Lauwerkrans voor trouwe arbeider

Aan de voorkant van de erepenning staat een maagd met een lauwerkrans die zij uitreikt namens de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel:

Aan de keerzijde vinden we het motto van voornoemd genootschap: “Vermeerdering van volkswelvaart het doel der Maatschappij”. Dit omlijst een krans van eikenloof met symbolen voor landbouw (ploeg), industrie (machine met tandrad) en handel (schip) en de naam van jubilaris, die 25 jaar had gewerkt bij de tricotagefabriek (machinale kousenbreierij  Reinier Muller in Groningen, aan het eind van de Meeuwerderweg:

De uitreiking ervan vond plaats tijdens een feestelijke personeelsavond met variété in zaal Apollo aan de Hereweg, waar nog vijftien andere werknemers van Reinier Muller net zo’n penning met bijbehorend getuigschrift ontvingen. Echt heel zeldzaam lijkt de penning dus niet, al mag je je afvragen hoeveel er nog van bestaan.

Door het gelinkte krantenbericht kwam ik de penning op het spoor. De jubilaris heb ik namelijk nog gekend als een vriendelijke oude, statige heer die een paar straten verderop in de Oosterpoort woonde. Met diens zoon heb ik nog wel eens contact. Die bleek de penning inderdaad van zijn vader te hebben geërfd.

Advertenties

Hoe ome Joop in Veendam de loop op zijn apentent kreeg

Albert Eckhout – Ara.

Na de Tweede Wereldoorlog stond ome Joop Groninger vooral met dierententen op kermissen. Je kon er apen, vliegende honden, beverratten en exotische vogels aanschouwen. Als het slecht met die nering ging, dan hing Joop bijvoorbeeld een kooi met een papegaai op bij de ingang van de tent. Er kwam een klein bordje naast: “Gelieve Lorre niet aan te spreken, daar hij alleen vieze woorden zegt.” Dan tippelde het volk bij drommen de tent binnen.

In Veendam haalde hij eens een andere stunt uit, met een aap:

“Vlak voor de kermis in Veendam wordt er een jong aapje geboren. Dat is in Veendam vast en zeker nog nooit gebeurd, denk ik. Joop, hoe pak je dat aan? Ik hou me mooi van de domme en stap naar het bevolkingsregister.
– Meneer, ik kom een nieuwe wereldburger aangeven.
– Gefeliciteerd mijnheer Groninger, een jongen of een meisje?
– Jongen of meisje? Hoe komt u erbij? Een aap.
– Een aap?
– Ja, een aap.
– Maar dat kan helemaal niet, mijnheer.
– Oh, ik dacht…
– Luistert u eens, mijnheer Groninger. Mag ik een bevriende journalist bellen?
– Nou, meneer als u denkt dat dat iets is…”

Jongens, ik ben als een haas teruggehold naar de wagen. Amper was ik thuis of die college van je stond al voor mijn neus. Ja meneer, op weg naar het ziekenhuis in een taxi geboren…

Wil je geloven dat ik in Veendam goed heb gedraaid?”


Strunen in Aovelt

Het programma Strunen van rtv Drenthe ging op bezoek in de omgeving waar ik ben opgegroeid. Weinig bekenden in beeld, maar je krijgt wel een aardige indruk van de historische omgeving:


Wanschepsel boeit meer dan vredesboodschap

Gebroken geweertje uit het interbellum. Foto: Andrys Stienstra, Wikimedia commons.

In de jaren 1920 tikt ome Joop Groninger, de kermisman,  een wel heel bijzondere attractie op de kop. Het betreft een antimilitaristisch reismuseum:

“In het noorden ontmoette ik een duizendpoot. Dat is een geboren kermisman, een jongen die alles kan. Jan Immel heette hij. Die jongen reisde met een soort oorlogsmuseum. Allemaal afgerukte lichaamsdelen: hoofden, armen, benen en rompen. Gemaakt van was. Ernaast had-ie alle mogelijke projectielen liggen. Kon je zien hoe gruwelijk de oorlog was. Hij liet de hele zaak steeds in oude theekisten door een bode vervoeren. Hij zocht dan lui van ’t gebroken geweertje op, die een soort tentoonstelling voor hem in mekaar zetten. Handige jongen, maar hij was er nu misselijk van. Je weet dat ik zo’n beetje antimilitarist ben en ik zag er dus wel wat in. Hij moest nog een paar afspraken nakomen en zou ’t spul een poosje later afleveren.

