot Sunstick met een advertentiecampagne die in 1955 plaatsvond, terwijl het affiche voor de Regent bolknak samenhangt met krantenadvertenties uit 1956 en 1957. Verder is er een “verbouwing” van de C&A te zien. Op de plek waar deze zaak zich nu nog steeds bevindt, aan de Herestraat oostzijde, begon in januari 1956 inderdaad een grootscheepse verbouwing, die zoveel casco-problemen aan het licht bracht, dat men een half jaar later maar besloot om de oudbouw te vervangen door nieuwbouw. Deze data bij elkaar overwegende, luidt de conclusie dat Abe Kuipers de foto’s hoogstwaarschijnlijk in 1956 heeft gemaakt.

Hoe de VVV destijds het copyright regelde, is onbekend, maar van de zijde van de maker kreeg ik toestemming om ze te publiceren.  Dat doe ik bij deze met een aantal plattelandsopnamen. De Oosterhaven en omgeving komen wellicht een andere keer aan bod. Omdat de foto’s vanwege de ringbanden niet te scannen zijn, heb ik ze met ringband en al gefotografeerd. Vervolgens heb ik ervoor gekozen ze in hun geheel te laten zien, dus inclusief ringband en gaatjes.

Bij Huizinge:
014 bij Huizinge
Boterdiep bij Zuidwolde of Bedum? Op het erf staat een Lanz-tractor en achter enkele volle wagens wordt er druk gedorst:
heerd 044 Lanz op het erfg + vrijwel niet zichtbaar - dorsers
Grazende blaarkoppen bij de kerk van Oostum, die Abe Kuipers  fotografeerde vanuit een ongebruikelijke hoek:
hi koe 043 oostum
Hoekje met melkbussen en een -zeef. op de achtergrond een wagen:
hi melk 049
Strobulten op land bij Westerwijtwerd (als ik het wel heb):
hooi 040 bij Westerwijtwerd
Bij Garnwerd?
hooi 041 was 017 dacht ik bij Garnwerd
Gedaan werk op een onbekende locatie:
hooi 042 was 061
Hooien:
hooi 052
Bult hooi bij de kerk van Stitswerd. In dit dorp had Abe Kuipers een atelier. Op de voorgrond het Stitswerdermaar (de Wikipedia heeft een foto vanuit dezelfde hoek, maar dan een halve eeuw later):
hooi 059 stitswerd
Ontmoetingsplek voor jeugd bij een dijk (Aduarderzijl?):
m 047 jongens, kletsend bij een dijk. Een met gympen, een ander in overall.
Boer met schimmel:
v peerd 064
De klei is onder de ploeg geweest en de herfst komt eraan:
zzz 032 vette klei, geploegd.


Opmerkelijk weekje, qua bezoek aan Groninganus

stats Groninganus eind mrt 2015Wat een linkje vanaf de rtv Noord-website al niet kan doen. Het bezoekersrecord werd dankzij een culinair onderwerp verpulverd. Maar zo gewonnen, zo geronnen – anders dan een vorige keer bleven er dit keer geen nieuwelingen hangen.


Gymnasiaal tekentalent leeft zich uit in zijn schoolagenda

Duco Gerrold Rengers Hora Siccama was zeventien en zat op het gymnasium, toen hij in 1893 voor zijn huiswerk een Duitse agenda ging gebruiken. Uiteraard staan er te maken thema’s in, wiskundige sommen en andere opdrachten, maar die vormen zeker niet het interessantste deel van de inhoud. Nee, dat bestaat uit de vele karikaturen en andere tekeningen, die hij vaak eerst in potlood opzette en dan met oostindische inkt uitwerkte. Het eerste kan op school gebeurd zijn, het laatste thuis, maar als je de tekeningen ziet, zou je het haast betreuren dat de man later hoogleraar rechten is geworden.

De openingspagina verraadt meteen al enkele terugkerende preoccupaties:
035 (2)
Portret van een medeleerling?
037 (2)

