Er dreef een schandpaal in het Boterdiep

Op 17 november 1809 kreeg de Groninger Landdrost bericht van het gemeentebestuur van Kantens,

dat de kaak te Kantens, welke geheel rot en vergaan was, omver in het Trekdiep is gevallen, en naar Fromtil is gedreeven, en dat de steenen stoep waarop dezelve heeft gestaan, mede is vervallen, soodat de passage aldaar door het verstrooyd liggen dier steenen wordt belemmerd, met verdere informatie dat de wedman op verzoek van het [gemeente]bestuur die steenen op een hoop aan de zij van de straat had bijeengebragt, en verder beloofd had de paal wederom te Kantens te zullen bezorgen.

Fro[o]mtil was Fraamtil, later Fraamklap, ten zuiden van Middelstum. De kaak was dus een kleine 4 kilometer weggedreven. Op het bericht besloot de Landdrost een onderzoek in te stellen. Waarschijnlijk leverde dat geen aanwijzing voor sabotage op en was er inderdaad sprake van verval. In 1803 waren immers alle oude Ommelander rechtstoelen met de bijbehorende civiele en criminele rechtspraak per ‘landschap’ (Westerkwartier, Hunzingo, Fivelingo) gecentraliseerd; zodoende was de Kantster kaak zijn functie al zes jaar kwijt.

Bron: Groninger Archieven, Toegang 3 (archief Gewestelijke Besturen) inv.nr. 625: minuut-resoluties Landdrost, 18 slachtmaand 1809.

Advertenties

Rondje Stad

Grote hoeveelheden daslook aan de Waterloolaan:

Bouwblok hoek Poelestraat vordert gestaag:

Hoekstraat, ex-hoerenbuurt:

Vishoek, idem:


Rondje Faan – Foxwolde via Tolbert

Raapzaad (of zoiets), Zuidpoort – de koolzaadbloei is ook al begonnen, hoorde ik, dat wordt dan wat met Pasen (er si 20 graden voorspeld):

Appelbloesem, Westpoort:

Prille esdoorn, of is het een kastanjetelg?

Pol dotterbloemen op Westpoort:v

De Poffert:

Faan – drie lammeren. Ze stonden mooi naast elkaar, maar toen ik de camera pakte zochten ze haastig hun moeder op:

Drie paasbulten in aanbouw bij de Traan en de Tolberterpetten – hier gaat dus al dat gesnoeide hout heen:

Zonneweide in opbouw, Noorderweg Tolbert (eromheen allemaal glyfosaatland):

Een Boeddha achter gaas bij het Schilligepad, tussen Tolbert en Boerakker:

Bloesem bij een stookhut, Foxwolde:

De Onlanden:

De derde mannetjesfazant op mijn pad, Langmadijk Peizermade:


De uil als zinnebeeld in onze vaderlandse Renaissance

Vandaag staan wij een wijle stil bij de verschillende aspecten van de uil in de prentkunst van de Nederlandse Renaissance.

Destijds reeds, werd de uil bezien in verschillende gedaanten.

Allereerst was het ook toen al een bijster wijs dier, anders zou het immers nooit in een studeerkamer geportretteerd zijn:

Uil, schrijvend aan lessenaar, ca. 1580. Collectie onbekend.

Zijn weinige, maar intensief gelezen boeken staan echter met hun gesloten krappen nogal onpraktisch op de plank: je kunt de titels op hun ruggen niet lezen, omdat die ruggen naar de wand gekeerd zijn. Uiteraard is het nacht, getuige de klok en het pikkeduister achter het venster. De uil krabbelt in zijn foliant geheime symbolen op, in dit geval dat voor Mars, nu meer bekend als het mannenteken. Deze kamergeleerde houdt zich onledig met oorlog, of in elk geval iets polemisch, zo lijkt het.

Een wat fijnere prent van bijna een halve eeuw later toont nog steeds die uil, bij nacht en ontij bezig met het vergaren van wijsheid en kennis:

Cornelis Bloemaert (II) naar Hendrick Bloemaert, Uil met bril en boeken, ca. 1625. Collectie Rijksmuseum.

Alleen is diens educatieve missie tot mislukken gedoemd. Het boek dat hem tot profijt moet strekken blijft gesloten en dicht – “Wat baet kaars off bril, als den uul niet sien en wil?” Als iemand er niet voor open staat, is iedere wetenschapsvoorlichting bij voorbaat kansloos.

Een geheel andere gedaante die de vaderlandse Renaissance-uil aanneemt, is die van de pelgrim:

Pieter van der Heyden, Vastenavond (detail) 1567. Collectie Rijksmuseum.

