Hoeveel Eerelmans Paardenkeuring kostte

Otto Eerelman, De Paardenkeuring van de 28ste augustus (1920), collectie gemeente Groningen (stadhuis).

Otto Eerelman, De Paardenkeuring van de 28ste augustus (1920), collectie gemeente Groningen (stadhuis).

De vraag was: Weet jij hoeveel het schilderij de Paardenkeuring de gemeente kostte ?

Dat wist ik niet. Het bleek ook nogal een zoektocht.

Via Harry Kraaijs boek over Otto Eerelman kom ik al vlot bij het gemeentelijke dossier over de opdracht. Daarin zit wel de begeleidingsbrief van Eerelman voor diens nota d.d. 30 juni 1920, maar niet de nota zelf. Ook noemt het briefje het bedrag niet.

Wel is het episteltje voorzien van de gemeentelijke potlood-notitie dat er een bevelschrift tot betaling uitgegaan is. Maar wie betaalt zo’n som namens de gemeente? Via de inventarissen van de gewone stukken archief (series, dossiers) kom ik er niet uit.

Dan herinner ik me dat de gemeenteontvanger een apart archief had (iets wat je inderdaad maar net moet weten). In de door de ontvanger opgemaakte gemeenterekening over 1920, echter, blijkt op de  – wat mij betreft – voor de hand liggende plekken evenmin iets over Eerelmans werk te vinden. De ontmoedigende vraag dringt zich op: zou het bedrag later betaald zijn?

Nee, zo blijkt, als ik het mandaatregister met de verordonneerde betalingen van 1920 er nog even op nasla. Het meldt dat de kunstschilder Otto Eerelman op 5 juli 1920 een bedrag van ƒ 5500,- kreeg wegens diens levering van een schilderij.

Uit de verwijzing naar de gemeenterekening  blijkt daar, dat de som onzichtbaar en dus zeer discreet opgenomen is in een optelpost van sommen, betaald voor verfraaiing van het stadhuis.  In de rekening viel het antwoord op de vraag, kortom, sowieso niet te vinden. Op de aangewezen, vroege plek van de optelpost in de rekening zou ik het bedrag ook nooit hebben gezocht – in de veel oudere stadsrekeningen, waar ik ruim ervaring mee heb, vind je dat soort buitengewone, eenmalige uitgaven altijd in het laatste hoofdstuk, dus achterin.

Enfin, dat bedrag van 5500 gulden in 1920 komt volgens het omrekeningstooltje van de IISG neer op bijna 30.000 euro nu. Ik denk eigenlijk dat het omgerekende bedrag nog hoger zou moeten zijn, Destijds kon je er een kast van een pand voor die 5500 gulden kopen, nu niet eens meer een klein huis voor het vermeende equivalent.

Natuurlijk zou een groot schilderij als de Paardenkeuring beduidend meer dan dat IISG-bedrag opbrengen, als het onder de hamer kwam.


Rondje Aduard en Middag

Leegkerk vanaf een karrespoor in een weiland, waarvan het hek open stond:
2015-04-19 019
Topgevel kerk Aduard:
2015-04-19 022
Beschildering tongewelf kerk Aduard:
2015-04-19 030
Lichtval in de kerk van Aduard:
2015-04-19 037
Detail herenbank (leeuw) in de kerk van Aduard:
2015-04-19 063
De kerk van Fransum, gezien vanaf Hardeweer:
2015-04-19 086
De kerk van Fransum, gezien vanaf Suttum:
2015-04-19 092
Een kieviet bij de Oldijk onder Ezinge:
2015-04-19 108
Hindoeïstisch circus slaat tent op bij Feerwerd:
2015-04-19 122
Feerwerdermeeden:
2015-04-19 126
Aalscholver op waarschuwingsbord bij het Aduarderdiep ambieert rol als gier in cowboyfilm:
2015-04-19 132
Dorkwerder hazen:
2015-04-19 139


Rondje Pasop

Onlanden, zwanenvlucht:
2015-04-18 005
Droog plekje op de Onlanden met hondsdraf:
2015-04-18 007
Bij Lettelbert:
2015-04-18 017
Paard wil naar ander paard aan de overkant van de sloot, maar dat kan niet:
2015-04-18 018
Bloesem op het talud van het viaduct tussen Lettelbert en Oostwold:
2015-04-18 026
Vervallen schuurtje in Lettelbert:
2015-04-18 027
Schapen op de Traansterdijk:
2015-04-18 036
De Lage Traan:
2015-04-18 040
De kievieten erboven:
2015-04-18 044
Boer woelt land om, meeuwen vinden dat leuk:
2015-04-18 047
Pasop:
2015-04-18 057
Tulpen en hyacinten voor het slooppand aan de Aduarderdiepsterweg:
2015-04-18 083