Aap met vogeltje:
039 (2)
Heraldische interesse:
043 (2)
Geslachtslijst van WH Wyt, met links de orgeldraaier Wijd, en rechts de makelaar Wijd, de hereboer Wijdt van Valkenburg en rechts de bankier Wyt van Valkenburg, welke drie laatste heren zijn voorzien van steeds grotere geldzakken:
046
Dan het vervolg op deze genealogische fictie, namelijk de opperstalmeester W.M. graaf Melchior Wijt van Valkenburg tot den Doornberg en de 3 Pollen. Rechts een stoomlocomotief, een andere terugkerend motief (achterin de agenda staan lijsten met namen van de toenmalige locomotieven):
052
Een predikant en zijn gemeente – twee jeugdigen kijken door het kerkraam naar binnen:
055
Links een onvoltooid wapen Hora Siccama, rechts een portret – van een leraar? – dat me sterk doet denken aan het werk van een Amerikaanse karikaturist wiens naam me is ontschoten:
061
Agent met hond:
066
Rechts een leraar? met sigarenpijpje:
072
Vier onafscheidelijke vrienden:
093
Augustus – op vakantie naar een vreemde kust met een koffer van het merk Perry:
095
Landschap met kanaal en zeilboten:
101
Een figuur die sterk doet denken aan de portretten van postbode Roulin door Vincent van Gogh:
116
Leraar? en familiewapens:
134
Op het eind van het jaar figuurstudies van diverse hoofddeksels, zoals deze bolhoed:
140


Waarom de Spijkerboor meer opbracht dan het Vlonust

1 - rek 1706

Fragment boekhouding verlaatsgelden Spijkerboor en Vlonust, met ontvangsten uit 1706. Bijzonder is de post van 5 gulden en 12 stuivers die schippers betaalden wegens het breken van de verlaatsdeur van het Vlonestverlaat. Mogelijk was het een droge tijd, waarin de boeren het water graag ophielden. Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 587 (archief familie Trip) inv.nr. 257.

Rond 1700 hadden de vooraanstaande Noord-Drentse families Nijsingh en Ellents het recht om verlaats- of sluisgelden te laten innen bij de ten oosten van Annen gelegen Hunzeverlaten van de Spijkerboor en het Vlonust, dat ze zelf in een bewaard gebleven fragment van hun administratie het Vlonèst noemden. Gewoonlijk droegen de verlaatsmeesters – Hein Hermens en diens zoon Hermen Koiter wegens het Vlonust en Jan Albers Plaisier vanwege de Spijkerboor – de sommen twee keer per jaar af: eenmaal in mei of juni en de tweede keer in de winter. Die wintersommen waren veel hoger, waaraan je kunt zien dat de turfvaart zich vooral in de tweede helft van het jaar voordeed – van maart tot de langste dag werd de turf immers gestoken en te drogen gelegd, terwijl na de langste dag telkens het vervoer van de turf over de Hunze of Oostermoesche Vaart naar Groningen op gang kwam.

Van de genoteerde opbrengsten waren de salarissen van de verlaatsmeesters al afgetrokken. Tenminste, wat betreft het Vlonust staat dat incidenteel genoteerd. Voor de Spijkerboor is dat niet het geval, maar je mag  aannemen dat de praktijk daar niet anders was. De uitbetaalde salarissen van de verlaatsmeester daar staan namelijk evenmin bij de uitgaven. Andere kostenposten, vooral aan onderhoud, werden wèl apart verantwoord. Deze konden van het ene op het andere jaar nogal uiteenlopen, maar gemiddeld ging het om een 80 à 90 gulden. De netto opbrengsten vielen daarmee nog een stuk lager uit dan in onderstaand grafiekje:

2 - Opbrengsten verlaatsgelden Vlonust en Spijkerboor 1699-1708

Bron: Rekeningen van de wed. Ellents voor haar zwager Lucas Nijsingh wegens de Spijkerboor- en Vloonustverlaten, 1698-1709. RHC Groninger Archieven 587-257.

Gemiddeld droegen de verlaatsmeesters samen zo’n 300 à 350 gulden per jaar af aan de aandeelhouders Ellents-Nijsingh. Wat opvalt is dat het leeuwendeel, ruim 200 gulden of minstens tweederde, steeds van de Spijkerboor kwam. Van veel geringer belang was het Vlonust, dat meestal nog geen 100 gulden per jaar opbracht.

Aangezien je mag aannemen dat de doorvaarttarieven en de salarissen van de verlaatsmeesters niet sterk van elkaar afweken, moet er een andere oorzaak zijn geweest voor het verschil in opbrengsten tussen het Vlonust en het slechts twee kilometer stroomafwaarts gelegen Spijkerboor. Wat was die oorzaak?

Daarvoor kunnen we kijken naar de omgeving van beide verlaten. Bij het Vlonust bleef de familie Koiter de verlaatsmeesters leveren. Zo werd er bij een schouw in 1790 (pag. 108) ten onrechte geklaagd dat L. Kuiter er het water ophield, terwijl er in 1830 nog steeds een Lucas Koiter als “vallaatsmeester” fungeerde. Dankzij diens naam en het later ter plaatse nog steeds voorkomen van de veldnaam Vlonust, kunnen we ons via de Drentse versie van HisGis een beeld vormen van de situatie ter plaatse rond 1830:

3 - verlaat Vlonust HisGis

Het Vlonust en zijn omgeving volgens het kadaster van ca. 1830. Bron: HisGis Drenthe.

