Rondje Boerakker

Heiwerk voor Distributiecentrum Aldi, Westpoort bij de A7:

Er komt nogal wat bij dat heien kijken, als je die verzameling busjes ziet:

Boerderijtje bij de A7 in de Kleine Oostwolderpolder, met een oud trekkertje ervoor:

Andere kant Munnikkevaart en andere kant A7 – geaderd witje:

Het was niet heel warm, gewoon lekker weer. Toch zochten deze paarden in de Lettelberterpetten het streepje schaduw bij het hek op:

Beukenlaan nabij camping Nienoord:

Boerderij bij Tolbert krijgt nieuw dak:

Hooien met antieke hooipers bij Boerakker. Zo’n machine had mijn oudoom Klaas Nienhuis ook in de jaren zestig:

Zijt gij een vreemdeling in Boerakker, en zonder navigatie-apparatuur, dan hebt gij pech:

De aanleg van de waterberging bij de Dijkweg lijkt voltooid. Curieus dammetje in waterpartij bij brug, mogelijk bedoeld als overstort of zo

Een ergernis bij die Dijkweg is trouwens dat er geen enkele meidoorn is blijven staan. Het oogde en rook er in het voorjaar altijd fantastisch. Ook de boom waarin vaak een buizerdnest zat, is weggehaald.

Ooievaarsnest Niekerk:

Dijkhuisje met witte kip, Vierverlaten:


Huisdieren onderweg

Smoushondje, uiteind Roderwolde bij de Onlanden:

Paarden in dubbelmeditatie, op de Hoogkerker kant van de Zuidwending:

Dartel kalf op huisweide Leutingewolde:

Witte pauw in de rui, park Nienoord:


Lomperik

Er ontvouwde zich gister een aardige conversatie op Twitter. Iemand uit Eindhoven, Guido de Greef, had hier in Groningen de hoogste postcode van Nederland (9999 ZZ) bezocht, bij de Knolweg onder Stitswerd. Omdat hij beweerde dat hier geen mens woonde, en ik me dat anders herinnerde van mijn fietstochten, ging ik eens bij Google Maps te rade, waaruit bleek dat er inderdaad nog een handvol boerderijen aan de Knolweg staat, die zo te zien ook nog in vol bedrijf zijn. Dat merkte ik dus tegen Guido op, waarna ene Miedema van even boven Leeuwarden erop insprong met een opmerking over Groningers die niet als grap of ironie gemarkeerd was en die ik dus wel moest zien als onaangenaam, kwaadaardig en ziek:

Vervolgens kreeg ik geen antwoord meer en bleek dat meneer me zelf had geblocked! Blijkbaar kon of wilde hij inderdaad niet normaal doen en het ook in eigen hand houden. Uiteraard heb zijn block toen maar beantwoord met dezelfde dienst. Heb nog even gekeken of hij die block van hem nog voor de ‘omstanders’ motiveerde. Dat deed hij inderdaad: ik was een “dramaqueen” in zijn ogen. Nou, dat maakt mij totaal niet uit, daar kan ik wel mee leven.

Waar ik niet tegen kan zijn lomperikken die onder het mom van ‘asperger’ (uit zijn eigen bio) denken maar alles te kunnen uitkramen. Hij komt er dus bij mij niet meer in en de schaamlap ‘asperger’ geldt voortaan als een flinke waarschuwing voor het aangaan van Twitter-conversaties met figuren die zich daarmee denken op te sieren. Bij deze wil ik die waarschuwing ook graag doorgeven: ga nooit zomaar een gesprek aan met een dergelijk figuur: voor je erop verdacht bent, word je onthaald op op volstrekt ongevoelige botheden.


