Zigeunermythe over de oorsprong van het stelen

Zigeuners op de Brink van Diever, ca. 1910. Foto: meester Boneschansker (Dwingeloo). Ontleend aan: Mark Goslinga en Erwin de Leeuw, Uit het album van meester Boneschansker (Dwingeloo 2006).

Toen God bezig was koren aan de volkeren uit te delen
riep hij ook de zigeuners
(om die ook wat te geven).

De zigeuners echter, waren zo arm
dat ze niet eens jutezakken bezaten
(om het koren in te doen).

Toen zeiden de zigeuners tegen de Heilige God::
“Ach grote God, stop ons deel voorlopig maar
in de zakken van de andere naties!”

Dus deelde God het voor de zigeuners bestemde graan
gelijkelijk uit over de volkeren van de wereld.
In elke zak kwam een beetje terecht.

Later probeerden de zigeuners
hun deel weer op te vragen bij de andere naties.
Maar die lachten ze vierkant uit en joegen ze weg.

Sinds die tijd stelen de zigeuners
om hun rechtmatige deel weer terug te krijgen.

Bron: Erika Dedinsky, Vers vuur – over zigeunerliteratuur uit Hongarije (Haarlem 1982), iets geredigeerd.

Aanleiding

Advertenties

Raadsel: “het brouwen der bolle”

In 1797 betalen de zijlrichters van de Oostwolderzijl 12 stuivers uit aan zijlwaarder Jan Brunius “voor het brouwen der bolle”. Ik zat eerst heel vreemd tegen deze handeling aan te kijken, maar denk nu dat ik het wel weet. Hebben de lezers misschien ook een idee?


Weer thuis, maar niet lang: Willem Snater, oorlogsburgemeester van Nieuweschans

De installatie van Willem Snater als burgemeester van Nieuweschans Nieuwsblad van het Noorden 5.10.1942..

Het verhaal van Peter Rehwinkel, die naar Groningen terugkeerde voor zijn droombaan, het burgemeesterschap van de Stad, ligt nog vers in het geheugen. En ook, hoe die droombaan uitliep op een nachtmerrieachtig fiasco.

Een dergelijk scenario heeft zich wel vaker voltrokken aan iemand die vanuit ‘den vreemde’ terugkeerde naar Groningerland om daar burgemeester te worden. Zo zit bij de onlangs openbaar geworden sollicitatiedossiers dat van Willem Snater (1904-1974), die in de oorlog burgemeester was van Nieuweschans.

Deze Willem was de zoon van de Jan Snater die na een periode als ambtenaar in Friesland en als gemeentesecretaris van Nieuwolda in 1919 burgemeester werd van Oude Pekela. Zoon Willem doorliep de HBS in Winschoten, ging vervolgens een poos naar de Zeevaartschool, en kwam via de gemeentesecretarie van Oude Pekela, waar hij een opleiding kreeg, terecht als ambtenaar op de secretarie van Grouw, waar hij naderhand een meisje uit Oude Pekela zou trouwen.

Daar in Grouw, de hoofdplaats van de gemeente Idaarderadeel, werd hij lid van de Liberale Staatspartij. Meermalen solliciteerde hij op een burgemeesterschap in Groningerland, zoals in 1932 te Termunten, in 1933 te Marum en in 1939 in Eenrum. Daarbij deed zijn vader een goed woordje voor hem. Dat deed in 1942, bij de vacature in Nieuweschans, ook de burgemeester van Idaarderadeel, die schreef:

“Het is van den beginne af steeds zijn bedoeling geweest te trachten een burgemeestersbetrekking te verkrijgen in de provincie Groningen. Hoewel hij zich in Friesland zeer wel thuis gevoelt, is hij toch in zijn hart een Groninger.”

Volgens zijn Friese chef had Snater, die inmiddels kommies en plaatsvervangend hoofd van de luchtbescherming te Grouw was, voldoende capaciteiten om zijn ambtgenoot in Nieuweschans te worden. En inderdaad werd Snater daar per 16 september 1942 benoemd.