Paterswoldse aardbeien

Ottolander, Nl flora & pomona (Groningen 1875)

“EELDE, 21 Aug. Sedert de groententuinen bij de stad Groningen meestal tot bouwterrein zijn gebruikt hebben vele arbeiders in deze gemeente en vooral te Paterswolde zich met kracht op de groenten- en vruchtenteelt toegelegd. Velen hebben hun bestaan daardoor vrij wat verbeterd en zijn daardoor in vrij wat beter conditie dan vroeger. De grond schijnt hier voor de cultuur van deze vruchten uitstekend geschikt te zijn en vooral levert het kweeken van aardbeien aanzienlijke voordeelen op. Een der kweekers van deze plant verkocht in dit seizoen van 11 Are land voor ruim ƒ 200, dit zou van een H.A. dus ongeveer eene opbrengst van ƒ 1800 worden.”

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 22 augustus 1898.

Commentaar: zoals wel vaker, berichtte de krant hier vrij laat over een zich langzaam voltrekkende ontwikkeling. De moeskerijen buiten de  wallen van de stad die eerder groente en fruit leverden aan de stadjers, werden immers al vanaf 1875 bestemd voor woningbouw. Zo stamt de Warmoesstraat in de Oosterpoortwijk van 1879, terwijl de Jacobstraat van 1877  is en de Frederikstraat van 1878.  Rond 1880 stegen de stedelijke groenteprijzen dus al en moeten de arbeiders van Paterswolde, die steeds minder emplooi in de turfgraverij vonden, hun kans hebben geroken.

Paterswoldse aardbeien waren al gauw een begrip in Groningen. Ze werden in “groote hoeveelheden” verbouwd op “enorme aardbeienvelden” die vooral tijdens de bloei een “magnifiek gezicht” opleverden. Eind jaren 20 echter, zat er even een dip in de teelt. Misschien hing deze dip samen met de economische crisis? Maar de vraag naar de luxe lekkernij herstelde zich vlug en in mei 1934 kondigde het Nieuwsblad van het Noorden zelfs de aankomst van de eerste aardbeien in de stad Groningen aan, alsof het een equivalent van de Hollandse Nieuwe betrof.

Paterswoldse aardbeien werden ook een exportproduct. In juni 1936 gingen ze al eens per vliegtuig naar de Nederlandse ambassadeurs in Brussel en Londen, beide oud-Groningers.  Dit gebeurde door de veilingvereniging van Eelde/Paterswolde op verzoek van de gemeenter Eelde. Vanaf 1947 kwam een export per vliegtuig naar Londen tot stand, waar ze dan misschien ook wel op Wimbledon zijn verorberd.

Intussen kwamen ze in Groningen vooral door venters aan de man. Zo maakte ik er ook kennis mee, omstreeks 1977. Dat was nog net op tijd, want in 1980 bleek de teelt al “nagenoeg verdwenen”. Al met al heeft ze dus een eeuw bestaan.


De parvenu onder Neerlands gewesten

Ik wil nog even terugkomen op een kaartje dat het CBS een paar  weken geleden op Twitter publiceerde:

In welke NL gemeenten vind je nog gebouwen of woningen van ca. 700 jaar oud CBS 2 april 2015

Het gaat om panden van voor 1350 – ik neem aan op onderdelen en dat een minder oude voorgevel zo’n pand niet diskwalificeert, want dan houden we heel weinig over.

Wat het kaartje dan laat zien: de vier of vijf gebieden waar in de Middeleeuwen al flink veel bouw in (bak)steen bestond. Het oude Friesland valt op (Oostergo, Hunsingo, Fivelingo), evenzo doen dat de boorden van de grote rivieren zoals IJssel en Rijn, en verder Zuid-Limburg en Zeeland.

Holland, daarentegen, is karig bedeeld. Qua beschaving liepen ze daar wat achter. Het is de parvenu onder de Nederlandse gewesten.


Oldambtster witten

Je had altijd een boel rooien in het Oldambt, maar je had ook Oldamtster witten. Geen contrarevolutionaire miesgasters maar bonen om op te eten. Deze ondergaan tijdens de groei aan de stam een opmerkelijke tweevuldige kleurmetamorfose. Henk Scholte, die sowieso alles weet over Groninger mondkost, en dus ook over Oldambtster witten, vertelde er gisteravond met smaak over op de ALV van de cultuurhistorische vereniging Stad en Lande. De Oldambtster witten, die enkele decennia geleden nog maar in één enkele Musselkanaalster volkstuintje werden geteeld, zijn nu bezig aan een opzienbarende comeback op de tafels der vaderlandse lekkerbekken.


Een presentabel polletje

De Peizerweg biedt weinig natuurschoon. Maar de polletjes dotterbloemen op de rand van de sloot maken ieder jaar april wat goed van dat mankement:

2015-04-16 019


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 650 andere volgers