Het is de locht achter Vinkhoezen en dei buie bie Oldiek

Paar spetjes op de kop bij Aduard; achter de brug daar lag een front:

Bij het kerkje van boer Harkema:

Bij Fransum:

Meulntjes:

Achter Den Ham:

Deze ontfietste ik net:

Oldijk voorbij Suttum:

Zelfde plek, eindje verder:

Bij Ezinge in de buurt:

Tussen Ezinge en Oldehove:

Garnwerd:

De lucht achter Vinkhuizen:


Geen weg door het moeras tussen Veenhuizen en Haule

Het gebied ter weerszijden van de Drents-Friese grens tussen Veenhuizen en Haule, ca. 1824. Kaartje ontleend aan H.J. Versfelt en M. Schroor, De Atlas van Huguenin (Groningen/Veendam 2005).

Op de remonstrantie van Frederik van der Donk, vertonende, [in] wat voegen deselve vermeint te sullen konnen effectueren een bequame passagie voor peerden en wagens door het moeras van de Veenhuijsen tot den Hauwel in Friesland, met een bequame dijk aldaar te graven, waardoor de commercie en communicatie der ingesetenen van dese Lantschap met die van de provincie van Friesland grotelijks soude konnen worden gefaciliteert, tot merkelijk voordeel van de ingezetenen deser Landschap an die kant woonachtig; en dewijl sodanig project niet sonder grote moeijte en kosten werkstelligh soude konnen worden gemaakt, so was des remonstrants versoek dat voor het maken van gem. dijk en het altijd onderhouden van dezelve, aan den remonstrant eene tol na redelijkheit van de passerende wagens en vhee mogte worden toegelegt.

Hebben de de heeren Ridderschap en Eijgenerfdens hierinnen gedifficulteert.

De Veenhuizer ondernemer Frederik van der Donk wilde in 1727 een voor paard en wagen begaanbare weg aanleggen op een dijkje door het hoogveen tussen het Drentse Veenhuizen en het Friese Haule,  Voor die moeite en het toekomstig wegonderhoud verzocht hij om tol te mogen heffen van de wagens en het vee die gebruik maakten van die weg. De toenmalige Drentse Staten zagen hier echter niets in. Het plan werd zonder opgaaf van redenen afgewezen.

Het zou kunnen dat die afwijzing was ingegeven door defensieve motieven, de weg maakte de Zwartendijksterschans bij Een immers overbodig. Maar binnen een eeuw lag die weg er, zoals het kaartje boven laat zien.

Bron: Drents Archief, Tg. 1 (OSA) inv.nr. 610, resolutie R&E 18 maart 1727 art. 26.


De skiffeuse en haar streep door het kroos

Fietsend over de Van Hallbrug, ontwaarde ik aan mijn rechterkant een lange, rechte streep door het kroos op het Noord-Willenskanaal. Gauw van het fietsje af, fotootje maken:

Maar ik wou haar natuurlijk weer in het verlengde van die streep zien, aan de voorkant ervan Alleen: dat ging niet door. Er kwamen iets veel mensen over de smalle brug. De skiffeuse verdween al snel onder de opeenvolgende bruggen en de lange rechte streep door het kroos trok al even snel weer dicht. Ik had het moment niet kunnen pakken.


De omgeving Zoutkamp-Vierhuizen op een kaart van 1626

Er kwam vandaag een perkamenten kaart uit 1626 voorbij. Met alleraardigste dorpsgezichtjes. Zoals dat van Zoutkamp, aan de binnenkant van de Lauwerszeedijk (de bruine band rechts), De acht of negen huizen zijn geen eenvormige vignetjes, zoals gewoonlijk, maar hebben allemaal een eigen karakter:

Even verderop, ook bijna tegen de dijk aan, het steenhuis of de borg Panser:, met nog een paar oude en smalle, maar vooral brede, moderne vensters:

Vierhuizen, met zijn kerk in het midden. Het schip was romaans, de allang afgebroken toren gotisch. Door de verdubbeling van het aantal huizen, onderling al even verschillend als die van Zoutkamp, deed het dorp zijn naam geen eer meer aan::

Buitengaats vaart een gewapende driemaster voorbij met een omgekeerd roodwitblauw in top:

Een ander deel van de kaart is met het geheel gebruikt als illustratie bij een artikel van Albert Buursma over een verdronken nederzetting in deze omgeving, dat verschijnt in het septembernummer van Stad & Lande.