Graffiti assorti

Rode kat bij de Oude Stationsstraat:

Blije stadsfietsers, Hoekstraat of Muurstraat:

Katachtige met drie ogen en een, op de sabeltanden na, ontbrekend ondergebit. Omgeving Stadsstrand/Singeweg:

Koffiedrinkster – ook daar:


Rondje Oldehove

Bij Noordhorn (gezien vanaf een landweg haaks op de Spanjaardsdijk-Noord):

Noordhorn – toch jammer dat de rode dakpannen ‘op’ waren:

Dijk met koeien bij Electra in de buurt:

Bekroning herenbank in de kerk van Oldehove. Buiten hangt boven de kerkdeur hetzelfde wapen in steen, maar dan met leeuwen als schilddragers in plaats van griffioenen::

Gesneden dolfijn? op het doophek:

Wapen met springende hond en koetje op de grafsteen van ds. Zytsema onder de kansel. Deze voorganger van Oldehove stierf in 1659:

Eveneens onder de kansel – diaconiekist, waarschijnlijk bestemd voor archivalia aangezien er een gleuf voor muntgeld ontbreekt:

Paneeltje met wapen De Mepsche links:

Bij de orgelbeun hangt een wijzerplaat met een enkele wijzer (ca. 1650):

Weer buiten de kerk wat rondgereden in het dorp. Om het hoekje kijkende blaarkop op een bevoorradingsdeur van de supermarkt. Op de achtergrond het dorpssilhouet van Oldehove:

Gevelsteen met rode leeuw boven deur van een van beide Olhoofster molens. De letters lijken me een eeuw of zo later aangebracht dan de beeltenis:

Afgehooid land met stroken nog overeind staand gras bij Aduard:


Duitse trekarbeiders in Groningerland (1811)

GemeenteAantal hierMaandenHerkomst (dep.)Werk
Stad Groningen104aprLippe, Weser, Boven-Eems 
Haren7apr-junLippe, Hannover, Boven-Eemsvenen
Hoogezand65apr-oktWeser, Lippevenen
Noorddijk60mrt-oktBoven-Eemsvenen
Aduard8apr-augLippe, Blombergtichelen
Ezinge10mrt-oktLippetichelen, weven
Grijpskerk22mrt-novLippe, Bentheimweven e.a.
Oldehove2mrt-oktLippeweven
Zuidhorn6jun-augHannoverhooien
Grootegast2apr-aprOldenburgvenen
Leek100apr-junLippe, Osnabrückvenen
Marum5mrt-oktBentheimweven
Oldekerk7mrt-novWestfalenvenen
Noordbroek4mrt-novBoven-Eemsweven, metselen
Veendam-Wildervank575mrt-junBoven-Eemsvenen
Zuidbroek20mrt-novLippetimmeren, schoenmaken kleermaken, venen
Beerta40aug-novJemgum, Weeneroogsten
Midwolda50apr-novBoven-Eems, Lippevenen, oogsten, timmeren
Nieuwolda110apr-oktBoven-Eems, Lippeoogsten ea veldwerk
Scheemda13mei-augBoven-Eems,  Lippetichelen, timmeren, weven
Termunten60jun-augBoven-Eems,  Lippetichelen, timmeren, weven
Winschoten40mrt-oktBoven-Eems,  Lippetichelen
Bellingwolde9apr-novBoven-Eemstimmeren, weven
(Oude) Pekela250apr-julLippevenen, timmeren

Zoals we hebben gezien, was er vooral trekarbeid vanuit Groningerland in het hooiseizoen, zo’n beetje vanaf de langste dag tot eind juli wanneer thuis het oogstwerk op de korenvelden begon. Waarschijnlijk trokken de Groningers eind juni mee met de stroom van Duitse hannekemaaiers naar Friesland en Holland, waarbij hun bescheiden aantallen – ruim 220 in totaal anno 1811– tegen die van de Duitsers in het niet vielen, vandaar dat je ook nooit over Groninger hannekemaaiers hoort of leest.