Toen ik dat museum eenmaal had, gingen de zaken verdraaid slecht. Niemand wou het zien. En ik had er nog wel een tent voor gekocht. Duizend gulden op de pof. Weet je wat ik gedaan heb? Ik kocht een Siamese varkenstweeling op sterk water en zette die bij ’t oorlogsspul. Jongen, het was in één keer weer krent. De mensen tippelden van heb ik jou daar.”


Hoe een dorpspredikant zijn waarschuwing tegen de kermis moest bekopen

Prachtige anekdotes bevatten ze, de memoires van Ome Joop Groninger. Zo vertelt deze kermisreiziger hoe hij in de loop van 1915 weer rond ging trekken in het Noorden. Hij gaf zijn muizenstad eraan toen hij daar een compagnon ontmoette, ene Jan Wielenga. Samen dreven ze ruim een jaar lang een klein circus met paarden:

De mooiste kermis van allemaal hadden wij in een dorpje op de grens van Friesland en Drente. Daar komt de veldwachter naar ons toe en zegt tegen Jan: Ken je me nog, ik was je slapie. Jan was bij de marine geweest, moet je weten, maar had zich laten ontslaan omdat hij het zoute water zat was.

Zegt die veldwachter: ’t Zal jullie hier niet goed gaan, want dominee heeft de mensen gewaarschuwd niet naar het paardenspul te gaan omdat de duivel erin zit.

Jan grijpt pen en papier en schrijft de dominee een brief: Beleefd verzoek ik u morgenochtend om half elf bij de aanvang van de eerste voorstelling aanwezig te willen zijn en de duivel aan te wijzen. Dan grijp ik hem en breek ‘m zijn nek. Wij komen u om kwart over tien met paard en wagen halen. Hoogachtend…

De volgende ochtend maken we tour de ville met Hendrik Giesink, een straatmuzikant ‘uit Leeuwarden. De dominee komt, roepen we om, hij zal de duivel aanwijzen! Zegt het voort, zegt het voort! Kaarten zijn reeds thans aan de kassa verkrijgbaar.

De dominee liet zich niet zien, maar dat mocht de pret niet drukken. ’t Liep storm en het bleef storm lopen. We hebben nog nooit zo’n goede kermis gehad. Maar het verschrikkelijkste komt nog: ’s avonds laat hebben ze bij die dominee met grote stenen de ruiten en blinden ingesmeten. Drie weken later was hij weg.”


Imca en haar accent

Als de bekende zangpedagoge Bep Ogterop begin 1965 afgeeft op beatmuzikanten, tienersterretjes en hun managers, gunt de jongerenrubriek ‘Groei’ in het Nieuwsblad van het Noorden het woord aan enkele Groninger getuigen à charge en décharge. De jonge zangeres Imca Marina komt dan op voor Bep:

“Ik ben een leerlinge van mevrouw Ogterop en ik vind haar fantastisch!” zegt zangeres Imca Marina, die vanuit Amsterdam – haar huidige woonplaats – reageerde. „Bep Ogterop heeft ervoor gezorgd dat ik het Gronings accent kwijtraakte. ledere Groninger weet dat dat erg moeilijk is”.”

Blijkbaar werd Imca aangesproken op de onbarmhartige verwijdering van haar tongval, want nog in hetzelfde jaar komt de van origine Hoogezandse in Het Vrije Volk nog eens terug op het “van voren af aan” Nederlands moeten leren spreken omdat ze zo’n “zwaar Gronings accent” had:

“’O, ik schaam me er niets voor, hoor, ik vind Gronings nog altijd een heerlijke taal en als ik thuis ben bij mijn moeder, spreek ik het nog altijd.”


Vrouw met kat en kauw

In de Korte Nieuwstraat, Oosterpoort:

Toelichting.