Rondje Gaarkeuken

Het pontje van De Poffert:

Enumatil:

Koeien zoeken massaal het reepje schaduw op bij de Dijkstreek:

Blaarkopkalfjes op het Oosterzand:

Buikstedepad nabij het Westerzand, Lutjegast:

Bij het Buikstedepad:

Verruigd hoekje, Gaarkeuken:

Brug bij Gaarkeuken:

De sluis van Gaarkeuken. Heb je als schipper net je schip vastgezet, moet die schroef er weer uit:

Aan de oostkant van Grijpskerk heb je een gebouwtje in Delftse schoolstijl. Het was ooit van de PTT (nu KPN):

Die Delftse schoolstijl is historiserend – dat kan je ook zien aan deze dam. De muur lijkt sterk op de ‘baren’ die het water van de Groninger stadsgracht scheidden van Hoornse- en Winschoterdiep. Er staat zelfs een ‘munnik’ in deze ‘baar’:

Door deze deur komt weinig volk in de kerk van Niezijl (er is nog een andere, wel gebruikt):

Uit welke hoek je hem ook ziet, die spoorbrug van Zuidhorn blijft fotogeniek:

Dorpsgezicht Noordhorn:

Door grazige weiden. Op de achtergrond ontwaar ik nu een ooievaar,. In totaal heb ik her en der een 15 à 20 stuks gezien, meest in plukjes van 4 of 5:

De nieuwe trein van Arriva:.


Heideplukkers

Ze waren gebelgd, de markegenoten van Pesse. In hun gemeenschappelijke buitengebied hadden ze “gehele troupen heijdeplukkers uit ’t Hogeveen” aangetroffen. En pogingen om die lui daar weg te krijgen, werden beantwoord “met gewelt”. Maar gelukkig voor de Pessenaren waren de lijntjes kort in deze regio. De hoogste uitvoerende macht van Drenthe, “den Heere Drost van Echten tot Echten”, resideerde immers op het Huis te Echten. Op de klacht van de Pessenaren, dat ze “in het vrije gebruick van haar eigen heijdevelt werden geturbeert”, gaf deze baas enkele bevelschriften af die er vast niet om logen. Toch hielpen ze niet: de Hoogeveense heideplukkers  bleven gewoon hun gang gaan in het Pesser veld. En dus verzochten de Pessenaren in maart 1710 de Landdag, de hoogste wetgevende macht van Drenthe om, ter handhaving van hun recht, afdoende maatregelen te treffen tegen de heideplukkers. Ridderschap en Eigenerfden spraken bij die gelegenheid ook uit,

dat die gene welke in andere velden, daar niet geregtigt zijn, heijde komen te plukken, gelijk ook de sodanige welke willens en wetens sulke heijde ankopen, na merites sullen worden gecorrigeert”.

Of er inderdaad Hoogeveense heideplukkers en hun ‘helers’ tegen de lamp liepen, moet ik nog eens nakijken in de protocollen van de Etstoel, de hoogste rechterlijke macht van Drenthe. Feit is, dat de klacht in politieke zin verstomde – de eerste tien jaar erna werd er in de Landdag niets meer over vernomen.

Wie op de beroepsaanduiding ‘heideplukker’ gaat zoeken, vindt niet echt veel, maar voornamelijk Drentse verwijzingen. Bijvoorbeeld dit bericht uit Ooststellingwerf, februari 1871:

Op de heidevelden in deze gemeente zijn dagelijks een groot getal manspersonen bezig, om heide te plukken. Het is inderdaad een lust om te zien, hoe vlug velen een bos heide weten te plakken en samen te binden. Deze bossen verkoopen zij aan personen, die in heide handel drijven. Vooral te Smilde wordt veel heide opgekocht, die in het voorjaar naar de steden wordt verzonden, om daarvan bezems, handschrobbers enz. te vervaardigen. Een heideplukker kan, als er geen sneeuw ligt, daags met dat werk p.m. 40 à 50 cts. verdienen.

Uit de verbazing over de handvaardigheid laat zich aflezen, dat het ‘ambacht’ heideplukker even over de Friese grens vanouds wat minder bekend was. De handelaren die de geplukte heide inkochten woonden ook niet in Ooststellingwerf, maar in Smilde. Met de vervening zal de heide daar verdwenen zijn, zodat men zijn toevlucht over de grens ging zoeken.

Het loon  voor een dag heideplukken – 8 à10 stuivers – lijkt voor die tijd niet zo heel hoog, maar het ging kennelijk om winterwerk, terwijl ’s winters gewoonlijk weinig werk voorhanden was – de lonen lagen dan ook lager. Voor mensen in de marge van de samenleving ging het sowieso om aantrekkelijke verdiensten.

Bronnen:

  • Drents Archief, Toegang 1 (Oude Staten Archieven) inv.nr. 6.9, handelingen Landdag maart 1710 art. 40.
  • Leeuwarder Courant 24 februari 1871.

Fotocursus


(Asingastraat, nabij de Bedumerweg.)