Een seizoen eerder, tijdens de campagne in de venen die van eind maart tot eind juni duurde, zat Groningerland anno 1811 duidelijk aan de ontvangstkant van Duitse arbeiders. Dat waren er ook veel meer dan Groningers die elders gingen hooien. Alleen al in de gemeente Veendam-Wildervank, waaronder het oudste deel van Stadskanaal viel, werkten er in de turfgraverijen maar liefst  575, in Oude Pekela 250, in Leek 100 en in Hoogezand 60. Deze kwamen vooral uit het gebied rond de bovenloop van de Eems en Lipsland (bij Bielefeld en Detmold), of breder: het stuk Westfalen ter hoogte van Westerwolde en Drenthe. Veelal ging het om armelijke boertjes en hun zonen. Waarschijnlijk trok een flink deel van deze trekarbeiders eind juni door naar Friesland en Noord-Holland om daar te hooien, als het veenwerk in Groningerland erop zat. Het noordelijker gelegen Oost-Friesland wordt daarentegen nauwelijks als brongebied van trekarbeiders genoemd, eigenlijk alleen in een specifiek geval (Beerta, waarover straks meer).

De Lipskers staan vooral bekend om hun werk in tichelarijen (of steen- en pannenbakkerijen), maar dat was duidelijk lang niet hun enige, laat staan hun voornaamste inkomstenbron hier. Een kleiner deel zal vanuit de venen naar de veldovens op de grens van veen en klei zijn doorgestroomd en bleef dan soms hangen tot diep in het najaar.

Naast veenarbeiders en tichelwerkers kende Groningerland in het zomerseizoen een flinke instroom van Westfaalse ambachtsknechten, vooral wevers, maar ook bouwvakkers of timmerlui. In Grijpskerk (22) en Marum (5) wordt als herkomst van de wevers Bentheim genoemd, net over de grens bij Twente. In Drenthe kwamen de wevers ook nogal eens uit die regio.

De ‘Velingen’ (scheldnaam voor Westfaalse Duitsers) assisteerden veel minder vaak bij de graanoogst, grofweg in augustus. Eigenlijk hielpen ze uitsluitend in Nieuwolda (110) en Midwolda (50) bij het graanzichten, terwijl de polderboeren in het nabije Beerta daarrvoor arbeiders (40) uit het noorden van het nabije, ingelijfde Reiderland (Jemgum, Weener) inzetten. Het kleigedeelte van het Oldambt was daarmee al met al het enige gebied met korenzichters van over de landsgrens.

Tot slot nog een curiositeit. Hooien als werk voor Duitse trekarbeiders wordt louter in Zuidhorn genoemd. Terwijl daar in de hooitijd 4 ‘inboorlingen’ naar de campagne in Friesland gaan, komen er vanuit het Hannoverse 6 mannen over om in Zuidhorn mee te helpen met het maaien. Hooien was net als korenzichten vaak aangenomen werk (vaste prijs per oppervlakte-eenheid per perceel). Blijkbaar konden de Zuidhorners in Friesland meer beuren dan thuis, terwijl de aanneemsommen in Zuidhorn nog interessant genoeg waren voor een ploegje Hannoveranen.


Groninger ‘hannekemaaiers’ (1811)

Ik heb hier wel eens beschreven hoe er rond 1900 jaarlijks honderden landarbeiders uit het Oldambt naar Friesland trokken, om daar in juni en juli als ‘hannekemaaiers’ mee te helpen met de hooioogst. Zeker is wel dat het er eerder lang niet zoveel waren, maar vandaag vond ik in het archief van de opeenvolgende ministeries van Binnenlandse Zaken uit de Bataafs/Franse periode cijfers die een meer precieze indruk geven hoe het daar in 1811 mee was gesteld. Deze heb ik voor Groningerland samengebracht in dit staatje:

Gemeenten WesterkwartierAantalMaandenWaarheen
Zuidhorn4jun-augFriesland
Grootegast20jun-augFriesland
Leek20jun-julFriesland
Marum13jun-julFriesland
Oldekerk4jun-julFriesland
Gemeenten Wold-Oldambt   
Noordbroek10jun-julFriesland
Zuidbroek30jun-augFriesland
Beerta10jun-augFriesland
Midwolda10jun-julFriesland
Scheemda10jun-augFriesland
Winschoten20jul-augZuiderzee
Bellingwolde15jun-augFriesland
Oude Pekela20jul-augFriesland
Nwe Pekela30jun-augFriesland + Zuiderzee
Nieuweschans2mei-junFriesland