Bij zijn installatie, op 2 oktober, dankte Snater “alle autoriteiten” die zijn benoeming bevorderden. Hij memoreerde dat het burgemeesterambt hem niet helemaal vreemd was, omdat hij dat van huis uit al kende…

“Overigens ben ik een Groninger en ik heb mijn jeugd op het Groninger platteland doorgebracht, zoodat na een verblijf van bijna 15 jaren in Friesland, mij het leven hier in Nieuweschans niet vreemd aandoet; integendeel, ik heb het gevoel, dat ik na een lange reis weer thuisgekomen ben.”

Voor de onmiddellijke toekomst deed Snater een “ernstig beroep” op de Nieuweschanskers hun gemeente niet tegen te werken, “zich te onthouden van elke handeling die de gemeente Nieuweschans en haar ingezetenen schade en narigheid zou kunnen berokkenen” en zich

“daadwerkelijk in te zetten bij het oplossen van de vraagstukken, waarvoor wij thans als gevolg van de gewijzigde omstandigheden geplaatst worden. De staatkundige vraagstukken kunnen hierbij gevoegelijk buiten beschouwing blijven, omdat deze toch niet in Nïeuweschans worden beslist.”

Hierbij moet men zich realiseren dat àndere burgemeesters op dat moment al in gijzelaarskampen zaten. Bij de door Snater uitgesproken intenties verbaast het niet dat diens profiel uiterst kleurloos was tijdens de rest van de oorlogsjaren. Zijn naam bleef uit de kranten, maar mogelijk stelde hij zich achter de schermen toch wat al te volgzaam op jegens de bezetter. In augustus 1945 werd hij op non-actief gesteld en in 1946 ontslagen. Hij bleef niet in zijn geliefde provincie Groningen wonen en verhuisde naar Zeist, waar hij in 1974 overleed.


De Vedde Gaanze

Vond vandaag een voordracht met lied in – volgens mij – stadsdialect. Het stukje dateert uit 1921 en gaat over een vent die met een biljartwedstrijd in de kroeg een vette gans won. De auteur was ene Wes van Eunen, die het schreef op de melodie van Arthur Collins’ Old Man Jazz, destijds (in het nog radioloze tijdperk) blijkbaar een hit:

De voordrager komt half aangeschoten met een nagemaakte geplukte gans in de hand op. Hoera-geroep achter!

Proza: Joa, roup moar hoera! … Ik heb hom te pakken (toont de gans aan het publiek). Is dat aine of gaint?! Heb ’k wonnen mit biljarten, ’n mooi baist!

ZANG

1
As é mörgen op de toafel stait,
De gans, de gans, de vedde gans,
En mit appelmous noar binnen gait,
De gans, de gans, de vedde gans,
Dan is ’t zeker feest in ’t hoesgezin,
Want zoo’n knoap dai bringt de fut erin,
 d’Haile keet dai hapt en smakt erin,
De gans, de gans, de vedde gans,
‘k Moakte series bie de vleet,
‘k Huil ze vèr achter de meet.
Aalle speulers mit pristoatie, Hinne en Cornelis,
Hannes, Jannes, Rinus, Tinus en Rieks Melis.
‘k Speulde as ains Bierling dee,
O, ik was jè kaant op glee.
Om ‘t van mai te winnen goan, was hail gien kans.
Ik heb thans… de gans.

2.
Ik bin bliede dat ik bin getrouwd,
De gans, de gans, de vedde gans,
Aanders haar mai deze winst beroud,
De gans, de gans, de vedde gans.
As ik heur straks zai, mien laive vrouw,
Kiek, dan geef ik heur de ganze gauw,
En ik zeg dan: “Hier! – smoes nou moar louw!”
De gans, de gans, de vedde gans.
Bainoa dronk ‘k mai van de wies,
‘k Bin net zo vet as mien pries,
’t Was moar rondjes en tractèrren, catzies, fladderakies,
Olle kloare, longoavita en conjakkies.
Moar kiek tot mien groot geluk,
Ik bleef aalmoar bai mien stuk.
Mai doar of te brengen doarveur was gien kans,
Ik heb thans… de gans.

3
Ik wol nou moar dat mien vrouw gauw kwam,
De gans, de gans, de vedde gans,
Want ‘k heb dörst en trek an ’n boterham
Met gans, met gans, met vedde gans.
Hail gien mensch in hoes dai mai as man,
Hier ontvangt, door snap ik jè niks van.
En moar toujour deur hikt hai mie an,
De gans, de gans, de vedde gans.
‘k Zai de vreugd aal op heur toet,
Op mien Geessiens laive snoet.
‘k Zai heur straks aal hail naiwschierig naur mien prieze snuffeln
En mit d’olle vol van bliedschap snoetje knuffeln,
Wat er hier thans ook gebeurt,
Mien geluk wordt nait versteurd.
Nee, doarveur het zeker nou gien aine kans,
Ik heb thans…. De gans.