Vanaf Annen liep er een openbare weg – tegenwoordig De Bulten geheten – naar het Vlonust, welke weg doodliep op het verlaat. Achter het Vlonust ging er niet zo’n weg in de richting van (Nieuw) Annerveen. In het kadaster staat Lucas Koiter als landbouwer te boek en hij had daar inderdaad vrij veel land (zie het merkteken x). Er kan natuurlijk een particuliere landweg hebben gelegen, maar hoe aantrekkelijk zo’n wagenspoor was, mag je je afvragen. In elk geval was Spijkerboor anno 1830 veel beter voorzien van openbare wegen, het gehucht gold zelfs als een soort van knooppunt:

4 - verlaat Spijkerboor HisGis

De Spijkerboor e.o. volgens het kadaster van ca. 1830. Bron: HisGis Drenthe.

Anno 1830 lag er verhoudingsgewijs ook nog veel meer heide in het achterland van het Vlonust, terwijl je in het Annerveen ten oosten van Spijkerboor relatief veel meer percelen landbouwgrond zag. De vervening en de ontginning van de afgeveende grond voor agrarische doeleinden was hier dus verder voortgeschreden. Er werd bij Spijkerboor, met andere woorden, veel eerder en veel meer turf afgevoerd. En dat zal dan de verklaring zijn voor het feit, dat rond 1700 de opbrengsten van het verlaat aldaar veel hoger waren.

Dankzij de betere infrastructuur bleef de Spijkerboor haar voorsprong ook houden. Niet voor niets bestaat Spijkerboor nog steeds, terwijl er op de plek van het Vlonust nu een natuurgebied ligt.


Uit het vriendschapsalbum van Octavia Feith

Sjieke lui schreven tussen 1832 en 1836 teksten voor het vriendschapsalbum van Octavia Feith, dat altijd losbladig is gebleven. Bij slechts enkele zitten plaatjes, die ze waarschijnlijk zelf tekende. Daardoor zijn ze, hoewel zéér Biedermeier, wèl oorspronkelijk, anders dan de kant- en klare plaatjes die je in latere poeziealbums aantreft.

– Vogelnest:
007
– Landschapje met huisje en molentje:
014
Bloemen, daar hield Octavia vooral van:
025
Met name viooltjes:
036

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1501 (Losse stukken GAG) inv.nr. 370.


Appel, bril, citroen – een ABC van voor het leesplankje

Aap, noot, mies mag dan in het collectieve geheugen gegrift zijn als verwijzing naar het vroegere spel- en leesonderwijs, niet altijd was het leesplankje van Hoogeveen dat die trits in ons geheugen grifte, maatgevend. Voor 1897 bestond dat hele aap-noot-mies zelfs nog niet. In die vroegere era bestonden er nog meerdere abc-boekjes, waar de letters naar andere dieren, voorwerpen en mensen verwezen. Een dergelijk boekje was het kaftloze katern uit de eerste helft van de negentiende eeuw, dat zich bevindt in het familiearchief Van Iddekinge. Het bevat 24 ingekleurde plaatjes voor even zoveel letters, alleen de q en de x komen er bekaaid af en moeten het zonder illustratie doen:

1

2

3

4

5

6

7

8


Afgewezen als model voor Minerva

Begin 1908 vroeg de Groninger kunstacademie Minerva via een advertentie om een model. Een opmerkelijke sollicitant was de negentienjarige mejuffrouw Hindrikje Knip. Dit is haar brief:

Groningen 29 Januari 1908

H.

Ik heb u advertentie gelezen en ben zoo vrij mij voor model aan te bieden. Ik ben ruim 19 jaar en heb een goed figuur. Ik ben machinebreister. Ik woon met mijn moeder maar zij mag het niet weten. Donderdagavond ben ik van zeven tot acht alleen thuis en kan u mij dan het best spreken want ik wil niet graag hebben dat u mij een brief thuis stuurd. Dan kan u mij ook zeggen wat U betaalt.

achtend,

juffrou
H. Knip

Kattendiep 40

Helaas voor haar werd mej. Knip afgewezen. Links naast haar ondertekening staat namelijk met grote rode en ook nog onderstreepte potloodletters: “Niet.” Onderstreept is tevens de passage in haar sollicitatiebrief, dat haar moeder het niet mocht weten. Dat zal de reden voor de afwijzing geweest zijn.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1448 (archief academie Minerva) inv.nr. 65: sollicitiebrieven van mensen die willen poseren als model (1908-1921). De voornaam Hindrikje komt uit haar trouwakte (1914).


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 645 andere volgers