Hoogkerk krijgt muur van groen plastic (2)

De situatie bij het Hegepad was vanavond als volgt:

In plaats van één grote bult hooibalen hebben we er nu drie.

De oude bult bij het zitje is niet verlengd, zoals ik dacht, maar verdikt. Wat erbij gekomen is zit in een plastic van een wat lichter groen:

v


Graspiepers

Die had ik dit jaar nog aar weinig gezien. Nu twee vlak na elkaar, bij de Langmadijk achter Peizermade:


Hoogkerk krijgt muur van groen plastic

Wat kan men tegen hooi hebben? Helemaal niets! Hooi verspreidt – vooral op de klei – een hoogst aangename geur die ook bij menigeen genoeglijke herinneringen opwekt. Ja, goed beschouwd bevordert hooi het welbevinden der mensheid.

Aan het Hegepad te Hoogkerk, echter, staat er sinds de zomer van vorig jaar een enorm hooiblok. Kennelijk was er het hele winterseizoen fourage genoeg, zodat er geen behoefte aan het hooi hier bestond. Al die tijd mochten passanten dus aankijken tegen de stapel hooipakken in steeds flodderiger groen plastic.

Intussen wordt er opnieuw gehooid en komen er nieuwe pakken in groen plastic aan:

Gister

De vraag is nu of die nieuwe pakken bij de oude worden neergezet. Ik zweer het: dit houdt heel Hoogkerk bezig. Bij een noordooster zit je dan lekker uit de wind op het metalen zitje bij het Hegepad:

Eergister

De gemeente Groningen is hier bij mijn weten de grondeigenaar. Mogelijk verpacht die de grond? Ik hoorde iemand de gemeente al vergelijken met de jeugd op Terschelling. “Zoals die jeugd muren van bierkratten bouwt, bouwt de gemeente Groningen muren van hooibalen. … Ach, het zal wel weer een kunstproject zijn.”


Heidewandeling of bijspijkercursus voor een plantkundig onbenul

De personeelsreis ging vandaag naar Taribush/Kamp de Marke aan de noordrand van het Dwingelerveld bij Lheebroek. Daar is een groep van vijftien van ons in de omgeving rondgeleid door een IVN-gids.

Die gids staat hier op een van de vier heidesoorten, de kraaiheide:

Meest voorkomend is de struikhei, die in augustus de boel in een paarse gloed zet:

De duonaaldjes van de den:

Bomen, exotische beuken, van onder ontdaan van schors en als oefenmateriaal aan spechten overgegeven:

De dopheide bloeit nu:

Die soort produceert de lila bloemetjes die her en der opvallen:

Dan nog de lavendelheide, waarvan de blaadjes op die van de lavendel lijken:

De honderden vennen verdrogen momenteel sterk, terwijl dit meertje min of meer op peil blijft. Volgens de gids betreft het een pingoruïne die met kwelwater van onderop wordt gevoed. Het zwermde er van de juffers en libellen:


Voor Vakantie! moet je in Veendam zijn

Station Veendam. Bij de spoorwegovergang passeert net een Duitse loc van de museumspoorlijn STAR,  die, naar ik hoorde, ook passagiers met fietsen vervoert, zodat je vanuit Stadskanaal heel mooi Westerwolde afpeddelen kunt:

Doel van de reis was intussen het Veenkoloniaal Museum, waar de tentoonstelling Vakantie! er op uit, 1900-1980 geopend werd. Voor de gelegenheid stond daar deze BMW-caravancombinatie uit de jaren 60 voor de deur:

De eigenlijke tentoonstelling is boven:

Hotels, pensions, huisjes en groepsreizen blijven (goeddeels) buiten beschouwing, het accent valt duidelijk op het kamperen dat voor het gewone volk mede mogelijk gemaakt werd door het vakantiegeld, dat vanaf 1968 werd uitbetaald. Camping-ameublement uit de jaren 70 – de noppen-vloerbedekking van vinyl komt me heel bekend voor:

Bungalowtent met zitje:

Een van de fraaie affiches op de tentoonstelling, stammend uit een tijd dat er nog een waas van idealisme rond het kamperen hing:

Het is verwonderlijk wat men niet al aan bric-à-brac bewaart – een hele wand is gereserveerd voor historische souvenirs:

Franse plaat over het kamperen:

De samensteller van de expositie, Fred Ootjers, ontdekte dat er in Oost-Groningen destijds ettelijke caravan- en vouwwagenbouwers zaten. Reclame voor het merk Tezet, uit Zijlstra’s carrosseriefabriek in Zuidbroek:

Ook nog even bij de vaste opstelling van het museum gekeken – veenkoloniaal winkeltje:

In de belendende veenkoloniale knijp deze fraai vormgegeven reclame van distilleerderdij Van Calcar te Hoogezand:

Tarief van sluis- of bruggelden met inningsklomp aan touw:

Terug op het station bleek dat de trein pas over een half uur kwam. Beetje rondgekeken – curieus kunstwerk van Limburgse kunstenaar:

Detail van het stationsgebouw:

Dat gebouw wordt weer geëxploiteerd door de STAR, na een periode dat het verpacht werd. Er is een kleine expositie met treinspullen ingericht:

Te zien is onder meer dit jubileumbord van Arie Gijsbertus Kenemans uit 1938, met al diens standplaatsen, o.a. Musselkanaal:


Windmeeritje Usquert – Stad

Usquert, een waar woord van dichter Jan Boer:

Wierde en kerkje van Rottum:

Rottum – antiek fietsenrek van Niemeijer:

Rottum, ’t Hoeske van Theis Joapke, met linksvoor het borstbeeld van Jan Boer::

Wierde bij Helwerd – als akkerbouw zo’n archeologisch monument erodeert, vind ik een opgraving in de rede liggen:

We hebben al ruïnes zat in Groningerland:

Landschap bij Kantens:

Engel op grafsteen, begraafplaats Toornwerd:

De toren van Toornwerd is eigenlijk een wat groot uitgevallen folly:

Dorpsgezicht Middelstum, van de Toornwerder kant:

De klap van Fraamklap – het oude café daar, Tuitman, is helaas voortdurend dicht:

Bij boerderij De Groote Haver, Ter Laan achter Bedum:

Kalkoen op het fietspad bij Ellerhuizen:

Landschap bij Zuidwolde:

Graan dat oefent op het wuiven:

Damsterdiep, stad Groningen:


Een grutto bij de Krimstermolen

Een grutto bij de Krimstermolen wilde wel even poseren voor de passerende meneer:

Eerst maar eens even tegen een donker achtergrondje

Omkijkend:

Weer lettend op het jong in het weiland:

Nog even met de hele molen als achtergrond:

Zo’n meeuw? Nee hoor, kon hem niks schelen. Daar werd hij niet heet of koud van:

Daar had hij schijt aan.

“Zo is het wel mooi geweest, nou?”