Hierboven zien we een dergelijke uil als beeldcitaat op een Vastenavondprent uit 1567. De inventor van de geciteerde houtsnede was Jeroen Bosch. Diens uil stapt, beladen met zonde en onreinheid, van het duister in het klare daglicht en gaat met bedelstaf en schelpenhoed op naar Santiago de Compostella om penitentie voor zijn zonden te doen. Het is dus eigenlijk een deugmens, of althans: dat wil hij worden. En om te laten zien dat het hem menens is doet hij de lange wandeling op slechts één been, zodat hij dubbel zo lang onderweg is.

Een soortgelijke uil staat op een ingekleurde gravure:

Monogrammist MH (graveur), Uil uitgedost als pelgrim, ca. 1500-1549. Collectie Rijksmuseum.


Niemeijer is jarig

De leeuw van Samson draagt een Groninger vlag in zijn muil:

Javaanse jongens zonder shag en gamelan:

Vaandels ter ere van Niemeijers verjaardag halverwege de Peizerweg, waar de tabaksfabriek een grote opslag heeft:

Bij de hoofdvestiging aan de Paterswoldseweg staan soortgelijke vaandels:

Een hele grote zit tegen de muur bij de hoofdingang – voor mij mogen ze alle muren zo behandelen:

Meer van hetzelfde. Baas BAT maakt zich kenbaar:

rtv Noord


Van een knoopmaker en zijn kostvrouw

Dit verhaal moet zich hebben afgespeeld in Grijpskerk. Daar trouwde naderhand namelijk een Albertus Bolt, terwijl er jaren nadien ook een Jantje Haaikes overleed.

Deze Albartus was nog een jong vrijgezel toen hij zich in 1806 bij de ouwe vrijster Jantje in de kost besteedde voor 3 gulden en 5 stuivers in de week. Dat kwam neer op 169 gulden per jaar, iets meer dan het minimale kostgeld voor iemand die de gangbare burgermanspot op tafel begeerde.

Misschien smaakte Albartus het eten niet zo, misschien had hij een andere reden, maar hij gaf Jantje op een zomerdag te kennen dat hij naar een ander kosthuis vertrok, waarbij hij de gewone opzegtermijn van een week in acht nam en het kostgeld van die week alvast aan Jantje betaalde. Jantje echter, bleek het er niet mee eens dat haar kostganger vertrok. Ze weigerde zijn knoopmakersgereedschap aan hem af te geven,

sluitende de deur der kamer toe waarin deeze gereedschappen gelegd waaren.

Albartus stapte daarop naar de rechter, de drost van het Westerkwartier:

Daar nu de rem[on]st[rant] een man is die van week tot week met dit zijn bedrijf de kost moet verdienen, en door deezen eijgenheerige en onwettige handelwijze daarin belet wordt, weet hij geen beteren weg te zoeken dan zig klaaglijk bij deezen E.E. Gerichte te vervoegen…

Jantje hield zijn werktuigen “onwettig in arrest”, zo betoogde hij, en hij verzocht de drost om haar te bevelen de spullen “kost- en schadeloos” aan hem terug te geven.

De drost schreef een hoorzitting uit om ook de andere kant van het verhaal te horen. Die zitting liep minder gunstig af voor Jantje. De drost gaf haar inderdaad opdracht om Albartus “terstond” zijn spullen terug te geven. Bovendien werd ze veroordeeld tot betaling van de gerechtskosten, tenzij ze binnen twee maal 24 uur kon aantonen dat Albartus

zig zoude hebben verbonden om langer dan van week tot week bij haar in de kost te verblijven.

Ik denk niet dat ze over zo’n contract beschikte, anders had ze het stuk of de getuigen ervan wel meteen meegenomen naar het rechthuis. Verder is er ook niets over de zaak te vinden. Ik heb zo’n idee dat Jantje eieren voor haar geld koos.

Bron: Groninger Archieven, Toegang 735 (gerechten Westerkwartier) inv.nr. 726, rekest 18 juli 1806.


Droeg de kerk van Sappemeer oorspronkelijk een soort van siepel?

De Sapmeerster koepelkerk in 1681, detail uit een tekening in het Caartboek van Sappemeer, dat hier gescand op de website van de Groninger Archieven staat (scan 12).

Voor de opgang naar het kerkhof staat nog een poort. Het kerkhof zelf is omgeven door een dubbele gracht. Maar wat het meest opvalt, is de bekroning van het kerkdak. Het lijkt wel of er een siepel of bus op een smalle voet midden op dat dak staat. Tegenwoordig is dat een torentje of dakruiter die rechtstandig en zonder enigerlei poespas de lucht insteekt – zie deze foto, gemaakt op Monumentendag 2018:

Ik moet zeggen dat ik de oorspronkelijke vorm wel wat aardiger vind.