Nooit gedoken is altijd mis

Meende eerst dat het visdiefjes waren, maar naderhand leken het me toch andere meeuwen die om een uur of vier, half vijf af en toe bijna biddend zaten te vissen in de tochtsloot langs het Hegepad:

Advertenties

De Lethe als woonoord ouder dan gedacht

De Lethe, het roemruchte smokkelaarsoord achter Bellingwolde, blijkt als woonoord ouder dan gedacht. Op een lidmatenlijst uit 1692 van de hervormde gemeente Bellingwolde staan immers een weduwe, twee getrouwde stellen en de vrouw van een man die geen lidmaat is. Ervan uitgaande dat de weduwe ook bij het eerste stel ingewoond kan hebben, zullen er minstens drie huisjes in de Lethe hebben gestaan:

In de Liete

1 Alke Jans wed. Zijwert
2 Heije Jans
3 Wijpke zijn h.vrouw
4 Berent Geerts
5 Antje Geerts zijn h.v.
6 Jantje h.v. van Koene Wierts


‘Een voorbeeld van onbehoorlijke wellust’

“…dan is Grete weduwe van wilen Hindrick Jansen Schoelapper gecensureert, also sij seeckere scandaleuse actie begaen hadde, hebbe getrout ende voorts bekennet, seeckerenn vremdenn ende boeffachtigen lantloper, sonder advijs van dien onder wiens cure sij stonde, ende niet tegen-staande, dat haer rechtswegen verboden was verdere concubinaat, waermede sij rebellie tegen wereltlijcken overicheijt, begaen, en een exempell van onbehoerlijcke wellusticheijt gegeven hefft. Ende daerenboven is sij mede van wegen haer lelijcke slapericheijt onder het gehoer van Godes H. woort, berispet.”

De weduwe Jansen trok zich dus niets aan van haar familie en een rechterlijk verbod en trouwde een criminele vagebond, wat opgevat werd als een voorbeeld van rebellie en onbehoorlijke wellust. Bovendien viel ze steeds in slaap onder de zondaagse preek in de kerk. Niet gewoon in slaap, maar lelijk in slaap! Mogelijk sliep ze er haar roes uit en snurkte ze.

Bron: Handelingen kerkeraad Aduard, juni 1627,


De Hovenier van des Stadhouders Tuin zijn pligt onder ‘t oog gebragt’

Gehoort het rapport der Heeren Gecommiteerden tot de zaaken van de Stad en het Hunsingo Quartier dat ingevolge en ter voldoening aan de acte commissoriaal in dato den 29 Januari jongst de Hovenier van des Stadhouders Tuin Haje Jans verstaan hebben over en ter zake dat de tuin niet naar behoren wiert opgepast en onderhouden, met last om zodra dezelve behoorlijk afgezet en in order zal zijn gebragt, zorg te draagen dat daaromtrent geene klagten gehoort worden, ofte dat bij faute van zulks daarin tot zijn leedweezen zal worden voorsien, waaraan gemelde Hovenier belooft heeft stiptelijk te zullen gehoorzaamen.

Waarop gedelibereert zijnde, hebben de Heeren Gedeputeerden de Heeren Gecommitteerden voor hunne genomene moeite bedankt en in het gedane rapport genoegen genomen; zullende hiervan extract aan den Hovenier Haje Jans worden toegezonden, teneinde zig daarnaar stiptelijk te reguleren.

Bron: Groninger Archieven, Toegang 1 (archief Staten van Stad en Lande) inv.nr. 203 (actenboek GS) notitie d.d. 11 februari 1789. (Bijvangst.)

Anders gezegd: er waren klachten geweest over de hovenier van de Prinsenhof, die de boel zou hebben verslonst. Maar blijkbaar zochten Gedeputeerden niet alleen de schuld bij hem. Ze kondigden een investeringsprogramma aan, om de tuin weer toonbaar te maken. Zodra dat het geval was, wilden ze geen klachten meer horen over de hovenier en anders zou hij er flink spijt van krijgen. De hovenier beloofde inderdaad beterschap, maar hij zou een en ander nog wel zwart op wit toegestuurd krijgen..


Spreeuwen houden het voor gezien

Vanochtend in de Johann Faberlaan. Ze voelen de bui al hangen. Het wordt ze nu echt te koud:


Eindelijk herfst

Wat er blijft staan na het strippen van de perron-overkapping bij het Groninger Hoofdstation:

Blik richting Emmaviaduct:

Was even voor een afspraak op de Zuiderbegraafplaats aan de Hereweg. Kreeg en passant een Pallas Athene te zien op het graf van een rectorsweduwe. Grappig detail volgens mijn rondleider: op Athena’s schild staat de kop van Medusa:

Slachtoffers van een vergeten treinongeluk in 1940., Allen zaten in een bus die bij zeer dichte mist bij Ranum onder de trein kwam. Het betrof arbeiders in de werkverschaffing op de Slikken bij Westernieland:

Schip op een graf van de familie Star Lichtenvoort, oorspronkelijk houthandelaren en reders in Hoogezand:

Terug op de basis wezen zoeken naar een brief. Die tot mijn spijt niet gevonden. Wel kwam ik deze aanbeveling tegen die B. Cazemier namens het Plaatselijk Bestuur van Leek schreef voor een jonge schoolmeester, vlijtig invaller in Midwolde en sollicitant op de vacante post in Tolbert:

Verder een proclamatie voor de Bataven, ook met een soort van Pallas Athene:

Met de nieuwe regering zou alles beter worden. Ach ja.


Rondje Zevenhuizen – Steenbergen

Aalscholverkolonie aan de zuidkant van het Leekstermeer, tussen Roderwolde en Leek. In die bomen wilde vroeger nog wel eens een havik of een buizerd zitten:

In de buurt van Leek:

Op de wallekant van het Leeksterhoofddiep:

Eerste stukje Zevenhuizen:

Op de Oostindische kant van Zevenhuizen:

Nieuwsgierige scharrelvarkens tussen Zevenhuizen en Steenbergen:

In die omgeving een enorm areaal aan mosterd?zaad. De teler zal wel duimen dat de nachtvorst uitblijft:

Een van de ettelijke zilverreigers in de Onlanden: