Snelheidsduivels zijn van alle tijden

Ontvangst diaconie Beerta 7 december 1741:

“Van Geert Onnes ontfangen weegens brooke van ’t jaagen mit een peert op het paat 14 st. 3 dujt”

Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 206 (archief hervormde gemeente Beerta) inv.nr. 17: rekenboek.

Toelichting: Blijkbaar lag er een voetpad in het loeg (de dorpskern met veel middenstand nabij de kerk), waar geen paarden op mochten komen, laat staan dat er hard op gereden mocht worden. De breuk of boete voor deze boer – waarvan ik een nakomelinge ken die vast blij is met deze melding – komt neer op de grootste helft van een goudgulden. De andere helft zal voor de aanbrenger zijn geweest.

 

Advertenties

Hoe de gemeente Groningen een middeleeuws maar naar de knoppen hielp

Hoorde gisteravond bij mijn lezing over veld-, water-, weg- en huisnamen van Hoog- en Leegkerk, dat de naam Moar na de oorlog nog steeds bekend was in Hoogkerk. De lokale jeugd schaatste ’s winters op dit kanaaltje, want er lag altijd mooi ijs.

Dat Moar is de Groningse naam voor het Oude Maar of de Brundekemaar, dat vanaf de bocht in het Hoendier nabij kartonfabriek De Halm eerst met wat verspringingen en vervolgens in een lange rechte lijn naar het noorden liep, vervolgens bij boerderij De Balk aan de Friesestraatweg naar het westen zwenkte, en voorbij Slaperstil, watermolen de Jonge Held en de beide Washuizen op het Aduarderdiep uitkwam. Ziehier het tracé volgens het kadaster van 1830 in de Hisgis-versie:

Wat die scheuvelende jeugd niet besefte, was dit dat Oude Maar bijna zeven eeuwen oud was, want het werd aangelegd op het eind van de dertiende eeuw. Het nam de functie over van het Eelderdiep, toen dat ten zuiden van Hoogkerk, bij het huidige transferium Hoogkerk, omgelegd werd naar het Peizerdiep. Het Maar maakte kleine scheepvaart met bijvoorbeeld hooipramen mogelijk, maar diende toch vooral voor de afvoer van overtollig water uit het oostelijk deel van Lieuwerderwolde, zoals Hoogkerk in de Middeleeuwen nog heette. Naderhand kwamen er vanaf het oosten de Hoensloot (de voorganger van het Hoendiep), de Woldsloot (parallel aan de Legeweg) en het Vinkemaar (vanaf het Vinkeland bij Vinkhuizen) op uit.

Dat Oude Maar bestaat voor twee gedeelten nog steeds, delen die we dus mogen beschouwen als middeleeuws waterstaatkundig erfgoed. Alleen heeft de gemeente Groningen zo’n vijftien, twintig jaar geleden de nieuwbouwwijk Gravenburg over een centraal gelegen stuk laten aanleggen.

Er staan dus nu huizen en bijbehorende opstallen op grond, gestort in een diep van ruim zeven eeuwen oud. Ik weet niet hoe die huizen gefundeerd zijn, maar geheid dat die grond nog verder gaat werken en inklinken en dat de eigenaren van dat vastgoed, als dat funderen niet op een vaste laag in de ondergrond is gebeurd, gaan klagen over scheuren in hun panden. Mogelijk zullen ze bij de NAM gaan aankloppen voor aardbevingsschade. Maar feitelijk zijn ze dan aan het verkeerde adres, want het was de gemeente Groningen die hier – ook afgezien van dat funderingsaspect – een kolossale stommiteit heeft uitgehaald.

Wat foto’s van het Oude Maar, zoals het er gisterochtend bij lag:

Het Oude Maar gezien vanaf de Hoogkerker rondweg naar het noorden.

Het Oude Maar gezien vanaf De Groenhof naar het zuiden. Midden-rechts aan de horizon de schoorsteenpijp van De Halm.

Het Oude Maar vanaf de Legeweg naar het zuiden. Rechtsachter de nieuwbouw aan De Groenhof.

Het doodlopende eindje Oude Maar gezien vanaf de Legeweg naar het noorden. Zonder enige terughoudendheid is er nieuwbouw op het middeleeuwse tracé gezet.

Het Oude Maar gezien vanaf de noordzijde van Gravenburg naar het noorden. In de verte boerderij De Balk.


Poolshoogte op het achterplaatsje – bij de comeback van Peter Schaap

peter-schaap

Peter Schaap maakt een eenmalige comeback als liedjeszanger. Veertig jaar geleden stopte hij met het maken van muziek op podia. Het succes kneep zijn bron af. “Ik schreef altijd over dingen die ik zelf meemaakte”, vertelt hij op TV Noord,

“en maakte eigenlijk nauwelijks wat mee. Je zat in de auto naar ‘t optreden en je ging weer naar huis. Of je zat in de studio, en dat soort dingen. Maar dat was niet iets inspirerends. Dus op een gegeven moment heb ik me daarvan teruggetrokken (…) en ben wat anders gaan doen.”

Veertig jaar geleden, rekendereken, dat was in 1977.

Maar toen maakte Peter best wel wat mee! Hij zat bijvoorbeeld een keer ’s nachts na sluitingstijd in de Plu’s, toen daar de politie binnenviel.