Retour Ezinge

Vanmorgen om een uur of half tien: mamelluswolken, als ik het wel heb:

Het was ook heiig en het werd wat benauwd. Later stak er een lekker briesje uit het noordoosten op. Maar dat duurde ook weer niet zo lang, helaas. Gezicht op de Gaaikemadijk:

Steentil:

Bij de ree van Harkema’s kerkje, achter Aduard:

Museum Wierdenland, collectie van de oprichter:

Ik kwam er om foto’s voor Stad & Lande te maken van de tentoonstelling over Het Oude Riet. Oaltoek (of oalgeer of elger) – hiermee ving men paling:

Weefsel op een primitief weefgetouw:

De molen van Feerwerd:

Drie kraaien – waar zijn de dode ridder en de jonkvrouw?

Bij de brug van Garnwerd – de sleepboot Willem uit Zoutkamp, die je kunt huren als bed-and-breakfast:

Onderonsje op de Reitdiepdijk bij Wetsingerzijl:

Het hele dameskransje:

Aandachtig luisterende en begripvolle mevrouw:

Grazige weiden, de kant van Adorp op:

Einstein op Zernike:

Een wijze uil pakt altijd de fiets:


Retour Foxhol

Waterhuizen – tussen die schepen past heel weinig meer:

Waterhuizen, bij Pattje enz. – de laatste hand aan een zeesleper:

Vlakbij Hoogezand – de zon zat nog naar nauwelijks aan de andere kant van de bomenrij, of de koeien besprongen enthousiast het eerste reepje schaduw:

Engelberter honing:

Harkstede – hooimijt met eenzame hooier:

Boer Diekhuus aiweg vigelant bie zien ol stee:

Deze antieke huisaansluiting voor het bovengronds elektrisch net was me hier nooit eerder opgevallen:

Industrieterrein Zuidoost bij de Helsinkihaven:


Retour Huizinge

Aan het Boterdiep in Zuidwolde staat dit huisje met op de muur het jaartal 1774. Geen idee of dat waar is:

Op de schoorsteen deze kap met zeer hartelijke windwijzer:

De nationale driekleur, geteisterd door zon en wind:

Aan de Zuidwoldiger kant van Bedum – hooiland met 12 ooievaars, waarvan er hier 4 zijn te zien:

Bedum, dorpsgezicht:

Sommige mensen hebben last van windmolenlawaai, terwijl ze er 1500 meter vanaf wonen. Deze boer op Ter Laan heeft een grote windmolen op eigen erf:

Bij Westerwijtwerd lijkt er een duivenslagpoort in aanbouw:

De Boerdamsterbrug bij Middelstum werd uit voorzorg nat gehouden:

Kunstwerk bij verzorgingshuis in Middelstum:

De kerk van Huizinge in de verte:

Maaidorsers houden holdert – bij Huizinge::

Bij de kerk van Huizinge:

Gezicht op Middelstum vanaf het Huizinger kerkhof:

Bij de kansel in de kerk van Huizinge:

Vrouwsperoon op die kansel:

Het doel van de reis – Melkema, bewoonde plek sinds 1370, naar ik hoorde:

Er zit een mooie, deels gereconstrueerde schouw uit 1597 in, afkomstig van Maarslag:

Met een renaissance-cartouche rond het jaartal:

De schouw werd gemaakt voor een boerenfamilie, getuige de klavers:

Gedeeld met een huismerk; of is het een wolfsangel?:

Peerdje in het snijraam boven de voordeur:

Melkenstijd bij Westerdijkshorn:

Peerdje op de toren aldaar:

Het opladen van hooibalen  op de Hoge Paddepoel:


Zwanenpicnic

Zag in de vroegte bij het Hegepad een paar koppies vlak boven het gras, en wel van die middelste twee. Fietste eerst nog wat door, maar vond het toch wel een fotootje waard en keerde terug. Toen ik stopte bij de dam. rezen die witte koppen echter omhoog. Mijn hele foto verknoeid!


Rondje Sandebuur – Oostwold – Den Horn

Grasroller met grasrollerverzwaarder in de omgeving van Sandebuur:

Allemaal paarden in de Kleine Oostwolderpolder:

Hooiholdert met doorzontrekker uit de seventies (als ik het wel heb)::

De Gave, ooit de trekvaart naar Dokkum:

Munnekevaart, eigenlijk ook De Gave, maar nog wel breed en diep:

Lagemeeden:

Bij de Zuidwendinger watermolen – compositie met acrobaat, boomstammen en roestige romneyloods:

Den Horn. Tot voor kort stonden die stukjes rails op een grote stapel. Iemand heeft ze nu uitgespreid. Blijkt het smalspoor, terwijl ik altijd heb gedacht dat de stapel bij het echte spoor hoorde::


Paradijselijk palet

In 1769-1770 verfde de Meppeler schilder Hendrik Vos in etappes de verlaatsmeesterswoning bij het Paradijsschut. Zijn rekening heeft een chronologische opzet, waardoor diverse soorten posten door elkaar heen staan, maar je ook goed de opbuw van het schilderwerk ziet. Ik noteer hier de kleurstoffen, zonder me verder te bekommeren om arbeidslonen, de gebruikte olie, de grondverven (loodwit en rode menie) en stopverf. Het gaat me erom hoe dat huis er qua kleuren uitzag.