Deze trekarbeid bleef toen qua herkomst beperkt tot het zuidelijke deel van het Westerkwartier en het klei-gedeelte van het Oldambt met de Pekela erbij. In totaal ging het om ruim 220 arbeiders. De trek begon in juni, als er weinig werk in de akkerbouw was en de campagne in de venen afliep, maar kon tot in augustus duren, waarschijnlijk vooral als de graanoogst thuis wat langer op zich liet wachten.

Friesland blijkt niet de enige bestemming te zijn geweest, want er waren ook arbeiders die naar het Departement van de Zuiderzeee trokken, dus Noord-Holland. Deze wat meer reisbeluste arbeiders kwamen met name uit Winschoten en de Pekela. Per gemeente ging het hooguit om enkele tientallen personen, dus enkele ploegen volk. Zuidbroek (met Muntendam) en Nieuwe Pekela waren de belangrijkste leveranciers. Vergeleken bij de Drentse veenkolonies Smilde (150 trekarbeiders) en Hoogeveen (50) viel het nogal mee, wat zich vanuit Groningerland westwaarts begaf.

Naschrift: De Dokkumer Sneuper deed op Twitter deze suggestie: Supersneuperzeesluis op Twitter: “@Gelkinghe Die Pekelders die verder reisden hadden wellicht meer scheepsvervoer ter beschikking?” / Twitter

Daar zit wel wat in.


Rondje Lettelbert – Roderwolde

Lettelbert – groeizaam weertje:

Bospaadje bij Nienoord:

Grazend vleesvee, Roderwolde. Op de achtergrond begon het te rommelen bij Peize:

Het roggeveld op de Stenhorsten vanaf de Peizerdiepdijk:

Beetje dichterbij:

Vanaf de Weringsedijk viel te zien dat de bui over het zuidoosten van de Stad wegdreef. Helaas geen zon meer achter mijn rug::

Bij Peizermade kwam die nog even terug, de bui vloeide uit en leek deels zelfs even richting Hoogkerk te gaan:

Bij het Van der Valkhotel (naast Transferium Hoogkerk) had ik die zon er ook graag even bij gehad.


Rondje Vierhuizen

Bij Fransum:

Het betrok bij Electra:

Soepgans op dijk:

Tijdens bui bij Ulrum – het uitzicht vanuit ’t bushokje:

Gevelsteen molen ‘De Onderneming’, Vierhuizen:

Dijkcoupure naar de Westpolder:

Vierhuizen achter de dijk:

Markering speeldomein dorpskinderen:

Bij Zoutkamp – niet eerder gezien: oude eilandkaap omgebouwd tot uitkijktoren?:

Bij de weg naar Munnekezijl:

Koeien op het Oosterzand, om melkenstijd, wachtend tot het hek losgaat:

Landweg bij het Oosterzand:


Onderweg komt men zichzelve tegen


In ’t Westerkwartiers arcadia

Maandagochtend – een balsturig veulen op De Poffert:

Ik wilde foto’s maken van ‘De Vette Koe’, een zwaar vervallen boerderij bij Zuidhorn die in de Middeleeuwen het eigendom was van de abdij van Aduard. In het voorhuis van de kop-hals-romp, heb ik me laten vertellen, zitten nog kloostermoppen verwerkt. De schuur is niet veel soeps qua oudheid:

De oprijlaan of ree erheen was alvast veelbelovend:

Mij was verteld dat je er zo heen kon gaan, maar helaas, er stond inmiddels een hek dwars over de weg, dat was vastgemaakt met een koetouw. Een vrouw uit het huis ernaast maakte zich bekend als eigenares en ontzegde mij de toegang. Ik moest maar naar de makelaar als ik belangstelling had:

Gister bij wat somberder weer de kant van Roderwolde op. De rogge stond er wat ongelijk en is nog lang niet rijp:

Nieuwsgierige pinken bij Foxwolde:

Een kudde vleeskoeien bij Midwolde:

Springende paarden bij Pasop – met een neutraal publiek:

Vanmiddag via Zuidhorn naar Humsterland en Middag. Afgehaald hooiland bij Oldehove – op de wagen in de verte probeert een man die ronde balen vast te sjorren:

Tussen Oldehove en Ezinge een flink stuk tarwe:

Vleeskoe tussen Ezinge en Feerwerd:

Het uitzicht vanaf de Steentil richting Stad:


Nog maar een keer prikken dan?