Folkcafé De Plu’s, moet je weten, had een dagvergunning, zodat de tent al om één uur ’s nachts moest sluiten. Maar dan was het vaak nog vreselijk gezellig. Zo die keer ook, dat Peter Schaap er aan de bar zat. Jan Stelma, de kroegbaas, had het licht wel gedimd, de deur op de grendel en de gordijnen dichtgedaan, maar het kroegrumoer drong toch tot de buitenwereld door en een boze buurman moet de politie hebben gebeld.

Een aanrijtijdje later werd er hard op de buitendeur van de Plu’s gebonkt. Politie! Iedereen hield zich op slag muisstil. Jan riep naar voren dat hij eraan kwam, volgde een klaarliggend scenario, deed de achterdeur open en alle aanwezigen slopen op hun tenen het achterplaatsje op, waar nog net wat ruimte over was tussen de hoog opgetaste stapels wijnflessen.

Ook Peter Schaap stond daar, bibberend in zijn heel hippe, maar tevens erg dunne bloesje. Tamelijk langdurig, want de politie zag natuurlijk wel aan glazen, asbakken en over stoelleuningen gedrapeerde jasjes dat er pas nog volk binnen was geweest en zat Jan daarom kwaadaardig zuigend uit te vragen.

Dat duurde maar en duurde maar tot een verstoppeling op het achterplaatsje moest niezen, en een van die enorme stapels wijnflessen met donderend geraas ineenstortte.

Jan probeerde de agenten nog wijs te maken dat dat om zijn krolse kat ging, het rotbeest, maar zulks wilde er bij de opsporingsbeambten niet in. Zij vermoedden gespuis en namen resoluut poolshoogte op het achterplaatsje. Qua bekeuringen sloeg de Groninger politie een flinke slag, die nacht.

De Plu’s hield zich nog geruime tijd netjes aan de vergunning, zelfs de buren bleken er naderhand goed over te spreken. Het hele geval zou vast een prooi der vergetelheid geworden zijn, als Peter Schaap het niet in zijn hoofd gehaald had om opnieuw op te gaan treden.


Aan de dood ontsnapt bij Ouessant

Herinnering aan een coastertrip in de jaren 50:

“Onze reis werd door de weergoden niet begunstigd: Ouessant, het eilandje dat met een sterke vuurtoren wacht houdt voor Bretagne’s westpunt, lag dik ingepakt door mist, erlangs loopt een drukke vaarroute, dus trachtten we van tijd tot tijd de wattige stilte te splijten door fluitstoten. Niettemin doemde plots een duister gevaarte voor ons op: met onaandoenlijke kluisgaten staarde het over ons heen. Het reuzenschip scheen maar niet op te houden en voor ons net op tijd om er vrij van te lopen, zagen we de ronding van z’n kont, waarachter de mist zich onmiddellijk sloot. “Dat was ‘m”, zei de kapitein effen. “D’r hoefde geen verrekijker bij.”

Uit: Jan S. Niehoff, Memoires (Bedum 2015) 48.


De hertog en de hofnar

dodendans-met-nar-peacay

Door iemand aan het schrikken te brengen, kon je hem van de koorts genezen. Dat wist ook de hofnar van de hertog van Florence, die heel erg met zijn baas begaan was. Toen de hertog zich even wat beter voelde en ze zich met zijn beiden wat langs de Arno vertraden, duwde de hofnar de hertog onverhoeds in de rivier, om hem zo van die vervelende kwaal af te helpen.

De hertog, weer op het droge gehesen, deed net of hij buiten zichzelf van woede was en liet de hofnar subiet ter dood veroordelen, tenminste: zogenaamd. Want op het moment dat de geblinddoekte hofnar klaar lag voor zijn onthoofding, wenkte de hertog de beul naar zich toe en fluisterde hem stilletjes vanachter de hand in zijn oor, dat hij de hofnar alleen maar heel zachtjes met een twijgje in de nek mocht kietelen.

Helaas maakte dat niets uit. Zodra de hofnar dat twijgje voelde, schrok hij zo verschrikkelijk hevig, dat hij van het hakblok zijwaarts ter aarde tuimelde. Dood, hartstikke dood. Hij was gestorven aan het geneesmiddel dat hij de hertog had toegedacht.

Naar


Reebok op Westpoort waardeert muziek

Aan de Roderwolderdijk onder Vierverlaten zag ik tijdens het schemeruurtje deze reebok scharrelen, eigenlijk helemaal niet zo ver van de huizen af.
DSC01142
Op de achtergrond de bedrijven op Westpoort:
DSC01145
Meneer, aan zijn gewei te zien een driejarige, bleek niet zo van de aandacht gediend en verwijderde zich rustig, maar gedecideerd. Zelf besloot ik om te rijden en het Doverpad te nemen. Daar kwamen we elkaar weer tegen:
DSC01163
Ik wachtte beleefd tot hij zou oversteken, maar hij durfde niet en draalde:
DSC01164
Om gezwind rechtsomkeert te maken:
DSC01165
In gestrekte draf:
DSC01167
Op een afstandje leek hem de kust wel weer veilig:
DSC01169
En hij veerde nieuwsgierig omhoog toen ik Ozewiezewozewiezewallakristalla begon te fluiten:
DSC01172


Kauwtjes plukken pony’s voor nesthaar (2)

De kauwtjes zijn hun nesten aan het herinrichten, je wilt als kauw natuurlijk ook niet altijd tegen dezelfde ouwe meuk aankijken. Vandaar dat ik ze weer pony’s zag plukken, opnieuw bij het Hegepad, ook dit keer ’s ochtends om een uur of kwart voor negen. Blijkbaar is het materiaal dan gemakkelijker te oogsten:

DSC06223

DSC06231