Steeds heb ik de data en de plekken van het werk genoteerd en vervolgens in vier kolommen de gebruikte hoeveelheden verfstoffen in ponden, de kleurstof in kwestie, de totale prijs (in guldens stuivers en penningen) en de prijs in stuivers per pond van de desbetreffende verfstof.

3 november 1769 – de kozijnen van binnen en buiten:

5,62 pond Wit 1-02-8 4,00 st/pond

5 december 1769 – de vensters en deuren:

4,00 pond Wit, olijf en rood 0-16-8 4,13 st/pond gem.

24 april 1770 – (kamer)beschot gelijmd en geverfd:

6,00 pond Geeloker 0-09-0 1,50 st/pond
1,00 pond Loodwit 0-02-12 2,75 st/pond
Ton Zwart 0-03-0 ?

14-17, 21 en 23 mei 1770 – huis van binnen gelijmd en geverfd – zolder en beschot:

15,90 pond Geeloker 1-03-4 1,46 st/pond
2,50 pond Rood 0-03-2 1,25 st/pond
? Omber 0-02-8 ?
? Mooi blauw (kozijns en ramen) 0-09-0 ?
Ton Zwart 0-03-0 ?

25 en 26 mei 1770 – Kozijnen en ramen in de keuken:

1,56 pond Mooi Blauw 1-02-0 14,10 st/pond
0,06 pond  (2 lood) Mooi rood 0-02-0 33,33 st/pond
3,00 pond Toegemaakt wit 0-12-0 4,00 st/pond

11, 12 en 18 juni – buitenshuis incl. tafels en banken:

? ws. 0,06 pond (z.b.) Mooi rood 0-02-0 (vgl. boven) ?
1,50 pond Toegemaakt wit 0-06-0 4,00 st/pond

Het kleurenpalet bestond dus voornamelijk uit, in afnemende volgorde:

  • Zwart – 2 ton (binnen, vloeren?);
  • Geeloker – 22 pond (binnen, beschotten);
  • Wit – 11,8 pond (incl. toegemaakt – vooral buiten, maar ook wel binnen);
  • Rood – 4,2 pond (incl. mooi rood – accenten kozijnen deuren en vensters);
  • Blauw –  2,0 pond (incl. mooi blauw – kozijnen en ramen binnen).

Kortom, binnen domineerden zwart en geeloker, buiten was dat vooral wit.

Het duurst was mooi rood, mooi blauw volgde en daarna toegemaakt wit. Gewoon rood en geeloker waren het goedkoopst.


Rondje Noordlaren

Langs het paadje naar de vogelkijkwand in de Onlanden: is dit een nieuwe invasieve exoot?

Er even op ingezoomd::

Rijpende bramen. Vrij laag hangend en dus ook straks niet consumabel (omdat er een vos overheen kan hebben gepiest):

Bekoorlijk rietpolletje:

Meestal zie je ze wel in plukjes, maar zoveel bij elkaar dat komt wat minder vaak voor:

Langs het Omgelegde Eelderdiep staat momenteel veel wilde peen, met witte bloemen. Deze roze lijken erop, maar ze zijn er geen variant van:

Holdert bij de Hooiweg, Paterswolde (het was nog voor enen):

Bij een zandweg in Noordlaren: de autodokter kan er zelf wel een gebruiken. Wagen lijkt vanachter trouwens verlegd:

Noordlaren:

Omdat er een trouwerij was geweest, stond de kerk open. Buiten veegde een man witte bloemblaadjes op, binnen was een jong stel mensen de boel aan het opruimen. Ik mocht wel even rondkijken – engel met bazuin bij het orgel:

Fraai armblok voor het storten van collecte-inkomsten. Er zitten drie sloten op – elke diaken kreeg één sleutel, alleen gezamenlijk konden ze het blok openen om de inhoud te tellen:

Noordlaren – het diepje naar het Zuidaardermeer:

Waar ik het de laatste jaren wel eens minder druk heb gezien:

Groepje wit rundvee bij Onnen

Bloemenrand bij korenveld, Glimmen:

Haren, Rijksstraatweg:


Goeiemorgen!

Bij een buurman in de tuin:

Hoe heten die bloemen ook alweer?