Kreeg vandaag deze invitatie van het RIVM. Zou een verheugend bericht zijn, alleen: ik ben al dubbel gevaccineerd, met Pfizer, in de Martinihal, op precies zo’n uitnodiging. Ach, nog een keer laten prikken kan geen kwaad, toch?

Okee, ik zal het niet doen. Vraag me wel af hoe ik nu in de statistieken terechtkom: als gevaccineerde of als ongevaccineerde? En hoe zou dat zijn met al die anderen die zo’n overbodige uitnodiging kregen?


Rondje Menkeweer – Tinallinge

Reclame glasatelier, Garnwerd:

Hier stond tot voor kort de pastorie van Menkeweer:

Het hek van het naastgelegen kerkhofje:

De schuur van de voormalige pastorie staat er nog, maar wordt eveneens gesloopt:

Gevelsteen uit 1861:

Dampaal aan de Vennenweg naar Tinallige:

De Haantil in de weg naar Warffum:

Terug bij de Vennenweg – een kudde kalveren rent me voorbij:

De kerk van Tinallinge:

Stukje siermetselwerk:

Bemoste grafsteen – de engeltjes zijn nog herkenbaar:

Klok in de kerk op de orgelbeun:

Personificatie van de Hoop met anker – paneel op de kansel (ca. 1660):

Bij de kerkdeur staat een bankje met dit uitzicht:

Kop-hals-rompboerderij bij de Abbeweersterweg, nog steeds Tinallinge:

Er tegenover dit welvende hooilandje:


Rondje Boerakker

Kapotgetrapte aansteker markeerstift naast fietspad, Westpoort:

Eindje verder naast datzelfde fietspad:

Stookhut, Maarsdijk bij Niekerk:

Nieuwe natuur bij de Dijkweg tussen Oldekerk en Boerakker:

Eenzame papaver op de waterbergingsdijk daar:

Prille bereklauw, ook op die dijk:

Rustende witrikken Belgisch blauwen (een vleesras, met dank aan H.) bij het Wilgepad, Boerakker:

Kamperfoelie:

Bloeiende bereklauw:

Roordaweg bij Boerakker – als dat geen voormalig tolhuis is?

De laan tussen Midwolde en Nienoord:

In Hoogkerk al uitgebloeid, hier bij de Molensloot onder Leek nog niet:

Kunst langs de weg in Oostwold:

v


Rondje Honderd

Hij staat er nog, de droogschuur van voorheen Nanninga’s houthandel te Winneweer:

Garrelsweer – aan zo’n ontvangstcomité gaat men niet snel voorbij:

Weerstation Zeerijp met uitgewapperde Groningse vlag (of is het een zwienhondje?):

Bij ’t Zandt in de buurt – corona zorgt nog maar net voor hoge kartonprijzen of lange halmen komen weer in de mode:

Ten zuiden van Zijldijk:

Bij het gehuchtje Honderd (nu 2 huizen nog) – hetgeen aangetoond moest worden:

Fiveldijk bij Westeremden:

Tussen Westeremden en Huizinge op een abeel:

Nu nagenoeg verdwenen, maar vroeger alomtegenwoordig beeldmerk van een verzekeringsbedrijf op een deurpost in Onderdendam:

Het joodse begraafplaatsje achter Winsum:

Nog steeds op wacht – de grutto bij Hekkum:

Zwarte kraai lijkt vast te zitten op paal (ik kon er helaas niet bij om hem te bevrijden):