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1774 inv.nr. 1530.


Adverteren doet verkopen

Dan ben je bezig met een projectje waarvoor je de meeste gegevens uit Delpher haalt en blijft je oog aan het een en ander haken, zoals:

  • Reclame voor een hoogtezon, waarvan de tekening ook niet had misstaan in een advertentie van een socialistische partij of een vrijdenkersclub:

    Nieuwsblad van het Noorden 30.10.1936.

    – Een elegante bakkerskar zoals je zelf nog hebt zien rijden in je kinderjaren – in die bak zaten luchtgaatjes die in cirkels gegroepeerd waren, weet je nog:

    Nieuwsblad van het Noorden 15.3.1938.

    – Reclame voor een film die een jaar voor de Bevrijding in de bioscopen draaide:

    Twentsche Courant 13.5.1944.

    – En de fenomenale telefoontarieven van zeventig jaar geleden:

    Provinciale Drentsche en Asser Courant 26.4.1947.


Politiek in de kerk van Termunten

Ontvangstposten in het diaconieboek van Termunten:

4.1.1786

Dankstond wegens vrede met Duitse Keizer, uit de buil 5-1-3..

Een jaar eerder was er een crisis geweest om de Schelde, waarbij Joseph II, de keizer van Oostenrijk, ons land dreigde binnen te vallen. Juist vanwege die dreiging stimuleerden de Staten van Stad & Lande burgerwapening. Begin 1786 werd de zaak bijgelegd.

17.5.1795

“Geen preedikdienst wegens den oorlog met het beleggen van Fransche troupen in het caspel van Termunten en meer andere plaatsen die onder onse kerke behooren.”

Omdat er inkwartiering van Franse soldaten plaatsvond in het kerspel, kon de preek op zondag niet doorgaan. Deze soldaten, ook gelegerd bij batterijen op de Punt van Reide, moesten de Pruissische overkant van de Eems in de gaten houden. Frankrijk en Pruissen waren officieel nog in oorlog.

6.8.1797

“Geen kodgisaatsy weegens het stellen der stemopnemers op den 8 augusty over het goedt of afkeuren van de konsystuitsy.”

Geen catechisatie vanwege het verkiezen en aanstellen van stemopnemers in de grondvergadering waarin door de stemgerechtigden (die de eed van burgertrouw hadden afgelegd) gestemd werd over het eerste ontwerp van constitutie (het “dikke boek”) voor de Bataafsche Republiek. Het ontwerp werd twee dagen later afgekeurd bij het allereerste Nederlandse referendum.

19.11.1799

“Weegens een redevoering gedaan van domeni over het verlaaten van de Engelsen van onze Republijk en uit de bekken” 4-15=1

In het najaar van 1799 ondernamen Engelsen en Russen een invasie in het zompige Noord-Holland. Mede door dominees zoon werden ze weer de zee in gedreven.

3.6.1804

“Domnie van Oterdom agtermiddag preekt met mantel en bef”, uit de buil 1-18-6

Een tijd lang hadden predikanten omwille van de gelijkheid (in de trits vrijheid-gelijkheid en broederschap) niet meer gepreekt met mantel en bef. Waarschijnlijk deed de predikant van Termunten dit medio 1804 nog steeds niet. Toen de buurpredikant van Oterdum een vervangingsbeurt kwam houden, vond de diaken diens ambtskleding daarom het vermelden waard. Hij nam notitie van een kleine restauratie.


Rondje Eiteweert – Stad

Bij de vloeivelden van de suikerfabriek, Roderwolderdijk:

Even op de Onlanden gekeken:

Kornoelje in een tuin aan de Langmadijk, Peizermade:

Berk, Bruilweering:

Bruilweering – iemand moest zo nodig zijn afval verbranden, heel fijn voor de overburen:

Neem plaats! Meubelboulevard Hoendiep:

Hoendiep bij Hoogkerk:

De suikerfabriek is nog steeds aan het werk: